Posts tonen met het label Turkmenistan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Turkmenistan. Alle posts tonen

donderdag 25 april 2024

Frank van Rijn: In de ban van Stempelstan

Frank van Rijn: In de ban van Stempelstan: Een reis door Centraal-Azië (Nederland, 2011): 314 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
In "In de ban van Stempelstan" beschrijft Frank van Rijn een zomerse fietstocht door Centraal-Azië, door achtereenvolgens Georgië, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan van juni 2008 tot februari 2009. Het deel van deze tocht in Tadzjikistan maakt hij samen met een vriend: Hans Koster, een Zwitser van 67 jaar oud. Het is voor het eerst dat Frank van Rijn een tocht beschrijft die hij voor het grootste deel met een vriend heeft gemaakt. Frank is inmiddels in het bezit van een digitale camera en de foto's in dit boek zijn aanmerkelijk interessanter dan die in zijn eerdere boeken.
 
Zoals je uit de titel kunt afleiden ondervindt Frank op deze reis nogal wat bureaucratische rompslomp. "In de ban van Stempelstan" is één van de betere boeken van Frank van Rijn.
 
Citaten:
- Gelukkig heb ik een redelijk elastische maag, zodat ik, als het moet, veel kan eten, maar ook met weinig toe kan als er een tijd lang niets eetbaars te vinden is.

- Juist voor mijn vertrek ontving ik mijn paspoort terug met het Oezbeekse stempeltje erin, waarmee het eerste setje van vijf visa in mijn pas compleet was. Kosten: 560 euro. Daar kan een normaal mens twee maanden voor op zijn fiets door de wereld trekken [??]. Volgend jaar ga ik naar de Achterhoek, waar geen stempels nodig zijn, waar je je niet binnen drie dagen hoeft te melden, waar je zonder boot kunt komen en waar geen Russisch, Tadzjieks, Oezbeeks of welke andere voor mij volledig onbekende taal wordt gesproken.

Wat schrijft Frank nu toch?:
- ... hoewel ik eigenlijk niet van zo heel zoete thee houd.

- In het plaatsje Hauz Han houd ik een theestop omdat mijn ontbijt, vanochtend vroeg bij de tent, niet grandioos was: oud, hard, droog brood met kaas die bij temperaturen van 33 à 35 graden is omgevormd tot een zeemlap drijvend in gele olie.

- Vroeger werd me steevast gevraagd of ik getrouwd was en hoeveel kinderen ik had, maar tegenwoordig wil men mijn leeftijd weten.

- Ik help Hans door zijn fiets vast te houden tijdens het opladen.
 "Nog steeds geen standaard op de fiets, zodat je zelf eenvoudig kunt opladen?" vraag ik.
 "Nee, te veel gewicht."
 Dat is een van de vele verschillen tussen ons: Hans is bijna pathologisch met gewichtsbesparing, terwijl ik niet overstuur raak van een kilogrammetje meer. Het resultaat is dan ook, dat zijn bagage ongeveer de helft weegt van de mijne, maar de keerzijde van die aluminium medaille is, dat hij, als hij zijn broek moet wassen, in zijn onderbroek of zwembroek staat.

- ... "Dit is de laatste keer dat ik naar zo'n Permit-Nummer-Registratie-Aanbevelinsbrief-Stempelstan-land ga. Volgend jaar ga ik zeilen op het Tjeukemeer!"
 "Op wat?" vraagt Hans.
 "Een meer bij mij in de buurt. Zoiets als het Lago Maggiore, maar dan wat kleiner en zonder bergen er omheen."

- Bij een kleurrijk marktje houden we halt. Hans en ik lopen er een beetje rond tussen de mensen en de kraampjes met theepotten, glazen, bestek, gereedschap, flessen bakolie en flessen priklimonade van het goedkope nul-calorie soort. Op de grond hebben fruit- en groentehandelaren zeilen uitgespreid met daarop grote groen-gele watermeloenen, tomaten, uien, abrikozen en aardappelen. Verder hangen er aan tussen kraampjes gespannen lijnen T-shirts, overhemden, broeken en allerlei andere kleding. Vrouwen met veelkleurige kledij en hoofddoeken en mannen met grote grijze baarden en zwart-witte traditionele petjes op lopen tussen jeugd in shirts en spijkerbroeken. Met grote, groen-grijze bergen op de achtergrond levert dit alles een fraai gezicht en een aardig sfeertje op.

- Hierop stevent Hans recht op een autochtoon af, die juist uit een klein zijstraatje komt lopen en vraagt hem: "Is hier room? Zimmer? Sliep?", waarbij hij met zijn beide handen langs zijn enigszins schuin gehouden hoofd, het internationale slaapgebaar maakt. Mijn metgezel mag dan niet zo'n talenwonder zijn, maar met een dozijn woorden Engels, half zoveel Frans, cerveza, amigo en vino in het Spaans, een hoop gebarentaal en de rest in het Duits krijgt hij tot mijn verbazing elke keer weer alles voor elkaar. Als hij iets nodig heeft springt hij zonder te aarzelen een winkel binnen en steekt dan voortvarend van wal in zijn Anglo-Franco-Hispano-Germano-mengelmoes. Ik denk dan: "Dat wordt niks," maar waarachtig, hij komt terug met wat hij wilde hebben.

- Na deze "entree" wring ik me in allerlei bochten om de serveerster uit te leggen wat een ei is. Ik maak een mooie tekening met twee concentrische cirkels, de grote voor het hele ei en de kleine voor de gele dooier, maar ik stuit op een muur van onbegrip. Vervolgens teken ik een rechtopstaande ellips, het zijaanzicht van een ei. Ook geen succes. Uiteindelijk is het natuurlijk Hans, die met "Tok-tok-tok" door het onbegrip van de vrouw heen breekt en wat later krijgen we elk twee gebakken eieren met brood en boter.

- Hans komt aan met een glazen pot van ruim een liter, waar een gele stroperige substantie in zit.
 "Honing!" roept hij enthousiast. "Die kan ik als substituut voor marmelade gebruiken."
 "Hoe weet je dat het geen Afghaanse bisonkit is?"
 "Ik heb het gevraagd."
 "In het Russisch of in het Afghaans?"
 "Nee, in het Switserduuts."
 "En dat verstonden ze natuurlijk allemaal!"
 "Nee, maar zzzoem zzzoem wel."
Terug in het hotel maakt Hans de pot open en zowaar: honing!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.