Posts tonen met het label Rwanda. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rwanda. Alle posts tonen

woensdag 7 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: Ebbenhout

Ryszard Kapuściński: Ebbenhout (Polen, 1998): 306 blz: Vertaald door Gerard Rasch (2000): Uitgeverij de Arbeiderspers 
 

 
Ryszard Kapuściński was een Poolse journalist die gedurende lange tijd in de Derde Wereld verbleef. Hij heeft met name lang rondgereisd door Afrika waar "Ebbenhout" over gaat.
In zijn eigen woorden meed hij de officiële routes, paleizen, prominenten en de grote politiek en gaf er de voorkeur aan met vrachtwagens mee te rijden, met nomaden door de woestijn te trekken en te logeren bij de boeren in de tropische savanne. Hij overleefde een ontmoeting met een cobra, een aanval van malaria en materiaalpech in een vrachtwagen in de zinderende woestijn. Hij schrijft onder meer over de onafhankelijkheid van Ghana, de opkomst van Idi Amin, de burgeroorlog in Rwanda en de hongersnood in Soedan. De twee stukken over Idi Amin en dat over de burgeroorlog in Rwanda zijn allebei vrij kort en van zeer hoge kwaliteit.

Zoals op de achterflap van het boek staat schrijft Ryszard Kapuściński met het inzicht van een historicus, met de stijl van een dichter en met het overwicht van iemand die het zelf allemaal heeft meegemaakt. Er valt volop te citeren uit dit prachtige boek, hieronder een aantal citaten:

- Al op de trap van het vliegtuig wacht ons nog iets dat nieuw is: de geur van de tropen. Door die lucht realiseren we ons onmiddellijk dat we daar op aarde zijn, waar een overdadige, onvermoeibare biologie aan het werk is, die baart, gedijt en bloeit, en tegelijkertijd ziek is, vervalt, vergaat, verrot. Het is de lucht van verhitte lichamen en drogende vis, rottend vlees en gebakken cassave, verse bloemen en zure waterplanten, kortom alles wat zowel aangenaam als irritant is, wat aantrekt en afstoot, lokt en afkeer wekt.

- Een Afrikaan die in de bus stapt, vraagt dan ook nooit wanneer de bus vertrekt. Hij stapt in, gaat op een vrije plaats zitten en hij verzinkt in een toestand waarin hij een groot deel van leven doorbrengt: de toestand van doods wachten.

- Om hun ambtenaren aan te moedigen in de koloniën te gaan werken hadden Londen en Parijs voor de liefhebbers schitterende levensomstandigheden geschapen. Een bescheiden postambtenaartje uit Manchester kreeg na aankomst in Tanzania een villa met tuin en zwembad, auto's, personeel, vakanties in Europa enzovoort. De koloniale bureaucratie kon het er werkelijk van nemen. En nu kregen de bewoners van die koloniën van de ene op de andere dag hun onafhankelijkheid. Gisteren nog arm en vernederd, vandaag uitverkorenen, met een hoge positie en een volle beurs. Door deze koloniale genese van de Afrikaanse staat, waar de Europese ambtenaar boven zijn stand en buiten alle proporties werd betaald en waar het systeem zonder enige vernieuwing door de locals werd overgenomen, werd de strijd om de macht in Afrika direct ongewoon fel en meedogenloos.

- Als je oude kaarten van Afrika bekijkt, dan valt één ding je op: er staan tientallen, honderden namen van havens, steden en nederzettingen aangegeven langs de kustlijnen, terwijl de rest, dat hele onmetelijke gebied, dus negenennegentig procent van het oppervlak van het werelddeel, bijna overal smetteloos wit is, slechts hier en daar door een teken onderbroken.

- De Europeaanse havens waren alleen zuignappen op het organisme van Afrika, de plaatsen waar slaven, goud en ivoor werden uitgevoerd. Alles uitvoeren en wel zo goedkoop mogelijk. Veel van die bruggenhoofden van Europa deden dan ook denken aan de armste buurten van Liverpool of Lissabon. In Luanda, dat Portugees was, hadden de Portugezen in al die vierhonderd jaar nergens een pomp voor drinkwater neergezet of straatverlichting aangebracht.

- Veel mensen in mijn straatje hadden maar één ding. Iemand had een overhemd, iemand een kapmes, iemand, onbekend waarvandaan, een schop. Wie een overhemd heeft kan werk krijgen als nachtwacht (niemand wil een halfnaakte bewaker), wie een kapmes heeft, kan in dienst worden genomen om onkruid te wieden, de man met de schop kan greppels graven.

- Als de soldaten en politiemannen direct, voor we goed en wel zijn gestopt, zonder iets te vragen beginnen te schreeuwen en te slaan, dan betekent dat dat het land zich in de greep van de dictatuur bevindt of er een oorlog woedt; als ze daarentegen met een glimlach op ons toe lopen, ons een hand geven en beleefd zeggen: "U weet vast wel dat we erg weinig verdienen," dan betekent dat dat we door een stabiel en democratisch land rijden, waar vrije verkiezingen worden gehouden en de rechten van de mens worden geëerbiedigd.

- Als iemand naar de wapens grijpt, naar een machete of een automatisch geweer, dan in de eerste plaats om voedsel te roven, om zich vol te eten. Het is een oorlog om een handvol maïs, een kommetje rijst.

- ... de paradox van onze wereld: als we de kosten van transport, personeel, opslag en bewaren van levensmiddelen bij elkaar optellen, dan is de prijs van één maaltijd, gewoonlijk een handvol maïs, voor een vluchteling in een of ander kamp, bijvoorbeeld in Sudan, hoger dan de prijs van een souper in het duurste restaurant van Parijs.

- En nu was daar opeens de plastic kan. Een wonder! Revolutie! Ten eerste is hij betrekkelijk goedkoop (hoewel hij in vele huizen het enige voorwerp van waarde is); hij kost rond de twee dollar. Maar het belangrijkste is zijn geringe gewicht. En ook dat hij er in verschillende groottes is, zodat zelfs een klein kind al een paar liter kan dragen.

- Telkens wanneer er een dictator in Afrika valt, draait het hele onderzoek, al het slaan, martelen om één ding: het nummer van zijn privé-rekening. In de publieke opinie hier is het woord politicus synoniem met chef van een criminele bende die handelt in verdovende middelen en wapens en geld spaart op buitenlandse rekeningen.

- De Afrikaanse markt is één grote hoop van goedkope rommel. Een mijn van prullen en vodden. Bergen afval en kitsch. Er is hier niets van waarde, niets trekt de aandacht, niets wekt bewondering, niets waarvan je denkt: dat wil ik hebben.

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 28 mei 2024

Farley Mowat: Woman in the Mists

Farley Mowat: Woman in the Mists: The Story of Dian Fossey and the Mountain Gorilla's of Africa (Canada, 1987): 367 blz: Uitgeverij Warner Books
 

 
"Woman in the Mists" is een biografie over de Amerikaanse gorilla-onderzoeker en natuurbeschermer Dian Fossey (1932-1985). Farley Mowat heeft voor zijn biografie veel gebruik gemaakt van teksten die door Dian Fossey zelf zijn geschreven. Om deze teksten te onderscheiden van zijn eigen teksten zijn de teksten van Dian Fossey in het boek steeds vetgedrukt.
 
Dian Fossey deed vanaf 1967 onderzoek naar de berggorilla's in het Virunga Nationaal Park in Rwanda. Zij is onder primatologen beroemd geworden door haar baanbrekende onderzoek. Tijdens haar onderzoek kreeg Dian Fossey steeds meer te maken met illegale stroperij die veel gorilla's het leven kostten. Daarom ging zij zich steeds meer richten op de bestrijding van de stroperij en werd daarmee berucht. Na de dood van Dian Fossey werd een speelfilm gemaakt over haar leven met als titel "Gorilla's in de mist" en met als hoofdrolspeelster Sigourney Weaver.
 
"Woman in the Mists" is een uitstekend geschreven biografie die goed de dillema's weergeeft waarmee Dian Fossey te maken had. Dit boek stond op mijn lijst met mijn favoriete biografieën, maar ik haal het daarvan af omdat ik toch wel een naar gevoel overhoud aan het lezen ervan. Ik had graag wat meer gelezen over het onderzoek dat Dian Fossey deed en veel minder over haar activiteiten om het stropen tegen te gaan en de vele doden die vallen onder de gorilla's. "Woman in the Mists" is een boek dat geschreven moest worden, maar het laat een wrange smaak na.
 
Citaten:
De eerste ontmoeting van Dian Fossey met de berggorilla's:
- A group of about six adult gorillas stared apprehensively back at us through the opening in the wall of vegetation. A phalanx of enormous, half-seen, looming black bodies surmounted by shiny black patent-leather faces with deep-set warm brown eyes. They were big and imposing, but not monstrous at all. Somehow they looked more like members of a picnic party surprised by interlopers. Their bright gazes darted nervously from under their heavy brows as they tried to determine if we were dangerous. They were evidently wondering if it was safe to stay or if they had better run for it.
 
- Our interview lasted about an hour. Dr. Leakey did most of the talking. He praised Jane Goodall, then in her sixth year studying chimpanzees. Using her as his prime example, he told me of his conviction that women made far better field students of animals than men because of their patience and capacity to give more fully of themselves.

- ... I had no training in anthropology, ethology, biology, zoology, or any of the other "ologies." Leakey scoffed, "I have no use for overtrained people. I prefer those who are not specifically educated for this field since they go into the work with open minds and without prejudice and preconceptions." Then I brought up my age - thirty-four. "But this is the perfect age to begin such work," Leakey said. "You have attained maturity and won't be apt to take rash actions."

- Some five minutes of "tracking" passed before I was aware that Alan was not behind me. Perplexed, I retraced my steps and found him patiently sitting at the very point where we had first encountered the trail.
 With the utmost British tolerance and politeness, Alan said, "Dian, if you are ever going to contact gorillas, you must follow their tracks to where they are going rather than backtrack trails to where they've been." That was my first lesson in tracking, and one that I've never forgotten.

- As the gorillas began to reveal their individual personalities, Dian gave them names. First, No-nose: I think she is an old female, and she is the only one I've dared to name, but this is the only way I can think of her - she looks as if she has no nose. Then came Ferdinand, her name for a big blackback, followed by a whole rush of christenings: Pucker, Mzee, Solomon, Dora, Hugger, Scapegoat, Popcorn, Tagalong, Mrs. Moses, Cassius, Monarch ...

- Their dung, too, provided invaluable clues to a group's proximity, size, and composition, and even it's collective state of mind. The freshness of a dung deposit could be tested by its relative warmth and by the numbers of flies and/or eggs or maggots on it. Different-sized gorillas left different-sized dung deposits, so a careful examination revealed much about the number and ages of the animals in a given group. As for the group's state of mind - dung from undisturbed gorillas had the same general smell and consistency as horse manure, but gorillas in flight or frenzy became diarrheic.

- Dian later discovered that the order from the Cologne Zoo had been filled at the cost of slaughtering all ten adults of a gorilla group as they tried to protect their young on the south slopes of Mt. Karisimbi.

- In this, the fifth year of her study, Dian watched the group change and evolve through three deaths, three births, and the emigration of three young females. In the detailed recording and interpretation of such inter- and intra- group changes over long periods lay the unique value of Dian's study. But, as she was well aware, it would not be possible to claim that the social relationships of the mountain gorillas were really understood until the animals had been observed through several generations.

- Dian continued to view most of the students coming to work at Karisoke with a jaundiced eye. She especially disliked their bookbound softness and their youthful preoccupations with self, which she called "me-itis."

- Dian learned how widespread her notoriety had become when she caught a ride back to her hotel the next day with a group of Japanese primatologists, who told her they had heard she had trained an army of gorillas, which she led in armed attacks against poachers.

- "Nyiramacheballi! Nyiramachabelli!" - that not-so-adorable nickname they have given me - The Lone Woman of the Forest!

- The focus of her life had already been narrowed by the tragedies of Digit and the Zairean gorilla baby. With the loss of Uncle Bert and Macho, she began directing almost the whole of her energies to defending and preserving what remained of the Virunga gorilla population. Everything else seemed relatively unimportant. The accumulation of scientific data now seemed irrelevant to her. Even the writing of her book became a distraction.

- For sure, I wonder why grown men would spend their lives looking at bones when they could look at animals in life. There have to be some kind of science I'll never understand.

- Data gathering surely is important, but things haven't changed that much from the days when scientists shot everything in sight to gather data. They built their reputations then on mainly dead animals. Now they use live animals too, but the principle is the same. Alive or dead, you use the data to pile up a lot of research papers until you've got enough to get "silverback" status.

Over haar boek "Gorillas in the Mist":
- This book is about gorillas, not people. It is not even about me, and there is too much "me-itis" in it already as a result of editorial decisions. I would prefer there be no people in at all, good or bad, but I guess that's too much to ask.

- One of the deep-rooted causes for Dian's distaste for tourism in the park was the disturbing possibility that the gorillas might contract human diseases from the visitors.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.