Posts tonen met het label Vier keer gelezen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vier keer gelezen. Alle posts tonen

maandag 24 juni 2024

Marcel Proust: In de schaduw van de bloeiende meisjes

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 2: In de schaduw van de bloeiende meisjes (Frankrijk, 1919): 542 blz: Uitgeverij de Bezige Bij: Vertaald in 1978 door C.N. Lijsen (Deel 1 Rondom Mme Swann (blz 1-226) en Deel 2 Plaatsnamen: de plaats (blz 227-414)) & Thérèse Cornips (Deel 3 Plaatsnamen: de plaats (vervolg) (blz 415-542))
 
In de schaduw van de bloeiende meisjes by…
 
Van de 7 delen waaruit de romancyclus "Op zoek naar de verloren tijd" van Marcel Proust bestaat is in mijn herinnering het 2e deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes", mijn favoriete deel. Nu bij het herlezen viel het eerste gedeelte "Rondom Mme Swann" me wat tegen, maar was ik opnieuw erg onder de indruk van delen 2 en 3 "Plaatsnamen: de plaats" die zich afspelen in Balbec, een klein plaatsje aan de kust waar de verteller in de ban raakt van een stel jonge meisjes die vriendinnen zijn van elkaar, en van wie een van hen: Albertine, later zijn grote liefde zal worden.
 
Marcel Proust is een meester van de vergelijkingen. Door dit deel heen staan vele prachtige vergelijkingen, zoveel zelfs dat het soms een beetje teveel van het goede wordt. De verteller leert over de literatuur van de schrijver Bergotte, over de muziek door de componist Vinteuil en over de schilderkunst door de schilder Elstir. Maar het zijn vooral de ontmoetingen met de groep meisjes die dit deel voor mij het mooiste deel van de hele cyclus maken. Mocht je geen zin hebben om de hele "Op zoek naar de verloren tijd" te gaan lezen, dan kun je ook beginnen met de prachtige stripbewerking door Stéphane Heuet.
 
Citaten:
- En Françoise die het heerlijk vond geheel op te gaan in de edele kookkunst waar ze ongetwijfeld een bijzondere gave voor had, bovendien gestimuleerd door het vooruitzicht van een nieuwe gast, en wetend dat zij volgens methoden die zij alleen kende een "boeuf à la gelée" klaar moest maken, leefde al sinds de vorige dag in een soort scheppingsroes; daar zij buitengewoon veel belang hechtte aan de onberispelijke kwaliteit van de ingrediënten die bij de totstandkoming van haar meesterwerken een rol speelden, ging zij zelf naar de Hallen om het sappigste rundervlees, de mooiste schenkelstukken en de beste kalfspoten in te slaan, zoals Michelangelo acht maanden in de bergen van Carrara doorbracht om de volmaaktste marmerblokken voor het grafmonument van Julius de Tweede uit te zoeken.

- ... antwoordde de ambassadeur met een in gemoedelijkheid gehuld sarcasme, waarbij hij om zich heen keek met een blik die door zachtmoedigheid en discretie zijn boosaardigheid moest temperen en deze daardoor juist heel handig versterkte.

- Zo is het ook met de tijd in het leven. Om zijn voortgang merkbaar te maken zijn romanschrijvers wel gedwongen de loop van de wijzer sterk te versnellen en de lezer tien, twintig, dertig jaar in twee minuten te laten doorlopen. Boven aan een bladzijde heeft men een hoopvolle minnaar achtergelaten en onder aan de volgende vindt men hem terug als tachtigjarige, die op de kleine met gras begroeide binnenplaats van een bejaardenhuis moeizaam zijn dagelijkse wandeling maakt en nauwelijks antwoord geeft op de aan hem gestelde vragen daar hij het verleden al lang vergeten is.
 
- ... want een warme gezindheid jegens anderen overdrijft het goede even graag, als de kwaadaardigheid er plezier in heeft iemand omlaag te halen.
 
- Swann was trouwens blind voor alles wat Odette betrof, niet alleen voor de lacunes in haar opvoeding, maar ook voor de middelmatigheid van haar intelligentie. Sterker nog, telkens wanneer Odette een dom verhaal vertelde, luisterde Swann naar zijn vrouw met een toegeeflijkheid, een vrolijkheid, een bewondering bijna waarin vermoedelijk nog een restje erotiek meespeelde; terwijl alles wat hij zelf in datzelfde gesprek aan scherpzinnigheid, diepzinnigheid kan men wel zeggen, naar voren bracht, door Odette gewoonlijk zonder interesse, vluchtig en met ongeduld aangehoord en vaak genoeg ook nog hard tegengesproken werd. Men moet wel tot de conclusie komen dat een dergelijke onderwerping van de elite aan de banaliteit in veel huwelijken regel is, wanneer men bedenkt, hoe omgekeerd vele superieure vrouwen zich laten verblinden door een lomperik, die hun meest fijnzinnige opmerkingen onverbiddelijk de grond inboort terwijl zij, met de oneindige toegeeflijkheid van de liefde, niet kunnen nalaten in vervoering te raken over zijn flauwe moppen.
 
- Met het onbevangen gezicht van een vrijdenker die in een kerk verzeild is geraakt en die de gebruiken van de mis niet kent, maar opstaat als alle anderen opstaan en neerknielt een moment nadat de anderen geknield zijn, deed ik hen na.
 
- Ik was als een arme die zijn droge brood met minder tranen besproeit als hij tegen zichzelf zegt dat een vreemde hem straks misschien zijn hele vermogen nalaat.
 
- Reeds de onmogelijkheid bij een vrouw te blijven, het risico haar nooit meer te ontmoeten, geven haar plotseling de charme die een land in onze ogen krijgt door ziekte of armoede die het ons onmogelijk maken het te bezoeken, of de laatste schamele dagen die wij nog te leven hebben, door de strijd waaronder wij waarschijnlijk zullen bezwijken.
 
- ... en ongetwijfeld was zijn bewondering voor hen oprecht, maar de talloze reminiscenties aan geschiedenis en kunst die door hun namen opgeroepen werden speelden daarbij een grote rol, zoals een voorliefde voor de oudheid een van de redenen is voor het plezier dat een kenner heeft in het lezen van een ode van Horatius, die misschien minder waardevol is dan een gedicht uit onze dagen, dat diezelfde geletterde koud zou laten.

- Wie weet, zei ik bij me zelf, misschien is het genoegen waarmee men iets geschreven heeft toch niet de onfeilbare maatstaf voor de maatstaf voor de waarde van een bladzijde; misschien is het slechts een toestand die er heel vaak bijkomt, maar zonder welke het werk nog niet slecht hoeft te worden. Misschien zijn sommige meesterwerken wel met veel gegaap tot stand gekomen.

- Net zoals niet het verlangen naar roem, maar de gewoonte om te werken ons in staat stelt een groot werk te produceren, zo is het niet de geestdrift van een bepaald moment, maar zijn het de wijze bespiegelingen van het voorbije moment, die ons helpen de toekomst zeker te stellen.

- Alles wat Elstir bezat, ideeën, werk, en de rest die hij heel wat minder telde, zou hij met vreugde hebben gegeven aan iemand die hem begreep. Maar bij gebrek aan een draaglijk milieu leefde hij in een isolement, met een schuwheid die de beau monde aanstellerij en onopgevoedheid, de overheid kwaadwilligheid, de buren krankzinnigheid, en zijn familie egoïsme en hoogmoed noemden.

- In plaats van een opmerking te maken die zijn trots had kunnen wreken, zei Elstir dus iets waar ik van kon leren. "Geen mens, hoe wijs ook," zei hij, "die niet in een bepaalde periode van zijn bestaan dingen heeft gezegd, of zelfs een leven geleid, waar hij niet graag aan wordt herinnerd en het liefst alles van zou willen uitwissen. Maar hij mag het niet werkelijk berouwen, want hij kan er pas van uitgaan dat hij een wijs mens is geworden, voor zover dat dan mogelijk is, als hij alle ridicule of wanstaltige incarnaties achter de rug heeft die aan die laatste incarnatie vooraf moeten gaan. ..."

- Ik had tegen Albertine gepraat met zo weinig besef waar mijn woorden terechtkwamen, wat er van ze werd, als je van steentjes weet die je in een bodemloze afgrond gooit. Dat er in het algemeen door degeen tot wie je ze richt een betekenis aan wordt gegeven die die persoon aan zijn eigen ik ontleent en die zeer verschilt van wat jij met diezelfde woorden hebt bedoeld, is een feit dat in het dagelijks leven voortdurend blijkt.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 19 maart 2024

Jonathan Swift: De reizen van Gulliver

Jonathan Swift: De reizen van Gulliver (Ierland, 1726): 339 blz: Vertaald door Paul Syrier (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 
Reizen Van Gulliver
 
"De reizen van Gulliver" heb ik al 2 keer eerder in het Engels gelezen, voor het eerst op de Middelbare school en in 1998 en later in 2014 in deze vertaling. Lemuel Gulliver beschrijft hierin 4 reizen die hij gemaakt heeft die hem in contact hebben gebracht met vreemde volkeren.
 
Tijdens zijn eerste reis lijdt Gulliver schipbreuk en zwemt naar land. Daar aangekomen loopt hij een stuk landinwaarts en valt in slaap. Als hij wakker wordt merkt hij dat hij is vastgebonden door dunne koorden. Hij is terechtgekomen in het land van de Lilliputters een volk van kleine mensen, een twaalfde van de hoogte, breedte en dikte van Gulliver. Hij beleeft daar allerlei avonturen waarbij in het voorbijgaan de spot wordt gedreven met de Engelse maatschappij uit die tijd.
 
Op zijn tweede reis komt Gulliver in Brobdingnag, het land van de reuzen, die nu precies 12 keer zo groot zijn als Gulliver. Hij wordt gehouden als een soort speeltje voor de koning, maar nadat hij een uitgebreide uiteenzetting heeft gehouden over hoe men in zijn geliefde Engeland oorlog voert komt de koning tot de volgende conclusie: "Wat jezelf betreft, die het grootste deel van je leven hebt gereisd, ben ik zeer geneigd te hopen dat je je tot nu toe aan een groot aantal van de zonden van je land hebt weten te onttrekken. Maar te oordelen naar wat ik uit je eigen verhaal heb begrepen en de antwoorden die ik je met veel moeite heb ontwrongen en ontfutseld, kan ik slechts concluderen dat de overgrote meerderheid van je landgenoten het schadelijkste ras van klein weerzinwekkend ongedierte is dat ooit van de Natuur op het oppervlak van de aarde heeft mogen rondkruipen."
 
Tijdens zijn derde reis komt Gulliver in het land Laputa, het vliegend eiland. In het eiland bevindt zich een grote magnetische steen waardoor het eiland in de lucht blijft als het zich beweegt boven het onderliggende vasteland. Door de steen te kantelen kan de hoogte en de richting waarin het eiland zich beweegt worden vastgesteld. Op het eiland houden de mensen zich bezig met allerlei vormen van wetenschap, bijvoorbeeld hoe men uit komkommers zonlicht kan destilleren of hoe men uit menselijke uitwerpselen de oorspronkelijke voedingsmiddelen weer kan maken. Voor het maken van een eenvoudig kledingstuk voor Gulliver wordt een kwadrant, passer en kompas gebruikt, zodat het gemaakte kledingstuk nogal vormeloos is. Later tijdens zijn reis komt Gulliver de Struldbruggs tegen, mensen die niet dood gaan. Hij benijdt ze in eerste instantie, maar komt er later achter dat ze in plaats daarvan nogal beklagenswaardig zijn.
 
Tijdens zijn vierde reis komt Gulliver terecht in het land van de Houyhnhnms, de paarden die een soort van ideale maatschappij hebben. Ook komen hier de Yahoos voor, mensen die als dieren leven en met afschuw bekeken worden door de Houyhnhnms. In de jaren dat Gulliver hier woont is hij volmaakt gelukkig en hij is zeer verdrietig als hij uit dit land weg moet, terug naar huis.
 
Het verhaal eindigt ermee dat Gulliver terug in Engeland is bij zijn vrouw en kinderen, die hij weerzinwekkend vindt en dat hij 2 edele paarden aanschaft met wie hij het grootste deel van zijn tijd praat, hoewel ze veel minder ontwikkeld zijn dan zijn geliefde Houyhnhnms.
 
"De reizen van Gulliver" is een zeer onderhoudende roman, die je zowel als satire, als ideeënroman, als reisverhaal of als fantasie kunt lezen. Er is nogal wat kritiek op de destijdse samenleving in verwerkt, maar altijd op een zodanige manier dat het een genot is om te lezen. Ook wordt de spot gedreven met de wetenschap. De vertaling van Paul Syrier doet een beetje plechtstatig aan, maar is verder prima leesbaar. Warm aanbevolen voor wie eens iets anders wil lezen!    
Citaten:
 
De uitgever aan de lezer:
- Het geheel ademt een sfeer van waarheid, en de schrijver heeft zich inderdaad altijd zo onderscheiden door zijn waarheidslievendheid dat deze bijna spreekwoordelijk is geworden onder zijn buren in Redriff - iemand die een bewering deed zei altijd dat deze zo waar was als wanneer de heer Gulliver zelf het had gezegd.

Om een idee te geven van de grootte van Gulliver ten opzichte van de Lilliputters:
- Toen het donker begon te worden, kroop ik met enige moeite mijn huis in, waar ik op de grond ging liggen. Zo sliep ik daar ongeveer twee weken, gedurende welke periode de Keizer bevel gaf een bed voor me te maken. Zeshonderd matrassen van de gewone afmetingen werden op karren aangevoerd en mijn huis binnengebracht; honderd vijftig ervan waren, aan elkaar genaaid, samen voldoende voor de breedte en de lengte, en ze werden in vier lagen neergelegd, wat me echter maar heel weinig bescherming bood tegen de harde vloer, die van gladde steen was. Met behulp van dezelfde berekening voorzagen ze me van dekens, lakens en spreien, draaglijk genoeg voor iemand die al zo lang gewend was aan ontberingen als ik.

In Brobdingnag:
- Het weerzinwekkendste om te zien waren echter de luizen die op hun kleren rondkropen. Ik zag de poten van dit ongedierte duidelijk met het blote oog, veel beter dan die van een Europese luis door een microscoop, en hun snuiten, waarmee ze als zwijnen wroetten. Ze waren de eerste die ik ooit had gezien en ik zou nieuwsgierig genoeg zijn  geweest om er een van te ontleden als ik over het juiste instrumentarium had beschikt (dat ik helaas op het schip had achtergelaten), hoewel de aanblik zo afgrijselijk was dat mijn maag zich er bijna van omdraaide.

Over een terechtstelling:
- De boosdoener zat vastgebonden in een stoel op een schavot dat voor dit doel was opgericht en zijn hoofd werd met een zwaard van ongeveer veertig voet lengte met een enkele klap afgehouwen. Uit de aderen en slagaderen spoot een geweldige hoeveelheid bloed zo hoog de lucht in dat de grote jet d'eau in Versailles er, zolang het duurde, bij in het niet verzonk. Toen het hoofd op de vloer van het schavot viel gaf het zo'n bons dat ik ervan schrok, hoewel ik er minstens een Engelse mijl van verwijderd stond.

Over de flapper:
- Overal verspreid zag ik tal van mensen in de kledij van bedienden, die een opgeblazen blaas als een gesel aan het uiteinde van een korte stok in hun hand droegen. In elke blaas bevond zich een kleine hoeveelheid gedroogde erwten of kleine steentjes (zoals ik nadien te horen kreeg). Met deze blazen sloegen ze nu en dan tegen de mond en mond van degenen die bij hen in de buurt stonden, van welke praktijk ik op dat moment de betekenis niet kon doorgronden. Het schijnt dat de geesten van deze mensen zo door intense speculaties in beslag worden genomen dat ze niet kunnen spreken of naar de woorden van anderen kunnen luisteren zonder daartoe door een van buiten komende aanraking van de spraak- of gehoororganen te worden aangespoord. Om deze reden hebben de families van mensen die het zich kunnen veroorloven altijd een flapper in dienst, zonder wie ze nooit het huis verlaten of een bezoek afleggen. De taak van deze functionaris is om als er twee of meer mensen bij elkaar zijn met zijn blaas een zacht tikje te geven tegen de mond van degene die iets moet zeggen en tegen het rechteroor van degene of degenen tot wie de spreker zich richt. Deze flapper heeft eveneens de taak zijn meester toegewijd te volgen tijdens zijn wandelingen en hem nu en dan een zacht tikje op zijn ogen te geven omdat hij altijd zo in gepeins verzonken is dat hij duidelijk het gevaar loopt in iedere afgrond te vallen of tegen iedere paal zijn hoofd te stoten, op straat tegen anderen aan te botsen of zelf in de goot te worden geduwd.
 
- De mensen aan wie de Koning me had toevertrouwd zagen hoe slecht ik was gekleed en gaven een kleermaker opdracht de volgende ochtend langs te komen en me de maat te nemen voor een pak. Deze vakman kweet zich op een heel andere wijze van zijn taak dan zijn collega's in Europa. Hij mat eerst door middel van een kwadrant en vervolgens met een liniaal en een kompas mijn lengte, noteerde de afmetingen en contouren van mijn hele lichaam alle op papier en bracht me zes dagen later mijn kleren, die heel slecht zaten en totaal vormeloos waren omdat hij toevallig een rekenfout had gemaakt. Tot troost strekte me echter de gedachte dat dit heel vaak voorkwam en dat ik maar weinig aandacht trok.
 
- Ze drukken hun ideeën steeds in termen van lijnen en figuren uit. Als ze bijvoorbeeld de schoonheid van een vrouw of enig ander dier willen prijzen, beschrijven ze deze in termen van ruiten, cirkels, parallellogrammen, ellipsen en andere meetkundige figuren ...
 
Over de Yahoo:
- In het algemeen gesproken had ik op al mijn reizen nog nooit zo'n lelijk dier gezien en evenmin een waartegen ik geheel vanzelf een zo sterke antipathie opvatte.
 
- De Houyhnhnm redeneerde immers als volgt: het gebruik van taal was bedoeld om elkaar te begrijpen en van feiten op de hoogte te worden gesteld, als nu iemand het ding zei dat niet was, werd dit doel tenietgedaan omdat men immers in dat geval een ander niet goed begrijpt ...
 
- Want als je (zei hij) vijf Yahoos een hoeveelheid voedsel toewerpt die genoeg is voor vijftig, zullen ze in plaats van vreedzaam te eten elkaar te lijf gaan omdat ze stuk voor stuk alles voor zichzelf willen hebben, en daarom werd er als ze buiten aten gewoonlijk een bediende bij hen gezet en werden degene die binnen werden gehouden met enige onderlinge tussenruimte vastgebonden.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 21 februari 2024

Annie M.G. Schmidt: Pluk van de Petteflet


Small Cover ImageWaarschijnlijk is geen enkel Nederlands kinderboek zo bekend als Pluk van de Petteflet. Veel mensen van mijn leeftijd zullen het voorgelezen hebben gekregen door hun ouders en veel van die mensen zullen het ook weer aan hun kinderen hebben voorgelezen. Zelf heb ik het boek pas in 1998 voor het eerst gelezen. Ik heb het boek nu voor de vierde keer gelezen en zoals wel vaker bij echt goede boeken vind ik het na iedere herlezing nog beter dan de vorige keer dat ik het las.

Pluk is een vriendelijk en behulpzaam jongetje met een klein rood kraanwagentje dat altijd in de stad rondrijdt op zoek naar mensen en dieren in nood om die dan te helpen. Nu zoekt hij een plek om te wonen. Hij vindt een plekje in het torentje van de Petteflet. Samen met vriendjes als: de Stampertjes, Aagje, meneer Pen, Dollie de duif, de Lispeltuut en Zaza de kakkerlak maakt hij allerlei avonturen mee.

Citaten:
Het begin van het boek:
- Pluk had een klein rood kraanwagentje. Hij reed er mee door de hele stad en hij zocht naar een huis om in te wonen. Af en toe stopte hij. En dan vroeg hij aan de mensen: "Weet u niet een huis voor me?" Dan dachten de mensen even na en zeiden: "Nee." Want alle huizen waren vol.
 Eindelijk reed Pluk naar het park. Hij zette z'n wagentje tussen twee bomen en ging op een bankje zitten.
 "Misschien kan ik vannacht in het park blijven slapen," zei hij hardop. "Dan slaap ik in m'n wagentje onder de boom ,,," En toen hoorde hij een stem boven zich. "Ik weet een huis voor je," zei de stem.
 Pluk keek op. Op een tak van de grote eikeboom zat een mooie dikke duif.
 "Het torentje van de Petteflet staat leeg," zei de duif.
 "Dank je wel," zei Pluk en hij nam z'n petje af. "Waar is de Petteflet? En hoe heet je?"
 "Ik ben Dollie," zei de duif. "En de Petteflet is hier vlak bij. Dat hele hoge flatgebouw daar ... zie je wel? Daar boven op is een torentje. En in dat torentje is een kamertje. En daar woont niemand in. Als je vlug bent, kun je in dat kamertje trekken. Maar je moet wel opschieten want anders is het misschien al weer bewoond."
 
Over Zaza, de kakkerlak:
- Wanneer hij ging ontbijten, riep hij eerst Zaza wakker. Het was werkelijk een hele aardige en beleefde kakkerlak. Hij leefde van appelschilletjes en zelfs daarvan at hij nog maar een klein beetje, dus het was geen dure logé.
 
De introductie van Aagje:
- Toen de frieten op waren, zei vader Stamper: "Heb je Aagje al eens ontmoet?"
 "Nee," zei Pluk. "Wie is Aagje?"
 "Het is een klein meisje met een roze jurkje. Altijd een keurig schoon roze jurkje."
"O ja," zei Pluk. "Ik heb haar laatst op de buitengalerij zien staan. Ze verveelde zich geloof ik zo. Ik vroeg of ze mee ging spelen, maar ze wou niet."
 "Ze mócht niet ...," zei vader Stamper. "Het arme kind."
 "Mag ze niet spelen?" vroeg Pluk. 
 "Ze mag zich niet vuil maken," zei vader Stamper. "Aagje is het dochtertje van mevrouw Helderder. En ze mag nooit buiten spelen, want haar moeder is bang dat ze zich vuil zal maken."

- ... "Zie je dat eekhoorntje? Daar helemaal boven in?"
 "Ja," zei Pluk. "Maar ik zie er helemaal niets bijzonders aan."
 Vlak bij hem was er een geritsel in de takken. Het was Dikke Dollie. "Zo, zijn jullie daar eindelijk?" zei ze. "En heb je 'm gezien? Het stakkertje."
 "Stakkertje?" vroeg Pluk. "We zien enkel een eekhoorntje."
 "Dat is 'm!" riep Dollie. "Dat is Duizeltje. Een heel treurig geval. Hij heeft hoogtevrees."
 "Hoogtevrees?" vroeg Pluk. "Een eekhoorn met hoogtevrees?"
 "Ja, is het niet dieptreurig? Het komt maar een heel enkele keer voor bij eekhoorntjes. Hij durft niet te klimmen. Nooit. Nou, je begrijpt wel dat hij vreselijk wordt uitgelachen door z'n familie. En daarom heeft hij het voor één keertje geprobeerd. Nu zit hij helemaal boven in ... maar hij durft niet meer naar beneden. Dus help 'm Pluk. Met je kraan!"
 
Als Aagje smerig is:
- "Ik durf nooit meer naar huis ..." jammerde Aagje.
 "Onzin," zei meneer Pen. En ineens sloeg hij met z'n hand tegen z'n voorhoofd en riep: "Ik weet het! Hiernaast is de Hou-maar-áán-stomerij!"
 "Wat is dat?" vroeg Pluk.
 "Kom maar mee," zei meneer Pen. "Het is een stomerij waar je je kleren niet hoeft uit te trekken. Ze worden gestoomd terwijl je ze aanhoudt. Vandaar de naam. Hou-maar-áán-stomerij!" ...
 
- Maar toen Pluk al buiten was, op de gang, kwam het kleinste Stampertje hem hijgend achterna en zei: "Wil je asjeblieft even terugkomen? Onze televisie doet het niet."
 "Waarom moet ik dan terugkomen?" vroeg Pluk.
 "We dachten ... jij bent zo knap ...," zei het Stampertje. "Misschien kun jij 'm even maken."
 "Ik? Ik weet helemaal niets van teeveetoestellen," zei Pluk. "Helemaal niets!"
 "Toe nou ...," zei het Stampertje. "Kom toch maar eventjes kijken."
 Zuchtend stapte Pluk weer mee naar binnen.
 Vader Stamper en alle kleine Stampertjes verdrongen zich om het toestel.
 "Daar is Pluk! Pluk zal 'm wel weer goedkrijgen!" riepen ze.
 "Ik heb echt geen verstand van een televisietoestel," zei Pluk. "Jullie moeten er een man bij halen, 't is echt te moeilijk voor 'n gewoon mens, want ..." Toen zag hij dat het snoer los hing. De stekker zat niet in het stopcontact. Hij stak 'm erin. En even later kwam er geluid. En daarna het beeld.
 
- "O ja?" zei de wolf. "Zou dat het zijn? Ik dacht het kwam door de kool en de geit." 
 "Wat? Wat gebeurde er dan met een kool en een geit?" 
 "Ik heb een keer een kool opgegeten," zei de wolf. 
 "Een kool? Maar wolven eten toch geen kool?" 
 "Nee, dat is zo. Maar deze kool zat in een geit. Hij was verpakt in een geit" 
 "Aha, je bedoelt dat je een geit hebt opgegeten?" 
 De wolf knikte. "Heel lang geleden ...," zei hij zacht en hij keek Pluk aan met schaamte in z'n ogen.
 "Praten we niet meer over ...,"  zei Pluk. "Per slot heb ik wel eens een kip opgegeten. Wél gebraden natuurlijk."

De tekst van Annie M.G. Schmidt is natuurlijk goed, maar wat "Pluk van de Petteflet" echt tot een geweldig boek maakt zijn de prachtige tekeningen van Fiep Westendorp. Ik ken weinig boeken met zo tot de verbeelding sprekende illustraties.

Bij veel mensen heerst de misvatting dat kinderboeken per definitie geen literatuur kunnen zijn. Ik vraag mij hardop af of er veel Nederlandstalige boeken voor volwassenen zijn die net zo veel indruk op mij hebben gemaakt als dit boek van het duo Schmidt en Westendorp. Het zijn er maar weinig.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 10 februari 2024

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 5

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 5 (Rusland, 1894-1903): 589 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2010): Uitgeverij van Oorschot: serie De Russische bibliotheek
 

 
De afgelopen anderhalve week heb ik het vijfde en laatste deel van de verzamelde verhalen van Tsjechov, in de vertaling van Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel, herlezen. Wat ik eerder over deel vier schreef geldt ook voor deel vijf, het behoort tot het allermooiste dat ik ooit heb gelezen. Als ik een keus moet maken voor het mooiste boek dat ik ooit gelezen dan is het of het vierde deel (op 1 februari besproken) of dit vijfde deel in deze vertaling of "De dertig beste verhalen van Tsjechov" in de vertaling van Hans Boland. Aansluitend heb ik vandaag nog de 62 bladzijden "Nawoord" gelezen uit de vijf delen met daarin een beknopte levensbeschrijving van Tsjechov en een overzicht van wanneer hij wat heeft gepubliceerd.
 
De eerste 4 delen van zijn verzameld werk worden steeds beter (ik heb ze allemaal met 5 sterren gewaardeerd), en deel 5 is even goed als deel 4. In de eerste 3 delen zijn de meeste verhalen vrij kort, terwijl in delen 4 en 5 vooral wat langere verhalen staan. Juist in zijn wat langere verhalen is Tsjechov op zijn best.
 
Verhalen die mij bijzonder aanspreken in dit deel 5 zijn: "Drie jaren", "Mijn leven", de drie verhalen met dezelfde verteller: "Een man in een etui", "Kruisbessen" en "Over de liefde" en verder "Een schatje" en vooral ook "De dame met het hondje" dat misschien wel het bekendste verhaal is van Tsjechov. 

De verhalen van Tsjechov kenmerken zich door hun beknoptheid, hun aangename sfeerbeschrijvingen, de luchtige verteltoon en het prachtige Nederlands waarin ze zijn vertaald. Gaat u ze vooral zelf lezen!
 
Citaten:
- Even later zaten Laptev en zijn zwager boven in de eetkamer te souperen. Laptev dronk een glaasje wodka en ging daarna aan de wijn, Panaoerov dronk niets. Hij dronk nooit en kaartte niet en had desondanks zijn vermogen en dat van zijn vrouw erdoorheen gejaagd en veel schulden gemaakt. Om in zo korte tijd zo veel uit te geven moet je geen hartstochten hebben maar iets anders, een of ander bijzonder talent. Panaoerov hield van lekker eten, van een goede bediening, van diners met muziek, speeches en buigende lakeien, die hij achteloos tien of wel vijfentwintig roebel fooi toewierp; hij deed altijd mee aan alle intekenlijsten en loterijen, stuurde vrouwelijke kennissen bloemen op hun verjaardag, kocht kopjes, glashouders, manchetknopen, dassen, wandelstokken, parfum, sigarettenpijpjes, pijpen, hondjes, papegaaien, Japanse snuisterijen, antiek; hij had zijden nachthemden, een bed van ebbenhout met paarlemoer, een echte Boechaarse ochtendjas en dergelijke, en dat kostte allemaal dagelijks, zoals hij het zelf uitdrukte, een "smijt"geld.

- "Als de poëzie niet de problemen behandelt die u belangrijk lijken," zei Jartsev, "kies dan publicaties over techniek, politierecht en financieel recht, lees wetenschappelijke artikelen. Waarom zou Romeo en Julia in plaats van over liefde moeten gaan over, zeg, vrijheid van onderwijs of desinfectie van gevangenissen, als daar speciale artikelen en handleidingen over zijn?"

- "U bent erg lief, moet ik u zeggen," begon hij. "Vergeeft u mij de culinaire vergelijking, maar u doet me denken aan een vers ingezouten augurkje, dat zogezegd nog naar de broeikas ruikt, maar al enig zout en een vleugje dille bevat. ..."
 
- "Moeders zien in hun kinderen iets buitengewoons, zo heeft de natuur het nu eenmaal ingericht," zei Joelia. "Een moeder kan hele uren bij het bedje staan kijken wat voor oortjes, oogjes en neusje haar kind heeft, en is verrukt. Als een buitenstaander haar kind kust, denkt de arme vrouw dat dat hem een groot genoegen verschaft. En een moeder praat over niets anders dan over haar kind. Ik ken die zwakheid van moeders en ik let op mezelf, maar mijn Olja is echt buitengewoon. Zoals ze kijkt wanneer ze drinkt! En hoe ze lacht! Ze is pas acht maanden, maar bij God, zulke intelligente ogen heb ik zelfs bij driejarigen nooit gezien."
 
- Op het dek van de boot van Odessa naar Sebastopol werd ik aangesproken door een tamelijk knappe heer met een rond baardje, die om vuur vroeg en zei: "Let u eens op die Duitsers, die bij de stuurhut zitten. Als Duitsers of Engelsen bij  elkaar komen, praten ze over de wolprijzen, de oogst, of persoonlijke dingen; maar als wij Russen bij elkaar zijn, praten we om een of andere reden alleen over vrouwen en over het hogere. Maar vooral over vrouwen."
 
- "Jawel,"hoorde ik terwijl ik insliep. "Jawel. Het komt allemaal door onze opvoeding, meneertje. In de steden komt de hele opvoeding en vorming van de vrouw erop neer dat er een dier van haar gemaakt wordt dat het mannetjesdier kan behagen en veroveren. Jawel." Sjamochin zuchtte. "Meisjes moeten samen met jongens opgevoed en onderwezen worden, zodat ze altijd bij elkaar zijn. Een vrouw moet zo opgevoed worden dat ze net als een man haar ongelijk kan bekennen, want nu heeft ze volgens haarzelf altijd gelijk. Maak een meisje vanaf de luiers duidelijk dat een man niet in de eerste plaats aanbidder en huwelijkskandidaat is, maar een naaste, een gelijke in alle opzichten. Leer haar logisch denken, generaliseren en maak haar niet wijs dat haar hersens minder wegen dan die van een man en dat ze daarom onverschillig mag zijn voor kunst, wetenschap en andere cultuurverschijnselen. ..."

- Voor mij, een zorgeloos wezen dat een rechtvaardiging zocht voor zijn voortdurende lediggang, waren die zomerse zondagochtenden op de Russische landgoederen altijd buitengewoon aantrekkelijk. Wanneer een groene tuin, nog vochtig van de ochtenddauw, geheel straalt van zonlicht en gelukkig lijkt, wanneer het rond een huis naar reseda en oleander geurt, de jeugd pas terug is uit de kerk en theedrinkt in de tuin, en wanneer iedereen zo aardig gekleed en vrolijk is, en wanneer je weet dat al die gezonde, weldoorvoede, mooie mensen de hele dag niets zullen doen, dan zou je willen dat het hele leven zo was.

- Ik was in een stemming alsof ik op iemands bevel met een speer op een beer afstapte.

- "Onder de heren was het beter," zei de vader onder het haspelen. "Je werkte en je at en je sliep. alles op z'n tijd. Het middagmaal was koolsoep en grutten, 's avonds ook koolsoep en grutten. Augurken en kool waren er bij de vleet, je kon eten zoveel je als je hartje begeerde. Er was ook meer strengheid. Iedereen kende z'n plaats."

- Marja en Fjokla bekruisten zich geregeld, gingen jaarlijks ter communie, maar begrepen er niets van. Ze hadden hun kinderen niet leren bidden, spraken niet met hen over God, brachten hun geen regels bij en verboden ze alleen om in de vastentijd vlees en melkspijzen te eten. In de andere gezinnen was het bijna net zo: er waren maar weinigen die geloofden, weinigen die er iets van begrepen. Tegelijkertijd hielden ze allemaal van de Heilige Schift, teder en eerbiedig, maar boeken hadden ze niet, er was niemand die ze kon lezen of uitleggen, en doordat Olga soms uit het evangelie voorlas, oogstte ze respect en werden zij en Sasja met "u" aangesproken.

- Hij was geboren en getogen in Moskou, hij kende het platteland niet, had zich nooit voor fabrieken geïnteresseerd en er nooit een van binnen gezien. Maar hij had weleens over fabrieken gelezen, was bij fabrikanten op bezoek geweest en had met hen gepraat; en als hij een fabriek vanuit de verte of van dichtbij zag, kwam elke keer de gedachte bij hem op dat alles er van buiten nu wel zo stil en vredig uitzag, maar dat je binnen vermoedelijk een onoverkomelijke achterlijkheid zou aantreffen, een bot egoïsme van de eigenaren, eentonig, ongezond werk van de arbeiders, geruzie, wodka, ongedierte. En nu de arbeiders zo eerbiedig en schrikachtig opzij gingen voor zijn rijtuig kon hij van hun gezichten, hun petten en hun manier van lopen de fysieke onreinheid, dronkenschap, nervositeit en verdwazing aflezen.

- Zijn ruime, inderdaad bittere ervaring had hem lang geleden al geleerd dat iedere affaire, die in het begin altijd zo'n aangename afwisseling in het leven brengt en een aardig en luchtig avontuurtje lijkt, bij fatsoenlijke mensen en vooral bij Moskovieten, die moeilijk ergens warm voor lopen en zo besluiteloos zijn, steevast uitgroeit tot één groot, uiterst ingewikkeld probleem en dat de toestand uiteindelijk onhoudbaar wordt. Maar bij iedere nieuwe ontmoeting met een interessante vrouw ontglipte deze ervaring op een of andere manier zijn geheugen, kreeg hij zin in het leven en leek alles zo simpel en vermakelijk.

- Ook dit legde hij uit. Terwijl hij zo praatte bedacht hij dat hij nu onderweg was naar een rendez-vous, dat geen mens er weet van had en dat waarschijnlijk niemand er ooit van zou weten. Hij had twee levens: een openlijk leven, zichtbaar en bekend voor iedereen die het hoorde te zien en te kennen, vol conventionele waarheid en conventioneel bedrog, een leven dat als twee druppels water leek op dat van zijn kennissen en vrienden, en een ander leven, dat zich in het geheim afspeelde. En door een vreemde, misschien wel toevallige samenloop van omstandigheden speelde alles wat voor hem belangrijk, interessant en onmisbaar was, alles waarin hij oprecht was en zichzelf niet bedroog, alles wat de kern van zijn bestaan uitmaakte, zich in het geheim af, maar alles wat hij loog, het omhulsel waarin hij zich verschool om de waarheid te verbergen, zoals bijvoorbeeld zijn werk op de bank, de discussie op de club, zijn "inferieure ras", het aflopen van jubilea met zijn vrouw - dat alles was in de openheid. En naar zichzelf beoordeelde hij anderen, hij geloofde niet wat hij zag en veronderstelde altijd dat bij iedereen onder de sluier van een geheim, als onder de sluier van de nacht, zijn echte, meest interessante leven zich afspeelde. Elk persoonlijk bestaan is op geheimen gebaseerd, en misschien is dat voor een deel de reden dat een beschaafd mens zo krampachtig probeert te bewerkstelligen dat zijn persoonlijke geheim gerespecteerd wordt.

- "Sasja verweet me gisteren dat ik niets uitvoer, weet je nog?" zei hij na even gezwegen te hebben. "Tja, hij heeft gelijk! Helemaal gelijk! Ik voer niets uit en kan niks. Mijn schat, hoe komt dat? Waarom staat de gedachte alleen al me tegen om ooit een kokarde op te spelden en ergens in dienst te treden? Waarom word ik zo akelig als ik een advocaat of een leraar Latijn of een raadslid zie? O, moedertje Rusland! O, moedertje Rusland, hoeveel klaplopers en nuttelozen draag je nog met je mee! Wat lopen er veel mensen als ik op je rond, veelgeplaagd land!"
 Hij generaliseerde zijn eigen nietsdoen en zag daarin een teken des tijds.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 1 februari 2024

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 4

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 4 (Rusland, 1889-1894): 600 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2008): Uitgeverij van Oorschot, serie "De Russische bibliotheek"


 
Als ik een prijs zou mogen uitreiken voor het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen, dan is de kans groot dat die prijs naar dit vierde deel van de verzamelde werken van Tsjechov in de vertaling van Eekman, Prins en Stoffel zou gaan. In dit deel is Tsjechov op zijn allerbest. 

Verhalen uit dit deel die mij bijzonder aanspreken zijn onder meer "Een vervelende geschiedenis" en "Het duel" waaruit ik geciteerd heb, maar ook "Een spring-in-'t-veld", "Zaal 6" en "De zwarte monnik". Zoals ik al vaker heb gezegd: gaat u vooral zelf eens iets van Tsjechov lezen!
 
Citaten:
Uit "Een vervelende geschiedenis":
- ... Verwonderd als een kind kijk ik naar mijn vrouw. Ik vraag me verbaasd af: is die oude, zeer gezette, plompe vrouw met die botte gelaatsuitdrukking van kleine zorgjes en angst om een snee brood, met die blik die dof is van voortdurende gedachten aan schulden en geldgebrek, die alleen maar kan praten over uitgaven en alleen maar kan glimlachen om een koopje - is die vrouw werkelijk eens diezelfde slanke Varja geweest die ik hartstochtelijk lief kreeg om haar goede, heldere verstand, haar zuivere ziel, haar schoonheid en, zoals Othello Desdemona lief kreeg, om haar "medeleven" met mijn wetenschap? Is dit werkelijk mijn vrouw Varja, die mij eens een zoon heeft geschonken?

- De doctorandus krijgt van mij een onderwerp dat geen stuiver waard is, hij zal onder mijn toezicht een proefschrift schrijven waar geen mens op zit te wachten, het in een doodsaai dispuut met waardigheid verdedigen en een wetenschappelijke graad krijgen waar hij niets aan heeft.

- Ik heb Katja's voorliefde voor het toneel nooit gedeeld. Als een stuk goed is, hoef je volgens mij geen acteurs te belasten om de verlangde indruk te maken: men kan zich beperken tot lezen alleen. En als het stuk slecht is, maakt geen enkel toneelspel het goed.

- Varja en Liza hebben allebei een hekel aan Katja. Die hekel is onbegrijpelijk voor mij - om zoiets te begrijpen moet je waarschijnlijk een vrouw zijn. Ik verwed er mijn hoofd onder dat van de honderdvijftig jonge mannen die ik bijna dagelijks in mijn collegezaal zie, en van de honderd ouderen die ik wekelijks tegenkom, er nog niet één is die iets zou begrijpen van deze haat jegens Katja en die afkeer van haar verleden: haar buitenechtelijke zwangerschap en haar onwettige kind; en tegelijk kan ik me geen enkele mij bekende vrouw of meisje te binnen brengen die die gevoelens, bewust of instinctief, niet zou hebben.

- De studentenzonden ergeren me vaak genoeg, maar die ergernis is niets vergeleken met de vreugde die ik al dertig jaar ondervind wanneer ik met leerlingen in gesprek ben, hun college geef, hun onderlinge verhoudingen observeer en ze vergelijk met mensen uit andere kringen.
 
- ... Niet alleen artikelen, zelfs vertalingen die door serieuze Russische lieden gemaakt of geredigeerd worden vind ik lastig te lezen. De verwaande, minzame toon van de voorwoorden, de overdaad aan voetnoten van de vertaler, die me beletten me te concentreren, de vraagtekens en "sics" tussen haakjes die de royale vertaler door het hele artikel of boek strooit, komen me voor als een aanslag op zowel de persoonlijkheid van de auteur als op mijn zelfstandigheid als lezer.

Uit "Het duel":
- De vrienden kleedden zich aan en liepen naar het paviljoen. Daar was Samojlenko kind aan huis, ze hadden voor hem zelfs apart serviesgoed. Iedere ochtend kreeg hij op een dienblad een kop koffie, een hoog, geslepen glas met ijswater en een glaasje cognac; hij dronk eerst de cognac, dan de hete koffie, daarna het ijswater, en dat smaakte hem blijkbaar erg goed, want na het drinken gingen zijn ogen glimmen, hij streek met beide handen over zijn bakkebaarden en zei met een blik op de zee: "Een zeldzaam prachtig gezicht!"

- "... En wat de liefde aangaat - ik moet je zeggen dat leven met een vrouw die Spencer gelezen heeft en voor jou naar het einde van de wereld is gegaan even oninteressant is als met de eerste de beste Anfisa of Akoelina. Dezelfde lucht van strijkijzers, poeder en medicijnen, dezelfde papillotten iedere ochtend en hetzelfde zelfbedrog ..."

Von Koren over Lajevski:
- "Mensen worden beoordeeld naar hun daden," ging Von Koren voort. "Geeft u nu eens een oordeel, diaken ... Diaken, ik ga nu met u praten. Het optreden van de heer Lajevski ligt openlijk voor u uitgespreid, als een lange Chinese boekrol, en u kunt hem van begin tot eind lezen. Wat heeft hij gedaan in de twee jaar dat hij hier woont? We zullen het op onze vingers tellen. Ten eerste: hij heeft de inwoners van dit stadje vint leren spelen - twee jaar geleden was dat spel hier onbekend, nu speelt iedereen vint van de ochtend tot laat in de nacht, zelfs vrouwen en jongens; ten tweede: hij heeft de inwoners geleerd bier te drinken, dat hier ook onbekend was; verder hebben ze aan hem hun kennis van verschillende soorten wodka te danken, zodat ze nu geblinddoekt Kosjeljov-wodka van Smirnov-21 kunnen onderscheiden. Ten derde: vroeger leefde men hier in het geheim met andermans vrouw, uit dezelfde overwegingen waarom dieven in het geheim stelen en niet openlijk; overspel werd gezien als iets waarvoor je je schaamde om het aan de grote klok te hangen; Lajevski is in dat opzicht een pionier gebleken: hij leeft openlijk met andermans vrouw. Ten vierde ..."

Von Koren nogmaals over Lajevski:
- "... Lajevski is een tamelijk ongecompliceerd organisme. Dit is zijn zedelijke skelet: 's morgens pantoffels, in zee baden en koffie, dan tot het middagmaal pantoffels, lichaamsbeweging en gesprekjes, om twee uur pantoffels, middageten en wijn, om vijf uur baden, thee en wijn, dan vint en leugens, om tien uur souper en wijn, en na middernacht slapen en la femme. Zijn bestaan ligt besloten in dat enge programma, als een ei in zijn schaal. Of hij nu loopt of zit, boos wordt, schrijft, zich verheugt - alles draait om wijn, kaarten, pantoffels en vrouwen. ..."

- "... Begrijp toch, jij en mijn tante, dat mensenliefde niet in je hart moet zitten, niet in je maag en niet in je lendenen, maar hier!"
 Von Koren sloeg zich op het voorhoofd.

- "U zegt dat u een geloof hebt," zei de diaken. "Wat is dat voor geloof? Ik heb bijvoorbeeld een oom die pope is, en die gelooft zo sterk dat hij, als hij bij droogte in het veld om regen gaat bidden, een paraplu en een leren jas meeneemt om op de terugweg niet nat te regenen. ..."

- " ...Wel heb ik me, zoals ik nu tot mijn grote vreugde zie, vergist wat u betreft, maar ja, ook op een vlakke weg kan men struikelen, en zo is nu eenmaal het menselijk lot: als je je niet vergist in de hoofdzaak, zul je je vergissen in bijzaken. Niemand kent de werkelijke waarheid."

Nog drie losse citaten:
- Zoals je ook mensen hebt die altijd alleen maar intelligente en goede dingen zeggen, maar van wie je voelt dat het botteriken zijn.

- Hij hield naar zijn zeggen van Toergenjev, de troubadour van maagdelijke liefde, zuiverheid, jeugd en de droevige Russische natuur, al beminde hijzelf de maagdelijke liefde niet van nabij, maar van horen zeggen, als iets abstracts, iets dat buiten het werkelijke leven bestond.

- "Het huwelijk is een serieuze stap," zei Ippolit Ippolitytsj na enig nadenken. "Je moet alles beargumenteren, afwegen, zoiets doe je niet zomaar. Verstandig nadenken kan nooit kwaad, vooral niet als het om een huwelijk gaat, als je ophoudt vrijgezel te zijn en een nieuw leven begint."
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 5 van de verzamelde werken.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 14 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 2: Delen 1-3

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 1-3: Blz 1-198
 
De geschikte jongen by Vikram Seth

Twee lange citaten:
 
Een beschrijving van de bruiloft van Pran en Savita:
- Toen de kransen eenmaal waren uitgewisseld, schonk niemand verder veel aandacht aan de eigenlijke huwelijksrituelen. Die zouden nog bijna een uur lang doorgaan terwijl de gasten kwetterend over de gazons van Prem Nivas ronddrentelden. Ze lachten, ze drukten elkaar de hand of brachten hun handen samen tegen hun voorhoofd; ze versmolten tot groepjes, de mannen hier, de vrouwen daar; ze warmden zich bij de met houtskool gevulde stenen oventjes die strategisch in de tuin stonden opgesteld, terwijl hun gebabbel zich verdichtte tot opstijgende wolkjes; ze bewonderden de veelkleurige lichtjes; ze lachten gehoorzaam als de fotograaf in het Engels mompelde "Even zo blijven staan, alstublieft!"; ze snoven diep de geur van bloemen, parfum en gekruide gerechten op; ze wisselden geboortes, sterfgevallen, politieke nieuwtjes en schandalen uit onder het bontgekleurde baldakijn achter in de tuin waaronder op lange tafels eten stond uitgestald; met volgeladen borden vielen ze vermoeid neer op stoelen om onvermoeibaar toe te tasten. Bedienden, sommigen in witte livrei, anderen in kaki, brachten vruchtensap, thee, koffie en hapjes rond aan de gasten die in de tuin stonden: samosa's, kachauri's, laddu's, gulab-jamuns, barfi's, gajak en ijs werden geconsumeerd en aangevuld, samen met puri's en zes soorten groente. Vrienden die elkaar in maanden niet hadden gezien vielen elkaar onder luide kreten in de armen, verwanten die elkaar alleen op bruiloften en begrafenissen zagen omhelsden elkaar wenend en wisselden de laatste nieuwtjes over achterachterneven uit. Lata's tante uit Kanpur, ontzet over de huidskleur van de bruidegom, had het met een tante uit Lucknow over "de zwarte kleinkinderen van Rupa" alsof die er al waren. Ze maakten geweldige ophef over Aparna, ongetwijfeld het laatste blanke kleinkind van Rupa, en prezen haar nog toen ze pistache-ijs op haar lichtgele truitje van kasjmier morste. De onbehouwen dorpskinderen uit Rudhia renden schreeuwend rond alsof ze pitthu speelden op hun boerenerf. En de klaaglijke feestmuziek van de shahnai was weliswaar verstomd, maar de vrolijke stemmen rezen ten hemel in een uitgelaten getater dat de niet ter zake doende zang van de rituelen overstemde.
 
Een beschrijving van een rit door Brahmpur:
- De tonga had maar net genoeg ruimte om vooruit te komen tussen de ossewagens, riksja's, fietsers en de dichte drommen voetgangers op de weg en het trottoir, dat ze deelden met kappers die in de open lucht hun werk deden, waarzeggers, wiebelige theekraampjes, groentestalletjes, apentemmers, ooruitspuiters, zakkenrollers, loslopende koeien, een enkele slaperige, in verschoten kaki ronddrentelende politieagent, van zweet druipende mannen die onvoorstelbaar zware ladingen koperen of ijzeren stangen, glas of oud papier op hun rug vervoerden en er op de een of andere manier in slaagden met hun waarschuwingskreten - "Uit de weg! Uit de weg!" - de herrie te overstemmen, koperslagerijtjes en stoffenzaakjes (waarvan de eigenaars aarzelende klanten roepend en gebarend naar binnen trachtten te lokken), de smalle gebeeldhouwde stenen ingang van de Engelstalige Tinny Tots School die uitkwam op de binnenplaats voor de verbouwde haveli van een aan lager wal geraakte vorst, en bedelaars - jong en oud, agressief of gelaten, leproos, verminkt of blind - die bij het vallen van de avond stilletjes de Nabiganj bezetten en aan de politie probeerden te ontkomen terwijl ze de rijen voor de bioscopen afwerkten. Er krasten kraaien, in vodden gehulde kleine loopjongens renden af en aan (eentje hield, tussen de menigte door zigzaggend, een goedkoop blikken dienblad met zes vuile glaasjes thee in de lucht), aapjes sprongen kwetterend rond in het ritselende lover van een grote pipalboom en trachtten om onoplettende klanten te beroven wanneer ze wegliepen van het goedbewaakte fruitstalletje, vrouwen schuifelden met of zonder bijbehorende man rond in anonieme boerka's of kleurige sari's, bij een chaat-kraampje hingen een paar studenten die elkaar van nog geen halve meter afstand toescheeuwden, uit gewoonte of om zich verstaanbaar te maken, schurftige, bijterige honden werden weggetrapt, graatmagere , mauwende katten kregen stenen naar hun kop en overal streken vliegen neer: op stinkende hopen rottend afval, op de onbedekte lekkernijen van de snoepkraam, waar in enorme ronde pannen verrukkelijke jalebi's lagen te sissen in de ghee, op de gezichten van de in sari geklede - maar niet op die van de in boerka gehulde - vrouwen, en rond de neusgaten van het paard dat met zijn door oogkleppen afgeschermde hoofd schudde terwijl het zich door Oud-Brahmpur een weg naar de Barsaat Mahal probeerde te banen.
 
Ik geef nog een aantal kortere citaten plus een langer citaat ter afsluiting:

- "Wie was die Cad met wie je stond te praten?" vroeg ze nieuwsgierig aan Lata.
 Dat was minder erg dan het klonk. De studenten van Brahmpur bedoelden er niet mee dat de man in kwestie een cad, een schoft, was, maar gebruikten het woord - afgeleid van Cadbury Chocolate - als jargon voor knappe jongens.

- Met Ma valt niet redelijk te praten, ze zet gewoon de waterlanderskraan open.

- De traag bewegende rug van de ayah ergerde Meenakshi om de een of andere reden en ze dacht: We moeten de T.B. echt vervangen. Ze is volkomen nodeloos seniel. T.B. was de afkorting die Arun en zij voor de ayah gebruikten en Meenakshi lachte van plezier toen ze terugdacht aan die keer aan het ontbijt dat Arun van het cryptogram in de Statesman had opgekeken om te zeggen: "Zeg, werk die tandeloze bes eens de kamer uit. Zo smaakt mijn omelet me niet." Sindsdien was Miriam altijd de T.B. gebleven. Het leven met  Arun zat vol met zulke heerlijke onverwachte momenten dacht Meenakshi. Kon het maar altijd zo zijn.

- Maan was dol op Bhaskar en mocht hem graag rekensommen toewerpen, zoals je een afgerichte zeehond een bal toewerpt.

- Toen mijn vriendin Priya op de bruiloft van Pran kwam zag de tuin er zo mooi uit dat ze zei: "Ik heb het gevoel alsof ik uit een kooi ben gelaten." Zij heeft niet eens een daktuin, het arme kind. En ze mag nog bijna nooit het huis uit ook. "Met de draagstoel erin, op de lijkbaar eruit", zo vergaat het de schoondochters daar in huis.

Malati noemt een jongen die belangstelling voor Lata heeft een "Arm gekookt aardappeltje".

- ... en lachte toen naar Nowrojee, die wegdook in zijn stoel als een musje dat schuilt voor een orkaan.

- "En wat was dat andere verhaal dat je me zou vertellen, over Akbar en Birbal?" vroeg Lata.
 "Akbar en Birbal?" vroeg Kabir.
 "Niet vandaag - bij het concert."
 "O" zei Kabir. "Heb ik dat gezegd? Maar daar zijn zoveel verhalen over. Over welk had ik het dan? Ik bedoel, in wat voor verband zei ik het dan?"
 Hoe is het mogelijk dat hij zich die opmerkingen van hem die ik nog zo goed weet zelf niet herinnert? dacht Lata.
 "Volgens mij kwam het omdat mijn vriendinnen en ik je aan kwetterende papegaaien deden denken."
 "O. ja." Het gezicht van Kabir lichtte op bij de herinnering. "Het verhaal gaat als volgt. Akbar verveelde zich, dus vroeg hij zijn hovelingen hem eens iets echt verbazingwekkends te vertellen - maar dan niet iets wat ze van horen zeggen hadden, maar wat ze zelf hadden meegemaakt. Het verbazingwekkendste verhaal van allemaal zou een prijs krijgen. Zijn hovelingen en raadsheren kwamen aandragen met een keur van verbazingwekkende feiten - de gebruikelijke. De een vertelde dat hij een olifant doodsbang had zien trompetteren bij de aanblik van een mier. De ander dat hij een schip  door de lucht had zien vliegen. Weer een ander dat hij een sjeik had ontmoet die begraven schatten in de grond kon zien liggen. De volgende dat hij een buffel met drie koppen had gezien. Enzovoort, enzovoort. Toen Birbal aan de beurt was, zweeg hij. Ten slotte gaf hij toe dat hij die dag op weg naar het hof iets ongebruikelijks had gezien: een stuk of vijftig vrouwen die bij elkaar zaten onder een boom, zonder een woord te zeggen. Iedereen was het er meteen over eens dat de prijs aan Birbal toekwam." Kabir gooide schaterend zijn hoofd in zijn nek.
 
Lees verder in deel 3 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 7 oktober 2023

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 3

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 3 (Rusland, 1887-1888): 598 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel (2006): Uitgeverij van Oorschot, serie de Russische bibliotheek
 

 
Er is niets wat ik met zoveel plezier lees als de verhalen van Tsjechov. Deze verhalen zijn ook eindeloos herleesbaar. Ik ben nu voor de vierde keer bezig met het lezen van de verzamelde verhalen en een aantal verhalen heb ik al zes keer gelezen.
 
In het derde deel van zijn verzamelde werken, die geschreven zijn in 1887 en 1888, is Tsjechov goed op dreef. Er staan prachtige verhalen in als "Verotsjka", "De rechercheur", "Volodja", "De kus", "Kasjtanka", geschreven vanuit het perspectief van een hondje, "De naamdag" en vooral het lange verhaal "De steppe" dat één van de absolute hoogtepunten uit het oeuvre van Tsjechov is. Maar eigenlijk zijn alle verhalen uit dit deel de moeite meer dan waard. Doe u zelf een plezier, ga Tsjechov lezen en neem er op uw gemak de tijd voor!
 
Citaten:
- In het algemeen heeft een frase, hoe fraai en diepzinnig ook, alleen effect op onverschillige mensen, maar ze kan niet altijd degenen bevredigen die gelukkig of ongelukkig zijn; daarom drukt het grootste geluk, het diepste ongeluk zich meestal uit zonder woorden: verliefde mensen begrijpen elkaar beter als ze zwijgen, en een bewogen, hartstochtelijke rede aan een graf beroert alleen buitenstaanders, terwijl de weduwe en de kinderen van de gestorvene hem koud en waardeloos vinden.
 
- "... Je houdt nooit zoveel van je dierbaren als wanneer je de kans loopt ze te verliezen."
 
- Ongelukkige mensen zijn egoïstisch, kwaadaardig, onbillijk, wreed en minder goed dan stommeriken in staat elkaar te begrijpen. Ongeluk verenigt niet, maar splijt, en zelfs waar je zou denken dat mensen verbonden moesten zijn door de gelijksoortigheid van hun smart komt het tot veel meer onrechtvaardigheid en wreedheid dan onder betrekkelijk tevreden mensen.
 
- Een levend organisme is in staat zich snel aan te passen, te wennen aan en zich vertrouwd te maken met de meest uiteenlopende omstandigheden, anders zou de mens elk ogenblik moeten voelen wat een irrationele basis zijn rationele handelingen vaak hebben en hoe weinig zinnige waarheid en overtuiging er nog te vinden is op zulke verantwoordelijke gebieden als onderwijs, rechtspraak en literatuur, waar de resultaten zo verschrikkelijk kunnen zijn ...
 
-  Vroeger waren de mensen eenvoudig, ze dachten minder na, daarom losten ze problemen ook moedig op. Wij denken te veel, de logica heeft ons aangevreten ... Hoe hoger ontwikkeld een mens is, hoe meer hij nadenkt en zich in allerlei finesses begeeft, des te besluitelozer en argwanender is hij en met des te meer angst pakt hij een zaak aan. 

- Hij beende door de kamer en ging door met zijn fantasieën. Hij bedacht: wat nu als zijn vrouw inderdaad mee zou gaan naar het buitenland? Het is zo prettig om alleen te reizen, of in het gezelschap van luchtige, zorgeloze vrouwen die bij het ogenblik leven en die niet de hele reis alleen maar over de kinderen denken en praten, zuchten, schrikken en beven bij elke kopeke die je uitgeeft. Ivan Dmitritsj stelde zich zijn vrouw voor in een treincoupé met een hele lading bundeltjes, mandjes en pakjes; ze zucht ergens over en klaagt dat ze van de reis hoofdpijn heeft, dat ze veel geld kwijt is; om de haverklap moet hij er bij een station uit om thee, boterhammen of water te halen ... Uit eten gaan, dat kan niet, dat is te duur ...

- Op de verdieping boven hen was een energiek manspersoon, waarschijnlijk een conservatoriumleerling, op de piano een rapsodie van Liszt aan het instuderen met zoveel vuur dat het was of er een goederentrein over het dak reed. [Bij het lezen van deze passage moest ik aan een vriend denken die ruzie had met zijn buurman omdat hij op de meest onmogelijke tijden piano speelde]

- Niet iedereen verstaat de kunst om op tijd zijn mond te houden en op tijd weg te gaan. Het gebeurt niet zelden dat zelfs diplomatieke lieden met een wereldse opvoeding niet merken dat hun aanwezigheid in de vermoeide of druk bezette gastheer een gevoel opwekt dat op haat lijkt, en dat dat gevoel krampachtig verhuld en met leugens overdekt wordt.

- Een woord is geen mus: als het naar buiten is gevlogen vang je het niet meer.

- Pavel Vasiljevitsj hield alleen van zijn eigen schrijfsels, als hij die van anderen moest lezen of aanhoren, hadden ze op hem altijd de uitwerking van een vuurmond die recht op zijn gezicht was gericht.
 
- "Dus vóór de pastei een borrel," vervolgde de griffier halfluid; hij liet zich zo meeslepen dat hij als een zingende nachtegaal niets hoorde dan zijn  eigen stem 

- Het oude vrouwtje is in de hele woning de enige die de moed niet laat zakken. Haar verleden indachtig is ze smerig en zwaar werk gaan doen. Op vrijdagen schrobt ze bij de joden in de bank van lening de vloeren, op zaterdagen wast ze bij kooplui aan huis en op zondagen rent ze van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat de stad af op zoek naar weldoensters. Iedere dag heeft ze wel een karweitje. Ze wast en ze schrobt vloeren, helpt kinderen ter wereld, koppelt, bedelt. Weliswaar laat zij van ellende evenmin de fles staan, maar ook dronken vergeet ze haar plichten niet. Rusland telt veel van zulke taaie oudjes, en hoeveel welzijn hangt er wel niet van hen af!
 
- "Nee heus!" onderbreekt de conducteur hem. "Niemand is verontwaardigd, niemand protesteert! En waarom? Heel simpel! Schurkenstreken wekken alleen verontwaardiging en vallen alleen dan op als het incidenten zijn, als ze de orde verstoren; maar hier, waar ze, met permissie, allang vaste prik zijn en aan de basis liggen van diezelfde orde, waar iedere biels er de sporen van draagt en ernaar ruikt, worden ze al te snel een gewoonte! Jazeker!"
 
- In de avondnevel is alles zichtbaar, maar de kleur en de omtrekken van de dingen laten zich moeilijk onderscheiden. Alles doet zich anders voor dan het is. Onder het rijden zie je ineens voor je, pal aan de weg, een silhouet staan dat op een monnik lijkt; hij beweegt niet, wacht en houdt iets in zijn handen ... Het zal toch geen struikrover zijn? De gestalte komt naderbij, groeit, daar is hij op gelijke hoogte met de brik, en dan zie je dat het geen mens is, maar een eenzame struik of een grote kei. Zulke onbeweeglijke figuren staan op de heuvels iemand op te wachten, verschuilen zich achter grafheuvels, steken hun hoofd uit het onkruid, en allemaal lijken ze op mensen en wekken ze argwaan.
 
- Onder het eten was een algemeen gesprek gaande. Uit dit gesprek begreep Jegoroesjka dat al zijn nieuwe kennissen ongeacht het verschil in jaren en karakters één ding gemeen hadden dat hen op elkaar deed lijken: het waren allemaal mannen met een schitterend verleden en een heel akelig heden; over hun verleden praatten ze stuk voor stuk enthousiast, maar voor het heden koesterden ze bijna verachting. Een Rus mag graag herinneringen ophalen, maar leven doet hij niet graag; Jegoroesjka wist dit nog niet, en voordat de gierstebrij op was, geloofde hij al heilig dat de mannen rond de ketel door het lot vertrapt en gekrenkt waren.

- Aan de gierstebrij zei niemand iets, allen dachten na over wat ze zojuist hadden gehoord. Het leven is  griezelig en wonderbaarlijk, dus wat voor griezelverhaal je in Rusland ook vertelt, hoe je het ook verfraait met roversnesten, lange messen en wonderen - in het hart van de toehoorder zal het altijd klinken als een echo uit het echte leven, en alleen wie zeer onderlegd is in de letteren zal wantrouwend een wenkbrauw ophalen, maar er dan toch het zwijgen toe doen.

- Vader Christofor en Ivan Ivanytsj waren klaar met theedrinken en zaten te fluisteren. De eerste glimlachte gelukzalig en kon er blijkbaar maar niet over uit dat hij met de wol zo'n mooie winst had gemaakt; het was niet zozeer de winst zelf die hem blij maakte, als wel de gedachte dat hij, eenmaal thuis, heel zijn grote gezin bijeen zou roepen, listig zou knipogen en in schateren uitbarsten; eerst zou hij iedereen foppen en zeggen dat hij de wol onder de kostprijs had verkocht, maar daarna zou hij zijn schoonzoon Michajlo zijn dikke portemonnee geven en zeggen: "Hier pak aan! Zo moet je zaken doen!"

- Wat moet ik tegen hem zeggen? dacht ze. Ik zal zeggen dat liegen als een bos is: hoe verder je erin gaat, hoe moeilijker je eruit komt.

- Olga Michajlovna praatte aan één stuk door. Ze wist uit ervaring dat het, als je gasten moest bezighouden, veel makkelijker en prettiger was te praten dan te luisteren. Als je praat, hoef je niet op te letten, geen antwoorden op vragen te verzinnen en niet van gelaatsuitdrukking te wisselen.
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 4 van de verzamelde werken.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 28 augustus 2023

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 2

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 2 (Rusland, 1885-1886): 570 blz: Vertaald door Tom Eekman & Aai Prins & Anne Stoffel (2005): Uitgeverij Van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
 

 
Hoe vaker ik de verhalen van Tsjechov lees, hoe meer ik besef dat Tsjechov mijn absoluut favoriete schrijver is, in ieder geval de schrijver die ik het liefste lees.
 
Ik heb in 2017 een stukje geschreven over de 5 delen verzameld werken van Tsjechov in zijn geheel. Iets meer dan een jaar geleden heb ik een stukje geschreven over de 30 beste verhalen van Tsjechov, vertaald door Hans Boland. Afgelopen mei heb ik een stukje geschreven over de verzamelde werken: deel 1 en nog een apart stukje over "Drama op de jacht", de enige roman die Tsjechov heeft geschreven, die ook in deel 1 staat. 

Als je de verhalen van Tsjechov wilt lezen, dan zou ik aanraden om te gaan voor de volledige editie van de Russische bibliotheek in 5 delen verzameld werk en dan gewoon beginnen met deel 1. De verhalen in de daarop volgende delen worden steeds beter en zo kun je mooi het schrijverschap van Tsjechov volgen. Maar onafhankelijk van wie de verhalen van Tsjechov vertaald heeft, ze behoren altijd tot het mooiste wat er in het Nederlands aan verhalen is gepubliceerd!
 
Citaten:
Uit het verhaal "Datsjabewoners":
- Bij het zien van de oom en zijn familie schrokken de echtelieden zich een ongeluk. Terwijl oom praatte en hem begroette zag Sasja al een heel tafereel voor zich: zijn vrouw en hij zouden de gasten hun drie kamers afstaan, kussens, beddegoed, de balyk, de sardientjes en de kvassoep zouden in één seconde verorberd worden, de neefjes zouden de bloemen plukken, de inktpot omgooien, lawaai schoppen, en tante zou dagenlang over haar ziekte praten (lintworm en pijn in haar zij) en over het feit dat zij een geboren barones von Fintich was ...

Een jager:
- Wat jagen aangaat kan geen mens aan mij tippen ... En dat ik terugschrik voor jullie boerenbezigheden, dat is niet uit verwendheid, niet uit trots. Weet je, ik heb vanaf mijn vroegste jeugd niets anders gekend dan geweren en honden. Neem je m'n geweer af, dan pak ik een hengel, neem je mijn hengel af, dan jaag ik met mijn handen. En ik heb ook in paarden gehandeld, ik stroopte de markten af als ik geld had, en je weet zelf, als een boer eenmaal een jager of een paardenman is geworden, zeg dan maar dag tegen de ploeg. Als de vrije geest er eenmaal in zit, dan is die er niet meer uit te branden.

- Kamysjev eet en zit zoals gewoonlijk te leuteren:
 "De dood!" zegt hij, de tranen wegvegend die te voorschijn zijn gekomen na een rijkelijk met mosterd besmeerd stuk ham. "Oef! Een klap tegen mijn hoofd en al mijn gewrichten. Dat heb je niet met uw Franse mosterd, al eet je de hele pot leeg."
 "De een houdt van Franse, de ander van Russische ..." verklaart Champougne lankmoedig.
 "Niemand houdt van Franse, alleen de Fransen. En een Fransman eet alles wat je hem voorzet: kikkers, ratten, kakkerlakken ... brr! U vindt bijvoorbeeld die ham niet lekker, omdat die Russisch is, maar geef u gebraden glas en zeg dat het Frans is, en u begint te smikkelen ... Alles wat Russisch is, vindt u vies."

- Wat is dat toch voor duivel in de Rus, denk ik! Zolang je vrij bent en studeert, of zelfs als je werkeloos rondhangt, kun je een glas met hem drinken, hem zelfs op de buik kloppen en met zijn dochter aanpappen, maar zodra je in een ook maar enigszins ondergeschikte verhouding tot hem komt, weet dan je plaats ...

- "Ja ..." vervolgde oom. "Bemin, trouw ... doe domme dingen. Domme dingen zijn veel vitaler en gezonder dan onze inspanningen en jacht op een zinvol leven."

- Sofja Petrovna vertelde later dat er in haar binnenste "een chaos heerste die zich even moeilijk liet ontwarren als een snelle zwerm mussen te tellen is."

- De dromende schilder krijgt de behoefte zijn verwachtingen en dromen met iemand te delen. Hij loopt de trap af naar de keuken, waar in de walmen van de samowar de dikke weduwe en Katja bij de donkere kachel in de weer zijn. Hij gaat naast een grote pot op een bankje zitten en steekt van wal: "Het is goed een kunstenaar te zijn! Ik ga waarheen ik wil; ik doe wat ik wil. Ik hoef niet op kantoor te zitten, het land niet te ploegen ... Ik heb geen baas, geen meerderen ... Ik ben mijn eigen meerdere. En buiten dat ben ik de mensheid van nut!"

- Drank maakt de mens goedmoediger en verzoent hem met de zonde ...

- Op een prachtige ochtend werd collegeassessor Kirill Ivanovitsj Vavilonov begraven na te zijn overleden aan twee heden ten dage in ons vaderland zo wijdverbreide ziekten: een kwaadaardige echtgenote en drankzucht.

- "... Hebt u ergens gestudeerd, mevrouw?"
 "Ja, in Novotsjerkassk, op het Don-instituut."
 "Maar echte colleges hebt u niet gelopen? Dan weet u dus niet wat wetenschap is. Alle wetenschappen die er op de wereld zijn hebben maar één en hetzelfde paspoort, zonder dat paspoort beschouwen ze zich als ondenkbaar: het streven naar waarheid! Elke wetenschap, zelfs iets als farmacognosie, heeft niet het nut als doel, niet het gerief in het leven, maar de waarheid. ..."
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 3 van de verzamelde werken.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 31 mei 2023

J.M. Roberts: The Illustrated History of the World: Delen 6-10

J.M. Roberts: The Illustrated History of the World: Deel 6: The Making of the European Age (Groot-Brittannië, 1998): 179 blz: Uitgeverij Time-Life
 
The Making of the European Age (The…
 
J.M. Roberts: The Illustrated History of the World: Deel 7: The Age of Revolution (Groot-Brittannië, 1998): 179 blz: Uitgeverij Time-Life
 
The Age of Revolution (The Illustrated…
 
J.M. Roberts: The Illustrated History of the World: Deel 8: The European Empires (Groot-Brittannië, 1998): 179 blz: Uitgeverij Time-Life
 
The European Empires (The Illustrated…
 
J.M. Roberts: The Illustrated History of the World: Deel 9: Emerging Powers (Groot-Brittannië, 1998): 179 blz: Uitgeverij Time-Life
 
Emerging Powers (The Illustrated History of…
 
J.M. Roberts: The Illustrated History of the World: Deel 10: The New Global Age (Groot-Brittannië, 1998): 179 blz: Uitgeverij Time-Life
 
The New Global Era (The Illustrated History…
 
Ik heb de afgelopen week de laatste 5 delen van de geïllustreerde wereldgeschiedenis van de Britse historicus J.M. Roberts herlezen. De eerste 5 delen van deze serie zijn in het Nederlands vertaald en in één band uitgegeven onder de titel "Wereldgeschiedenis", die ik een jaar geleden heb besproken. De laatste 5 delen van de serie zijn niet in het Nederlands vertaald en heb ik nu in losse Engelstalige uitgaven herlezen.
 
De "Illustrated History of the World" is een prachtige serie. Ieder deel van de serie is uniform van opzet. Het zijn mooie hardcovers met een stofomslag, ze tellen elk 179 bladzijden tekst met daarnaast nog een tijdkaart, een uitgebreide inhoudsopgave van het betreffende deel, een korte inhoud van de hele serie en een uitgebreide index.
 
De tekst van de serie is een bewerking van de de tekst van de ééndelige uitgave die Roberts voor het eerst in 1976 publiceerde. De tekst is informatief, vertelt niet te weinig en ook niet te veel. Wat mij betreft is deze wereldgeschiedenis precies goed, zeker als je een redelijk overzicht van de wereldgeschiedenis in je hoofd hebt, maar niet al teveel detailkennis.

De kaarten bij de serie zijn voortreffelijk, de overige afbeeldingen zijn vaak mooi en interessant, maar in mijn ogen niet altijd even relevant. Al met al een prachtige serie boeken!

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

vrijdag 19 mei 2023

Anton P. Tsjechov: Drama op de jacht

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 1 (Rusland, 1880-1885): 564 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2005): Uitgeverij van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
 

 
"Drama op de jacht" is met 178 bladzijden het langste stuk fictie en de enige roman die Tsjechov heeft geschreven. Het is opgenomen als het laatste stuk in het eerste deel van het verzameld werk.
 
Op de redactie van een tijdschrift komt een man binnen met een manuscript dat hij gepubliceerd wil zien. Hij zegt dat hij het geschreven heeft uit financiële overwegingen, maar al vrij snel blijkt dat het hem om wat anders te doen is.
 
"Drama op de jacht" is het verhaal van die man, afgewisseld met aantekeningen van Tsjechov over het manuscript. Het is een spannend verhaal met prachtige persoons-, sfeer- en natuurbeschrijvingen. Het gaat over de liefde, met een vrouw waar drie mannen omheen draaien. Ik vind "Drama op de jacht" zeker niet het beste dat Tsjechov heeft geschreven, maar het is zonder meer een zeer onderhoudende roman die erg prettig leest, mede dankzij de prachtige vertaling.
 
Citaten:
- Beginnende schrijvers en anderen die niet zijn ingewijd in de redactionele geheimen en bij het woord "redactie" een heilig ontzag voelen, laten meestal geruime tijd op zich wachten. Na het "laat maar binnen" van de redacteur moeten ze langdurig kuchen, dan snuiten ze langdurig hun neus, doen langzaam de deur open, komen nog langzamer binnen en dat kost behoorlijk veel tijd.
 
- Mijn papegaai heet geen Lorre of zoiets voor vogels gebruikelijks, maar Ivan Demjanytsj. Dat is puur toeval. Op een dag deed mijn bediende Polikarp bij het schoonmaken van de kooi een ontdekking zonder welke mijn edele vogel nog steeds Lorre zou heten ... De luiwammes kwam zomaar ineens op de gedachte dat de snavel van mijn papegaai erg leek op de neus van onze dorpswinkelier Ivan Demjanytsj, en sindsdien draagt de papegaai voorgoed de voor- en vadersnaam van de langneuzige winkelier.

- De graaf en ik zijn leeftijdsgenoten. We zijn allebei afgestudeerd aan dezelfde universiteit, we zijn allebei jurist en we weten allebei erg weinig: ik weet nog wel iets, maar de graaf heeft alles wat hij ooit geweten heeft in de alcohol verdronken.

- "Tast toe ... Op doorreis in Moskou bij Einem gekocht. Maar ik ben boos op je, Serjozja, zo boos, dat ik bijna ruzie met je wilde maken!.. Niet alleen dat je me in die twee jaar geen letter hebt geschreven, maar je hebt zelfs niet één brief van me willen beantwoorden! Wat ben jij nou voor vriend!"
 "Ik kan geen brieven schrijven," zei ik, "en trouwens, ik heb ook geen tijd om te corresponderen. En wat had ik je dan moeten schrijven, kun je me dat zeggen?"
 "Er is toch zo veel?"
 "Heus, er was niets. Ik erken maar drie soorten brieven: liefdesbrieven, felicitaties en zakenbrieven. De eerste heb ik je niet geschreven omdat je geen vrouw bent en ik niet verliefd op je ben, de tweede heb je niet nodig en van de derde blijven wij verschoond omdat we nog nooit samen zaken hebben gedaan."
 
- Dennen zijn saai in hun zwijgende eenvormigheid. Ze zijn allemaal even groot, lijken op elkaar en zien er in alle jaargetijden hetzelfde uit, want ze kennen noch dood, noch vernieuwing in de lente. Maar aan de andere kant zijn ze aantrekkelijk door hun somberheid: onbeweeglijk, geluidloos, alsof zij een mistroostige gedachte denken.

- Je kunt geen appels met peren kruisen, nuchter en dronken gaat niet samen ... De dronkaard stoort de nuchtere, de nuchtere stoort de dronkaard.

- Oerbenin bleef nog even zitten, nam toen afscheid en ging weg. Na zijn vertrek begonnen we aan de rode wijn. Die deed het hem echt. Hij gaf me precies de roes waarnaar ik verlangd had toen ik naar de graaf onderweg was. Ik werd uitermate opgewekt, beweeglijk, ongewoon vrolijk. Ik wilde een daad stellen, iets onnatuurlijks doen, iets geks, iets misleidends ... Ik kon, zo leek het mij, het hele meer overzwemmen, de ingewikkeldste zaak oplossen, iedere vrouw veroveren ... De wereld met al zijn levens bracht me in extase, ik hield ervan, maar tegelijk had ik zin om te vitten, giftige steken uit te delen, te treiteren ... Die malle zwartbewenkbrauwde Pool en de graaf moesten bespot worden, afgemaakt, de grond in geboord.

- En mijn gepoëtiseerde verbeelding wilde zichzelf niet lastig vallen met de gedachte aan winter en brood, die twee bekommernissen die dichters verjagen naar het koude, prozaïsche Petersburg en het onzindelijke Moskou, waar zij voor hun gedichten wel honoraria, maar geen inspiratie krijgen.

- Jonge drinkers weten hoe ze lange pauzes moeten korten. We dronken de hele tijd en aten telkens kleine beetjes ter stimulering van onze eetlust, die zou verdwijnen als we helemaal ophielden met eten.

- Ze is een bijzondere vrouw, zo een is zeldzaam, om  van haar uiterlijk nog maar te zwijgen. Een verstand van niks, maar zoveel gevoel, elegantie, frisheid! ... Niet te vergelijken met de gewone Amalia's, Angelica's en Groesja's van wier liefde ik tot nu toe gebruik maakte. Zij is iets uit een andere wereld, een wereld die ik niet ken.

- Ik ben ook veranderd. Mijn krachten laten me langzamerhand in de steek en ik voel de gezondheid en de jeugd uit mijn lichaam verdwijnen. Ik heb niet meer de fysieke kracht, de handigheid en het uithoudingsvermogen waar ik vroeger mee pronkte, toen ik nachten achtereen opbleef en hoeveelheden dronk die ik nu nauwelijks kan tillen.
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 2 van de verzamelde werken.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 1

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 1 (Rusland, 1880-1885): 564 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2005): Uitgeverij van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
 

 
Het eerste deel van de verzamelde werken van Anton Tsjechov bevat 69 voor het merendeel zeer korte verhalen uit de periode 1880 tot 1885 en zijn enige roman "Drama op de jacht" dat met 178 bladzijden het langste stuk fictie is dat Tsjechov ooit heeft geschreven.

Alle verhalen van Tsjechov vertellen veel met weinig woorden en hebben een luchtige stijl die mij zeer goed bevalt. Weinig verhalen uit dit eerste deel zijn op zich wereldschokkend, maar in zijn totaliteit laten deze verhalen een zeer aangename indruk achter. En dit is pas het begin van Tsjechov's schrijverschap, de verhalen uit de hierna volgende bundels worden steeds beter. Er moet ook gezegd worden dat het trio Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel de verhalen van Tsjechov in een prachtig Nederlands hebben vertaald.
 
Citaten:
- Dokter Toporkov was de vorsten Priklonski een doorn in het oog. Zijn vader was een lijfeigene geweest: Senka, de huisknecht van wijlen de vorst. Nikifor, zijn oom van moederszijde, was tot op heden de huisknecht van zijne hoogheid Jegoroesjka. En zelf had hij, dokter Toporkov, als klein kind oorvegen gekregen als de vorstelijke messen, vorken, laarzen en samowars slecht gepoetst waren. En nu was hij - tsja, is het niet idioot? - een voortreffelijke jonge dokter, hij leefde als een heer in een verduiveld groot huis en verplaatste zich in een tweespan, als om de Priklonski's te pesten die te voet gingen en lang marchandeerden als ze een rijtuig huurden.
 
- Een heldere, transparante, licht vriezende dag - een van die herfstdagen waarop je je gewillig schikt in zowel kou als vochtigheid en zware overschoenen. De lucht is helemaal doordrenkt van de geur van de herfst en zo helder dat je de snavel van een kraai op de hoogste klokketoren kunt zien. Ga naar buiten, en op je wangen verschijnt een grote, gezonde blos die doet denken aan een mooie appel uit de Krim.
 
- Mensen die beter worden, vooral jonge mensen, zijn altijd heel gelukkig. Ze voelen, beseffen dat ze gezond zijn - een gevoel en een besef dat een gewoon gezond mens niet heeft. Gezondheid is vrijheid, en wie anders dan een vrijgelaten slaaf weet van het besef van vrijheid te genieten?
 
- De eerste sneeuwbui viel, daarna de tweede, de derde, en voor lange tijd strekte een winter van krakende vorst, sneeuwhopen en ijspegels zich uit. Ik houd niet van de winter, en wie zegt dat hij er wel van houdt, geloof ik niet. Buiten is het koud, de kamers zijn rokerig en je overschoenen vanbinnen nat. Nu eens streng als een schoonmoeder, dan weer huilerig als een oude vrijster hangt de winter je met zijn betoverende maannachten, trojka's, jachtpartijen, concerten en bals al heel snel de keel uit, hij duurt te lang, zodat menig ontheemd en kwijnend leven erdoor vergald wordt.
 
- De vorstin zei dat ze kleingeld had en gaf het laatste dat ze bezat. Jegoroesjka en Kaleria aten en dronken en zagen niet hoe Maroesja's horloge, ringen en oorbellen stuk voor stuk naar de lommerd verdwenen, hoe haar dure japonnen verkocht werden aan voddenboeren.
 
- Een halfjaar later was men haar vergeten. Ook de dirigent. Iedere knappe artiest heeft heel wat vrouwen op zijn geweten, en om ze je allemaal te herinneren, heb je een te groot geheugen nodig.

- Toen de dwaze baron het gelach echter hoorde werd hij vuurrood van schaamte en greep hij naar zijn kale kop, waarschijnlijk vergetend dat daarop niet die haren meer groeiden waarop eens mooie vrouwen verliefd geworden waren.

- Mensen die voortdurend temidden van moerbeien, acacia's en klissen vertoeven geven niet om de natuur. Alleen aan datsjabewoners schonk God de gave om de schoonheden der natuur te waarderen, de rest van de mensheid verkeert wat die schoonheden betreft in diepe onwetendheid.

- Tjoelpanski stak een sigaar op nadat hij eerst aan de dame toestemming had gevraagd, waarbij hij grijnsde op een manier alsof hij minstens honderd tanden in zijn mond had zitten.
 
- Aleksej Alekseïtsj is een grote, stevige man met een gewichtige tred en een gladgeschoren opgeblazen gezicht dat doet denken aan een koeieuier.
 
- "Eh ... vertelt u eens, wat voor regering heeft Turkije?"
 "Wat een vraag ... een Turkse ..."
 "Hm! ... Een Turkse ... Dat is een rekbaar begrip. Men heeft daar een constitutionele regering. ..."
 
- Met moeite vonden wij het graf van de acteur Moesjkin. Het was verzakt, overgroeid met onkruid en bood niet meer de aanblik van een graf ... Een klein, goedkoop kruisje, verpieterd en bedekt met groen maar door de kou donker geworden mos, stond er als een triest en ziekelijk oud mannetje bij. 
 "-vergetelijke vriend Moesjkin," lazen wij.
 De tijd had het voorvoegsel on uitgewist en een mensenleugen gecorrigeerd.
 
- Nikodim Jegorytsj was naakt zoals alle naakte mensen, alleen had hij op zijn kale hoofd een pet. Uit angst voor stuwing in zijn hoofd en een beroerte zat hij altijd met een pet op in het stoomhok.

Een moeder zegt tegen haar dochters:
- Wat voor iemand hij ook is, je moet je neus niet voor hem ophalen. Ben je blut, dan heeft alles zijn nut.
 
Lees verder in mijn bespreking van "Drama op de jacht", het langste verhaal in dit eerste deel.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.