Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 2: In de schaduw van de bloeiende meisjes (Frankrijk, 1919): 542 blz: Uitgeverij de Bezige Bij: Vertaald in 1978 door C.N. Lijsen (Deel 1 Rondom Mme Swann (blz 1-226) en Deel 2 Plaatsnamen: de plaats (blz 227-414)) & Thérèse Cornips (Deel 3 Plaatsnamen: de plaats (vervolg) (blz 415-542))
Van
de 7 delen waaruit de romancyclus "Op zoek naar de verloren tijd" van
Marcel Proust bestaat is in mijn herinnering het 2e deel "In de schaduw
van de bloeiende meisjes", mijn favoriete deel. Nu bij het herlezen viel
het eerste gedeelte "Rondom Mme Swann" me wat tegen, maar was ik
opnieuw erg onder de indruk van delen 2 en 3 "Plaatsnamen: de plaats"
die zich afspelen in Balbec, een klein plaatsje aan de kust waar de
verteller in de ban raakt van een stel jonge meisjes die vriendinnen
zijn van elkaar, en van wie een van hen: Albertine, later zijn grote
liefde zal worden.
Marcel
Proust is een meester van de vergelijkingen. Door dit deel heen
staan vele prachtige vergelijkingen, zoveel zelfs dat het soms een
beetje teveel van het goede wordt. De verteller leert over de literatuur
van de schrijver Bergotte, over de muziek door de componist Vinteuil en
over de schilderkunst door de schilder Elstir. Maar het zijn vooral de
ontmoetingen met de groep meisjes die dit deel voor mij het mooiste deel
van de hele cyclus maken. Mocht je geen zin hebben om de hele "Op zoek
naar de verloren tijd" te gaan lezen, dan kun je ook beginnen met de
prachtige stripbewerking door Stéphane Heuet.
- En Françoise die het heerlijk vond geheel op te gaan in de edele kookkunst waar ze ongetwijfeld een bijzondere gave voor had, bovendien gestimuleerd door het vooruitzicht van een nieuwe gast, en wetend dat zij volgens methoden die zij alleen kende een "boeuf à la gelée" klaar moest maken, leefde al sinds de vorige dag in een soort scheppingsroes; daar zij buitengewoon veel belang hechtte aan de onberispelijke kwaliteit van de ingrediënten die bij de totstandkoming van haar meesterwerken een rol speelden, ging zij zelf naar de Hallen om het sappigste rundervlees, de mooiste schenkelstukken en de beste kalfspoten in te slaan, zoals Michelangelo acht maanden in de bergen van Carrara doorbracht om de volmaaktste marmerblokken voor het grafmonument van Julius de Tweede uit te zoeken.
-
... antwoordde de ambassadeur met een in gemoedelijkheid gehuld
sarcasme, waarbij hij om zich heen keek met een blik die door
zachtmoedigheid en discretie zijn boosaardigheid moest temperen en deze
daardoor juist heel handig versterkte.
-
Zo is het ook met de tijd in het leven. Om zijn voortgang merkbaar te
maken zijn romanschrijvers wel gedwongen de loop van de wijzer sterk te
versnellen en de lezer tien, twintig, dertig jaar in twee minuten te
laten doorlopen. Boven aan een bladzijde heeft men een hoopvolle minnaar
achtergelaten en onder aan de volgende vindt men hem terug als
tachtigjarige, die op de kleine met gras begroeide binnenplaats van een
bejaardenhuis moeizaam zijn dagelijkse wandeling maakt en nauwelijks
antwoord geeft op de aan hem gestelde vragen daar hij het verleden al
lang vergeten is.
-
... want een warme gezindheid jegens anderen overdrijft het goede even
graag, als de kwaadaardigheid er plezier in heeft iemand omlaag te
halen.
- Swann was trouwens blind voor alles wat Odette betrof, niet alleen voor de lacunes in haar opvoeding, maar ook voor de middelmatigheid van haar intelligentie. Sterker nog, telkens wanneer Odette een dom verhaal vertelde, luisterde Swann naar zijn vrouw met een toegeeflijkheid, een vrolijkheid, een bewondering bijna waarin vermoedelijk nog een restje erotiek meespeelde; terwijl alles wat hij zelf in datzelfde gesprek aan scherpzinnigheid, diepzinnigheid kan men wel zeggen, naar voren bracht, door Odette gewoonlijk zonder interesse, vluchtig en met ongeduld aangehoord en vaak genoeg ook nog hard tegengesproken werd. Men moet wel tot de conclusie komen dat een dergelijke onderwerping van de elite aan de banaliteit in veel huwelijken regel is, wanneer men bedenkt, hoe omgekeerd vele superieure vrouwen zich laten verblinden door een lomperik, die hun meest fijnzinnige opmerkingen onverbiddelijk de grond inboort terwijl zij, met de oneindige toegeeflijkheid van de liefde, niet kunnen nalaten in vervoering te raken over zijn flauwe moppen.
-
Met het onbevangen gezicht van een vrijdenker die in een kerk verzeild
is geraakt en die de gebruiken van de mis niet kent, maar opstaat als
alle anderen opstaan en neerknielt een moment nadat de anderen geknield
zijn, deed ik hen na.
-
Ik was als een arme die zijn droge brood met minder tranen besproeit
als hij tegen zichzelf zegt dat een vreemde hem straks misschien zijn
hele vermogen nalaat.
-
Reeds de onmogelijkheid bij een vrouw te blijven, het risico haar nooit
meer te ontmoeten, geven haar plotseling de charme die een land in onze
ogen krijgt door ziekte of armoede die het ons onmogelijk maken het te
bezoeken, of de laatste schamele dagen die wij nog te leven hebben, door
de strijd waaronder wij waarschijnlijk zullen bezwijken.
- ... en ongetwijfeld was zijn bewondering voor hen oprecht, maar de talloze reminiscenties aan geschiedenis en kunst die door hun namen opgeroepen werden speelden daarbij een grote rol, zoals een voorliefde voor de oudheid een van de redenen is voor het plezier dat een kenner heeft in het lezen van een ode van Horatius, die misschien minder waardevol is dan een gedicht uit onze dagen, dat diezelfde geletterde koud zou laten.
- Wie weet, zei ik bij me zelf, misschien is het genoegen waarmee men iets geschreven heeft toch niet de onfeilbare maatstaf voor de maatstaf voor de waarde van een bladzijde; misschien is het slechts een toestand die er heel vaak bijkomt, maar zonder welke het werk nog niet slecht hoeft te worden. Misschien zijn sommige meesterwerken wel met veel gegaap tot stand gekomen.
- Net zoals niet het verlangen naar roem, maar de gewoonte om te werken ons in staat stelt een groot werk te produceren, zo is het niet de geestdrift van een bepaald moment, maar zijn het de wijze bespiegelingen van het voorbije moment, die ons helpen de toekomst zeker te stellen.
- Alles wat Elstir bezat, ideeën, werk, en de rest die hij heel wat minder telde, zou hij met vreugde hebben gegeven aan iemand die hem begreep. Maar bij gebrek aan een draaglijk milieu leefde hij in een isolement, met een schuwheid die de beau monde aanstellerij en onopgevoedheid, de overheid kwaadwilligheid, de buren krankzinnigheid, en zijn familie egoïsme en hoogmoed noemden.
-
In plaats van een opmerking te maken die zijn trots had kunnen wreken,
zei Elstir dus iets waar ik van kon leren. "Geen mens, hoe wijs ook,"
zei hij, "die niet in een bepaalde periode van zijn bestaan dingen heeft
gezegd, of zelfs een leven geleid, waar hij niet graag aan wordt
herinnerd en het liefst alles van zou willen uitwissen. Maar hij mag het
niet werkelijk berouwen, want hij kan er pas van uitgaan dat hij een
wijs mens is geworden, voor zover dat dan mogelijk is, als hij alle
ridicule of wanstaltige incarnaties achter de rug heeft die aan die
laatste incarnatie vooraf moeten gaan. ..."
- Ik had tegen Albertine gepraat met zo weinig besef waar mijn woorden terechtkwamen, wat er van ze werd, als je van steentjes weet die je in een bodemloze afgrond gooit. Dat er in het algemeen door degeen tot wie je ze richt een betekenis aan wordt gegeven die die persoon aan zijn eigen ik ontleent en die zeer verschilt van wat jij met diezelfde woorden hebt bedoeld, is een feit dat in het dagelijks leven voortdurend blijkt.