Anton
P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 1 (Rusland, 1880-1885): 564 blz:
Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2005):
Uitgeverij van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
"Drama op de jacht" is met 178 bladzijden het langste stuk fictie en de enige roman die Tsjechov heeft geschreven. Het is opgenomen als het laatste stuk in het eerste deel van het verzameld werk.
Op
de redactie van een tijdschrift komt een man binnen met een manuscript
dat hij gepubliceerd wil zien. Hij zegt dat hij het geschreven heeft uit
financiële overwegingen, maar al vrij snel blijkt dat het hem om wat
anders te doen is.
"Drama
op de jacht" is het verhaal van die man, afgewisseld met aantekeningen
van Tsjechov over het manuscript. Het is een spannend verhaal met
prachtige persoons-, sfeer- en natuurbeschrijvingen. Het gaat over de
liefde, met een vrouw waar drie mannen omheen draaien. Ik vind "Drama op
de jacht" zeker niet het beste dat Tsjechov heeft geschreven, maar het
is zonder meer een zeer onderhoudende roman die erg prettig leest, mede dankzij de prachtige vertaling.
- Beginnende schrijvers en anderen die niet zijn ingewijd in de redactionele geheimen en bij het woord "redactie" een heilig ontzag voelen, laten meestal geruime tijd op zich wachten. Na het "laat maar binnen" van de redacteur moeten ze langdurig kuchen, dan snuiten ze langdurig hun neus, doen langzaam de deur open, komen nog langzamer binnen en dat kost behoorlijk veel tijd.
-
Mijn papegaai heet geen Lorre of zoiets voor vogels gebruikelijks, maar
Ivan Demjanytsj. Dat is puur toeval. Op een dag deed mijn bediende
Polikarp bij het schoonmaken van de kooi een ontdekking zonder welke
mijn edele vogel nog steeds Lorre zou heten ... De luiwammes kwam zomaar
ineens op de gedachte dat de snavel van mijn papegaai erg leek op de
neus van onze dorpswinkelier Ivan Demjanytsj, en sindsdien draagt de
papegaai voorgoed de voor- en vadersnaam van de langneuzige winkelier.
-
De graaf en ik zijn leeftijdsgenoten. We zijn allebei afgestudeerd aan
dezelfde universiteit, we zijn allebei jurist en we weten allebei erg
weinig: ik weet nog wel iets, maar de graaf heeft alles wat hij ooit
geweten heeft in de alcohol verdronken.
- "Tast toe ... Op doorreis in Moskou bij Einem gekocht. Maar ik ben boos op je, Serjozja, zo boos, dat ik bijna ruzie met je wilde maken!.. Niet alleen dat je me in die twee jaar geen letter hebt geschreven, maar je hebt zelfs niet één brief van me willen beantwoorden! Wat ben jij nou voor vriend!"
"Ik
kan geen brieven schrijven," zei ik, "en trouwens, ik heb ook geen tijd
om te corresponderen. En wat had ik je dan moeten schrijven, kun je me
dat zeggen?"
"Er is toch zo veel?"
"Heus,
er was niets. Ik erken maar drie soorten brieven: liefdesbrieven,
felicitaties en zakenbrieven. De eerste heb ik je niet geschreven omdat
je geen vrouw bent en ik niet verliefd op je ben, de tweede heb je niet
nodig en van de derde blijven wij verschoond omdat we nog nooit samen
zaken hebben gedaan."
- Je kunt geen appels met peren kruisen, nuchter en dronken gaat niet samen ... De dronkaard stoort de nuchtere, de nuchtere stoort de dronkaard.
- Oerbenin bleef nog even zitten, nam toen afscheid en ging weg. Na zijn vertrek begonnen we aan de rode wijn. Die deed het hem echt. Hij gaf me precies de roes waarnaar ik verlangd had toen ik naar de graaf onderweg was. Ik werd uitermate opgewekt, beweeglijk, ongewoon vrolijk. Ik wilde een daad stellen, iets onnatuurlijks doen, iets geks, iets misleidends ... Ik kon, zo leek het mij, het hele meer overzwemmen, de ingewikkeldste zaak oplossen, iedere vrouw veroveren ... De wereld met al zijn levens bracht me in extase, ik hield ervan, maar tegelijk had ik zin om te vitten, giftige steken uit te delen, te treiteren ... Die malle zwartbewenkbrauwde Pool en de graaf moesten bespot worden, afgemaakt, de grond in geboord.
- En mijn gepoëtiseerde verbeelding wilde zichzelf niet lastig vallen met de gedachte aan winter en brood, die twee bekommernissen die dichters verjagen naar het koude, prozaïsche Petersburg en het onzindelijke Moskou, waar zij voor hun gedichten wel honoraria, maar geen inspiratie krijgen.
-
Jonge drinkers weten hoe ze lange pauzes moeten korten. We dronken de
hele tijd en aten telkens kleine beetjes ter stimulering van onze
eetlust, die zou verdwijnen als we helemaal ophielden met eten.
-
Ze is een bijzondere vrouw, zo een is zeldzaam, om van haar uiterlijk
nog maar te zwijgen. Een verstand van niks, maar zoveel gevoel,
elegantie, frisheid! ... Niet te vergelijken met de gewone Amalia's,
Angelica's en Groesja's van wier liefde ik tot nu toe gebruik maakte.
Zij is iets uit een andere wereld, een wereld die ik niet ken.
- Ik ben ook veranderd. Mijn krachten laten me langzamerhand in de steek en ik voel de gezondheid en de jeugd uit mijn lichaam verdwijnen. Ik heb niet meer de fysieke kracht, de handigheid en het uithoudingsvermogen waar ik vroeger mee pronkte, toen ik nachten achtereen opbleef en hoeveelheden dronk die ik nu nauwelijks kan tillen.
Lees verder in mijn bespreking van deel 2 van de verzamelde werken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten