Frank van Rijn: De rode kangoeroe (Nederland, 1997): 198 blz: Uitgeverij Elmar
Zoals
anderen puur ter ontspanning detectives of sciencefiction lezen, lees
ik reisverhalen. Een van mijn favoriete Nederlandse schrijvers in dat
genre is de wereldfietser Frank van Rijn. Bijna al zijn boeken heb ik
minstens één keer gelezen en een aantal daarvan heb ik al eerder
besproken op mijn blog.
In
"De rode kangoeroe" beschrijft Frank van Rijn een reis die hij tussen
november 1994 en april 1995 heeft gemaakt dwars door de outback van
Australië van het oosten (Melbourne) naar het westen (Perth). De
aspecten van Australië die Frank van Rijn het meeste aanspraken waren de
ongerepte wildernis en het zeer zonnige en warme klimaat.
Na
grote fietstochten door Afrika, Zuid-, Midden- en Noord-Amerika, Azië
en Europa was Australië het enige continent waar Frank van Rijn nog
nooit was geweest, op Antarctica na dan, waar hij niet in is
geïnteresseerd. Blijkbaar vond hij na deze lange fietstocht dat hij
alles wat hij in Australië wilde zien had gezien, hij is er later nooit
meer teruggekeerd. Als altijd bij Frank van Rijn is "De rode kangoeroe"
een boeiend, vaak hilarisch verslag van een bijzondere fietstocht.
Over Sydney:
- Als ik van John hoor dat hij zich elke dag tweemaal door deze jungle van gebouwen, asfalt en files moet wringen, 's morgens heen naar zijn werk en 's middags terug naar huis, realiseer ik mij eens te meer hoe gezegend ik ben met mijn dorpje in Drenthe van 65 inwoners, waar het dichtstbijzijnde stoplicht, dat ik overigens nog nooit heb zien werken, 6 km weg staat en waar vier auto's op rij al een file genoemd worden.
-
De laatste dagen is mijn margarine zo zacht als boter. Binnen een uur
na aanschaf is het blubberig en nog een uur later lijkt het meer op
sinaasappelsap. 's Morgens na een relatief koele nacht is het meestal
geschift en half gestold en na roeren een slap glibberig papje. Een
bekend spreekwoord zegt dan ook:
Is de margarine ranzig en zacht,
Dan is de zomer zonnig en vol pracht.
Na alle verhalen over het gat in de ozonlaag:
-
Uiteindelijk ben ik een beetje benauwd geworden van mijn grote vriend
de zon. Daarom heb ik zonneolie gekocht met beschermingsfactor 15,
waarmee ik me elke dag trouw insmeer, ondanks het feit dat mijn huid
ondertussen zó is gebruind dat ik al aardig op een aborigine ga lijken.
Verder heb ik altijd een pet met een klep op en rijd ik vaak in een
shirt met lange mouwen.
- Brood vormt een beetje een probleem. Gisterochtend heb ik een nogal sober ontbijt genoten van een paar uitgedroogde uit elkaar vallende stompen brood waar ik eerst groene, zwarte en roze schimmelplekken uit moest snijden. Verder zat er een licht witte dons over, wat mijns inziens ook iets met schimmel te maken had.
- Camooweal heeft volgens mijn Queensland foldertje 360 inwoners dus veel zal daar niet te koop zijn. Daarom sla ik in Mount Isa voedsel in voor tien dagen: 3 broden, 2 potten pindakaas, 0,5 kg kaas, 3 doosjes smeerkaas, 1 kg wheat bix (een soort ontbijtvlokken), 1 kg melkpoeder, 0,5 kg suiker, 1 blik chocoladepoeder, 3x8 mueslibars, 1 kg losse muesli, 3 rollen koekjes, 1 kg dadels, 0,75 kg rozijnen, 1 kg pinda's, 7 sinaasappelen, 5 appelen, een bos peentjes, een bol knoflook, een ui, 1,5 kg macaroni, 0,5 kg spaghetti, 16 pakjes soep, 0,5 liter olijfolie, een zakje pepermunt en een paar zakjes thee.
- Een zware fiets vol voedsel voelt altijd nog lichter aan dan een lichte fiets als je kampt met een zwaar voedselgebrek.
-
Mijn bidons en jerrycans met nog 10 liter groenbruin water zijn
voorlopig mijn levensgarantie. "Goed te drinken" volgens Peter en dat
geloof ik maar, want als ik dat niet geloof, heb ik niets te drinken en
dat is slechter dan groenbruin water. Twee dagen zonder water in deze
wildernis en bij deze temperatuur en je hebt het gehad, dat is de
algemene mening die je hier hoort.
- Wat zou er gebeuren als ik een been brak? Een beklemmende gedachte. Als mij hier wat overkomt, zal het waarschijnlijk maanden duren voordat iemand mij vindt. Voorlopig ben ik echter zo gezond als een vogel in de lucht. Toch houdt deze gedachte mij bezig en een vergelijking met de rimboe in de Sudan, waar ik een jaar of 13 geleden doorheen zwoegde, dringt zich op. Als me daar wat was overkomen, zou ik waarschijnlijk na niet al te lange tijd gevonden en naar een dorpje gebracht zijn. Verdere hulp zou echter onmogelijk zijn geweest, aangezien daar geen dokters en hulpposten waren, geen auto's of treinen en geen telefoon, telex of radio. In deze rimboe van Australië, die sterk op die van de Sudan lijkt, zou ik niet gevonden en naar een dorpje gebracht worden indien mij wat overkwam. Zou ik daarentegen op eigen kracht een farm, cattle station of welke nederzetting dan ook kunnen bereiken, dan zou één telefoontje van een minuut voldoende zijn om binnen anderhalf uur een Flying Doctor naast mijn bed te hebben staan, met tassen vol medicijnen en verbandmiddelen, en als die niet toereikend zouden zijn, zou ik anderhalf uur daarna in het hospitaal in Alice Springs liggen.
-
"Hoe gaat dat fietsen in deze hitte?" vroeg de man in het Nederlands.
Dat was Peter. Ik vroeg hem hoe hij wist dat ik Nederlander was, waarop
hij antwoordde, dat als er iemand op een plek rondfietst, waar een
normaal mens het niet in zijn hoofd zou halen te fietsen, het
waarschijnlijk een Nederlander is. Dat was volgens hem 35 jaar geleden
in de Alpen al een regel met weinig uitzonderingen.
-
Een paar honderd meter bij de weg vandaan bevindt zich naast de Hull
River, waar een beetje water door vloeit, een hol in de rotsen. Hier
heeft, zoals op een bord dat erbij geplaatst is, staat aangegeven de
ontdekkingsreiziger Harold Lasseter in 1931 25 dagen gebivakkeerd toen
zijn kamelen waarmee hij reisde, op hol geslagen en er met al zijn
voorraden vandoor waren gegaan. De reddingsexpeditie waar hij op hoopte
kwam niet en na die 25 dagen ging hij, ziek en half verhongerd en met
slechts 1,7 liter water van start in een poging om te voet de 140 km ver
gelegen Olga's te bereiken. Hij legde nog 55 km af maar stierf bij
Irving Creek op 28 januari 1931. Uit deze trieste en dramatische
geschiedenis valt dus te leren dat, hoewel je met kamelen beter door het
zand kunt trekken dan met een fiets, een fiets ook voordelen heeft,
want die kan niet op hol slaan en zeker niet met 60 kg bagage erop.
De boeken van Frank van Rijn zijn vrij constant van kwaliteit, maar ik vind "De rode kangoeroe" duidelijk tot zijn betere boeken behoren.
Leuke citaten, Erik! En een leuk stukje in zijn geheel. Groetjes, Ed
BeantwoordenVerwijderenHoi Ed, dank je! Ik houd altijd wel van die typische humor van Frank van Rijn. Groetjes en tot vanavond, Erik
VerwijderenFrank van Rijn is altijd leuk hoewel ik zijn boeken al tijden niet meer gelezen heb. Vroeger las ik bijna uitsluitend reisverhalen (en de kampeerkampioen van A tot Z) maar dat is er eigenlijk helemaal uit
BeantwoordenVerwijderenHoi Koen, bij mij is het lezen van reisverhalen ook uit de mode, maar zo nu en dan herlees ik nog oude favorieten zoals bijvoorbeeld de boeken van Frank van Rijn. Ook de boeken van de twee Nederlandstalige grootheden onder de reisverhalen schrijvers: Carolijn Visser en Lieve Joris staan nog op het herleesprogramma. Groetjes, Erik
Verwijderen