Posts tonen met het label Gregor Mendel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gregor Mendel. Alle posts tonen

zaterdag 26 juni 2021

Robin Marantz Henig: Een monnik en twee erwten

Robin Marantz Henig: Een monnik en twee erwten: Gregor Mendel, vader van de genetica (Verenigde Staten, 2000): 282 blz: Vertaald door Jan Mars (2001): Uitgeverij Ambo/Anthos
 
Monnik en twee erwten
 
Gregor Mendel (1822-1884) was een Tsjechische monnik die onderzoek deed aan erwten en er zo achter kwam hoe eigenschappen in die plant werden overgeërfd. Hij was de grondlegger van de genetica.

Omdat over het leven en het precieze werk dat Mendel heeft gedaan zeer weinig bekend is heeft de Amerikaanse wetenschapsjournaliste Robin Marantz Henig zelf de leemten moeten invullen. Het voornaamste deel van het boek bestaat uit een (noodgedwongen) beknopt overzicht van het leven en werk van Mendel. Dit is aangevuld met een beschrijving van de vrijwel gelijktijdige herontdekking van het werk van Mendel door 3 wetenschappers in 1900.

"Een monnik en twee erwten" is zeer onderhoudend en leest erg prettig. Ik plaats dit boek op mijn lijst met favoriete biografieën, hoewel het biografische gehalte van dit boek begrijpelijkerwijs erg beperkt is. Een absolute aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in Mendel, en eigenlijk ook voor iedereen met een interesse in biologie.
 
Citaten:
- Er is enige weloverwogen deductie nodig om het verhaal van het leven van Mendel en zijn intellectuele bloei te vertellen. We hebben erg weinig specifieke informatie over hem - nauwelijks meer dan drie korte, gepubliceerde artikelen, zeven brieven aan een botanist in München en een korte autobiografie die hij schreef toen hij achtentwintig was. Er bestaan nauwelijks geschriften waarin Mendel in zijn tuin, zijn kloostercel, zijn kerk of zijn geliefde oranjerie wordt beschreven.

- Mendel ontdekte dat eigenschappen afzonderlijk worden doorgegeven en dat kenmerken die in een bepaalde generatie verloren lijken te zijn gegaan, een of twee generaties later weer op kunnen duiken, en dus helemaal niet verloren waren. Hij gaf ons ook een theoretische ondersteuning voor deze observatie, hij meende dat de eigenschappen van ouders op een consistente, voorspelbare en mathematisch exacte wijze als afzonderlijke, individuele eenheden op hun afstammelingen overgingen.

- Wat belangrijk was voor Mendel - en in feite een cruciale en centrale factor in zijn volgende experimenten - was de vraag of zijn zaadvoorraden, ongeacht de soorten waartoe ze behoorden, "zich rasecht konden voortplanten". Hij wilde met andere woorden zeker weten of groene erwten altijd groene nakomelingen hadden, en gele erwten altijd gele; dat grote planten telkens weer alleen grote planten zouden voortbrengen, en dwergplanten alleen dwergplanten.

- Hoewel Napp de wiskunde niet volledig begreep, begreep hij wel een onontkoombare statistische waarheid: hoe groter het aantal proeven, hoe betrouwbaarder de resultaten. Zoals Mendel het later zelf uitlegde waren grote getallen noodzakelijk "omdat bij een kleiner aantal planten in het experiment ... zich aanzienlijke fluctuaties kunnen voordoen". De deductie van "echte numerieke ratio's", zo zei hij, vereist "een zo groot mogelijk aantal individuele waarden; en hoe groter dit aantal, hoe beter het zuivere toeval wordt uitgesloten".

- Maar Mendel ontdekte zeven verschillende eigenschappen in erwten, die gemakkelijk met het blote oog konden worden geïdentificeerd en die altijd óf wel óf niet terugkwamen. Er was nooit sprake van een mix van deze eigenschappen; ze werden altijd apart en als geheel overgeërfd.

- Later bleek dat Mendel een bijzonder gelukkige keuze had gemaakt toen hij zijn zeven eigenschappen noteerde, aangezien deze altijd onafhankelijk van elkaar worden doorgegeven. ... De reden voor dit duidelijke patroon werd pas een eeuw na het overlijden van Mendel bekend toen eindelijk een overzicht van de zeven chromosomen van de Pisum [erwt] werd samengesteld. Alle zeven eigenschappen van Mendel lagen ieder op een apart chromosoom - of, in één geval, op twee uiteinden van hetzelfde chromosoom. Dit verkleinde de kans dat deze eigenschappen met elkaar zouden worden verbonden door middel van een proces dat koppeling wordt genoemd - waardoor de resultaten van de monnik ernstig zouden zijn vertroebeld.

- Toen Mendel klaar was met deze reeks kruisingen, herkruisingen en terugkruisingen, moet hij in totaal meer dan 10.000 planten, 40.000 bloesems en het ongelooflijke aantal van 300.000 erwten hebben geteld.

- Mendel gebruikte één enkele letter voor elk kenmerk, waarbij hij een hoofdletter (A) gebruikte om dominantie aan te geven en een kleine letter (a) om recessiviteit aan te geven, en zowel een hoofdletter als een kleine letter (Aa) om de hybride aan te geven.

- Op deze wijze zette Mendel de eerste voorzichtige stap in de richting van een concept dat de volgende vijftig jaar niet volledig zou worden opgehelderd: het verschil tussen fenotype (hoe iets eruitziet) en het genotype (de specifieke combinatie van genen die het uiterlijk verklaren). Indien een fenotype van een erwt een van de dominante alternatieven van Mendel is - ronde in plaats van hoekige zaden, of gele zaden in plaats van groene, of met een zachte peul, of lang - dan kun je niet aan het uiterlijk aflezen wat zijn genotype is.

- Mendel hield zich nog slechts een jaar of twee bezig met het telen van erwten: in 1863 waren al zijn experimenten afgerond. En in de volgende lente roeide de erwtenkever, Bruchus pisorum, het gewas bijna volledig uit.

- We kunnen alleen maar gissen wat er werkelijk gebeurde. We weten niet precies hoe de experimenten werden uitgevoerd, in welke volgorde, in welke seizoenen, en zelfs niet precies waar op het grote binnenterrein van het St.-Thomasklooster in Brünn. We weten niet zeker hoeveel generaties Mendel in een groeiseizoen propte, noch hoe vaak hij planten teelde in de kas en hoe vaak in de tuin. Ook weten we niet hoeveel erwtenplanten hij in totaal heeft gebruikt, en of iemand hem hielp bij zijn werkzaamheden, of waar hij zich bevond op een bepaalde dag tijdens die meest intensieve periode van zijn experimenten.
 Mendel lijkt geen labnotities te hebben bijgehouden, of, als hij dat wel heeft gedaan, zijn ze later vernietigd. Het enige dat we zeker weten is hoe hij zijn werk heeft willen beschrijven in twee openbare lezingen en een handjevol brieven aan een Duitse botanist.

- Het enige echte document dat we hebben voor de reconstructie van het levenswerk van Mendel is een enkele publicatie, die Mendel zelf een samenvatting van zijn openbare lezingen noemde en die waarschijnlijk was geschreven om het een en ander te verhelderen in plaats van nauwkeurig weer te geven hoe alles verlopen was. Hoe kon hij weten dat zijn korte, slechts vierenveertig pagina's tellende verhandeling tegenwoordig nog steeds wordt uiteengerafeld en met talmoedische grondigheid wordt geanalyseerd?

- "Mendel was een van de meest geliefde geestelijken in Brno," herinnerde Eichling zich meer dan zestig jaar later, toen hij zelf een zeer oude man was en de abt de internationale erkenning had gekregen die hem tijdens zijn leven was onthouden. "Maar niemand geloofde dat zijn experimenten meer waren dan een tijdverdrijf, en zijn theorieën meer dan het gebazel van een ongevaarlijke scharrelaar."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.