Giacomo Casanova: Geheim agent (Italië, 1790-1798): 270 blz: Vertaald door Theo Kars (1998): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
"Geheim
agent" is het twaalfde en laatste deel van de memoires van Casanova.
Het tempo van zijn leven wordt rustiger en hij beseft dat hij een man op
zijn retour is. Vrouwen vallen niet meer vanzelfsprekend voor hem.
Zijn
geld is bijna op, hij heeft geen bron van inkomsten en gaat doen waar
hij goed in is: schrijven en vertalen. Hij vertaalt onder meer de
"Ilias" van Homerus in het Italiaans. Dan is daar ineens op bladzijde
270 de laatste zin uit zijn memoires waarin hij vooruit wijst naar een
gebeurtenis van 3 jaar later. Zo ver is hij niet meer gekomen met zijn
verhaal.
- Ik besefte dat deze jonge vrouw een stukje speelgoed was waarmee een zinnelijk ingesteld discreet man die zich met belangrijke zaken bezighield en behoefte aan verstrooiing had, zijn gemoed en geest kon vermaken.
-
Ik had er toen spijt van dat ik in het begin had gezegd dat ik getrouwd
was. Als gevolg van de geëmotioneerde toestand waarin ik verkeerde, zou
ik haar namelijk op dat moment hebben beloofd met haar te trouwen,
zonder van plan te zijn die belofte niet na te komen.
-
Ik had alleen om haar gevraagd, en zij kwam daarom alleen naar beneden.
Het was tien uur 's morgens. Haar eerste vraag was waarom ik zo abrupt
mijn bezoeken had gestaakt.
"Omdat ik verliefd ben op Armellina."
"Die
gevoelens brachten u ertoe om ons elke dag met een bezoek te vereren.
Het is daarom moeilijk te begrijpen hoe diezelfde gevoelens nu tot een
volkomen tegengestelde reactie leiden."
"Die
reactie is logisch, mevrouw. Wie verliefd is, verlangt namelijk naar
iets. Als men tevergeefs naar iets verlangt, lijdt men daaronder, en van
aanhoudend lijden wordt een mens ongelukkig. U begrijpt dat ik daarom
alles moet doen wat in mijn macht ligt om te zorgen dat aan die toestand
een eind komt."
- Armellina vertelde mij lachend dat haar biechtvader de draak met haar had gestoken toen zij had gezegd dat zij oesters had gegeten die zij met haar mond van de lippen van een man had gepakt. Hij had haar gezegd dat het onsmakelijk was.
- Een man die nadenkt over een middel om de liefde van een vrouw te winnen, komt door een instinctieve, zeer logische gedachtegang tot de conclusie dat hij ervoor moet zorgen dat zij een nieuw genoegen leert kennen.
- Bij het spelletje van het met de mond doorgeven van oesters, verweet ik Armellina dat zij het vocht inslikte voordat ik een oester van haar pakte. Ik gaf toe dat het moeilijk te voorkomen was, maar zei dat ik hun zou leren hoe zij zowel de oester als het vocht in hun mond konden houden. Zij moesten met hun tong een dijk maken om te beletten dat de oester en het vocht in de slokdarm zouden glijden. Ik was verplicht hun dit voor te doen en leerde hun aan de hand van mijn voorbeeld hoe zij de oester en het vocht in elkaars mond moesten stoppen en tegelijkertijd er hun hele tong in moesten steken. Het was mij niet onwelkom dat zij er geen aanstoot aan namen dat ik mijn tong in hun mond stak, en het was Armellina niet onwelkom dat ik uitgebreid aan haar tong zoog, die zij mij zeer bereidwillig afstond. Na afloop lachten zij hartelijk om het plezier dat het spelletje opleverde. Zij waren het met mij eens dat het volmaakt onschuldig was.
- Ik had de indruk dat ik nu oud was. Zesenveertig leek mij een hoge leeftijd. Er waren ogenblikken waarop ik het liefdesgenot minder intens beleefde, minder prikkelend vond dan ik mij vooraf had voorgesteld, en sinds acht jaar nam mijn potentie heel geleidelijk af. Ik merkte dat ik na een lang liefdesspel niet meer wegzonk in een zeer diepe slaap, en dat aan tafel mijn eetlust, die de liefde voordien had aangewakkerd, afnam als ik verliefd was; hetzelfde verschijnsel deed zich voor na de liefdesdaad. Bovendien merkte ik dat het schone geslacht niet meer op het eerste gezicht belang in mij stelde.
- Een eunuch die verliefd is op een vrouw die hem verfoeit, wordt een tijger.
- Toen ik iets tegen hem zei over een bepaald onderwerp, gaf hij mij een zeer zinnig antwoord, maar op de weifelende toon die altijd een plezierige indruk maakt.
-
Vijftig jaar geleden zei een wijs man tegen mij: "Binnen elke familie
bestaat er wel een of ander lachwekkend conflict dat de huiselijke vrede
verstoort. Degenen die aan het hoofd van het gezin staan dienen zo
verstandig te zijn te voorkomen dat het lachwekkend geschil openbaar
wordt, want men mag de buitenwereld, die altijd boosaardig en dom is,
geen stof tot spot en onwelwillende commentaren leveren."
-
Ik schrijf om mij niet te vervelen. Ik schep daar genoegen in en ik
prijs mij daarom gelukkig; als ik onzin schrijf, kan mij dat niet
schelen, het is voor mij genoeg te weten dat ik mij vermaak
Malo scriptor delirus inersque videri
Dum mea delectent mala me vel denique fallant,
Quam sapere et ringi.
Zolang
mijn fouten mij genoegen verschaffen of mij ontgaan, ga ik liever door
voor een slechte schrijver die onzin uitkraamt, dan voor een wijs, maar
ongelukkig man.
- Waar ik aanstoot aan nam, was dat de graaf, die erg snel at, het waagde tegen mij te zeggen, zij het glimlachend, dat ik te langzaam at.