Posts tonen met het label Nederlands-Indië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederlands-Indië. Alle posts tonen

zaterdag 24 augustus 2024

Carolijn Visser & Sasza Malko: "En nog steeds hebben wij twee vaderlanden"

Carolijn Visser & Sasza Malko: "En nog steeds hebben wij twee vaderlanden": Op avontuur in Nederlands-Indië (Nederland, 1988): 163 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Halverwege de jaren 80 woonden er in bejaardenhuizen en verzorgingstehuizen nog veel oudere mensen die voor de Tweede Wereldoorlog in het toenmalige Nederlands-Indië hadden gewoond en gewerkt. Carolijn Visser en Sasza Malko wilden hun verhalen over de "tempoe doeloe" optekenen voordat het te laat was. 
 
De losse verhalen in ""En nog steeds hebben wij twee vaderlanden"" maakten op mij niet heel veel indruk, maar met zijn allen geven ze een uitstekend tijdsbeeld van hoe het leven was in Nederlands-Indië voor de Tweede Wereldoorlog. In het boek staat niet vermeld hoe de taakverdeling was tussen Carolijn en Sasza. Omdat Carolijns naam als eerste vermeld staat, vermoed ik dat zij verantwoordelijk is voor de uitgeschreven teksten en dat ze samen de interviews hebben gedaan. Of mijn conclusie juist is kunnen alleen de twee auteurs vertellen.
 
Citaten:
- Tijdens onze gesprekken over Nederlands-Indië hebben we vooral gevraagd naar herinneringen aan het straatbeeld, de kleuren, de gerechten, de kleine voorvallen en grote gebeurtenissen die tezamen wat men noemt het "dagelijks leven" vormen.

Een rubberplanter:
- Iedere assistent was verantwoordelijk voor zo'n zevenhonderd hectaren rubberbomen. Daarop werkten de koelies, meestal gecontracteerde Javanen, die voor vijf, zes jaar naar Sumatra kwamen. Ze kregen vrije huisvesting, medische verzorging, twee keer per maand voldoende rijst en olie, bovendien verdienden ze geld. Dat werd twee keer per maand uitbetaald, op hari gadji, de dag van het salaris. Daarna was er een vrije dag, hari besar, de grote dag. De Europeanen kregen verder nog twee vrije zondagen, dus vier vrije dagen per maand.
 
- We  vervoerden ook koelies uit Shanghai, Hongkong en Singapore. Zij gingen op de cultuurondernemingen werken. Dat waren de werkkrachten op Sumatra omdat de bevolking daar er niets voor voelde om dat werk te doen. Ze lieten hun vrouwen een stukje grond bewerken en wat rijst planten. Die mensen zijn het gelukkigst af van de hele wereld. Het is er nooit koud, een huis bouwen ze van bamboe. Ze hadden het goede principe, het heerlijke principe: waarom zou je werken om geld te verdienen? Je werkt alleen als je niet voldoende hebt om in leven te blijven ... Die mensen waren zeer verstandig!
 
Een zoon van een goudbaggeraar:
- Een soort blokhutten waren het, de huizen waar we in woonden. Elk gezin had een vrij grote tuin, met afrastering rondom. We hadden papayabomen, bananen, honderden ananasplanten, pinda's in de grond die we zelf kweekten. Groenten werden wekelijks aangevoerd uit hogere, koudere gebieden, driehonderdvijftig kilometer ver weg. Andere dingen, zoals rijst, bonen, boter in blik en melk haalden we in de bedrijfstoko.
 
- Ik stond ook op de loonlijst van de maatschappij, ik werd wel een beetje betaald. Nou ja, de Nederlander werd in beloning natuurlijk altijd ver boven de Indonesiër gesteld. Als een Nederlandse boekhouder driehonderd gulden in de maand verdiende dan kreeg zijn eerste assistent misschien twintig gulden. Zo'n verschil. Laten we eerlijk zijn: het was zo dat een Nederlander in Indonesië zat om er financieel behoorlijk beter van te worden.
 
- Brood heb ik ook iedere dag zelf gebakken, dat deden alle Europeanen zelf. Je vond het een beetje eng om dat aan de bediende over te laten, ook omdat het zo nauw en precies met gist moest gebeuren. Dat was geen gewone gist maar een kweek, je moest het bijhouden. Bij een stukje deeg van de vorige dag deed je water van gekookte aardappelen en een eetlepel suiker. Als het helemaal mis ging, moest je wat deeg gaan halen bij een van de anderen, of je moest wachten tot de boot kwam.

De echtgenote van een resident:
- Op het eilandje Dammar was een missiefeest. Dat bij de binnenkomst van mijn man met de twee dames de plusminus vijfhonderd aanwezigen opstonden en het Wilhelmus - in het Maleis - begonnen te zingen, was waarlijk indrukwekkend. Zo ver van Nederland ons volkslied te horen.

- Die avond was er een groot feest. We zaten in een kring, ik zat naast de controleur. Toen kwam de vrouw van de radjah naar mij toe met een prachtig blad met alle benodigdheden voor het sirihpruimen. Ik had nog net genoeg tijd om aan de controleur te vragen: wat moet ik nu doen? Hij fluisterde snel: "Aannemen, buigen en teruggeven." Dat heb ik gedaan en toen begreep ze dat je als Nederlander niet pruimde.

De vrouw van een jong echtpaar:
- Ik was zeventien toen ik Kees leerde kennen en daarna werd het helemaal fantastisch. We zaten op dezelfde sportclub en hij was daar de grote voetballer, een echte sportheld. Maar zijn auto, een schitterende Chevrolet two-seater, vond ik in het begin nog leuker dan hemzelf. Stel je voor: ik was de enige in de klas die een vriendje had met een auto en wat voor een auto!

Een HBS-leerlinge:
- In de klas waren we allemaal gelijk, onderwijs was het criterium. Wel hadden de Indonesische kinderen het moeilijk, die leefden in twee werelden. Ik had een vriendinnetje, Asmara, haar vader had in Nederland voor kinderarts gestudeerd. Op school verkeerde ze in een totaal Westerse wereld, thuis waren ze helemaal Indonesisch. Dan verkleedde ze zich in een kebaja en haar vader had alles voor het zeggen.
 
- Op een gegeven moment kwam onze Engelse grootvader logeren. Opa ging met ons naar het zwembad en kwam verslagen thuis. Hij gaf onze moeder een standje, nou! "Weet je dat je dochters daar gemengd zwemmen, en dat daar jongelui zijn met alleen maar een zwembroek aan?" Je moest die zwembroeken van toen zien: van hier tot hier, toch waren we decadent volgens opa. Het was dus een confrontatie tussen een Engelsman en een Pruisische en we moesten zeggen dat de Pruisische het won met haar gezond verstand.

Een vrouwelijke ambtenaar:
- 's Morgens ging mijn vader naar zijn werk toe met een oude tweezits Hillman van voor de Eerste Wereldoorlog. Nog met carbidlampen. De auto moest aangezwengeld worden en mijn moeder moest iets nippelen. Zo bracht vader ons naar school en waren daardoor overal bekend. Later hoorde ik van mensen die halverwege op de weg naar Batavia woonden dat hun moeder altijd riep: vooruit, je moet naar school, de kaaskoppen zijn al langs geweest. De kaaskoppen, dat waren wij. Ik was toen hoogblond en die haren wapperden altijd in de wind als ik achter in wat je noemt de kattebak zat.

- De mensen hier willen altijd weten over de Stille Kracht in Indië. Maar die stille kracht daar is niet anders dan de stille kracht hier, het komt hier precies zo voor. Overal wordt gedaan aan de beïnvloeding van de geest van anderen. Maar ja, op Java werkte de natuur mee. De ongerepte, prachtige, mysterieuze natuur, hier is alles van plastic. Daar was je tussen de bomen, bij de bomen. We hadden een schommel die ging echt hemelhoog. Je ging naar de sawa's om lotusbloemen te plukken op zondagmorgen, je ging naar de kampongs. Tot en met mijn twaalfde heb ik op blote voeten gelopen. Ik stond in contact met de aarde, nu nog loop ik het liefst zonder schoenen, zonder knellende dingen.

Een Chinees:
- Wij in onze familie hadden een andere levenswijze dan de doorsnee Chinezen die in onze wijk woonden. Mijn vader dronk bijvoorbeeld bier en brandy en serveerde allerlei sterke drankjes aan zijn Hollandse relaties, rode wijn aan meneer pastoor. Om succesvol zaken te doen met Europeanen moest je drank serveren en als je er tegen kon meedrinken.

Een vrouwelijke zendingsarts:
- Het waren volkomen gescheiden werelden; je kon heel vervelend zijn tegen je bedienden of je kon heel vriendelijk zijn, maar het waren mensen van wie je heel weinig wist. Om een voorbeeld te noemen: de kwestie van opleiding van Indonesische artsen, die speelde al vanaf het eind van de vorige eeuw. De tegenstand van Nederlandse artsen kunt u zich niet voorstellen. En weet u waarom? Je kunt toch geen Javaanse arts aan het ziekbed van je vrouw vertrouwen, dat was het motief. In 1912 werd dat nog in het artsenblad geschreven, die datum weet ik nog toevallig.

Een missionaris:
- Toch duurde het jaren voordat je leerde hoe je je moest gedragen. Laat ik een sprekend voorbeeld geven: Ik gaf zangles in de meisjesklas bij de zusters. Daarin zat een meisje dat de boel verstoorde en mij gruwelijk irriteerde. Ik ging op z'n Hollands te werk. Ik zei: "Hier!" En ik zette haar in de hoek. Ze zei niks. Veertien dagen later komt mijn was terug, het was gewassen bij de zusters waar dat meisje ook woonde. Alles zag er netjes uit, maar toen ik mijn habijt uitpakte was dat helemaal in repen gesneden. Ik wist meteen dat zij dat gedaan had en dat ik fout was geweest. Je mag nooit iemand publiekelijk laten afgaan.

- ... Aangezien ik in de kampong zou overnachten en ik alle tijd had, heb ik mijn geduld kunnen bewaren. Eerst moest er vergaderd worden. Ook heb ik meermalen hondevlees gegeten, al wist ik het dikwijls niet vanwege de vele kruiden en sterke peper. Maar toen een andere pastoor mijn werk overnam en men hem vroeg of hij graag hondevlees had, voor de Bataks een specialiteit, was zijn antwoord nee. "Maar uw voorganger was er gek op," zeiden zij.

- De Bataks vergeven ons Europeanen veel, indachtig hun spreekwoord: "Ander land, ander gras, ander volk, andere gebruiken".

- Dat Hollanderdom bevatte voor de Bataks toen al wat begeerlijk was: rijkdom, wetenschap, standing, kortom al wat vooruitgang brengt. Toen er op mijn erf een school/kerk werd gebouwd, had een viertal kinderen van nog geen tien jaar hun lijf met kalk vol gesmeerd. Zo kwamen ze bij mij op de pastorie. En wat zongen ze?! Na bontar do hami na mora do hami, nunga maju: "Wij zijn blank, wij zijn rijk, wij zijn welvarend geworden".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 16 april 2023

Pramoedya Ananta Toer: Aarde der mensen

Pramoedya Ananta Toer: Aarde der mensen (Indonesië, 1985): 362 blz: Vertaald door Ina E. Slamet-Velsink & Jos Versteegen: Uitgeverij het Wereldvenster & Novib
 

 
Ik had een oom die missionaris was in Indonesië (hij is in 2020 overleden) en ik heb in 1992 twee maanden rondgereisd door Indonesië waarbij ik Java, Bali en Ambon heb bezocht. Om die twee redenen heb ik een meer dan gemiddelde belangstelling voor Indonesië. Ik heb vrij veel boeken over Indonesië gelezen. Er zijn hierbij drie schrijvers die ver boven de middelmaat uitsteken. Allereerst natuurlijk Multatuli met zijn "Max Havelaar", verder de Engelse bioloog Alfred Russell Wallace met "Het Maleise eilandenrijk" en ook de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer, van wie ik al twee keer zijn "Buru-kwartet" heb gelezen, waarvan "Aarde der mensen" het eerste en ook het mooiste deel is, althans in mijn ogen.
 
"Het Buru-kwartet" dat Pramoedya Ananta Toer tijdens zijn gevangenschap op het eiland Buru schreef gaat over het opkomende nationalisme van de Indonesische bevolking en de verhouding tussen de inlandse bevolking en het koloniale Nederlandse gezag aan het begin van de 20e eeuw.

Hoofdpersoon in "Aarde der mensen" is Minke, een inlander, zoon van een inlandse regent, die op de HBS in Soerabaja zit, als enige inlander. In Indonesië kent men 3 groepen mensen: de totoks, oftewel de volbloed Europeanen die bovenaan de ladder staan, gevolgd door de Indo's, mensen die afkomstig zijn uit een huwelijk tussen een Europese man en een inlandse vrouw en als laatste de inlanders, de oorspronkelijke bewoners van het land.

In het begin van het boek neemt een vriend van de HBS Minke mee naar boerderij Buitenzorg. De boerderij is in naam een Europese onderneming, maar wordt in feite gerund door njai Ontosoroh, de inlandse concubine van Herman Mellinga. De vriend die Indo is wil indruk maken op Annelies, de dochter van njai Ontosoroh, maar ziet tot zijn verbazing dat zowel dochter als moeder veel enthousiaster zijn over Minke.

Wat volgt is deels een liefdesgeschiedenis over de liefde tussen Minke en Annelies en deels een verhaal over de politieke situatie van die tijd. "Aarde der mensen" geeft veel inzicht in de koloniale tijd gezien door de ogen van de Indonesiërs. Het vertelt over de njai's, inlandse vrouwen die gedwongen worden om concubines te worden van Europese mannen. Het vertelt over de verschillen voor de wet tussen totok's, Indo's en inlanders. 

Inhoudelijk is "Aarde der mensen" een prachtig boek. Helaas ben ik niet zo enthousiast over de stijl van de Nederlandse vertaling. In mijn ogen loopt het Nederlands vrij stroef en leest het niet heel prettig. Ondanks dit minpuntje zijn "Aarde der mensen" en ook de drie volgende delen van het "Buru-kwartet" zeer de moeite waard voor iedereen met interesse voor Indonesië of koloniale geschiedenis. Ik vind ieder volgend deel ietsje minder dan het voorafgaande deel, maar ze blijven allemaal erg goed.
  
Citaten:
- Rob trok er zich niets van aan. Hij heeft wel eens gezegd: als een vooraanstaande Javaan met een Europese getrouwd is, een totok of een Indo, alleen dan weet je zeker dat hij niet van plan is om een harem op te bouwen. Dan neemt hij er geen tweede vrouw bij.

- Opeens vroeg Annelies: "Ben jij islamiet?"
 "Hoezo?"
 "Omdat ze je dan geen varkensvlees mogen geven."
 "Dank je wel. Ja."
 Een vrouwelijke bediende kwam ons chocolademelk en koekjes brengen. En ze liep niet gehurkt, zoals een bediende die een inlandse werkgever heeft. Ze keek zelfs naar mij met een verbaasde uitdrukking op haar gezicht. Als ze bij een inlander werkte zou zoiets ondenkbaar zijn: ze zou steeds het hoofd gebogen moeten houden. En wat was het leven mooi als je niet voor anderen hoefde te kruipen.

- Bliksemsnel richtte Njai Ontosoroh daarna het woord tot mij:
 "Doe je dat wel vaker, Njo, meisjes complimenten maken?"
 Die vraag trof me als een bliksemschicht. Het was een goed teken, en ik voelde me gedwongen om haar even snel en vriendelijk van repliek te dienen:
 "Als een meisje echt mooi is, schuilt er toch geen kwaad in om haar een beetje te vleien?"
 "Wat bedoel je? Een Europees of een inlands meisje?"
 "Hoe kun je een inlands meisje nou complimenten maken? Het is al moeilijk om bij zo iemand in de buurt te komen. Natuurlijk een Europees meisje."
 "En heb je durf genoeg om dat te doen?"
 "Ons wordt geleerd eerlijk te zeggen wat er in ons omgaat."
 "Dus jij durft de schoonheid van een Europees meisje op te hemelen waar ze zelf bij is?"
 "Ja, mama, onze leraren brengen ons de Europese beschaving bij."
 "En wat is de reactie op dat soort complimenten? Scheldwoorden?"
 "Nee, mama. Niemand is ongevoelig voor complimenten, zeggen mijn leraren. Als iemand zich daardoor beledigd voelt, zeggen ze, is dat een teken dat hij een vals karakter heeft."
 "En wat antwoordt zo'n Europees meisje dan?"
 "Ze zegt dank je wel."
 "Dus net als in de boeken?"
 
- "Gelukkig is hij die te eten heeft dank zij zijn eigen zweet, die vreugde vindt door eigen toedoen en die vooruit komt door eigen ervaring."
 
- Voor een gezicht en een lichaam zo mooi als het hare leken sieraden niet nodig. Zelfs poedelnaakt zou ze nog mooi zijn. Schoonheid als geschenk van de goden gaat nog altijd boven alles wat de mens bedenkt.
 
- Een meisje hoefde van tevoren niet te weten of de man die haar van huis wegnam jong was of oud. Als het zover was moest ze met lichaam en ziel een man dienen die ze niet kende, haar leven lang, tot ze doodging of hij genoeg van haar kreeg en haar wegjoeg.
 
- "Schrijf altijd over de mens, Njo, over zijn leven, niet over zijn dood. Ja, ook al zijn de figuren die je uitbeeldt dieren, reuzen, goden of spoken. Niets is moeilijker te begrijpen dan de mens en daarom komt er geen einde aan de verhalen die op deze aarde worden bedacht. Iedere dag komen er meer bij. Ik weet er zelf ook niet veel van af. Ik heb ooit iets gelezen dat ongeveer zo ging: onderschat de mens niet, al lijkt hij nog zo eenvoudig. Al is je blik zo scherp als het oog van een adelaar, je verstand zo scherp als een scheermes, je tastzin gevoeliger dan die van de goden, al is je gehoor in staat om de muziek en de klaagzangen van het leven waar te nemen - je kennis van de mens kan nooit volledig zijn."
 
- Schilderkunst is literatuur in kleur. Literatuur is schilderkunst in taal.
 
- Mocht ik niet verder leren? Geen probleem. De school was er tenslotte toch alleen maar goed voor om dagelijks je tijd te vullen. 
 
- Op de dag van ons huwelijk was het groot feest voor de mensen uit de kampongs van de onderneming. Het veld dat altijd gebruikt werd om rijst en andere gewassen te drogen, werd overdekt. Iedereen kreeg een doorbetaalde vrije dag. De verzorgers van het vee, die hun werk niet in de steek mochten laten, kregen driedubbel loon. Er werden vijf stierkalveren geslacht. Driehonderd kippen lieten het leven. Tweeduizendvijfentwintig eieren werden in het eten verwerkt. Alle koeiemelk ging naar de keuken. Hoewel niet in gebruik, werden alle rijtuigen en karren van de onderneming versierd met kleurig papier.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 13 april 2023

Multatuli: Max Havelaar

Multatuli: Max Havelaar (Nederland, 1860): 288 blz: Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep: Perpetua-reeks (2012)
 

 
Ik heb "Max Havelaar" van Multatuli twee keer eerder gelezen. De eerste keer was voor mijn lijst op de middelbare school toen het boek niet zo veel indruk op mij heeft gemaakt. De tweede keer was in 1996 toen ik het een mooi boek vond. Pas nu ik het voor de derde keer heb gelezen, heb ik in de gaten wat voor een geweldig boek de "Max Havelaar" is. Voor mij is "Max Havelaar" mijn favoriete oorspronkelijk Nederlandstalige roman die ik heb gelezen en sowieso één van de meest indrukwekkende romans ooit gelezen!
 
"Max Havelaar" is in 1860 gepubliceerd. In de jaren daarvoor had je op Java het "cultuurstelsel". Dit hield in dat de arme inlandse bevolking gedwongen werd om gewassen te verbouwen waar men in Nederland behoefte aan had, voornamelijk thee en koffie. De bevolking moest belasting betalen aan de Nederlandse ambtenaren. Om het besturen van Nederlands-Indië te vergemakkelijken werden inlandse Regenten aangesteld die ervoor moesten zorgen dat de bevolking gedwee bleef. De gewone man zat dus ingeklemd tussen de Nederlandse ambtenaren en de Regenten. Hoewel Java zeer vruchtbaar was, kon het zo gebeuren dat de bevolking honger leed.
 
De "Max Havelaar" is in eerste instantie geschreven als aanklacht tegen de onderdrukking van de gewone Javaanse bevolking door de Nederlandse regering en de Regenten. Het is een zeer rijk boek en bevat verschillende soorten teksten. Je hebt natuurlijk het verhaal van Sjaalman (Max Havelaar) dat becommentarieerd wordt door Droogstoppel. In het vierde hoofdstuk heb je één van de mooiste opsommingen uit de wereldliteratuur met onderwerpen waarover Sjaalman geschreven zou hebben. Je vindt het verhaal van de Japanse steenhouwer, verschillende gedichten, waarvan één lang gedicht in het Duits, verschillende brieven van en aan Max Havelaar en natuurlijk het liefdesverhaal van Saïdjah en Adinda, dat zo prachtig is verstript door Dick Matena.
 
Citaten:
- Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, nr 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gy, lieve lezer, zo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt.
 
Na de opsomming van maar liefst 148 verhandelingen en opstellen in het pak van Sjaalman:
- En dit was nog niet alles! Ik vond, om van de verzen niet te spreken - er waren er in velerlei talen - een aantal bundeltjes waaraan het opschrift ontbrak, romances in het maleis, krygszangen in het javaans, en wat niet al! Ook vond ik brieven, waarvan vele in talen die ik niet verstond. Sommige waren aan hem geschreven, of liever het waren slechts afschriften, doch hy scheen daarmee zeker plan te hebben, want alles was door andere personen getekend voor: gelykluidend met het oorspronkelyke. Dan vond ik nog uittreksels uit dagboeken, aantekeningen en losse gedachten ... sommige werkelyk heel los.

Over de pendoppo:
- Na een hoed met brede rand, een regenscherm, of een holle boom, is een pendoppo, zeker de eenvoudigste uitdrukking van het denkbeeld: dak. Verbeeld u vier of zes bamboezen palen in de grond geslagen, die aan de boveneinden met elkander verbonden zyn door andere bamboes, waarop een deksel is vastgehecht van de lange bladen  van de waterpalm die in deze streken atap heet, en ge zult u dusdanige pendoppo kunnen voorstellen. Het is, zoals ge ziet, zo eenvoudig mogelyk, en het moest hier dan ook slechts dienen als pied à terre voor de europese en inlandse beambten die daar hun nieuw opperhoofd kwamen verwelkomen aan de grenzen.

- De aangeboren hoffelykheid van de javaanse grote - zelfs de geringe Javaan is veel beleefder dan zyn europese standgenoot - ...

- Niets is dus gewoner dan dat honderden huisgezinnen van verre afstand worden opgeroepen om zonder betaling velden te bewerken, die de Regent toebehoren. Niets is gewoner dan het onbetaald verstrekken van levensmiddelen ten behoeve der hofhouding van de Regent. En wanneer die Regent een gevallig oog mocht slaan op het paard, de buffel, de dochter, de vrouw van de geringe man, zou men 't ongehoord vinden, als deze de onvoorwaardelyke afstand van het begeerd voorwerp weigerde.
 
- Zyn aanspraak tot de Lebakse hoofden was natuurlijk in 't maleis, en ontleende hieraan een eigenaardigheid te meer, daar de eenvoudigheid der oosterse talen aan veel uitdrukkingen een kracht verleent, die in onze idiomen door litterarische gekunsteldheid is verloren gegaan, terwyl aan de andere kant het zoetvloeiende van 't maleis moeielyk in enige andere taal is weer te geven.
 
- "Maar," bracht Duclari in 't midden, "ge hebt ook de watervallen verworpen als uitdrukking van het schone. Watervallen bewegen toch!"
 "Ja, maar ... zonder geschiedenis! Ze bewegen, maar komen niet van de plaats. Ze bewegen zich als een hobbelpaard, minus nog het va et vient. Ze geven geluid, maar spreken niet. Ze roepen: hrroe ... hrroe ... hrroe .. en nooit iets anders! Roep jy eens zesduizend jaar, of langer: hrroe ... hrroe ... en zie eens hoe weinigen je voor een onderhoudend mens zullen aanzien."

- ... en 't is dan ook in Indië een tot spreekwoord geykte mening dat het Gouvernement liever tien residenten zou ontslaan dan één Regent.

- Hy wist dat een resident niet gaarne een schriftelyk rapport ontvangt, dat in zyn archief blyft liggen en later kan gelden als bewys dat hy tydig was opmerkzaam gemaakt op deze of gene verkeerdheid, terwyl een mondelinge mededeling hem zonder gevaar de keus laat tussen 't al of niet gevolg geven aan een klacht.
 
- Maar ik weet meer dan dat alles. Ik weet en kan bewijzen dat er veel Adinda's waren en veel Saïdjah's, en dat, wat verdichtsel is in 't byzonder, waarheid wordt in 't algemeen
 
- Dit boek is een inleiding ...
 Ik zal toenemen in kracht en scherpte van wapenen, naarmate het nodig zal wezen ...
 God geve dat het niet nodig zy!
 Neen, 't zal niet nodig zyn! Want aan U draag ik myn boek op, Willem de derde, Koning, Groothertog, Prins ... meer dan Prins, Groothertog en Koning ... KEIZER van 't prachtig ryk van INSULINDE dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd ...
 Aan u durf ik met vertrouwen vragen of 't uw keizerlyke wil is:
 Dat Havelaar wordt bespat met de modder van Slymeringen en Droogstoppels?
 En dat daarginds Uw meer dan dertig miljoen onderdanen worden MISHANDELD EN UITGEZOGEN IN UW NAAM?
 
De uitgave die ik heb gelezen is die in de Perpetua-reeks. Als je voor een mooie uitgave van "Max Havelaar" wilt gaan dan is dit waarschijnlijk de mooiste en meest verantwoorde hedendaagse uitgave. Jammer is dat het boek vrijwel niet te vinden is, ik ben er ruim een half jaar naar op zoek geweest. Een herdruk van deze uitgave zou zeer welkom zijn. Welke uitgave je ook leest, "Max Havelaar" is zeer de moeite waard.
 
De "Max Havelaar" is in 1976 verfilmd door Fons Rademakers, maar over deze film ben ik niet enthousiast.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 21 februari 2022

Multatuli (tekst) & Dick Matena (tekeningen): Saïdjah en Adinda

Multatuli (tekst) & Dick Matena (tekeningen): Saïdjah en Adinda (Nederland, 2021): 121 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Dick Matena is een Nederlandse striptekenaar die al jaren in zijn eentje bezig is om een aantal klassieke werken uit de Nederlandse literatuur te verstrippen. Ik maakte voor het eerst kennis met zijn werk toen ik zijn vierdelige verstripping van "De avonden" van Gerard Reve tegenkwam bij antiquariaat Hinderickx en Winderickx.
 
Ik heb van Matena verschillende verstrippingen in mijn handen gehad: "De avonden" van Gerard Reve, "Turks fruit" en "Kort Amerikaans" van Jan Wolkers, "De komiek" van Freek de Jonge, "Kees de jongen" van Theo Thijssen en "Kaas" van Willem Elsschot. Tot dusver was "Kaas" mijn favoriet onder de verstrippingen van Dick Matena.
 
"Saïdjah en Adinda" is een verstripping van het gelijknamige verhaal uit de "Max Havelaar" van Multatuli. Het is maar een kort verhaal, in de uitgave van de Perpetua reeks telt het slechts 20 bladzijden.
 
In Java woont de vader van Saïdjah die een buffel heeft om zijn grond te kunnen ploegen. Tweemaal wordt zijn buffel afgenomen door het districtshoofd en weet hij een nieuwe buffel te kopen. De tweede buffel redt de jonge Saïdjah bij een aanval van een tijger. De derde keer dat zijn buffel wordt afgenomen kan hij geen nieuwe meer kopen en vlucht hij. Ondertussen is door de ouders van Saïdjah en Adinda afgesproken dat Saïdjah en Adinda met elkaar zullen trouwen. Saïdjah vertrekt om zijn geluk te zoeken en belooft om na 3 jaar terug te zijn zodat hij kan trouwen met Adinda.

Het verhaal van Saïdjah en Adinda alleen al is prachtig. De tekeningen die Dick Matena bij het verhaal heeft gemaakt vind ik fenomenaal. De lijnvoering is strak en overzichtelijk, de gelaatsuitdrukkingen van de personages zijn perfect weergegeven en de inkleuring in groene, bruine en grijze pasteltinten oogt heel prettig.

Van alle verstrippingen die ik van Dick Matena in mijn handen heb gehad is deze veruit mijn favoriete. Ik kwam op het spoor van deze uitgave dankzij het blog van Teunis.

Citaten:
- Saïdjah's vader had een buffel, waarmee hij zijn veld bewerkte. Toen deze buffel hem was afgenomen door het districtshoofd van Parang-Koedjang was hij zeer bedroefd, en sprak geen woord, vele dagen lang. Want de tijd van ploegen was nabij, en 't was te vrezen, als men de sawa niet tijdig bewerkte, dat ook de tijd van zaaien zou voorbijgaan, en eindelijk, dat er geen padie zou te snijden zijn, om die te bergen in de loemboeng van het huis.

- Dit vooruitzicht lachte hem toe. Met fiere tred, zoals iemand gaat die grote zaken in de zin heeft, trad hij na 't vertrek zijns vaders bij Adinda binnen en deelde haar zijn plan mede. "Denk eens," zei hij. "Als ik wederkom zullen wij oud genoeg zijn om te trouwen en zullen we twee buffels hebben!"
 "Heel goed, Saïdjah! Ik wil gaarne met je trouwen als je terugkomt. Ik zal spinnen en sarongs en slendangs weven, en batikken, en heel vlijtig zijn al die tijd."
 "O, ik geloof je, Adinda! Maar ... als ik je getrouwd vind?"
 "Saïdjah, je weet immers wel, dat ik met niemand trouwen zal. Mijn vader heeft me toegezegd aan jouw vader."
 "En jijzelf?"
 "Ik zal trouwen met jou, wees daar maar zeker van!"
 "Als ik terugkom zal ik roepen in de verte ..."
 "Wie zal dat horen, als we rijst stampen in 't dorp?"
 "Dat is waar. Maar Adinda ... o ja, dit is beter: wacht me bij het djatibos ... ... onder de ketapan, waar je mij de melati hebt gegeven."

- Daar kwam een streep van blauwig rood die zich vastklemde aan de wolken en de randen werden licht en gloeiend, en 't begon te bliksemen, en weer schoten er pijlen van vuur door het luchtruim, maar ze vielen niet neer ditmaal, ze hechtten zich vast op de donkere grond en deelden hun gloed mee in groter en grotere kringen en ontmoetten elkander, kruisend, slingerend, wendend, dwalend en ze verenigden zich tot vuurbundels en weerlichtten in gouden glans op een grond van paarlemoer, en er was rood, en blauw, en geel, en zilver, en purper, en azuur in dit alles ... O God.
 Dat was de dageraad ... Dat was het weerzien van Adinda! 
 Saïdjah had niet geleerd te bidden en 't ware ook jammer geweest hem dit te leren, want heiliger gebed en vuriger dank dan er lag in de sprakeloze opgetogenheid zijner ziel, was niet te vatten in menselijke taal.

    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.