donderdag 9 juni 2016

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk (Groot Brittannië, 1869): 679 blz: Vertaald door Ruud Rook (1996): Uitgeverij Atlas: Oorspronkelijk uitgever Macmillan

Large Cover Image"Het Maleise eilandenrijk" van Alfred Wallace wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste reisverhalen uit de 19e eeuw.

Alfred Wallace was een bioloog die tegelijkertijd met Charles Darwin op het idee van evolutie kwam. Het verschil tussen hen beiden was dat Wallace in een creatieve flits kwam tot een schets van hoe evolutie volgens hem verliep terwijl Darwin al 20 jaar met het idee bezig was en uitgebreid alle voors en tegens had overdacht.

Wallace deelt het eilandengebied in vijf regio's in:
1): De Indo-Maleise eilanden: bestaande uit het schiereiland Malakka en Singapore, Borneo, Java en Sumatra.
2): De Timor-groep: bestaande uit de eilanden Timor, Flores, Sumbawa en Lombok, alsmede verscheidene kleinere eilanden.
3): Celebes (tegenwoordig Sulawesi genaamd).
4): De Molukken.
5): De Papoease groep: bestaande uit Nieuw-Guinea alsmede de Aroe-eilanden en verscheidene andere eilanden.

Van iedere regio beschrijft Wallace zijn reizen door dat gebied, terwijl hij steeds afsluit met een hoofdstuk over de natuurlijke historie van het besproken gebied.

In "Het Maleise eilandenrijk" doet Wallace verslag van zijn verblijf gedurende de jaren 1854-1862 in wat toen Maleisië heette (tegenwoordig spreekt men van Indonesië). Wallace was van arme afkomst en moest om zijn reis te kunnen bekostigen dieren verzamelen. Dat deed hij met ongekende overgave, een groot deel van zijn boek wordt gevuld met beschrijvingen van vangsten van vooral vogel-, vlinder- en keversoorten. Hij verzamelde 1000 soorten vogels en 7000 soorten kevers en vlinders. Daar zaten een aantal nieuwe soorten bij waarvan er ook enkele naar hem vernoemd zijn, waaronder een soort paradijsvogel.

Wallace ondekte dat er een grens liep tussen Bali en Lombok en ten oosten van Celebes ten westen en oosten waarvan de dierenwereld flink verschilde. Deze grenslijn wordt sinds die tijd de Wallace-lijn genoemd.
 Verder schrijft Wallace over zijn ontmoetingen met het Maleise en Papoease mensenras. Geheel in de trant van de 19e eeuw beschrijft hij deze als lui en een treetje lager op de evolutieladder staand dan de Westerse mens.

Hij schrijft ook over de jacht op de Orang Oetans (letterlijk: man van het woud), over de durian (smells like hell, tastes like heaven), over bamboe en over de productie van sago.

Kenmerkend voor de onbevooroordeelde blik waarmee Wallace kijkt is dat hij het Nederlandse cultuurstelsel als het beste systeem beschouwt dat hij kent in de kolonieën.

Ook is Wallace enthousiast over de waterklok (een halve kokosnoot met onderin een gaatje die geleidelijk volstroomt met water) en vindt hij reizen met de inheemse prauw gerieflijker dan met een stoomboot, die toch als een hoogtepunt van de westerse beschaving wordt beschouwd.

Wallace sluit het boek af met een beschouwing over Engeland, het rijkste land ter wereld waarin desondanks tien procent van de bevolking in armoede leeft of van de misdaad.

Het is een erg onderhoudend boek waarin de vele opsommingen van verzamelde dieren soms wat langdradig zijn. De vertaling van Ruud Rook leest uitstekend.

  

2 opmerkingen:

  1. Ha Erik, mooie bespreking. Ken je ook het boek van Alexander Reeuwijk: Reizen tussen de lijnen? Dat sluit hier mooi bij aan.
    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoi Wim, bedankt. Het boek van Reeuwijk ken ik niet. Ik ben nu bezig met het "Het lied van de Dodo" aan het herlezen, een ander prachtig boek dat veel teruggrijpt op het boek van Wallace. Groetjes, Erik

      Verwijderen