donderdag 12 oktober 2017

Sarah Bakewell: Hoe te leven


Small Cover ImageNadat ik afgelopen maand "De essays" van Michel de Montaigne in de prachtige vertaling van Hans van Pinxteren heb herlezen was het tijd om dit boek van Sarah Bakewell over Montaigne en zijn boek te herlezen.

"Hoe te leven" is een dubbelbiografie. Enerzijds gaat het over de mens Michel de Montaigne en anderzijds over "De essays", het boek waarmee hij beroemd is geworden.

Over het leven van Montaigne is relatief weinig bekend, buiten wat hij zelf heeft opgeschreven in zijn essays.

Montaigne is geboren op 28 februari 1533. In zijn vroege jeugd leerde hij spelenderwijs Latijns spreken doordat iedereen in zijn omgeving Latijns met hem sprak, zelfs zijn ouders en de bedienden die speciaal hiervoor een paar woordjes Latijns leerden.

Hij had een vrij conventionele schoolperiode. Van 1548 tot 1554 heeft hij waarschijnlijk rechten gestudeerd. Op 23 september 1565 trouwt Montaigne.

Hij krijgt van zijn vader de opdracht om voor hem een boek van Raymond de Segond te vertalen, dat waarschijnlijk de inspiratie vormde voor zijn latere loopbaan als schrijver. In 1568 stierf zijn vader en erfde Montaigne het landgoed en het bijbehorende kasteel.

Rond 1572 begint Montaigne aan het werk van "De essays" die in 1580 worden gepubliceerd.

Ondanks het feit dat Montaigne geen publieke functie nastreeft wordt hij in 1581 tot burgemeester van Bordeaux gekozen, wat hij tot 1585 blijft. Op 13 september 1592 sterft Montaigne als gevolg van complicaties die hij heeft van zijn nierstenen.

Belangrijke gebeurtenissen in die tijd zijn de voortdurende burgeroorlogen tussen de katholieken en protestanten tussen 1562 en 1595 en de pestepidemie van 1585.

De biografie is goed geschreven en geeft een levendig beeld van Montaigne en zijn tijd.Wel vond ik de hoofdstukken over de ontvangst van Montaigne in latere eeuwen door verschillende schrijvers niet zo relevant. Het boek had wat mij betreft rustig 100 bladzijden korter gekund.

Een aantal citaten:

- Montaigne had belangstelling voor morele dilemma's, maar was minder geïnteresseerd in wat mensen hoorden te doen dan in wat ze in werkelijkheid deden.

- In het grote vertrek had hij de nokbalken laten beschilderen met citaten die ook voornamelijk klassiek waren.

- Terwijl de man Montaigne zich met zijn dagelijkse leven op het landgoed bezighield, liep de schrijver Montaigne achter hem aan, bespiedde hem en maakte aantekeningen.

- Montaigne herzag eerdere versies van de Essays steeds opnieuw, voegde materiaal toe zoals het hem inviel en deed geen poging zijn boek in het keurslijf van beginselvastheid te persen. Binnen een paar regels ontmoeten we Montaigne als jonge man, vervolgens als oude man met één been in het graf, en dan weer als burgemeester van middelbare leeftijd die gebukt gaat onder zijn verantwoordelijkheden.

 - Omdat hij zich in zijn vroege jeugd zich slechts had laten leiden door zijn eigen nieuwsgierigheid, groeide hij op tot een volwassene met een onafhankelijke geest die in alles zijn eigen weg volgde in plaats van zich naar plicht en discipline te voegen.

- Montaigne koos voor Frans en niet voor Latijn. In de Essays geeft hij hier een merkwaardige reden voor. Van het Frans kon niet worden verwacht dat het even duurzaam zou zijn als de klassieke talen, zei hij; daarom waren zijn schrijfsels gedoemd tot een korte levensduur en kon hij opschrijven wat hij maar wilde, zonder zich over zijn reputatie te bekommeren.

-Doorgaans koesterde Montaigne minachting voor academische filosofen: hij hield niet van hun geleerde gedoe en hun abstracties. Maar hij toonde een eindeloze fascinatie voor een andere filosofische traditie: de grote pragmatische scholen die vragen onderzochten als: hoe kun je het hoofd bieden aan de dood van een vriend, hoe kun je moed verzamelen, hoe moet je handelen in moreel moeilijke situaties en hoe kun je het beste van het leven maken.

- Het komt mij voor dat er voor elke door mij nagegane redenering die iets onomstotelijk lijkt te bewijzen een andere redenering te vinden is die onomstotelijk, en even overtuigend of betwijfelbaar, het tegenovergestelde lijkt te bewijzen.

- Er was slechts één uitzondering op zijn regel "betwijfel alles": hij verklaarde omzichtig dat hij zijn geloof boven elke twijfel verheven achtte. Hij onderschreef de algemeen aanvaarde leerstellingen van de katholieke Kerk, en daarmee was de kous af.

- Montaigne daarentegen zag zichzelf totaal anders: als een in elk opzicht door en door gewone man.

- Montaigne smeerde zijn woorden niet in alle richtingen uit zoals Joyce, maar wel was het zijn gewoonte om alles wat hij had geschreven te herzien, uit te werken en aan te vullen. Hoewel hij steeds weer op zijn werk terugkwam, lijkt hij vrijwel nooit de aandrang te hebben gevoeld om dingen te schrappen, maar alleen om er meer aan toe te voegen.

"Hoe te leven" staat vol met citaten uit "De essays" deels dezelfde die ik vermeld heb bij de bespreking van "De essays".

Collega bloggers Anna, Jacqueline, Joke en Koen hebben alle vier een prachtige bespreking van "Hoe te leven" geschreven. Zij hebben er alle vier voor gekozen om "Hoe te leven" te lezen alvorens aan "De essays" te beginnen.

Zelf heb ik er voor gekozen om eerst "De essays" te lezen. In mijn ogen zijn "De essays" prima te lezen zonder aanvullende informatie. Enigszins chargerend gezegd volstaan de vier bladzijden chronologie op blz 413 tot 416 uit "Hoe te leven". Omgekeerd valt van "Hoe te leven" veel meer te genieten als je eerst "De essays" hebt gelezen.


 

woensdag 11 oktober 2017

Steve McCurry: Afghanistan

Steve McCurry: Afghanistan (Verenigde Staten, 2017): 259 blz: Uitgeverij Taschen

Steve McCurryNa het schitterende "The iconic photographs" uit 2011 heeft Steve McCurry nog een aantal fotoboeken gepubliceerd: "From these hands", over de koffieteelt uit 2015, "India", ook uit 2015, "On reading" uit 2016 en nu dan het prachtige "Afghanistan".

In "Afghanistan" staan tal van prachtige foto's zoals we van Steve McCurry gewend zijn. De eerste 30 blz bevatten zwart-witfoto's, maar wie aan McCurry denkt, denkt natuurlijk aan zijn kleurenfoto's. In het boek foto's van landschappen, van gebouwen, maar natuurlijk vooral een groot aantal portretfoto's en foto's van mensen in het landschap, de onderwerpen waarmee McCurry beroemd is geworden.

"Afghanistan" is het eerste boek van McCurry dat bij de Duitse uitgeverij Taschen is uitgegeven. Het is een prachtig boek, hardcover met stofomslag op stevig papier, met natuurlijk vooral veel hele mooie foto's. Aanbevolen!

   

maandag 9 oktober 2017

Dvd: De helaasheid der dingen

De helaasheid der dingen (België, 2009): 104 minuten: Regisseur Felix van Groeningen

De helaasheid der dingen Poster"De helaasheid der dingen" is de verfilming van het gelijknamige boek van Dimitri Verhulst.

In het dorpje Reetverdegem woont de 13 jarige Gunther Strobbe samen met zijn vader Marcel en zijn 3 ooms Koen, Breejen en Petrol en zijn oma die voor iedereen zorgt. Alle mannen zijn zuipschuiten, het lijkt wel of het enige doel in hun leven is om zoveel mogelijk liters bier weg te werken.

Er wordt in het dorp een competitie gehouden om het wereldrecord bierdrinken te verbeteren. Deze wedstrijd wordt gewonnen door Koen, die vervolgens doodleuk in zijn auto stapt en in het ziekenhuis belandt. Breejen zorgt voor een nog grotere uitdaging: de Tour de France van het drinken, waarin behalve bier ook sterke drank wordt gedronken.

Het is een tragisch verhaal, waar door de lichtvoetige manier waarop het vertelt wordt veel bij valt te lachen. Sommige one-liners uit de film zijn ijzersterk:
- Marcel investeerde zijn salaris integraal in de dichtstbijzijnde kroeg.
- Oma had een hart dat groter was dan haar uitkering.

Het Vlaamse dialect dat veel gesproken wordt in de film draagt zeker ook bij aan de sfeer. Ik vind "De helaasheid der dingen" een van de beste Nederlandstalige films die ik ken. Ik heb de film inmiddels een keer of vier gezien en kan hem iedereen aanraden die van amusement met een serieuze ondertoon houdt!

 

zaterdag 7 oktober 2017

Dvd: Casablanca

Casablanca (Verenigde Staten, 1942 ): 98 minuten: Zwart-wit: Regisseur Michael Curtiz

Casablanca PosterIn Casablanca staat een café: Rick's American. De eigenaar hiervan is Rick (gespeeld door Humphrey Bogart), een cynische Amerikaan, die zich alleen om hemzelf bekommert.

Jaren eerder heeft hij in Parijs een romance gehad met een Zweedse, Ilsa (gespeeld door Ingrid Bergman).

Dan komen in Casablanca de voortvluchtige Tsjech Victor Laszlo en zijn vrouw Ilsa aan. Ze proberen om te ontsnappen naar Amerika, maar zal hun dat lukken?

"Casablanca" is volgens mij en velen met mij, een van de mooiste films ooit met prachtrollen van Humphrey Bogart en vooral van Ingrid Bergman. Ingrid Bergman is een van die vrouwen die de hele film naar een hoger plan trekken (net zoals Grace Kelly in Rear Window en Claudia Cardinale in Once upon a time in the West).

 

donderdag 5 oktober 2017

Caleb Melby & JESS3 (tekeningen): De Zen van Steve Jobs

Caleb Melby & JESS3 (tekeningen): De Zen van Steve Jobs (Verenigde Staten, 2012): 65 blz: Vertaald door Jörgen van Drunen (2012): Uitgeverij Kosmos: Oorspronkelijk uitgever John Wiley and sons

De zen van Steve JobsEen tijdje terug kreeg ik van een vriend dit boek te leen.

Zoals bekend was Steve Jobs de medeoprichter van Apple. Hij had een vriend, Kobun, die een Japanse Zenmeester was en van wie hij van alles leerde en met wie hij van alles besprak.

Caleb Melby heeft uitgebreid onderzoek naar deze vriendschap gedaan en het verhaal van dit boek geschreven, dat door een aantal verschillende tekenaars is geïllustreerd.

"De zen van Steve Jobs" is een prachtig getekende graphic novel. De tekeningen zijn bewust eenvoudig gehouden in zwart-wit met soms een steunkleur. De eenvoud die de producten van Jobs kenmerkte straalt ook van de tekeningen af.

Over Steve Jobs zijn vele boeken geschreven. Dit boek behandelt maar een klein aspect van zijn leven, maar is duidelijk met liefde gemaakt en zonder meer een must voor liefhebbers van een graphic novel en voor mensen die in Steve Jobs zijn geïnteresseerd. Een aanrader!

   

dinsdag 3 oktober 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 3

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 3: blz 1015-1444

De essays Voor een toelichting op "De essays" in zijn geheel zie mijn stukje bij deel 1.

In dit derde deel gaat Michel de Montaigne onverdroten verder met zijn essays.

Opnieuw erg citeerwaardig, hieronder een aantal van de mooiste citaten:

- 4 Een openhartige manier van praten opent ook een ander de mond en maakt hem loslippig, zoals de wijn en de liefde.

- 8 Een geleerd man is niet geleerd op elk gebied, maar een wijs man is wijs in alles, zelfs in zijn onwetendheid.

- 10 Menigeen heeft de wereld in verbazing gebracht, terwijl zijn vrouw en zijn bedienden niets bijzonders in hem zagen. Maar weinigen worden bewonderd door hun huisgenoten.

- 13 Elke wijsheid is dwaas die de algemene dwaasheid niet voor lief neemt.

- 14 Wij moeten onze verlangens richten op de meest nabije, gemakkelijk bereikbare dingen, en ze daartoe beperken.

- 19 In mijn jeugd heb ik mij in de boeken verdiept om indruk te maken; later, een beetje, om wijs te worden; en tegenwoordig om mij te vermaken; maar nooit om er fortuin mee te maken.

- 20 Lezen heeft zo zijn nadelen, en nogal ernstige: het houdt de geest fit, maar het lichaam, dat eveneens om zorg en aandacht vraagt, blijft intussen werkeloos toezien, verkwijnt en verkommert.

- 23 De geest brengt geen blijdschap voort wanneer het lichaam lijdt.

- 33 Want een vrouw en een huwelijk danken hun goede naam niet aan het feit dat ze goed zijn, maar dat erover gezwegen wordt.

- 34 Door een vesting te versterken, maak je de verovering daarvan des te waardevoller en begerenswaardiger.

- 40 Om mensen om te brengen kiezen wij het open veld en het volle daglicht, om ze voort te brengen kruipen wij weg in een donker hoekje.

- 50 Ik heb nog nooit meegemaakt dat een vrouw om de schoonheid van iemands geest, hoe wijs en rijp hij ook is, een hand wilde uitsteken naar zijn lichaam, als dit ook maar enigszins in verval was geraakt.

- 52 Rechtspraak is er niet ter wille van de rechter, maar voor de rechthebbenden. Superieuren worden nooit aangesteld voor hun eigen belang, maar in het belang der ondergeschikten, zoals een dokter er voor de zieke en niet voor zichzelf is.

- 54 Ik ben zozeer op mijn gemak gesteld dat ik het geluk niet afmeet naar zijn hoogte maar naar zijn haalbaarheid.

- 58 Zelfkritiek wordt altijd geloofd, eigen roem nooit.

- 61 Als ik ergens pijn in mijn hoofd van krijg, is het wel van stomkoppen, en ik zie liever de ondeugden van mijn mensen dan hun onbezonnenheid, hun lompheid en hun stompzinnigheid.

- 65 Dagelijks hoor ik dwazen dingen zeggen die niet dwaas zijn.

- 69 Iemand die daarentegen in zichzelf genoegen schept, die wat hij in handen heeft boven alles stelt en niets mooier vindt dan wat hij voor zich ziet, is misschien niet wijzer, maar zeker gelukkiger dan wij. En zo iemand benijd ik, niet om zijn wijsheid, maar om zijn geluk.

- 79 Het is een slechte eigenschap dat wij onze achterstand op anderen meer betreuren dan dat wij ons verheugen op onze voorsprong op velen.

- 86 Gewoonlijk antwoord ik degenen die mij vragen waarom ik reis, dat ik wel weet waar ik voor wegloop maar niet wat ik zoek.

- 87 Andermans narigheid zal ons waarschijnlijk niet zo pijnlijk treffen als het eigen zeer.

- 88 Vriendschappen die je geheel op eigen initiatief hebt aangeknoopt zijn gewoonlijk hechter dan die ontstaan zijn door een gemeenschappelijke woonplaats of door de banden des bloeds.

- 94 Ik beleef niet echt een genoegen aan iets, zolang ik het niet met een ander delen kan.

- 99 Met een zwakke maag heb je een streng en uitgekiend dieet nodig. Als je een sterke maag hebt, kun je eenvoudig eten waar je van nature trek in hebt.

-102 Niemand geeft aan anderen zijn geld weg, iedereen doet dat wel met zijn tijd en zijn leven. Er is niets anders waarmee wij zo verkwistend omspringen, terwijl tijd juist het enige is waarbij gierigheid wel prijzenswaardig en nuttig is.

- 103 Wie totaal niet voor anderen leeft, leeft nauwelijks voor zichzelf.

- 104 Materiële armoede valt gemakkelijk te verhelpen, geestelijke armoede nooit.

- 105 Socrates zag eens hoe een grote hoeveelheid rijkdommen, juwelen en duur meubilair in processie door Athene werd gedragen, en hij zei: "Wat zijn er veel dingen die ik niet wil hebben."

- 109 Zodra ik iets dat best waar kan zijn krijg te slikken als een onomstotelijke waarheid, lust ik het niet meer. Ik houd van woorden die de boudheid van onze beweringen temperen en verzachten: misschien, enigszins, ietwat, naar verluidt, ik geloof en dergelijke.

- 111 Hoeveel natuurlijker is het niet dat ons verstand op een dwaalspoor is gezet door onze grillige, op hol geslagen geest dan dat iemand van ons, door een vreemde geest bezeten, in levenden lijve op een bezemsteel zijn schoorsteenpijp uit is gevlogen?

- 119 Overeenkomstigheid maakt de dingen nooit zo eender als het verschil ze anders maakt.

- 123 Hoezeer de ervaring ons ook tot voordeel kan strekken, toch zullen wij niet veel wijzer worden van het voorbeeld van anderen als wij niet profiteren van onze eigen ervaringen: want die zijn ons meer eigen en zullen ons zeker voldoende leren wat wij moeten weten.

- 124 Je hebt heel sterke oren nodig om te kunnen luisteren naar openhartige kritiek op jezelf: maar weinigen kunnen dit verdragen zonder zich gekrenkt te voelen. Daarom: als iemand de moed heeft je zulke kritiek te leveren, getuigt dit van een bijzondere genegenheid.

- 128 Zelfs koningen en wijsgeren kakken, en dames ook.

- 130 Zo heb ik altijd veel meer geluisterd naar mijn genoegens dan naar welk medisch advies ook.

- 139 Geen saus zo lekker en geen kruid zo pittig als het zout dat je uit goed gezelschap haalt.

- 145 En zelfs op de hoogste troon ter wereld zit je nog altijd op je eigen gat.

De drie weken die ik heb doorgebracht met het herlezen van "De essays" waren een waar genoegen. Samen met de eerder dit jaar herlezen verhalen van Tsjechov het meest indrukwekkende wat ik ooit heb gelezen. Hopelijk hebben mijn lezers genoten van de vele citaten.

 

zondag 1 oktober 2017

Hoe ik aan mijn citaten kom en het grote feest der citaten

Wie mijn besprekingen leest zal opvallen dat ik vaak een aantal citaten geef. Hoe kom ik daaraan?
Als ik tegenwoordig een boek lees, dan heb ik altijd een potlood bij de hand. Ik zet streepjes bij belangrijke passages, stukken tekst die de inhoud samenvatten of stukken tekst die ik citeerbaar vind. Als ik het boek uit heb lees ik al deze aangestreepte stukken tekst door en zet opeenvolgende nummers bij de stukken die ik mogelijk wil gebruiken als citaat. De volgende ronde is dat ik de nummers van de citaten die ik waarschijnlijk wil gebruiken op een papiertje schrijf  en omcirkel en die ik mogelijk wil gebruiken onderstreep. Als ik dan uiteindelijk de bespreking schrijf vallen er soms nog een paar citaten af omdat ik er teveel heb, of omdat ze niet sprekend genoeg zijn. Op deze manier blijven altijd de in mijn ogen beste citaten over.

Waaraan moet een goed citaat voldoen?
- Het moet goed geformuleerd zijn, de exacte bewoording van een citaat maakt veel uit.
- Het moet liefst typerend zijn voor de tekst, liefst kort, verrassend en humoristisch.

Een aantal van de beste citaten die ik in tien jaar tijd heb gevonden vindt u hier:
Het grote feest der citaten:

- De criticus beledigt de auteur: men noemt dat kritiek. De auteur beledigt de criticus: men noemt dat belediging. (Henry de Montherlant)

- De voornaamste moeilijkheid na een nieuwe leefregel ontdekt en aanvaard te hebben is uit te vinden wanneer je hem moet overtreden.  (Henry de Montherlant)

- De barbaarsheid van het Christelijk geloof:
Een vader die zijn zoon laat executeren voor door anderen begane misdrijven en wandaden teneinde de werkelijke schuldigen straffeloosheid te bezorgen, zou overal ter wereld gerechtelijk worden vervolgd als zijn daad aan het licht kwam. Iedereen zou er schande over spreken. Toch vormt een dergelijke primitieve, wrede, onredelijke misdaad de grondslag van het christelijk geloof. (Theo Kars)

- Dreigementen:
Dreigementen zijn de enige beloftes die je niet altijd dient na te komen. (Theo Kars)

- De beste moraal:
Chamfort:"Geniet en bewerk dat anderen genieten, zonder jezelf of hen te schaden, dat is volgens mij de kern van de moraal." Zo bezien is het bedrijven van de liefde zowel het plezierigste als het beste wat een mens kan doen.

- Ongelijk bekennen, hoe eerder hoe beter:
Het toegeven van een fout is en daad van geestelijke hygiëne. Er zijn mensen die onmogelijk de zinnetjes "Ik heb een fout gemaakt", "Ik heb mij vergist" of "Ik heb ongelijk"over hun lippen kunnen krijgen, zelfs als overduidelijk is dat zij een fout of vergissing hebben begaan. Zij lijken zich er niet van bewust te zijn dat zij door hun onvermogen ongelijk te bekennen meer gezichtsverlies lijden dan door de fout die zij hebben gemaakt. (Theo Kars)

Een limerick van Alex van der Heide:
Een zekere Achmed in Bagdad
Lag plat met z'n gat op z'n badmat,
Zo las hij z'n dagblad
En iedereen zag dat,
't is raar, maar in Bagdad daar mag dat! (Vic van de Reijt)

- Ik lees zonder systeem, zonder behoefte om "bij te blijven", gewoon waar ik toevallig zin in heb. Kluizenaar zijn in het leven, vagant in de wereldliteratuur, dat is een mooi program. (Hans van Straaten, is ook op mij van toepassing, tenminste wat het lezen betreft)

- Intelligente mensen worden nooit gelukkig. Domme trouwens ook maar zelden. (Hans van Straaten)

- Voor vele mensen zou de ideale maatschappij al gerealiseerd zijn als zij elke avond voetbal op de televisie konden zien. (Hans van Straaten)

- Minuten kruipen, jaren vliegen voorbij. (Hans van Straaten)

- De angst voor het leven drijft ons tot zelfmoord, de angst voor de dood doet ons verder leven. (Hans van Straaten)

- Alice vraagt aan de Kollumer poes: "Kunt u me misschien vertellen welke kant ik op moet?" "Dat hangt er heel erg van af waar je heen wil" zei de Kat. "Dat kan me niet zoveel schelen-" zei Alice. "Dan doet het er niet toe welke kant je op gaat" zei de Kat." -als ik maar ergens kom," voegde Alice er bij wijze van verklaring aan toe. "O, dat zal wel lukken," zei de Kat, "Als je maar lang genoeg doorloopt." (Lewis Carroll)

- Ik heb in Londen een zeer ter zake kundige Amerikaan leren kennen die me verzekerde dat een jong, gezond en goed verzorgd kind op de leeftijd van één jaar voorziet in een heerlijke, voedzame en gezonde maaltijd. Daarbij maakt het geen verschil of het gestoofd, gegrild, gebakken of gekookt is, en ik twijfel er niet aan dat het evengoed smaakt in een fricassee of ragoût. (Jonathan Swift)

- Een jonge subalterne officier in Brits Indië werd gedood door een tijger, en toen zijn ouders dat te horen kregen, zonden ze een telegram naar de kolonel van zijn regiment, omdat ze de lieve jongen graag in hun familiegraf wilden bijzetten: Stuur alstublieft wijlen James naar huis alle onkosten betaald. Na vele maanden, na een onredelijk lange tijdspanne, kwam er een gigantische doodskist aan, en toen ze die openmaakten werden ze van afgrijzen vervuld bij het zien van een dode tijger. Ze telegrafeerden naar India: Vergissing zit tijger in kist niet James. De kolonel antwoordde: Helemaal geen vergissing tijger in kist James in tijger. (Norman Douglas)

- It's a truth universally acknowledged, that a single man in possesion of a good fortune must be in want of a wife (Jane Austen, openingszin uit Pride and prejudice)

- Of het waar is weet ik niet, maar het is een mooi verhaal, dus schrijf ik het maar op. (Herodotus)

Beschaving:
- Ik zou niet weten waar men het beschavingspeil van een land het beste aan af kan meten, maar zeker eerder aan de mildheid van zijn gevangenissysteem dan aan het feit dat de politieke leiders er met mes en vork kunnen eten.

Christendom:
- Het christendom is een godsdienst die de mensen geen opium maar wel polio gunt.

Genot:
- Vroeger hadden de mensen een schuldgevoel omdat ze te veel genoten, of überhaupt genoten, nu omdat ze te weinig genieten van wat ze hebben.

Interviews:
- Interviews met Nederlandse schrijvers komen er meestal op neer dat ze zeggen: "Na mijn werk kom ik thuis, dan heb ik gegeten, dan drinken mijn vrouw en ik nog even een glaasje, dan trek ik mijn pantoffels aan, dan ga ik naar mijn werkkamer en daar beleef ik met het schrijven van twee pagina's het gelukkigste moment van mijn dag."

Katholieken:
- Katholieken, zijn dat niet ook alweer van die mensen van wie, als ze dood zijn, in de Volkskrant steevast een overlijdensadvertentie staat met honderdachtentwintig namen van kinderen en kleinkinderen eronder?

Luiheid:
 - Ik hou van niks doen, dus probeer ik ook zo veel mogelijk niks te doen. De straf ervoor is dat ik soms heel hard moet werken .... Ik werk vanzelf alleen zo hard om tijd over te houden. Om niks te doen.

Pedofilie:
- Een pedofiel gaat bij de padvinderij, zoals pyromanen bij de vrijwillige brandweer.

Poëzie:
- Nederland is een land waar niemand gedichten leest en iedereen ze schrijft.

Vrouwen:
- Een mooie vrouw mag best, als ze bovendien een beetje dom is.  (Al deze lemma's komen uit "De buitenkant" van Gerrit Komrij)

- If a man does not make new acquaintances as he advances through life, he will soon find himself left alone. A man, Sir, should keep his friendship in conctant repair.

- A short letter to a distant friend is, in my opinion, an insult like that of a slight bow or a cursory salutation. .... Yet it must be remembered, that he who continues the same sort of life in the same place, will have little to tell.

- There is nothing, Sir, too little for so little a creature as man. It is by studying little things that we attain the great art of having as little misery and as much happiness as possible.

- Labouring man who work hard, and live sparingly, are seldom or never troubled with low spirits.

- If therefore the profession you have chosen has some unexpected inconveniences, console yourself by reflecting that no profession is without them; and that all the importunities and perpexities of business are softness and luxury, compared with the incessant cravings of vacancy, and the unsatisfactory expedients of idleness.

- Poetry, indeed, cannot be translated; and therefore, it is the poets that preserve languages; for we would not be at the trouble to learn a language, if we could have all that is written in it just as well in translation.

- A man will please more upon the whole by negative qualities than by positive; by never offending, than by giving a great deal of delight. In the first place, man hate more steadily than they love; and if I have said something to hurt a man once, I shall not get the better of this, by saying many things to please him.

- The world has few greater pleasures than that which two friends enjoy, in tracing back, at some distant time, those transactions and events through which they have passed together.

- Be not angry that you cannot make others as you wish them to be, since you cannot make yourself as you wish to be.

- You cannot spend money in luxury without doing good to the poor. Nay, you do more good to them by spending it in luxury, you make them exert industry, whereas by giving it, you keep them idle.

- Wine makes a man better pleased with himself. I do not say that it makes him more pleasing to others .... The danger is, that while a man grows better pleased with himself, he may be growing less pleasant to others.

- The great direction which Burton has left to men disordered like you, is this, Be not solitary; be not idle: which I would thus modify;- If you are idle, be not solitary; if you are solitary, be not idle.

- He whose inclination prompts him to cultivate your friendship of his own accord, will love you more than one whom you have been at pains to attach to you.

- Every man desires to see of what he has read; but no man desires to read an account of what he has seen: so much does description fall short of reality. Description only excites curiosity: seeing satifies it. (Een aantal uitspraken van Samuel Johnson zoals opgeschreven door James Boswell in zijn biografie van Johnson)

 Safety first:
Een autobestuurder in Bombay
Was iemand, die alles zo domday
Dat al het verkeer
Bij 't zien van dat heer
Maar liefst over Eindhoven omray

No pay, no play:
"I may be good for nothing"
the light young maiden said,
"but I won't be bad for nothing,
at least not in your bed."

Cake and egg!:
My cook, she is a grand ol' gal
and thinks me quite a guy,
that's why between the two of us
it's always cook an' I.
(van John O'Mill)

- De paarden onderscheidden zich in niets van de mensen. Zij bezweken aan het Noorden, aan het werk dat hun krachten te boven ging, aan de slechte voeding, aan het slaan, en ook al kregen zij duizendmaal minder te verduren dan de mensen, toch bezweken ze eerder dan de mensen. En ik begreep waar het om draaide, namelijk dat de mens geen mens was geworden omdat hij door God is geschapen, en niet omdat hij zo'n wonderlijke vinger, een duim, heeft aan iedere hand. Maar omdat hij fysiek sterker is dan andere dieren, meer kan verdragen, en in de laatste plaats omdat hij zijn geest met succes heeft gedwongen zijn lichaam te dienen.

- Hardop zeggen dat het werk te zwaar was, was voldoende om de kogel te krijgen. Op elke opmerking aan het adres van Stalin, hoe onschuldig ook, stond de doodstraf. Zwijgen wanneer er "Hoera voor Stalin" werd geroepen was voldoende om de doodstraf te krijgen. Zwijgen is agitatie, dat is vanouds bekend.

- Ik heb meer dan eens gemerkt dat gevangenschap, vooral in het Noorden, de mensen als het ware conserveert: hun geestelijke groei, hun talenten verstarren op het niveau dat zij ten tijde van hun arrestatie hadden.

- Andrejev tastte in de zak van zijn jekker naar een kruimeltje van het Amerikaanse wittebrood dat hij van zijn middagrantsoen had bewaard. Er waren duizenden manieren om het genot van eten te verlengen. Je kon likken aan dit brood tot het uit je handpalm verdwenen was; je kon er kruimeltjes afbreken, heel kleine kruimeltjes, en op ieder kruimeltje zuigen, het met je tong in je mond omdraaiend. Je kon het op de altijd hete kachel roosteren en de donkerbruine, verbrande stukjes - nog net geen beschuit, maar ook geen brood meer - opeten. Je kon het brood met een mes in heel dunne plakjes snijden en dan pas roosteren. Je kon het brood ook met warm water koken, het eerst aan de kook brengen, dan doorroeren en er een warme brij, een meelpap van maken. Je kon het ook in koud water tot kleine stukjes verkruimelen, en er dan zout op doen, dan kreeg je een soort broodpasta. Dat alles moest Andrejev zien klaar te spelen in het kwartier dat hem nog restte van de middagpauze. Hij at zijn brood op zijn eigen manier op. In een klein conservenblikje werd water aan de kook gebracht, smakeloos sneeuwwater, groezelig door de kleine stukjes verkoold hout en de naalden van de dwergden, die in het blikje waren gevallen. Andrejev deed zijn brood in het ziedende water en wachtte. Het brood zwol op als een spons, een witte spons. Met een stokje, een spaander, viste Andrejev de hete stukjes spons op en bracht ze naar zijn mond. Het doorweekte brood smolt ogenblikkelijk weg in zijn mond.

- "Luizen hebben is natuurlijk een begrip dat nader moet worden gepreciseerd. Een stuk of tien luizen in je ondergoed telt niet mee. Het begint anderen, de dokters en barakgenoten, pas te verontrusten als je bij iemand de luizen zo van zijn kleren kunt plukken en als zijn trui vanzelf beweegt door de luizen die zich erin genesteld hebben."

- Solovjov, die veroordeeld was wegens een vluchtpoging en het eten van mensenvlees, lag in het ziekenhuis bij te komen en hij vertelde graag hoe hij en zijn kameraad bij de voorbereiding van hun vlucht met opzet een derde hadden meegenomen: "voor het geval dat we honger zouden krijgen." De vluchtelingen waren lang, bijna een maand, onderweg. Nadat ze de derde man hadden gedood en deels opgegeten, deels gebraden hadden "voor onderweg" gingen de twee moordenaars ieder huns weegs - ze waren allebei bang om op een nacht door de ander vermoord te worden.

- "De gevangenbewaarder denkt minder aan zijn sleutels dan de gevangene aan ontvluchten." (Varlam Sjalamov)

- Carla en Frank van Putten, moeder en zoon:
"En dan gaan we nu gezellig ergens een tompouce eten, hè Frank?" "Reuze gezellig moeder!" (Denkt: Ik wil geen tompoes. Ik wil een naakte vriendin insmeren met slagroom... Maar ik héb geen vriendin.)

- Koos Koets en Robbie Kerkhof, Oudere Jongeren:
"Hee Koos! Heb je nog zo'n methyleendioxymettamfetaminepil voor me?" "Je bedoelt XTC, Rob?" "Ja! Mozes Kriebel, ik kan die naam maar niet onthouden!"

- Karel Timofeeff, parlementair journalist:
"Ken je dat liedje van Wat Voor Weer Zou Het Zijn In Den Haag? Nou, ik weet 't: laaghangende wolkenvelden met een permanente kans op motregen."

- H. van der Vaart en Tjolk Hekking, burgemeester en wethouder van Juinen:
"Wat wilde ik ook alweer zeggen? Help me eens even Hekking, want jij bent uiteindelijk mijn rechterhand." "Loat telinkse neu waite wat te rechtse hanteut, burgemeester." "Aha! Juist! Zo zeggen we dat hier, in Juinen!"

- Berendien uut Wisp, kruidenvrouwtje:
"Iets tegen hoofdpien? Aardappl'n! De schill'n van vief kilo eigenheimers mal'n, het prutje drie uur lat'n kok'n en met dat nat het zere hoofd inwriev'n."

- Dr. R. Clavan, Oosteuropa-deskundige:
"Meteen na de val van de Berlijnse Muur voorspelde ik al dat er in Oost-Europa een drinkwaterprobleem zou ontstaan. Daarom is het onbegrijpelijk dat wij al jaren melkpoeder exporteren, maar er nog steeds niet in zijn geslaagd waterpoeder te ontwikkelen. Dat moet toch ergens mee aan te maken zijn?"

- Dirk, zwerver:
"Effe denken: is dit nou m'n eerste biertje van vandaog, of m'n laotste van gisteren...?"

- F. Jacobse en Tedje van Es, vrije jongens:
"En ons eerste programmapunt is: nergens geen maximumsnelheid!" "Honderdtwintig? Dat rijen wij al in z'n achteruit!"
(Van Kooten en de Bie)

zaterdag 30 september 2017

Martina Padberg: Louvre

Martina Padberg: Louvre (Duitsland, 2016): 397 blz: Uitgeverij Könemann

Louvre Paintings"Louvre" van uitgeverij Könemann is een mooi uitgevoerd boek dat een overzicht geeft van de collectie van het Louvre.

Met de afbeeldingen is niets mis, de reproducties zijn mooi uitgevoerd en hoewel ze niet allemaal even representatief zijn (een reproductie van een schilderij met de afmetingen van 20 bij 20 centimeter is een heel ander verhaal dan een reproductie van een schilderij van 6 bij 3 meter) zijn de afbeeldingen een genot om naar te kijken.

In zo'n belangrijk museum als het Louvre hangen natuurlijk tal van wereldberoemde schilderijen van de bekendste schilders.

Waar het boek echter enorm tekort schiet is in de teksten. Ik heb vaker geklaagd over de kwaliteit van de teksten in kunstboeken, maar hier is het wel heel erg. De verschillende afdelingen van het museum krijgen ieder een uiterst korte inleiding, nota bene in 6 talen. Verder zijn maar een paar schilderijen voorzien van een toelichting, die meestal niets voorstelt.

Het zou verboden moeten worden om zo een boek uit te geven. Ik ben geen kenner van de schilderkunst, maar ik durf er om te wedden dat ik met betere teksten voor de dag zou komen. Schande!
Waardering voor de teksten, een droevige één ster.

  : voor de afbeeldingen

donderdag 28 september 2017

Ben Gijsemans: Hubert

Ben Gijsemans: Hubert (België, 2014): 86 blz: Uitgeverij Oogachtend

HubertIk werd op het spoor van deze graphic novel gezet door de recensie van Niek, die dit boek zelfs op de eerste plaats zette van door anderen te lezen boeken naar aanleiding van wat zij dit jaar had gelezen.

Hoofdpersoon van het boek is de schilder Hubert Luyten, die kalende is, een bril draagt en een buikje heeft.

Zijn voornaamste bezigheid lijkt het bezoeken van musea te zijn: het Koninklijk museum voor de schone kunsten in Brussel in het bijzonder.

Gijsemans schetst zorgvuldig wat Hubert ziet in het museum. Vaak bestaan de bladzijden uit een opeenvolging van 9 plaatjes, die slechts in kleine details van elkaar verschillen. Zo heb je het idee dat je naar beeldjes uit een film kijkt.

Het verhaal is mij wat te beperkt, er gebeurt vrijwel niets, maar Gijsemans kan zeker goed tekenen.

   

dinsdag 26 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 2

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 2: blz 423-1011

De essaysOpvallend aan het tweede deel van de essays van Montaigne is het lange stuk van 230 bladzijden over Raymond Sebond.

Ik had nog nooit van de beste man gehoord. Volgens Arjen, een collega blogger van het zeer informatieve boeklog.info die het heeft nagezocht was Sebond een Spaanse geestelijke uit de vijftiende eeuw die  de stelling poneerde dat niet alleen de Bijbel de openbaring Gods was, maar ook alle natuur

Dit stuk vind ik het minst boeiende gedeelte van de essays, maar het levert evengoed nog wel een aantal prachtige citaten op zoals die van de hond en de kat. De overige 36 essays in dit tweede deel omvatten gemiddeld zo'n tien bladzijden.

Weer een aantal citaten:

- 3 Als ik op verschillende manieren over mijzelf spreek, komt dit omdat ik op verschillende manieren naar mijzelf kijk. Alle tegenstellingen kan ik, afhankelijk van de omstandigheden en het standpunt dat ik inneem, in mijzelf ontdekken. Verlegen, brutaal; kuis, wellustig; praatziek, zwijgzaam; ijverig, laks; intelligent, dom; humeurig, opgewekt; leugenachtig, oprecht; kundig, onwetend; vrijgevig, zuinig en verkwistend; het zijn trekken die ik allemaal in mijzelf zie, al naar ik mij wend of keer.

- 5 Iedereen tilt zwaar aan de zonden van zijn naaste, maar rekent die van hemzelf niet aan.

- 17 Als er aan een onderscheiding die slechts eervol moet zijn geld en andere voordelen worden toegevoegd, zal dit het prestige niet vergroten, maar juist verlagen en er afbreuk aan doen.

- 24 Toen de moeder van Thales hem als jongeman aanspoorde om te trouwen, antwoordde hij dat het daar nog te vroeg voor was, en toen hij al wat ouder werd, dat het daar te laat voor was. Zodra iets je niet goed uitkomt, zou je altijd moeten zeggen dat het nu niet het geschikte moment is.

- 25 Over het algemeen doe wij er volgens mij het beste aan om bij onze dood onze goederen te verdelen naar de gebruiken van het land. Daarover is door de wetgever beter nagedacht dan door ons; en je kunt beter accepteren dat de wet een verkeerde keuze maakt dan het risico nemen om in je overmoed zelf een vergissing te maken.

- 30 Vaak hebben wij geen oog voor onze fouten, maar ons denken is ziek als wij ze niet zien wanneer een ander ons erop wijst.

- 40 De natuur zelf heeft, naar ik vrees, de mens een neiging tot onmenselijkheid meegegeven. Niemand vindt het opwindend om te zien hoe dieren met elkaar spelen en paren; maar wél hoe ze elkaar verminken en verscheuren.

- 41 Ik ben, eerlijk gezegd, zo kinderlijk van aard en zo teerhartig dat het mij moeilijk valt het aanbod van mijn hond af te slaan om met hem te ravotten, als hij daar op een ongelegen moment om vraagt.

- 44 Onze geloofsijver doet wonderen ter bevordering van onze haat, wreedheid, eerzucht, hebzucht, kwaadsprekerij of opstandigheid. Maar diezelfde geloofsijver zal niet thuis geven als het erom gaat onze goedheid, naastenliefde en gematigdheid te stimuleren, tenzij iemand daar als door een wonder een speciale aanleg voor heeft.

- 45 Als ik met mijn kat speel, vermaakt ze zich misschien wel meer met mij dan ik met haar. Wij houden elkaar wederzijds voor de gek. Zoals ik naar eigen goeddunken begin of ophoud, doet zij dat ook.

- 48 Om iets aan anderen te leren heb je nog meer verstand nodig dan om zelf iets te leren.

- 50 Is er ooit een duidelijker voorbeeld van doortraptheid gegeven dan door de muilezel van de wijsgeer Thales? Toen deze met een vracht zout op zijn rug een rivier doorwaadde, struikelde hij per ongeluk, zodat de zakken die hij droeg doorweekt werden, en hij merkte dat zijn last lichter was geworden doordat het zout zich had opgelost. Nu stortte hij zich, telkens als hij bij een beek kwam, daar met last en al in, tot zijn baas realiseerde dat hij dat met opzet deed en hem een vracht wol te dragen gaf. Toen het dier merkte dat zijn last zwaarder was geworden, paste hij de list voortaan niet meer toe.

- 52 De herinnering aan doorgestane narigheid is aangenaam (citaat van Euripides uit Cicero)

- 57 Als de christenen geconfronteerd worden met iets ongelooflijks, is dat voor hen juist een grond om te geloven.

-71 Vaak als ik een boek uit mijn bibliotheek neem, stuit ik op fragmenten die ik op een eerder ogenblik prachtig heb gevonden en waar ik diep van onder de indruk was, maar die, als ik er weer naar kijk, louter woorden voor mij blijven, een massa waarin ik, hoe ik het ook wend of keer, niets herken.

- 72 Als ik (wat ik graag doe) bij wijze van oefening en tijdverdrijf de verdediging op mij neem van een mening die strijdig is met de mijne, gebeurt het vaak dat ik mij zo sterk richt en concentreer op de andere kant van de zaak dat ik vergeet wat mij bond aan mijn aanvankelijke standpunt, en dat opgeef.

- 75 Je moet niet iedereen geloven, luidt het gezegde, want iedereen kan zeggen wat hij maar wil.

-79 Toen ze de filosoof Diogenes vroegen waarom hij geen gerieflijker plaats uitzocht om te eten dan midden op straat, antwoordde hij: "Omdat ik midden op straat honger heb."

- 81 Wie geen lust heeft, vindt de wijn maar laf, wie gezond is, vindt hem lekker, en wie dorst heeft, vindt hem zalig.

- 82 Is het ooit anders gegaan dan dat ouden van dagen lovend spraken over het verleden, terwijl zij afgaven op het heden en hun eigen ellende en narigheid weten aan de wereld en de zeden en gewoontes van de mensen?

- 92 Wie niet is te vertrouwen in de waarheid, is dat ook niet in de leugen.

- 96 Wij erkennen zonder enige moeite dat anderen meer moed, fysieke kracht, ervaring, behendigheid of schoonheid hebben dan wij, maar dat iemand meer gezond verstand zou hebben, dat geven wij nooit toe.

- 99 De goede oude Lysander zei wel dat kinderen met knikkers en volwassenen met woorden spelen.

- 102 Een middelmatige intelligentie is genoeg om zaken van groot en klein belang op een evenwichtige wijze ten uitvoer te brengen. Let er maar eens op: wie zijn zaken het best beheert is het minst in staat je uit te leggen hoe hij dat doet; terwijl wie je precies vertelt hoe het moet er zelf meestal niets van terechtbrengt.

- 107 Mooie verhalen doen het altijd goed, waar je ze ook plant.

- 108 Een jongeman moet kennis verwerven, een grijsaard moet er de vruchten van plukken, zeggen de wijzen.

- 114 Iemand die goed leeft kan er kwalijke opvattingen op nahouden, en een slecht mens kan de waarheid verkondigen, zelfs als hij er zelf niet in gelooft.

- 116 Het is een grote fout, waarin niettemin de meeste mensen vervallen, dat ze maar moeilijk kunnen geloven dat een ander tot iets in staat zou zijn waar zijzelf niet toe in staat zijn of geen zin in hebben.

- 119 Caesar zei dan ook: op grote ondernemingen moet je niet broeden, je moet ze uitvoeren.

- 124 Over Homerus werd in de oudheid gezegd: er was vóór hem niemand die hij kon navolgen, zomin als er na hem iemand kwam die hém kon navolgen.

- 126 Net als Epicurus vind ik dat je genietingen moet vermijden als die je nog grotere smarten brengen, en dat je smarten na moet streven als die je daarna een groter genot brengen.

- 127 Solon zei dat ook eten een medicijn is, en wel het middel dat ons geneest van de ziekte die honger heet.

- 128 De vrees dat het zo droef met de medische wetenschap is gesteld baseer ik in de eerste plaats op ervaring, want zover ik kan overzien is er geen enkel slag mensen dat zo vlug ziek is en zo moeizaam beter wordt als wie onder toezicht van artsen staan.

Ik ben inmiddels begonnen in deel 3.

 


zondag 24 september 2017

Jeroen Kho: Zuidoost-Azië aangeraakt

Jeroen Kho: Zuidoost-Azië aangeraakt: Reisfotografie van Jeroen Kho (Nederland, 2006): ? blz: Stichting Jeroen Kho fotografie

Toen ik een tijdje terug dit boek op marktplaats zag aangeboden, kocht ik het gelijk.

Ik heb zelf in 1992 een rondreis door Indonesië, Singapore, Maleisië en Thailand gemaakt en daarbij uitgebreid gefotografeerd (toen nog niet digitaal maar met kleurendia's).

In "Zuidoost-Azië aangeraakt" staan 100 foto's die Jeroen Kho heeft uitgezocht na zijn reis in 2004. Omdat hij bij een ongelukkige val van het dak op 31-jarige leeftijd om het leven is gekomen, hebben zijn nabestaanden dit boekje uitgegeven.

In het mooie voorwoord staat dat Jeroen Kho het fotograferen van mensen tijdens een reis ruwweg onderverdeelt in twee categorieën: portretten en foto's van mensen in relatie tot hun omgeving. Net als Jeroen Kho ben ik vooral ook in de tweede categorie geïnteresseerd.

De foto's in het boekje zijn aardig, maar ontstijgen nergens het niveau van de betere amateurfotograaf. Meestal zijn ze goed gezien, maar is de compositie niet geweldig.

Van mijn eigen foto's zou ik zeker een vergelijkbaar boekje kunnen maken, en dat geldt ook voor de foto's van verschillende mensen in mijn vriendenkring. Kortom, een leuk boekje om te hebben, maar er zijn boeken met mooiere foto's.

  

vrijdag 22 september 2017

Helmut Friedel & Annegret Hoberg (red): Kandinsky

Helmut Friedel & Annegret Hoberg (red): Kandinsky (Duitsland, 2008): 312 blz: Uitgeverij Prestel

Kandinsky"Kandinsky" van uitgeverij Prestel is een zeer fraai, op groot formaat uitgegeven boek, waarin een overzicht wordt gegeven van het leven en het werk van de Russische kunstenaar Vasily Kandinsky.

Een zeer kort overzicht van het leven van Kandinsky:
- Kandinsky is geboren op 4 december 1866
- Vanaf 1896 tot 1915 verbleef Kandinsky in Munchen
- Tussen 1915 en 1921 verbleef hij in Moskou
- Van 1922 tot 1933 was hij als leraar aan het Bauhaus verbonden, eerst in Berlijn later in Dessau
- Vanaf 1933 tot aan zijn dood in 1944 woonde Kandinsky in Parijs

De teksten, hoe inzichtgevend ook, zijn natuurlijk niet de reden waarom je een kunstboek als dit koopt. De teksten geven inzicht in het leven van Kandinsky, maar geven weinig inzicht in zijn werk en werkwijze. Ik heb ze toch allemaal gelezen. Er zit een foutje in mijn exemplaar. De teksten zijn in het Engels, maar plotseling zijn een aantal bladzijden in het Duits. Het is voor mij niet zo erg, ik kan ook prima Duits lezen, maar vreemd is het natuurlijk wel.

Dit boek koop je voor de afbeeldingen, vaak paginagroot, soms zelfs over twee bladzijden en van een aantal schilderijen worden details getoond. Als je van het werk van deze abstracte schilder houdt (en dat doe ik in hoge mate) dan is het een genot voor het oog. Voor afbeeldingen van zijn werk, kijk even op Google.

Ik vind het in ieder geval een van de mooiste kunstboeken die ik heb. Ik zag laatst in de winkel dat er ook een kleinere versie van dit boek is verschenen.

  

woensdag 20 september 2017

Brigitte Lardinois (red): Magnum Magnum

Brigitte Lardinois (red): Magnum Magnum (Groot Britannië, 2007): 565 blz: Vertaald door Fred Hendriks (2007): Uitgeverij Lannoo: Oorspronkelijk uitgever Thames & Hudson

Magnum Magnum by Brigitte Lardinois"Magnum magnum" is een monumentale uitgave over het fotoagentschap Magnum op groot formaat en zeer zwaar. Het is in alle opzichten een prachtig boek.

Het concept van het boek is vrij simpel: iedere Magnumfotograaf die niet vrijwillig is opgestapt (oa Sebastiao Salgado en James Nachtwey) wordt vertegenwoordigd met 6 foto's die door een andere Magnumfotograaf zijn uitgekozen. In totaal staan er 413 foto's van 69 fotografen in het boek.

Steeds worden twee fotografen aan elkaar gekoppeld, waarbij ze elkaars werk bespreken. Behalve de 6 foto's heeft iedere fotograaf twee bladzijden tekst toegewezen gekregen, een bladzijde met een algemeen overzicht van zijn of haar carrière en een bladzijde waarin de fotograaf die het werk uitzoekt zijn of haar keuze toelicht.

Je hoort mij vaak klagen over de kwaliteit van de teksten bij kunst- en fotoboeken. Hier zijn de teksten voorbeeldig, inzichtgevend en to the point, zoals het hoort. Wat ook prettig is dat er veel zorg aan de vertaling is besteed, ik heb weinig taal- of stijlfouten kunnen ontdekken.

De foto's die uitgekozen zijn worden op groot formaat afgedrukt en zijn bijna zonder uitzondering de moeite waard. Van sommige fotografen waarvan ik het werk goed ken (zoals Steve McCurry, Henri Cartier-Bresson, Carl de Keyzer) vind ik niet hun mooiste foto's opgenomen, maar wel mooie foto's.

Andere fotografen zijn een ontdekking voor mij. Er zijn vele fotografen in dit boek opgenomen wiens werk ik beter wil leren kennen. Kortom, een sieraad voor mijn boekenkast en een van de mooiste boeken die ik ooit in handen had!

   

maandag 18 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 1

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 1: 419 blz

De essays"De essays" van Michel de Montaigne is een van die klassiekers uit de wereldliteratuur waarvan iedereen wel eens gehoord heeft, maar die maar weinig mensen hebben gelezen.

Ik heb deel 1 herlezen in de prachtige vertaling van Hans van Pinxteren en het moet worden gezegd: ik ben fan. Sterker nog, ik vind "De essays" een van de meest indrukwekkende boeken die ik ken. Erg de moeite waard ook om er citaten uit te plukken, ik heb er 90! genummerd in de tekst.

De naam essay komt van het Franse werkwoord essayer dat proberen betekent. Eigenlijk zijn het dus probeersels.

Montaigne leefde vanaf zijn 37e een teruggetrokken leven op zijn kasteel en landgoed, waar hij zich bezighield met schrijven. Vanaf 1570 tot 1580 zijn de essays ontstaan. In 1580 werd de eerste editie in 2 delen gepubliceerd. In 1588 verscheen de tweede uitgebreide editie. Van deze editie had Montaigne een exemplaar in bezit (het zogeheten Bordeaux-exemplaar) waarin hij tot aan zijn dood in 1892 allerlei toevoegingen schreef en zelfs een compleet derde deel met 13 nieuwe essays. In deze vertaling is terug te vinden uit welke editie de tekst stamt: de editie uit 1580 wordt aangegeven met een a in de tekst, de editie uit 1588 met een b, en het Bordeaux-exemplaar met een c.

Montaigne schrijft vooral over zichzelf. De titels van de essays zijn vaak maar een vage aanduiding van waar het essay over gaat, hij dwaalt nogal af. In feite lijkt het of een goede vriend tegen je aan praat. Montaigne is hierbij verfrissend ondogmatisch. Hij heeft zijn eigen ideeën of opvattingen, maar hij erkent daarbij tegelijkertijd dat andere mensen andere ideeën hebben, die misschien wel even juist of soms zelfs juister zijn.

Wat leuk is, is dat Montaigne steeds citaten gebruikt uit de klassieke oudheid (van auteurs als Cicero, Seneca, Caesar, Livius, Vergilius, Ovidius, Horatius, meestal schrijvers in het Latijn). Hierbij wordt in de tekst de Nederlandse vertaling van het citaat cursief weergegeven, terwijl het citaat in zijn oorspronkelijke versie met aanduiding van de herkomst in een voetnoot staan. De vorige vertaler van de essays: Frank de Graaff (zorgde ook voor een mooie vertaling) gaf de citaten in de tekst weer, met de vertaling in de voetnoten. Ik geef de voorkeur aan de methode van van Pinxteren, zo lees je lekkerder door.

Een aantal van de (mijns inziens) mooiste citaten uit de tekst:

- 6 Zodra iemand de feiten verdraait en naar zijn hand zet, kan het haast niet anders of hij zal zich in de details vergissen wanneer hij hetzelfde verhaal meer dan eens vertellen moet.

- 7 Ik weet dat veel van mijn tijdgenoten dolgraag de reputatie zouden hebben een gewiekst onderhandelaar te zijn, maar ze vergeten dat als je zo'n reputatie eenmaal hebt je niet veel meer kunt uitrichten.

- 12 Overigens is het heel nuttig als je weet hoe je je tegenover anderen gedragen moet. Want kennis van de omgangsvormen helpt ons, net als schoonheid en charme dat doen, een eerste stap te zetten op de weg naar  maatschappelijk verkeer en vriendschap, en biedt ons derhalve de mogelijkheid om te leren van de voorbeelden van anderen en om zelf een voorbeeld te stellen en uit te dragen, voorzover dat leerzaam voor anderen is.

- 13 Elke mening kan zo overtuigend zijn dat je altijd wel mensen vindt die haar ten koste van hun leven staande zullen houden.

- 15 Eén messnede van de chirurgijn voelen wij heviger dan tien zwaardhouwen in het vuur van de strijd.

- 16 Ja, de waarde van de dingen ligt voor ons niet zozeer in wat ze ons geven als wel in wat wij eraan uitgeven.

- 17 Rijk zijn is meer een kwestie van beleid dan van inkomsten.

- 27 Een koopman doet alleen goede zaken als de jeugd uit de band springt, een landbouwer als het graan duur is, een architect als er huizen instorten, gerechtsdienaren als de mensen geschillen hebben en procederen; en zelfs geestelijken kunnen alleen respect inboezemen en hun ambt uitoefenen dankzij onze zonden en onze dood.

- 28 Want de gewoonte is inderdaad een harde en verraderlijke lerares, die zonder dat wij het in de gaten hebben stukje bij beetje aan gezag wint.

- 34 Begaafde lezers ontdekken in andermans geschriften vaak parels die de schrijver zelf er niet bewust in heeft gelegd: ze verdiepen de betekenis en verrijken het inzicht.

- 35 Voorzichtigheid, met haar kiesheid en bedachtzaamheid, is de doodsvijand van grootse ondernemingen.

- 39 Misschien kun je best geleerd zijn door de geleerdheid die je bij een ander vindt, maar wijs kun je alleen maar zijn door de wijsheid die je uit jezelf haalt.

- 40 Als je iemand ziet met kapotte schoenen, zeg je wel: dat zou best een schoenmaker kunnen zijn. Zo ook blijkt uit ervaring dat een arts zijn gezondheid meer verwaarloost, dat een zielenherder minder past op zijn eigen ziel, en dat een geleerde onwijzer is dan wie ook.

- 47 Alleen dwazen kennen geen twijfel en weten alles met zekerheid.

- 48 Waarheid en reden zijn van iedereen en behoren niet méér toe aan wie ze het eerste heeft uitgesproken dan aan wie ze na hem zegt.

- 50 Betweterig en koppig bij je standpunt blijven is een banale eigenschap, die meestal opduikt bij kleingeestige lieden; maar op je standpunt terugkomen en in het heetst van de discussie je ongelijk erkennen, is een zeldzame eigenschap, een blijk van kracht en wijsheid.

- 56 Ik vraag niet van een lakei dat hij zedig is, ik wil weten of hij vlijtig is. En ik vind het minder erg dat mijn ezeldrijver gokt dan dat het een sukkel is, ik heb liever een kok die vloekt dan een die niet kan koken.

- 61 Hoe wij ons best ook doen, zelfs van het kleinste vogeltje kunnen wij het nest met zijn mooie, hechte, praktische bouw nog niet namaken, al net zomin als het web van een gewoon spinnetje. Alle dingen, zegt Plato, zijn door de natuur, het toeval of de kunst voortgebracht; de grootste en mooiste door de natuur en het toeval, de minste en onvolmaaktste door de kunst.

- 65 En de man uit de Oudheid die een steen naar een hond gooide, maar er zijn schoonmoeder mee trof en doodde, citeerde terecht de volgende versregel: De fortuin richt beter dan wij.

- 67 Het is mijn speciale wens dat elk mens op zijn eigen waarden beoordeeld wordt en niet naar modellen die voor iedereen op moeten gaan.

- 69 Als ik mijn knecht uitscheld, doe ik dat uit de grond van mijn hart, en mijn verwensingen zijn niet geveinsd maar echt. Maar als ik eenmaal stoom heb afgeblazen, zal ik, mocht hij mij nodig hebben, hem graag helpen.

- 70 Toen Socrates verteld werd dat iemand niet beter van een reis was teruggekeerd, zei hij: "Natuurlijk niet, want die man had zichzelf meegenomen."

- 71 Wij moeten zo mogelijk een vrouw hebben, kinderen, bezittingen, en vooral een goede gezondheid, maar ons daar niet zó aan hechten dat ons geluk ervan afhangt.

- 76 Niet het bezitten van de dingen, maar het genieten ervan maakt ons gelukkig.

- 80 De ervaring leert dat nu eens de ene, dan weer de andere handelswijze de beste is.

- 84 Een uitstekend bewijs van de zwakte van ons verstand is dat het de dingen aanprijst op grond van hun zeldzaamheid of nieuwigheid, of zelfs vanwege hun moeilijkheid, ook al zijn ze nergens goed of nuttig voor.

Het is duidelijk, voorlopig lees ik door in de Essays. Daarna wil ik het boek van Sarah Bakewell herlezen.

 


zondag 17 september 2017

Lieke Marsman: Het tegenovergestelde van een mens

Lieke Marsman: Het tegenovergestelde van een mens (Nederland, 2017): 172 blz: Uitgeverij Atlas Contact

Het tegenovergestelde van een mensCollega blogger Teunis Bunt heeft een wervende recensie geschreven over dit boek die uitgebreid op de inhoud ingaat, dat ga ik hier dus niet over doen.

Hoofdpersoon van het boek is de 28-jarige Ida die een relatie heeft met Robin en klimaatwetenschapper is.

Het boek is geschreven in korte hoofdstukjes met veel losse overpeinzingen. De openingszin van het boek (na een gedicht) vind ik geniaal: Als kind hield ik ervan om te fantaseren dat ik een komkommer was. Hoe bedenk je zoiets, of zou ze dat echt gedacht hebben toen ze jong was?

De structuur van het boek leent zich er goed voor om af en toe bij een passage te blijven stilstaan. Daarvoor vond ik de teksten niet boeiend genoeg, typerend is dat ik buiten de openingszin geen geschikte citaten vond.

Eigenlijk vind ik de afwisseling met vele korte stukjes eerder storend dan iets toevoegen. Kortom, ik ben niet zo enthousiast over dit boek, maar kan mij anderzijds ook wel voorstellen dat andere lezers er wel iets in zien.

   

vrijdag 15 september 2017

Ron Moerenhout: Laatste boot naar Sint-Helena

Ron Moerenhout: Laatste boot naar Sint-Helena: Een ode aan een van de meest afgelegen eilanden ter wereld (Nederland, 2016): 231 blz: Uitgeverij Meulenhoff

Laatste boot naar Sint-HelenaMoerenhout was gefascineerd door het afgelegen eiland Sint-Helena. Sint-Helena ligt meer dan 2000 kilometer uit de kust van zowel Afrika als Zuid-Amerika in het midden van de Atlantische Oceaan.

Sint-Helena is eigenlijk maar om een ding beroemd, dat is het feit dat Napoleon er de laatste zes jaar van zijn leven in ballingschap heeft doorgebracht.

Sint-Helena is ontdekt door de Portugezen, vervolgens veroverd door de Nederlanders en later gekoloniseerd door de Engelsen.

Moerenhout wilde met eigen ogen een kijkje nemen en ging er naartoe met de enige boot die het eiland aandeed. Behalve de resten van Napoleons verblijf was hij vooral geïnteresseerd in overblijfselen van de Nederlandse aanwezigheid en wilde hij graag een foto maken van de Nederlandse vlag die op het eiland wappert. Ook werd zijn interesse gewekt door het verhaal van Willem Merk, een Nederlandse drugsmokkelaar die uit de gevangenis wist te ontsnappen en naar Brazilië vluchtte.

Een aantal citaten:
- Later zou Napoleon hierover zeggen: "Eerzame en rechtschapen lieden dient men met zachtmoedige middelen te overtuigen. Het gepeupel moet je angst aanjagen met terreur."

- Een oceaanwedstrijdzeiler had me ooit verteld dat hij vooral bang was voor een aanvaring met een walvis of een overboord geslagen container.

- Veel reuzenschildpadsoorten zijn uitgestorven omdat ze populair voedsel waren op schepen. Ze waren eenvoudig mee te nemen, konden lang zonder voedsel en ze smaakten heerlijk.

- Het enige goede aan Sint-Helena is de koffie, heeft Napoleon ooit gezegd.

- Boeren die goed gedrag vertoonden, kregen een behoorlijke bewegingsvrijheid van de Britten. Onder de Boeren waren musici, onderwijzers, architecten, meubelmakers, timmerlieden, bouwvakkers, landarbeiders en natuurlijk ook boeren. Verschillende Boeren gingen overdag werken voor de overheid, op boerderijen en andere bedrijfjes op het eiland. Diegenen met wat geld mochten huisjes bouwen van paraffineblikken, waardoor "Blikjesdorp" ontstond.

"Laatste boot naar Sint-Helena" is aardig geschreven, maar ook niet meer dan dat. Eigenlijk is het alleen echt interessant voor mensen met interesse voor Sint-Helena. Ieder ander kan dit boek rustig ongelezen laten.

  

woensdag 13 september 2017

Sándor Márai: Land, land

Sándor Márai: Land, land (Hongarije, 1972): 345 blz: Vertaald door Mari Alföldy (2002): Uitgeverij Wereldbibliotheek

Land, land! ...Van Sándor Márai had ik eerder het indrukwekkende "Gloed" gelezen, over een oudere man die terugblikt op zijn vriendschap met zijn beste vriend, die er uiteindelijk vandoor ging met zijn vrouw.

Het eerste deel van "Land, land" is puur beschrijvend, gaat over het Hongarije van net na de Tweede Wereldoorlog en behoort tot het mooiste wat ik ooit heb gelezen.

Na deel 1 stapt Márai over van puur beschrijvend naar een meer beschouwende toon en vond ik het een stuk minder interessant worden.

Márai schrijft over zijn vrienden, van wie velen de oorlog niet overleefden en ook uitgebreid over een aantal Hongaarse schrijvers waar ik nog nooit van heb gehoord. Uiteindelijk vlucht Márai in 1948 naar de Verenigde Staten, omdat hij in Hongarije niet alleen niet meer kan schrijven, maar vooral ook omdat hij niet meer kan zwijgen, als hij als schrijver niets schrijft is dat ook verdacht.

Weer een aantal citaten:

- Het communistische machtssysteem vreesde niemand méér dan communisten die in het Westen hadden gezien dat er misschien wel andere vormen van maatschappelijke ontwikkeling waren dan het communisme, die sneller resultaat brachten.

- Af en toe dacht ik aan de verzuchting van de oude Freud, die in een van zijn laatste boeken zei: "De communisten hebben de mensen het privébezit ontnomen, omdat bezit volgens hen de mensen tot agressie aanzet, maar de bolsjewistische maatschappij bleef ook zonder privébezit agressief."

- Om ideeën uit te wisselen zijn woorden nodig: zonder woorden kan er niets uitgewisseld worden en voelt men alleen een tinteling in het bewustzijn, alsof er een mier over je huid kruipt.

- In Hongarije bekommerde niemand zich om de vraag waar een schrijver van leefde. Die onverschilligheid was institutioneel. Een schrijver die zich een huis bijeengepend had, was in Hongarije een even grote zeldzaamheid als een bedelende fransiscaner monnik die in het geheim op de beurs blijkt te speculeren en zelfs grote winsten maakt.

- Naar de landheer met 500 hectare grond werd niet alleen angstig opgekeken door de landarbeiders en dagloners, die voor hun efemere leven afhankelijk waren van de welwillendheid van de landeigenaar, de rentmeester of de opzichter, maar ook door de plaatselijke dorpsbestuurder, die ervan droomde dat de rentmeester van de landeigenaar zou zorgen dat zijn kind - dat oliedom kon zijn of geniaal, maar altijd in een broek met gaten liep en droog brood at - op de middelbare school van de nabijgelegen provinciestad werd aangenomen en vrijgesteld werd van de betaling van schoolgeld.

- De boeren, de zwarthandelaren en de parasieten van de partij werden dikker en rijker, alle anderen verloren bloed. De intellectuelen, de arbeiders, de ouderen van de burgerklasse teerden uit en verschrompelden met de dag, als door atrofie.

- Wetten en overheidsbesluiten met een echte geldigheid waren er niet meer; wetten bestaan alleen waar ze ook bescherming betekenen en niet alleen een aanval.

- Elk maatschappelijk stelsel, zo ook het zogenaamde socialisme, heeft de Koopman nodig om te kunnen functioneren: het is de grootste vergissing van het oosterse socialisme om een kruistocht af te kondigen tegen de "handelaar die alleen op winst uit is", en de onafhankelijke tussenhandelaar uit te schakelen en te vervangen door staatsemployés, die bureaucratisch en lui zijn, dikwijls corrupt en altijd langzaam en incompetent.

- Toynbee (groot geschiedschrijver) schreef op tachtigjarige leeftijd nog een boek en zei in de inleiding dat er op grond van de bestudering van de geschiedenis geen conclusies over de toekomst getrokken konden worden, aangezien het niet zeker was dat de mensen onder dezelfde omstandigheden in de toekomst hetzelfde zouden doen als in het verleden.

- Chateaubriand: "Zonder privébezit is geen vrijheid mogelijk."

- Als ik in Hongarije zou blijven, zouden mijn boeken voor een schijntje van de hand gedaan worden. Als ik het land zou verlaten, zou de magazijnvoorraad van mijn boeken in de papiermolen tot pulp worden vermalen. Dat stelde ik me voor. In werkelijkheid gebeurde er iets anders: ik ging weg uit het land, maar mijn boeken werden niet naar de papiermolen gestuurd, maar mijn oeuvre werd op advies van een communistisch financieel genie eerst naar de kelder gebracht, en later voor harde valuta verkocht in de Hongaarse boekhandels in het Westen.

 

maandag 11 september 2017

Maarten Troost: Het sexleven van kannibalen

Maarten Troost: Het sexleven van kannibalen: Leven op een onbewoonbaar eiland (Verenigde Staten, 2004): 319 blz: Vertaald door Richard Kruis (2005): Uitgeverij Vassalucci: Oorspronkelijk uitgever: Broadway

Het sexleven van kannibalen : leven op een…Maarten Troost beschrijft zijn verblijf op Tarawa, een eiland in de republiek Kiribati gedurende twee jaar samen met zijn vrouw Sylvia die ontwikkelingswerker is.

Tarawa is niet wat je noemt een paradijselijk tropisch onbewoond eiland. In feite is het er overbevolkt, er zijn alleen maar hutten van stro, er is gebrek aan alle essentiële voedingsmiddelen op vis na, er is nauwelijks elektriciteit en geen stromend water en er heersen tal van tropische ziekten.

Troost beschrijft hun verblijf met een milde humor.

Hier weer een aantal citaten:

- Voor niksers is het een moeilijk te verteren realiteit dat onze wereld banen nodig heeft om er een houdbaar bestaan op na te kunnen houden. Het niksen wordt mijns inziens geweldig onderschat en door sommige mensen zelfs als des duivels beschouwd. In mijn ogen is niksen daarentegen een deugd, maar de samenleving zag dat anders zodat de noodzaak werk te zoeken bleef bestaan.

- De man voorzag onze paspoorten van een stempel. Ik was aangenaam verrast dat het slechts om een kleine, bescheiden stempel ging - de meeste ontwikkelingslanden beseften dat ze geen supermachten waren, maar dat betekende nog niet dat ze geen superstempels konden hebben die moeiteloos een hele bladzijde van je paspoort vulden, soms zelfs twee. Hoe onbeduidender en dictatorialer het land, hoe pompeuzer de stempel, en dus leek de kleine inktvlek waarvan Kiribati je paspoort voorzag te willen zeggen: Wij zijn een klein land. Wij zijn tevreden. Wij hebben geen illusies.

- Ik vroeg haar om pindakaas en zij liet mij via haar wenkbrauwen weten dat ze me had begrepen. Ook kon ze me het appel-veenbessap leveren. Toen ik weer thuis was ontdekte ik dat de houdbaarheidsdatum van het sap drie maanden geleden was verstreken en dat de pot pindakaas een mierenkolonie bevatte, opgesloten in een kleverig moeras van geplette olienoten. Het sap werd gedronken, de mieren uit de pot geschraapt, de korenwormen uit het brood geplukt en er werd een boterham met pindakaas gegeten. Ik vond het heerlijk eens een maaltje te eten waar geen vis aan te pas kwam.

- Die gedachte kwam wederom bij me boven toen me, tot mijn niet geringe afkeer, de plotselinge aanwezigheid van een groot aantal vuile luiers rond het huis begon op te vallen. Die waren daar door honden achtergelaten die ze op het rif vonden en genotvol van hun inhoud beroofden. ... Een volgescheten luier is een prachtig verpakte lekkernij voor een hond. Ze zijn er verzot op maar wat niet van hun gading is blijft in de vorm van weerzinwekkende, gore molshopen rond ons huis achter.

- De eilanden van Kiribati hadden, zoals na de vluchtigste verkenningen al vast kwam te staan, bijna niets waardevols te bieden voor de I-Matang (= vreemdelingen) aan het begin van de negentiende eeuw. Ze ontbeerden vers voedsel, goed drinkwater, goud, zilver, specerijen, bont, stoffen, sandelhout, dus zo ongeveer alles wat in die tijd als handelswaar kon worden aangemerkt. Wat Kiribati echter wel te bieden had waren vrouwen.

- Beiataaki bewoog zich naar de andere kant van de boot toen de haai eronderdoor zwom. Hij gooide grote stukken vis in het water. Ik stond daar niet achter. Het was alsof we op een vijver in het stadspark lagen en de eendjes voerden. Maar dit was geen vijver. En dat daar was zeker geen eend, maar een haai van zes meter lang.

- De oceaan ging als een razende tekeer. Zeven meter. Zo hoog waren de golven die ons tegemoet kwamen toen we het kanaal achter ons hadden gelaten. Zeven meter. Van het laagste punt tot de schuimende kop. Zeven meter. En dit waren geen rollende golven die vrolijk over elkaar heen buitelden. Dit waren steile, instortende muren van water, dicht opeengepakt door het plotselinge oprijzen van land. Geen enkele ervaring die ik ooit opdeed had me voorbereid op de aanblik van die golven.

- Hoe dan ook, wanneer je wereld is teruggebracht tot een reepje land ergens in de Stille Zuidzee krijgen je aspiraties de neiging te veranderen. Ooit wilde ik correspondent worden van The New York Times. Nu was ik erop gebrand met evenveel flair als de I-Kiribati een kokosnoot open te breken.


- De eilanden verlaten betekende koers zetten naar het onbekende. In de westerse wereld zouden we stuurloos zijn. Uiteraard was er airconditioning in die wereld en er zouden restaurants en boekhandels zijn. Er waren artsen. Ook elektriciteit en water zouden overvloedig voorradig zijn. En toiletten. Ontelbare toiletten. En we hadden er familie en vrienden.

   

zaterdag 9 september 2017

Marc Helsen: De groote trek

Marc Helsen: De groote trek (België, 2001): 429 blz: Uitgeverij Lannoo

De Groote TrekMarc Helsen maakte van eind 1999 tot begin 2001 een 15 maanden durende reis om de wereld.

Hij nam de Transsiberische spoorweg, bezocht de Chinese muur, bezocht Tibet, Vietnam en Cambodja waar hij sprak met mensen die de mijnen opruimden. Hij werd ziek in Maleisië, maakte een trekking in Nieuw Zeeland, bezocht in Australië Cooktown, maakte met een oceaanstomer de overtocht naar de Verenigde Staten. In Alaska voer hij met een vlot een wilde rivier af. Hij bezocht het Panama-kanaal, de Galapagos eilanden en Macchu Pichu. Hoogtepunt van de reis was wel een gesprek met Nelson Mandela.

Het boek is vlot geschreven, met af en toe wat Belgicismen, maar Helsen is geen groot stilist.

Een aantal citaten:
- Ik vroeg hem over wat voor kwaliteiten iemand moest beschikken om in het huidige Rusland zaken te doen. Hij lachte. "Je moet voor een derde zakenman zijn, een derde politicus en een derde maffioso!"

- De Chinese conducteur wilde weten waar ik vandaan kwam. Dat moest op een of ander formulier worden ingevuld.
"Belgium."
"Hu?"
"Belgium."
"Hu?"
"Belgium! Belgien. Belgique. Belgica."
In het hoofd van de man ging geen enkel lampje branden, maar hij gaf zijn pogingen om mijn afkomst te achterhalen niet op.
Wat zou België in het Chinees zijn?
Verrek, dacht ik toen en pleegde landverraad: "Holland."
"Ah, Holland! Yes."
Hij vulde Holland op het formulier in. Tot zover de bekendheid van het Koninkrijk der Belgen voorbij Ulan Bator.

- Bestond er dan geen racisme in China? "Nee, want in China zijn geen negers," zo luidde ooit het legendarische antwoord van een student aan de universiteit van Peking.

- Uitspraak van Deng Xiaoping: "Wat maakt het uit of de kat wit of zwart is, als ze maar muizen vangt."

- "Eerst ruimden we de mijnen rond de tempels op, waar de toeristen komen," zei kolonel Sarun, met de ijzeren logica van de ontwikkelingslanden, die stelde dat wat geld opbracht eerst beveiligd moest en dat de lokale bevolking geduld moest uitoefenen. "Daarna komen de rijstvelden aan de beurt, vervolgens de stroken langs de wegen en dan de huizen en tuinen."

- De eerste dag in het oerwoud leerde ik tussen 17.30 uur en 17.45 uur vijf belangrijke woudloperslessen. In volgorde van belangrijkheid waren ze: steek nooit je paspoort en reisdocumenten in de zakken van een katoenen broek als je in de jungle verdwijnt. Zorg dat je om 17.30 goed en wel terug in het kamp bent, want om 17.31 zet iemand in het oerwoud de hoofdschakelaar voor het licht af. Bij een tropisch onweer veranderen de oerwoudpaden binnen de kortste keren in glijbanen vol bruine zeep. Gebruik speciale kousen om te vermijden dat een legioen bloedzuigers via je benen omhoog klimt om zich in de plooien van je liezen dronken te voeren aan het bloed van hun gastheer. En tenslotte: de onweders in Noord-Borneo beginnen stipt drie minuten nadat een forse bries de kruinen van de bomen heeft beroerd.

- Kappers zijn overal in de wereld hetzelfde: ze vinden dat de aan het bewind zijnde regering zo snel mogelijk moet opdonderen, dat het schandalig is dat de inflatie de afgelopen vijf jaar zo snel gestegen is en dat het nationale voetbalteam er niks van bakt, vooral omdat de coach een dikke nul is en de beste spelers niet wil opstellen.

- Eén ding is duidelijk: voor Australië wordt verzoening tussen blank en zwart dé uitdaging van de 21e eeuw. Hoe bewerkstellig je begrip tussen enerzijds een cultuur die zich er op het ritme van van de natuur tienduizenden jaren in specialiseerde alles te delen, en niets te verwerven en die geen privé-bezit kende, en anderzijds een cultuur waarvan de ultieme vervulling is zoveel mogelijk goederen, grond en geld te verzamelen en de natuur te beteugelen? 

- Het totaal van die eigenaardigheden vertelde wat over het karakter van de porteos. "De inwoners van Buenos Aires zijn Italianen die Spaans spreken, zich gedragen als Fransen en denken dat ze Engelsen zijn."

 

donderdag 7 september 2017

Geoffrey Moorhouse: The fearful void


Product DetailsIn oktober 1972 begint Moorhouse aan een tocht in de lengte door de Sahara, van Mauretanië tot aan de Nijl bij Luxor in Egypte.

Deze tocht is nog door niemand voor hem gemaakt. Als voorbereiding op zijn monstertocht spreekt hij met enkele vermaarde woestijnreizigers zoals de Fransman Monod en de Engelsman Wilfred Thesiger. Beiden raden hem af om het in zijn eentje te proberen wat hij eerst van plan was. Verder leert hij Arabisch spreken en went hij zich in de Londonse Zoo aan de omgang met kamelen. Eenmaal onderweg blijkt hij nogal afhankelijk van zijn gidsen voor het omgaan met de kamelen en het vinden van de juiste route.

Het boek beschrijft prachtig wat er allemaal komt kijken bij een kamelentocht door de woestijn en ook hoe de omgang tussen Moorhouse en zijn gidsen verliep. Uiteindelijk haalde Moorhouse Tamanrasset in Algerije waar hij van de rest van zijn tocht afzag.

Een aantal citaten:
- These people concealed so little from each other. My people concealed so much.

- I had some time since shed the innocent notion that the purchase of camels was comparable to buying a motorcar in Europe, merely a matter of identifying a salesman, discussing the matter with him for an hour of two, handing over the cash, then driving the vehicle away.  Most of the animals owned by the men of Chingueti were grazing in pasture halfway back to Atar; it would take days to fetch them and more days to talk bout them before ever a price was agreed.

- The most eagerly awaited moments were those at midday and evening when we drank the first glass of swet and syrupy tea, knowing that there were two more to come, each loaded with properties that would restore energy to our wilting bodies.

- Everything in these nomadic lives was bent towards a preoccupation with food, for man and beast alike. There is a word, ghudda, which in Arabic can be translated variously as "lunch" or "vegetables" or "greens", but which in Hassaniya is an omnibus expression for food of any kind, for feeding, for whatever represents the antidote to hunger. Whenever men talked together in this undernourished land, for however long they talked, you could be sure that the word ghudda would be uttered by one person or another every few sentences.

- Once, as we started eating our midday meal, ould Mohammed looked up at the whistling noise above. "How is it," he asked, "that an aircraft can find it's way when it doesn't have a guide?" He was unconvinced when I told him that it relied, as we had done for most of the time, upon the muchderided compass.

- Then a small boy was running towards me, trying not to spill what wa sin the bowl. The water in it was the colour of diluted blood. This was the most beautiful thing in the world, more beautiful by far than the stained glass of Chartres, than a fugue by Bach, than the moment after ecstasy with the woman you loved, or the moment when your son scrambled to squeeze the breath out of you and say, "I think you're smashing, Dad." There was nothing in the world as beautiful as this bowlful of water.


 

woensdag 6 september 2017

Dvd: Il gattopardo

Il gattopardo (Italië, 1963): 180 minuten: Regisseur: Luchino Visconti

Il gattopardo Poster"Il gattopardo" is de verfilming van het gelijknamige boek van Guiseppe Tomasi di Lampedusa. Zowel het boek als de verfilming ervan behoren tot de absolute top.

In een kast van een huis in een klein dorpje op Sicilië woont prins Don Fabrizio van Salina (Burt Lancaster). Hij en zijn familie leven het leven van de welgestelde adel vol verplichtingen en bals.

Intussen landt Garibaldi met zijn manschappen op Sicilië en verovert het eiland op weg naar de eenwording van Italië.

Don Fabrizio ziet dat zijn levenswijze geen stand kan houden. Een van zijn dochters is verliefd op zijn neef Tancredi (Alain Delon) die zijn favoriet en erfgenaam is. Tancredi heeft echter zijn oog laten vallen op de absoluut onweerstaanbare Angelica (een prachtige rol van Claudia Cardinale).

De film eindigt met een drie kwartier lang bal. Ik zag zelden het leven van de aristocratie zo mooi verbeeld. Een van de grootste films uit Italië.

 

dinsdag 5 september 2017

Dvd: Microcosmos

Microcosmos: Het leven in het gras (Frankrijk, 1996): 72 minuten: Regisseur Claude Nuridsany & Marie Pérennou

Microcosmos: Le peuple de l'herbe PosterOp de inlay bij deze film staat het prachtig verwoord, "Microcosmos" is een film die stilstaat bij het leven van insekten, waar je normaal gesproken nauwelijks bij stilstaat.

Alle insekten zijn meer dan levensgroot gefilmd, zodat je allerlei details kunt waarnemen die je met het blote oog niet ziet. De muziek is speciaal voor deze film gemaakt en bevalt mij goed.

Het enige minpunt van de film is dat er geen verhaal in zit en dat ieder vorm van commentaar ontbreekt. Het commentaar zoals ingesproken door  David Attenborough is dat wat de BBC-documentaires hun meerwaarde geeft.

"Microcosmos" is voor iedereen die van mooie natuurfilms houdt een genot om naar te kijken.

 

zondag 3 september 2017

Colin Thubron: Achter de muur

Colin Thubron: Achter de muur: Een reis door China (Groot Britannië, 1987): 414 blz: Vertaald door P.H. Ottenhof en Tinke Davids (1989): Uitgeverij de Arbeiderspers: Oorspronkelijk uitgever William Heinemann Ltd.

Colin Thubron had het plan opgevat om vrijwel lukraak meer dan vijftienduizend kilometer kriskras door het klassieke China (niet naar Tibet, niet naar Mantsjoerije) te reizen, om de aan Birma grenzende stamgebieden langs de Mekong te bezoeken, om naar de oostelijke Himalaya te trekken en de Chinese Muur tot aan het eind ervan, ver in het noordwesten, te volgen.

Hij was ten tijde van de reis 46 jaar oud en had gedurende een jaar enkele uren per dag lessen gevolgd in het spreken van het Mandarijn Chinees. Door dat laatste onderscheidt dit boek zich van andere boeken die ik over China gelezen heb, Thubron kon met de mensen praten in hun eigen taal en wist ze heel wat wetenswaardigs ontlokken.

De bevolking van China is in hoge mate gelijkvormig en de mensen hebben heel wat te lijden gehad van het communisme onder Mao Zedong. Na de dood van Mao richtte het land zich onder Deng Xiaoping op economische hervormingen waardoor de Chinezen veel rijker werden, een ontwikkeling die zich in de 30 jaar na het schrijven van dit boek in versterkte mate heeft doorgezet.

Het boek is onderhoudend, prettig vertaald en geeft een genuanceerd beeld van dit grote en mysterieuze land.
Een aantal citaten:

- Het afgelopen jaar had ik dagelijks verscheidene uren besteed aan het leren spreken (niet schrijven) van Mandarijns. Toch kon ik thans het dialect om mij heen op straat dikwijls niet verstaan. In Rusland word je, zodra je door de grimmige buitenkant heen bent gebroken, in een menselijke maalstroom opgenomen, maar ik had het gevoel dat zo'n wereld in China niet bestond. De mensen hier waren ontoegankelijker, geremder, door en door gedisciplineerd, doordrongen van een ouderwetse politesse die te diep van binnen zat om zo maar te kunnen worden doorgeprikt.

- Terwijl westerse gymnastiek zwaar en inspannend is, lijkt taijiquan meer op een vertraagde filmopname van een vergeten vechtsport. De bedoeling is niet af te slanken of de spieren te ontwikkelen, maar het lichaam soepeler en beheerster te maken. De nationale geest lijkt zich erin te concentreren op de komende dag, alsof de mensen in training zijn voor een subtiel, passief verzet.

- Een Chinees gezegde uit keizerlijke tijden: "Wanneer een man een ambtenaar wordt, gaan zelfs zijn hond en zijn kippen naar de hemel."

- Toen ik bij de deur afscheid van hem nam, zei hij: "U wilt ons land leren kennen, merk ik wel. U dient echter wel te beseffen dat iemand alleen maar iets zal zeggen als hij alleen is."

- Ook heden ten dage nog wordt het land door de Jangtsekiang subtiel maar beslist in tweeën gedeeld. Hij geeft de eeuwenoude scheidslijn aan tussen het soldateske, bureaucratische noorden en het vriendelijke ondernemingsgezinde zuiden. Naarmate je zuidelijker komt worden de mensen kleiner en onbetrouwbaarder (zeggen de noorderlingen) en het afgebeten Mandarijns van Beijing maakt plaats voor een oorstrelend gekir. Het droge stof van de vlakten met hun tarwe en gierst verdwijnt onder de moessons van natte rijstvelden en theeplantages. De berg noedels wordt een dieet van rijst en de lage huisjes en symmetrische straten van het noorden worden steil kronkelende labyrinten van witgekalkte baksteen.

- De Chinese preoccupatie met voedsel is even hartstochtelijk als die van de Russen met drank. Het is de nationale panacee en obsessie - een zorg die veel verder gaat dan bij andere door hongersnoden geteisterde naties. Het dringt tot in de politieke metaforen door, de eenheid  van bevolking is ervan afgeleid (kou, "monden") tot aan de "hongerige monden" in de hel toe - en de meest gebruikelijke begroeting is niet "Hoe maak je het?" maar "Heb je gegeten?"

- Indien een man een week gelukkig wilde zijn, luidde een gezegde, kon hij een vrouw nemen; indien hij een maand gelukkig wilde zijn, moest hij een varken slachten; maar indien hij voor altijd het geluk wilde ervaren, diende hij een tuin aan te leggen.

- In het lawaaierige, proletarische Wild-restaurant vroeg ik de serveerster of er iets was dat mijn maag zou kunnen verdragen. Onbarmhartig somde ze echter op: Gestoomde Kat, Gestoofd Guinees Biggetje (in zijn geheel) met Garnalenpuree, Pikant Hondevlees met Pepers en Sjalotjes in Sojasaus, Dikke Soep met Stukjes Kat, Gebakken Pikante Salamanders ("Dat is een soort vis," zei ze) met Olijfpitten, Gestoofde Python met Paddestoelen...  Als ik de Gestoomde Bergschildpad wilde hebben, zei ze, zou ik een uurtje moeten wachten. En Berepoten waren er tot haar spijt vandaag niet.

- Etiketteren: de traditionele noodzaak. De dingen dienen behoorlijk benoemd te worden, heeft Confucius gezegd, "opdat de menselijke geest niet door misverstanden wordt gehinderd".

- Het typische confucianistische ideaal was natuurlijk niet de waarheid te zoeken, maar het gedrag te vormen.

- In China zeggen we: "Woede en verdriet maken de dichter."

- Zijn Mandarijns was doorspekt met Engels slang, voor het merendeel opgepikt uit films. Mijn eigen Chinees klonk aarzelend en puriteins. Dus converseerden we in een melange van vulgariteit en vormelijkheid.

 

vrijdag 1 september 2017

Ed van der Elsken: De verliefde camera

Ed van der Elsken: De verliefde camera (Nederland, 2017): 282 blz: Uitgeverij Hannibal

Ed Van Der Elsken, de verliefde camera"De verliefde camera" is de tentoonstellingscatalogus bij de gelijknamige tentoonstelling over het werk van Ed van der Elsken zoals die afgelopen voorjaar te zien was in het Stedelijk museum in Amsterdam.

Ik klaag vaak over de magere kwaliteit van de teksten in kunst- en fotoboeken. In "De verliefde camera" staat een uitstekende biografie van 11 bladzijden en verder een aantal interessante teksten over het leven, werk en de werkwijze van Ed van der Elsken.

De kwaliteit van een fotoboek beoordeel je natuurlijk niet voornamelijk aan de kwaliteiten van de teksten, maar vooral toch aan de kwaliteiten van de afgebeelde foto's.

 De foto's in dit boek komen van de volgende boeken:

- Parijs 1950-1954
- Saint-Germain-des-Prés
- Bagara
- Jazz
- Sweet life
- Amsterdam
- Eye Love You
- De ontdekking van Japan

Wat opvalt is dat van zijn foto's uit Hongkong slechts 2 foto's zijn afgedrukt, waaronder zijn beroemde havengezicht. Dat vind ik erg jammer, want zijn boek "Hong Kong, the way it was" vind ik persoonlijk zijn mooiste fotoboek.

Verder staan er geen foto's in van "Avonturen op het land", dat van der Elsken waarschijnlijk toch na aan het hart had gelegen. Ook staan er er weinig kleurenfoto's in, terwijl van der Elsken voor het maandblad Avenue een groot aantal kleurenreportages heeft gemaakt.

Ook vind ik dat er toch wel een aantal foto's in staan, die wat mij betreft niet zo bijzonder zijn, terwijl andere, beroemdere en in mijn ogen betere foto's ontbreken. Al met al is het een mooi boek, maar ik loop nu niet meteen naar de boekwinkel om het aan mijn collectie toe te voegen.