maandag 4 december 2017

7: De psychiatrische patiënt en vriendschap

Het is een cliché dat psychiatrische patiënten weinig of geen vrienden hebben. Velen zouden alleen hun oude moeder hebben en eventueel een broer of zus die nog enigszins om hun geeft. In hoeverre is dat waar?

Zelf heb ik een zeer uitgebreide vriendenkring, zelfs vergeleken met de meeste gezonde mensen. Er zijn ongeveer 15 mensen die ik vaak zie en/of met wie ik erg close ben. Dan zijn er nog een stuk of 30 mensen die ik af en toe zie. Ik geloof niet in de stelling dat ware vriendschap iets uiterst zeldzaam is. Het hangt er ook maar vanaf wat je wensen zijn. Zelf ben ik vrij makkelijk in de omgang en ik stel geen eisen aan vrienden. Het is al fijn als er een vriendschappelijk contact is en dat je elkaar graag ziet. Wel ben ik bijna altijd degene die het initiatief neemt. Dat vind ik prima, dan kan ik vrienden zien op tijdstippen waarop het mij uitkomt. De meeste van mijn vrienden komen naar mij toe en een afspraak is bijna altijd in combinatie met een gezamenlijke avondmaaltijd. Gemiddeld vier tot vijf keer per week krijg ik eters en dan kook ik, of we gaan samen naar de Indonesiër. Het enige wat met al mijn vrienden moet kunnen is een fatsoenlijk gesprek voeren. Verder eet ik met de meesten, ga met de een wandelen, met de ander kijk ik een dvd en met weer een ander speel ik een spelletje kolonisten van Catan. Verder houd ik de verjaardagen van al mijn vrienden bij door even te bellen als ze jarig zijn, bel ze regelmatig tussendoor om te horen hoe het gaat en zoek ze op als ze in het ziekenhuis liggen.

Mijn vader klaagde altijd over zijn eenzaamheid. Hij zag in zijn laatste jaren alleen mijn broer en een hulpverlener nog met enige regelmaat. Ik vond mijn vader een onaangename man die regelmatig erg bot naar mij en andere mensen was en ik heb hem nooit ook maar enige moeite zien doen om vrienden te maken. Als ik bij hem op zijn flat in Tilburg op bezoek kwam, dan haalde hij wat drinken en wat nootjes in huis en vond dat hij daarmee zijn taak als vader vervuld had.

Gijs, Tom, Ruben, Wim en Bernard hebben allemaal een aantal goede vrienden, dus voor hen geldt het cliché ook niet. Wel geldt voor hen dat veel van hun vrienden lotgenoten zijn, dus mensen met wie het wat minder goed gaat.

Lees verder in deel 8.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

6 opmerkingen:

  1. hoi Erik, ik lees ze allemaal hoor! Wat ik nog bedacht: misschien handig om ze allemaal hetzelfde label te geven, dan kun je bv op twitter naar alle berichten tegelijk verwijzen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Hella, ik doe niet aan twitter. Op mijn facebook pagina staat ook vrijwel niets, eigenlijk is dit blog het enige wat ik publiceer, behalve dan de reacties die ik op andermans blogs geef als ik daar iets interessants lees. Het ritme van eens in de twee dagen een stukje publiceren bevalt me goed. Ik kan tot de 31e vooruit! Ik heb ook besloten om tussendoor niets anders te publiceren, de eindejaarslijstjes met de overzichten van favoriete boeken en films komen nu pas begin 2018. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik heb op twitter net een link naar het eerste stukje geplaatst :)

      Verwijderen
    2. Hoi Barbara, dank je wel. Hoe meer mensen de stukjes lezen, hoe beter! Groetjes, Erik

      Verwijderen
  3. Wat fijn dat het je lukt om mooie vriendschappen te onderhouden, ik kan me ook voorstellen dat het voor sommige patienten een stuk lastiger is.

    Ik ben het trouwens met je eens, met de ene vriend(in) doe je het een, met een ander iets anders, met de een heel frequent, met de ander niet. En dat maakt een vriendschap niet minder waardevol.

    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Hoi Bettina, dat ik veel goede vrienden heb beschouw ik als het grootste pluspunt in mijn leven. Het is inderdaad waar dat het voor de kwaliteit van een vriendschap niet zo heel veel uitmaakt hoe vaak je elkaar ziet. Wel is het prettig om de mensen die je het liefst ziet, zoveel mogelijk te zien. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen