zondag 3 december 2017

6: De psychiatrische patiënt en zijn familie

Voor de meeste psychiatrische patiënten is hun familie en dan met name meestal hun moeder en in veel mindere mate hun vader en eventuele broers of zussen, hun belangrijkste steunpilaar. Voor familie geldt dat je ze voor je hele leven hebt en dat ze jou als het goed is nooit in de steek zullen laten, hoe slecht het ook met je gaat. Vrienden zijn een ander verhaal: jij kiest hen uit en zij kiezen jou uit als je wat in elkaar ziet. Als het slechter gaat met een van beiden, dan gaat de ander meestal zijn eigen weg.

Toen mijn moeder nog leefde was zij zoals al eerder gezegd verreweg de belangrijkste steunpilaar in mijn leven. Omdat mijn vader ook psychiatrisch patiënt was had ik nooit veel aan hem. Na de dood van mijn moeder hebben gelukkig mijn zus en mijn broer voor een groot deel haar plaats ingenomen.  Ik zie ze allebei ongeveer eens per twee maanden. Ook heb ik een goed contact met een aantal familieleden, er zijn 2 tantes en 1 oom die ik af en toe zie, plus 3 neven.

Toen mijn vader ziek werd, waren zijn beide ouders al dood. Mijn vader had een oudere broer die zwerver was en drie oudere zussen. In zijn jeugd was hij ontzettend verwend, misschien dat hij daardoor voor altijd verpest was. Zijn oudste zus was getrouwd met een Duitser en woonde in Bonn in Duitsland, die zag hij maar zelden. Zijn middelste zus woonde in Hoogeveen en wilde geen contact met mijn vader nadat hij ziek was geworden. Zijn jongste zus woonde met haar 18 jaar oudere man in de buurt, in Oisterwijk. Zij is een jaar of drie lang een keer in de week wezen schoonmaken bij mij vader. Hij deed daar niets voor terug en had nog commentaar ook. Tot 1998 kwam ik 3 keer per maand op bezoek bij mijn vader. Mijn zus kwam iets minder vaak. Toen mijn broer op de middelbare school zat van 1988 tot 1994, kwam hij iedere zaterdag bij mijn vader langs. Hij deed dan eerst de opgestapelde vaat van de afgelopen week, dan kookte hij voor zichzelf en mijn vader, en vervolgens deed hij weer de vaat. Hij heeft er nooit over geklaagd. Tussen pakweg 2005 en 2010 hadden wij alle drie nauwelijks contact met mijn vader. Gedurende de laatste 3 jaar van zijn leven kwam mijn broer eens in de drie weken op bezoek, hij regelde veel voor mijn vader, waaronder zijn financiën. Mijn zus en ik kwamen af en toe op bezoek.

Wim had altijd een moeizaam contact met zijn vader. Uit de verhalen van Wim komt zijn vader naar voren als een moeilijke man die veeleisend was en weinig begrip had voor Wim en zijn eveneens (nog veel erger) zieke broer Klaas. Wim had na het overlijden van zijn vader een heel hecht contact met zijn moeder, hij zag haar gedurende de laatste jaren van haar leven 5 keer per week. Wim is de enige van zijn familie die nog contact heeft met Klaas. Wim belt zijn andere broer en zijn twee zussen zeer regelmatig en hij ziet hen af en toe.

Hoe het contact van Gijs met zijn vader was weet ik niet, maar zijn moeder zag hij heel vaak. Met zijn zus en de familie van zijn vriendin heeft hij ook een goed contact.

Bernard had heel veel contact met zijn ouders toen ze alle drie in Koudum woonden. Hij zag hen dagelijks. Toen zijn vader overleed is zijn moeder verhuisd naar de provincie Utrecht. Bernard is haar achterna gegaan en heeft de laatste jaren van haar leven bij haar in huis gewoond totdat dat niet meer ging. Met zijn twee kinderen (een dochter en een zoon) heeft hij altijd een goed contact gehad, zij het dat hij zijn dochter veel meer ziet dan zijn zoon. Sinds Bernard in de provincie Utrecht woont ziet hij zijn dochter minimaal een keer per week en past dan op bij zijn twee kleinzoons. Bernard heeft ook een goed contact met twee van zijn zussen, de andere twee willen tot zijn verdriet geen contact meer met hem.

Tom heeft heel veel contact met zijn familie. Hij zoekt zijn ouders minstens twee keer per week op in Zeist. Zijn twee broers en zijn zus en hun partners en kinderen ziet hij ook zeer regelmatig. Daar ben ik wel een beetje jaloers op. Ik zou willen dat ik mijn zus en broer en hun gezinnen ook zo vaak zag. Ook met zijn verdere familie heeft Tom een zeer hechte band. Hij is een maand geleden speciaal voor de begrafenis van een tante naar Italië gereisd. Dat zou mij echt te ver zijn.

Ruben ziet net als ik zijn familie niet zo heel vaak. Ik geloof dat hij zijn ouders en zijn zus ongeveer een keer per maand ziet. Vaker dan ik mijn broer en zus zie, maar toch niet heel veel. Volgens mij heeft hij er ook niet zo veel behoefte aan.

Zoals uit bovenstaande blijkt is het contact van mijn vrienden met hun familie over het algemeen redelijk intensief. Allemaal zien zij hun familie vaker dan ik dat doe, maar ik bel dagelijks (mijn zus) of om de dag (mijn broer) dus ik ben ook redelijk tevreden.

Lees verder in deel 7.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten