zondag 18 juni 2017

Vikram Seth: From Heaven Lake


Product DetailsVikram Seth is vooral bekend als auteur van "A suitable boy *****", een dikke pil van bijna 1500 blz die zich afspeelt in het India van de jaren vijftig en die bij het lezen grote indruk op mij heeft gemaakt.

"From Heaven Lake" is het prozadebuut van Seth. Seth is een Indiër die in opdracht van een Amerikaanse universiteit 2 jaar onderzoek heeft gedaan aan de universiteit van Nanking. Als Seth samen met vrienden van de universiteit een georganiseerde rondreis maakt in de buurt van Heaven Lake bedenkt hij dat hij graag naar Tibet wil. Hij slaagt erin om toestemming van de autoriteiten te krijgen om naar Tibet te mogen gaan. Hij vindt een lift met een vrachtwagen en komt zo aan in Tibet. Vervolgens reist hij via Kathmandu door naar Delhi.

"From Heaven Lake" is niet zo'n dik boek, maar het is in prachtig Engels opgeschreven en zeer onderhoudend. Wat mij betreft een klassieker onder de reisverhalen en een absolute must voor iedereen met interesse voor Tibet. Jammer dat Seth niet meer reisverhalen heeft geschreven!

Een aantal citaten:
- The status of a "foreign friend" or "foreign guest" in China is an interesting if unnatural one. Officialdom treats the foreigner as one would a valuable panda given to fits of mischief. On no account must any harm come to the animal. On the other hand, it must be closely watched at all times so that it does not see too much, do too much on its own, or influence the behaviour of local inhabitants.

- I have always wanted to go to Tibet, yet I know that this is largely due to the glamour surrounding the unknown. About Tibetan religion I know very little; and I will have to learn about the climate and geography at first hand. I have no Tibetan friends. A picture of the Potala, Tibetan dancers seen in Darjeeling, an article or two in the newspapers about the Dalai Lama, chance remarks made since my childhood: it is of scraps such as these that my idea of Tibet is composed.

- Lanzhou merely embodies more completely what is present to a greater or lesser degree in all Chinese cities: a stupefying architectural sameness, based on a stupefyingly ugly set of models.... However, the older parts of the cities, the lanes and alleys, are their one saving grace: here the style varies both among and within cities, as concessions are made to climate and individual taste.

- Dog, which I have enjoyed twice in Nanjing, is not eaten here in the western provinces. Dog meat is red, eaten in winter for its "warming" properties, and tastes excellent roasted with red chillies.

- The Cultural Revolution is one example, in which not merely everything foreign but everything that spoke of the Chinese past was condemned, and, if possible, obliterated. Temple after temple, mosque and memorial hall and monastery, painting and screen and book and vase, artefact and artist; almost anyone or anything vulnerable or creative or non-conformist was damaged or smashed. Much of the brilliance and beauty of a great civilisation was in a few years destroyed by its ideology-infected children, the Red Guards.

- By the side of the road near Naqu, a flayed yak's carcass, red and huge, is being hacked apart by men with knives. A good deal revolves around yaks in this economy: transport, milk, meat, fur, hoof, dung, bone, pelt, tail; everything is used. What a versatile machine this is that can convert grass into clothing and butter and fuel and tent-hide.

- Time and again, with no thought other than kindness, people have helped me along in this journey. And this experience is merely a continuation of what I have felt throughout my travels in China: a remarkable warmth to the outsider from a people into whom a suspicion of foreignes has so long been instilled.

- What is ironic is that the same obstructive bureaucrat who drove you to tears of frustration about an obscure regulation or a minor detail on a form may in his private life be so hospitable and generous as to bring you to tears of gratitude.

 


donderdag 15 juni 2017

Jeroen Swolfs: Streets of the world (fotoboek)

Jeroen Swolfs: Streets of the world (Nederland, 2017): 436 blz: Uitgeverij Terra

Streets of the worldIk heb al eerder geschreven over het project van Jeroen Swolfs om in ieder land van de wereld een foto te maken van een straat in de hoofdstad.

Een paar weken terug zag ik "Streets of the world" in de winkel liggen. Ik keek het boek even in en kocht het gelijk. Het is een erg mooi boek geworden met prachtige foto's.

Jeroen Swolfs hanteert steeds dezelfde aanpak: hij gaat naar een belangrijke straat in de hoofdstad van een land, kiest een punt om vanuit te fotograferen, kijkt met zijn camera recht naar voren met steeds dezelfde scherptediepteinstelling en wacht totdat hij een interessante foto heeft.

Hij heeft in mijn ogen het bijna onmogelijke gepresteerd, bijna al zijn foto's zijn een genot om naar te kijken. Op de foto's staan altijd veel mensen, vaak veel hoge gebouwen en ook vaak markten of etensstalletjes. Dat Swolfs een goed gevoel voor compositie heeft is in al zijn foto's te zien, ze zijn vrijwel zonder uitzondering interessant om naar te kijken.

In totaal heeft Swolfs 195 landen bezocht op zijn 7-jarige reis rond de wereld. Drie landen ontbreken nog op zijn lijstje. Het boek is mooi uitgevoerd met bijna alle foto's afgedrukt over 2 volle pagina's. Helaas is er voor gekozen om een aantal foto's wat kleiner af te drukken.

De teksten bij de foto's vond ik over het algemeen weinig toevoegen (Swolfs is duidelijk een betere fotograaf dan schrijver) en de statistiekjes heb ik niet gelezen. Ik hoop voor Swolfs dat hij een flink aantal van zijn fotoboek verkoopt zodat hij zijn sponsor (gedeeltelijk) kan terugbetalen. Gezien de uitvoering van het boek is 39,99 euro een alleszins redelijke prijs.

   

woensdag 14 juni 2017

William Dalrymple: In de schaduw van Byzantium

William Dalrymple: In de schaduw van Byzantium (Groot Brittannië, 1997): 490 blz: Vertaald door Tinke Davids (1998): Uitgeverij Atlas: Oorspronkelijk uitgever Harper Collins

From the Holy Mountain by William DalrympleAan het einde van de 6e eeuw en het begin van de 7e eeuw na Christus maakte de Byzantijnse monnik John Moschos een uitgebreide reis langs allerlei kloosters in het Byzantijnse rijk, waar hij een boek "De geestelijke weide" over schreef.

De Brit William Dalrymple liet zich inspireren door dit boek en besloot om een reis te maken langs allerlei restanten van Byzamtium (voornamelijk kloosters) in Turkije, Syrië, Libanon, Israel en Egypte. Dalrymple weet erg veel over Byzamtium en is ook in de huidige politieke situatie geinteresseerd.

In de meeste van de bereisde landen (Turkije, Israël en Egypte) is het Christendom een achtergestelde religie, in Turkije wordt stelselmatig het Armeense erfgoed vernietigd, in Israel is men alleen geïnteresseerd in het joodse erfgoed en in Egypte heeft de Koptische kerk het zwaar te verduren. De uitzonderingen zijn Syrië en Libanon waar de christenen grotendeels in vrede kunnen leven na de verwoestende burgeroorlog.

Dalrymple spreekt tal van mensen.Ook is het boek met veel humor geschreven. Al met al een van de beste reisverhalen die ik ooit heb gelezen.

Een aantal citaten:

- Voor het moderne denken van de mensen gaat het Nabije Oosten vrijwel naadloos over van een klassiek verleden naar een islamitisch heden. Men vergeet gemakkelijk dat de wereld van de Levant gedurende meer dan driehonderd jaar - van de tijd van Constantijn in het begin van de vierde eeuw tot aan de opkomst van de islam in het begin van de zevende eeuw -  vrijwel volledig gekerstend was.

- In veel opzichten lijkt de ontwikkeling van Turkije na de Tweede Wereldoorlog diametraal tegengesteld aan die van India. Daar had Gandhi geprobeerd het hele land te overreden tot dhoti's, geweldloosheid en spinnewielen; het resultaat is een overweldigend materialisme. In Turkije heeft Atatürk het geprobeerd met de omgekeerde aanpak: hij verbood de fez, evenals het Arabische schrift, en trachtte de Turken tegen wil en dank naar Europa te halen. Het resultaat: een opkomende islamitische beweging, mullah's die in de moskeeën worden toegejuicht telkens als ze verkondigen dat de aarde plat is, en wereldwijze carrière vrouwen in Istanboel die met elkaar concurren om de meest afdekkende sluier of middeeeuwse burka.

- Het Buyuk Antakya Oteli is een opmerkelijk voorbeeld van het provinciale Turkse talent om grote bedragen uit te geven aan het bouwen van een heel goed hotel, om dat dan binnen enkele maanden te laten vervallen tot een moeras van kapotte apparatuur, lekkende geisers en rafelige elektrische snoeren. Er zitten geen peertjes in de fittingen, geen vlotters in de stortbakken, er komt geen water uit de kranen, er zitten geen knoppen aan veel van de deuren.

- Geschrokken van dat alles ging ik naar buiten voor een Turks bad in een ondergronds gewelf naast het hotel. Veertig minuten zat ik in de stoom terwijl ik bont en blauw werd geslagen door een halfnaakte Turk met een lendendoek: mijn benen werden uit de kom gedraaid, mijn knokkels geknakt en mijn nek werd half ontwricht. Het was buitengewoon onaangenaam, maar ik neem aan dat dit me tenminste afleidde van mijn reis de komende dag.

- En toch, ondanks alles, voel ik dat ik van Syrië ga houden. Ik heb het altijd een heerlijk idee gevonden dat je in Syrië nog kunt lopen op Romeinse wegen die sinds de tijd van Diocletianus niet meer van een nieuw wegdek zijn voorzien, waar je op kasteelmuren kunt staan die niet gerestaureerd zijn sinds de tijd dat ze door Saladin waren bestormd. Zo zou ik misschien ook blij moeten zijn dat je in het Baron kunt slapen tussen lakens die niet gewassen zijn sinds T.E, Lawrence ertussen geslapen heeft, en zelfs gebeten kunt worden door dezelfde kolonie beddenwantsen die ooit aan de grote Atatürk hebben geknabbeld.

-  Tegenwoordig beschouwt men in het westen de islam vaak als een beschaving die heel anders is dan het christendom, en die daar zelfs van nature vijandig tegenover staat. Pas wanneer je in de oosterse "thuislanden" van het christendom reist, realiseer je je hoe hecht beide godsdiensten eigenlijk verbonden zijn. De islam is namelijk rechtstreeks uit het oosterse christendom voortgekomen en belichaamt nog steeds, tot op de dag van vandaag, veel aspecten en praktijken van d evroeg-christelijke wereld die inmiddels verloren zijn gegaan in de moderne, westerse incarnatie van het christendom.

- Tijdens de oorlog zijn de meeste mensen in dit land opgehouden zich in te spannen, te werken of te studeren: ze wisten dat ze de volgende dag dood konden zijn, dus leefden ze voor het moment. Tegenwoordig is dat nog steeds zo.

- Toen de Britse bibliofiel Robert Curzon het klooster van Deir el-Suriani in de Wadi Natrun bezocht, ontdekte hij manuscripten van verloren gewaande werken van Euclides en Plato, die gebruikt werden als stop voor kruiken monastieke olijfolie.

 


woensdag 7 juni 2017

Wim de Bie: Meneer Foppe & de hele reutemeteut

Wim de Bie: Meneer Foppe & de hele reutemeteut (Nederland, 2009): 159 blz: Uitgeverij de Harmonie

Meneer Foppe en de hele reutemeteutNa het boek over de Russische literatuur van Willem G. Weststeijn was ik even toe aan iets luchtigers. Daaraan voldoet "Meneer Foppe & de hele reutemeteut" meer dan goed.

Mijnheer Foppe is een man van middelbare leeftijd, alleenstaand, een beetje mensenschuw die zich verwondert over de gang van zaken om hem heen.

De stukjes over zijn leven worden afgewisseld met zo'n 60 korte stukjes (meestal 1 of 2 bladzijden) over de alledaagse buitenwereld waarin de Bie zich vrolijk maakt over van alles en nog wat.

Geen serieuze kost, maar een erg leuk tussendoortje, dat je erg gemakkelijk leest en ook weer erg gemakkelijk vergeet. Achterin het boek zit een cd waarop de Bie "Meneer Foppe over de rooie" voorleest, maar die heb ik niet afgeluisterd.

Twee citaten:

- De ervaring heeft meneer Foppe geleerd dat hij elk gesprek met deze woordenschat aankan: Nou! Jaa, ja! Zo! en Ach! Men neemt er genoegen mee. Als je die kreetjes in de juiste mimiek verpakt, geef je de mensen het idee dat ze een goed gesprek met je hebben gevoerd.

- Ik zou graag een eigen televisie willen hebben. In de grote huiskamer staat er een, maar er vallen wel eens woorden, want er zijn zoveel zenders om uit te kiezen. Als ik roep dat ik niet naar zo'n drukke schreeuwquiz wil kijken, zegt de verzorgster: "Naar welk kanaal wilt ú dan kijken?" En als ik dan zeg: "Nou, het liefst naar het Amsterdam-Rijnkanaal," moet ze daar helemaal niet om lachen.

 

dinsdag 6 juni 2017

Willem G. Weststeijn: Russische literatuur

Willem G. Weststeijn: Russische literatuur  (Nederland, 2004): 505 blz: Uitgeverij Meulenhoff

Moderne Russische LiteratuurIn zijn "Russische literatuur" bespreekt Weststeijn aan de hand van een aantal essays de groten en de niet zo groten uit de Russische literatuur.

In ieder essay wordt een schrijver of een werk behandeld. Meestal doet hij dat met een korte levensloop van de schrijver en ook met een samenvatting van de inhoud indien het besproken werk bij de meeste lezers niet zo bekend zal zijn.

Bijna iedere bekende Russische schrijver wordt behandeld. Zo is er plaats voor Poesjkin, Gogol, Toergenjev, Tolstoj,Dostojewski, Tsjechov, Boenin, Boelgakov, Babel, Pasternak, Sjalamov en Solzhenitsyn. Opvallende afwezigen zijn Gontsjarov, Nabokov en vooral Paustovskij, die in het hele boek niet een keer wordt genoemd terwijl hij in Nederland tot de populairste Russische schrijvers behoort.

Ook worden een aantal minder bekende of voor mij zelfs totaal onbekende schrijvers behandeld, waaronder een groot aantal dichters.
De essays zijn goed geschreven, maar zonder voorkennis heb je na het lezen van dit boek er weinig idee van wat nu de moeite waard is om te lezen en wat niet. Eigenlijk heb je niet veel aan dit boek als je niet al redelijk bent ingelezen in de Russische literatuur.

  

zondag 4 juni 2017

Uit eten in Utrecht: Aziatisch-Frans restaurant Umami 2

Gisterenavond heb ik met een vriend weer eens bij Umami gegeten. Evenals alle voorgaande keren is het ook nu weer zeer goed bevallen. Ik mag wel zeggen dat Umami tot mijn favoriete restaurants in Utrecht behoort, alleen voor een romantisch etentje lijkt het mij wat minder geschikt.

Tegenwoordig krijg je bij Umami een early-dinner korting van 7 euro als je voor 17.30 uur aanschuift en binnen anderhalf uur klaar bent. Beiden was voor ons geen enkel probleem, we waren er om 17.00 uur en drie kwartier later en 3 rondes verder stonden we al weer buiten.

Zoals in andere all-you-can eat restaurants moet je per ronde op een formulier aangeven wat je wilt eten. Je kunt per persoon per ronde maximaal 3 gerechten bestellen. Je kan zo maximaal 15 gerechten eten, maar dan moet je wel een extreem grote eter zijn, wij (beiden grote eters) hadden aan 9 gerechten per persoon genoeg.

Ik heb de volgende gerechten geproefd: Sushizalm (9), Sushi tonijn (9), Wantansoep (9), Avocadosalade (8), Gamba's in rode curry (9), Daging smoor (9), Lamsvlees (Kambing rendang) (10), Roerbak groenten (8), Lamskoteletten (9) en Lamssaté (8).

Voor 20 euro plus 5 euro voor 2 cola was ik klaar. Normaal gesproken serveren ze helaas geen kraanwater, maar als je een ander drankje neemt, kun je ook om een glas kraanwater vragen. In totaal heb ik 3 glazen water op.

Kortom, het beste all-you-can eat restaurant dat ik ken, gewoon goed en zondermeer een van de beste restaurants in Utrecht voor deze prijs. Aanbevolen!

zaterdag 3 juni 2017

Dvd: Gerhard Richter painting

Gerhard Richter painting (Duitsland, 2011): 97 min: Regisseur: Corinna Belz

Gerhard Richter - Painting PosterIn de documentaire "Gerhard Richter painting" wordt een van de bekendste schilders van Duitsland (ik had nog nooit van hem gehoord) gevolgd terwijl hij aan het schilderen is en voorbereidingen treft voor het houden van een expositie.

De werkwijze van de nogal zwijgzame Richter is als volgt: hij verft op een leeg doek een aantal kleurvlakken met mooie aansprekende felle kleuren. Vervolgens smeert hij verf op een soort groot lineaal van plexiglas dat net zo groot is als het doek hoog is en gaat hiermee over deze kleurvlakken, waardoor een totaal ander schilderij ontstaat. Daarna gaat Richter met een mes verf afkrabben zodat de onderliggende laag weeer verschijnt. Beide procedures herhaalt hij net zo lang tot een resultaat is bereikt waarmee hij tevreden is.

Dit is een nogal intuïtief proces dat min of meer vergelijkbaar is met de drippaintings van Jackson Pollock. Het is verbazingwekkend dat zulk een primitief procedé in de handen van Richter tot zulke mooie abstracte resultaten leidt.

De documentaire is een genoegen om naar te kijken en geeft een mooi beeld van de werkwijze van Richter en van de manier waarop zijn werken tentoongesteld worden.