woensdag 28 juni 2017

Tim Mackintosh-Smith: Reizen in de voetnoten van Ibn Battoeta

Tim Mackintosh-Smith: Reizen in de voetnoten van Ibn Battoeta (Groot Britannië, 2001): 395 blz: Vertaald door Paul van der Lecq (2004): Uitgeverij Atlas: Oorspronkelijk uitgever John Murray

Reizen In De Voetnoten Van Ibn BattoetaIbn Battoeta (1304-1368) wordt beschouwd als een van de grootste reizigers aller tijden.

Hij vertrok in 1325 uit Marokko om een pelgrimstocht naar Mekka te maken en bleef ruim 25 jaar weg en bezocht daarbij het grootste deel van de toenmalige Islamitische wereld, Rusland, India, China, Spanje en Zwart-Afrika. Na thuiskomst heeft hij een verslag van zijn reis gedicteerd aan de schrijver Ibn Djoezajj.

In het Engels is er een complete uitgave van de reizen van Ibn Battoeta verschenen verzorgd door H. Gibb. Hiervan heb ik het eerste deel (van vier) gelezen maar daar was ik niet van onder de indruk.

In "Reizen in de voetnoten van Ibn Battoeta" reist Tim Mackintosh-Smith de grote reiziger achterna in Marokko, Egypte, Syrië, Oman, Saoedi Arabië, Turkije en de Krim. Met zijn eigen, relatief aardse benadering van IB, is hij op zoek naar tastbare en menselijke relicten uit de wereld waarin IB leefde.

Het boek van Mackintosh-Smith is in soepel Nederlands vertaald en leest gemakkelijk weg, dit in tegenstelling tot het boek van IB zelf. Het geeft ook een boeiend kijkje in de wereld waarin IB leefde.

Zoals gebruikelijk weer een aantal citaten:
- Ik zou willen dat ik een jaar of dertig vrij kon maken, en dat ik IB's benijdenswaardige vermogen had om welwillende vorsten grote hoeveelheden geld, gewaden en slaven te ontfutselen.

- IB werd gefascineerd door heiligen en overal waar hij kwam, spaarde hij kosten nog moeite om kluizenaars te bezoeken; hij verzamelde heremieten met dezelfde toewijding waarmee latere toeristen ammonieten verzamelden.

- "Als God het toestaat," zei de portier, "zult u met ons het middaggebed bidden." Ik moest slikken. De mensen gingen er altijd van uit dat ik moslim was. Dat kwam door mijn manier van spreken. Mijn Arabisch had het ritme en de cadans van het Arabische schiereiland. Bovendien had de ervaring mij geleerd dat ik maar beter zo veel mogelijk klassiek Arabisch kon spreken.

- Ik vertelde de boer dat ik jaloers was op een koning uit de Kaukasus die ter sprake wordt gebracht door de geograaf Ibn Rustah. Hij bad op vrijdag met de moslims, op zaterdag met de joden en op zondag met de christenen. "Omdat elke religie beweert dat hij de enige juiste is en dat de andere religies ongegrond zijn," verklaarde de koning, "heb ik besloten mij tegen alles in te dekken."

- Later verwierf het transcendentale toerisme een slechte reputatie. Al Maqrizi schreef aan het begin van de vijftiende eeuw over mystieke reizigers:
Bij een soefi komen nu nog maar zes geloften over de lippen:
om te snoeven, zingen, dansen, drinken, hasjcake te eten en te wippen.

- Er zijn twee soorten mensen:
Zij die hersens hebben en ongelovig zijn,
en zij die geloven en geen hersens hebben.

- In zijn beschrijving van Dhofar vulde IB een hele pagina met een etnobotanische uitweiding over Piper betel. "De eigenschappen van deze bladeren zijn dat ze de adem parfumeren, de onaangename geur uit de mond verdrijven, de spijsvertering bevorderen en de schadelijke werking van het drinken van water op de nuchtere maag opheffen," schreef hij. "Ze maken de mens blij en verhogen de libido."

- Een Engels spreekwoord: Hoe men een roos ook noemt, hij blijft altijd even heerlijk ruiken.

Tim Mackintosh-Smith heeft voordat hij de reis voor dit boek maakte 17 jaar in Jemen gewoond. Over dat land heeft hij "Jemen: reizen in woordenboekenland" geschreven dat ik ook heb gelezen en de moeite waard vond. Als vervolg op "Reizen in de voetnoten van Ibn Battoeta" heeft hij "Zaal der duizend zalen" geschreven waarvoor hij IB achterna heeft gereisd in India. Dat boek moet ik nog lezen.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen