Stephan Vanfleteren: Present (België, 2019): 493 blz: Uitgeverij Hannibal
Stephan Vanfleteren is in Nederland waarschijnlijk de bekendste Belgische fotograaf. Vanfleteren is begonnen als persfotograaf bij de Belgische krant "De Morgen", heeft veel reportages gemaakt en is ook een internationaal gewaardeerd portretfotograaf. Vanfleteren werkt vrijwel altijd in zwart-wit.
"Present" geeft een overzicht van het oeuvre van Vanfleteren tot 2019, het jaar waarin het boek is gepubliceerd. Het is een zeer fraai vormgegeven boek en het is ook een bijzonder fotoboek omdat het foto's en teksten combineert. Met 60 grote bladzijden tekst is de tekst in dit boek voor een fotoboek zeer uitgebreid.
Ik
klaag vaak over de matige kwaliteit van de teksten in kunst- en
fotoboeken. Vanfleteren heeft de teksten voor dit boek zelf geschreven
en ik moet zeggen dat ik de tekst van het boek zeer onderhoudend vind.
Eigenlijk vormt de tekst een autobiografie van het leven van
Vanfleteren als fotograaf. Het is een beetje raar om te zeggen bij een
fotoboek maar het lijkt er meer op dat de foto's een illustratie van de
teksten zijn dan dat de tekst een toelichting op de foto's is.
In "Present" zijn teksten en foto's veel meer één geheel dan gebruikelijk is bij fotoboeken. Maar een fotoboek beoordeel je natuurlijk vooral op de kwaliteit van de foto's. Vanfleteren was en is in de eerste plaats vooral een portretfotograaf. De meeste foto's in dit boek zijn portretfoto's, altijd in zwart-wit. Er staan zeker een aantal prachtige foto's (vooral portretfoto's) in "Present", maar gemiddeld genomen spreken zijn foto's mij niet zo erg aan. Hij is duidelijk niet tevreden met gewoon een goede foto (zie ook het eerste citaat) en probeert altijd om iets bijzonders te doen. Soms pakt dat geweldig uit (zijn foto's van koningin Beatrix en Eddy Merckx), maar meestal had ik liever gehad dat hij een gewone foto had genomen. Toch valt er veel te genieten in dit boek.
Citaten:
- Ik maakte een fout. Ik liep in de val altijd een andere foto te willen maken. Een vaak gekunstelde, geforceerde manier van fotograferen. Gedurfd in de onderhoek mijn onderwerp kadreren, de achterkant van iets fotograferen terwijl alle collega's aan de voorkant stonden. Het instant effect van een te wijde lens. Ik wilde opvallen maar verloor het essentiële uit het oog: informatie en inzicht. Wat valt er echt te zien? Welke emotie kan je vatten? Het was vaak een flauwe trukendoos van een te ijverige fotograaf op zoek naar een visuele egotrip.
- De kleurenfotografie deed uiteindelijk ook haar intrede bij De Morgen.
Ik liet deze kelk gevuld met zachte dwang aan mij voorbijgaan en liet
weten dat ik het zou aanvaarden als ze dan niet meer met me wilden
werken.
Duidelijke keuzes
vergemakkelijken het leven. Nee, ik deed geen kleur als ik gebeld werd
voor een opdracht. Het weerhield me van de verleiding om voor het geld
te kiezen en reclameopdrachten te gaan doen. Ik deed uitsluitend
zwart-wit en dat wist men ten langen laatste. Pas veel later, op eigen
initiatief en met de teugels zelf in handen, kwam er langzaam kleur in
mijn werk.
Een uitspraak van boer Theofiel, een van de bijzonderste mensen die Vanfleteren ooit fotografeerde:
- Je kan het meest verdienen door niets uit te geven.
- Hoe meer materiaal, hoe kleiner het zelfvertrouwen.
- Net door de omvang van die grote problemen te reduceren tot het kleine, vierkante kader van mijn toestel kwam ik dichter bij de essentie. Als je te veel wil vertellen zeg je uiteindelijk niks.
-
Het fenomeen van het bijgeloof, dat omgekeerd evenredig afnam met de
opkomst van de technologie in de visserij, leverde een eindeloze lijst
van geboden en verboden op. Er mocht geen pastoor op de kaai en geen non
op het staketsel staan tijdens het afvaren. Geen "zoetekoeke" en zeker
geen vrouw aan boord. Niet fluiten bij goed weer, want dan daagde je de
wind uit. Nooit uitvaren op vrijdag met een schip dat uit reparatie
komt, en nooit "goeie reis" zeggen bij het vertrek, want anders was het
jouw schuld als het schip op zee "bleef". En als je een "vetje"
(prostituee) liet pissen op de "kule" van het visnet, was een goede
vangst gegarandeerd.
-
Soms is de geportretteerde blij dat er geen vragen meer zijn van de
journalist die net vertrokken is. Tijdens mijn werk voor de krant
fotografeerde ik liever na het interview. Ik kon eerst discreet
meeluisteren, observeren, kijken naar de lichaamstaal, de omgeving, het
licht, de mogelijkheden. Na het gesprek viel er vaak een last weg bij de
geïnterviewde. Soms werd ik in vertrouwen genomen en werd dan pas
verteld waarom een vraag ontweken werd of waarom niet de hele waarheid
gesproken werd. De fotograaf als biechtvader.
-
Analoog is geschikt voor hobbyisten, kunstfotografen, retroridders en
zwart-witfundamentalisten. Maar het is niet meer werkbaar in een
professionele wereld, waar men geen productiekosten wil betalen en waar
men de foto al doorgestuurd wil krijgen nog voor hij gemaakt is.
-
Een wildvreemde op straat aanspreken om een portret te maken blijft een
raar gegeven. Niet zozeer vanuit de logica van de fotograaf maar vanuit
het perspectief van de gefotografeerde. Beeld je even in: je bent op
weg naar de bakker of op de terugweg van je werk naar huis en je wordt
aangesproken door een onbekende man uit een andere cultuur. Die vraagt: "Ik vind je mooi, ik vind je interessant, mag ik je fotograferen?" En dan blijkt het niet te gaan om een snapshot met een smartphone, nee, hij haalt een groot, duur ding boven en vraagt je om in dat ronde glas te kijken. Hoe absurd is dat? Niet zelden moet een geportretteerde bij zijn thuiskomst zijn uitgelachen door vrouw en kinderen met het ongeloofwaardige verhaal dat een vreemde man hem fotografeerde omdat hij hem mooi vond. "Onze vader, mooi? Neen, hij begint gek te worden."
- Een extra minuut boven op de drie beschikbare minuten maakt soms het verschil tussen een matig en een zeer goed portret.