Posts tonen met het label Verhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verhalen. Alle posts tonen

maandag 3 november 2025

J. Heymans & Roland Fagel (samenstelling): Baken in een zee vol barbarij

J. Heymans & Roland Fagel (samenstelling): Baken in een zee vol barbarij: Overpeinzingen & verzuchtingen bij het vertrek van Hinderickx & Winderickx uit Utrecht (Nederland, 2025): 116 blz: Uitgeverij de Boomgaardpers
 
Het Utrechtse antiquariaat Hinderickx & Winderickx is niet meer. Dertig jaar lang kwam ik er regelmatig. Ik schat dat ik er meer dan 500 bezoeken aan heb gebracht en er honderden boeken heb weggesleept. Ik zal niet alleen het antiquariaat missen, maar vooral ook René Hesselink, de eigenaar, en zijn vrouw Carolien, en de vaste medewerkers Roosje Keijser en Roland Fagel.
 
Gisteren was er een feestelijke bijeenkomst waarbij René welverdiend in het zonnetje werd gezet. Bij deze bijeenkomst kregen de aanwezigen de feestbundel "Baken in een zee vol barbarij" uitgereikt. Aan dit boekje hebben 54 mensen een tekst bijgedragen, waaronder een aantal mensen die ik persoonlijk ken en een paar mij bekende schrijvers. Ook ik mocht een bijdrage leveren en daarmee is "Baken in een zee vol barbarij" de eerste keer dat een tekst van mij in druk verschijnt.
 
De bijdragen zijn allen kort (er werd uitgegaan van een maximum van 500 woorden) en zonder uitzondering leuk om te lezen. Er zijn natuurlijk veel anekdotes over René en zijn kompaan Hans, die veel te jong gestorven is. En uiteraard ook veel anekdotes over gekochte boeken.
 
Van het boekje zijn 87 exemplaren gedrukt. Ik vind het een prachtig geschenk voor René en een mooie herinnering aan hem en zijn antiquariaat voor ons. Mooi werk van John en Roland die het idee voor deze bundel hebben gelanceerd.

maandag 8 september 2025

Simon Carmiggelt: Gedundrukt

Simon Carmiggelt: Gedundrukt (Nederland, 1938-1980): 303 blz: Uitgeverij van Oorschot (2013)
 
 
 
Simon Carmiggelt (1913-1987) was tijdens zijn leven één van de populairste schrijvers van Nederland. Ik vermoed dat er in die periode meer boeken van hem zijn verkocht dan van Hermans, Mulisch en Reve bij elkaar. Carmiggelt schreef bijna 40 jaar lang, 6 dagen in de week een kort stukje voor het Parool, de zogenaamde Kronkels. In totaal schreef Carmiggelt ruim 10.000 van die Kronkels, waaruit voor "Gedundrukt" een selectie is gemaakt van 100 van de mooiste stukjes. Tegenwoordig lijkt het werk van Carmiggelt een beetje vergeten. Het is meer dan 25 jaar geleden dat ik een bundel van Carmiggelt las. 
In mijn herinnering heb ik de verhalen van Carmiggelt altijd met veel plezier gelezen, toch gaf ik zijn bundels toen ik ze las een lage waardering. Blijkbaar vond ik zijn verhalen toen nog niet zo bijzonder. Drie jaar geleden las ik de verstripping door Dick Matena van een aantal van zijn Kronkels en was erg enthousiast over zowel de verhalen als de tekeningen.
 
De stukjes van Carmiggelt lezen altijd prettig weg, hebben die lichte toon, waar ik zo van houd bij het lezen, die ik bij mijn eigen stukjes ook nastreef, en zijn vaak humoristisch. Ze spelen zich meestal af in Amsterdam, vaak in of nabij een kroeg. Verder heeft Carmiggelt het vaak over de oorlog en man-vrouw relaties. 
 
Deze hernieuwde kennismaking met het werk van Carmiggelt is mij uitstekend bevallen, wat mij betreft is Carmiggelt één van de grote schrijvers uit het Nederlandse taalgebied.
 
Citaten:
- De man in de trein was met zijn zoontje een week in Brabant geweest. Een goed land, meneer - best van eten en drinken. Dat zei hij niet tegen mij maar tegen een schraal kereltje, dat toevallig naast hem zat.
 
- Op de Zeedijk stond 's morgens een man van een jaar of vijftig op het bruggetje en staarde in het water.
 "Daar gáát weer een doje hond," zei hij. "Die drijven hier veel. Vieze stad. Een móóie stad, hoor. Maar vies. Mooi en vies."
 
- Het was John Barrymore die eens zei: "Een vrouw kan drie dingen maken uit niets: een slaatje, een hoed en ruzie." Het vierde is zonder de geringste twijfel een cocktailparty. Te Rome was ik weer eens in de gelegenheid deze verticale ontspanning te beoefenen.
 
- "We have a queen," sprak ik, om hem tegemoet te komen.
 "Is that so ..." vroeg hij gehinderd, of ik hem lastigviel met lootjes op een rookworst.
 
In een bankgebouw:
- In een mooi leren fauteuiltje ga ik zitten wachten. Kent u nou iemand die wel eens geld laat stáán op een bank? Ik niet. Al mijn vrienden halen altijd alles eraf zodra het gekomen is. Maar waar leven banken dan van? Dat zou ik nu wel eens willen weten. 

- ... Maar 't hielp niet, want de motorduivel buiten behoorde tot de noodlottige groep Amsterdammers die wel weten dat zwijgen goud is, doch zich gaarne met zilver behelpen.
 
- "Aangenaam mefrouw," zei het meisje timide.
 Er viel een stilte. De portier wist zijn door ervaring gelooid pokerface gaaf te bewaren, maar de vestiairejuffrouw hing verlekkerd te kijken, als een pyromaan, die het paleis op de Dam ziet afbranden.
 
- Het café heette Bij Koos, maar werd in de buurt de vuilnisbak genoemd, omdat er uitsluitend op dood spoor geraakte mannen en een paar oude publieke vrouwen kwamen drinken. Als je een glas voor je had, moest je er goed op letten, want zodra je even je hoofd omdraaide, dronk iemand het leeg - dat was een gewoonte van het huis.
 
- Ik was zestien en lid van de Jongeren Vredes Actie, een puur verbond dat door het houden van optochten en het uitdelen van strooibiljetten het militarisme wilde uitroeien, een goed doel, dat niet werd bereikt.
 
- Joodse humor, is, geloof ik, het geheimzinnig vermogen te glimlachen om de vreselijkste dingen.
 
- In de lunchroom at ik een kroketje.
 Het was een vies kroketje, dat smaakte of het in 1912 was toebereid met de uitwerpselen van een miereneter, door iemand die de mensheid niet graag lijden mocht.
 
- Toen ik 's ochtends de gordijnen van de slaapkamer opzijschoof, grijnsde de dag tegen me als een ongeschoren kindermoordenaar.
 
- En het hondje leek mij het gevolg van een liaison tussen een Duitse herder en een tuinslang.
 
- Toen doorschoot hem plotseling een vreselijke drift en met alle zeggingskracht die in zijn lang lichaam huisde begon hij te keffen, venijnig, zoals kleine vrouwtjes grote bootwerkers de huid vol schelden als ze met een borreltje te veel op thuiskomen.
 
- Schoonheid corrumpeert. Ik vertel liever mijn onzin aan een mooie jonge juffrouw dan aan een lelijke ouwe vent. Wie dit verwerpt heeft gelijk maar is toch een leugenaar.
 
Een vrouw vraagt aan de schrijver om een auto te duwen:
- "Kees, deze meneer wil wel even," zei de vrouw.
 "Hij is van de televisie."
 "Ik had liever dat-ie van een garage was," vond Kees, een breedgeschouderd man-dier, waartegen feministen zo bewogen waarschuwen.
 
- "Poeh - ouwe reus," riep hij. Nu pas merkte ik dat hij zeer dronken was. Al vroeg, want de klok wees pas tien voor half een. In een ouderwets proces-verbaal zou zijn typering "een als heer gekleed persoon" luiden. Alleen zijn wangen waren daarmee in strijd, want ze vertoonden de nog net niet tot baard gerezen vorm van ongeschorenheid die Arafat al jaren precies op maat weet te houden.  
 
- Want een beschonkene is, als hij zich niet tussen soortgenoten beweegt, een melaatse die gemeden wordt omdat de gezonden hem vrezen.
 
- We waren Romeo en Julia, zij het op z'n Hollands. Daarom beëindigden we, na twee jaar, niet ons leven maar onze verloving.
 
- Tegenwoordig behoort een minnares tot het gewone levensmiddelenpakket van de modale werknemer, maar in die dagen werd nog vrij algemeen aangenomen dat er een moraal bestond.
 
Een man vertelt over zijn leven:
- " ... Die bezetting heeft eigenlijk ons huwelijk gemáákt. En de hongerwinter aan het slot was het eindexamen. Want honger bracht niet je aardigste karaktereigenschappen naar boven. - Niets menselijks is mij vreemd, is dat geen uitspraak van Jezus?" 
 "Ik ben niet zo bijbelvast," antwoordde ik.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 8 augustus 2025

Hans Christian Andersen: Sprookjes en verhalen

Hans Christian Andersen: Sprookjes en verhalen (Denemarken, 1837-): 1098 blz: Vertaald door Annelies van Hees (1992): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep, Perpetua-reeks


 

Hans Christian Andersen (1805-1875) was de Deense schrijver van een aantal wereldberoemde sprookjes. 
 
In mijn jeugd heb ik natuurlijk kennisgemaakt met een aantal van zijn sprookjes. In 1996 heb ik een eerdere gedeeltelijke vertaling in de Prisma-reeks gelezen. In 2008 las ik een aantal sprookjes in een prachtige Engelse vertaling van Tiina Nunnally. In 2016 las ik de Perpetua uitgave in zijn geheel. In april 2023 heb ik de eerste 306 bladzijden van dit boek herlezen met daarin al de bekendste sprookjes van Andersen. Nu ben ik begonnen met het herlezen van de laatste 800 bladzijden. Dat was een hele kluif en leverde weinig op, geen enkel sprookje of verhaaltje uit die laatste 800 bladzijden kan zich meten met de hieronder genoemde sprookjes uit de eerste 306 bladzijden. Als laatste herlas ik de eerste 306 bladzijden.
 
De vertaling van Annelies van Hees leest zeer prettig. Het is in Nederland de gewoonte om bij een vertaling het gehele werk van een schrijver te vertalen, zeker bij een schrijver van verhalen. In de meeste gevallen ben ik hier een voorstander van, maar bij Andersen kun je toch wel zeggen dat zijn beste sprookjes ver uitsteken boven de andere sprookjes en verhalen en dat het herlezen van die andere verhalen vrijwel niets toevoegt. Maar de 12 sprookjes die ik hieronder zal noemen, die samen 123 bladzijden tellen en die de kern van zijn oeuvre vormen zijn terecht wereldberoemd. Je kunt deze sprookjes ook steeds weer opnieuw lezen en eventueel voorlezen.
 
Kleine Claus en grote Claus (11 blz) [in eerdere vertalingen was het kleine Klaas en grote Klaas, wat mijn voorkeur heeft]: In een dorp woonden eens twee mensen die allebei dezelfde naam hadden, ze heetten allebei Claus. De ene werd grote Claus genoemd, was rijk, had vier paarden, was gemeen en dom. De andere werd kleine Claus genoemd, was arm, had maar één paard, maar hij was vriendelijk en slim. Iedereen die dit sprookje ooit gelezen heeft, weet hoe het afloopt.

De prinses en de erwt (2): In dit sprookje wordt een methode aan de hand gedaan waarmee je een echte prinses kunt herkennen.

De kleine zeemeermin (21): Het beroemde sprookje over een zeemeermin die verliefd wordt op een knappe prins. Om aan land te kunnen gaan, moet ze haar prachtige stem verliezen en haar mooie staart door twee onhandige pilaren, die mensen benen noemen, laten vervangen. Door Disney verfilmd.

De nieuwe kleren van de keizer (5): Waarschijnlijk het beroemdste sprookje van Andersen waarin een ijdele keizer een onzichtbaar gewaad krijgt aangemeten.

De standvastige tinnen soldaat (5): Over een tinnen soldaatje met maar één been.

De wilde zwanen (15): Een koning had elf zonen en één dochter. Een boze stiefmoeder betovert de prinsen in zwanen en verbant de prinses. De Chinese schrijfster Jung Chang heeft de titel gebruikt als titel voor haar eigen boek.

De nachtegaal (9): Sprookje over een echte en een kunst nachtegaal dat begint met de beroemde openingszin: In China, moet je weten, is de keizer een Chinees en alle mensen om hem heen zijn ook Chinezen.

Het lelijke jonge eendje (9) . Over een lelijk te groot jong eendje die uitgroeit tot een prachtige jonge zwaan.

De sneeuwkoningin (29): De kleine Kay en Gerda zijn vriendjes van elkaar. Op een dag krijgt Kay een stukje van een toverspiegel in zijn hart, waardoor zijn karakter helemaal verandert. Kay verdwijnt en Gerda gaat op zoek naar haar vriendje.

De rode schoentjes (6): Over Karen, een arm meisje dat rode schoentjes krijgt en niet meer kan ophouden met dansen.

De schaduw (12): Het verhaal over een geleerde en zijn schaduw die langzaam zijn plaats inneemt.

Het meisje met de zwavelstokjes (3): Zeer gevoelig verhaal over een arm meisje dat zwavelstokjes probeert te verkopen.
 
Het loont zeer de moeite om bovenstaande sprookjes te lezen in deze prachtige vertaling. Eigenlijk zou men een mooie geïllustreerde uitgave moeten maken met een kleine selectie van de sprookjes en verhalen maar met hele mooie illustraties. Manon Uphoff roemt in haar nawoord de aquarellen van de Poolse kunstenaar Janusz. Grabianski.

  : 12 bovengenoemde sprookjes
 
  : waardering voor het hele boek
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 18 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: Verzameld werk: Deel 3

J.M.A. Biesheuvel: Verzameld werk: Deel 3 (Nederland, 2008): 793 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Tot aan "Godencirkel", de eerste verhalenbundel van Maarten Biesheuvel in het derde deel van zijn verzameld werk, heb ik het werk van Biesheuvel per verhalenbundel besproken. De laatste verhalenbundels van Biesheuvel en de overige teksten uit het derde deel van zijn verzameld werk, bespreek ik in één stukje. Er staan weinig echt geweldige verhalen in dit derde deel en ik kon ook maar weinig citaten vinden. Maar als liefhebber van het oeuvre van Biesheuvel, hoort dit derde deel er natuurlijk wel bij.  
 
Citaten:
- Alles lijkt zo gewoon. Eva doet het huishouden, de poezen leven nog, mijn schilderijen komen niet tot leven, de boeken in de boekenkast zwijgen stom, de sterren staan 's nachts op hun gewone plaats, overdag schijnt de zon, de egels laten zich bij daglicht niet zien, mijn schaar knipt even goed als vroeger.
 
- De krankzinnigheid wordt in onze familie doorgegeven als een tube tandpasta, alleen gebruiken we allemaal onze eigen tandenborstel.
 
- Ik ben een gewaardeerd lid van de maatschappij en toch heb ik nog nooit iets gedaan.

- Vlug kleedde hij zich uit, alle kleren en ondergoed wierp hij op het bed, hij waste zich tot hij fris was als een eekhoorntje in de regen op een hoge tak van een eenzame, haast kale boom in de wind.
 
- Ik moét een soort moeder hebben, iemand die voor me zorgt. De vrouw van de loodgieter, dat is niks gedaan, dat is meer zo van: bed opmaken: een kwartje, warme maaltijd op uw kamer bezorgd: een gulden vijfentwintig, de kamerhuur is zestig gulden per maand, kolen kosten ook veel, u moet de abonnementen nog betalen, ik ruim uw kasten op voor twee gulden, wat stinkt het hier toch, alstublieft een spuitfles met frisse lucht, spuit dat maar op uw lichaam als u zich niet wassen wilt, het is drie gulden, even op uw kamer zitten als u bang bent is een kwartje, hand vasthouden als u angst hebt is twintig cent.
 
- De professor begon te gieren van de lach. Maar ineens werd hij ernstig en zei tot zijn zoontje, die ook weer een beetje bijgekomen was: "Zeg, jij kan toch zo aardig schaken? Dan gaan we nu samen een spelletje doen." "Maar u kan toch helemaal niet schaken?" zei het zoontje. "Met hersenen in mijn maag van de man die Turati op het edele schaakbord in Finland heeft verslagen, zal ik schaken als de beste," zei hij. Ze zetten zich aan de huiskamertafel aan het spel. Natuurlijk verloor de vader. "Dat spreekt vanzelf," zei het zoontje tegen de verblufte vader, "wat dacht u dan, als u kalfshersenen hebt gegeten, gaat u toch ook niet loeien en schijten in de achtertuin?"
 
- Wat heb je aan sombere, eenzame mensen?! Lachen willen we, plezier hebben, leuke types ontmoeten, leuke meiden oppikken en die even de broek uittrekken en kietelen, sigaren roken, bier en whisky drinken, pijpen opsteken en zwetsverhalen afsteken tegen iedereen ...
 
- Er was eens een man die geheel bij zijn zinnen was, hij was normaal. (Bij het woord "normaal" moet ik altijd denken aan dat fraaie, keiharde en cynische, maar tegelijk droevigmakende aforisme van Jerzy Lec: "De wereld is helemaal niet krankzinnig, alleen maar heel geschikt voor genormaliseerde en heel ongeschikt voor normale mensen.")
 
- ...(de dunne dacht onderdehand samen met Jerzy Lec: "Dikken leven korter maar zitten langer aan tafel")
 
Maarten over zijn psychiater:
- Hij probeert mij pillen voor te schrijven, maar ik hou daar niet van. Ik zeg altijd: "Weet je wat het is Andy, ik ben een romantisch type. Dat wil zeggen, soms ben ik Himmelhoch jauchzend en dan weer zum Tode betrübt." "Nee," zegt hij, "eigenlijk niet, daar is een nieuwerwetse term voor in de medische wetenschap, jouw gedrag heet manisch depressief."
 
- Ongeveer eenmaal per week heb ik een aanval van angst. Ik weet niet waarvoor ik bang ben. Alles wordt onzeker. Mijn buurman is op bezoek en ik meen dat hij het over een luchtgekoelde cello heeft, terwijl hij spreekt over een onderkoelde vertolking van het celloconcert van Dvorak op de radio.
 
- Nabokov: "The cradle rocks above an abyss, and common sense tells us that our existence is but a brief crack of life between two eternities of darkness." "De wieg schommelt boven een afgrond en het leven is maar een korte lichtflits tussen twee eeuwen duisternis. ..."
 
- In augustus 1976 kreeg ik een halve baan op het Academisch Ziekenhuis in Leiden. Als jurist zou ik me bezighouden met de rechten van de patiënt in een ziekenhuis. Toen ik een jaar gewerkt had kwam mijn chef kijken hoe ver ik was. Ik toonde hem het begin van een folder voor patiënten. Er stond: "Beste mevrouw of beste meneer, nu hebt u al zoveel moeilijkheden in het leven en nu ligt u ook nog met pijn in het ziekenhuis. Wij, de juristen van het Academisch Ziekenhuis Leiden, willen u op het volgende wijzen ..." Verder was ik niet gekomen.
 
Maarten 't Hart over Maarten Biesheuvel:
- Maar zo'n verhaal dan als "Brommer op zee"? Daarin vertelt Biesheuvel dat iemand die verdacht veel op hemzelf lijkt, aan de reling staat van een schip. Over het water komt een brommer aanrijden. Dat, zult u zeggen, moet toch fantasie zijn. Ik heb mij altijd over dat verhaal verbaasd en op een avond, toen we allebei een beetje dronken waren, heb ik hem maar eens gevraagd: "Hoe zat dat nou met die brommer die jij over de zee zag aankomen?"
 "Ja," zei Maarten, "in werkelijkheid was het een scooter, maar ik heb er in het verhaal een brommer van gemaakt omdat zo'n scooter met zo'n brede plank van onderen natuurlijk gemakkelijk op het water blijft drijven, en dan is het niets bijzonders als iemand ermee over zee rijdt."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 14 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: Godencirkel

J.M.A. Biesheuvel: Godencirkel (Nederland, 1986): 154 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 3: Blz 27-180: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
Het derde deel van het verzameld werk van Maarten Biesheuvel opent met "Eert uw vader en uw moeder", een onopmerkelijk bundeltje uit 1985 met nog geen twintig bladzijden tekst, dat ik niet de moeite waard vind om te bespreken. De bundel "Godencirkel" vind ik ook niet zo heel sterk. Ik moest erg lachen om het verhaal "Smulpapen", zie het lange citaat. 
 
Citaten:
- Ik vertelde dat ik tegenwoordig een goed schietgebed had voor het slapen gaan, ik had het overgenomen van een enigszins simpele doch allervriendelijkste monnik van de orde der benedictijnen: "Mijn Heer en mijn God, ge weet dat ik U bemin. Ik ben moe en ik kruip derin."
 
- ... Reizen is gevaarlijk en belachelijk, blijf thuis. Duur is reizen ook nog: bij mij thuis kost een glas water niets, in de Tuilerieën kost het 15 NF plus service! Ik zie mijn vriend Hans op een kleurenfotootje met een Braziliaans armoedig gekleed meisje op schoot zitten in een wankele kano in het Amazonegebied, boomstronken en lelies rijzen op uit prachtig grijsgroen water. Mijn vriend kijkt mij aan en trekt een gezicht alsof hij zeggen wil: Tja, ik weet het ook niet, hoor, dit is het hoogtepunt van mijn reis maar ik weet niet of ik hiervoor eigenlijk gekomen ben, al dat wachten op vliegvelden, bij busstations en in receptiekamers van hotels, is het eigenlijk wel de moeite waard geweest? Thuis verveel ik me en hier verveel ik me nog meer!

Een pastoor vertelt smakelijk over wat hij allemaal voor lekkers eet:
- " ... Ik houd van lekker eten en mijn koster en Mariëtte kunnen heerlijk koken. Kijk, als je nou een slok koud water neemt en dan een stukje brood, droog brood, dan moet je denken aan een eend, een gebraden eend. Zie je hem al voor je liggen op je bord? Vanbuiten is hij geel op het witte af. Je ziet de pukkeltjes. Het vet kiert er hier en daar uit, dat is de gesmolten boter en zijn eigen vet. Dan neem je vlug een glaasje wodka, de vonken springen uit je maag. Je kijkt nog eens naar je eend en dan maak je dit gebaar" ... hij roffelde als een pianist op een denkbeeldige eend op zijn nog lege bord, met drie vingers deed hij dat heel voorzichtig als een trommelaar die voor het eerst zijn nieuwe trommel beproeft, "dan snij je de eend aan, hij is gevuld met gepeperd gehakt, met stukjes aubergine en paprika, met kwartellevertjes en kippeniertjes die een tijd in de wijn en de melk hebben gelegen. Helemaal binnen in de eend, o o, dat knapperige korstje, zit een tomaat, lekker gekookt en gebakken en gevuld met kaviaar. En dat alles is niet gloeiendheet of droog, maar lekker vet en sappig. Dan neem je vlug een derde van de eend, je snijdt er maar een flink stuk vanaf en dat eet je op. Ach wat een heerlijkheid, dan drink je gauw een glas bourgogne. Dan neem je gebakken krielaardappeltjes en gestoofde peertjes. Om een maaltijd mee te beginnen bijvoorbeeld is haring met fijngesnipperde uitjes erg lekker. Of een pastei gevuld met kalfsragoût. Weet je wat de lekkerste lucht is die ik ken? Dat zijn uitjes die die nog maar net aangebakken zijn. Dan loopt het water me al uit de mond. Wat ook heel lekker is zijn gebakken champignons en dan een tournedos overgoten met een madeirasaus en daarbij spruiten en Canadese bessen, van die vossebessen, van die rode zurige bessen. Heel lekker is ook de lucht van stukjes spek die aangebakken worden. Maar het liefste, zo vlak voor het slapen gaan, eet ik een gekruide karper die je eerst vierentwintig uur in de melk hebt laten zwemmen, anders zit er een grondsmaak aan. Een karper zo van het spit die je in zijn eigen vet hebt laten smoren en dan moet je daarbij champagne drinken en af en toe een krokant kaaskoekje nemen ...," zo zat hij nog een tijd te spreken en hij wreef zich daarbij verlekkerd over zijn maag. "Het is zo slecht nog niet om pastoor te zijn, vooral in een kleine en rijke parochie ..."
 
- Zo is er bijvoorbeeld een stelling dat er niets ergers is dan werkloosheid. Ik zou zeggen: Hier in Nederland krijg je altijd een uitkering. Als werkloze ben je juist een gebenedijde, een gelukzalige want overdag kun je roeien, zwemmen en wandelen en dan is er nog een hele avond over om te lezen: het barst van het water en de openbare bibliotheken in Nederland.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 9 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: Reis door mijn kamer

J.M.A. Biesheuvel: Reis door mijn kamer (Nederland, 1984): 110 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 2: Blz 629-738: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
"Reis door mijn kamer" is een dunne bundel. Het langste en belangrijkste verhaal uit deze bundel is het titelverhaal. Biesheuvel weet van een beschrijving van het interieur van zijn huiskamer iets heel origineels te maken. Met "Reis door mijn kamer" heb ik het tweede deel van het verzameld werk afgesloten. Binnenkort ga ik verder met het derde deel. De komende dagen ben ik even met iets anders bezig. 
 
Citaten:
- Wat doet het ertoe hoe groot het heelal is als mijn kamer voor mij al zo belangwekkend is?
 
- Ik vind het volstrekt belachelijk om duizenden schrijvers tijdens je leven gelezen te hebben. Ik ken ongeveer twintig schrijvers en ben daar dolgelukkig mee. Het liefst zijn mij Vladimir Nabokov, gevolgd door Anton Pavlovitsj Tsjechov en Bruno Schulz. Je weet pas hoe een boek eigenlijk geschreven is als je het minstens vijftienmaal gelezen hebt.
 
- ... ik ben heel vaak ontroerd en zolang ik maar op mijn kamer ben en lezen kan, ben ik heel tevreden en gelukkig. Schrijven is eigenlijk een afvalprodukt van de bezigheid lezen, het schrijven houdt op, zolang je tikt kan je niet lezen en eerlijk gezegd vind ik lezen heel wat aangenamer dan scheppen.

- Wij, op onze beurt, springen nu met gezwinde spoed over de kristallen karaf, gevuld met water, en het waterglas, over de datumaanwijzer en een kleine elektrische klok, links van mij, heen, en komen terecht bij een televisietoestel. Je ziet eigenlijk niet dat het een tv is want er hangt altijd een doek over, mooi geborduurd, vroeger pakte ik daar mijn viool in om hem warm te houden, er staat altijd een geweldige bos droogbloemen op en er staat meestal een van mijn schrijfmachines op, toegedekt met een groot spierwit servet opdat er geen stof in het binnenwerk komt. De aandacht valt vooral op een schilderij dat vlak boven de tv hangt en alle aandacht voor zich opeist, het toestel staat in een donker hoekje van mijn kamer zodat nog nooit iemand die ik hier op bezoek had heeft gezegd: "Hé, heb jij hier televisie?" ...
 
- Het was eigenlijk gekkenwerk en toen Van Hall eens een keer langsliep terwijl ik bezig was met het invoeren zei ik tegen hem: "Volgens mij, meneer, is water naar de zee dragen een nuttiger bezigheid dan het invoegen van deze kaartjes." Hij glimlachte en zei alleen maar: "Vindt u, meneer Biesheuvel?" Die middag kwam hij de zaal binnen, met aan zijn hand een grijsaard die ik nog nooit had gezien. "Meneer Diepstra zal vanmiddag voor u op de leeszaal letten," zei Van Hall, "hij heeft vaker met dat bijltje gehakt en doet het misschien beter dan u, ondertussen gaan wij een tramritje maken." Niet vaak ben ik zo verbaasd geweest. We trokken onze jassen aan, het waaide geweldig en het was koud, en liepen naar de tram die tegenover het Paleis stopt. We reden naar het strand van Scheveningen en vlak bij het Kurhaus kocht Van Hall in een souvenirwinkel een schepje en een emmer van plastic. We gingen de grote zaal van het Kurhaus binnen en mijn baas begon jenever te drinken. Tegen de bediende zei hij: "Vult u dit emmertje voor meneer hier met leidingwater." De bediende was verbaasd maar kwam mij inderdaad het emmertje vol water brengen. "Draag dit nu naar de zee en ledig het," glimlachte Van Hall. Hij bleef zijn glaasjes jenever en spuitwater drinken en drie uur lang heb ik in kou, regen en wind, terwijl hij lekker warm zat dronken te worden, water naar de zee gedragen. Tenslotte vroeg hij, heel vrolijk maar toch beslist niet met overslaande stem: "En wat doet u nu liever, meneer Biesheuvel, kaartjes invoegen of water naar de zee dragen?"
 
- "... Ga maar op de grond zitten en doe je ogen dicht, ik zal schieten." "Doe dat nou niet Sergej Timofejitsj," zegt een andere soldaat, "schiet die arme man niet dood, maar vraag hem om een spijkerbroek, om nylonkousen van het merk Dior, vraag hem om een digitaal horloge, vraag om Chanel-parfum, om twee dollarbiljetten, daar krijgen we thuis zeker zestig roebel voor, vraag hem om een truitje met opdruk, bijvoorbeeld een T-shirt waar Coca-Cola op staat, vraag hem om een pornografische foto en vraag hem om echte Amerikaanse chewing gum ..., als hij toiletpapier, een gloeilamp en een nog ongebruikt fotorolletje heeft is het helemaal mooi. ..."
 
- Die man, Reindert, zou hij heten, had het altijd aan willen leggen met een meisje van zestien jaar omdat meisjes dan op hun prilst en liefelijkst zijn, niets zo betoverend, opwindend en ontroerend als een zestienjarig meisje.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

J.M.A. Biesheuvel: De steen der wijzen

J.M.A. Biesheuvel: De steen der wijzen (Nederland, 1983): 142 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 2: Blz 487-628: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
Het sterkste verhaal uit "De steen der wijzen" vind ik "Mijn vrouw". De meeste citaten bij dit stukje komen ook uit dat verhaal. Hierin geeft Maarten Biesheuvel een inkijkje in het leven dat hij en Eva leidden.
 
Citaten:
- Zo is het in huis ook altijd: als er iets gebeurt dat me niet bevalt, als er iemand op bezoek komt met wie ik niet op kan schieten, zeg ik tegen mijn vrouw: "Ik moet nog iets afmaken." Dan ga ik naar mijn werkkamer en duik mijn bed in.
 
- Ik hoor nergens bij, niet bij een kerk, niet bij een tennisclub, ik ben geen sektariër, geen vegetariër, ik geloof niet dat brandnetels goed zijn tegen melancholie, een brandnetelsoepje!, haha!, wat een onzin. Aan sport doe ik niet veel. Op zaterdagen ga ik vaak wandelen in de bossen of roeien met een collega. Ik wil in alle opzichten een vrij man zijn en ik ben modern omdat ik de jongeren van tegenwoordig precies begrijp. Ik snap waarom ze weglopen van huis en hun haar rood, geel en groen verven, ik begrijp waarom ze hasj en opium gebruiken, maar ik keur het niet goed.

- Avond aan avond zit ik op mijn kamer in stilte te studeren, te lezen en te schrijven. Daarna drink ik een glaasje wijn met mijn vrouw en dan duiken we tevreden in ons bed.
 
- ... Bij mijn vrouw vergeleken ben ik een losbol, een dromend kind, een nietsbetekenende onvolwassene. Wat is zij allemaal niet? En dat alles onbezoldigd? Maatschappelijk werkster, dierenverzorgster, binnenhuisarchitecte, moeder, maîtresse, verpleegster, kinderverzorgster, agente van politie, rechter, makelaar in huizen, te huur of te koop, voorzitter van een vereniging tot instandhouding van kinderkantines (er zijn kinderen die tussen de middag niet naar huis kunnen, in de hele stad zijn dat er tweeduizend, mijn vrouw zorgt ervoor dat ze opgevangen worden en dat ze gezellig eten kunnen, er wordt naar de kinderen gekeken), mijn geweten, pedagoge, psychologe, het is gewoon te gek en te veel om op te noemen. Ik ben hoogleraar en meer niet. Goed, ik laat de honden wel eens uit, maar daar blijft het bij.
 
- ... "Maar uw man werkt aan de universiteit," hield de man aan, "dan is hij toch niet krankzinnig?" "Haha," lachte Liza, "mijn man heeft last van pleinvrees, smetvrees, paranoia, drie psychoses en vijf neuroses, hij heeft drie keer in een gekkenhuis gezeten en hij kan ieder ogenblik weer gek worden."  
 
- Mijn vrouw bezorgt me in zekere zin een schuldcomplex want ik ben altijd de man zonder principes, de luiaard, de zwelger, de levensgenieter, de bedligger, en zij is van alles precies het omgekeerde.
 
- Mijn vrouw leeft voor de ander en voor mij, terwijl ik eigenlijk alleen aan mezelf denk, ik denk alleen aan mijn eigen pleziertjes. 
 
- "Een idee hebben is op zichzelf nog niets," zei Johan, "het gaat immers om de manier van uitwerken. Je kan de fraaiste en merkwaardigste ideeën aan de voddenman geven, aan een ambtenaar, of een minister, maar als hij niet beeldend kan schrijven, als hij niet met gevoel, liefde en een flinke dosis humor alles geloofwaardig kan beschrijven, dan blijft het verhaal nergens. ..."
 
- Sommige spinsoorten zijn uitgestorven, sommige vogelsoorten en walvissoorten ook, maar een taal die verloren gaat, dat is haast nog afschuwelijker en griezeliger. "Xiangwao?" vraagt de baron aan een oude Indiaan om erachter te komen wat de zin is  van dat woord. "Harmonie met de natuur." "Pzakmetoe, wat betekent dat?" "Neem me niet kwalijk zeggen voor je een dier de kop inslaat om het te villen en op te eten." "Ziktormatj?" "In het gras liggen en naar de bewegende takken vol bladeren boven je te kijken, ze bewegen tegen het blauw van de lucht als wier in een heldere blauwe zee." "Panda!?" "Erewoord!" "Alam?" "Geur van manen van galopperend paard." "Bakst?" "Droevige laatste blik van stervende beer." De baron was erg ontroerd.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 7 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: De bruid

J.M.A. Biesheuvel: De bruid (Nederland, 1982): 167 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 2: Blz 319-485: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
Ik vind "De bruid" een aanmerkelijk sterkere bundel dan zijn twee voorgangers "Duizend vlinders" en "Hoe de dieren in de hemel kwamen". De verhalen zijn gemiddeld genomen ook een stuk langer. Mijn favoriete verhalen uit deze bundel zijn "De bruid", "De trui" en "Kreet uit een kelderwoning". Ik ga rustig verder met het lezen van de verhalen van Maarten Biesheuvel. 
 
Citaten:
- Glimlachend herinnerde hij zich een opmerking die een oude Russische dame onlangs had gemaakt. Ze had een rolstoel "ene zeer kleine calèche, maar zonder paarden" genoemd.
 
- Erasmus schrijft ergens aan een vriend dat hij het altijd zo prettig vindt in Engeland "omdat je als je aankomt door de vrouwen gekust wordt, ga je weg dan word je wéér gekust; ga je naar bed, je wordt gekust, het is hier een waar Paradijs!"
 
- Volgens Hans was het maatschappelijk aanzien van een rijk zakenman, van een rijke reder altijd en overal groter dan die van een geleerde.
 
- Ik heb altijd gemeend de wereld te kunnen veranderen door op een schrijfmachine te ratelen! Men zou misschien beter zijn teennagels kunnen knippen.

- We zagen het gekkenhuis van het Botlekgebied: ronkende en stinkende vrachtwagens, containers vol onbegrijpelijke voorwerpen die onzichtbaar bleven, tankauto's vol met gif, volle wegen, reclame, smook, gastankers, hijskranen, kraaninstallaties, een file auto's voor een brug over een breed water.
 
- Altijd weer is zo'n overbekend boek volkomen nieuw voor mij. Het is alsof ik door een museum loop en van tevoren al weet hoe de omtrekken van de figuren en objecten op de schilderijen zijn geschilderd, maar de manier waarop de kleuren zijn aangebracht, de wijze van uitdrukken, die ben ik vergeten. Ik hoef nooit meer woedend een boek in de hoek te smijten omdat ik het niet mooi vind ...
 
- Alles heeft zijn eigen lucht, vond John, mest, gebraden wild, geteerd hout, ongekookte aardappels, schoenen, laarzen, zelfs bij het slijpen van zijn messen rook John iets, maar de heerlijkste lucht was voor hem die van het oude papier in de leren banden.
 
- ... Vrijheid kan alleen maar bestaan als je geen kinderen hebt, als je niet gebonden bent aan een baan. Wat moet je ook in deze belachelijke maatschappij? Wij hebben schijt aan dit bestel. Bommen, ruimtevaart, technologie, aardgas, moderne muziek, ruimtelijke ordening, de landspolitiek. Wij willen nooit een auto hebben, wij willen geen kinderen, wij willen geen baan. ...
 
- De laatste keer kreeg Kees een brief van een man die een eenmansbedrijfje had. Hij schreef: "Geachte heer, ik heb uw manuscript gelezen ... Ik geef u een goede raad, geef het schrijven op, zet u in godsnaam nooit meer een letter op papier. Weet u dat er zoals u wel veertigduizend mensen in Nederland rondlopen? Allemaal denken ze de roman van de eeuw te hebben geschreven, maar het is allemaal humorloze, oninteressante stront. ..."
 
- Mijn psychiater is erg halsstarrig: ik beweer steeds maar dat mijn frustraties mijn motor zijn en dat ik van mijn vrouw Eva ongeveer niets mag. Ik zeg dat ik het fijn vind om onder de duim te worden gehouden: "je hebt je niet goed geschoren, ik doe het wel even voor je", "met linnen schoentjes aan kan je niet naar kantoor", "ben je al in bad geweest?", "doe je je tanden wel met de rode gelei?", "je rookt te veel, als je er nu deze maand eens mee stopte?", "je moet vandaag niet het visgraat maar het gewone pak aantrekken", "help me even met de konijnen", "kom nu eindelijk uit bed", "je moet je haar eens kammen", "je hebt het bruidsboeketje op je eigen kamer gezet", "we gaan gewoon naar Tanja, of jij nu zin hebt of niet", "heb je het examen medisch recht nu al afgesproken?" Het is maar goed dat ze dat allemaal zegt: zonder Eva zou ik niets meemaken en de hele dag in bed liggen en onafgebroken bier en whisky drinken.

- Ik denk op zo'n ogenblik: "Wat doe ik nu eigenlijk? Ik zit hier voor mijn eigen plezier te schrijven. Wat de lezer ervan denkt boezemt mij eigenlijk geen belang in. Ik denk dat ik hem wil vermaken ..., maar moet ik geen vlammende protesten schrijven tegen het lot van politieke vluchtelingen, tegen martelingen, tegen de vervuiling van de Waddenzee, tegen het feit dat er op grote schaal zelfmoord in onze welvaartsmaatschappij wordt gepleegd? ..."
 
- Ik schaam me een beetje. Ik heb gisteren voor de Belgische radio, thuis gezeten in mijn eigen luie stoel, een uur lang verhalen voorgelezen en daarmee heb ik iets minder dan duizend gulden verdiend. Een ander leest een uur lang voor aan zijn kind en krijgt de volgende dag gedrens als beloning omdat hij geen tijd heeft om wéér voor te lezen.
 
- ... het lawaai in een overdekt zwembad is mij te veel, ik word er angstig en zenuwachtig van. In de Euphraat, in het lauwe schone water daar vlak bij de bron tijdens een warme nacht en met vollemaan zou ik wel eens willen zwemmen, maar niet in Leidschendam in een geheel met witte tegels bezet bassin vol chemicaliën, onder een dak waar gejoel klinkt van twintig kinderen die een keel opzetten als varkens die geslacht worden.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

J.M.A. Biesheuvel: Hoe de dieren in de hemel kwamen

J.M.A. Biesheuvel: Hoe de dieren in de hemel kwamen: Met houtsneden van Charlotte Mutsaers (Nederland, 1982): 41 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 2: Blz 278-318: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
De dunne bundel "Hoe de dieren in de hemel kwamen" bestaat uit twee korte verhalen die een soort sprookjes zijn. Ik vind deze verhalen wel aardig, maar wat deze bundel bijzonder maakt, zijn de buitengewoon geslaagde houtsneden van Charlotte Mutsaers. Petje af voor deze tekenares. 
 
Citaten:
- "Maar wat is nou het bijzondere van een mens?" vroegen de lieve gasten van Beer, "een roos ruikt lekker, een vliegende vis kan hoog springen, een walvis kan spuiten, een palm laat kokosnoten vallen, een bunzing stinkt, een konijn legt keutels, een beer houdt van honing, zo hebben we allemaal wat, maar hoe zit het nu met een mens?" "Een mens is helemaal bloot en draagt losse vellen en soms ronde glaasjes voor zijn ogen," zei Beer, "ze dragen schoenen omdat ze niet op blote voeten willen lopen maar het wonderlijkste is nog wel dat ze aan naastenliefde doen, hoewel ik er nooit achter ben gekomen wat dat precies is. ..."

- ... Want hemelingen vinden Jezus een heel gewone verschijning, ze hebben wel enig ontzag voor hem, maar voor heiligen hebben ze een dieper gaand gevoel, dat zijn immers mensen die zich van schoenlapper of visser tot grote hoogte hebben opgewerkt terwijl Jezus altijd al, vanaf het begin der schepping, de zoon van God is geweest. 
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 5 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: Duizend vlinders

J.M.A. Biesheuvel: Duizend vlinders (Nederland, 1981): 276 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 2: blz 1-276: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
"Duizend vlinders" bevat geen verhalen die echt grote indruk op mij maken, maar evengoed heb ik de verhalen uit deze bundel met plezier gelezen. 
 
Citaten:
- Ik zat op een avond met mijn vriend Karel in de huiskamer, het was herfst en hij zei: "Nu gaan we weer zo'n malle winter tegemoet." "Ja," zei ik, "overdag werken en 's avonds bij de kachel hangen, een beetje piano spelen, een beetje lezen, een beetje schrijven, af en toe slapen, kennissen ontvangen, de krant lezen en voor je het weet ben je dood."
 
- ... (Over die sofa moet ik het ook nog eens hebben, zit een heel grappige geschiedenis aan, er schiet mij nu ineens van alles te binnen. Sigaren, daar moet ik het ook eens over hebben. Gebrek aan karakter bij schrijver dezes ook. Waarom ik graag dassen draag. Waarom ik graag in de wasbak plas. Wat ik van die rare ventilator op mijn kamer vind. Over de klok in de huiskamer kan ik het hebben. Ook over mijn huwelijkssluiting op Schiermonnikoog. Over de vlieg die gisteren verschrikt uit mijn inktpot kwam vliegen, ik had mijn vulpen in geen jaren gebruikt. O Mozes Mina, er is genoeg geloof ik, meer dan genoeg.)

- Diep in mijn hart weet ik wel dat ik alleen maar korte verhalen kan maken, verhalen die in een kwartier of hoogstens in een avond opgeschreven zijn. Ja, dat weet ik heel goed en ik moet blij zijn, want vaak zijn er verhalen bij die enige blijvende waarde hebben.
 
- ... mijn vrouw heeft vaak gezegd dat ze een goed kort verhaal even belangrijk vindt als de droevigste en langste roman ...
 
- Het enige dat ik wil doen is schrijven over iets belangrijks. Iets belangrijks is met veel omhaal vertellen hoe men zich voelt. Zo zie ik het. Maar ik kom niet verder dan: "Vandaag veel geslapen, buiten veel wind."
 
- Ik had het verhaal vroeger al een paar maal gelezen, maar nu wist ik me niet meer goed te herinneren hoe het precies in elkaar zat. Dat is ook de reden waarom ik zo graag boeken herlees: het is fijn een boek uit de kast te pakken waaraan je ooit veel plezier hebt beleefd. Nu weet je niet meer precies hoe het gaat, maar je weet dat je gelukkig zult zijn als je het leest ...
 
- De stad was gezellig verlicht en uit de etalages schenen duizenden lichtjes en ik weet niet hoeveel je in het oog sprong, naaimachines, schoenen, jurken, ondergoed, tangen, boren, sigarendozen, bouwpakketten, kettingen, snoepgoed, warme broodjes, augurken, schemerlampen, schilderijen, kantoormeubilair, tafels met bordjes en messen, gemakkelijke stoelen, te veel om op te noemen.
 
- "Nu moet ik je eens iets vreemds vertellen. Wil je wel geloven dat ik altijd heb gedacht dat augurken eigenlijk visjes waren? Ik dacht dat heel vreemde visjes waren die bij China of in die buurt werden gevangen. Ik verkeerde in de mening dat men de koppen, de vinnen en de staart eraf haalde, dat men vervolgens de buik volpropte met het vlees van een aubergine, ik dacht dat de visjes dan groen werden gekleurd, op sap werden gezet en naar Nederland werden gestuurd. ..."
 
- Ik liep in de tredmolen zoals iedereen, want men studeert, men bouwt bruggen, men stelt theorieën op, men schrijft boeken, men vindt nieuwe geneesmiddelen uit, men slacht kalveren en kippen in abattoirs, we werken aan nieuwe satellieten, we zoeken naar goud en diamanten, we proberen het raadsel van de zwaartekracht te doorgronden en we luisteren naar muziek, we eten, we poepen en we piesen en we gaan naar bed. We gaan naar kantoor, naar de fabriek, naar de universiteit, we sjouwen met stenen en manuscripten en piano's, we maken nieuwe wetboeken, een houten stoel gooien we weg en een plastic stoel zetten we ervoor in de plaats, we veroordelen anderen en we roken een sigaar en zwetsen en neuken erop los. Zo zal het nog duizenden jaren gaan en nooit zal iemand mijn verhaal begrijpen ...
 
- ... maar nu de pastoor erover gesproken had, een man die voor hem haast meer betekende dan de medicijnman voor de inboorling ...
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 2 juni 2025

J.M.A. Biesheuvel: De verpletterende werkelijkheid

J.M.A. Biesheuvel: De verpletterende werkelijkheid (Nederland, 1979): 299 blz: (Uit "Verzameld werk": Deel 1: Blz 687-985: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 
 
 
De vijfde verhalenbundel van Maarten Biesheuvel vind ik, samen met zijn eersteling, de sterkste die ik tot dusver heb gelezen. Er staan een aantal klassiekers in: "Onttakeling" over een man die tot niets meer komt en aan het einde van het verhaal met zijn vrouw en haar "nieuwe meneer" een tochtje maakt en daarbij een wel heel speciale actie onderneemt. Het prachtige verhaal "De kaartenmakers" één van de sterkste verhalen die Biesheuvel ooit heeft geschreven. "De avonturen van Joachim Müller" en natuurlijk "Een dag uit het leven van David Windvaantje" dat erg door zijn eigen leven geïnspireerd lijkt. "De verpletterende werkelijkheid" is een prachtige bundel!
 
Citaten:
- "Ja, toen verwachtte ik nog wat van het leven, ik zag er een zekere zin in. Maar nu, ik haat die huizen aan de overkant, ik haat mijn collega's, ik haat het werk, ik walg van mezelf, ik zou zo graag willen reizen en gelukkig zijn. Niets blijft mij meer over. Ik heb geen zin om te gaan slapen want ik kan niet slapen en 's morgens heb ik geen zin om op te staan omdat de dag me niets zegt. Zinloos en lusteloos verglijdt mijn leven, straks lig ik in het graf en is er helemaal niets gebeurd. Dat is het ergste, het tikken van de klok, het overdenken van mijn fouten en zonden. Ik heb mijn leven tot een puinhoop gemaakt. Ik had mijn studie af moeten maken, dan was ik nu misschien dokter geweest of chirurg. Het is nu allemaal puin geworden. Ik ben te zwak om een gevecht aan te gaan. Ik laat me altijd gaan ..."

- De dokter heeft weleens gezegd: "U kunt beter geen kinderen maken, de kans dat ze krankzinnig zijn is te groot, bovendien bent u  te zenuwachtig om het gebler van de eerste vier jaar te doorstaan."
 
- David nam een pil om droevigheid tegen te gaan en een pil om walging tegen te gaan en een pil om onzekerheid tegen te gaan.
 
- David liep naar de auto, haalde de motorkap eraf en legde die in het gras, toen lichtte hij alle vier de deuren uit de scharnieren, toen haalde hij de achterklep eraf. Alles legde hij keurig in het gras langs het water waar eenden snaterden en waar af en toe een kievit roepend overvloog. Toen haalde hij de banken uit de auto. Hij vond een kist met Bacosleutels, en een Engelse sleutel. Hij was een half uur bezig. Soms lag hij onder de auto, soms stond hij over de motorkap gebogen en al die tijd sleutelde hij maar. Toen had hij de hele motor los. Die legde hij tussen de deuren. Daarna maakte hij de wielen los. De auto zag er nu zo raar uit. Hij schroefde de spatborden los en toen was zijn werk gedaan.
 
- Vlooien zijn allereerst nieuwsgierige dieren. Van alles wat er omgaat willen ze iets weten. Ze hoeven niet, als medewerkers van de Encyclopaedia Brittannica, alles uitvoerig te weten; als ze maar iets begrijpen van wat er om hen heen gebeurt zijn ze al dik tevreden.
 
- Hij kreeg een keer een bekeuring van een agent en toen zei hij: "Ik durf te wedden dat ik allebei uw laarzen kan volpissen. Voor twintig gulden doe ik het." De agent trok zijn laarzen uit en Marinus begon. Nu kwam hij in allebei de laarzen maar tot de hiel. "Die twintig gulden heb je verloren," zei de agent. "Dat is waar," opperde Marinus, "maar ik heb met die meneer daar op de hoek een weddenschap van tweehonderd gulden dat ik het zou klaarkrijgen om in de laarzen van een agent te piesen."
 
- Het enige waar hun leven voor en rond draaide was de globe zoals die uiteindelijk worden moest, een globe van twaalf meter doorsnee waar alles opstond, een globe zonder fouten. Voorlopig legden ze zich toe op kaarten. Nyls had al eens een kaart gemaakt van het dorp dat het dichtste bij hun huis was. Daarop had hij ook de schapen en de geiten en de auto's en de wandelaars aangegeven. In een noot onder de kaart stond: "Het is mogelijk dat de door mij aangegeven schapen, geiten, auto's en wandelaars nu op een andere plek zijn, maar toen ik de kaart maakte waren ze waar ze nu zijn aangegeven, met stamboekaanduiding, nummerbordgegevens, naam en geboortejaar." Zo wilden ze een globe maken waar men niet alleen huizen op zag, maar ook mensen, treinen en schepen, kantoren en fabrieken, ziekenhuizen en boerderijen, hoogovens en kippenfokkerijen, kleuterscholen en universiteiten, bomen en torren en alles met zijn eigen aanduiding.
 
- Ik zei tegen Catherina, die dicht tegen me aan zat - ik kneep even in haar arm en begreep wel waarom ik zo verliefd op haar was, haar vlees was net zo hard als een net niet rijpe maar ook niet meer onrijpe banaan, en er zat dons op als van een perzik!- ...
 
- Wie is bevoegd om uit te maken of iemand gek is? Me dunkt toch op de eerste plaats de patiënt zelf. Ik was gek en niet zo'n klein beetje. In Lissabon was het al begonnen. Ik nam daar een willekeurige bus en zei tegen de chauffeur: "Allez i ritorno, restiro del plaatsje, foto's maken del illustrissime, splendissime metropoolje, ja Roes ie chotsjoe poetesjeestwowatsj, comprendo del arte vestris patriae, iek bolsjoj artiste." Dit gekoeterwaal betekende volgens mezelf: "Ik wil met deze bus heen en weer, ik wil op mijn plaatsje blijven zitten, ik ga fotografieën maken van de zeer illustere, zeer prachtige metropool, ik ben een Rus en ik wil veel reizen, ik heb verstand en begrip van de kunst van uw vaderland, ik ben een groot kunstenaar."

- Een sombere gedachte van een Poolse schrijver viel me in: "Ex oriente lux, ex occidente luxe." Ook dat had met mijn wereld te maken. Amerika minder luxe, Rusland wat meer vrijheid, veel meer vrijheid en veel meer luxe, langspeelplaten, goede boeken, pornografie, transistorradio's, schrijfmachines met westers schrift, T-shirts met opdruk, spijkergoedpakken, chewing gum.
 
- Haar grootmoeder, die bijna blind was en doof, behoedde haar als een kip haar eieren voor gevaren - hoewel een kip mijns inziens al te makkelijk haar eieren door mensen laat af pakken.
 
- Ik voelde mezelf een ventilator. Met zo'n ding maakt ook niemand een praatje. Het wordt niet stuk gemaakt of ruw behandeld omdat het een zekere handelswaarde heeft, een praktische waarde, maar praten doet men er niet mee.
 
- "Er zijn twee dingen die een mens nooit zal kunnen en dat zijn: een gek begrijpen en zelf vliegen ..."
 
- David Windvaantje lag in zijn bed in een gerieflijke flat in de buitenwijk. Het was zomer, het beloofde een mooie nieuwe dag te worden. Oh koekoekshuizen, massagraven, bonbonverpakkingen, ventilatoren, stoomketels, omnibussen, depressies in weer en verstand, woorden van God, diepe oceanen, gillende treinen in Japan, oh radio, oh telegraaf, oh onbegrijpelijk heelal. David Windvaantje lag in zijn bed.
 
- Had David vandaag iemand doodgemarteld? Had hij iemand bezwendeld? Was hij bij de hoeren geweest? Had hij iemand in het zwembad onder water getrokken? Had hij boeken uit de bibliotheek kapot- of weggemaakt? Had hij afschuwelijke of slechte gedachten gehad? Al die vragen konden met nee worden beantwoord. Hij had de Paus niet vermoord. Hij had geen oorlog in het Midden-Oosten ontketend. Hij had niet uit anarchistische motieven het hoofdgebouw van vliegveld Schiphol opgeblazen. Hij had braaf zijn werk gedaan, braaf zijn hond uitgelaten en braaf zijn boek gelezen. Hem trof geen schuld.
 
- Tevreden als een katholiek die net een hostie heeft ontvangen ...
 
- "... Alles valt in het niet bij de grootheid van mijn bewustzijn, locomotieven, stoomschepen, automotoren, wetten, radio's, mensen, kabeltelevisie, ziekenhuizen, vloerrollers, zakdoeken, zwarte tunnels, massagraven. Maan, zon, zwarte gaten in het heelal, oorlogsdreiging, het valt allemaal weg. Ik ben mijn eigen God."
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 29 mei 2025

J.M.A. Biesheuvel: De weg naar het licht

J.M.A. Biesheuvel: De weg naar het licht (Nederland, 1977): 234 blz: (Uit "Verzameld werk: deel 1": blz 453-686: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 

 
"De weg naar het licht" uit 1977 is de derde verhalenbundel van Maarten Biesheuvel die is opgenomen in het eerste deel van zijn verzamelde werk. Na het lezen van de eerste twee bundels ken ik Biesheuvel wel een beetje. Hij heeft het vaak over de psychiatrie, zijn vrouw Eva die altijd voor hem zorgt, en af en toe over de grote vaart. Biesheuvel vermengt op een uiterst knappe wijze verhalen die werkelijk gebeurd kunnen zijn met verhalen die volledig aan zijn fantasie zijn ontsproten. Het valt bijna niet uit te maken waar de werkelijkheid ophoudt en zijn fantasie begint. Voorlopig ga ik nog wel even door met zijn verzameld werk.
 
Citaten:
- ... Eva en ik sjokten naar de school. Ik verbaas me altijd weer hoever mijn mare al is gegaan. In zekere zin ben ik een beetje beroemd en ik kan dat niet zo goed verwerken. De directeur van de school schiet me aan en zegt stralend: "Dus u bent de heer Biesheuvel op wie we al een kwartier zitten te wachten?" Iemand anders zegt: "Zo, daar hebben we de schrijver zelf in ons midden." Ik kan om die opmerkingen alleen maar zenuwachtig lachen. Eva en ik werden naar de lerarenkamer gebracht waar men ons koffie gaf. Mijn jas werd vanzelf opgehangen. Ik hield mijn tasje nauwlettend in het oog: daar zaten mijn boeken in en daar zou ik uit moeten voorlezen. "Als het nog eens moet gebeuren, neem ik werk van Joseph Conrad mee," dacht ik, "ze hebben het toch niet in de gaten, als er maar voorgelezen wordt en er maar iemand achter een net iets te klein tafeltje ingewikkeld zit te doen, stotteren,  zich met een zakdoek het voorhoofd wissen, met de linkerhand door het haar gaan, in de neus pulken, bril verplaatsen, benen over elkaar slaan en weer rechtzetten, handen in de zakken en weer eruit, neus snuiten, vragen om een glaasje water, alles is goed als het maar een beetje gek of artistiek is."

- ... "Eva, waarom ben ik toch zo bang?" zei ik, "wat is er toch met ons aan de hand de laatste tijd?" "Ik weet het ook niet," antwoordde ze, "maar een ding weet ik zeker: het zal allemaal overgaan." "Ja, als ik in mijn graf lig is het over," mompelde ik. "Dat bedoel ik niet," zei ze, "het zal eerder overgaan, veel eerder." Ik keek haar aan in de ogen en had haar lief. "Denk je echt dat het voor mijn dood over zal gaan?" vroeg ik nog eens. "Ja hoor," zei ze monter en liep door. Ik volgde haar en  wilde huilen. "Eva," zei ik, "ik wil huilen." Met dat ik het zei dacht ik: "Als ze zegt "hier op straat een potje gaan huilen en aan mijn schouders hangen dat gaat niet door ..." dan loop ik kwaad weg." Ze zei: "Huil jij maar als je dat goed vindt."
 
- "Eva," zei ik, "ik heb toch een baan." "O ja?" zei ze, "wat heb jij dan." "Ik ben schrijver," zei ik trots. "Jij bent helemaal geen schrijver," zei Eva, "wat jij doet dat zijn maar toevallige bijproducten, ga nu zelf eens na hoe vaak je een verhaal schrijft?" "Dat is inderdaad niet zo vaak," zei ik, "maar als het lukt zijn ze toch goed." "Jij hebt last van een grenzeloze zelfoverschatting," antwoordde ze, "Jacobsen, dat was een schrijver, Broch, Roth, Kafka, Canetti, Carmiggelt is er een, Joyce, Toergenjev, Tolstoj, Babel, dat soort mensen kun je rustig schrijvers noemen, maar jou niet. Guy de Maupassant schreef met de regelmaat van een burgerman-kantoormens. Die regelmaat heb jij toch immers niet? Jij kunt er je dag niet mee vullen. Vestdijk studeerde en schreef. Ik heb jou nog nooit zien studeren voor een verhaal. Jij moet gewoon weer een baan hebben en daarmee basta!"
  
- Terwijl een jongeman in Connecticut bezig was aan zijn scriptie over Tolstoj, terwijl in Japan uurwerkmakers bezig waren, terwijl een sleep door de Middellandse Zee ging, terwijl een man, ergens in Arabië, bezig was een prachtig boek te schrijven, terwijl er schepen werden gesluisd in het Panamakanaal, terwijl iemand zich zat te bezatten in Las Vegas, terwijl er glazen werden geblazen in Leerdam, lag ik hier als een wrak onder de dekens.
 
- ... Soms denk ik wel eens: "Kon een mens zijn hele leven maar slapend doorbrengen, er is toch niets dat mijn hand vindt om te doen." Ik ben bang, ik ben eigenlijk altijd bang. Nog het meest als ze me vragen of ik kom voorlezen. De hele avond sta ik dan te zweten van angst. "Jij bent helemaal geen schrijver," denk ik dan, "de mensen moeten zich vergissen, ze zitten naar een prutser te luisteren." Na afloop zegt Eva tegen mij: "Zo, dat was weer echt een leuke avond, je had de hele zaal in je macht, je kwam boeiend over, je kon een speld horen vallen, wat ben jij toch knap." Dan vraag ik maar weer om een pilletje en ben blij als ik in bed lig.
 
- ... De duivel steekt meteen van wal. "Thema één," zegt hij, "dat gaat over een bedrieger, daar kun je een prachtig verhaal over schrijven. Hij organiseert zogenaamd reizen naar de Seychellen, die eilanden zijn in de Indische Oceaan. Het moet daar nog een waar Paradijs op aarde zijn. Hij maakt erg veel reclame en krijgt veel klanten. Maar die brengt hij naar Tholen. Daar hangt een oud vliegtuig aan een hijskraan. In het holst van de nacht laat hij de mensen in zijn vliegtuig stappen. De hijskraan trekt het vliegtuig een eindje boven de grond zodat het toestel gaat schommelen. "Here is your captain speaking," klinkt het vertrouwenwekkend door de luidsprekers. Van buiten komt het geluid van vliegtuigen, er worden op de grond grote ventilators aangezet zodat het toestel flink tekeer gaat. De volgende dag voor zonsopgang, is de landing. Het decor op Tholen is veranderd. Hier en daar zijn bordkartonnen palmbomen neergezet en de inboorlingen die met het kamp te maken hebben zijn zwart geverfd zodat ze op echte negers lijken. De mensen die tegenwoordig zo dom zijn dat ze, als je ze vraagt waar ze zijn geweest met vakantie, het niet weten, maar wel kunnen vertellen dat het een heel eind vliegen was, zijn ook nu te dom om iets in de gaten te hebben. Ze wanen zich op de Seychellen terwijl ze op Tholen zijn. Dan is er bijvoorbeeld één man die het wel in de gaten heeft en die laat je omkopen opdat hij het niet verder vertelt. Hij heeft bijvoorbeeld de veerpont naar Ierseke zien varen. Ik geef je dit thema maar heel globaal, je moet het natuurlijk sappig uitwerken maar dan heb je er ook wat aan, je moet er een echt lekker smeuïg verhaal van maken."
 
- ... "Kijk," legde Joop uit, "de grootste ramp die een mens kan overkomen is een baan. Ik heb geen baan. Ik hou ervan om 's zomers een beetje te zeilen. Ik heb een aardig schip al zeg ik het zelf. Maarten, volgend jaar moeten wij toch eens samen een baartje zeilen. Dan neem je maar een week vakantie. Die baan dat is niks voor jou. Jij bent een kunstenmaker, jij moet niet naar kantoor. Ja, lekker zeilen! En dan 's avonds de boel aan kant maken, de rommel opruimen. Eerst natuurlijk een prettig stekkie zoeken. En dan de avondmaaltijd klaarmaken, weg van het geraas van het verkeer, weg van die flats, weg van zoveel stomme mensen! Of als het hard waait een goeie opper zoeken achter een dijk, ankertje uit, lekker eten, glaasje drinken van het een of ander, een beetje uitkijken over het water, vogels, wolken, het geklapper van de lijnen tegen de mast, rust ... volkomen rust ..., dan kan je een boekie lezen, beetje dobberen, dan wordt het tijd om te kooi te gaan, nog een laatste ronde over het schip, kijken of er niets fout kan gaan, alles vastleggen en dan lekker een tukkie doen. ..."
 
- Balzac schreef en schreef. In zijn bureau zat een gleuf. Hij kon per dag meer dan veertig bladzijden schrijven. Iedere bladzijde die hij afhad, gooide hij meteen in de gleuf waardoorheen het vel in de drukkerij beneden de kamer van de schrijver terechtkwam. Als Balzac "Fin" schreef op de laatste bladzijde van zijn roman, was beneden de voorlaatste bladzijde in druk al gereed.
 
- "Op oude schilderijen zie je niet zo vaak vogels in de lucht," zegt Maarten, "ik denk dat wij, ondanks onze fabrieken en vuile lucht, vergiftigd voedsel, kwikhoudende wormen en ga zo maar door, in onze tijd meer vogels in Nederland hebben dan een paar eeuwen geleden, toen werd namelijk alles wat vloog neergepaft en opgegeten. ..."

- Dit was de eerste keer in mijn leven dat het weglopen echt gelukt was en nu wilde ik mijn plannen niet in de war gooien. "Maar ik ben mijn pillen vergeten," dacht ik, "dat is niet zo mooi. Als ik een paar dagen zonder die pillen zit, niet kan slapen daardoor, als mijn hart dan steeds wilder gaat kloppen en de gedachten een ongekend hoge en snelle vlucht nemen, verwarrend veel gedachten en ideeën, dan word ik al gauw psychotisch en krankzinnig en kunnen we weer overnieuw beginnen."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 26 mei 2025

J.M.A. Biesheuvel: De wereld moet beter worden

J.M.A. Biesheuvel: De wereld moet beter worden (Nederland, 1984): 231 blz (Uit "Verzameld werk": Deel 1: Blz 221-451: Uitgeverij van Oorschot (2008))
 

 
Maarten Biesheuvel was niet tevreden over zijn tweede verhalenbundel "Slechte mensen" uit 1973 en zijn derde bundel "Het nut van de wereld" uit 1975. Hij heeft een aantal verhalen uit die twee bundels geschrapt en een aantal bijgewerkt, waarna hij de overgebleven verhalen heeft gebundeld in "De wereld moet beter worden" uit 1984.
 
Ik vind "De wereld moet beter worden" een duidelijk minder boek dan zijn eersteling. De meeste verhalen ben ik al weer vergeten. Er staan een paar verhalen in die ik geslaagd vind: "Onrust" over Noord-Beveland, "Vertrek van een boomvarken", "Paviljoen E" over een opname in een psychiatrisch ziekenhuis, volgens mij het sterkste verhaal in deze bundel, en het titelverhaal "De wereld moet beter worden".
 
Maar Maarten Biesheuvel is een zo eigenzinnige schrijver dat ook zijn mindere verhalen bijna altijd de moeite waard zijn om te lezen. Hopelijk geven de citaten een aardige indruk. 
 
Citaten:
- Noord-Beveland, zon van mijn geest, licht voor mijn bewustzijn, lamp voor mijn voeten, heerlijke streek, balsem voor mijn ziel, drager van mijn onuitsprekelijk geluk, in regen, wind, mist, harde wind en bij vorst ben jij mijn liefde en het kleinood dat ik zachtjes, het behoedzaam voor iedereen verbergend, aan mijn borst koester. En bekijk ik de aarde, van de maan of Sirius af, dan zie ik, door mijn zeer scherp ingestelde kijker heen, de lichtjes van alle streken der aarde het heelal inpriemen behalve van Noord-Beveland dat op die manier op een rustbrengend zwart gat lijkt. In jou, in je vette kluiten, in je uien, gladiolen, aardappelen en suikerbieten, in je fazanten, korhoenders, konijnen, hazen, reeën, duinen, schorren en stranden heb ik mijn Paradijs op aarde gevonden. Jij bent het lief eiland waarnaar ik verlang, een zeer glinsterende parel aan de horizon van mijn voorstellingsvermogen, heerlijk land met je schepen, boten en water. Schaterend sla ik mijn armen over elkaar en ga voor een ogenblik, schuin naar achter op mijn stoel hangend, als in vervoering naar de wolkenlucht kijkend, met het geluid van duizenden automobielen in mijn oor, even aan je denken en zie je reeds rijzen als de glanzendste kindertekening, aandoenlijk, lief, vermakelijk door je maatschappelijke overzichtelijkheid. Kleinood der kleinodiën, altaar der altaren, huis vol godsvrucht en bescheidenheid, Noord-Be-ve-land - ik heb u zo lief. Vette zeeklei, Psalmen, meeuwen!!

- ... Het gaat erom dat ik gelukkig kan zijn met het weinige dat ik heb. Geen afleiding, geen salons met interessante gesprekken, niet toegeven aan de noden van het lichaam en de geest. En als er iets weg is, het zoeken tot je een ons weegt. Ook een balpen is een wonder dat niet veronachtzaamd dient te worden. Het gaat niet aan om, als je de oude mist, vlug een nieuwe te kopen, het gaat niet aan om naar een vreemde vrouw te lachen terwijl je de hand van je eigen gade vasthoudt, je kunt niet tegelijk een raceboot besturen, een sigaret roken, een eigenaardig gesprek voeren, je sokken uittrekken, je mouwen oprollen, een glas bier drinken, half om half Erasmus lezen en plaatjes uit Playboy op het dashboard van de boot plakken.
 
- "Morgen begint het folkloristisch wegschieten van eilandvreemde elementen," mompel ik, "vreemdelingen, wegwerpaanstekers, premie-spaarregelingen, dubbeldaks-ijskasten met automatische afstandbesturing, sportwagens, plastic flessen, luciferdoosjes, aanbiedingen voor een nieuwe stereofonische geluidsinstallatie, vliegtuigtickets, wetenschappelijke boeken, kunstenaars, kunstbloemen, Franse kranten, buitenlandse muziekplaten - alles wat niet met het eiland, zoals het 's winters hoort te zijn, te maken heeft zal naar Vlaanderen en Holland worden geschoten, de dammen doorgestoken onder begeleiding van het eeuwenoude fanfarekorps "De Noord-Bevelander", eilanden op drift, mij zullen ze als reukoffer aan de God der Vaderen offeren, met hunne tanden zullen zij knersen en alle de dieren in mijn hof met hunne stokken slaan. Ik hoor hier niet thuis en had minstens verleden week reeds moeten vertrekken."
 
- Waarom moet een academicus altijd in een zogenaamde topfunctie werken? Waarom kan hij niet in eer en deugd putjesschepper zijn?
 
- Mijn kamer! Wat heb ik mijn kamer gezellig ingericht. Hier hangen de portretten van de mannen op wie ik gesteld ben, hier hangen de afbeeldingen van fregatten waar ik zo graag op zou varen, hier staan mijn boeken, hier is mijn toverlantaarn, mijn verrekijker, mijn bronzen Erasmus-beeldje, mijn tabak en pijpen, hier ligt mijn kistje met duelleerpistolen, hier staan mijn bed en mijn bureau's, hier hangen mijn kunstwerken, ik ben het liefst alleen, slechts bij uitzondering wordt een vriend hier toegelaten.
 
- Tijdens de rit terug had hij meer dan drie uur geprobeerd zijn schoonzoon van zijn waanzin te overtuigen dat er geen Engelen zijn, dat God misschien bestaat maar waarschijnlijk niets ziet, dat de wereld bepaald niet op een Messias, maar wel op een goede jurist, een capabele journalist of politicus zat te wachten.
 
- Eva zat te overdenken of het nu werkelijk nodig was geweest Jacob naar een inrichting te brengen. Spoedig kwam ze tot het duidelijke inzicht dat dat inderdaad het geval was. Een krankzinnige vriend verzorgen is wel aardig maar het moet niet een al te zenuwslopende zaak worden. En als de patiënt bovendien nog gevaarlijk voor zijn omgeving wordt ... Op een gegeven moment had Eva hem rechtop in bed, panisch verschrikt kijkend aangetroffen. Hij riep haar. Ze kwam. "Ik zal je moeten slachten," zei Jacob, "het is het enige zoenoffer dat God nog aan wil nemen, je hoeft niet zo verschrikt te kijken ... er zijn meer mensen geofferd tot nog toe, als God dit van me vraagt dan zal ik het doen, ga maar op de tafel liggen."
[Even later beslist Jacob dat God als zoenoffer ook genoegen neemt met Basje, de poes. Uiteindelijk volstaat het offer van een half bruin brood, liefst volkoren.]
 
- Tijdens ons merkwaardig gesprek - zotten klagen elkaar gaarne hun nood maar kunnen elkaar ook niet begrijpen, ze zijn hoogst verontwaardigd als blijkt dat de luisteraar geen angst heeft voor bijvoorbeeld een spin in een lege emmer, maar wel voor de idee van de martelkamer ...
 
Een beschrijving van een manische periode:
- "Vooruit, je doet niet gek maar je doet in ieder geval te veel, we zijn het eens nagegaan: je speelt viool, piano en je zingt, je studeert nog verschillende andere instrumenten, je moet overdag je werk doen om je brood te verdienen, je bent voorzitter en beschermer van een vereniging tot bescherming van de fundamentele rechten van de mens, je zit in een jury voor het beoordelen van schilderijen, je doet acties tegen de vivisectie, je houdt zelf zes poezen, je schrijft iedere dag één of twee verhalen, je maakt een schilderij en twee etsen, je schrijft opstellen voor literaire en wetenschappelijke tijdschriften, je hebt twee weeskinderen over wie je je ontfermen wilt, je geeft al je geld weg, maar niet aan erkende liefdadigheidsinstellingen zodat je steeds meer in de knoop komt met de belastingen, je bent een groot, hartstochtelijk bestrijder van het Christendom, je houdt je kortom met alles tegelijk bezig."

- Iemand ging inboorlingen in Afrika of Thailand de grondbeginselen van de landbouw bijbrengen, de Nederlandse landbouw! kosten nog moeite werden gespaard, na twee jaar waren er tien  kroppen sla, die kroppen kostten, als je het goed uitrekent, vierhonderdduizend gulden per stuk (irrigatiewerken, mestschepen, landbouwingenieurs, stencils, vliegtuigen, ploegen, eggen, pornografie, landbouwzaden), niemand van de inboorlingen lustte sla, de kroppen werden gedroogd, de bladeren werden in de hete zon fijngestreken en toen hebben ze geprobeerd of de slabladeren te gebruiken waren als schutblad voor de sigaren van het opperhoofd, ze waren te gebruiken maar het smaakte niet lekker, de sigaren zijn in zee gegooid. De grondbeginselen van de landbouw bijbrengen, hulp, zending, het is waanzin, een belediging.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 12 mei 2025

F.B. Hotz: De vertegenwoordigers

F.B. Hotz: De vertegenwoordigers: Verhalen en beschouwingen (Nederland, 1996): 69 blz: (Uit "Het werk": Deel 2: Blz 501-569 (1997)): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
"De vertegenwoordigers" is de laatste bundel die F.B. Hotz heeft gepubliceerd. Binnen zijn oeuvre lijken de stukken uit deze bundel mij niet zo heel belangrijk.
 
Citaten:
- In die stad was het druk. Op een kruispunt raakte de Ford bijna een fietsende pastoor. "Kijk je uit, zus!" riep mijn vader en ik geneerde me. Reizigershumor, dacht ik.
 
- Er begon nu al een soort heimwee in mij op te komen. ... Ik dacht aan het stapeltje grammofoonplaten dat ik had.
 Ik zei: "Die koffergrammofoon van mij, weet je wel?"
 "Ja?"
 "Die ik toen van jou heb gekregen?"
 "Ja? Is die kapot of zo?"
 "Nee, helemaal niet." Ik vertelde dat ik er een pick-up bij gekocht had, die je er zó kon opschroeven en op de radio aansluiten. En dat het een hele verbetering was.
 Mijn vader knikte.
 "Van His Master's Voice," zei ik. Hij knikte nu instemmend en zei niet onaardig: "Meneer doet het niet minder!"
 Ik wilde weten of hij zijn oude platen nog had. Maar hij keek nooit om. Zijn vroegere voorkeuren verloochende hij met gemak, zoals haast iedereen. Hij antwoordde dat hij alles weggedaan had.
 "Ook de Revellers en Whiteman?"
 "Ja, wat wil je! Dat allemaal van jaren geleden! Ik heb trouwens geen grammofoon meer, ik heb genoeg aan de radio. Je kan nou eenmaal niet alles bewaren."
 Ik zweeg verbijsterd, want ik herinnerde me de zelfingenomen kennersblik waarmee hij vroeger een plaat opzette. Maar eigenlijk wist ik dat iedereen er zo over dacht: voorbij is voorbij en weg is weg. Ik vond genoeg gepraat te hebben.
 
- Voor zijn scheerspiegel dacht hij aan die fotograaf van zestig jaar geleden. Hij was vijf toen, en op z'n hoede. "Kijk eens naar het vogeltje," had de man gezegd. Dat het geen echte vogel was begreep hij, maar volwassenen waren gek genoeg om een houten gedrocht uit het toestel te laten springen. Een grap. En dat ding kon je gezicht treffen.
 
- "Zeker luister ik," zei de oude man, "het interesseert me dat het mensen van nu nog boeit, zo'n primitieve ouwe film." Hij loog, want hun oordeel vond hij van geen enkel belang.
 
- Hij kwam de huiskamer van zijn dochter binnen, waar de smaak van het ogenblik gevolgd was zonder een sprank eigen voorkeur.
 
- Van Kampen dacht: je moet de mensen nooit raad geven, maar raad vragen, daar laten ze alles voor staan.
 
- Mijn oom vroeg naar mijn school. Ik antwoordde hem en legde het tijdschrift terug. Op straat passeerde een ons bekende roomse familie met zes kinderen. "Nou nou," zei mijn tante. Mijn oom boog zich naar mij over en zei: "En dan te bedenken dat God zelf maar één zoon had!"
 
- Tijdens het eten wist ik niets te zeggen. Niets. Hoe langer dat duurde hoe ondraaglijker het werd voor iedereen. Tot de mevrouw mij vroeg of ik óók in Indië geboren was, net als mijn nichtjes, die ze scheen te kennen. "Nee," zei ik beschaamd. "Dat dacht ik al," zei ze. Het meisje proestte kort. Want Indië betekende: weids land, grootheid, visie, mensen van de wereld, werk, geld, aanzien, binnenslenteren bij anderen, drank, feest, rijsttafels, sociëteiten, inzicht in andere volkeren, prestige, losheid en liefde in veel betekenissen. Ik bezat geen van die hoedanigheden.
 
Over vrouwen:
- Niets verraadt de tijd. De badpakken zijn ouderwets noch modern. Hoewel dat jaar een little boy figure voor vrouwen mode was - zoals J. Held ze tekende voor de New Yorker - en ze in hun kleren al hun rondingen verloochenden, kwam hun lijf in die badpakken bevrijd te voorschijn. Ze werden weer van alle tijden.
 
-Ik ben er niet zeker van of God wel het kruipend ongedierte van de wereldzeeën geschapen heeft, maar het badseizoen moet in Zijn raadsbesluit opgenomen zijn geweest.
 
Over mannen:
- De man is bij de haard gaan zitten en tast in vest en colbert naar zijn aansteker. Hij opent een verchroomde koker en neemt er een sigaret uit.
 Hij lijkt een monster van egoïsme: hij kijkt niet naar de vrouw en helpt haar niet. Maar in die tijd, en nog tientallen jaren nadien, hadden getrouwde mannen in de meeste huizen geen vierkante meter voor zichzelf. Vanuit hun werk streken ze 's avonds lamlendig neer op gebloemde damesfauteuiltjes, bij borduursels achter glas. Een wereldoorlog met vernietigingskampen en verwoeste steden was vergeten, maar de strijd in huis keerde snel terug.
 
- Wat een schrijver tot schrijver maakt is de kwaliteit van zijn verwoording, en niets anders. Niets. Niet het gegeven, de strekking of de invalshoek maakt het meedelen tot schrijven; het zijn de gekozen woorden, hun rangschikking, en het vervangen van ongewone woorden door gewone. Er is een soort magie die aan een gewoon woord in een kalme zin wurgkracht kan geven.
 
- Natuurlijk is het meegenomen als de inhoud van een roman of verhaal heel boeiend is. maar voor een test van schrijverschap telt het niet mee. Vertellen met een pakkende inhoud kunnen er velen.
 
- Als men nu maar niet een trefzekere en persoonlijke verwoording verwart met dat wat men "een mooie stijl" noemt. Want dat "mooie" riekt al naar mooischrijverij - het ergste - en naar woordvervetting eerder dan versobering.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 11 mei 2025

F.B. Hotz: De vertekening

F.B. Hotz: De vertekening (Nederland, 1991): 99 blz: (Uit "Het werk": Deel 2: Blz 401-499: 1997): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
"De vertekening" is met 99 bladzijden het langste verhaal dat Hotz heeft gepubliceerd. Het is het verhaal van een bevriende schilder, Lucas genaamd, en met name over diens relatie met zijn vrouw. Opnieuw een prachtig verhaal.
 
Citaten:
- Thuis maakte ik wat aantekeningen van zijn verhaal, zoals ik dat ook na mijn volgende bezoeken zou doen. Ik bespeur daar nu hiaten in die ik zal moeten aanvullen met wat in me opkomt. Dat geldt ook over wat hij losliet over z'n werk. Ik ben geen schilder.
 
- Zijn schoonmoeder had hem eens gezegd: "Ik weet wel een paar mensen die een tekening of aquarel van hun kleine kinderen willen hebben; ik zal je hun adres geven." Hij had ja geknikt maar nee gedacht. Z'n weigering kwam al snel uit en hij werd hoogmoedig gevonden. En dat, vond zijn schoonmoeder, kon niet als je een gezin moest onderhouden.

- Slapen kon hij niet. Bij zijn eerste argwaan, weken geleden, had hij haar gangen niet na willen gaan. Vertrouwen, dat was het bewijs van iemand te houden. Maar te veel vertrouwen lijkt eerder op te weinig interesse, vond hij nu.
 
- Binnen zag Lucas veel onbekenden. Hij kwam naast een dertiger te zitten die de astrologie beleed als een verlossingsreligie. Lucas wist niets van die zaken, maar het bood gespreksstof.
 
- Ik moet meer onder de mensen komen, zegt m'n schoonmoeder. Maar men moet z'n geest niet aldus "verrijken". Men moet die verarmen tot men zelf overblijft.
 
- "Liefde" is mooi, maar je moet wel steeds met bijval en gelijkgeverij in de weer zijn. En als je in de stroom van complimenten en bewondering voor de geliefde even stopt om adem te halen, zegt ze: "Je geeft niets meer om me."
 
- Hij keek naar haar als naar een grote buurhond, die wegens vakantie van de buren om twaalf uur 's nachts nog uitgelaten moet worden bij hagel.
 
- Lucas geeuwde. Dan schreef hij nog: "Vera's ouders waren eerst tegen me. "Wat begin je! Een kunstschilder!" zeiden ze. Maar Vera kwam dagelijks model staan, en met haar studie in Leiden werd het niets. Ik was direct verknocht aan haar; ik wilde alleen háár schilderen en las zelfs in haar saaie studieboeken. Haar loomheid vond ik mooi; haar huid leek zó wit en kwetsbaar, dat ik er plechtig van werd. En na alle liefde lagen we soms op onze zij, neus aan neus als eskimo's, tot ik onrustig werd. Ga werken, dacht ik dan."
 
- Lucas dacht aan wat hij onlangs gelezen had in een boek van Leon Wolff over het front voor Ieperen in oktober 1917. Op het moment dat de gewonden in eindeloze processie terugstroomden over de Menense weg, opende in Londen de grootste najaarsmodeshow in jaren. De vrouwen stroomden toe, velen in particuliere auto's. Vrouwen verdienden veel eigen geld in nieuwe oorlogstaken en de collecties, getoond door mannequins bij muziek, waren luxueuzer en eleganter dan ooit.
 Lucas haatte opeens alle vrouwen, behalve Coby.
 
- Gerard gaapte. Je moet met anderen uitsluitend over hun eigen leven en persoon spreken, dacht Lucas. Uitsluitend. Niets anders boeit ze.
 
- Prachtige vrouwen kijken vaak of ze zich zelf vervaardigd hebben.
 
- Lucas' schoonmoeder dronk haar koffie op en zei: "Als ik iets kan doen, zeg het dan." Hij aarzelde, maar in plaats van: "Ze bedriegt me", zei hij: "Nee, het gaat wel goed. Misschien is ze wat - eh - ongedurig omdat ik niet zo veel verdien."
 "Doe daar dan wat aan," zei de vrouw op een toon die bemoedigend bedoeld leek, maar waarin ergernis over veronderstelde mislukking in het schilderen meesprak.
 
- Ook Lucas keek verheugd,  zij het met wat gêne, misschien voor de kamers, door Vera ingericht. Er was geen plek van hemzelf daar, zoals dat gaat in huwelijken.
 
- Gerard knikte zelfingenomen. "Ik zal  wel eens even met hem gaan praten," zei hij; "ik heb hem vroeger al gezegd: om te schilderen heb je maar drie dingen nodig: verf, linnen en licht. Geen huwelijk."
 
- Boven bleef hij klaar wakker. Zijn kop maalde verder. In het begin had Vera zich voor hem losgemaakt van de deftige carrièrewereld in Wassenaar. Hij, op zijn beurt, was echtgenoot, vader en kostwinner geworden. Hij had zich bij zijn schoonmoeder aangepast op haast zelfvernietigende wijze. Hij sprak in Wassenaar of kunst maken een aardig winstgevend project was en kunst kopen de beste belegging. Hij deed dat voor zijn vrouw. Een misverstand, want ze had dat laf gevonden.
 
- Schilderen gunde ze hem vóór alles. Maar ontevredenheid sloop in; Lucas verkocht niet veel en "had dus eigenlijk weinig voor  zijn vrouw over als hij die liefhebberij voortzette." Het waren Vera's woorden maar haar moeders gedachten.
 
- Lucas gedrag voedde Vera's gedachte dat echtgenoten steeds opeisbaar zijn. Hij moest voorhanden zijn als minnaar, kostwinner en biechtvader. Hij voldeed daaraan behoedzaam. Maar haar buien van twijfel en ongeloof namen toe.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.