F.B. Hotz: De vertegenwoordigers:
Verhalen en beschouwingen (Nederland, 1996): 69 blz: (Uit "Het werk":
Deel 2: Blz 501-569 (1997)): Uitgeverij de Arbeiderspers
"De vertegenwoordigers" is de laatste bundel die F.B. Hotz heeft gepubliceerd. Binnen zijn oeuvre lijken de stukken uit deze bundel mij niet zo heel belangrijk.
Citaten:
-
In die stad was het druk. Op een kruispunt raakte de Ford bijna een
fietsende pastoor. "Kijk je uit, zus!" riep mijn vader en ik geneerde
me. Reizigershumor, dacht ik.
- Er begon nu al een soort heimwee in mij op te komen. ... Ik dacht aan het stapeltje grammofoonplaten dat ik had.
Ik zei: "Die koffergrammofoon van mij, weet je wel?"
"Ja?"
"Die ik toen van jou heb gekregen?"
"Ja? Is die kapot of zo?"
"Nee,
helemaal niet." Ik vertelde dat ik er een pick-up bij gekocht had, die
je er zó kon opschroeven en op de radio aansluiten. En dat het een hele
verbetering was.
Mijn vader knikte.
"Van His Master's Voice," zei ik. Hij knikte nu instemmend en zei niet onaardig: "Meneer doet het niet minder!"
Ik
wilde weten of hij zijn oude platen nog had. Maar hij keek nooit om.
Zijn vroegere voorkeuren verloochende hij met gemak, zoals haast
iedereen. Hij antwoordde dat hij alles weggedaan had.
"Ook de Revellers en Whiteman?"
"Ja,
wat wil je! Dat allemaal van jaren geleden! Ik heb trouwens geen
grammofoon meer, ik heb genoeg aan de radio. Je kan nou eenmaal niet
alles bewaren."
Ik zweeg
verbijsterd, want ik herinnerde me de zelfingenomen kennersblik waarmee
hij vroeger een plaat opzette. Maar eigenlijk wist ik dat iedereen er zo
over dacht: voorbij is voorbij en weg is weg. Ik vond genoeg gepraat te
hebben.
- Voor zijn scheerspiegel dacht hij aan die fotograaf van zestig jaar geleden. Hij was vijf toen, en op z'n hoede. "Kijk eens naar het vogeltje," had de man gezegd. Dat het geen echte vogel was begreep hij, maar volwassenen waren gek genoeg om een houten gedrocht uit het toestel te laten springen. Een grap. En dat ding kon je gezicht treffen.
- "Zeker luister ik," zei de oude man, "het interesseert me dat het mensen van nu nog boeit, zo'n primitieve ouwe film." Hij loog, want hun oordeel vond hij van geen enkel belang.
- Hij kwam de huiskamer van zijn dochter binnen, waar de smaak van het ogenblik gevolgd was zonder een sprank eigen voorkeur.
- Van Kampen dacht: je moet de mensen nooit raad geven, maar raad vragen, daar laten ze alles voor staan.
- Mijn oom vroeg naar mijn school. Ik antwoordde hem en legde het tijdschrift terug. Op straat passeerde een ons bekende roomse familie met zes kinderen. "Nou nou," zei mijn tante. Mijn oom boog zich naar mij over en zei: "En dan te bedenken dat God zelf maar één zoon had!"
- Tijdens het eten wist ik niets te zeggen. Niets. Hoe langer dat duurde hoe ondraaglijker het werd voor iedereen. Tot de mevrouw mij vroeg of ik óók in Indië geboren was, net als mijn nichtjes, die ze scheen te kennen. "Nee," zei ik beschaamd. "Dat dacht ik al," zei ze. Het meisje proestte kort. Want Indië betekende: weids land, grootheid, visie, mensen van de wereld, werk, geld, aanzien, binnenslenteren bij anderen, drank, feest, rijsttafels, sociëteiten, inzicht in andere volkeren, prestige, losheid en liefde in veel betekenissen. Ik bezat geen van die hoedanigheden.
Over vrouwen:
- Niets verraadt de tijd. De badpakken zijn ouderwets noch modern. Hoewel dat jaar een little boy figure voor vrouwen mode was - zoals J. Held ze tekende voor de New Yorker - en ze in hun kleren al hun rondingen verloochenden, kwam hun lijf in die badpakken bevrijd te voorschijn. Ze werden weer van alle tijden.
-Ik ben er niet zeker van of God wel het kruipend ongedierte van de wereldzeeën geschapen heeft, maar het badseizoen moet in Zijn raadsbesluit opgenomen zijn geweest.
Over mannen:
- De man is bij de haard gaan zitten en tast in vest en colbert naar zijn aansteker. Hij opent een verchroomde koker en neemt er een sigaret uit.
Hij lijkt een monster van egoïsme: hij kijkt niet naar de vrouw en helpt haar niet. Maar in die tijd, en nog tientallen jaren nadien, hadden getrouwde mannen in de meeste huizen geen vierkante meter voor zichzelf. Vanuit hun werk streken ze 's avonds lamlendig neer op gebloemde damesfauteuiltjes, bij borduursels achter glas. Een wereldoorlog met vernietigingskampen en verwoeste steden was vergeten, maar de strijd in huis keerde snel terug.
- Wat een schrijver tot schrijver maakt is de kwaliteit van zijn verwoording, en niets anders. Niets. Niet het gegeven, de strekking of de invalshoek maakt het meedelen tot schrijven; het zijn de gekozen woorden, hun rangschikking, en het vervangen van ongewone woorden door gewone. Er is een soort magie die aan een gewoon woord in een kalme zin wurgkracht kan geven.
-
Natuurlijk is het meegenomen als de inhoud van een roman of verhaal
heel boeiend is. maar voor een test van schrijverschap telt het niet
mee. Vertellen met een pakkende inhoud kunnen er velen.
-
Als men nu maar niet een trefzekere en persoonlijke verwoording verwart
met dat wat men "een mooie stijl" noemt. Want dat "mooie" riekt al naar
mooischrijverij - het ergste - en naar woordvervetting eerder dan
versobering.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.