Posts tonen met het label Uitzichtloosheid van het bestaan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitzichtloosheid van het bestaan. Alle posts tonen

woensdag 17 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 4)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.
 
Citaten bij deel 4: arts in Frankrijk (blz 186-380):
- Toen ik eindelijk die vijf of zes jaar academische ellende achter de rug had, bezat ik m'n mooie snorkende titel. Daarna heb ik maar 's geprobeerd wortel te gaan schieten in de buitenwijken, meer mijn genre, in Garenne-Rancy, vlak buiten Parijs, onmiddellijk na de porte Brancion.
 
- Maandenlang heb ik hier en daar geld moeten lenen. De mensen bij mij in de buurt waren zo arm en zo wantrouwend dat 't buiten donker moest zijn voordat ze er toe kwamen me te laten roepen, mij, de arts die toch echt niet duur was. Zo ben ik heel wat nachten stikdonkere binnenplaatsjes overgestoken om tien en vijftien francs op te halen.
 
- Bébert had me zien aankomen. Ik was de dokter die op de hoek woonde, waar de bus stopt. Hij zag er vaal uit, Bébert, bijna groen zelfs, net een appel die nooit rijp zal worden. Hij krabde zich, en toen ik 'm dat zag doen kreeg ik ook zin om te krabben. Want ik had inderdaad ook vlooien, ik liep ze 's nachts op bij m'n patiënten. Ze springen graag in je overjas omdat 't de warmste en vochtigste plek is die ze op dat ogenblik kunnen vinden. Dat leren ze je allemaal op de universiteit.
 
- Aan zieken geen gebrek, maar je had er niet veel die konden of wilden betalen. Niets zo ondankbaar als het doktersvak. Als je bij rijke patiënten om geld komt, heb je veel weg van een lakei, bij arme patiënten voel je je gewoon een dief. "Honorarium?" Wat een woord! Ze hebben niet eens genoeg poen om te vreten en naar de bioscoop te gaan, moet je ze dan ook nog 's geld afnemen om je "honorarium" bij elkaar te krijgen? Vooral als ze net liggen te kreperen. Dat is niet eenvoudig. Je laat 't sloffen. Je wordt vriendelijk. En dan ben je verloren.
 
- Alles is een kwestie van wennen. Sommige goed geharde laboratoriumhulpen zouden, zonder een spier te vertrekken, in een doodkist waarin het nog volop aan het rotten was, hun potje gekookt hebben, zo weinig last hadden ze nog van al die bedorven resten en weeë stank.
 
- Ik ontdekte waarachtig bij mezelf dat ik veel liever Bébert in het leven wilde houden dan een volwassene. Als een volwassene 't aflegt, ben je er nooit helemaal rouwig om, dat is tenminste weer een schoft minder op de wereld, denk je dan, maar met een kind weet je dat nog niet zo zeker. Dat moet de toekomst nog uitmaken.
 
- De vroedvrouw kijkt verlangend uit naar het ogenblik dat ik tot aan m'n strot in de blubber zit, 'm dan moet smeren en haar de honderd francs laat opstrijken. Maar ze kan de pest krijgen, die vroedvrouw! En m'n huur dan?
 
- Heb je ooit iemand in de hel zien afdalen om er de plaats van een ander in te nemen? Nooit toch. Je ziet hem een ander naar beneden sturen. Zo is 't nou eenmaal.
 
- Rijke mensen hoeven voor een hap eten iemand niet zelf om zeep te brengen. Ze laten anderen voor zich werken, zoals dat heet. Ze doen zelf geen kwaad, die rijken. Ze betalen. Men doet alles om ze het naar hun zin te maken en iedereen is erg tevreden. Zij hebben mooie vrouwen, terwijl die van de arme drommels lelijk zijn. Dat is het resultaat van eeuwen, en dan praten we nog niet eens over hun toiletten. Mooie schatjes, goed gevoed, lekker schoon. Dat is nou alles wat er bereikt is sinds de wereld bestaat.
 
- De patiënten die ik daar had, waren vooral mensen die tegen de stad aan woonden; het was een soort dorp dat zich nooit helemaal los had kunnen wrikken uit de modder, klem tussen de vuilnisbelten en omringd door weggetjes, waar te rijpe snotmeiden spijbelend langs de schuttingen zwierven en van de ene geile ouwe vent na de andere twintig sous, frites en gonorroe cadeau kregen.
 
- Ik had langzamerhand de slechte gewoonte afgeleerd om mijn patiënten gezondheid te beloven. Het vooruitzicht dat ze gezond zouden worden kon ze geen groot plezier doen. Als het nou echt niet anders kan, dan ben je gezond. Het enige dat je kunt doen is werken, als je gezond bent, en wat koop je daarvoor? Terwijl een staatspensioen, hoe minuscuul ook, doodgewoon goddelijk is. 
 
- Maar de bioscoop, die nieuwe kleine loonslaaf van onze dromen, die kun je kopen, die kun je voor een of twee uur betalen, net als een hoer.
 
- Dat is alles wat je van het leven overgehouden hebt. Deze kleine, wrange wroeging, de rest heb je onderweg met min of meer succes uitgekotst, met heel veel moeite en inspanning. Je bent niets anders meer dan een oude lantaarn vol herinneringen op de hoek van een straat waar al bijna niemand meer langs komt.
 
- We hadden wel met elkaar kunnen opschieten, op onze manier ... Indertijd wisten we precies wat we aan elkaar hadden, die schoondochter en ik ... Dat had een hele tijd geduurd ... Maar nu was ze voor mij niet diep genoeg gezonken, ze kon niet verder naar beneden ... Ze had daar de kennis en de kracht niet voor. In het leven ga je niet naar boven, maar naar beneden. Dat kon ze niet meer. Ze kon niet dieper afdalen tot waar ik me bevond ... Voor haar was er te véél nacht om me heen.
 
- Dus je komt niet? Ga je liever de bajes in? Prima! ... Interesseert 't je geen sodemieter dat ik je aangeef? ... Dat ik van je hou? ... Dat interesseert je ook geen sodemieter, hè? ... En ook niet wat er van mij terechtkomt? ... Feitelijk heb je aan alles schijt, nietwaar? Zeg 't maar?
 
    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Dit is het vierde en laatste deel van mijn bespreking van "De reis".

dinsdag 16 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 3)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
 Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.
 
Citaten bij deel 3 Amerika (blz 146-185):
- Stel je voor, hij stond volkomen rechtop, die stad van ze, helemaal recht overeind. New York is een rechtopstaande stad. We hadden heus wel steden gezien, en mooie ook, en havens, beroemde zelfs. Maar bij ons, nietwaar, liggen de steden languit, langs de kust of aan de rivier, ze liggen uitgestrekt in het landschap, vriendelijk en uitnodigend, terwijl die Amerikaanse daar niet lag te zwijmelen, integendeel, die stond daar kaarsrecht, recht om bang van te worden, een klotestad.
 
- Aan de balie drong een employé met geplakt haar me met geweld een kamer op. Ik besloot de kleinste van het hotel te nemen. Ik had op dat moment beslist niet meer dan vijftig dollar, praktisch geen ideeën en absoluut geen zelfvertrouwen.
 
- Als je in Amerika voor  weinig geld wilt eten, kun je een warm broodje met een worstje kopen, 't is handig, je kunt ze krijgen op de hoek van elk straatje, helemaal niet duur. Ik vond 't echt niet erg om in de arme buurt te eten, maar om nooit meer die mooie meisjes bestemd voor de rijke kerels te zien, dat zat me erg dwars. Want dan heeft 't ook geen zin meer om te eten.
 
- Filosoferen is alleen maar een andere manier van bang zijn en leidt eigenlijk uitsluitend tot laf gehuichel.
 
- Ze stak niet onder stoelen of banken dat ze me tot alles in staat achtte wat gemeen was. ... We praatten over koetjes en kalfjes en ik deed wanhopig m'n best om te voorkomen dat we geweldig, en voorgoed, stront kregen. Ze wilde onder andere van alles weten over m'n genitale uitspattingen en of ik niet ergens tijdens m'n omzwervingen ergens een kindje had gemaakt dat zij kon adopteren. Een krankzinnig idee van haar. 't Adopteren van een kind was een hobby van haar. Ze vond het nogal vanzelfsprekend dat een mislukkeling als ik wel in alle oorden clandestien nakomelingen zou hebben rondgestrooid. 
 
- Bijna niemand van al die mensen sprak Engels. Ze loerden naar elkaar, argwanend als beesten die vaak geslagen worden. Er hing een urinelucht die tussen hun benen vandaan kwam, net als in het ziekenhuis. Als ze met je spraken, bleef je een beetje uit de buurt van hun mond, want arme sloebers stinken van binnen al naar de dood.
 
- Voor wat je hier doen moet, is 't niet belangrijk hoe je er lichamelijk aan toe bent! stelde de keurende arts me meteen gerust.
- Des te beter, antwoordde ik, maar weet u, dokter, ik heb een goeie opleiding gehad en heb vroeger zelfs nog 's een blauwe maandag medicijnen gestudeerd ...
 Onmiddellijk keek hij me vuil aan. Ik merkte dat ik weer 's een stommiteit had begaan, ten koste van mezelf. - Daar zul je hier niets aan hebben, beste jongen, aan die studie van je! Je bent hier niet gekomen om te denken, maar om handelingen uit te voeren die je opgedragen worden ... We hebben geen mensen met fantasie in onze fabriek nodig. Chimpansees hebben we nodig ... Nog een goeie raad. Geen woord meer over je intelligentie! Er wordt hier voor je gedacht, beste vriend! Knoop dat goed in je oren.
 
- Al gauw stonden we geestelijk en lichamelijk op zeer intieme voet met elkaar en gingen elke week een paar uur samen in de stad wandelen. Ze zat er financieel goed bij, die vriendin van mij, want ze maakte in het bordeel meer dan honderd dollar per dag, terwijl ik bij Ford nauwelijks zes haalde. 
 
- Een feit is dat je in de oorlog steeds denkt dat het in vredestijd allemaal wel beter zal gaan en die hoop gaat er bij je in als koek, en dan blijkt 't achteraf toch alleen maar stront te zijn.
 
- Lieve, bewonderenswaardige Molly, als ze nog leeft en dit ooit onder ogen krijgt op een plek die ik niet ken, dan wil ik dat ze heel goed weet dat ik wat haar betreft niet veranderd ben, dat ik altijd en eeuwig van haar houd, op mijn manier, dat ze hier kan komen, wanneer ze maar wil, om m'n brood en onzeker lot te delen.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Lees verder in het 4e en laatste deel van deze bespreking  
 

maandag 15 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 2)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.
 
Citaten uit het 2e deel over Afrika (blz 90-145):
- Op die boot hadden ze me dus gezet, ik moest proberen in de koloniën een nieuw leven te beginnen. De mensen die het goed met me meenden wilden met alle geweld dat ik fortuin maakte. Ikzelf had alleen maar zin om weg te gaan, maar als je niet rijk bent, moet je altijd de indruk wekken dat je iets nuttigs doet en omdat ik maar niet opschoot met mijn studie, moest ik er iets op vinden. Ik had ook niet genoeg geld om naar Amerika te gaan. "Goed, dan maar naar Afrika!" zei ik toen, en liet me opjutten voor de tropen, waar je, naar de verhalen te oordelen, alleen een beetje sober moest leven en je netjes moest gedragen om er onmiddellijk een goeie baan te krijgen.
 
- Elke mogelijkheid om laf te zijn biedt je een prachtige kans om je eruit te redden, als je 't maar goed weet aan te pakken. Zo denk ik erover. Je moet nooit kieskeurig zijn in je middelen als je probeert aan een slachting te ontkomen, en ook geen tijd verliezen met je af te vragen waarom je vervolgd wordt. De dans ontspringen, dat is al mooi genoeg, als je verstandig bent.
 
- Mijn jonge gids liep lenig op zijn blote voeten. Er zaten beslist Europeanen in de bosjes, je hoorde ze daar in de buurt rondscharrelen, je herkende ze meteen aan hun stem, de stem van de blanke, onnatuurlijk en agressief. De vleermuizen fladderden aan één stuk door om ons heen en scheerden dwars door de zwermen insekten die aangetrokken werden door onze lamp, als we voorbijkwamen. Onder elk blad van iedere boom moest wel minstens één krekel verborgen zitten, te oordelen naar de oorverdovende keet die ze allemaal samen maakten.

- Toen het gewogen was, sleepte onze krabber de stomverwonderde vader mee achter de toonbank, rekende hem met een potlood voor wat hij hem schuldig was en stopte hem toen een paar zilveren munten in zijn hand. "Maak dat je wegkomt! zei hij alleen nog maar. 't klopt precies! ..."
  Alle blanke vriendjes gierden van het lachen, zo handig had hij dit zaakje aangepakt. De neger bleef bedremmeld voor de toonbank staan met zijn oranje broekje om zijn geslachtsdeel.
- Jij geen geld kennen? Jij dus wilde? schreeuwde een van de bedienden hem toe om hem weer tot de werkelijkheid te roepen; het was een handige knaap, die blijkbaar goed gedrild was en gewend aan deze zeer eenzijdige transacties.
- Zeg 's, jij niet Frans spreken? Jij nog gorilla, hè? ... Wat dan spreek jij, zeg! Apetaal? Mabillia? Jij klootzak! Zo uit de bush! Helemaal klootzak!
 Maar de wilde bleef voor ons staan, met het geld in zijn hand geklemd. 't Liefst was hij er vandoor gegaan als hij het gedurfd had, maar hij dorst niet.

- Inlanders werken eigenlijk alleen maar als ze afgeranseld worden, zoveel waardigheid hebben zij tenminste nog, maar de blanken, al heel wat beter afgericht door hun openbaar onderwijs, doen het uit zichzelf.

- De directeur, altijd even opvliegend, kwam van tijd tot tijd langs om er zeker van te zijn dat ik werkelijk vorderingen maakte in de techniek van het nummeren en het vals wegen.
 Met forse stokslagen baande hij zich een weg naar de weegschalen, dwars door het gewoel van de inlanders. ""Bardamu," zij hij op een ochtend dat hij in een goede bui was, "zie je die negers om ons heen? ... Nou, toen ik, nu haast dertig jaar geleden, in Petit Togo kwam, leefden de stammen hier alleen nog maar van jagen, vissen en 't elkaar afslachten, de smeerlappen! ... In 't begin, als agent op een kleine post, heb ik ze, zo waar als ik hier sta, na een overwinning in hun dorp terug zien komen, beladen met meer dan honderd manden vol flink bloedend mensenvlees, waaraan ze zich te barsten vraten! ... Hoor je goed wat ik zeg, Bardamu! ... Flink bloedend vlees! Van hun vijanden! Over een fuif gesproken! ... Nu is 't uit met de overwinningen! Nou zijn wij er! Geen stammen! Geen flauwekul! Geen stoer gedoe meer! Maar werkvolk en pinda's! Handen uit de mouwen! Geen jacht! Geen geweren! Pinda's en rubber! ... Om hun belasting te betalen! Belasting, waarmee we nog meer pinda's en rubber binnenkrijgen! Zo is 't leven, Bardamu! Pinda's! Pinda's en rubber! ... " 

- Zodra je ergens voor het eerst komt, ontdek je bepaalde ambities bij jezelf. Mijn roeping was ziek te zijn, alleen maar ziek.

- Aan de negers wen je snel, aan hun vrolijke traagheid, hun te lome gebaren en de uitpuilende buiken van hun vrouwen. Die zwarten stinken naar armoede, naar eeuwige ijdelheid en stuitende gelatenheid; eigenlijk net als de arme mensen bij ons, alleen hebben ze nog meer kinderen, maar minder vuile was en minder rode wijn.

- Het ziekenhuis mocht dan misschien erg luguber zijn, maar het was het enige plekje in de kolonie waar je het gevoel kon hebben dat je een beetje met rust gelaten werd, beschermd tegen de mensen buiten, tegen je baas. Een vakantie voor de slaven, eigenlijk het belangrijkste van alles, het enige geluk dat nog voor mij weggelegd was.

- Er zijn twee manieren om in het oerwoud door te dringen: je hakt er een tunnel door net als een rat in een baal hooi; dat is de manier waar je 't flink benauwd bij krijgt, niets voor mij. Of je moet in godsnaam maar de rivier opvaren, als een zoutzak op de bodem van een uitgeholde boomstam, voortgepeddeld langs ontelbare bochten en bosjes, om zo, volkomen overgeleverd aan al het licht, zonder enige bescherming, naar het einde van die eindeloze dagen uit te kijken, en tenslotte, helemaal duf door het gebrul van die negers, zo goed en kwaad als je kan aan te komen op de plaats waar je moet zijn.

- Hij was helemaal in de wolken toen ik hem wat van mijn cassoulet gaf, want zelf at hij sinds drie jaar alleen maar tomaat uit blik. Ik kon me dus niet beklagen. Hij vertelde me dat hij in zijn eentje al meer dan drieduizend blikken had opgegeten. Hij had er genoeg van ze op verschillende manieren klaar te maken en slurpte ze nu gewoon uit het blik door er twee gaatjes in te boren, net als bij eieren.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Lees verder in deel 3 van deze bespreking.

zondag 14 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 1)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek voor de eerste keer las en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.

"Reis naar het einde van de nacht" is opgebouwd uit 4 delen. In het eerste deel is onze hoofdpersoon, Ferdinand Bardamu, soldaat in de grote oorlog. Hij is helemaal niet heldhaftig, hij is juist eerder laf. Zijn enige wens is, de ellende die de oorlog is, te overleven.

In het 2e deel komt Bardamu terecht in Afrika. Hier is hij onverholen racistisch. Nadat hij ziek geworden is wordt hij per boot naar de Verenigde Staten vervoerd.

Deel 3 speelt zich af in de Verenigde Staten. Hier ontmoet hij Molly, een hoertje, die zijn geliefde wordt. Hij kan echter de rust niet vinden en besluit om terug te keren naar Frankrijk.

In het laatste deel is Bardamu afgestudeerd en is hij arts geworden. Hij durft de arme drommels die hem om hulp vragen niet om geld te vragen en blijft zo zitten in de armoede.

Céline was een stijlvernieuwer. Hij was de eerste die spreektaal gebruikte voor een literair werk. Befaamd zijn ook de 3 gedachtepuntjes die heel vaak voorkomen in zijn werk. 
 
De vertaling van het boek is van E.Y. Kummer uit 1968 en die leest erg soepel en maakt nergens een gedateerde indruk.
 
"Reis naar het einde van de nacht" is een deprimerend boek. De enige lichtpuntjes in het boek zijn als Bardamu een vriendin heeft en haar lekker kan naaien (een veelgebruikt woord in het boek). Zijn vriendinnen blijven echter nooit lang bij hem, op Molly na, die hij uit zichzelf verlaat. 

"Reis naar het einde van de nacht" is zeker niet een boek voor iedereen. Als je tegen het rauwe taalgebruik en de uitzichtloosheid van het boek kunt, dan zul je waarschijnlijk, net als ik, zwaar onder de indruk zijn van dit boek.

Om recht te doen aan het boek heb ik een groot aantal citaten opgenomen in mijn bespreking. Ik heb deze bespreking in 4 stukken gesplitst, de komende dagen publiceer ik deel 2 tot 4, opnieuw met erg veel citaten.
 
Citaten uit deel 1 (blz 10-89):
 - Zou ik dan de enige lafaard op aarde zijn? vroeg ik me af. En ik huiverde bij die gedachte! ... Verloren tussen twee miljoen heldhaftige idioten, die buiten zichzelf waren en gewapend tot de tanden? Met helmen, zonder helmen, zonder paarden, op motoren gierend, in auto's, fluitend, schietend, samenzwerend, vliegend, knielend, gravend, 'm smerend, zwenkend op weggetjes, knallend, gekluisterd aan deze aarde als in een cel, om er alles te vernietigen, Duitsland, Frankrijk, werelddelen, om alles wat leeft te vernietigen, nog doller dan honden, omdat ze hun eigen dolheid vereren (wat honden niet doen), honderdmaal, duizendmaal doller dan duizend honden en zoveel valser! 't was een fraaie boel! Ja, nu begreep ik 't, ik was in een apocalyptische kruistocht terechtgekomen.

- In een weiland, beschaduwd door kersebomen en al verzengd door de late augustuszomer, werd al het vlees van het regiment verdeeld. Op zakken en breed uitgespreide tentdoeken, en op het gras, lagen ik weet niet hoeveel kilo darmen uitgestald, gele en witte vlokken vet, schapen met opengereten buiken en een hele troep ingewanden erin, waaruit kronkelige stroompjes in het gras eromheen sijpelden; aan een boom hing een hele os, in tweeën gesneden, en onder luid gevloek waren de vier slagers van het regiment nog druk bezig er stukken afval af te snijden. De escouades gingen flink tegen elkaar te keer vanwege het vet, en vooral de mieren, te midden van vliegen zoals je die op zulke momenten ziet, net zo groot en lawaaiig als kleine vogels.

- Zelfs op twintig kilometer kun je goed zien hoe een dorp afbrandt. 't is een vrolijk gezicht. Je kunt je niet voorstellen wat voor effect het geeft als een gehucht van niets, dat je overdag in het miezerige landschap niet eens zou opmerken, 's nachts in vlammen opgaat! Net de Notre-Dame! Een dorp, zelfs een klein dorp, doet er wel een hele nacht over om af te branden, op 't laatst lijkt 't wel een reusachtige bloem, dan alleen nog maar een knop, en dan niets meer.

- Wie over de toekomst spreekt, is een grappenmaker, alleen het heden telt. Praten over zijn nageslacht komt neer op een toespraak tot de maden.

- Tegenover al die autoriteiten konden wij beiden werkelijk niets anders stellen dan onze eigen kleine wens, niet te sterven en niet te branden. Dat was niet veel, vooral omdat je in de oorlog niet openlijk voor die dingen kunt uitkomen.

- Bij een mooie begrafenis ben je ook erg bedroefd, maar je denkt toch aan de erfenis, aan de komende vakantie, aan de weduwe die er allerliefst uitziet en temperament heeft, naar men zegt, en ook, bij wijze van tegenstelling, dat je zelf nog leven wilt, heel lang, dat je misschien nooit doodgaat ... Wie weet? 
 
- Waarom zou je met je lichaam moedig zijn? Dan kun je ook aan een worm vragen moedig te zijn, die is roze en bleek en week, net als wij.
 
- En het beetje dat je er in 1914 had was nu zo, dat je je ervoor schaamde. Alles wat je aanraakte was surrogaat: suiker, vliegtuigen, sandalen, jam, foto's, alles wat je las, slikte, inzoog, bewonderde, verkondigde, verwierp, verdedigde, dat alles was niets anders dan schijn, huichelarij en hersenschimmen barstens vol haat. Zelfs de verraders waren niet echt. Die koortsachtige bezetenheid om te liegen en alles te geloven is net zo besmettelijk als schurft. De kleine Lola kenden van het Frans maar een paar zinnen, maar die waren dan ook vaderlandslievend: "We zullen ze wel krijgen ...", "Madelon, kom! ..." 't was om te huilen.
 
- De droefheid van het leven probeert de mensen te raken waar ze kan, en schijnt daar bijna altijd in te slagen.

- Onvoorstelbaar, Lola, zo bang, weet je, dat ik vooral niet wil dat ze me verbranden als ik later normaal m'n eigen dood sterf! Ik wil dat ze me gewoon onder de grond stoppen en rustig laten verrotten op het kerkhof, klaar om misschien weer te gaan leven ... Je weet nooit! Terwijl als ze me  tot as verbranden, snap je, Lola, dan is het uit, voorgoed uit ... Je kunt zeggen wat je wilt maar een geraamte lijkt altijd nog een beetje op een mens ... Met as is 't voorgoed uit! ... Wat vind jij ervan? ... Nou, je begrijpt dus wel, de oorlog ...
 - O, je bent dus door en door laf, Ferdinand! Je bent afzichtelijk, net een rat ...
 - Ja, Lola, door en door laf, ik verwerp de oorlog en alles wat ermee samenhangt ... Ik weet wat 't is ... Ik leg mij er niet bij neer ... Ik grien er niet over ... Ik verwerp 'm helemaal, met alle mensen die erbij horen, ik wil niets met ze te maken hebben, niest met de oorlog. Al waren ze met negenhonderd vijfennegentig miljoen en ik helemaal alleen, dan nog hebben zij ongelijk, Lola en ik gelijk, want ik ben de enige die weet wat hij wil: ik wil niet dood.
 
- ... en nu komt 't mooiste, uit achting voor wat ze "de eer van mijn familie" noemen. Wat edelmoedig! Nou vraag ik je, kerel, wordt mijn familie straks doorzeefd met kogels, zowel Duitse als Franse, als een vergiet? ... Nee, alleen ik, nietwaar, helemaal in m'n eentje! En als ik dood ben, zal de eer van mijn familie me dan weer uit de dood opwekken? ... Kom nou, ik zie m'n familie al, als de oorlog voorbij is ... Zoals alles voorbijgaat ... Ik zie ze op mooie zondagen al vrolijk rondhuppelen op het weer zomerse grasveld ... Terwijl, drie voet eronder, het ontgoochelde vlees van mij, hun pappie, druipend van de wormen en nog viezer dan een kilo stront op 14 juli, schitterend ligt weg te rotten ... De akker van de onbekende boer mesten, dat is het ware lot van een waar soldaat!

- Ik hield me natuurlijk ook bezig met mijn toekomst, maar voor mij was 't meer een ellendige droom, want binnen in me wroette voortdurend de angst gedood te worden in de oorlog en bovendien was ik bang van de honger te zullen kreperen als 't weer vrede zou zijn. Mijn dood was nog even uitgesteld en ik was verliefd. 't was heus niet zo maar een nachtmerrie. Niet ver van ons af, nauwelijks honderd kilometer hiervandaan, stonden miljoenen dappere, goed gewapende en uitstekend opgeleide kerels klaar om me om zeep te helpen, en ook Fransen stonden er op me te wachten om me levend te villen als ik me niet in bloederige mootjes wilde laten hakken door de anderen aan de overkant.

- Een beetje goedgeplaatst poëtisch medelijden staat een vrouw net zo charmant als luchtige lokken in de maneschijn.

- Ik had m'n moeder eindelijk geschreven. Ze was blij me weer te zien en jankte als een teef die je eindelijk haar jong teruggegeven hebt. Ze dacht vermoedelijk ook dat ze me een grote dienst bewees als ze me omhelsde, maar ze haalde 't toch niet bij de teef, want zij geloofde wat haar verteld werd om me weg te halen. De teef gelooft tenminste alleen maar wat ze voelt.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Lees verder in deel 2 van deze bespreking.