dinsdag 16 februari 2021

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (deel 3)

Céline (tekst) & Tardi (tekeningen): Reis naar het einde van de nacht (Frankrijk, 1932): 381 blz: Vertaald door E.Y. Kummer (1968): Uitgeverij van Oorschot
 
 Reis Naar Het Einde Van De Nacht
 
"Reis naar het einde van de nacht", de roman waarmee Louis-Ferdinand Céline in 1932 debuteerde is een absoluut meesterwerk, daarover kan wat mij betreft geen twijfel bestaan. Mijn exemplaar van dit boek, een 19e geïllustreerde druk uit 2004, bevat bovendien prachtige tekeningen van Jacques Tardi, mijn favoriete striptekenaar. Nooit voordat ik in 2011 dit boek las voor de eerste keer en nooit sindsdien heb ik de uitzichtloosheid van het leven zo treffend beschreven gezien. Dit boek is een rauw boek, het grijpt je bij de keel om je niet meer los te laten.
 
Citaten bij deel 3 Amerika (blz 146-185):
- Stel je voor, hij stond volkomen rechtop, die stad van ze, helemaal recht overeind. New York is een rechtopstaande stad. We hadden heus wel steden gezien, en mooie ook, en havens, beroemde zelfs. Maar bij ons, nietwaar, liggen de steden languit, langs de kust of aan de rivier, ze liggen uitgestrekt in het landschap, vriendelijk en uitnodigend, terwijl die Amerikaanse daar niet lag te zwijmelen, integendeel, die stond daar kaarsrecht, recht om bang van te worden, een klotestad.
 
- Aan de balie drong een employé met geplakt haar me met geweld een kamer op. Ik besloot de kleinste van het hotel te nemen. Ik had op dat moment beslist niet meer dan vijftig dollar, praktisch geen ideeën en absoluut geen zelfvertrouwen.
 
- Als je in Amerika voor  weinig geld wilt eten, kun je een warm broodje met een worstje kopen, 't is handig, je kunt ze krijgen op de hoek van elk straatje, helemaal niet duur. Ik vond 't echt niet erg om in de arme buurt te eten, maar om nooit meer die mooie meisjes bestemd voor de rijke kerels te zien, dat zat me erg dwars. Want dan heeft 't ook geen zin meer om te eten.
 
- Filosoferen is alleen maar een andere manier van bang zijn en leidt eigenlijk uitsluitend tot laf gehuichel.
 
- Ze stak niet onder stoelen of banken dat ze me tot alles in staat achtte wat gemeen was. ... We praatten over koetjes en kalfjes en ik deed wanhopig m'n best om te voorkomen dat we geweldig, en voorgoed, stront kregen. Ze wilde onder andere van alles weten over m'n genitale uitspattingen en of ik niet ergens tijdens m'n omzwervingen ergens een kindje had gemaakt dat zij kon adopteren. Een krankzinnig idee van haar. 't Adopteren van een kind was een hobby van haar. Ze vond het nogal vanzelfsprekend dat een mislukkeling als ik wel in alle oorden clandestien nakomelingen zou hebben rondgestrooid. 
 
- Bijna niemand van al die mensen sprak Engels. Ze loerden naar elkaar, argwanend als beesten die vaak geslagen worden. Er hing een urinelucht die tussen hun benen vandaan kwam, net als in het ziekenhuis. Als ze met je spraken, bleef je een beetje uit de buurt van hun mond, want arme sloebers stinken van binnen al naar de dood.
 
- Voor wat je hier doen moet, is 't niet belangrijk hoe je er lichamelijk aan toe bent! stelde de keurende arts me meteen gerust.
- Des te beter, antwoordde ik, maar weet u, dokter, ik heb een goeie opleiding gehad en heb vroeger zelfs nog 's een blauwe maandag medicijnen gestudeerd ...
 Onmiddellijk keek hij me vuil aan. Ik merkte dat ik weer 's een stommiteit had begaan, ten koste van mezelf. - Daar zul je hier niets aan hebben, beste jongen, aan die studie van je! Je bent hier niet gekomen om te denken, maar om handelingen uit te voeren die je opgedragen worden ... We hebben geen mensen met fantasie in onze fabriek nodig. Chimpansees hebben we nodig ... Nog een goeie raad. Geen woord meer over je intelligentie! Er wordt hier voor je gedacht, beste vriend! Knoop dat goed in je oren.
 
- Al gauw stonden we geestelijk en lichamelijk op zeer intieme voet met elkaar en gingen elke week een paar uur samen in de stad wandelen. Ze zat er financieel goed bij, die vriendin van mij, want ze maakte in het bordeel meer dan honderd dollar per dag, terwijl ik bij Ford nauwelijks zes haalde. 
 
- Een feit is dat je in de oorlog steeds denkt dat het in vredestijd allemaal wel beter zal gaan en die hoop gaat er bij je in als koek, en dan blijkt 't achteraf toch alleen maar stront te zijn.
 
- Lieve, bewonderenswaardige Molly, als ze nog leeft en dit ooit onder ogen krijgt op een plek die ik niet ken, dan wil ik dat ze heel goed weet dat ik wat haar betreft niet veranderd ben, dat ik altijd en eeuwig van haar houd, op mijn manier, dat ze hier kan komen, wanneer ze maar wil, om m'n brood en onzeker lot te delen.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Lees verder in het 4e en laatste deel van deze bespreking  
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten