J.M.A. Biesheuvel: Verzameld werk: Deel 3 (Nederland, 2008): 793 blz: Uitgeverij van Oorschot
Tot
aan "Godencirkel", de eerste verhalenbundel van Maarten Biesheuvel in
het derde deel van zijn verzameld werk, heb ik het werk van Biesheuvel
per verhalenbundel besproken. De laatste verhalenbundels van Biesheuvel
en de overige teksten uit het derde deel van zijn verzameld werk,
bespreek ik in één stukje. Er staan weinig echt geweldige verhalen in
dit derde deel en ik kon ook maar weinig citaten vinden. Maar als
liefhebber van het oeuvre van Biesheuvel, hoort dit derde deel er
natuurlijk wel bij.
- Alles lijkt zo gewoon. Eva doet het huishouden, de poezen leven nog, mijn schilderijen komen niet tot leven, de boeken in de boekenkast zwijgen stom, de sterren staan 's nachts op hun gewone plaats, overdag schijnt de zon, de egels laten zich bij daglicht niet zien, mijn schaar knipt even goed als vroeger.
- De krankzinnigheid wordt in onze familie doorgegeven als een tube tandpasta, alleen gebruiken we allemaal onze eigen tandenborstel.
- Ik ben een gewaardeerd lid van de maatschappij en toch heb ik nog nooit iets gedaan.
-
Vlug kleedde hij zich uit, alle kleren en ondergoed wierp hij op het
bed, hij waste zich tot hij fris was als een eekhoorntje in de regen op
een hoge tak van een eenzame, haast kale boom in de wind.
-
Ik moét een soort moeder hebben, iemand die voor me zorgt. De vrouw van
de loodgieter, dat is niks gedaan, dat is meer zo van: bed opmaken: een
kwartje, warme maaltijd op uw kamer bezorgd: een gulden vijfentwintig,
de kamerhuur is zestig gulden per maand, kolen kosten ook veel, u moet
de abonnementen nog betalen, ik ruim uw kasten op voor twee gulden, wat
stinkt het hier toch, alstublieft een spuitfles met frisse lucht, spuit
dat maar op uw lichaam als u zich niet wassen wilt, het is drie gulden,
even op uw kamer zitten als u bang bent is een kwartje, hand vasthouden
als u angst hebt is twintig cent.
-
De professor begon te gieren van de lach. Maar ineens werd hij ernstig
en zei tot zijn zoontje, die ook weer een beetje bijgekomen was: "Zeg,
jij kan toch zo aardig schaken? Dan gaan we nu samen een spelletje
doen." "Maar u kan toch helemaal niet schaken?" zei het zoontje. "Met
hersenen in mijn maag van de man die Turati op het edele schaakbord in
Finland heeft verslagen, zal ik schaken als de beste," zei hij. Ze
zetten zich aan de huiskamertafel aan het spel. Natuurlijk verloor de
vader. "Dat spreekt vanzelf," zei het zoontje tegen de verblufte vader,
"wat dacht u dan, als u kalfshersenen hebt gegeten, gaat u toch ook niet
loeien en schijten in de achtertuin?"
- Wat heb je aan sombere, eenzame mensen?! Lachen willen we, plezier hebben, leuke types ontmoeten, leuke meiden oppikken en die even de broek uittrekken en kietelen, sigaren roken, bier en whisky drinken, pijpen opsteken en zwetsverhalen afsteken tegen iedereen ...
- Er was eens een man die geheel bij zijn zinnen was, hij was normaal. (Bij het woord "normaal" moet ik altijd denken aan dat fraaie, keiharde en cynische, maar tegelijk droevigmakende aforisme van Jerzy Lec: "De wereld is helemaal niet krankzinnig, alleen maar heel geschikt voor genormaliseerde en heel ongeschikt voor normale mensen.")
- ...(de dunne dacht onderdehand samen met Jerzy Lec: "Dikken leven korter maar zitten langer aan tafel")
Maarten over zijn psychiater:
- Hij probeert mij pillen voor te schrijven, maar ik hou daar niet van. Ik zeg altijd: "Weet je wat het is Andy, ik ben een romantisch type. Dat wil zeggen, soms ben ik Himmelhoch jauchzend en dan weer zum Tode betrübt." "Nee," zegt hij, "eigenlijk niet, daar is een nieuwerwetse term voor in de medische wetenschap, jouw gedrag heet manisch depressief."
-
Ongeveer eenmaal per week heb ik een aanval van angst. Ik weet niet
waarvoor ik bang ben. Alles wordt onzeker. Mijn buurman is op bezoek en
ik meen dat hij het over een luchtgekoelde cello heeft, terwijl hij
spreekt over een onderkoelde vertolking van het celloconcert van Dvorak
op de radio.
-
Nabokov: "The cradle rocks above an abyss, and common sense tells us
that our existence is but a brief crack of life between two eternities
of darkness." "De wieg schommelt boven een afgrond en het leven is maar
een korte lichtflits tussen twee eeuwen duisternis. ..."
-
In augustus 1976 kreeg ik een halve baan op het Academisch Ziekenhuis
in Leiden. Als jurist zou ik me bezighouden met de rechten van de
patiënt in een ziekenhuis. Toen ik een jaar gewerkt had kwam mijn chef
kijken hoe ver ik was. Ik toonde hem het begin van een folder voor
patiënten. Er stond: "Beste mevrouw of beste meneer, nu hebt u al zoveel
moeilijkheden in het leven en nu ligt u ook nog met pijn in het
ziekenhuis. Wij, de juristen van het Academisch Ziekenhuis Leiden,
willen u op het volgende wijzen ..." Verder was ik niet gekomen.
Maarten 't Hart over Maarten Biesheuvel:
- Maar zo'n verhaal dan als "Brommer op zee"? Daarin vertelt Biesheuvel dat iemand die verdacht veel op hemzelf lijkt, aan de reling staat van een schip. Over het water komt een brommer aanrijden. Dat, zult u zeggen, moet toch fantasie zijn. Ik heb mij altijd over dat verhaal verbaasd en op een avond, toen we allebei een beetje dronken waren, heb ik hem maar eens gevraagd: "Hoe zat dat nou met die brommer die jij over de zee zag aankomen?"
"Ja," zei Maarten, "in werkelijkheid was het een scooter, maar ik heb er in het verhaal een brommer van gemaakt omdat zo'n scooter met zo'n brede plank van onderen natuurlijk gemakkelijk op het water blijft drijven, en dan is het niets bijzonders als iemand ermee over zee rijdt."