Kenko: De kunst van het nietsdoen (Japan, 1330-1351): 183 blz: Vertaald door Jos Vos (2020): Uitgeverij Van Oorschot
De
eerdere selectie die Jos Vos van dit boek opnam in zijn bloemlezing "Eeuwige reizigers" heeft hij "Overpeinzingen in ledigheid" genoemd, maar voor
een afzonderlijke uitgave in boekvorm vond hij die titel te zwaar. Zijn
uitgever kwam met het idee om van de titel "De kunst van het nietsdoen"
te maken, een titel die ook wat mij betreft veel meer uitnodigt tot het
lezen van het boek.
"De
kunst van het nietsdoen" is vergelijkbaar met en zwaar schatplichtig aan
"Het hoofdkussenboek" van Sei Shonagon uit 1000. Beide boeken zijn een
melange van persoonlijke herinneringen, anekdotes, beschouwingen en
lijstjes, maar waar Sei Shonagon wil laten uitkomen dat zij deel
uitmaakte van een paleiscultuur zonder weerga, daar benadrukt Kenko
vooral dat de ceremoniën en gebruiken uit zijn eigen tijd niet op kunnen
tegen het glorieuze verleden.
Ik
vind "De kunst van het nietsdoen" niet zo indrukwekkend als zijn
illustere voorganger, maar het boek heeft zeker zijn eigen charmes.
1
- Nooit zul je het gezelschap beu raken van iemand die zijn woorden zorgvuldig kiest en prettig is om naar te luisteren zonder ooit breedsprakig te worden.
7
- Indien er geen einde aan ons leven kwam en we niet vervlogen als de dauw in Adashino of de rook op de Toribe-berg, wat zou het leven ons dan onberoerd laten ... Juist aan onzekerheid ontleent het zijn charme.
10
-
Hoe tijdelijk een woning ook mag wezen, een huis dat volkomen naar wens
is ingericht, volgens de smaak van de eigenaar, is iets heerlijks.
13
-
Geen groter soelaas dan in je eentje bij een lamp te zitten met een
opengespreid boek en bevriend te raken met iemand uit lang vervlogen
tijden die je nooit hebt ontmoet.
21
- Geen betere balsem dan het zwerven door een omgeving met helder water en ongerept groen, ver van het menselijk gewoel.
30
-
Hoeveel maanden of jaren er ook voorbijglijden, we vergeten de doden
zeker niet, maar het is zoals er wordt verteld: met iedere nieuwe dag
staan ze verder van ons af. Hoe vaak we ook aan hen denken, we voelen al
lang niet meer de diepe droefheid van het eerste ogenblik; we verkopen
volop kletspraatjes en lachen zelfs al eens. Het stoffelijk overschot
ligt diep in de bergen, eenzaam en verlaten. We trekken er alleen op de
voorgeschreven dagen naartoe. De grafzuil zit algauw onder het mos en de
herfstbladeren. Behalve de avondlijke stormen en de nachtelijke maan
komt er niemand meer op bezoek.
72
97
134
45
- Kinyo, die de tweede rang aan het hof bekleedde, had een broer die bekendstond als bisschop Ryogaku en die erg opvliegend van aard was. Bij zijn ambtswoning stond een grote netelboom, daarom noemde iedereen hem "bisschop Netel". Omdat hij die naam volkomen ongepast vond, liet hij de boom omhakken. De stronk bleef echter overeind, en daarom noemde iedereen hem "bisschop Stronk". Hier werd hij bozer om dan ooit. Hij liet de stronk opgraven en weggooien, maar toen ontstond er een brede sloot. Voortaan werd hij alom "bisschop Sloot" genoemd!
49
- Vaak ziet een mens zijn dwaling pas in als hij onverwacht door ziekte wordt overvallen en hem opeens niet veel tijd beschoren is. Met "dwaling" bedoel ik doodeenvoudig dat hij ruim de tijd neemt voor dingen waar haast bij is, en zich haast met dingen waar hij alle tijd voor heeft.
57
- Het is hoogst ontmoedigend om iemands inleiding op een gedicht te lezen wanneer het gedicht zelf niet deugt. Niemand met ook maar enig verstand van poëzie zou er woorden vuil aan maken.
Het is een ware marteling om iemand aan het woord te horen over iets wat zijn pet te boven gaat, op eender welk gebied.
72
- Weerzinwekkende dingen:
Als er te veel spullen rondslingeren in een zitvertrek.
Een overvloed aan penselen bij je inktsteen.
Een overvloed aan boeddhabeelden in een privékapel.
Een overvloed aan rotsen en planten in een tuin.
Te veel kinderen en kleinkinderen in huis.
Te veel gepraat bij een ontmoeting.
Als er te veel goede daden worden vermeld in een smeekschrift aangeboden aan een tempel.
Hoe overvloedig ook, boeken op een boekenwagentje en afval op een afvalhoop zijn niet weerzinwekkend.
73
- Niemand zal veel aanstoot nemen aan verzinsels zolang hijzelf maar goed uit de bus komt.
91
-
"Als je op een voorspoedige dag het kwade doet, leidt dat gegarandeerd
tot ellende. Doe je het goede op een onheilsdag, dan mag je zeker zijn
van een gunstig resultaat," zo zegt men. Voorspoed en ongeluk liggen aan
de mens, niet aan de kalender.
- Er zijn voorbeelden te over van dingen die zich aan iets anders vastklampen, eraan vreten en het schade toebrengen. Het lichaam heeft luizen, een huis ratten, een land rovers, minderwaardige lieden hebben hun rijkdom, een rechtschapen mens heeft zijn deugdzaamheid en een monnik heeft de boeddhistische leer.
98
- Als je twijfelt of je iets al dan niet zou doen, is het gewoonlijk beter het te laten.
127
- Als een wijziging niets oplevert, kun je er beter van afzien.
134
- Het is altijd gênant om je te begeven in een gezelschap waar je niet welkom bent.
170
- Niets ergerlijkers dan een visite die te lang wordt uitgesponnen.