Eeuwige reizigers: Een bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur (Japan, 600-1833): 772 blz: Uitgekozen, vertaald en ingeleid door Jos Vos (2008): Uitgeverij de Arbeiderspers
Wat een geweldig boek is "Eeuwige reizigers"! De Belgische Japanoloog Jos Vos (1960) heeft een prachtige selectie gemaakt van klassieke Japanse teksten die alle door hem vertaald zijn en van een inleiding voorzien. Jos Vos heeft daarbij zowel proza als poëzie vertaald. In de Japanse literatuur zijn de tanka's (gedichten van 5 regels) en de haiku's (gedichten van 3 regels) de meest gebruikte dichtvormen.
Ik ben geen liefhebber van gedichten. Opvallend is dat ik de gedichten in deze bundel in vergelijking met de gedichten die ik ken, zeer concreet vind en prima te pruimen.
De
oudste tekst uit "Eeuwige reizigers" is een gedicht dat keizer Jomei
(593-641) schreef toen hij de Kaguyama beklom om het land te overzien.
De meest recente tekst is hoofdstuk 13 uit de pruimenbloesemkalender van
Tamenaga Shunsui uit 1833. In de tussenliggende bladzijden behandelt Jos
Vos alle grote en vele minder grote schrijvers en teksten uit het oude
Japan.
In "Eeuwige reizigers" staan lange fragmenten uit onder meer: "Het hoofdkussenboek" van Sei Shonagon (1000, 46 blz), "Het verhaal van Genji" van Murasaki Shikibu (1000, 51 blz), "Verhalen van de Taira" (1185-1371, 21 blz), "Overpeinzingen in ledigheid" door Yoshida Kenko (1330, 32 blz) en stukken uit het werk van Matsuo Basho, de bekendste Haiku-dichter uit Japan (1681-1694, 47 blz). Deze vier prozawerken en de gedichten van Basho zijn inmiddels allen in zijn geheel vertaald door Jos Vos.
Andere schrijvers en werken die veel aandacht krijgen zijn: "Verhalen van Ise" (900, 20 blz), "Het Tosa-dagboek" (935, 17 blz), "Het herfstdradendagboek" (974, 23 blz), de prozaschrijver Ihara Saikaku (1682-1692, 58 blz), Haiku-dichter Yosa Buson (Ongeveer 1750-1783, 28 blz), Hiraga Gennai (1763-1774, 40 blz) en Ueda Akinari (1801-1819, 29 blz). Ik moet zeggen dat ik van geen van deze laatste schrijvers en titels ooit eerder had gehoord. Er staan natuurlijk ook veel dichters in het boek van wie maar één of een paar tanka's worden vermeld.
De
grote verdienste van "Eeuwige reizigers" zit hem echter niet in de
kwaliteit van de geselecteerde teksten, maar vooral in het prachtige
Nederlands waarin Jos Vos die teksten heeft vertaald. Ik vind het
Nederlands van Jos Vos zo'n beetje het mooiste Nederlands dat ik ooit
heb gelezen en het leest heel erg prettig, zowel het proza als de
gedichten. Ik heb dit toch omvangrijke boek in slechts vier dagen
gelezen. Ik ben van plan om in de toekomst alle teksten die Jos Vos in
het Nederlands heeft vertaald te gaan lezen.
Mijn exemplaar van "Eeuwige reizigers" is ook nog eens schitterend uitgegeven
als een mooie hardcover met een prachtige stofomslag en een leeslint, in
een mooie letter en met uitgebreide noten. Heel erg mooi!
Citaten:
- De Kokinshu legde eens en voor altijd vast welke natuurbeelden aan welk jaargetijde werden verbonden. Om een bekend voorbeeld te geven: in Japan worden kersenbloesems al na enkele dagen door de wind verstrooid, en vanwege hun kwetsbare schoonheid golden deze bloemen als het ideale onderwerp voor een lentegedicht. De klassieke dichters waren ervan overtuigd dat in deze bloesems de "ware aard" (honi) van het voorjaar tot uiting kwam. Andere typische bestanddelen van een lentegedicht waren jonge gewassen, ochtendnevel, de uguïsu of Japanse nachtegaal, pruimenbloesems, wilgenbomen, kerriarozen en blauweregen.
Onder de geschikte beelden voor een zomergedicht vielen irissen, de hototogisu of kleine koekoek, mandarijnenbloesems en voorzomerregen.
Herfstgedichten gingen over dauw, avondmist, herfstwind, riet, de vollemaan, kleurrijke herfstbladeren, wilde ganzen, insecten, chrysanten en vorst.
Wie de winter bezong, had het over gevallen bladeren, miezerige winterregen, de schrale wintermaan, pluvieren en sneeuw.
Een voorbeeld van een tanka:
O, wat verlang ik naar het meisje
van wie het korte haar
aan weerskanten loshangt
en die het opbindt
met groen gras!
-
Chinezen en Japanners spreken misschien niet dezelfde taal, maar
maanlicht is hetzelfde in beide landen, en het menselijk hart toch zeker
ook.
Uit "Het verhaal van Genji":
-
"Soms ontmoet je meisjes van hoge afkomst, uit een algemeen
gerespecteerde familie, die zich slecht gedragen en een lompe indruk
maken," zei de opperstalmeester. "Dan ben je vanzelfsprekend diep
teleurgesteld en vraag je je af hoe het zover is gekomen. Als een meisje
zo superieur blijkt als haar afkomst al liet vermoeden, lijkt dat
vanzelfsprekend en verbaast niemand zich erover. Maar goed, meisjes van
de allerhoogste rang liggen toch buiten mijn bereik! Ik zal er geen
woorden aan vuilmaken. In ieder geval bestaat er niets fascinerenders dan een meisje van onvoorstelbare charme dat helemaal afgesloten woont in een eenzaam, vervallen en overwoekerd huis, zonder dat er iemand af weet van haar bestaan. Zo'n meisje had je daar nooit van je leven verwacht, en daarom alleen al voel je je onverklaarbaar tot haar aangetrokken. Haar vader is een lelijke oude dikzak en haar broer heeft ook een hatelijke tronie. Van zo'n huis stel je je niets voor, en toch zit ze daar helemaal achterin, verborgen in de vrouwenvertrekken, trots en zelfbewust. De kleinste dingen die ze doet wekken de indruk dat ze een hoge graad van verfijning heeft bereikt. Zelfs als haar begaafdheid niet écht zo groot is, wie wordt er dan niet prettig door zo'n onverwachte verschijning verrast? Aan gedistingeerde of onberispelijke vrouwen kan ze natuurlijk niet tippen, maar als je haar neemt zoals ze is, zul je ontdekken dat je haar moeilijk kunt laten glippen."
- "Geen gewoon iemand, dat raadt je de koekoek!"
-
Hoeveel maanden of jaren er ook voorbijglijden, we vergeten de doden
zeker niet, maar het is zoals er wordt verteld: met iedere nieuwe dag
staan ze verder van ons af. Hoe vaak we ook aan hen denken, we voelen al
lang niet meer de diepe droefheid van het eerste ogenblik; we verkopen
volop kletspraatjes en lachen zelfs al eens. Het stoffelijk overschot
ligt diep in de bergen, eenzaam en verlaten. We trekken er alleen op de
voorgeschreven dagen naartoe. De grafzuil zit algauw onder het mos en de
herfstbladeren. Behalve de avondlijke stormen en de nachtelijke maan
komt er niemand meer op bezoek.
- Iedereen wist hoe begeerlijk ze was; ze bracht een berg van verliefdheid teweeg.
-
Een mens is zich al te goed bewust van elk ongeluk dat hem overkomt.
Een gokker zal nooit praten over zijn verlies; een man die door een hoer
is uitgekleed loopt rond met een smoel alsof er niets aan de hand is;
een zware jongen zwijgt over de gevechten die hij heeft verloren; een
handelaar verdoezelt dat hij veel geld is kwijtgeraakt door een domme
belegging. Al deze gevallen horen thuis in de categorie "hondendrollen
in het duister". Maar onder de talrijke ongelukken die een man kunnen
overkomen, is er niet eentje even erg als een overspelige echtgenote.
- "Breek me de bek niet open! ..."
- Er is nog een vreselijk land, dat Charlantanje wordt genoemd of Kwakzalverië.
- Sommige geleerden uit ons land zijn net kikkers die opgegroeid zijn in een put. Ze bewonderen China blindelings en noemen Japan, waar ze zelf zijn geboren, "het land van de oostelijke barbaren". Ze zijn gek genoeg om te geloven dat Amaterasu, de zonnegodin, in werkelijkheid graaf Tai was uit de Chinese staat Wu! Ze geven de indruk dat ze alles weten over de schone letteren en de krijgskunst, en ze laten hyperintellectuele scheten, maar als je hun de magere wedde uitbetaalde die de grote Chinese wijzen kregen onder de Zhou-dynastie, zouden ze hun dierbare Chinese filosofen gauw haten!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten