vrijdag 30 januari 2026

Voorwoord voor mijn boek met besprekingen van reisverhalen

Mijn vriend Paul, die het prachtige voorwoord voor mijn eerste boek "Erik schrijft" heeft geschreven ziet er vanaf om het voorwoord voor mijn tweede boek, met besprekingen van reisverhalen, te schrijven. Voor hem is het teveel een moetje. Omdat ik in mijn eigen kring niet zo gauw iemand weet die dat over kan nemen, heb ik besloten om zelf een alternatief voorwoord te schrijven over het gebruik van citaten. Hier is het:
 
Over het gebruik van citaten:
 
Als je mijn boek doorbladert, dan valt het meteen op dat al mijn stukjes een combinatie zijn van een korte bespreking van het boek door mij, met een uitgebreide set citaten uit het besproken boek. Waarom heb ik voor al die citaten gekozen?
 
Bij boekbesprekers is het vrij gebruikelijk om één of meer citaten uit het besproken boek te geven. Nadat ik een aantal jaren boekbesprekingen had geschreven, werd mij steeds meer duidelijk dat ik het verzamelen van citaten en ze in mijn stukjes plaatsen het leukste onderdeel vind van zowel het lezen als van het schrijven van mijn stukjes.
 
Al mijn boeken (uitgezonderd de kunst- en fotoboeken) lees ik met een potlood in de hand. Bij een passage die eruit springt zet ik een verticaal streepje of één of meer uitroeptekens. Als ik het boek uit heb loop ik al die aantekeningen na en zet ik nummers bij de stukken tekst die een goed beeld van het boek als geheel geven en die ik kan gebruiken om te citeren. Vervolgens loop ik alle genummerde stukjes tekst meerdere keren na om de citaten uit te kiezen die ik wil gebruiken voor mijn stukje. Ik weet zo dat ik de meest veelzeggende citaten heb uitgekozen.
 
Waarop let ik bij de keuze van een citaat? Het citaat moet goed weergeven waar het boek over gaat, liefst vrij kort en licht van toon zijn, mooi geformuleerd en los van de context iets te zeggen hebben. Doordat ik op deze wijze citaten heb verzameld, heb ik het boek meteen weer voor ogen als ik mijn bespreking lees. Ik hoop dat jullie veel plezier beleven aan mijn besprekingen met uitgebreide citaten.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 15 januari 2026

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk (Groot-Brittannië, 1869): 679 blz: Vertaald door Ruud Rook (1996): Uitgeverij Atlas
 
 
 
"Het Maleise eilandenrijk" van Alfred Russel Wallace wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste reisverhalen uit de 19e eeuw.
 
Alfred Russel Wallace was een bioloog die tegelijkertijd met Charles Darwin op het idee van evolutie kwam. Het verschil tussen hen beiden was dat Wallace in een creatieve flits kwam tot een schets van hoe evolutie volgens hem verliep terwijl Darwin al 20 jaar met het idee bezig was en uitgebreid alle voors en tegens had overdacht.
 
Wallace deelt het eilandengebied in vijf regio's in:
1): De Indo-Maleise eilanden: bestaande uit het schiereiland Malakka en Singapore, Borneo, Java en Sumatra.
2): De Timor-groep: bestaande uit de eilanden Timor, Flores, Sumbawa en Lombok, alsmede verscheidene kleinere eilanden.
3): Celebes (tegenwoordig Sulawesi genaamd).
4): De Molukken.
5): De Papoease groep: bestaande uit Nieuw-Guinea alsmede de Aroe-eilanden en verscheidene andere eilanden.
 
Van iedere regio beschrijft Wallace zijn reizen door dat gebied, terwijl hij steeds afsluit met een hoofdstuk over de natuurlijke historie van het besproken gebied.
 
In "Het Maleise eilandenrijk" doet Wallace verslag van zijn verblijf gedurende de jaren 1854-1862 in wat toen Maleisië heette (tegenwoordig spreekt men van Indonesië). Wallace was van arme afkomst en moest om zijn reis te kunnen bekostigen dieren verzamelen. Dat deed hij met ongekende overgave, een groot deel van zijn boek wordt gevuld met beschrijvingen van vangsten van vooral vogel-, vlinder- en keversoorten. Hij verzamelde 1000 soorten vogels en 7000 soorten kevers en vlinders. Daar zaten een aantal nieuwe soorten bij waarvan er ook enkele naar hem vernoemd zijn, waaronder een soort paradijsvogel.
 
Wallace ontdekte dat er een grens liep tussen Bali en Lombok en ten oosten van Celebes ten westen en oosten waarvan de dierenwereld flink verschilde. Deze grenslijn wordt sinds die tijd de Wallace-lijn genoemd.
 
Verder schrijft Wallace over zijn ontmoetingen met het Maleise en Papoease mensenras. Geheel in de trant van de 19e eeuw beschrijft hij deze als lui en een treetje lager op de evolutieladder staand dan de  westerse mens.

Hij schrijft ook over de jacht op de orang oetans, over de doerian, over bamboe en over de productie van sago.
 
Kenmerkend voor de onbevooroordeelde blik waarmee Wallace kijkt is dat hij het Nederlandse cultuurstelsel als het beste systeem beschouwt dat hij kent in de koloniën.
 
Ook is Wallace enthousiast over de waterklok (een halve kokosnoot met onderin een gaatje die geleidelijk volstroomt met water) en vindt hij reizen met de inheemse prauw gerieflijker dan met een stoomboot, die toch als een hoogtepunt van de westerse beschaving wordt beschouwd.
 
Wallace sluit het boek af met een beschouwing over Engeland, het rijkste land ter wereld waarin desondanks tien procent van de bevolking in armoede leeft of van de misdaad.  
 
Het is een erg onderhoudend boek waarin de vele opsommingen van verzamelde dieren soms wat langdradig zijn. De vertaling van Ruud Rook leest uitstekend.
 
Citaten:
- De Chinese bazaar telt honderden winkeltjes die een veelzijdige verzameling ijzerwaren en manufacturen te bieden hebben, veelal tegen wonderbaarlijk lage prijzen. Men kan er fretboortjes kopen voor een stuiver per stuk, vier bollen wit katoendraad voor een halve stuiver, en pennemesjes, kurketrekkers, kruit, schrijfpapier en vele andere artikelen kosten hetzelfde of zijn goedkoper dan in Engeland.
 
- Laat in de middag bereikten we Sodos, gelegen op een heuvelrug tussen twee rivieren, maar omringd door fruitbomen, zodat er van het landschap weinig te zien was. Het huis was ruim, schoon en gerieflijk, en de mensen waren erg voorkomend. Veel vrouwen en kinderen hadden nog nooit een blanke gezien en betwijfelden of ik overal dezelfde kleur had als in mijn gezicht. Ze smeekten me om mijn armen en lichaam te ontbloten en waren zo aardig en vrolijk dat ik me verplicht voelde om ze enigszins tegemoet te komen, zodat ik mijn broek optrok en mijn been liet zien, waarna ze dit lichaamsdeel belangstellend onderzochten.
 
Over de doerian:
- Het vruchtvlees is het eetbare deel, en de consistentie en smaak zijn onbeschrijflijk. Machtige boterachtige custardvla, op smaak gebracht met amandelen, is nog de beste beschrijving, maar dan bijgemengd met wat vleugjes van smaken die doen denken aan roomkaas, uiensoep, brown sherry en andere onverenigbare zaken.
 
Over bamboe:
 - Bamboe groeit in bijna alle tropische landen, en overal waar het algemeen is maken de inlanders er op de meest uiteenlopende manieren nuttig gebruik van. Bamboe is sterk, licht, glad, recht, rond en hol, men kan het makkelijk en netjes splijten, het groeit in alle mogelijke lengtes, het laat zich probleemloos kappen en men kan er makkelijk gaatjes in boren, het is uitwendig keihard, heeft geen uitgesproken smaak of geur, komt overvloedig voor en groeit en vermeerdert zich snel. Stuk voor stuk eigenschappen die het geschikt maken voor talloze toepassingen, waarvoor andere materialen veel meer werk en toebereidselen zouden vergen.
 
- De inlanders leven (in elk geval tijdens de natte moesson) uitsluitend van rijst, zoals de arme Ieren van aardappelen. Een groot deel van het jaar eten ze tweemaal per dag een pan kurkdroog gekookte rijst met zout en rode pepers en verder niets.
 
Over de prauw:
- In de loop van die vier sombere dagen had ik het heel prettig in dit knusse hokje - prettiger dan het geval zou zijn geweest als ik dezelfde tijdsduur opgesloten zou hebben gezeten in de protserige en ongezellige eetzaal van een eersteklas stoomboot. Want wat rook alles fris aan boord - geen verf, geen teer, geen nieuw touw, geen vet (voor wie er gevoelig voor is, de afschuwelijkste geur van allemaal), olie of vernis, maar in plaats daarvan bamboe en rotan, kokostouw en dakbedekking van palmbladeren, louter zuiver plantaardige vezels, die aangenaam ruiken, als ze al ruiken, en rustige tafereeltjes in het groene en schaduwrijke bos voor de geest roepen.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


zondag 11 januari 2026

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana

Clemens Carle: Rad-Abenteuer Panamericana: 45000 km von Feuerland bis Alaska (Duitsland, 1994): 303 blz: Uitgeverij Helmut Hermann
 

 
Ergens in mei 1988 ontmoette ik Clemens in het noorden van Joegoslavië, bij de grotten van Postojna. Ik was met de fiets onderweg naar Turkije. Er kwam een man met een enorme baard op mij af op een mountainbike met voorop een boodschappenmandje met etenswaren. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en vertelde dat hij onderweg was naar Beijing op een fietstocht die anderhalf jaar zou duren. Hij stelde voor om een tijdje samen op te fietsen.
 
Zo gezegd, zo gedaan. We bezochten de grotten van Postojna en fietsten vervolgens een paar dagen samen op tot aan de meren van Plitvice, een schitterend natuurgebied met zeer veel watervallen. Na ons bezoek aan Plitvice wilde Clemens door het binnenland van Joegoslavië fietsen en ik langs de kunst (mooier weer!) en gingen we uit elkaar. Twee weken later kwamen we elkaar weer tegen in Ohrid, in het zuiden van Joegoslavië. We fietsen weer een paar dagen samen op en bezochten de Meteora kloosters vlakbij Kalamata in het noorden van Griekenland. Opnieuw splitsten onze wegen zich.

Het was denk ik begin 1990 dat ik weer wat van Clemens hoorde. Ik kreeg een eerste reisbericht met een verslag van de eerste etappe van zijn reis van Vuurland naar Alaska. We schreven elkaar regelmatig, ook nadat ik een psychische ziekte had gekregen. Clemens woonde in Maichingen, een klein stadje vlak ten westen van Stuttgart. Ik heb hem daar twee keer opgezocht in 1993 en in 1997. Bij die tweede gelegenheid vroeg ik aan Clemens of hij nog meer boeken wilde schrijven over zijn fietstochten. Hij antwoordde dat dat de moeite niet loonde, van zijn boek waren maar 10.000 exemplaren verkocht. Mij lijkt dat een fantastisch resultaat voor een eerste boek, maar echt rijk zul je daar niet van worden.

Ik had "Rad-Abenteuer Panamericana" natuurlijk al eerder gelezen, in 1997 en vermoedelijk nog een tweede keer maar dat kan ik niet terugvinden op mijn leeslijsten. Nu, bij herlezing, was ik aangenaam verrast over hoe onderhoudend ik dit boek vind. Het is een onderhoudend, prettig leesbaar boek over een zeer bijzondere fietstocht.
 
De tocht die beschreven wordt in "Rad-Abenteuer Panamericana" duurde van oktober 1989 tot oktober 1992. In 3 jaar tijd legde Clemens een kleine 45.000 km af. Ze vertrokken vanaf Vuurland met een groep van vier personen, behalve Clemens waren ook Rolf, Helge en Michael onderweg naar Alaska. Al gauw blijkt de groep niet geweldig te functioneren en splitsen Clemens en Rolf zich af van Helge en Michael. Later krijgt Clemens in toenemende mate onenigheid met Rolf en gaat hij in zijn eentje verder. Later ontmoet hij Helge en Michael weer en ze fietsen een tijd met zijn drieën. Opnieuw onenigheid en Clemens fietst weer alleen verder. De ouders van de 4 fietsers hebben nog wel contact met elkaar en Clemens en Rolf proberen het weer een tijd, maar in het noorden van Peru gaan ze definitief uit elkaar. Uiteindelijk neemt Helge in Colombia het vliegtuig naar huis, Rolf in de Verenigde Staten en alleen Michael en Clemens halen Alaska.
 
Ik heb de afgelopen maand 5 fietsboeken van Frank van Rijn gelezen. Er is een duidelijk verschil in levensstijl tussen Clemens Carle en Frank van Rijn. Beide reizen met een minimaal budget en met een zwaar bepakte fiets. Voor Frank van Rijn is het fietsen het doel op zich. Het gaat Frank om het fietsen en de rest is bijzaak. Bij Clemens ligt dat heel anders. Hij wil zich onderdompelen in een totaal andere cultuur en zoveel mogelijk zien en meemaken. Voor hem is het fietsen een manier om prettig rond te reizen en om makkelijk contact te maken met de lokale bevolking en medereizigers. Hij is veel socialer ingesteld dan Frank van Rijn en reist in een veel rustiger tempo, hoewel er ook voor hem natuurlijk dagen zijn dat hij zoveel mogelijk kilometers vreet. 
 
Als je de boeken van Frank van Rijn leuk vindt, dan zul je "Rad-Abenteuer Panamericana" vermoedelijk ook wel met plezier lezen, als je Duits tenminste goed genoeg is. Voor mij vormt het Duits van dit boek geen enkel probleem hoewel ik maar tot de 4e klas lessen Duits heb gehad.
 
Citaten:
- "Mit so etwas willst du Richtung Alaska fahren?", denke ich mir, und Zweifel am Vorhaben kommen auf. Es sollten nicht die letzten sein. Die 35 Testkilometer in den am Beagle-Kanal gelegenen Nationalpark "Tierra del Fuego" schaffen wir dann doch, die Schotterpiste gibt einen Vorgeschmack auf kommende Erlebnisse: böiger Gegenwind, das kleinste Kettenblatt liegt auf, das Fahrrad schüttelt wie ein wild gewordener Gaul, vorausschauende Fahrweise ist notwendig, denn abrupte Lenkmanöver sind bei dem Gewicht nicht drin. Bei jedem Auto und vor allem bei jedem Bus oder Lkw verschwinden wir in einer riesigen Staubwolke, sind bald staubverkrustet, es knirscht zwischen den Zähnen.
 
Na de afsplitsing van Michael en Helge:
- Dennoch bin ich mir auch nicht sicher, ob Rolf und ich auf Dauer so gut harmoniseren. Wir haben beide einen gesunden Dickkopf, der allzugerne manchmal ohne Rücksicht auf den anderen seinen eigenen Weg sucht. Kein guter Ausgangspunkt für eine gemeinsame lange Tour.
 
- ... Oder war unsere ganze Unternehmung nicht von vornherein zum Scheitern verurteilt? Reiseradler sind bestimmt die grössten Individualisten unter allen Travellern, das konnte so nicht klappen, das hätte ich von vorherein wissen müssen.
 
- Irgendwie trennen mich aber Welten von den "Normalurlaubern", ich lebe in anderen Dimensionen, was Geld (wenig) und Zeit (viel) betrifft.
 
Kamperen op grote hoogte:
- Die Zeit reicht dann gerade noch, um auf etwa 4.650 m Höhe mitten in Pampagras zu zelten. Uiih, das wird kalt werden! Nach dem ersten vorsichtigen Blick am nächsten Morgen aus der Zelt konnte ich mal wieder eine Lobeshymne auf meinen Schlafsack singen: Rauhreif bedeckte die Pampa, die Zelthaut war innen und aussen total  vereist, den vollen Wasserflaschen ist kein Tropfen zu entlocken, aber im Schlafsack war es gemütlich warm.
 
Over zijn financiën:
- Wie immer machte ich am letzten Abend Kassensturz. Wie teuer mochte wohl Costa Rica gewesen sein? Rund 13 Mark pro tag errechnete ich, so wie Argentinien. Damit blieb Panama (DM 34,41) der Spitzenreiter, gefolgt von Ecuador (DM 29,41), während alle anderen Länder um die 15 bis 22 Mark lagen. Etwa 20 Mark pro Tag hatte ich ja kalkuliert.
 
- Der Kilometerzähler springt wieder auf 0,0 um - 20.000 Kilometer sind abgeradelt! Die meisten der letzten 10.000 bin ich nun alleine gefahren, ich hätte nie geglaubt, so gut alleine zurechtzukommen, nicht nur mit meiner Umwelt, sondern ganz besonders mit mir selbst. Ich fühle mich ausgeglichen und selbstbewusst wie noch nie zuvor in meinem Leben und habe keine Zweifel, diese Tour auch vollends allein durchstehen zu können. Ich habe mich inzwischen so an den Reiserhytmus gewönhnt,  dass ich gar nicht mehr an ein Ende der Tour denken mag. 
 
- Aus dem Kauf- und Konsumkreislauf habe ich mich inzwischen ausgeklinkt, viel wichtiger ist mir ein voller Magen, gute Gesundheit und gelegentlich eine heisse Dusche geworden.
 
- Mich erstaunt es immer wieder, mit wie wenig mein Körper zufrieden ist und dennoch Tagesleistungen von 150 Kilometer und mehr verkraftet. Der Wille zählt. Der Wille, ein Ziel zu erreichen, ist viel wichtiger als ein austrainierten Körper und bestimmt die Grundvoraussetzung, eine Panamericana-Radtour erfolgreich durchzustehen. 
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 9 januari 2026

Ernest Shackleton: Zuid

Ernest Shackleton: Zuid (Groot-Brittannië, 1919): 404 blz: Vertaald door Inge Kok (1999): Uitgeverij Atlas: Eerdere vertaling door L.G. Robberecht (1987): Uitgeverij Hollandia BV 
  
 
 
"Zuid" is het verhaal van de beroemde Zuidpoolexpeditie uit de jaren 1914-1917 onder leiding van sir Ernest Shackleton.

Shackleton was een ervaren poolreiziger. In 1902-1903 had hij deelgenomen aan een Zuidpoolexpeditie onder leiding van kapitein Robert Falcon Scott. Hij ging samen met Scott op weg naar de Zuidpool, maar kreeg scheurbuik en moest geëvacueerd worden.

Deze mislukking belette hem niet om in 1908 voor een tweede maal naar het Zuidpoolgebied af te reizen, ditmaal als leider van de expeditie. Hij kwam tot op 160 km van de Zuidpool, maar moest omkeren omdat de trekpony's dood waren en er te weinig voedsel over was. In tegenstelling tot Scott 2 jaar later slaagde hij er wel in om alle expeditieleden veilig thuis te brengen.

In 1914 nadat de Zuidpool bereikt was door zowel Amundsen als Scott was er nog een huzarenstuk mogelijk, een doorsteek van de ene kust van Antarctica over de Zuidpool naar de andere kant van Antarctica.

Net na het begin van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 ging Shackleton op pad met 2 boten: met de Endurance onder leiding van hemzelf en met als kapitein Frank Worsley, en met de Aurora. Shackleton zelf zou met een groep Antarctica oversteken vanuit de Weddellzee, de andere groep van de Aurora zou vanuit de Rosszee voedsel en brandstofdepots aanleggen tot aan de 83e breedtegraad om de oversteek mogelijk te maken.

Het liep anders. De depots werden met veel moeite uitgezet door de groep vanuit de Rosszee, maar de Endurance kwam vast te zitten in het ijs van de Weddellzee. De boot werd verlaten op 27 oktober 1915 en zonk uiteindelijk op 21 november.
Shackleton had er lang over na gedacht hoe hij de groep veilig terug naar huis zou brengen. Er werden 3 reddingsboten, de honden en een deel van de voedselvoorraden gered. Persoonlijke bezittingen werden bijna alle achtergelaten.

Gedurende enkele maanden zat het team vast op een grote ijsschots. Uiteindelijk voeren ze naar Elephant eiland. Daar bouwden ze een provisorische hut.

Terwijl het grootste deel van de groep daar achterbleef onder leiding van Frank Wild, ging Shackleton met Frank Worsley en 4 anderen in de James Caird (een van de 3 boten) op weg naar Zuid Georgië, zo'n 1000 km verderop. Na een zeer moeilijke bootreis landden ze uitgeput op Zuid Georgië en daar moesten ze nog een tocht maken over een indrukwekkende bergrug met gletsjers om in veiligheid te komen.

"Zuid" is een ongelofelijk avonturenverhaal, het is waarschijnlijk de meest indrukwekkende overlevingstocht ooit beschreven. De stijl van Shackleton is niet zo bijzonder, maar dat geeft niet, ik in ieder geval bleef van begin tot eind geboeid lezen. De speciale kwaliteiten van Shackleton als leider komen in kleine details naar voren.

Roland Huntford heeft een prachtige biografie over Shackleton geschreven, waarin het verhaal van deze tocht uitgebreid verteld wordt.
Alfred Lansing heeft deze tocht opnieuw beschreven in "Endurance".
Frank Worsley heeft de boottocht met de James Caird beschreven in "Shackleton's boat journey".
In 2000 heeft de expeditiereiziger Arved Fuchs samen met drie metgezellen de boottocht en tocht door Zuid Georgië overgedaan. Het boek van deze reis is "In de schaduw van de Zuidpool".
Ook is er een prachtige verfilming van het leven van Shackleton gemaakt door Kenneth Branagh. 
 
De eerdere vertaling van Uitgeverij Hollandia heeft als extra's een voorwoord door Boudewijn Büch, een register en een 17-tal foto's waaronder een prachtige van de Endurance die tot ondergang gedoemd is. 
 
Citaten:
- De enige vorm van tegenprestatie of privilege waarover een ontdekkingsreiziger beschikt om zijn dankbaarheid voor de hem geboden hulp uit te drukken, bestaat eruit de ontdekte gebieden te noemen naar de mensen aan wie de expeditie haar bestaan dankt.
 
- Pakijs kan worden omschreven als een gigantische, oneindige legpuzzel van de natuur. In los pakijs zijn de puzzelstukken enigszins uit elkaar gedreven en door elkaar geraakt, maar op talrijke plaatsen zijn ze weer tegen elkaar gedrukt, en als het pakijs zich verder sluit, worden de gebieden die verstopt zitten groter en worden de stukken harder tegen elkaar geklemd, tot het uiteindelijk "gesloten" pakijs wordt wanneer de hele puzzel zo sterk tegen elkaar is gedrukt dat hij met zorg en inspanning in alle richtingen te voet kan worden doorkruist.
 
- De viering van Kerstmis werd niet vergeten. Om middernacht werd aan iedereen aan dek grog uitgedeeld. Bij het ontbijt was er opnieuw grog voor diegenen die om middernacht in hun kooi hadden gelegen. Orde-Lees had de longroom met vlaggen versierd en had voor iedereen een klein kerstcadeautje. Sommigen hadden cadeaus van thuis die moesten worden uitgepakt. Later was er een werkelijk fantastisch  diner van schildpadsoep, sprot, hazenpeper, kerstpudding, appelgebakjes, dadels, vijgen en gekonfijte vruchten, waarbij rum en donker bier werd gedronken.
 
- We verloren nog steeds enkele honden door wormen en het was jammer dat de artsen niet de juiste medicijnen hadden. De ervaren Canadese hondendrijver die ik voor mijn vertrek naar het zuiden had aangenomen, had voor wormpoeder moeten zorgen en toen die man niet met de expeditie was meegegaan, was dat punt over het hoofd gezien.
 
- We wisten dat de Endurance hecht was en voldeed aan alle eisen, maar geen enkel schip dat door mensen was gebouwd, kon het overleven als de schollen er werkelijk greep op kregen en het beletten omhoog te komen naar het oppervlak van het schurende ijs.
 
- ... De petroleum laaide fel op onder het vat van drieëntwintig liter dat we als pan gebruikten, en de warme melk was vlug klaar. Daarop gingen we als drie reddende engelen met de levenwekkende drank de tenten af, en we waren verbaasd en een tikje geërgerd door de nuchtere manier waarop sommige mannen deze bijdrage aan hun gerief accepteerden. Ze beseften niet helemaal hoeveel werk we op de vroege ochtend voor hen hadden verzet en ik hoorde Wild zeggen: "Als er nog laarzen moeten worden schoongemaakt, hoeven de heren ze slechts buiten te zetten!"
 
- De kok stak het spekfornuis aan en even later, toen ik om de hoek van het fornuis zat, hoorde ik iemand zeggen: "Ik houd van sterke thee, kok." Een ander deed ook een duit in het zakje: "Ik heb liever slappe thee, kok." Het was prettig om te weten dat ze zich geen zorgen maakten, maar dit leek me het juiste ogenblik om mee te delen dat iedereen dezelfde thee zou krijgen en dat we boften als er over twee maanden überhaupt nog thee was. Dit incident leek me toen van psychologisch belang. Hier waren mannen wier schip was vernietigd, die bivakkeerden op de onstabiele schollen en die zo te zien niet veel kans hadden om in veiligheid te komen, maar ze richtten zich kalm op de bijzaken van hun bestaan en besteedden aandacht aan zulke onbenulligheden als de sterkte van hun thee.
 
- "... Onze lepels behoren hier tot de onontbeerlijke bezittingen. Het zou voor ons bijna even erg zijn om een lepel kwijt te raken als voor een tandenloze om zijn kunstgebit te verliezen."
 
- Iedereen was heel opgewekt. We werden allemaal opgefleurd door het vooruitzicht dat er een eind zou komen aan de sleur van het leven op de schol. Iemand schreef in zijn dagboek: "Het is een hard, ruig en vrolijk bestaan, dat marcheren en kamperen; we wassen noch onszelf, noch de vaat, en we kleden ons niet uit of om. We krijgen in elk geval te eten, altijd doortrokken van spekrook, slapen bijna op de kale sneeuw en werken zo hard als het menselijk lichaam bij een minimum aan voedsel maar kan." 
 
- Ik geef toe dat de last van de verantwoordelijkheid zwaar op mijn schouders drukte, maar aan de andere kant was de houding van de mannen voor mij een stimulans en een bemoediging. Eenzaamheid is de keerzijde van leiderschap, maar de man die de besluiten moet nemen, wordt enorm geholpen als hij het gevoel heeft dat de mensen die hem volgen niet inwendig aan hem twijfelen en dat zijn bevelen vol vertrouwen en in de hoop op succes zullen worden uitgevoerd.
 
- Toen de storm die nacht op zijn hoogtepunt was, kocht Cheetham lucifers van mij voor flessen champagne, een fles per lucifer - te goedkoop, ik had twee flessen moeten rekenen. De champagne wordt uitbetaald als hij zijn "pub" in Hull opent en ik in de gelegenheid ben daar aan te gaan ...
 
- Met die gedachte in mijn hoofd bereikte ik mijn tent en viel ik in slaap op de grond vol keien, die een prettig gevoel van stabiliteit gaf. De sprookjesprinses die niet op haar zeven donsmatrassen wilde rusten omdat er een erwt onder de stapel lag, had wellicht niet begrepen dat we allemaal genoegen beleefden aan de zware stenen, die onmogelijk onder ons konden breken of wegdrijven; doordat we overal bulten voelden, werden we er juist aangenaam aan herinnerd dat we veilig waren.
 
- Vervolgens liet ik de kok vervangen door iemand die de wens had geuit zich neer te leggen om te sterven. De taak om het vuur in de kombuis brandend te houden was zowel lastig als inspannend en leidde zijn gedachte af van de kansen op een snel einde. Even later trof ik hem aan terwijl hij uiterst serieus bezig was een paar uiteraard niet al te schone sokken te drogen die dicht bij onze avondmelk waren opgehangen.
 
Op Zuid Georgië:
- Terwijl het kamp werd ingedeeld, beklommen Crean en ik de helling met beemdgras achter het strand en we bereikten de top van een kaap die over de zeearm uitkeek. Daar vonden we albatrosnesten en tot onze grote vreugde zaten er jonge vogels in. De vliegvlugge dieren waren dik en vet, en we besloten zonder aarzelen dat ze jong zouden sterven.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Inleiding op mijn boek met besprekingen van reisverhalen

Als men denkt aan schrijvers van reisverhalen, dan denken de meeste mensen vooral aan Engelstalige schrijvers. De meest gehoorde namen zijn volgens mij die van Bruce Chatwin, Redmond O'Hanlon, V.S. Naipaul en Paul Theroux, eventueel aangevuld met Robert Byron, de Ierse Dervla Murphy, Wilfred Thesiger en Colin Thubron. Van al deze schrijvers heb ik een flink deel van hun oeuvre gelezen.
 
Uit niet-Engelstalige landen zijn er voor zover ik weet erg weinig reisverhalen in het Nederlands vertaald. Wel vertaald zijn een aantal boeken van de Poolse journalist Ryszard Kapuściński, behalve reisschrijver ook een zeer scherpe politieke analist.
 
En dan heb je het Nederlandse taalgebied. Een veelgehoorde naam is die van Cees Nooteboom. Nooteboom etaleert zijn kennis zoals een pauw zijn veren. Zijn lofzangen op kleine Spaanse kerkjes en onbekende schilders kunnen mij niet echt boeien. Je hebt wereldfietser Frank van Rijn wiens boeken vooral leuk zijn voor collega-fietsers. De twee grootste Nederlandstalige reisverhalenschrijvers zijn de Zeeuwse Carolijn Visser en de Vlaamse Lieve Joris. Beide dames behoren wereldwijd tot de allerbesten in het genre.   
 
Vanaf 1983 tot en met 1996 heb ik vrij veel gereisd. Vooral fietstochten in Europa (de Ardennen, West- Duitsland, naar Zweden, Zuid-Engeland en Wales, Frankrijk, naar Turkije, Tsjechië en de Peloponnesos), maar ook een wandeltocht door de Franse Alpen en rugzakreizen door Turkije en Indonesië en Thailand. 
 
Tussen 1996 en 2006 ben ik nog een aantal keren naar Spanje en Italië geweest (oa voor een cursus Spaans in Salamanca) en heb ik een mislukte reis naar New York gemaakt in 2001. Tot mijn grote verdriet heb ik wegens ernstige problemen met mijn geestelijke en lichamelijke gezondheid na 2006 nauwelijks meer gereisd. De laatste jaren ben ik mijn woonplaats Utrecht niet meer uit geweest.
 
Ik ben mede begonnen met het lezen van reisverhalen om inspiratie op te doen voor mijn eigen reizen. Ik lees reisverhalen zoals anderen detectives, thrillers , spionage romans of sciencefiction lezen, puur ter ontspanning. 
 
Een goed reisverhaal bestaat in mijn ogen uit 3 onderdelen: de persoon die de reis maakt, de reis zelf en de landen waar de reiziger doorheen komt met hun bewoners. Mooiste voorbeeld in het genre vind ik het boek van Wilfred Thesiger waarin hij een verblijf van 5 jaar bij de bedoeïenen van Saoedi Arabië beschrijft. Van veel van de besproken schrijvers heb ik meerdere boeken gelezen.
 
In mijn boek heb ik 96 reisverhalen besproken, waaronder 15 van Lieve Joris, 10 van Ryszard Kapuściński, 17 van Frank van Rijn en 24 van Carolijn Visser. Niet alle boeken van deze 4 schrijvers vallen strikt genomen onder de reisverhalen, maar ik heb ze voor de overzichtelijkheid allemaal hier besproken. De overige 30 boeken die ik besproken heb, behoren allen tot mijn persoonlijke favorieten en hiervan heb ik er 6 in het Engels en 2 in het Duits gelezen. 
 
Ik heb ongeveer 600 reisverhalen gelezen, deze selectie bevat de besprekingen van de mooiste hiervan. Ik denk sowieso dat in mijn boek een flink aantal van de mooiste reisverhalen ooit worden besproken. Veel plezier met het lezen.