Posts tonen met het label Biografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Biografie. Alle posts tonen

zondag 17 mei 2026

Dvd: Pirosmani

Pirosmani (Georgië, 1969): 81 min: Regisseur Giorgi Shengelaia
 
 
 
De Georgische schilder Niko Pirosmani was tijdens zijn leven een onbekende schilder. Na zijn dood werd hij beschouwd als een heel belangrijke kunstenaar. "Pirosmani" is een film over het leven van Pirosmani.
 
Wat ik erg leuk  vind aan "Pirosmani" is dat shots van het verhaal afgewisseld worden met shots van de schilderijen. De schilderijen van Pirosmani behoren tot de naïeve schilderkunst, hebben aansprekende kleuren en zien er prachtig gestileerd uit.
 
De film vind ik op zich mooi, maar niet zo heel bijzonder, maar de schilderijen van Pirosmani vind ik prachtig. Bij mijn dvd zit als extra, een filmpje van 7 minuten waarin een aantal van de schilderijen van Pirosmani worden getoond.

Op IMDB krijgt "Pirosmani" van 1.500 mensen een waardering van 7,7.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


 

donderdag 12 februari 2026

Carolijn Visser: Broers

Carolijn Visser: Broers (Nederland, 2026): 294 blz: Uitgeverij Augustus
 
 
 
Een nieuw boek van Carolijn Visser is meestal een hoogtepunt in mijn leesjaar. 
 
Carolijn Visser is bekend geworden door haar prachtige reisverhalen. De laatste 15 jaar heeft ze zich toegelegd op het schrijven van relatief korte, maar zeer lezenswaardige biografieën. 
 
"Broers" is een drievoudige biografie. Die van Ar, de vader van Carolijn, en van Martin en Carel Visser, een oudere broer en een jongere broer  van Ar. Ar had nog twee broers en twee zussen, maar die komen slechts zijdelings ter sprake.
 
Het boek begint in de hongerwinter in januari 1945. Ar en Martin worden door de Duitsers opgepakt en naar Amsterdam vervoerd. Daar worden ze samen met oorlogsvrijwilligers op de trein naar Duitsland gezet. Ze springen uit de trein en lopen vervolgens terug naar Papendrecht. Omdat ze zich daar niet langer veilig voelden, gingen ze per kano door de Biesbosch naar het bevrijde Noord-Brabant. 
 
Ar wordt leraar op een middelbare school in Middelburg, oudere broer Martin wordt kunsthandelaar en jongere broer Carel wordt beeldhouwer. In nog geen 260 bladzijden tekst geeft Carolijn een prachtig beeld van hun leven. Wat altijd zeer prettig is bij Carolijn is dat er geen alinea teveel in het boek staat. Een prachtig monument voor haar familie! 
 
Citaten:
 
- Mijn vader werd Arie genoemd, naar mijn grootvader, maar om verwarring te voorkomen kreeg hij de roepnaam Ar.
 
Over het doen van de was:
- Het allerspannendste was het er op wasdag. Vrouwen uit het dorp kwamen helpen dit karwei te klaren. In de bijkeuken, in een teil boven een houtvuur, werden lakens in heet water rondgeroerd met een enorme houten spaan. De hele keuken was gevuld met stoom. Vrouwenarmen vlogen alle kanten op, heet water werd naar andere teilen overgeschept waarin vervolgens zeep werd geklopt. Op het wasbord hadden hardnekkige vlekken geen kans. Eindelijk tevreden met het resultaat grepen de vrouwen de enorme witte lappen bij de punten en droegen ze een trap op naar een vliering waar een mangel gereedstond. Ons werd streng geboden op afstand te blijven want dat apparaat was zeer gevaarlijk: als je vingers erin kwamen, werden die meteen verbrijzeld. Eén vrouw draaide aan de grote slinger terwijl twee anderen de lakens voerden aan die gulzige muil. Daarna werden de lappen over lange stokken gedrapeerd die in een rek aan het plafond van de vliering werden geplaatst.

- De buurt was als een grondig hersteld gebit.
 
- ... "In die tijd was er vrijwel niemand op de weg," herinnerde Jan zich. "Alleen een paar vrachtwagens." Op een namiddag had hij zijn rijbewijs gehaald. "Ik reed wat rond over die lege wegen en tot slot moest ik parkeren tussen twee mannen in, die een eindje van elkaar af waren gaan staan."
 
- Constant had vele kanten. Hij schreef ook de later vaak geciteerde regel waarmee hij de drang van de Cobrakunstenaars verwoordde: "Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles tezamen."
 
- Mia had blijkbaar meer musea en kunstenaars genoemd die hij bezoeken kon, want Carel antwoordde dat het hem er niet om ging zijn dagen te vullen. En nee, hij was niet somber of eenzaam: "Als je dat hebt moet je geen beeldhouwer worden, want dan moet je maanden tegen steen of ijzer aan kunnen kijken en toch niet gek worden of creperen, want daar heeft niemand wat aan, noch jij, noch een ander, alleen maar het gekkenhuis of de wormen."
 
- Mia heeft gelijk: ik kan alleen maar beeldhouwen, niet meer, maar zéér zeker ook niet minder.
 
Carel aan Martin:
- "Stop met nieuwe modellen maken, al gaat Van Daalen op zijn kop staan. Verbeter en verrijk je oude modellen tot het uiterste."
 
Over de inrichting van het huis waar Carolijn opgroeide:
- In het raam van de woonkamer stond een ijzeren paard van oom Carel op een betonnen sokkel. Een ander beeld van hem, twee parende vogels, had een plaats op de  vloer. Aan de muur hingen schilderijen van onze grootvader Arie. 
 
Neef Martijn betwijfelde of zijn vriendin blij zou zijn met de cadeautjes die hij voor haar had gekocht:
- Daarom meldde hij zich bij Christo, die hij eerder samen met zijn ouders had leren kennen, en vroeg hem of hij zijn aankopen wilde inpakken. "Hij was een erg vriendelijke, jongensachtige man en vond het goed. Twee dagen later kon ik terugkomen. Christo had er een mooie empaquetage van gemaakt, gratis. Tot op de dag van vandaag hangt dit kunstwerk aan de wand bij die vriendin."
 
- "We waren in de galerie van Konrad Fischer in Duitsland," zo begon Martin een verhaal dat hij vaak vertelde. "In een lege, witte zaal zat een juffrouw in een hokje. Ik vroeg haar: "Waar is de tentoonstelling?" Ze antwoordde: "U staat erop."" Daarna bulderde hij van de lach. Het was het verhaal over zijn introductie tot het werk van Carl Andre: grote, metalen vierkante platen, niet aan de wand, maar op de vloer.
 
- Een theorie die in de kunstwereld opgang deed was: iedereen is kunstenaar. Martin geloofde daar niets van. Voor hem telde alleen het resultaat, de kunst zelf, hoe een kunstenaar de tijdgeest vormgaf.
 
- Martin zei in een interview: "In Amsterdam heeft iedereen dezelfde mening over wat ze goed vinden en wat niet. En oh wee als je daar buiten valt."
 
- In de nieuwe Ronding kwamen concentrische cirkels op een wand, bestaande uit takjes door Richard Long verzameld tijdens zijn wandeltochten. Ook maakte deze Brit in dezelfde ruimte een zogenaamd mud piece. "Hij kwakte zó een emmer modder uit de rivier de Avon tegen de muur. Flats!" vertelde mijn oom. 

- Wij kinderen lazen geen kranten, mijn vader bracht ons in kleine, dagelijkse porties op de hoogte van wat er in de wereld gebeurde. Hij verbond zaken met elkaar, vooral met het verleden. Oud-leerlingen vertelden dat hij bij hen een levenslange belangstelling had gewekt voor politiek, geschiedenis en kunst. Net als bij ons, zijn kinderen.
 
- Ars religieuze jeugd zat hem nog hoog. Hij kon op onverwachte momenten woedend worden over "alle onzin" die hij had moeten aanhoren in de kerk en op zijn lagere school, over alle tijd die hij daarmee had verspild. Hij wilde de huidige generatie geven wat hij had moeten missen, zoals een zwembad en winkels die op zondag geopend waren. Ook verzette hij zich tegen pogingen van de gereformeerden om films te verbieden die volgens hen het "geestelijke milieu vervuilen".
 
- ... Toen ik het daar met mijn vader over had, suggereerde hij: "Waarom word je niet lid van de Amsterdamse PvdA? Dan kun je daar iets aan doen." Ik zag een zaaltje voor me waar vergaderd werd door een groep bebaarde mannen: politicologen, sociologen, andragogen, sociaal werkers, gehuld in een walm van sigarettenrook. Tussen hen in misschien een enkele vrouw. "Liever niet," zei ik.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 12 augustus 2025

Philippe Girard: Leonard Cohen on a Wire

Philippe Girard: Leonard Cohen on a Wire (Frankrijk?, 2021): 120 blz: Vertaald door Arend Jan van Oudheusden (2021): Uitgeverij Concertobooks
 
 
 
Vanmiddag lag het schattige boekje "Leonard Cohen on a Wire" bij de post en nu heb ik het al gelezen. Via een vriend heb ik de muziek van Leonard Cohen leren kennen en hij is één van de weinige popartiesten waarvan ik een groot fan ben.
 
In dit boekje over Leonard Cohen wordt door middel van een strip in zeer grove lijnen het levensverhaal van Leonard Cohen geschetst. Zelf wist ik nog helemaal niets over het leven van Leonard Cohen, na het lezen van dit boekje weet ik een heel klein beetje.
 
Verwacht dus geen gedegen biografie. Ik denk dat een stripverhaal daar ook niet een geschikt medium voor is. "Leonard Cohen on a Wire" is een bescheiden en charmant boekje, waar ik mij een klein uurtje prima mee heb vermaakt.

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 23 oktober 2024

Mario Molegraaf: Opperhuidmens

Mario Molegraaf: Opperhuidmens: De biografie van Hans Warren (Nederland, 2024): 651 blz: Uitgeverij Prometheus
 
Opperhuidmens
 
Ik had op voorhand al de nodige twijfels over de langverwachte biografie over Hans Warren van zijn 40 jaar jongere levensgezel Mario Molegraaf. Ik heb van Hans Warren zijn 23-delige serie "Geheim dagboek", drie keer in zijn geheel gelezen met veel plezier. Ik heb er een serie van 30 stukjes aan gewijd. Het is natuurlijk maar zeer de vraag of Mario Molegraaf net zo'n goede stilist is als zijn vriend.
 
Het antwoord op deze vraag is heel duidelijk, dat is hij bij lange na niet. Als de metgezel van Hans Warren is hij natuurlijk uitstekend in staat om allerlei bijzonderheden over diens leven te vertellen. Het probleem bij Mario is dat hij er geen enkel benul van heeft, van wat voor de lezer interessant is en wat niet. Het begint al met het eerste hoofdstuk: "Afstammeling van Karel de Grote" waarin over minstens tien generaties voorouders verteld wordt, allemaal totaal irrelevant voor het leven van Hans Warren. Ik heb dit eerste hoofdstuk maar voor een kwart gelezen. 

Vervolgens ben ik het boek door gaan bladeren. Snippers op zich interessante details staan verstopt tussen bladzijden vol met irrelevante details. Misschien dat voor de echte "Hans Warren" vorser hier veel uit te halen valt, maar voor de gemiddelde lezer zal het lezen van "Opperhuidmens" hem zwaar op de maag vallen. Ik geloof dat ik heel wat liever het complete "Geheim dagboek" voor een vierde keer ga lezen, dan dit wangedrocht. Zonde van mijn geld, maar dit boek uitlezen zou zonde van mijn tijd zijn en die is voor mij meer waard dan mijn geld.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 11 oktober 2024

Carolijn Visser: Selma

Carolijn Visser: Selma (Nederland, 2016): 284 blz: Uitgeverij Augustus


 
In 2008 ontmoette Carolijn Visser Greta en Tseng Y Tsao (Dop) tijdens de pauze van een lezing die ze gaf in Castricum. Greta en Dop vertelden over hun Nederlandse moeder Selma, die in 1950 had besloten met hun vader mee te gaan naar China. Gedurende de jaren die volgden leerde Carolijn Visser broer en zus Tsao beter kennen.

In 2012 gaven zij Carolijn de brieven ter inzage die hun moeder vanuit China naar hun grootvader in Nederland had geschreven. Deze brieven vormen de basis van het boek "Selma" samen met de verhalen van haar kinderen Greta en Dop.

Het boek begint in 1966 als Selma na een lange reis naar Nederland terugkeert naar Peking. Ze merkt hoe de situatie verslechterd is.

Selma was geboren in 1921 en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar vader Max Vos ondergedoken gezeten. Haar vader hertrouwde met de vrouw bij wie hij ondergedoken was.

Na de oorlog gaat Selma in Cambridge studeren en daar ontmoet ze de Chinees Chang Tsao. Ze krijgen 2 kinderen: de oudste, een zoon, heet Dop en de jongste, een dochter, Greta. Ze emigreren naar Hong Kong en later naar China waar Chang Tsao een belangrijke partijfunctionaris is.

Het verhaal van Selma en haar gezin wordt verteld vanaf 1957 tot aan haar dood in 1968, met een korte epiloog over haar kinderen die in 1974 naar Nederland verhuisden.

Selma was de enige Nederlandse vrouw die tijdens de grote gebeurtenissen in China zoals de grote sprong voorwaarts (1960-1962) en de culturele revolutie (1966-1974) in Peking leefde. Aanvankelijk hebben ze het redelijk goed, mede door de vooraanstaande positie van Chang en haar buitenlandse afkomst. Later wordt het steeds minder totdat ze vanaf 1966 allerlei vernederingen moesten ondergaan en Selma en Chang kort na elkaar stierven.

Ik vind "Selma" een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van Carolijn Visser. Het boek is met veel empathie voor de hoofdpersonen geschreven, het leest erg prettig en er is gedegen onderzoek voor het boek verricht. Vooral het gewone dagelijks leven is mooi beschreven. Een van de allermooiste boeken uit het Nederlands taalgebied die ik ken! "Selma" kan zich zonder meer meten met andere klassiekers over China zoals Jung Changs "Wilde zwanen" en het boek van Li Zhisu "Het privé-leven van voorzitter Mao".

Een aantal citaten:
- Als Selma thuiskwam, werd ze op de verschillende binnenplaatsen beleefd gegroet, maar niemand kwam zomaar langs voor een praatje of vroeg haar op de thee.

- In de zomer van 1956 had Mao Zedong intellectuelen en studenten opgeroepen de Communistische Partij te bekritiseren in een poging hen meer bij het landsbestuur te betrekken. "Laat Honderd Bloemen Bloeien" heette de campagne. Er kwam echter zoveel kritiek los, dat Mao het als een aanval op de partij ging zien. Wie zich had uitgesproken, werd gestraft. In 1957 werd een half miljoen mannen en vrouwen gevangengezet of verbannen naar afgelegen gebieden, soms voor een periode van wel twintig jaar. ... Elk bedrijf, elke instelling of instantie werd geacht ongeveer 5 procent van zijn werknemers als schuldigen te ontmaskeren. Zij konden zich hiertegen niet verweren, verloren hun baan, hun woning, hun verblijfsvergunning voor de stad Peking en werden op het platteland tewerkgesteld. Altijd zou het verschrikkelijke stigma "rechts element" in hun dossier blijven staan en hun gezinnen werden samen met hen in het ongeluk gestort.

- Selma mocht deze buitenlanders niet. Ze vond hen te extreem in hun politieke overtuigingen. Onder buitenlandse vrienden die ze vertrouwde noemde ze hen de "200 percenters".

- Selma vertelde over het taleninstituut. In haar lessen mocht ze alleen exacte Engelse vertalingen van Chinese politieke teksten gebruiken. Straks spraken haar studenten een onbegrijpelijk soort Engels, voorspelde ze, maar als ze iets in die richting zei, werd haar de mond gesnoerd door Chinese collega's of haar eigen studenten. Volgens hen moest een buitenlandse taal een "bruikbaar gereedschap in de klassenstrijd" zijn. Allemaal goed en wel, vond Selma, maar het belangrijkste was toch wel dat de mensen begrepen waar je het over had.

- Selma vroeg haar vader om leerboekjes Engels op te sturen. "Hier is ook wel materiaal maar dat begint met: "I love Chairman Mao". En gaat verder met: "I want to build the revolution." Terwijl ik het daar wel mee eens ben, wil ik toch liever dat mijn kinderen in Engeland een kopje thee kunnen bestellen."

- Jiang Qing en haar getrouwen gebruikten het moment om een "socialistische zuivering van de kunst" te ontketenen. Schrijvers en kunstenaars moesten voortaan putten uit de wereld van arbeiders en boeren en niet meer uit het "feodale" verleden. De Chinese klassieken over keizers en krijgsheren hadden een verderfelijke invloed. De Culturele Revolutie moest daar iets aan doen.

- Onder leiding van Lin Piao was het Rode Boekje samengesteld, een bundeling van citaten van Mao. Het was sinds kort gebruikelijk om het altijd bij je te hebben en zichtbaar een hoek uit je broekzak te laten steken.

- De docent werd geslagen, Sterke jongens trokken de armen van het slachtoffer naar achteren en duwden het hoofd naar beneden. De "vliegtuigpositie" werd dat genoemd.

- Het grootste probleem voor Dop was niet eens dat hij bijna nooit een krant in handen kreeg, want wat er werkelijk gebeurde stond daar zelden in. Voor het echte nieuws moest je in Peking zijn. Je moest bij vrienden en kennissen langsgaan, luisteren naar hun geruchten en daaruit zelf verschillende mogelijke scenario's samenstellen.
 
Ik heb mijn bespreking uit 2016 hier ongewijzigd overgenomen.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.
 

dinsdag 8 oktober 2024

Carolijn Visser: Argentijnse avonden

 

 
"Argentijnse avonden" is de biografie van Carolijn Visser over de Rotterdammer Rinus van Mastrigt en zijn dochters Ida en Miep.
 
Rinus vertrok in november 1937 op 24-jarige leeftijd voor een fietstocht naar Zuid-Oost Azië. Hij kwam aan in Malakka, werd ziek en de familie van zijn verloofde vond dat zij hem op moest zoeken (ze kon hem toch niet helemaal alleen in de vreemde dood laten gaan?). Rinus knapte op en trouwde met Ida. Ze kregen samen twee kinderen: Ida en Miep.
 
Toen kwam de oorlog en werd Rinus gevangengenomen en kwam hij in Japan in een Jappenkamp terecht. Toen Rinus vrijkwam bleek zijn vrouw het met andere mannen te hebben aangelegd. Ze scheidden, Rinus stuurde zijn twee dochters vooruit naar zijn ouders in Rotterdam en kwam zelf later ook naar Nederland.
 
Daar kon hij niet aarden en besloot hij om te emigreren naar Argentinië. Na een paar jaar daar te hebben gewoond liet hij zijn dochters overkomen.
 
Het grootste deel van het boek is gewijd aan het leven van Rinus en zijn dochters in Argentinië.
 
Het boek geeft een prachtig beeld van de leefwereld van een geëmigreerd gezin en van de besloten Nederlandse gemeenschap van een klein stadje in Argentinië. Het boek begint en eindigt met een bezoek van de koninklijke familie aan het stadje in 2006.
 
Het boek is gebaseerd op documenten in het bezit van dochter Ida. Met dit boek blijkt Carolijn Visser opnieuw een van de beste Nederlandstalige schrijvers.
 
Citaten:
 
- Rinus had ook weinig zin zijn ouders op de hoogte te stellen van het treurige nieuws. Hij vond dat hij gefaald had en wilde hen niet belasten met zijn zorgen. Hij had de dominee al eerder een brief laten sturen aan Ida. Zij had moeten beloven te zwijgen tegen de Van Mastrigts. Ida's moeder had gezegd dat ze naar Singapore moest gaan. Ida, die net drieëntwintig was geworden, zag enorm op tegen zo'n verre reis in haar eentje. Ze was nog nooit buiten Nederland geweest. "Je kunt Rinus daar niet alleen laten sterven," zei de kostersvrouw en ze schraapte het geld voor de reis bij elkaar. Op 15 augustus, de dag dat Rinus opnieuw onder het mes zou gaan, ging Ida in Rotterdam aan boord. Ze zou een maand onderweg zijn. 

- Hij schreef niet dat hij behandeld werd aan een grote wond aan zijn been, het gevolg van ondervoeding. Rinus werd hierdoor ingedeeld bij de eerste groep die geëvacueerd werd met het Amerikaanse Rode Kruis-schip Sanctuary. "Wat eten betreft is het hier een lustoord. We kunnen zoveel krijgen als we willen. Vlees, eieren, melk, tomaten, groenten, sinaasappelen, boter, aardappelen. Buiten hetgeen de keuken verstrekt, krijgen we dagelijks nog 3 flesjes bier, 3 stukken chocola, een pakje koekjes, sigaren, sigaretten. Verder kun je in de cantines de hele dag door koffie, thee, cola enzo drinken, waarbij je weer koekjes krijgt, ook weer zoveel als je wilt hebben, er is nergens gebrek aan. Wat hebben die Amerikanen het goed voor elkaar."

- Die februariavond, toen de meisjes voor het eerst over de lange trap naar boven kwamen geklauterd, hadden de Van Mastrigts hen verbijsterd opgenomen. Waren dit hun kleinkinderen? Ze hadden geen schoenen aan! Hun blote voeten, hun gezichten en hun handen zagen zwart van het vuil. Al die weken aan boord hadden ze zich niet gewassen. Hun haar, waar in Batavia nog zulke mooie strikken in hadden gezeten, was de hele reis ongekamd gebleven en zat nu om het hoofd geklit. De meisjes waren uitgehongerd en vielen aan op de boterhammen die hun grootmoeder haastig voor hen smeerde. Gulzig klokten ze glazen melk naar binnen. Jan, een jongere broer van Rinus, ging meteen water verwarmen en zette een teil in de woonkamer. Samen met zijn moeder schrobde hij de meisjes schoon. Ze hadden vast luis, veronderstelde vader Van Mastrigt. Hij haalde een luizenkam en DDT-poeder uit de winkel. De kleren van de meisjes gingen de potkachel in, want daar zou wel ongedierte in zitten, dat moesten ze niet in huis hebben. Ida'tje en Miep kregen elk een nachtpon aan van een van de zusters van Rinus; die sleepten over de grond achter hen aan, maar zo hadden ze in ieder geval iets schoons aan.
 
- Cor, de jongere broer van Rinus, begreep het wel. Die zou later over dit vertrek en over de fietstocht naar Indië zeggen: "Rinus was een genie. Dat was eigenlijk het probleem. Hij kon alles, maar hier kon hij zijn ei niet kwijt. Nederland was gewoon te klein voor hem."
 
Toen Rinus in Argentinië aankwam:
- Buenos Aires telde toen al ruim drie miljoen inwoners. Trams, autobussen en zwarte automobielen denderden langs de hotelkamer die Rinus deelde met een andere passagier van de Alphard. Geïmponeerd dwaalden de twee mannen door het luxueuze warenhuis Harrods. Deze Argentijnse dependance verkocht alles wat in de beroemde Londense zaak ook te krijgen was. De winkel omvatte acht verdiepingen met cederhouten vloeren. Klanten werden in de entreehal van zwart-wit marmer verwelkomd door het huisorkest. Er was een draaimolen voor de kinderen. Het aanbod van meubels, porselein en kleding overweldigde de twee Nederlanders, die tot voor kort alleen spullen op de bon hadden kunnen kopen. Argentinië was vrijwel de hele oorlog neutraal gebleven en had met de hele wereld goede zaken gedaan. Het land floreerde.
 
- Wat Miep niet aan Rinus had verteld was dat ze ook haar moeder wilde bezoeken. Via het Rode Kruis had ze haar adres achterhaald. Ze heette nu Ida Broere en woonde in Vianen. Op een avond reed oom Cor Miep erheen. Cor bleef in de auto zitten. Miep belde aan.
 Een man deed open en Miep stapte naar binnen. In de woonkamer trof ze een vrouw aan tafel. "Ik ben je dochter," zei Miep. "Ik ben gekomen om je te zeggen hoe erg ik het vind dat je mij in de steek hebt gelaten als kind. Mijn hele leven heb ik daaronder geleden. Ik heb nu veel problemen en die zijn allemaal te wijten aan jou."
 Na die woorden draaide ze zich om, liep het huis uit, opende het portier van de auto en ging weer naast haar oom Cor zitten. "Ik heb gezegd wat ik te zeggen had," zei ze. "We kunnen gaan."

- "... In heel Latijns-Amerika is het een janboel. In de tweeëntwintig jaar dat ik nu in Argentinië ben zijn er tien presidenten geweest en niet één daarvan is op een normale manier aan de macht gekomen of vertrokken."

- Jet van der Velde, twintig jaar lang domineesvrouw te Tres Arroyos, zou later over de man-vrouwverhouding binnen de kolonie zeggen: "Om te beginnen staat de man natuurlijk ver bóven de vrouw, dat is in de Bijbel te lezen. Vervolgens is het belangrijkste in het leven van de man zijn liefde voor God. Dat is een exclusief contact met het hogere. Die liefde voor God komt voor hem ook op de tweede, de derde en de vierde plaats. Dan pas volgt de liefde die hij voelt voor vrouw en kinderen. Die is van een lagere orde en om daar uiting aan te geven is ongepast."

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 1 juli 2024

Claire Tomalin: Samuel Pepys

Claire Tomalin: Samuel Pepys: The Unequalled Self (Groot-Brittannië, 2002): 378 blz: Uitgeverij Alfred A. Knopf
 

 
Samuel Pepys (1633-1703) wordt in Brits marinekringen herdacht als een man die in zijn tijd (ongeveer 1665-1690) een belangrijke functie had bij de marine en verschillende hervormingen heeft doorgevoerd. Maar bij het grote publiek is Pepys vooral bekend als de schrijver van een omvangrijk dagboek dat hij dagelijks heeft bijgehouden van 1 januari 1660 tot 31 mei 1669. 
 
Het dagboek staat bekend om zijn openhartigheid en vertelt ons veel over de werkzaamheden van Pepys, maar ook over zijn huiselijk leven met zijn vrouw Elizabeth en over zijn vele affaires met tal van vrouwen, waar Elizabeth niets van wist.
 
Ik heb ooit een driedelige versie van de dagboeken gekocht in Oxford en de eerste 2 jaren uit het dagboek gelezen. Ook heb ik in het Nederlands een uitgave met fragmenten uit het dagboek gelezen die is verschenen in de serie Privé-domein. 
 
Ik vond de dagboeken niet bijster interessant, maar om meer te weten te komen over het leven van Pepys heb ik het boek van Claire Tomalin gelezen. Deze biografie is natuurlijk vooral gebaseerd op de dagboeken, maar ook op tal van andere bronnen. Ik vind de biografie erg onderhoudend en uitstekend leesbaar. Zeer geschikt als alternatief voor of als complement bij de dagboeken van Pepys!
 
Citaten:
- Pepys was a good scholar, able to read Latin for pleasure all his life; and that very skill may have helped to leave his English free and uncluttered for the Diary, the language of life as opposed to the elaborately constructed formulations of the classroom and study.

Over het verwijderen van zijn niersteen:
- The surgeon got to work. First he inserted a thin silver instrument, the itinerarium, through the penis into the bladder to help position the stone. Then he made the incision, about three inches long and a finger's breadth from the line running between scrotum and anus, and into the neck of the bladder, or just below it. The patient's face was sponged as the incision was made. The stone was sought, found and grasped with pincers; the more speedily it could be got out the better. Once out, the wound was not stitched - it was thought best to let it drain and cicatrize itself - but simply washed and covered with a dressing, or even kept open at first with a small roll of soft cloth known as a tent, dipped in egg white. A plaster of egg yolk, rose vinegar and anointing oils was then applied.

- Hollier could be proud of his work, especially considering the size of Pepys's stone, described as "very great" by his medical colleagues; it was as big as a tennis ball, according to Evelyn, who saw it later.

Over het dagboek:
- It is clear that Pepys made up his mind from the start that each day was to have its entry. He kept to this plan, and when he was not able to write on the day he would catch up, as he often explains he is doing in the text, occasionally expressing his pleasure in the process.
 
- Pepys's Diary is from its first pages doing so many things at once that it can be daunting. It lists places visited and people encountered, without explaining where or who they are. It chronicles contemporary history: Londoners building bonfires to proclaim good riddance to a detested patliament, the ecstatic festivities accompanying the coronation of the restored king. It provides the first full and direct account ever of a man starting uncertainly on a professional career and finding to his own surprise, that work is one of the major pleasures of life. It supplies much of the detail of his working practice, and also of his daily domestic experience. It is full of music, theatre, sermons, paintings, books and scientific devices. It is a tale of ambition and acquisition, and money is one of its obsessive themes: how it is made, how borrowed and lent, how spent, how saved, how hidden. Money in all its forms runs through the pages, as pieces of gold and bags of silver, shiploads of spices and silks, bribes, wages, debts, loans, payments, inheritances, Exchequer tallies (hazelwood sticks on which the amount of every loan to the government was notched) and the first paper promissory notes. When the Diary starts, Pepys has hardly 25 pounds to his name; when it ends less that ten years later he has a fortune of 10,000 pounds.
 
- Sandwich had to explain to Pepys that it was not the salary that made a man rich, but the "opportunities of getting money while he is in the place". He appreciated the point as gold pieces, silver tankards, barrels of oysters and presents for Elizabeth came in.

- "My business is a delight to me," he wrote; and it "has taken me of from all my former delights." Again, "I find that two days' neglect of business doth give me more discontent in mind than ten times the pleasure thereof can repair again, be it what it will."

Een verslag van de pestuitbraak in het dagboek:
- I having stayed in the city till above 7400 died in one week, and of them above 6000 of the plague, and little noise heard day nor night but tolling of bells; till I could walk Lombard Street and not meet twenty persons from one end to the other, and not fifty upon the Exchange; till whole families (ten and twelve together) have been swept away; till my very physican, Dr. Burnet, who undertook to secure me against any infection ... died himself of the plague; till the nights (though much lengthened) are grown too short to conceal the burials of those that died the day before, people thereby constrained to borrow daylight for that service; lastly, till I could find neither meat nor drink safe, the butcheries being everywhere visited, my brewer's house shut up, and my baker with his whole family dead of the plague. Yet, Madam, through God's blessing and the good humours begot in my attendance upon our late Amours [he means the recent wedding] your poor servant is in a perfect state of health.

Naar aanleiding van de oorlog met de Nederlanders:
- Batten, much as he disliked him, sometimes pleased him with his seadog's turn of phrase: ""By God," says he, "I think the Devil shits Dutchmen.""

- While Elizabeth was alive, Pepys entertainments had been the theatre, shopping and making improvements to the house; the Royal Society meetings; walks and excursions on the river; reading and music, whether listening or making it himself: he had written in the Diary on a cheerless day that "music is the thing of the world that I love most, and all the pleasure almost that I can now take," and this remained true for him through good and bad times. There was also dining with friends and inviting them to the house, gossiping and pursuing women.

- Many of Pepys's virtues appear in these notes - his openmindedness, for instance, as he insists of the superiority of the diet of the Turkish navy, almost meatless and rich in water, oil, olives and rice, over the beef-and-beer-obsessed English. We see the genesis of what became the Navy List as he jots down the idea of a list of all captains, to be drawn up: he saw that proper list-making was an essential adjunct to discipline. He was also insistent on the importance of captains keeping proper journals of all voyages, which many simply did not bother to do. He broods on the education of officers ...

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 11 juni 2024

Andrew Robinson: Satyajit Ray

Andrew Robinson: Satyajit Ray: The Inner Eye (Groot-Brittannië, 1989): 364 blz: Uitgeverij I.B. Tauris
 

 
Satyajit Ray. Wie, zullen jullie zeggen. Ik vermoed dat verreweg de meeste Nederlanders nog nooit van deze man hebben gehoord. Toch wordt Satyajit Ray door filmcritici en filmliefhebbers van over de hele wereld, beschouwd als een van de belangrijkste regisseurs ooit.

Satyajit Ray, was geboren in Calcutta in 1921 en stierf ook daar in 1992, op 70-jarige leeftijd. Tussen 1955 (Pather Panchali, Song of the Little Road) en 1992 (Agantuk, The Stranger) heeft hij in totaal 37 films gemaakt, waarvan ik er inmiddels 22 in huis heb en heb gezien. Zelf beschouw ik het oeuvre van Ray, als het meest interessante oeuvre van een filmmaker dat ik ken.

Ray wordt in de eerste plaats geroemd als filmmaker, maar hij was op meerdere terreinen zeer begaafd. Hij was een van bekendste Bengaalse schrijvers en voor de meeste van zijn films schreef hij zelf het script. Hij redigeerde een tijdschrift voor kinderen waarbij hij alles deed: hij schreef de teksten, maakte de illustraties en maakte zelfs de kruiswoordpuzzels.

Ook was hij een zeer begaafd componist. Voor zijn eerste films liet hij de muziek componeren door bekende musici als Ravi Shankar en Ali Akbar Khan. Hij was niet heel erg tevreden over die samenwerking en bedacht dat hij het zelf beter kon. Voor het overgrote deel van zijn films componeerde hij zelf de muziek. Wie de muziek van zijn latere films beluistert, moet hem gelijk geven, hij kon het zelf inderdaad beter.

Hij was opgeleid voor grafisch vormgever. De illustraties die hij heeft gemaakt voor boekomslagen worden wereldwijd geroemd. Ook bemoeide hij zich met het ontwerpen van decors en kostuums.

Voor een wereldberoemde artiest, had hij weinig pretenties. Hij woonde samen met zijn vrouw en zijn enige zoon in een gehuurde flat in Calcutta en leefde vrij eenvoudig. Omdat hij spaarzaam met zijn middelen omging kon hij vrij goedkoop films maken, zonder enige concessies te doen aan zijn artistieke vrijheid. Al met al heeft dit een groot aantal prachtige films opgeleverd.

Ik heb bovenstaand stukje geschreven na mijn lezing van de biografie van Andrew Robinson in 2019. Destijds had ik uitgebreid aandachtstreepjes in mijn exemplaar gezet en ook een aantal mogelijke citaten genummerd. Het was nu wel heel makkelijk om de juiste citaten bij deze bespreking te vinden.
 
In vergelijking met de biografie van Marie Seton die ik een paar dagen terug heb besproken is die van Andrew Robinson geschreven in een Engels dat een stuk moeizamer leest. Robinson schrijft wel zeer onderhoudend en zijn besprekingen van de films van Ray zijn veel uitgebreider. Ik denk dat ik de voorkeur geef aan de biografie van Andrew Robinson. Ik vraag mij nu wel af wanneer ik de films van Satyajit Ray weer eens ga bekijken, ze zijn geweldig!

Satyajit Ray is niet een filmmaker die je op een of twee films moet beoordelen. Het is iemand van wie je een aantal films gezien moet hebben om de omvang van zijn genialiteit te beseffen. Het helpt ook erg als je geïnteresseerd bent in vreemde culturen, in dit geval de Indiase cultuur. Waarschijnlijk is er geen andere regisseur te bedenken die zijn eigen cultuur zo alomvattend in beeld heeft gebracht. Ik denk ook dat het zo is, dat je als je een film van Ray goed vindt, je ze waarschijnlijk allemaal goed vindt, en dat als je een film vindt tegenvallen, je ze waarschijnlijk allemaal vindt tegenvallen.

Citaten:
- Watching Ray's films again as a body of work reminded me, once more, of his incredible range - of period, setting, social class, tone and genre. No other film-maker, apart maybe from Kurosawa (though his depiction of women is notably inferior to Ray's), has encompassed a whole culture; and no other film-maker, full stop, has covered such a range, from pure farce to high tragedy and from musical fantasies to detective stories. Satyajit Ray, whatever some superficial or ignorant critics may say, is not primarily the maker of the Apu Trilogy. I fear that his range may never be fully understood, given that the films describe Bengal, which (unlike Japan) is of little political, economic or cultural importance to the world - and in a language unknown even to most Indians.

- Apart from some months during his childhood and about six months in Europe in 1950, Ray's life has been spent in Calcutta. As he later remarked to me, "I don't feel very creative when I'm abroad somehow. In need to be in my chair in Calcutta."

- You can feel Ray's powers of observation acting upon you in a manner that goes a long way to explaining the psychological intensity of his films, "the pleasure of recognising the familiar pin-pointed by art".

- But I have yet to meet anyone with a genuine feeling for a subject that interests Ray who did not enjoy talking to him about it - whether it was cinema, music, painting, literature, a new scientific theory, cricket, the fast-changing face of Calcutta, someone he admires, or any of a host of other things, often quite unexpected.

- Considering Ray's love of music of all kinds, which he believed to be greater than his love of cinema, and given that he has composed most of the background scores for his films along with many songs, it seems odd that Satyajit learnt no musical instrument in his youth, Indian or western.

- One of Ray's cardinal principles was to apply himself only to that at which he was naturally gifted; he felt that the Bengalis, in the name of security and respectability, were much too inclined to encourage round pegs to try to fit themselves into square holes.

- In fact Ray's whole sensibility, when he left Presidency College, was tuned to the West - its literature, paintings, music and films. They were what excited him the most.

- "Death or suffering, if on a vast enough scale seem almost meaningless, like the stars or the waves of the sea. A single person's dying, even of a person one doesn't know, can shock one more than that of millions. And death by famine, anyway in a big Indian city, may from a casual glance scarcely noticed at first."

- ... Ray had analysed the failure of Indian directors to grasp the nature of the medium, and concluded with a resounding manifesto: "The raw material of cinema is life itself. It is incredible that a country that has inspired so much painting and music and poetry should fail to move the film-maker. He has only to keep his eyes open, and his ears. Let him do so."

- I would make my film exactly as De Sica has made his: working with non-professional actors, using modest resources, and shooting on actual locations. 

- No amount of technical polish can make up for artificiality of theme and dishonesty of treatment. The Indian film-maker must turn to life, to reality. De Sica, and not De Mille, should be his ideal.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 10 juni 2024

Marie Seton: Satyajit Ray

Marie Seton: Satyajit Ray: Portrait of a Director (Groot-Brittannië, 1971): 332 blz: Uitgeverij Penguin
 

 
Satyajit Ray. Wie, zullen jullie zeggen. Ik vermoed dat verreweg de meeste Nederlanders nog nooit van deze man hebben gehoord. Toch wordt Satyajit Ray door filmcritici en filmliefhebbers van over de hele wereld, beschouwd als een van de belangrijkste regisseurs ooit.

Satyajit Ray, was geboren in Calcutta in 1921 en stierf ook daar in 1992, op 70-jarige leeftijd. Tussen 1955 (Pather Panchali, Song of the Little Road) en 1992 (Agantuk, The Stranger) heeft hij in totaal 37 films gemaakt, waarvan ik er inmiddels 22 in huis heb en heb gezien. Zelf beschouw ik het oeuvre van Ray, als het meest interessante oeuvre van een filmmaker dat ik ken.

Ray wordt in de eerste plaats geroemd als filmmaker, maar hij was op meerdere terreinen zeer begaafd. Hij was een van bekendste Bengaalse schrijvers en voor de meeste van zijn films schreef hij zelf het script. Hij redigeerde een tijdschrift voor kinderen waarbij hij alles deed: hij schreef de teksten, maakte de illustraties en maakte zelfs de kruiswoordpuzzels.

Ook was hij een zeer begaafd componist. Voor zijn eerste films liet hij de muziek componeren door bekende musici als Ravi Shankar en Ali Akbar Khan. Hij was niet heel erg tevreden over die samenwerking en bedacht dat hij het zelf beter kon. Voor het overgrote deel van zijn films componeerde hij zelf de muziek. Wie de muziek van zijn latere films beluistert, moet hem gelijk geven, hij kon het zelf inderdaad beter.

Hij was opgeleid voor grafisch vormgever. De illustraties die hij heeft gemaakt voor boekomslagen worden wereldwijd geroemd. Ook bemoeide hij zich met het ontwerpen van decors en kostuums.

Voor een wereldberoemde artiest, had hij weinig pretenties. Hij woonde samen met zijn vrouw en zijn enige zoon in een gehuurde flat in Calcutta en leefde vrij eenvoudig. Omdat hij spaarzaam met zijn middelen omging kon hij vrij goedkoop films maken, zonder enige concessies te doen aan zijn artistieke vrijheid. Al met al heeft dit een groot aantal prachtige films opgeleverd.

Marie Seton was een familievriend van Ray's familie en heeft veel met hem opgetrokken. De biografie van Marie Seton was de eerste biografie over Satyajit Ray, is in eenvoudig Engels opgeschreven en leest vrij makkelijk weg. In deze biografie staan een groot aantal foto's genomen uit de films.

Satyajit Ray is niet een filmmaker die je op een of twee films moet beoordelen. Het is iemand van wie je een aantal films gezien moet hebben om de omvang van zijn genialiteit te beseffen. Het helpt ook erg als je geïnteresseerd bent in vreemde culturen, in dit geval de Indiase cultuur. Waarschijnlijk is er geen andere regisseur te bedenken die zijn eigen cultuur zo alomvattend in beeld heeft gebracht. Ik denk ook dat het zo is, dat je als je een film van Ray goed vindt, je ze waarschijnlijk allemaal goed vindt, en dat als je een film vindt tegenvallen, je ze waarschijnlijk allemaal vindt tegenvallen.
 
Citaten:
- Bengali, in which Satyajit Ray intended to make Pather Panchali, is spoken by some twenty million people and by scattered Bengalis in other states.
 
- As Ray has stressed: "Books are not primarily written to be filmed. If they were, they would read like scenarios; and, if they were good scenarios, they would probably read badly as literature."

- "But I did know that to get a child to do what you asked, you went down whispering in conspirational tones - just between you and he, and no one else!" said Satyajit with mock reproachfulness.

- The nuances of speech are most important to Ray: "Film dialogue must have the feel of lifelike speech, as opposed to literary and dramatic speech. Then only can it have the true plastic quality which can enhance a film instead of stultifying it."

- In one respect Devi brought Satyajit Ray to an impasse - in the question of music, which was of the utmost importance to him. Up to the completion of Devi only the three most creative musicians had worked with him: Ravi Shankar for the music of the  Apu Trilogy and the ironic fantasy Paras Pathar; Ustad Vilayat Khan for Jalsalgar; and for Devi, Ali Akbar Khan. ...
 Musically, a turning point had been reached. With extensive knowledge of music, a phenomenal musical memory, yet no training as musician, Ray reached the decision to attempt to compose his own music for his future films.
 
- Ray found "the entire conventional approach (as exemplified by even the best American and British films) is wrong. Because the conventional approach tells you that the best way to tell a story is to leave out all except those elements which are directly related to the story, while the master's work clearly indicates that if your theme is strong and simple, then you can include a hundred little apparently irrelevant details which, instead of obscuring the theme, only help to intensify it by contrast, and in addition create the illusion of actuality better."

- "A set is not a replica of what already exists, otherwise there would be no need for designers. A film set is build for the camera and for the camera angles only. Anything that is not effective through the lens is waste of good money and effort, however pleasing it might look to the naked eye ..."

- ... Ray went on to explain that in casting a character, major or minor, he is guided by appearance rather than by any proven capacity in a person to act. ... He does not show an actor how to portray the character, instead he encourages them to interpret the character in their own way.

- For instance, a full-bodied treatment of a story of physical passion - and such stories, great ones even, are not lacking in our literature - is unthinkable on the Indian screen. I used a shot of a couple kissing in Devi, but did not venture beyond a long shot with the lovers silhouetted behind a mosquito netting.
... The scenes of love making in Indian films have therefore been reduced to a formula of clasping hands, longing looks, and vapid, supposedly armorous verbal exchanges - not to speak of love duets sung against artificial romantic backdrops.

- ... Ray said, "I mix European and Eastern and our Oriental music because our lifestyle is a mixture, anyway ... If you use purely classical Indian music in films, which are for instance, contemporary in theme and look - urban contemporary - it doesn''t sound right. So I generally combine."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 5 juni 2024

J.D.F. Jones: Teller of Many Tales

J.D.F. Jones: Teller of Many Tales: The Lives of Laurens van der Post (Groot-Brittannië, 2001): 448 blz: Uitgeverij Carroll & Graf
 

 
Laurens van der Post (1906-1996) was een Zuid-Afrikaanse schrijver die gedurende de laatste 40 jaar van zijn leven wereldberoemd was in de Engelstalige wereld, veel beroemdheden als vrienden had en die gold als een wereldwijde autoriteit op het gebied van Zuid-Afrika en in het bijzonder de Bosjesmannen en de psychotherapie volgens en de persoon van Carl Gustav Jung, die door Laurens werd beschouwd als de meest geniale persoon die hij ooit had ontmoet.

Laurens van der Post was volgens iedereen een knappe en zeer innemende en charmante man die een geweldige verhalenverteller was. Hij kon voor een klein of een groot publiek urenlang verhalen vertellen zonder dat hij enige notities had gemaakt en wist zijn toehoorders van begin tot eind te boeien. Iedereen hield van Laurens van der Post. Wat men niet wist was dat Laurens van der Post zijn verhalen over zijn eigen leven mooier maakte dan ze waren, zijn eigen rol ophemelde en de rol van anderen kleineerde. Zijn biograaf heeft als een ware detective onderzocht in hoeverre de verhalen die Laurens van der Post vertelde in zijn boeken overeenstemden met de feitelijke waarheid. Het nogal onthutsende resultaat is dat Laurens vrijwel zijn hele levensverhaal gelogen heeft.

In "Teller of Many Tales" komen heel veel passages voor waarin Laurens iets verteld heeft, waarbij zijn biograaf tot de conclusie komt dat, wat hij verteld heeft, onwaar is, of juister gezegd gelogen. In feite was Laurens van der Post de Zuid-Afrikaanse Boudewijn Büch, die ook een pathetische leugenaar was, al heeft Eva Rovers, de biografe van Büch daar veel minder de nadruk op gelegd dan Jones, de biograaf van Laurens van der Post.

Citaten:
- How did an Africaner lad of no apparent distinction, the near-youngest son of a large, respectable but not particularly notable Afrikaans-speaking family in the South African interior, emerge to be an international figure, a best-selling writer, an adviser to a British Prime Minister, counsellor to the future King of England and godfather to his heir, recognised authority on both the Bushmen and the great Swiss psychologist C.G. Jung, patron of the environment movement, and an inspiration to countless men and women around the world?

- As a detective, I have had to trace the origins and provenance of Laurens' stories about his life. As this book will make clear, he was a master fabricator. His stories, often a complex web of truth and lies, were tailored for different audiences. His books, at least until the final years, were carefully constructed and relatively watertight, his broadcasts and newspaper interviews less so. His correspondence and private conversations (which occasionally surface in diaries and memoirs) often boasted fantastic mutations of the actual truth.

- Laurens' later written descriptions of this period are highly imaginative. For instance, he says that his Philippolis household frequently entertained the South African political leaders of the day, including the country's most famous statesman, General Smuts: the household affairs, minutely recorded in the archives, show no such visits.

- In Laurens' life there is an unending confusion between the fact and the fiction which is sometimes impossible to disentangle. From an early age Laurens slipped easily from literal truth to what he saw as imaginative truth. The important key is this: whenever he amended the literal truth, whether in his books or in his conversation, he invariable did it to promote himself - to position himself at the centre. ... Laurens would always be the Hero of his tale.

- I remember as a boy of 14 writing in my diary, "I shall live my life as if it belongs not only to me but to all those who might come to love me."

- In Venture tot the interior we find for the first time one of Laurens' constant themes: "We live not only our individual life but, whether we like it or not, also the life of our time."

De 46-jarige Laurens van der Post werd door haar ouders met wie hij bevriend was, gevraagd de 14-jarige Bonny te begeleiden op een bootreis van Zuid-Afrika naar Engeland:
- The result was that Laurens seduced Bonny on the ship and continued to sleep with her for more than a year in London. ... 
 One day, now fifteen, she told him that she had missed a period - she still didn't understand what that meant. She was utterly innocent, her mother had told of birds and bees, but amazingly she had not grasped that love might lead to pregnancy. "I can't handle this," said Laurens. Two days later she was on the boat back to South Africa. She never heard from him again.
 Bonny says that she now thinks that Laurens was "sick" and that "he knew how to pick his victims."
 
Laurens vertelde over een bezoek aan de Kalahari woestijn:
- "... There were snakes as I had never imagined them, sometimes hanging down from the topmost branches of trees and pecking viciously at the heads of my bearers as they sat on top of the truck ..." (This last image is derided by other travellers to the region.)

- Professionals, preparing to devote years rather than days to their Bushman studies, soon realised that Laurens was generalising about a far more diverse and complex society than he ever guessed. He talked and wrote of "the Bushmen". Successors agreed that there was nothing so simple. To the new professionals, a sequence of fleeting visits into the desert, a slight familiarity with rock paintings and a brief camp-site a mile away from one Bushman clan, was not an adequate foundation for five books, a television series and a lifetime of lecturing.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 31 mei 2024

V.S. Pritchett: The Gentle Barbarian

V.S. Pritchett: The Gentle Barbarian: The Life and Work of Turgenev (Groot-Brittannië, 1977): 241 blz: Uitgeverij Vintage Books


 
V.S. (Victor Swadon) Pritchett (1900-1997) was een Britse schrijver die vooral bekend is geworden als schrijver van korte verhalen en als literair criticus. Pritchett beheerste vloeiend Frans, Duits en Spaans, maar geen Russisch. Behalve deze biografie over Toergenjev heeft Pritchett ook een prachtige korte biografie over Anton Tsjechov geschreven.
 
Pritchett is een welhaast ideale biograaf. Hij combineert in "The Gentle Barbarian" een levensbeschrijving van Toergenjev met een kritische evaluatie van zijn belangrijkste werken. Hij schrijft zeer economisch, in een zeer prettig leesbare stijl en vertelt zijn verhaal in slechts 241 bladzijden. Hier zouden andere biografen, die vaak veel te lang van stof zijn, een voorbeeld aan kunnen nemen. "The Gentle Barbarian" is wat mij betreft een geweldige biografie over een belangrijke schrijver.
 
Citaten:
- His ear for French or German was remarkable: he was a born mimic and with a gift for play-acting and fantasy. His real education, as was apt to happen to the children of the gentry, was given him by the servants. He listened to their stories, knew the barbarous wrongs his mother inflicted on them; starved of the despised Russian language in family life, he heard it continually from them.

- I was convinced that in Russia one could acquire only a certain amount of elementary knowledge and that the source of true knowledge was to be found abroad. In those days there was not a single man among the professors and lecturers at the University of Petersburg who could shake that conviction of mine; indeed they themselves were imbued with it ...

- Turgenev was an apolitical young poet with one passionate political conviction: the son of the despotic owner of five thousand serfs was convinced that serfdom was a cruel and corrupting form of slavery and was at the root of Russian inertia and backwardness.

- His letters of this time are the happy letters of a mind finding itself and growing. It is a cultivated mind. It is endlessly curious. It is spirited and critical: the letters are brilliant, changeable, discursive talk, all personality.

- ... platonic love affairs live by words and not deeds.

- There was something, he said, that goes straight to the heart in being on one's native soil, among people who talk your own language and who, good or bad, are made of the same clay as oneself.

- It was always Turgenev's habit to start with models from real life and, as many writers do, to transfer them to other scenes or to add bits of other people and aspects of himself to them.

- Turgenev knew he could draw still portraits: he must somehow create the illusion of life rippling through them. He was by nature summary and intense. He now wrote down a list of the types that interested him, putting the real names of the persons, often several similar people compressed into one. Since he had no faculty for dramatic plot, he wrote a minute factual biography of each one, adding to it and noting every trait and gesture. His experience as a playwright led him to choose the closed scene in which people come in and go off, as on the stage; and his practice as a writer of short stories made him build his novels of short episodes complete in themselves, with a pause or interval between them, after which the next movement can begin in a new key.

Over Roedin:
- What captivates us is the simplicity, the easy grace of this novel, the tact with which he makes short chapters crystallise and contain the talk and the silences in which each character grows more clearly under our eyes.

- Turgenev reflected on Tolstoy's reckless, extrovert life of action and remorse and concluded that the fault of his own generation was that "we have little contact with real life, i.e. with living people, we read too much and think abstractly."

- Planning a novel is very fatiguing work, particularly as it leaves no visible traces behind it; you lie on the sofa turning some character and situation over in your mind, then you suddenly realise that three or four hours have passed and you don't seem to have anything to show for it ... to tell you the truth there are very few pleasures in our trade.

Toergenjew over zijn schrijfmethode:
- I have heard it said ... not once but many times that in my works I always "started with an idea or developed an idea" ... I never attempted "to create a character" unless I had as my starting point not an idea but a living person to whom the appropiate elements were later on gradually attached and added. Not possessing a great amount of free inventive power, I always felt the need of some firm ground on which I could plant my feet.

- Reformers never do anything. All they talk about is art and parliaments when the important question is getting enough to eat.

- The artist must serve the Muse, serve her and no one else. "An unhappy marriage may do something for a talent, but a happy one is no good at all."

- Biography has the fundamental weakness that it can rarely tell us what was was said or unsaid between the parties: it is a novel without dialogue.

- But Turgenev did not speak English well. He pitied the English, as Herzen had done, for their mania for work and rushing to the office; he despised English painting but he deeply admired English political institutions.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 28 mei 2024

Farley Mowat: Woman in the Mists

Farley Mowat: Woman in the Mists: The Story of Dian Fossey and the Mountain Gorilla's of Africa (Canada, 1987): 367 blz: Uitgeverij Warner Books
 

 
"Woman in the Mists" is een biografie over de Amerikaanse gorilla-onderzoeker en natuurbeschermer Dian Fossey (1932-1985). Farley Mowat heeft voor zijn biografie veel gebruik gemaakt van teksten die door Dian Fossey zelf zijn geschreven. Om deze teksten te onderscheiden van zijn eigen teksten zijn de teksten van Dian Fossey in het boek steeds vetgedrukt.
 
Dian Fossey deed vanaf 1967 onderzoek naar de berggorilla's in het Virunga Nationaal Park in Rwanda. Zij is onder primatologen beroemd geworden door haar baanbrekende onderzoek. Tijdens haar onderzoek kreeg Dian Fossey steeds meer te maken met illegale stroperij die veel gorilla's het leven kostten. Daarom ging zij zich steeds meer richten op de bestrijding van de stroperij en werd daarmee berucht. Na de dood van Dian Fossey werd een speelfilm gemaakt over haar leven met als titel "Gorilla's in de mist" en met als hoofdrolspeelster Sigourney Weaver.
 
"Woman in the Mists" is een uitstekend geschreven biografie die goed de dillema's weergeeft waarmee Dian Fossey te maken had. Dit boek stond op mijn lijst met mijn favoriete biografieën, maar ik haal het daarvan af omdat ik toch wel een naar gevoel overhoud aan het lezen ervan. Ik had graag wat meer gelezen over het onderzoek dat Dian Fossey deed en veel minder over haar activiteiten om het stropen tegen te gaan en de vele doden die vallen onder de gorilla's. "Woman in the Mists" is een boek dat geschreven moest worden, maar het laat een wrange smaak na.
 
Citaten:
De eerste ontmoeting van Dian Fossey met de berggorilla's:
- A group of about six adult gorillas stared apprehensively back at us through the opening in the wall of vegetation. A phalanx of enormous, half-seen, looming black bodies surmounted by shiny black patent-leather faces with deep-set warm brown eyes. They were big and imposing, but not monstrous at all. Somehow they looked more like members of a picnic party surprised by interlopers. Their bright gazes darted nervously from under their heavy brows as they tried to determine if we were dangerous. They were evidently wondering if it was safe to stay or if they had better run for it.
 
- Our interview lasted about an hour. Dr. Leakey did most of the talking. He praised Jane Goodall, then in her sixth year studying chimpanzees. Using her as his prime example, he told me of his conviction that women made far better field students of animals than men because of their patience and capacity to give more fully of themselves.

- ... I had no training in anthropology, ethology, biology, zoology, or any of the other "ologies." Leakey scoffed, "I have no use for overtrained people. I prefer those who are not specifically educated for this field since they go into the work with open minds and without prejudice and preconceptions." Then I brought up my age - thirty-four. "But this is the perfect age to begin such work," Leakey said. "You have attained maturity and won't be apt to take rash actions."

- Some five minutes of "tracking" passed before I was aware that Alan was not behind me. Perplexed, I retraced my steps and found him patiently sitting at the very point where we had first encountered the trail.
 With the utmost British tolerance and politeness, Alan said, "Dian, if you are ever going to contact gorillas, you must follow their tracks to where they are going rather than backtrack trails to where they've been." That was my first lesson in tracking, and one that I've never forgotten.

- As the gorillas began to reveal their individual personalities, Dian gave them names. First, No-nose: I think she is an old female, and she is the only one I've dared to name, but this is the only way I can think of her - she looks as if she has no nose. Then came Ferdinand, her name for a big blackback, followed by a whole rush of christenings: Pucker, Mzee, Solomon, Dora, Hugger, Scapegoat, Popcorn, Tagalong, Mrs. Moses, Cassius, Monarch ...

- Their dung, too, provided invaluable clues to a group's proximity, size, and composition, and even it's collective state of mind. The freshness of a dung deposit could be tested by its relative warmth and by the numbers of flies and/or eggs or maggots on it. Different-sized gorillas left different-sized dung deposits, so a careful examination revealed much about the number and ages of the animals in a given group. As for the group's state of mind - dung from undisturbed gorillas had the same general smell and consistency as horse manure, but gorillas in flight or frenzy became diarrheic.

- Dian later discovered that the order from the Cologne Zoo had been filled at the cost of slaughtering all ten adults of a gorilla group as they tried to protect their young on the south slopes of Mt. Karisimbi.

- In this, the fifth year of her study, Dian watched the group change and evolve through three deaths, three births, and the emigration of three young females. In the detailed recording and interpretation of such inter- and intra- group changes over long periods lay the unique value of Dian's study. But, as she was well aware, it would not be possible to claim that the social relationships of the mountain gorillas were really understood until the animals had been observed through several generations.

- Dian continued to view most of the students coming to work at Karisoke with a jaundiced eye. She especially disliked their bookbound softness and their youthful preoccupations with self, which she called "me-itis."

- Dian learned how widespread her notoriety had become when she caught a ride back to her hotel the next day with a group of Japanese primatologists, who told her they had heard she had trained an army of gorillas, which she led in armed attacks against poachers.

- "Nyiramacheballi! Nyiramachabelli!" - that not-so-adorable nickname they have given me - The Lone Woman of the Forest!

- The focus of her life had already been narrowed by the tragedies of Digit and the Zairean gorilla baby. With the loss of Uncle Bert and Macho, she began directing almost the whole of her energies to defending and preserving what remained of the Virunga gorilla population. Everything else seemed relatively unimportant. The accumulation of scientific data now seemed irrelevant to her. Even the writing of her book became a distraction.

- For sure, I wonder why grown men would spend their lives looking at bones when they could look at animals in life. There have to be some kind of science I'll never understand.

- Data gathering surely is important, but things haven't changed that much from the days when scientists shot everything in sight to gather data. They built their reputations then on mainly dead animals. Now they use live animals too, but the principle is the same. Alive or dead, you use the data to pile up a lot of research papers until you've got enough to get "silverback" status.

Over haar boek "Gorillas in the Mist":
- This book is about gorillas, not people. It is not even about me, and there is too much "me-itis" in it already as a result of editorial decisions. I would prefer there be no people in at all, good or bad, but I guess that's too much to ask.

- One of the deep-rooted causes for Dian's distaste for tourism in the park was the disturbing possibility that the gorillas might contract human diseases from the visitors.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 24 mei 2024

Edmund White: Marcel Proust

Edmund White: Marcel Proust (Groot-Brittannië, 1999): 156 blz: Uitgeverij Penguin
 

 
Volgens veel mensen (waaronder ikzelf) is Proust één van de grootste, zo niet de grootste romanschrijver van de 20e eeuw. Hij heeft deze reputatie te danken aan één werk: "Op zoek naar de verloren tijd" dat in totaal bestaat uit 7 delen en een kleine 3.400 bladzijden.
 
Ik heb eerder al de zeer gedetailleerde biografie van William Carter gelezen en heb nog een aantal uitgebreide biografieën over Proust in de kast staan. Nu heb ik deze korte biografie van Edmund White herlezen.

Wat maakt Proust zo bijzonder? Edmund White doet een aardige poging om deze vraag te beantwoorden. Hij geeft een korte schets van het leven van Marcel Proust en laat zien hoe zijn levenservaringen doorwerken in zijn meesterwerk. De biografie is erg kort en leest lekker weg. Wat mij betreft het beste startpunt voor liefhebbers van het werk van Marcel Proust om meer over hem en over de relatie tussen zijn leven en zijn werk te weten te komen.
 
Citaten:
- Certainly the madeleine moistened by herbal tea has become the most famous symbol in French literature; everyone refers to  sudden gusts of memory as "Proustian experiences."
 
- Proust applied his attention to flowers and people and paintings, but not to theories about botany nor to psychology nor aesthetics.
 
- His idea of happiness: "To live near all those whom I love with the charms of nature, a quantity of books and musical scores, and not far from a French theater." "To be seperated from Mama" was his idea of unhappiness.

- Simultaneously he began to pay court to Laure Hayman, his uncle's (and, as it turned out, his father's) mistress, who would become the model of his most convincing female character, Odette, the "grande cocotte" whom Charles Swann loves and eventually marries.

- Again and again Proust would suffer from his reputation as a socialite, a mondain. It was certainly true that most of his friends as a young adult (and there were dozens of them) were rich or titled or talented or all three, and that very few of them belonged to the social milieu into which he had been born.

- When he was twenty-one ... he identified as his principal trait "the need to be loved or, more precisely, the need to be caressed and spoiled rather than the need to be admired." He sought in a man "feminine charms" and in a woman "masculine virtues."

- The present princesse de Caraman-Chimay once told me that when Proust died, het great-uncle Comte Henri Greffulhe (the main model for the duc de Guermantes), found his butler sobbing. "But why are you grieving? Did you know Monsieur Proust?" "Oh, yes," the butler replied, "every time there would be a ball here, Monsieur Proust would come by the next day and quiz me about who had come, what they said, how they were related to one another and so on. Such a nice man - and he always left such a generous tip!"

- Just as Flaubert had protected his time to write by working up medical reasons that kept him from practising law ... in the same way Proust, while pretending to humor his father's determination that he find a job, even an unremunerated one, managed in his passive-aggresive way to avoid doing anything he disliked for even so much as a day.

- To be sure, Proust himself made a distinction between normal memory - fallible, lifeless, virtually useless to the artist - and involuntary memory - perfect, vital, and timeless.

- Proust challenged other men to duels over the years; none of them, fortunately, had tragic consequences.

- Between 1900 and 1906, Proust was entirely (if never uncritically) consumed by Ruskin and translated The Bible of Amiens and Sesame and Lilies. Since Marcel could not read English, he relied on a word-by-word trot provided by ...

- The style Proust worked out in French and retained for his later fiction, with its complex syntax and long sentences (so unusual in French literature), sounds very much like Ruskin.
 
- ... Proust would write: "The artist who renounces one hour of work for an hour of chatting with a friend knows that he has sacrificed a reality for something that doesn't exist ..."
 
- Three and a half months after his mother's death Proust discovered that he had inherited the equivalent of about $6 million of our money today, including a monthly revenue of some $15,000 ...
 
- Yet Proust was attracted to the six-room appartment because he had often come to dine there with his mother, and he could not accept to live somewhere that his mother had never known.
 
- For Proust the most important sign of a critic's skill was his or her evaluation of contemporaries, given that everyone agreed about the relative importance of the writers of the past.

- ... Proust, whose entire method consisted of adding details here and there and of working on all parts of his book at once, like one of those painters who like to keep a whole canvas "in motion" rather than patiently perfecting it section by section, one after another.

- No one would take the time to see that he'd written the consumate Bildungsroman, the apprenticeship novel in which the hero learns about painting, music, and literature from, respectively, the characters Elstir (based partially on Whistler), Vinteuil, and Bergotte.

- When Céleste Albaret complained to Proust that he never let her go to mass on Sunday, he replied very sweetly, "Céleste, do you know that you are doing something far more noble and far greater than going to mass? You're giving your time to care for a sick man. That's infinitely finer."
 
- Only an involuntary memory, triggered by a taste or smell or other sensation, could erase the passage of time and restore a past experience in its first, full effulgence.
 
- ... Proust said that he had transposed to the female characters all his homosexual memories that were tender and charming and so had been left with nothing but grotesque details for his homosexual characters.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 18 januari 2024

Roland Huntford: Shackleton: 2

Roland Huntford: Shackleton (Groot-Brittannië, 1985): 697 blz: Uitgeverij Hodder & Stoughton
 

 
Na zijn terugkeer van de "Farthest South" expeditie was Shackleton een held. Shackleton had nog niet genoeg van zijn poolreizen.
 
Shackleton wilde nog steeds de eerste man op de Zuidpool zijn. Na de succesvolle expeditie van de Noor Amundsen en de tragedie van de expeditie van kapitein Scott wilde Shackleton als eerste een oversteek dwars over Antarctica maken.
 
Hij had als schip de "Endurance". Net toen de eerste Wereldoorlog uitbrak voer Shackleton uit. Zijn schip strandde in het pakijs en zonk. Shackleton moest zichzelf en zijn manschappen in veiligheid zien te brengen. Met een enorm doorzettingsvermogen en dankzij een fantastisch leiderschap slaagde hij hier in. 
 
De overlevingstocht van Shackleton en zijn mannen is één van de meest indrukwekkende verhalen die ik ooit heb gelezen. Ik heb meerdere versies van dit verhaal gelezen, maar geen enkele is zo fascinerend en veelzijdig geschreven als in deze biografie van Huntford. 
 
Citaten:
- The real, largely unsung courage of Shackleton was that he had turned back. He was prepared to live with the might-have-been. "Only 97 miles off," as he expressed it to Elspeth Beardmore, "You can realise my feelings."
 To Emily, in her own words,
 The only comment he made to me about not reaching the Pole, was "a live donkey is better than a dead lion, isn't it?" and I said "Yes darling, as far as I am concerned," and we left it at that.
 
Shackleton over zijn beslissing om terug te keren:
- "Death lay ahead and food behind, so I had to return."
 
- From the expedition's birth, two tales have been handed down. ... The other tale is that Shackleton put this advertisement in the press:
 Men wanted for Hazardous Journey. Small wages, bitter cold, long months of complete darkness, constant danger, safe return doubtful. Honour and recognition in case of succes.

- Also ahead of his time in another field, Shackleton wanted dehydrated food to save weight on the march.

- On 11 december, Endurance again found the pack. This time it could not be turned. The ship was put straight in. Once more, Shackleton was in the half world, neither land nor sea, where ice floes, like giant gleaming shields, swarmed over grey waters. Once more, he saw seal and penguins spread over the ice, whales blowing in the leads, and strange Antarctic birds swooping overhead. To the ordinary ship's sounds of water-squelch, creak of timbers, thrum of rigging, squeak of halyards easing through tackle and the flap-flap of sails filling to the wind, was added the rasp of ice against wood and the throb of engines as steam was raised to pick a way ahead through zigzag channels.

- Since Nimrod Shackleton's feeling had grown that science on a expedition of his kind was regrettably necessary humbug.

- "To serve such a leader," Orde-Lees wrote as they were still sailing south, "is one of the greatest pleasures of the whole trip; he expects his orders to be literally & promptly obeyed but he knows one's linitations better than one does oneself ald he invariably allows for them, he never expects one to do more than one is capable of, he trusts one implicitly and he always appears to be pleased with what one has done."

- "It must have been a moment of bitter disappointment to Shackleton," wrote Macklin; "he had lost his ship, and with her any chance of crossing the Antarctic Continent,
 but he shewed it neither in word or manner. As always with him what had happened had happened: it ws in the past and he looked to the future ... without emotion, melodrama or excitement he said "ship and stores have gone - so now we'll go home.""

- "His first thought," Greenstreet said, "was for the men under him. He didn't care if he went without a shirt on his back so long as the men he was leading had sufficient clothing. He was a wonderful man that way; you felt that the party mattered more than anything else."

- He longed to leave the ice; yet he knew that, except to ships, the ice was at heart friendly. It gave food, shelter, drink, and something solid underfoot. It kept the waters calm. The open sea, which was the sole avenue of escape, he knew only too well, as a seaman, was ruthless, implacable and hostile.

- What Hurley and James had so unwillingly moved into, was a mixture of a hell-ship's fo'c'sle and some unsavoury slum. The penetration of snow-drift through cracks and crevices, though uncomfortable, was at least a whiff of cleansing. When that was finally stopped, the dirt and overcrowding were unrelieved. Rapidly, the most refine sense of smell adjusted to the blend of foetid, unventilated room, rancid blubber, bodies unwashed and clothes unchanged for six months, and guano slowly thawing underfoot to make up the distinctive aroma of the place.

- Only a chance gleam of light revelead that liquid from dirty drying socks, together with a stream from the nose of Green, the cook, was frequently discharging into the cooking pot.

- His narrow escapes on the Discovery and Nimrod expeditions had underlined for Shackleton how food, sleep and warmth were necessary for life. It was possible to survive without two, but not without all three. His only choice on the James Caird was to depend on food. He gave his men all they wanted to eat. There were two hot meals a day. With each he allowed nut food, a sledging biscuit each, and four lumps of sugar. In between meals, every four hours, he had a drink of hot dried milk served all round.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.