dinsdag 30 april 2024

Kors van Bennekom: De familie van Bennekom

Kors van Bennekom: De familie van Bennekom (Nederland, 1990): 144 blz: Uitgeverij Bert Bakker
 

 
De Nederlandse fotograaf Kors van Bennekom (1933-2016) is bekend geworden als theaterfotograaf, straatfotograaf, maar vooral ook als fotograaf van zijn eigen gezin. Nadat hij zijn vrouw Ine in 1953 heeft leren kennen had hij ook in huiselijke kring altijd een camera paraat. De foto's uit "De familie van Bennekom" zijn genomen van 1954 tot 1988 en zijn foto's van het privéleven van Kors, zijn vrouw en hun drie kinderen.
 
De familie van Kors zal eraan gewend zijn geweest dat Kors altijd met een camera rondliep. Zijn foto's getuigen van een grote intimiteit, het lijkt erop dat ze met zijn vijven één gelukkige familie vormden. In "De familie van Bennekom" heeft Kors het alledaagse leven gefotografeerd. Er zijn vrij veel foto's in het boek waar Ine en de kinderen naakt op staan. Waarom ook niet, eigenlijk? Het boek vertoont grote verwantschap met soortgelijke boeken als "Immediate Family" van Sally Mann en "At the Edge of the World" van Alain Laboile. 
 
De uitgave die ik van "De familie van Bennekom" heb, is een eenvoudige paperback. De foto's hadden van mij wel op een wat groter formaat afgedrukt mogen worden. Er staan een aantal prachtige foto's in het boek.
 
Voor een aantal foto's uit "De familie van Bennekom", klik hier.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 29 april 2024

Junichiro Tanizaki: De brug der dromen

Junichiro Tanizaki: De brug der dromen en andere verhalen (Japan, 1911-1959): 523 blz: Samengesteld, vertaald en toegelicht door Jos Vos (2017): Uitgeverij de Bezige Bij
 

 
Sommige grote werken uit de wereldliteratuur hebben in Nederland niet de status die ze verdienen, of omdat er geen Nederlandse vertaling bestaat, of omdat het Nederlands van de bestaande vertaling niet prettig leest. Een berucht voorbeeld hiervan is de Nederlandse vertaling van "De man zonder eigenschappen" van Robert Musil dat in het Nederlands vertaald is door Ingeborg Lesener. Ik vind die vertaling haast onleesbaar.
 
Bij "De brug der dromen" is juist het omgekeerde het geval. Junichiro Tanizaki wordt algemeen beschouwd als één van de belangrijkste Japanse schrijvers van de 20e eeuw. Zijn meesterwerk "Stille sneeuwval" heb ik drie keer gelezen en is één van mijn favoriete romans. "Stille sneeuwval" is vertaald door Jacques Westerhoven die een aanmerkelijk minder mooi Nederlands schrijft dan zijn collega Jos Vos die "De brug der dromen" heeft vertaald. De Belg Jos Vos is een vertaler die prachtig Nederlands schrijft. Ik heb het al eerder geschreven en schrijf het nu ook weer, het Nederlands van Jos Vos behoort tot het allermooiste Nederlands dat ik ooit heb gelezen.
 
Hoe zit het dan met de verhalen uit "De brug der dromen"? Met een vertaling door Jos Vos kan het haast niet anders dan dat die verhalen erg prettig lezen. Dat is zeker het geval. Ik vind die verhalen wel redelijk onderhoudend, maar niet van die kwaliteit waarop ik een geweldige vertaler als Jos Vos aan het werk zou zetten. Kortom, ik vind dat Jos Vos beter een interessantere tekst had kunnen vertalen zoals hij al eerder heeft gedaan met zijn bloemlezing "Eeuwige reizigers" en met zijn vertalingen van "Het verhaal van Genji" van Murasaki Shikibu en vooral die van "Het hoofdkussenboek" van Sei Shonagon. "De kunst van het nietsdoen" van de 14e-eeuwse monnik Kenko beschouw ik als een aardig tussendoortje. Ik ben intussen wel erg benieuwd naar de overige vertalingen van Jos Vos.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 25 april 2024

Frank van Rijn: In de ban van Stempelstan

Frank van Rijn: In de ban van Stempelstan: Een reis door Centraal-Azië (Nederland, 2011): 314 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
In "In de ban van Stempelstan" beschrijft Frank van Rijn een zomerse fietstocht door Centraal-Azië, door achtereenvolgens Georgië, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan van juni 2008 tot februari 2009. Het deel van deze tocht in Tadzjikistan maakt hij samen met een vriend: Hans Koster, een Zwitser van 67 jaar oud. Het is voor het eerst dat Frank van Rijn een tocht beschrijft die hij voor het grootste deel met een vriend heeft gemaakt. Frank is inmiddels in het bezit van een digitale camera en de foto's in dit boek zijn aanmerkelijk interessanter dan die in zijn eerdere boeken.
 
Zoals je uit de titel kunt afleiden ondervindt Frank op deze reis nogal wat bureaucratische rompslomp. "In de ban van Stempelstan" is één van de betere boeken van Frank van Rijn.
 
Citaten:
- Gelukkig heb ik een redelijk elastische maag, zodat ik, als het moet, veel kan eten, maar ook met weinig toe kan als er een tijd lang niets eetbaars te vinden is.

- Juist voor mijn vertrek ontving ik mijn paspoort terug met het Oezbeekse stempeltje erin, waarmee het eerste setje van vijf visa in mijn pas compleet was. Kosten: 560 euro. Daar kan een normaal mens twee maanden voor op zijn fiets door de wereld trekken [??]. Volgend jaar ga ik naar de Achterhoek, waar geen stempels nodig zijn, waar je je niet binnen drie dagen hoeft te melden, waar je zonder boot kunt komen en waar geen Russisch, Tadzjieks, Oezbeeks of welke andere voor mij volledig onbekende taal wordt gesproken.

Wat schrijft Frank nu toch?:
- ... hoewel ik eigenlijk niet van zo heel zoete thee houd.

- In het plaatsje Hauz Han houd ik een theestop omdat mijn ontbijt, vanochtend vroeg bij de tent, niet grandioos was: oud, hard, droog brood met kaas die bij temperaturen van 33 à 35 graden is omgevormd tot een zeemlap drijvend in gele olie.

- Vroeger werd me steevast gevraagd of ik getrouwd was en hoeveel kinderen ik had, maar tegenwoordig wil men mijn leeftijd weten.

- Ik help Hans door zijn fiets vast te houden tijdens het opladen.
 "Nog steeds geen standaard op de fiets, zodat je zelf eenvoudig kunt opladen?" vraag ik.
 "Nee, te veel gewicht."
 Dat is een van de vele verschillen tussen ons: Hans is bijna pathologisch met gewichtsbesparing, terwijl ik niet overstuur raak van een kilogrammetje meer. Het resultaat is dan ook, dat zijn bagage ongeveer de helft weegt van de mijne, maar de keerzijde van die aluminium medaille is, dat hij, als hij zijn broek moet wassen, in zijn onderbroek of zwembroek staat.

- ... "Dit is de laatste keer dat ik naar zo'n Permit-Nummer-Registratie-Aanbevelinsbrief-Stempelstan-land ga. Volgend jaar ga ik zeilen op het Tjeukemeer!"
 "Op wat?" vraagt Hans.
 "Een meer bij mij in de buurt. Zoiets als het Lago Maggiore, maar dan wat kleiner en zonder bergen er omheen."

- Bij een kleurrijk marktje houden we halt. Hans en ik lopen er een beetje rond tussen de mensen en de kraampjes met theepotten, glazen, bestek, gereedschap, flessen bakolie en flessen priklimonade van het goedkope nul-calorie soort. Op de grond hebben fruit- en groentehandelaren zeilen uitgespreid met daarop grote groen-gele watermeloenen, tomaten, uien, abrikozen en aardappelen. Verder hangen er aan tussen kraampjes gespannen lijnen T-shirts, overhemden, broeken en allerlei andere kleding. Vrouwen met veelkleurige kledij en hoofddoeken en mannen met grote grijze baarden en zwart-witte traditionele petjes op lopen tussen jeugd in shirts en spijkerbroeken. Met grote, groen-grijze bergen op de achtergrond levert dit alles een fraai gezicht en een aardig sfeertje op.

- Hierop stevent Hans recht op een autochtoon af, die juist uit een klein zijstraatje komt lopen en vraagt hem: "Is hier room? Zimmer? Sliep?", waarbij hij met zijn beide handen langs zijn enigszins schuin gehouden hoofd, het internationale slaapgebaar maakt. Mijn metgezel mag dan niet zo'n talenwonder zijn, maar met een dozijn woorden Engels, half zoveel Frans, cerveza, amigo en vino in het Spaans, een hoop gebarentaal en de rest in het Duits krijgt hij tot mijn verbazing elke keer weer alles voor elkaar. Als hij iets nodig heeft springt hij zonder te aarzelen een winkel binnen en steekt dan voortvarend van wal in zijn Anglo-Franco-Hispano-Germano-mengelmoes. Ik denk dan: "Dat wordt niks," maar waarachtig, hij komt terug met wat hij wilde hebben.

- Na deze "entree" wring ik me in allerlei bochten om de serveerster uit te leggen wat een ei is. Ik maak een mooie tekening met twee concentrische cirkels, de grote voor het hele ei en de kleine voor de gele dooier, maar ik stuit op een muur van onbegrip. Vervolgens teken ik een rechtopstaande ellips, het zijaanzicht van een ei. Ook geen succes. Uiteindelijk is het natuurlijk Hans, die met "Tok-tok-tok" door het onbegrip van de vrouw heen breekt en wat later krijgen we elk twee gebakken eieren met brood en boter.

- Hans komt aan met een glazen pot van ruim een liter, waar een gele stroperige substantie in zit.
 "Honing!" roept hij enthousiast. "Die kan ik als substituut voor marmelade gebruiken."
 "Hoe weet je dat het geen Afghaanse bisonkit is?"
 "Ik heb het gevraagd."
 "In het Russisch of in het Afghaans?"
 "Nee, in het Switserduuts."
 "En dat verstonden ze natuurlijk allemaal!"
 "Nee, maar zzzoem zzzoem wel."
Terug in het hotel maakt Hans de pot open en zowaar: honing!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 23 april 2024

Frank van Rijn: De hanen van de koning

Frank van Rijn: De hanen van de koning: Een reis door Thailand, Laos en Cambodja (Nederland, 2016): 271 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
In "De hanen van de koning" beschrijft Frank van Rijn een fietstocht van 3 maanden die hij in de winter heeft gemaakt in Zuidoost-Azië, door Thailand, Laos en Cambodja van november 2012 tot februari 2013.
 
Twee dingen vallen onmiddellijk op als ik "De hanen van de koning" lees. In de eerste plaats ontmoet Frank van Rijn een flink aantal collega westerse fietsers, veel meer dan tijdens zijn andere fietstochten. De beschrijvingen van die ontmoetingen behoren tot de hoogtepunten van dit boek. En verder heeft Frank van Rijn ineens belangstelling voor de lokale cultuur, weliswaar in de vorm van eeuwenoude tempels, maar toch. 

Ik heb zelf in 1992 een rondreis van een maand door Thailand gemaakt (met het openbaar vervoer) en ik herken de beschrijvingen van Frank van Rijn. Ik vind "De hanen van de koning" een van de meer onderhoudende boeken van Frank van Rijn.
 
Citaten:
- Daarop leerde hij mij een uiterst belangrijk zinnetje: "Mai sai pik". "Als je dat zegt stoppen ze geen chili in je voedsel. ..."
 
Na een show met olifanten:
- De show is voorbij en de toeschouwers lopen over het voetpad terug naar de ingang waar zich de souvenirwinkel bevindt. Daar kun je stenen, houten, ijzeren, plastic en van touw gevlochten olifanten kopen in alle maten en soorten. Een marmeren olifant bij mij in de tuin zou een aardig souvenir zijn, maar dan eentje van een meter hoog. Als ik met de auto was, kocht ik er meteen twee, een witte voor aan de rechterkant van het pad en een zwarte voor links. Omdat ik echter op de fiets ben stel ik mij tevreden met een houten exemplaar van twee centimeter. Het hoeft niet altijd groot te zijn.
 
- Als we even later mijn fiets met vereende krachten omhoog werken, vraagt James: "Wie zou jou op de proef willen stellen?"
 "Hogere machten," antwoord ik. "Ik was bijna te licht bevonden."
 "Die bagage van jou wordt anders niet te licht bevonden. Wat heb je allemaal bij je? Verzamel je stenen?"
 "Nee, maar ik heb nogal wat reserveonderdelen bij me en veel kleren. Veel meer dan jij, want ik ben een koukleum."
 "In de tropen heb je toch niet zoveel kleren nodig?"
 "Meestal niet, maar soms wel. Ik wil me tegen allerlei soorten ongemak indekken."
 "Duizenden kilometers een fors gewicht meezeulen is ook een soort ongemak."

- "Gefeliciteerd," zeg ik en haal mijn horloge uit mijn zak. "Elf uur precies."
 "Ja," zegt James. "En we zijn om half acht vertrokken, is het niet?"
 "Zoiets, ja." Ik kijk op mijn kilometerteller. "Twee kilometer."
 "In drieënhalf uur!" rekent James uit.
 "Dus gemiddeld iets meer dan een halve kilometer per uur," reken ik verder. "Daarmee verdienen we een vermelding in het Guinness Book of Records."

- Soms vind ik het jammer dat de romantiek van het reizen er een beetje af gaat met al die nieuwe voorzieningen. Je hoeft niet meer met kaarsen te prutsen omdat de elektriciteit bijna nooit meer uitvalt, er komt water uit de kraan als je er aan draait, de kans dat je door een krakend bed zakt is sterk afgenomen, de gordijnen vallen niet meer van de rails als je ze probeert te sluiten, raampjes en deuren gaan open en dicht zonder uit de sponningen te tuimelen en gedreven hoteleigenaars hebben voor je het goed en wel in de gaten hebt je kamer volgespoten met het een of ander, volgens hen onschuldig, chemisch goedje, zodat je beslist niet meer lastig gevallen wordt door muggen of welk ander kruipend of zoemend wezen dan ook.

- Alle ingrediënten voor een aangename tocht zijn aanwezig op één na, want de zon zit, zoals elke ochtend in het noorden van Laos, achter een grauw wolkendek verscholen. Hoewel het nog elke dag tussen 10 en 12 uur is opgeknapt, begin ik hartgrondig genoeg te krijgen van die eeuwige nare deprimerende en soms hardnekkige ochtendnevels. Het moet gewoon de hele dag van zonsopkomst tot zonsondergang stralend weer zijn. Dan pas voel ik me in mijn element.

- 's Avonds loop ik over de Loeise nightmarket waar je bij de vele voedselstalletjes je maag voor een paar centen kunt vullen. Zo'n nightmarket is altijd gezellig, maar herhaaldelijk kijk ik met afgrijzen naar lugubere gerechten die de meeste carnivoren doen watertanden: gevilde kikkers, gekookte slangenkoppen, glibberige vissen en inktvissen, slijmerige slakken of wat het ook moge zijn en allerlei ander in de pan nog rondspartelend gedierte dat ik liever in de natuur zie dan op mijn bord. Mijn keuze valt op een paar soorten ongepeperde groenten en een zak in olie gebakken broodjes die ik bestrooi met suiker in plaats van er geroosterde vogelspinnen of gebakken kakkerlakken tussen te doen, wat hier natuurlijk een grote delicatesse is.

- Ik neem mijn intrek in een guesthouse waarbij een bordje staat met "geusthouse". Voor Laotianen, evenals voor vrijwel alle andere Aziaten, is de juiste spelling van het Engels vaak niet eenvoudig. Ik heb op deze reis de volgende onderkomens al gezien: guesthoues, questhouse, guetshouse, guasthoues, gueshous en gesthouse. Er zijn uiteraard nog veel meer varianten en ik probeer natuurlijk de hele verzameling compleet te krijgen.

- In de dorpjes zie ik, zoals op zoveel plekken in Zuidoost-Azië", kleine winkeltjes waar minuscule zakjes chips en rolletjes met een paar koekjes verkocht worden. Ook hangen er vaak plastic zakjes met lokaal gefabriceerde chips en kroepoekachtige spulletjes aan draadjes vanaf het plafond. Zo'n zakje chips is, als je er aan begint, in een paar tellen leeg, maar als je zin hebt in een redelijke portie koop je gewoon de hele voorraad van de winkel.

- Tijdens dit sorteren stuit ik op de zak met oude lappen die ik gebruik om gaten in het zitvlak van mijn broeken, door slijtage op het zadel ontstaan, te dichten. Dat repareren doe ik door een rondje van bijvoorbeeld 8 cm in diameter uit zo'n lap te knippen en dat met bisonkit over het gat in de broek te plakken, net zoals je een lekke band repareert.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 21 april 2024

Frank van Rijn: Even naar de evenaar

Frank van Rijn: Even naar de evenaar: Fietsen door Kenia en Oeganda (Nederland, 2014): 200 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
"Even naar de evenaar" is voor Frank van Rijn met slechts 200 bladzijden een dun boekje over een tocht van maar 6 weken door Kenia en Oeganda van november 2009 tot februari 2010. Na een bezoek aan een gepensioneerde arts hoort Frank van Rijn over de organisatie CooP (= Cycling out of Poverty) en de directeur van die organisatie zoekt een ambassadeur met veel ervaring in Afrika en met schrijven. Volgens hem is Frank van Rijn er de geknipte persoon voor.

Frank fietst langs een paar van de projecten van CooP. Opvallend aan "Even naar de evenaar" is behalve de beperkte omvang van de tekst dat er veel kleurenfoto's in het boek staan die duidelijk interessanter zijn dan de foto's in zijn eerdere boeken.
 
Citaten:
Frank gaat voor een ontstoken vinger naar een gepensioneerde arts bij hem in de buurt:
- Even later kwam Philip weer beneden met een forse Black and Decker-boormachine in de hand, zo een waarmee je gaten door muren boort om er waterpijpen van een duim breed doorheen te voeren.
 "Is dat het "boortje" waar je het over had?" vroeg ik benauwd.
 "Ja, maar voor het geval je er bang voor bent heb ik nog wat anders," en hij liet een decimeterlange spijker zien. "Ik kan deze spijker op het gas verwarmen tot hij roodgloeiend is en er vervolgens een gat mee in je nagel branden. Kies maar."
 Ik realiseerde mij eens te meer dat deze man jaren in Afrika had gewerkt en had moeten roeien met de primitieve riemen die hij had. Het zou me niet verbazen als hij in die verre uithoek van de wereld, bij gebrek aan de juiste spullen, blinde darmen met scheermesjes had verwijderd, benen met van de bomen afgesneden takken had gespalkt en vreselijke wonden had verbonden met aan repen gesneden T-shirts.
 
- Nairobi uitkomen was, zoals ik verwachtte, een verschrikking door het krankzinnige verkeer en de vierbaans snelweg buiten de stad naar Thika was ook verre van een lolletje. Ik koos daar voor de vijfde baan: de berm vol gruis, graspollen en gaten, want op het asfalt riskeerde ik door een van de honderden scheurende auto's, bussen of vrachtwagens voortijdig de zesde baan opgestuurd te worden: de eenrichtingsbaan naar het hiernamaals.
 
- "Achtentwintig jaar geleden ... zag Afrika er anders uit: weinig asfalt, moeilijke grensovergangen, geen internet, geen mobiele telefoons, weinig elektriciteit, water veelal uit beekjes of putten en als je probeerde te telefoneren moest je één tot vier uur wachten op een telefoonkantoor voordat je verbinding kreeg. Vaak lukte het ook helemaal niet. Dat waren nog eens tijden!"
 
- Na wat loven en bieden ging het souvenir van 600 shilling uiteindelijk voor 100 shilling over de toonbank. Professor David was zichtbaar tevreden met deze transactie, maar als ik hem meteen die 600 shilling had gegeven had hij zich vrij zeker minder in zijn nopjes gevoeld, want dan had hij de rest van de dag het trieste idee gehad dat hij wel 1000 shilling had kunnen vangen.
 
- Helaas geldt over het algemeen: "Hoe meer ellende, problemen, kou, regen, bandieten en misère je op een reis beleeft, hoe meer je hebt om over te schrijven en hoe plezieriger het boek leest. Een goede vriend zei me eens kort voordat ik weer op reis ging dat hij mij eigenlijk een slechte reis wilde wensen, want, zo betoogde hij, dan zou dat weer een goed boek opleveren."
 
- Een dag te vroeg komen was niet alleen zinloos, maar zou de mensen waarschijnlijk in verwarring brengen. In Afrika kun je beter te laat komen op een bijeenkomst of vergadering dan te vroeg. Zelfs met op tijd komen kun je organisaties in paniek brengen, zoals ik al eens had meegemaakt.
 
- "Heb je een blog op internet waarop je al je belevenissen bijhoudt?" wilde Saskia weten.
 "Nee, maar ik heb wel een website, die een vriend in  Nederland heeft gemaakt. Zo nu een dan stuur ik hem een c-mail met daarin een verhaaltje voor mijn website."
 "Een c-mail?"
 "Ja, een conventional mail, ofwel een brief met een postzegel erop. Hij typt die dan na ontvangst uit, dus meestal zo'n vijf weken later en zet hem vervolgens op de site. Dat geeft een faseverschuiving van een kleine anderhalve maand, maar dat heeft toch geen mens in de gaten. Erg vaak schrijf ik helaas niet zo''n nieuwsbrief, want ik heb het te druk met fietsen, wandelen, dingen bekijken, voedsel kopen, koken, eten, de fiets operationeel houden, de was doen en allerlei andere corveeklusjes. Kortom, ik heb het te druk met reizen."
 
- Wat me onmiddellijk opviel was dat de wielen veertig spaken hadden in plaats van zesendertig. Sinds een paar jaar reed ik ook rond met veertig spaken in mijn achterwiel en in die tijd had ik geen spaak meer gebroken, terwijl ik er voordien, met zesendertig spaken in het wiel, gemiddeld één in de duizend kilometer brak.

- Terug in Nederland viel ik, zoals bij elke terugkomst van een reis, met mijn neus in de ranzige boter. Moest ik tijdens mijn reis zorgen voor de elementaire dingen in het leven, zoals voedsel kopen, een slaapplaats zoeken, gezond proberen te blijven, de weg zoeken en oppassen dat ik niet werd doorgeslikt door een nijlpaard of een krokodil, hier in Nederland, waar al die problemen niet of nauwelijks speelden, moest ik trachten overeind te blijven in de chaos van papier: achterstallige rekeningen betalen, verzekeringen nakijken, moeilijke post beantwoorden en de map met papieren, bonnetjes, formuliertjes, balansen, grootboeken en de hele administratieve boel klaarmaken voor de belastingconsulent, want het invullen van belastingpapieren is een wetenschap die mijn beperkte capaciteiten ver te boven gaat.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 20 april 2024

Kenko: De kunst van het nietsdoen

Kenko: De kunst van het nietsdoen (Japan, 1330-1351): 183 blz: Vertaald door Jos Vos (2020): Uitgeverij Van Oorschot

De kunst van het nietsdoen
 
De eerdere selectie die Jos Vos van dit boek opnam in zijn bloemlezing "Eeuwige reizigers" heeft hij "Overpeinzingen in ledigheid" genoemd, maar voor een afzonderlijke uitgave in boekvorm vond hij die titel te zwaar. Zijn uitgever kwam met het idee om van de titel "De kunst van het nietsdoen" te maken, een titel die ook wat mij betreft veel meer uitnodigt tot het lezen van het boek.
 
"De kunst van het nietsdoen" is vergelijkbaar met en zwaar schatplichtig aan "Het hoofdkussenboek" van Sei Shonagon uit 1000. Beide boeken zijn een melange van persoonlijke herinneringen, anekdotes, beschouwingen en lijstjes, maar waar Sei Shonagon wil laten uitkomen dat zij deel uitmaakte van een paleiscultuur zonder weerga, daar benadrukt Kenko vooral dat de ceremoniën en gebruiken uit zijn eigen tijd niet op kunnen tegen het glorieuze verleden.
 
Ik vind "De kunst van het nietsdoen" niet zo indrukwekkend als zijn illustere voorganger, maar het boek heeft zeker zijn eigen charmes.
 
Citaten:
1
- Nooit zul je het gezelschap beu raken van iemand die zijn woorden zorgvuldig kiest en prettig is om naar te luisteren zonder ooit breedsprakig te worden.

7
- Indien er geen einde aan ons leven kwam en we niet vervlogen als de dauw in Adashino of de rook op de Toribe-berg, wat zou het leven ons dan onberoerd laten ... Juist aan onzekerheid ontleent het zijn charme.
 
10
- Hoe tijdelijk een woning ook mag wezen, een huis dat volkomen naar wens is ingericht, volgens de smaak van de eigenaar, is iets heerlijks.

13
- Geen groter soelaas dan in je eentje bij een lamp te zitten met een opengespreid boek en bevriend te raken met iemand uit lang vervlogen tijden die je nooit hebt ontmoet.

21
- Geen betere balsem dan het zwerven door een omgeving met helder water en ongerept groen, ver van het menselijk gewoel.

30
- Hoeveel maanden of jaren er ook voorbijglijden, we vergeten de doden zeker niet, maar het is zoals er wordt verteld: met iedere nieuwe dag staan ze verder van ons af. Hoe vaak we ook aan hen denken, we voelen al lang niet meer de diepe droefheid van het eerste ogenblik; we verkopen volop kletspraatjes en lachen zelfs al eens. Het stoffelijk overschot ligt diep in de bergen, eenzaam en verlaten. We trekken er alleen op de voorgeschreven dagen naartoe. De grafzuil zit algauw onder het mos en de herfstbladeren. Behalve de avondlijke stormen en de nachtelijke maan komt er niemand meer op bezoek.

45
- Kinyo, die de tweede rang aan het hof bekleedde, had een broer die bekendstond als bisschop Ryogaku en die erg opvliegend van aard was. Bij zijn ambtswoning stond een grote netelboom, daarom noemde iedereen hem "bisschop Netel". Omdat hij die naam volkomen ongepast vond, liet hij de boom omhakken. De stronk bleef echter overeind, en daarom noemde iedereen hem "bisschop Stronk". Hier werd hij bozer om dan ooit. Hij liet de stronk opgraven en weggooien, maar toen ontstond er een brede sloot. Voortaan werd hij alom "bisschop Sloot" genoemd!

49
- Vaak ziet een mens zijn dwaling pas in als hij onverwacht door ziekte wordt overvallen en hem opeens niet veel tijd beschoren is. Met "dwaling" bedoel ik doodeenvoudig dat hij ruim de tijd neemt voor dingen waar haast bij is, en zich haast met dingen waar hij alle tijd voor heeft.

57
- Het is hoogst ontmoedigend om iemands inleiding op een gedicht te lezen wanneer het gedicht zelf niet deugt. Niemand met ook maar enig verstand van poëzie zou er woorden vuil aan maken.
 Het is een ware marteling om iemand aan het woord te horen over iets wat zijn pet te boven gaat, op eender welk gebied.

72
- Weerzinwekkende dingen:
Als er te veel spullen rondslingeren in een zitvertrek.
Een overvloed aan penselen bij je inktsteen.
Een overvloed aan boeddhabeelden in een privékapel.
Een overvloed aan rotsen en planten in een tuin.
Te veel kinderen en kleinkinderen in huis.
Te veel gepraat bij een ontmoeting.
Als er te veel goede daden worden vermeld in een smeekschrift aangeboden aan een tempel.

Hoe overvloedig ook, boeken op een boekenwagentje en afval op een afvalhoop zijn niet weerzinwekkend.

73
- Niemand zal veel aanstoot nemen aan verzinsels zolang hijzelf maar goed uit de bus komt.

91
- "Als je op een voorspoedige dag het kwade doet, leidt dat gegarandeerd tot ellende. Doe je het goede op een onheilsdag, dan mag je zeker zijn van een gunstig resultaat," zo zegt men. Voorspoed en ongeluk liggen aan de mens, niet aan de kalender.

97
- Er zijn voorbeelden te over van dingen die zich aan iets anders vastklampen, eraan vreten en het schade toebrengen. Het lichaam heeft luizen, een huis ratten, een land rovers, minderwaardige lieden hebben hun rijkdom, een rechtschapen mens heeft zijn deugdzaamheid en een monnik heeft de boeddhistische leer.

98
- Als je twijfelt of je iets al dan niet zou doen, is het gewoonlijk beter het te laten.

127
- Als een wijziging niets oplevert, kun je er beter van afzien.

134
- Het is altijd gênant om je te begeven in een gezelschap waar je niet welkom bent.

170
- Niets ergerlijkers dan een visite die te lang wordt uitgesponnen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 19 april 2024

Eeuwige reizigers

Eeuwige reizigers: Een bloemlezing uit de klassieke Japanse literatuur (Japan, 600-1833): 772 blz: Uitgekozen, vertaald en ingeleid door Jos Vos (2008): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Wat een geweldig boek is "Eeuwige reizigers"! De Belgische Japanoloog Jos Vos (1960) heeft een prachtige selectie gemaakt van klassieke Japanse teksten die alle door hem vertaald zijn en van een inleiding voorzien. Jos Vos heeft daarbij zowel proza als poëzie vertaald. In de Japanse literatuur zijn de tanka's (gedichten van 5 regels) en de haiku's (gedichten van 3 regels) de meest gebruikte dichtvormen.
 
Ik ben geen liefhebber van gedichten. Opvallend is dat ik de gedichten in deze bundel in vergelijking met de gedichten die ik ken, zeer concreet vind en prima te pruimen.
 
De oudste tekst uit "Eeuwige reizigers" is een gedicht dat keizer Jomei (593-641) schreef toen hij de Kaguyama beklom om het land te overzien. De meest recente tekst is hoofdstuk 13 uit de pruimenbloesemkalender van Tamenaga Shunsui uit 1833. In de tussenliggende bladzijden behandelt Jos Vos alle grote en vele minder grote schrijvers en teksten uit het oude Japan.
 
In "Eeuwige reizigers" staan lange fragmenten uit onder meer: "Het hoofdkussenboek" van Sei Shonagon (1000, 46 blz), "Het verhaal van Genji" van Murasaki Shikibu (1000, 51 blz), "Verhalen van de Taira" (1185-1371, 21 blz), "Overpeinzingen in ledigheid" door Yoshida Kenko (1330, 32 blz) en stukken uit het werk van Matsuo Basho, de bekendste Haiku-dichter uit Japan (1681-1694, 47 blz). Deze vier prozawerken en de gedichten van Basho zijn inmiddels allen in zijn geheel vertaald door Jos Vos. 
 
Andere schrijvers en werken die veel aandacht krijgen zijn: "Verhalen van Ise" (900, 20 blz), "Het Tosa-dagboek" (935, 17 blz), "Het herfstdradendagboek" (974, 23 blz), de prozaschrijver Ihara Saikaku (1682-1692, 58 blz), Haiku-dichter Yosa Buson (Ongeveer 1750-1783, 28 blz), Hiraga Gennai (1763-1774, 40 blz) en Ueda Akinari (1801-1819, 29 blz). Ik moet zeggen dat ik van geen van deze laatste schrijvers en titels ooit eerder had gehoord. Er staan natuurlijk ook veel dichters in het boek van wie maar één of een paar tanka's worden vermeld.
 
De grote verdienste van "Eeuwige reizigers" zit hem echter niet in de kwaliteit van de geselecteerde teksten, maar vooral in het prachtige Nederlands waarin Jos Vos die teksten heeft vertaald. Ik vind het Nederlands van Jos Vos zo'n beetje het mooiste Nederlands dat ik ooit heb gelezen en het leest heel erg prettig, zowel het proza als de gedichten. Ik heb dit toch omvangrijke boek in slechts vier dagen gelezen. Ik ben van plan om in de toekomst alle teksten die Jos Vos in het Nederlands heeft vertaald te gaan lezen. 
 
Mijn exemplaar van "Eeuwige reizigers" is ook nog eens schitterend uitgegeven als een mooie hardcover met een prachtige stofomslag en een leeslint, in een mooie letter en met uitgebreide noten. Heel erg mooi!
 
Citaten:
- De Kokinshu legde eens en voor altijd vast welke natuurbeelden aan welk jaargetijde werden verbonden. Om een bekend voorbeeld te geven: in Japan worden kersenbloesems al na enkele dagen door de wind verstrooid, en vanwege hun kwetsbare schoonheid golden deze bloemen als het ideale onderwerp voor een lentegedicht. De klassieke dichters waren ervan overtuigd dat in deze bloesems de "ware aard" (honi) van het voorjaar tot uiting kwam. Andere typische bestanddelen van een lentegedicht waren jonge gewassen, ochtendnevel, de uguïsu of Japanse nachtegaal, pruimenbloesems, wilgenbomen, kerriarozen en blauweregen.
 Onder de geschikte beelden voor een zomergedicht vielen irissen, de hototogisu of kleine koekoek, mandarijnenbloesems en voorzomerregen.
 Herfstgedichten gingen over dauw, avondmist, herfstwind, riet, de vollemaan, kleurrijke herfstbladeren, wilde ganzen, insecten, chrysanten en vorst.
 Wie de winter bezong, had het over gevallen bladeren, miezerige winterregen, de schrale wintermaan, pluvieren en sneeuw.

Een voorbeeld van een tanka:
O, wat verlang ik naar het meisje
van wie het korte haar
aan weerskanten loshangt
en die het opbindt
met groen gras!
 
- Chinezen en Japanners spreken misschien niet dezelfde taal, maar maanlicht is hetzelfde in beide landen, en het menselijk hart toch zeker ook.
 
Uit "Het verhaal van Genji":
- "Soms ontmoet je meisjes van hoge afkomst, uit een algemeen gerespecteerde familie, die zich slecht gedragen en een lompe indruk maken," zei de opperstalmeester. "Dan ben je vanzelfsprekend diep teleurgesteld en vraag je je af hoe het zover is gekomen. Als een meisje zo superieur blijkt als haar afkomst al liet vermoeden, lijkt dat vanzelfsprekend en verbaast niemand zich erover. Maar goed, meisjes van de allerhoogste rang liggen toch buiten mijn bereik! Ik zal er geen woorden aan vuilmaken. In ieder geval bestaat er niets fascinerenders dan een meisje van onvoorstelbare charme dat helemaal afgesloten woont in een eenzaam, vervallen en overwoekerd huis, zonder dat er iemand af weet van haar bestaan. Zo'n meisje had je daar nooit van je leven verwacht, en daarom alleen al voel je je onverklaarbaar tot haar aangetrokken. Haar vader is een lelijke oude dikzak en haar broer heeft ook een hatelijke tronie. Van zo'n huis stel je je niets voor, en toch zit ze daar helemaal achterin, verborgen in de vrouwenvertrekken, trots en zelfbewust. De kleinste dingen die ze doet wekken de indruk dat ze een hoge graad van verfijning heeft bereikt. Zelfs als haar begaafdheid niet écht zo groot is, wie wordt er dan niet prettig door zo'n onverwachte verschijning verrast? Aan gedistingeerde of onberispelijke vrouwen kan ze natuurlijk niet tippen, maar als je haar neemt zoals ze is, zul je ontdekken dat je haar moeilijk kunt laten glippen."  
 
- "Geen gewoon iemand, dat raadt je de koekoek!"
 
Uit "Overpeinzingen in ledigheid":
- Hoeveel maanden of jaren er ook voorbijglijden, we vergeten de doden zeker niet, maar het is zoals er wordt verteld: met iedere nieuwe dag staan ze verder van ons af. Hoe vaak we ook aan hen denken, we voelen al lang niet meer de diepe droefheid van het eerste ogenblik; we verkopen volop kletspraatjes en lachen zelfs al eens. Het stoffelijk overschot ligt diep in de bergen, eenzaam en verlaten. We trekken er alleen op de voorgeschreven dagen naartoe. De grafzuil zit algauw onder het mos en de herfstbladeren. Behalve de avondlijke stormen en de nachtelijke maan komt er niemand meer op bezoek.

- Iedereen wist hoe begeerlijk ze was; ze bracht een berg van verliefdheid teweeg.

- Een mens is zich al te goed bewust van elk ongeluk dat hem overkomt. Een gokker zal nooit praten over zijn verlies; een man die door een hoer is uitgekleed loopt rond met een smoel alsof er niets aan de hand is; een zware jongen zwijgt over de gevechten die hij heeft verloren; een handelaar verdoezelt dat hij veel geld is kwijtgeraakt door een domme belegging. Al deze gevallen horen thuis in de categorie "hondendrollen in het duister". Maar onder de talrijke ongelukken die een man kunnen overkomen, is er niet eentje even erg als een overspelige echtgenote.

- "Breek me de bek niet open! ..."

- Er is nog een vreselijk land, dat Charlantanje wordt genoemd of Kwakzalverië.

- Sommige geleerden uit ons land zijn net kikkers die opgegroeid zijn in een put. Ze bewonderen China blindelings en noemen Japan, waar ze zelf zijn geboren, "het land van de oostelijke barbaren". Ze zijn gek genoeg om te geloven dat Amaterasu, de zonnegodin, in werkelijkheid graaf Tai was uit de Chinese staat Wu! Ze geven de indruk dat ze alles weten over de schone letteren en de krijgskunst, en ze laten hyperintellectuele scheten, maar als je hun de magere wedde uitbetaalde die de grote Chinese wijzen kregen onder de Zhou-dynastie, zouden ze hun dierbare Chinese filosofen gauw haten!
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

maandag 15 april 2024

Frank van Rijn: De dikke baobab

Frank van Rijn: De dikke baobab: Een reis door Madagaskar (Nederland, 2013): 260 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
"De dikke baobab" is het tweede boek van Frank van Rijn waarin hij een fietstocht beschrijft die hij voor een groot deel met een metgezel heeft gemaakt, de Zwitser Hans Koster. Frank en Hans hebben hun fietstocht door Madagaskar gemaakt in de droge tijd van september tot november 2011, met veel zon en lekkere hoge temperaturen, waar Frank zo van houdt. 

In "De dikke baobab" houdt Frank van Rijn zijn neiging om altijd grappig te willen zijn in toom, waardoor ik dit boek iets beter vind dan zijn vorige boek "De gouden capuchon".
 
Citaten:
- Door een stotend geluid dat van mijn achterwiel komt, wordt mijn aandacht afgeleid van deze kleurrijke riksja's zonder fiets. Ik stop en inspecteer het wiel. Er blijkt ontoelaatbaar veel speling in de lagering te zitten.
 "Ik vermoed dat de as gebroken is," zeg ik tegen Hans, die toekijkt.
 "Dat is niet zo best," merkt hij op.
 "Valt mee, want ik heb een reserve as bij me. Dat is het voordeel als je wat reservespulletjes bij je hebt."
 "Ja, door al die reservespulletjes is je fiets zo zwaar dat je achteras eerder breekt," antwoordt Hans scherpzinnig.
 "Ergens tussen niets en een hele reservefiets in, compleet met bel en achterlicht, ligt het optimum en dat heb ik aardig benaderd, denk ik," werp ik tegen.

- Het weer is prachtig waardoor de tocht door de groene vallei erg mooi is. Het plezier wordt bij mij echter een beetje getemperd door een paar kleine wolkjes die een eind vooruit boven de bergen zijn verschenen. Weersveranderingen zowel in positieve als negatieve zin heb ik altijd erg snel in de gaten, meestal veel eerder dan anderen. Blijkbaar ben ik daar bijzonder gevoelig voor.

- Rond het middaguur kopen we in een dorpje een paar broden: baguettes, precies zoals in Frankrijk, maar dan oud, wat in Frankrijk meestal niet het geval is, omdat de Fransman elke ochtend om 7 uur een kraakverse baguette wil kopen. Wordt aan deze eis niet voldaan, dan dreigt daar een nieuwe Franse Revolutie. In Madagaskar bestaat die eis niet. Er zijn hier vier soorten brood in de winkels en op markten: oud, ouder, oudst en geen.

- Als Hans naar bed is, ga ik in het dorpje kijken. In de winkeltjes is zo'n beetje overal hetzelfde te koop: rijstkoekjes, oud brood, kaarsen, uien als pingpongballen, tomaten als knikkers, popcorn, rijst, kleine pakjes koekjes en minuscule zakjes chips. Ruim voldoende dus om in leven te blijven, maar niet voldoende om de keuze moeilijk te maken of te verdwalen in het assortiment.

- In een dorp koopt Hans een zak vol kleine tomaatjes en valt er meteen op aan. Als de zak leeg is merkt hij op: "Bij ons smaken tomaten naar niks en zitten er ook geen vitaminen in, maar hier zijn ze geweldig."
 "Meestal hoor ik van je dat het "bij ons", Zwitserland dus, allemaal veel beter is dan hier," antwoord ik.
 "Dat klopt, maar deze tomaten zijn grandioos. Daar kunnen ze thuis wat van leren."
 "In Nederland ook," antwoord ik. "Het enige aardige aan onze waterbommen is, dat ze allemaal prachtig rood en precies rond zijn met vrijwel exact dezelfde diameter, alsof ze kersvers uit de plastikfabriek komen rollen."

- Bij een theetentje van een vriend van Dila op de markt houden we halt. We drinken thee en eten allebei een paar oliebollen die vers en heet uit de olie komen. Je kunt de olie er zoals bij een spons uitknijpen, maar dat doe ik niet, want die olie geeft energie. Beter is om hem nog een keer flink onder te dompelen en hem dan druipend in een bak suiker te duwen.

- De rest van de dag kan ik redelijk fietsen zodat ik mijn gemiddelde snelheid langzaam zie oplopen van 5,0 naar 8,9 km/uur. Dat is nog niet iets om trots op te zijn, maar als je zes uur en zeventien minuten op de fiets zit of er tegen duwt, leg je toch nog 56,5 km af en dat is precies de afstand van Beloha naar Tsihombe.

- Wanneer je je instelt op meedogenloze tegenwind en je blijkt slechts harde tegenwind te hebben, ervaar je die wind als mee, als je tenminste een beetje kunt relativeren en je optimistische ik laat prevaleren.

- Een paar kilometer verderop begin ik echter toch te twijfelen, iets wat eigenlijk te verwachten was, aangezien de Vierde Wet van Van Rijn luidt: Als er ergens ruimte is tot twijfel, dan zal ik ook twijfelen.

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zaterdag 13 april 2024

Frank van Rijn: De gouden capuchon

Frank van Rijn: De gouden capuchon (Nederland, 2007): 270 blz: Uitgeverij Elmar
 

 
Af en toe is het wel eens lekker om na wat serieuzere boeken een "tussendoortje" te lezen. Voor mij zijn de boeken van wereldfietser Frank van Rijn altijd prima tussendoortjes. Vaak lees ik er dan een aantal achter elkaar.
 
Als wereldfietser is Frank van Rijn een klasse apart. Ik denk dat er wereldwijd weinig mensen zijn die zoveel grote fietstochten hebben gemaakt als Frank van Rijn. En ik weet vrij zeker dat hij de meest productieve schrijver van reisverhalen over grote fietstochten is.
 
Frank van Rijn houdt het meeste van fietsen in de stralende zon bij hoge temperaturen, eigenlijk voelt hij zich het lekkerst bij temperaturen van boven de 30 graden Celsius. Wat dat betreft is de tocht die in "De gouden capuchon" beschreven wordt een uitzondering tussen de tochten die hij heeft gemaakt.
 
De tocht waarover het gaat in "De gouden capuchon" is gemaakt van april 2004 tot februari 2005 en loopt van zijn woonplaats Doldersum oostwaarts naar Rusland en vervolgens door Kirgizstan, het westen van China en Tibet (het deel dat in het boek wordt beschreven) tot aan India. Zoals altijd heeft Frank van Rijn het veel over het landschap, het weer, de zorg voor het materiaal, het eten onderweg, de ontmoetingen met medereizigers, maar eigenlijk nauwelijks over de cultuur van de landen die hij bezoekt. 

De mooiste voorbeelden van de typische droge humor van Frank van Rijn vind je in de onderstaande citaten.
 
Citaten:
- Ongeveer 25 km voorbij Kara Köl vind ik wat ik zoek: een flinke verbreding van de kloof met een ruim meer. Aan de oever daarvan, een eind omlaag van de weg, zet ik mijn tent op, waarna ik op mijn brander een pakje soep opwarm. Met een stuk brood en een appel erbij levert me dat een redelijk lux driegangendiner op.

- Bovendien is het me nog steeds niet duidelijk of met -14 graden C op een slaapzak bedoeld wordt dat je je daarin bij -14 graden C behaaglijk voelt of dat je dan nog juist niet doodvriest.

- Zoals Einstein een tijdje geleden al ontdekte, geldt er helaas een evenredig verband tussen energie en massa, wat voor mij betekent dat hoe warmer ik het 's nachts wil hebben, hoe meer kilogrammen ik overdag op mijn fiets zal moeten meeslepen.

- Wat verderop, waar het pad het weer toelaat moet ik terugdenken aan mijn eerste fietsvakanties in de jaren zeventig, toen ik nog met inferieur materiaal rondreed en door heel Zuid-Europa een spoor achterliet van gebroken cranks, trappers, spaken, velgen, naven, wielassen, trapassen en derailleurs tot zelfs een compleet frame toe.

- Veertien kilometer per uur!!! Het lijkt wel alsof mijn fiets wordt aangedreven door straalmotoren. Ik klief door het woeste landschap als een fregat door de oceaan.

- De Chinezen schijnen van tegels en stoepjes te houden waarin je je kunt spiegelen en waarop je je benen kunt breken. Wanden, vloeren en buitengevels glimmen om het hardst. Na de Qin-, Han-, Tang-, Ming- en al die andere dynastieën is nu de polytetrafluorethyleen-dynastie aangebroken.

- Yakthee is een afschuwelijk drankje, althans als je echte thee verwacht. Als het je als bouillon wordt aangeboden smaakt het bruine mengsel van water, zout, yakboter en thee, waar de kringen vet op drijven, bijzonder goed.

- Ik herinner me uit een lang vervlogen verleden dat ik met een plastic brandglaasje van slechts 5 cm in diameter, al veters kon laten smeulen en wat nog veel leuker was: de dunne zwarte laag celluloid waarmee fietssturen in de jaren vijftig werden bekleed. Je liet het zonlicht door je brandglas vallen en richtte het brandpunt precies op dat zwarte celluloid, waarna er binnen een paar seconden een enorme rookontwikkeling plaatsvond gepaard gaande met een heel speciale geur die ik me na al die jaren nog steeds herinner. Dat gaf elke keer weer veel sensatie, maar het viel niet altijd mee de eigenaar van de fiets te laten delen in het plezier van het opstoken van zijn stuur. Daar kwam veel tact bij kijken, maar beter was het om, als je ontdekt werd, meteen het hazenpad te kiezen. In ieder geval lukte dat "stuurtjefikken", zoals wij dat noemden, al op zeeniveau in Nederland.

- "... want ik voel me hier door de koude als een vis bovenop een zandduin in de Sahara."

- Ik slurp het zouteloze, smakeloze sliertensoepje vanuit de pan naar binnen. Lekker hoeft het niet te zijn, als het maar vult, energie geeft en me wat verwarmt. 

- Een eindje naast me loopt de met grove, scherpe keien verharde en opgehoogde weg die er van hier uitziet als een lange, vlakke gletsjer bedekt met morene. Dat is voor de fiets een vier-kilometer-per-uur-weg, maar in dit spoor waar ik nu zit, haal ik snelheden van 14 à 16 km per uur, wat in Tibet als een goede benadering van de lichtsnelheid beschouwd kan worden.

- Over de eerste twee kilometer van dit paradijs voor klimmers doe ik, beurtelings duwend tegen en trekkend aan mijn vervoermiddel, ruim een uur. Ik vraag me af of je een fiets in een dergelijke situatie nog een vervoermiddel kunt noemen. Hij vervoert niet míj, maar ik hèm, dus eigenlijk ben ik het vervoermiddel van mijn fiets. 

- Opeens herkent een van hen mij van mijn boeken: "Hé, ben jij soms Frank van Rijn?"
 "Niet soms maar altijd."

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

donderdag 11 april 2024

Plannen voor de toekomst

Ik heb sinds begin januari al heel wat boeken van mijn lijsten met favoriete boeken, herlezen en besproken. Het gaat om de volgende titels:
 
Junichiro Tanizaki: Stille sneeuwval
Roland Huntford: Shackleton, het 2e deel van het boek
Anton Tsjechov: Verzamelde werken delen 4 en 5
Homeros: Odysseia in de vertaling van Imme Dros
Annie M.G. Schmidt: Pluk van de Petteflet
Ivan Toergenjev: Verhalen
Isaak Babel: Verhalen (gedeeltelijk)
Jonathan Swift: De reizen van Gulliver
Nagieb Mahfoez: De Caïro-trilogie bestaande uit Tussen twee paleizen, Paleis van verlangen en De suikersteeg
George Orwell: Dierenboerderij
Jean-Luc Fromental (tekst) & Joëlle Jolivet (tekeningen): 365 pinguïns
 
Inmiddels staan er nog 21 titels op mijn lijst van te herlezen favoriete boeken, maar geen enkele daarvan is essentieel voor mijn blog. Met voldoende tijd van leven zal ik de meeste hiervan ook nog wel herlezen en bespreken.
 
Ik heb halverwege februari besloten om een vriendenboek te maken met een selectie van de stukjes uit mijn blog. Ik hoop het boek eind mei in huis te hebben. Om het boek te kunnen betalen heb ik sinds half februari al mijn zoekopdrachten op marktplaats verwijderd en niets meer gekocht via marktplaats. De eerste 400 euro heb ik al bij elkaar gespaard en in mei met het vakantiegeld schiet het lekker op.
 
Behalve boeken heb ik ook nog een flink aantal dozen met dvd's op zolder liggen waarvan ik er nog een aantal wil bekijken. Van de 57 films die Alfred Hitchcock heeft gemaakt, heb ik er 50 in huis. Het is een flink project om die 50 dvd's allemaal te gaan bekijken. Ik weet nog niet of en wanneer ik dat ga doen. Er zijn ook nog wat andere regisseurs waarvan ik alles wil bekijken dat ik in huis heb, in ieder geval Michelangelo Antonioni, Charlie Chaplin, Buster Keaton en Thomas Vinterberg en ook de films van Stan Laurel en Olivier Hardy. Genoeg te doen dus.

Omdat de klepjes van mijn beide cd-spelers moeilijk open gaan, wil ik 2 nieuwe cd-spelers kopen. Totdat ik mijn vriendenboek heb afbetaald en 2 nieuwe cd-spelers heb gekocht koop ik geen spullen meer via marktplaats. We zullen zien hoe lang ik dat volhoud, het gaat al 2 maanden goed.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Ed van der Elsken: L'Amour!

Ed van der Elsken: L'Amour! (Nederland, 1995): 148 blz: Uitgeverij Van Gennep
 

 
Ed van der Elsken is al een hele tijd mijn favoriete Nederlandse fotograaf. De beste foto's van Ed van der Elsken kunnen zich meten met het beste werk van vrijwel iedere andere beroemde fotograaf waarvan ik het werk ken. Ik had "L'Amour!" nog niet besproken.
 
"L'Amour!" is ruim 4 jaar na de dood van Ed van der Elsken samengesteld door de beroemde vormgever Anthon Beeke, onder andere bekend van het "Blote meisjes alfabet". Opvallend aan "L'Amour!" is dat Ed van der Elsken voor zijn naaktfoto's geen professionele modellen gebruikte, maar uitsluitend vriendinnen of vriendinnen van vrienden of mensen die hij gewoon op straat tegenkwam. Er staan helaas maar vrij weinig echte naaktfoto's in het boek. De naaktfoto's die erin staan zijn alle in zwart-wit, geschoten met een grove korrel en ze ogen een beetje wazig. Ze getuigen ook allemaal van een grote intimiteit die helaas zeldzaam is onder naaktfotografen. Over het algemeen was Ed van der Elsken een zeer zelfverzekerde, brutale fotograaf, maar bij zijn naaktfoto's ging hij zeer schuchter te werk.
 
Ik vind "L'Amour!" een mooi boek met erg mooie foto's. Het is zeker niet het meest belangrijke of beste boek van Ed van der Elsken, maar liefhebbers van zijn overige werk zullen dit boek zeker ook erg weten te waarderen. Hoewel er zoals gezegd vrij weinig echte naaktfoto's in het boek staan, vind ik op basis van dat bescheiden aantal foto's, Ed van der Elsken één van de beste naaktfotografen die ik ken.
 
Voor een paar foto's uit "L'Amour!" klik hier.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 10 april 2024

Voorwoord voor mijn vriendenboek

Paul van den Hoven, een goede vriend van mij, en medeoprichter en mede-eigenaar van antiquariaat Aleph in Utrecht heeft voor mijn vriendenboek een prachtig voorwoord geschreven:
 
Wat Erik en mij bindt – naast onze liefde voor de drie B's: de films van Bergman, Buurman en Buurman – is onze verhouding tot de poëzie: ik houd er heel veel van, en Erik heeft er helemaal niets mee. Poëzie, anders dan proza, had er ook niet kunnen zijn, dat is het enige verschil tussen die twee. Ook Erik had er niet kunnen zijn, en misschien houdt hij om die reden wel niet van poëzie, zoals hij ook niet houdt van films waarin voortdurend doden vallen, of weer opstaan. Om van dat nauwelijks bestaande te kunnen houden, moet je er zelf uiteraard wel zijn. De laatste tijd gaat het gelukkig beter met mijn vriend – mede door zijn instelling van de gastmaaltijd – maar al heel lang sleept Erik de mogelijkheid van een niet-bestaan als een schaduw achter zich aan.
 
Erik houdt van concreetheid en realisme. Van romans. Uit poëzie rijzen geen karakters op, slechts zelf-confrontatie en verlangens naar vergetelheid, en als ik meen Erik al eens eerder te hebben ontmoet, dan kom ik uit op Pierre Bezoechov, op een roman dus – toevallig ook een van Erik's lievelingsboeken. In dat boek van Tolstoj vallen voortdurend doden, maar ze staan niet meer op. Geen spoken. Groot, gul, goedmoedig, eerlijk, en geneigd, al bewegend door het leven, mensen aan te trekken en voorwerpen om te stoten. Pierre Bezoechov heeft zijn licht vooruit geworpen, en in dat licht zie ik Erik. En zoals je terugkeert naar een bepaalde romanfiguur, zo blijf je een goede vriend opzoeken. Tegenover het bedreigde bestaan, staat iets onvergankelijks –maar om dit te zien heb je beide nodig, en in ieder afzonderlijk zie je allebei.
 
Ik ben blij dat Erik er is, en met de dagen waarop hij instemt met deze uitspraak maakt hij me nog blijer. Misschien had ik hem wel nooit ontmoet, noch gemogen, indien hij alle dagen van de week blij zou zijn. Hij was iemand anders geweest, iemand met wie ik hoogstwaarschijnlijk minder uitbundig had kunnen lachen. Wij hebben ongeveer hetzelfde, hoge eettempo, ook dat bindt ons. Eten & praten combineren wij bezwaarlijk, maar terwijl Erik zijn lachende gezicht achter een berg aardappelen tevoorschijn eet, wil ik nog wel eens een woord inslikken om bijvoorbeeld een tomaatje uit te spreken. Soms ontwaar ik bij het weggaan, in een papierbak op de gang, het lege, piramidale omhulsel van een Toblerone die mij vanwege een hongerklop in de vroege middag klaarblijkelijk werd onthouden. Ik zwijg en Erik lacht. Ik word als een farao onthaald, maar er zijn grenzen aan de vriendschap.
 
Poëzie kun je laten zitten, voor proza moét je gaan zitten, dat is het enige verschil. Omwille van al dat roman-lezen, neemt Erik vaak te lang een zittende houding aan. Na twee maaltijden bij hem thuis lopen we dan ook voor de derde naar Frans en zijn vrouw, die de lekkerste Indonesische gerechten van Utrecht serveren. Omdat ik liever geen reclame maak, vermeld ik hier alleen naam en adres: Eethuis Kolintang, Hondsrug 6.
 
Ik kan goed citeren. Deze uitspraak moet eigenlijk tussen aanhalingstekens, want hij komt van Erik, die hem misschien weer van iemand anders heeft. Maar hij heeft gelijk: meer dan de helft van zijn stukken zijn gevuld met zeer goed gekozen citaten. De uitspraak getuigt van een goed inzicht, in literatuur en in hemzelf, en bovenal van bescheidenheid. Bescheidenheid is weten wat je waard bent. Ik citeer mijzelf.
 
Wanneer over tien jaar deel twee verschijnt en Erik niet meer geïntroduceerd hoeft te worden, zal ik, mocht het mij zijn vergund, naar achteren verhuizen voor het nawoord. Niet om daar het laatste woord te nemen, maar om Erik te feliciteren met de voortzetting van een oude & goede gewoonte, zij het leven of schrijven.
 
Met hartelijke groet en aanbeveling,
 
Paul van den Hoven
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 8 april 2024

Jean-Luc Fromental (tekst) & Joëlle Jolivet (tekeningen): 365 pinguïns

 

 
Sommige boeken moeten het hebben van een eenvoudig idee. Dat geldt ook voor "365 pinguïns" van het duo Fromental & Jolivet.
 
Een gezin bestaande uit de vader, de moeder, een zoon en een dochter krijgt op de eerste dag van het nieuwe jaar per post een pinguïn toegestuurd. Wat moeten ze met die pinguïn? Vervolgens krijgen ze op iedere dag van het jaar een nieuwe pinguïn toegestuurd. Wat moeten ze met al die pinguïns? Hoe kunnen ze al deze pinguïns huisvesten, te eten geven en schoonhouden?
 
De uitwerking van het simpele gegeven "iedere dag een pinguïn erbij" is geniaal gedaan. De tekeningen zijn in zwart en wit met als steunkleuren oranje en blauw en zijn prachtig om te zien. Er is zelfs een pinguïn die Bibber heet, last van de kou heeft en blauwe voetjes heeft.
 
Citaat:
- Op nieuwjaarsdag, om negen uur 's ochtends, staat er een koerier op de stoep.
Ik maak het pakje open: een pinguïn.
Wie stuurt ons nu zo'n raar cadeau?
Geen afzender op de doos.
Geen naam of niks.
 "Hé," zegt Emma, m'n zus.
"Kijk eens!"
Ik ben nr. 1, geef me eten, nu meteen!
"Rare toestand," zegt m'n vader.
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "365 pinguïns", klik hier.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zondag 7 april 2024

Ara Güler: A Play of Light and Shadow

Ara Güler: A Play of Light and Shadow (Turkije, 2023): 208 blz: Uitgeverij Hannibal
 

 
Het boek "A Play of Light and Shadow" is uitgegeven ter gelegenheid van de gelijknamige overzichtstentoonstelling van het werk van Ara Güler in het Foam in Amsterdam van 23 juni tot 8 november 2023. 

Ara Güler (1928-2018) was een Turkse fotograaf die bekend is geworden door zijn foto's over het dagelijks leven in Turkije en van het Turkse culturele erfgoed. Hij fotografeerde vooral in Istanboel, maar hij heeft ook door heel Turkije rondgereisd om de Turkse cultuur vast te leggen. Güler fotografeerde zowel in kleur als zwart-wit, maar veruit de meeste foto's in dit boek zijn zwart-wit.

Totdat ik "A Play of Light and Shadow" tegenkwam bij een vriend, had ik nog nooit van Ara Güler gehoord. Het is een mooi uitgegeven boek met mooie, niet zo spectaculaire foto's. Voor mij is dit boek vooral interessant omdat ik zelf 3 keer in Turkije ben geweest.

Voor een aantal foto's uit "A Play of Light and Shadow", klik hier.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 6 april 2024

George Orwell: Dierenboerderij

George Orwell (tekst) & Ralph Steadman (tekeningen): Dierenboerderij (Groot-Brittannië, 1945): 165 blz: Vertaald door Anthony Ross (1956): Uitgeverij de Arbeiderspers

Dierenboerderij : een sprookje voor…
 
Ik heb "Dierenboerderij" al vier keer eerder gelezen. De eerste keer was voor de lijst van de Middelbare school. Toen vond ik het een aardig boekje, vooral lekker dun, maar zag ik nog niet in wat voor geniaal boek het is.

Het verhaal mag min of meer bekend worden verondersteld. Op de Herenboerderij van boer Jansen hebben de dieren het slecht en ze dromen van een opstand en vooral van een beter bestaan. Onder leiding van de varkens Sneeuwbal en Napoleon lukt het ze om de boer en boerin weg te jagen. Opeens moeten ze zelf voor hun kost zorgen en dat blijkt ze zo goed af te gaan dat ze het veel beter hebben dan voorheen. Er is even zelfs sprake van een driedaagse werkweek. Bijna alle dieren werken naar vermogen mee, er zijn er paar die er de kantjes van af lopen zoals Mollie de merrie, Mozes de raaf en de kat. De varkens hebben de leiding op zich genomen. 

Langzaam maar zeker blijkt dat toch niet alles zo goed gaat en dat de varkens een klasse vormen met privileges. Het wordt nog erger als Napoleon een stel woeste honden opfokt en Sneeuwbal wegjaagt. Steeds als er enige vorm van kritiek komt van de overige dieren zeggen de varkens "Maar jullie willen boer Jansen toch niet terug hebben?" en verstomt de kritiek.

Er valt veel meer te zeggen over deze prachtige fabel, maar ik wil iedereen die hem niet kent aanraden om hem toch vooral zelf te lezen. Het is maar een dun boekje dat je makkelijk in een avond kunt lezen. Mijn exemplaar heeft als voordeel dat het geïllustreerd is met prachtige tekeningen van Ralph Steadman.             
 
Citaten:
- "De Mens is het enige schepsel dat verbruikt zonder ook maar iets voort te brengen. Hij geeft geen melk, hij legt geen eieren, hij is te zwak om een ploeg te trekken, hij kan niet hard genoeg rennen om een konijn te vangen. Toch is hij de Heer aller dieren. ..."
 
- De Majoor vervolgde:
 "Ik heb nu weinig meer te zeggen. Ik herhaal slechts, denk steeds aan jullie plicht tot vijandschap jegens de Mens en al zijn doen en laten. Alles wat op twee poten loopt is een vijand. Alles wat op vier poten loopt of vleugels heeft, is een vriend. En bedenk ook dat wij in de strijd tegen de Mens niet op hem mogen gaan lijken. Zelfs wanneer wij hem hebben overwonnen, dienen jullie zijn ondeugden niet over te nemen. Geen dier mag ooit in een huis leven, of in een bed slapen, of kleren dragen, of alcohol drinken, of tabak roken, of geld aanraken, of handel drijven. Alle gewoonten van de Mens betekenen kwaad. En, boven alles, geen dier mag ooit zijn gelijke tiranniseren. Geen dier mag ooit een ander dier doden. Alle dieren zijn gelijk. ..."            

- De eerste ogenblikken konden de dieren hun geluk niet op. Hun eerste daad was met z'n allen langs de grenzen van de boerderij te galopperen om zich ervan te verzekeren dat er geen menselijk wezen meer te vinden was; vervolgens renden zij terug naar de gebouwen teneinde de laatste sporen van Jansens gehate regime uit te wissen. De tuigkamer achter in de stal werd opengebroken; de bitten, de neusringen, de hondekettingen, de wrede messen waarmee Jansen biggen en lammeren castreerde, alles werd in de waterput gesmeten. De teugels, de halsters, de oogkleppen, de onterende voederzakken gingen op de brandende afvalhoop op het erf. Dezelfde weg gingen de zwepen. Alle dieren dansten van plezier toen zij zagen hoe de zwepen door de vlammen werden verteerd.

- De varkens lieten zich niet met het eigenlijke werk in, maar hielden leiding en toezicht op de anderen. Op grond van hun buitengewone kennis was het vanzelfsprekend dat zij het leiderschap op zich namen.

- Benjamin kon evengoed lezen als welk varken ook maar oefende nooit. Voor zover hem bekend, zei hij, was niets de moeite van het lezen waard.

- Na veel hoofdbrekens verklaarde Sneeuwbal dat de zeven geboden samengevat konden worden in één enkele leuze, namelijk: "vier poten goed, twee poten slecht". Dit, zo zei hij, bevatte het essentiële beginsel van het animalisme.

- Toen zij de leerspreuk eenmaal uit het hoofd kenden, bleken de schaper er veel mee op te hebben, en dikwijls als zij in het veld lagen begonnen zij allen te blaten "vier poten goed, twee poten slecht! vier poten goed, twee poten slecht!" en bleven daarmee uren doorgaan zonder er ooit moe van te worden.
 
- Brulbeer werd erop uitgestuurd om de anderen de noodzakelijke uitleg te geven.
 "Kameraden!" riep hij. "Jullie verbeelden je toch niet, naar ik hoop, dat wij varkens dit doen met zelfzuchtige bedoelingen, om onszelf te bevoordelen? Velen van ons lusten helemaal geen melk en appels. Ikzelf lust ze ook niet. Wanneer wij deze dingen nemen, doen wij het alleen voor onze gezondheid. Melk en appels bevatten echter, naar de wetenschap heeft aangetoond kameraden, bestanddelen die absoluut noodzakelijk zijn voor het welzijn van een varken. Wij varkens zijn hoofdarbeiders. De hele huishouding en organisatie van deze boerderij berust op ons. Dag en nacht waken wij over uw welzijn. Het is ter wille van jullie dat wij die melk drinken en die appels vreten."

- Bokser, die nu tijd had gehad om over een en ander na te denken, sprak het algemene gevoelen uit met de woorden: "Wanneer kameraad Napoleon het zegt, dan moet het juist zijn." En van dit ogenblik af nam hij "Napoleon heeft altijd gelijk" tot lijfspreuk, als aanvulling op zijn persoonlijk motto "ik zal harder werken".

- Napoleon werd tegenwoordig nooit meer eenvoudig "Napoleon" genoemd. Men sprak altijd over hem in een vormelijke stijl, zoals "onze Leider, kameraad Napoleon", en de varkens bedachten voor hem graag eretitels als Vader alle Dieren, Vrees der Mensheid, Beschermer der Schapen, Vriend der Eenden en wat niet meer.

Het boek eindigt aldus:
- Twaalf stemmen schreeuwden kwaad en zij klonken alle hetzelfde. Het was nu geen vraag meer wat er met de gezichten van de varkens was gebeurd. De dieren buiten keken van varken naar mens en van mens naar varken en van varken naar mens; maar het was reeds onmogelijk geworden te zeggen wie een mens en wie een varken was.

Voor een aantal afbeeldingen uit het boek, klik hier.

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
   

Nagieb Mahfoez: De suikersteeg



 
"De suikersteeg" is het derde deel van de Caïro-trilogie van Nagieb Mahfoez. Aan het einde van "Paleis van verlangen" zijn door een epidemie Khaliel, de echtgenoot van Aisja, en hun twee zoons overleden. Aisja en ook haar moeder Amiena komen niet over de klap heen. In "Suikersteeg" ligt de nadruk op de overgebleven kleinkinderen van Ahmed en hun weg door het leven. Het leven van de kleinkinderen wordt iets meer geschetst in vergelijking met dat van de grootvader en zijn kinderen. Niettemin is ook dit deel de moeite van het lezen meer dan waard. Meer dan in de eerste twee delen worden de belevenissen over de familie afgewisseld met korte stukjes over het Egypte van die tijd. "De suikersteeg" loopt ongeveer van 1935 tot 1944.
 
Mahfoez die in 1988 de Nobelprijs voor literatuur won heeft met deze trilogie een indringend beeld geschetst van het leven van een familie in Caïro tussen de beide wereldoorlogen. Alle drie de delen lezen zeer prettig weg en blijven boeien.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik houd van lijvige romans die een hele maatschappij beschrijven aan de hand van één of meer families. Het is in feite een voortzetting van de 19e-eeuwse romantraditie met boeken als "Oorlog en vrede" van Tolstoi. Soortgelijke kolossale romans die een hele maatschappij behandelen zijn onder andere "De geschikte jongen" van Vikram Seth over India in de jaren vijftig en de "Buru-tetralogie" van Pramoedya Anata Toer over Nederlands-Indië aan het begin van de 20e eeuw. Voor al deze romans geldt dat ze zeer fors zijn en dat je er heel wat uren leesplezier aan hebt. 
 
Citaten:
- Er is niets ellendiger dan dat je leeftijd toeneemt terwijl je geld vermindert.
 
- Hoe het ook zij - en verbaas je er niet over dat je dit te horen krijgt van een man die tot de literatoren wordt gerekend - de wetenschap is het fundament van het moderne leven. We moeten de wetenschappen bestuderen en ons laten doordringen van de wetenschappelijke mentaliteit. Wie niets van de wetenschap weet behoort niet tot de twintigste eeuw, ook al is hij een genie.
 
- "De wetenschap is de taal van het verstand. De kunst is de taal van de hele menselijke persoonlijkheid."

- "Waarom gaan meisjes allemaal naar de letterenfaculteit?"
 "Omdat voor hen een baan als lerares het gemakkelijkst te krijgen is."
 "Dat is één reden," zei Hilmi Izzat. "Een andere reden is dat de letterenstudie een vrouwenstudie is. Rouge, manicure, kohl, poëzie, romans ... Het valt allemaal onder dezelfde noemer."
 
- Jasien vroeg aan Ahmed: "Zijn de meisjes op jouw faculteit ook lelijk?"
 Ahmeds hart begon te bonzen. Het gezicht dat in zijn hart gegrift stond verscheen voor zijn ogen. Uiteindelijk antwoordde hij: "Liefde voor de wetenschap blijft niet beperkt tot lelijke meisjes."

- Dit is een vreemd land: in de politiek rent iedereen achter emoties aan, en in de liefde volgt men de nauwgezetheid van een boekhouder.
 
Tijdens de bruiloft van Abd al-Moen'im:
- Er was een klein buffet in de eetkamer klaargezet voor de familie, en een ander op de binnenplaats voor de bebaarde gasten van Abd al-Moen'im. Hij onderscheidde zich niet van hen, want hij had ook zijn baard laten groeien, waarop Khadiega had gezegd: "Religie is mooi, maar waar is die baard voor nodig? Je ziet eruit als Mohammed al-Agami, de couscousverkoper."
 
- "Een vrouw kan een kind de borst geven, een tweede op haar arm wiegen en tegelijkertijd haar man in de gaten houden. ..."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

Nagieb Mahfoez: Paleis van verlangen


 
 
"Paleis van verlangen" is het tweede deel van de Caïro-trilogie van de Egyptische schrijver Naghieb Mahfoez.
 
Inmiddels zijn we 5 jaar verder. Na de dood van Fahmi heeft Ahmed zijn avontuurtjes afgezworen en komt nog wel bij zijn vrienden, maar alleen om te drinken en te kletsen. Ook zijn er intussen 5 kleinkinderen geboren. Ahmed is de vriendelijke opa zoals hij voor zijn eigen kinderen nooit is geweest. Kamaal is 17 en klaar met school en staat voor de vraag wat hij verder moet studeren. Zelf wil hij voor een leraarschap gaan, maar zijn vader is daar geen voorstander van.

In dit deel staan de liefdesavonturen van de overgebleven mannelijke leden van de familie centraal. Ahmed merkt na 5 jaar dat zijn aantrekkingskracht op vrouwen niet meer zo groot is als voorheen. Hij begeert Zannoeba, een luitspeelster van nog geen 30 jaar, maar die schenkt hem alleen haar gunsten in ruil voor veel geld. 

Jasien trouwt voor de tweede keer, maar ook dit huwelijk is geen lang leven beschoren, na een rustige periode zet hij weer de bloemetjes buiten. 

Kamaal tenslotte is verliefd op Ajida, de onbereikbare zus van zijn beste vriend Hoessein, maar die heeft haar liefde al geschonken aan Hassan, een andere vriend van hem die net iets ouder is.

Citaten:
- Wat ons betreft, een vrouw is jong zolang er een man is die haar begeert, en een man is jong zolang hij door een vrouw wordt begeerd.

- Hij haalde diep adem, zodat zijn brede borst zich vulde, en zei geestdriftig: "Mensen als ik nemen geen genoegen met een bedankje. Wat heeft een hongerige eraan als je je afwendt en zegt "Vertrouw op God"? Iemand die honger heeft wil voedsel, lekker, smakelijk voedsel."

- Hoessein richtte zich tot Kamaal en zei op licht geërgerde toon: "De regel die in ons gezin wordt nagevolgd is: werken om de rijkdom te vermeerderen en bevriend raken met invloedrijke personen, zodat je daarna de titel "bey" kunt kopen. Vervolgens moet je je inspanningen verdubbelen, je fortuin vergroten en met een uitgelezen elite bevriend worden, zodat je de titel "pasja" kunt bemachtigen. Uiteindelijk stel je als hoogste doel in het leven in de smaak te vallen bij prinsen en daarmee moet je genoegen nemen, aangezien je de titel "prins" niet met werken of slinksheid kunt verwerven. ..."
 
- Hoessein haalde zijn schouders op en zei: "Moet ik schrijven zodat de mensen kunnen lezen? Waarom schrijven de mensen niet zodat ik kan lezen?"
 "Wie van beide is het beste af?"
 "Je moet me niet vragen wie het beste af is, maar wie het gelukkigst is. Ik beschouw werken als een vloek voor de mensheid, niet omdat ik lui ben, nee, maar omdat werken tijdverspilling is, een gevangenis voor het individu, een belemmering die het leven onmogelijk maakt. Een gelukkig leven is een gelukzalige ledigheid."
 
- Liefde was een last voorzien van twee handvaten die zo geplaatst waren dat twee personen haar moesten dragen.
 
Jasien:
- Mijn Heer, wat zie ik daar? Is dat werkelijk een vrouw? Hoeveel kintaar zou ze wegen? Mijn God zoiets omvangrijks heb ik nog nooit gezien. Hoe word je eigenaar van zo'n landgoed? Ik zweer plechtig dat als een vrouw van die omvang in mijn handen zou vallen, ik haar naakt midden in de kamer zou neerleggen en er zeven rituele omlopen omheen zou maken.
 
Nogmaals Jasien:
- "Als ik zeg dat ik je begeer en dat ik van je houd, twijfel je dan aan mijn oprechtheid? Kijk in mijn ogen. Voel mijn pols."
 "Je bent in staat dat tegen elke vrouw te zeggen die je tegenkomt."
 "Dat komt doordat, zoals het gezegde luidt: "Een hongerlijder van alle soorten eten houdt." Maar dan kan hij nog wel het meest van moeloekhiyya houden ..."
 
- "... Er is geen man die niet meer schandalen achter zijn baard verbergt dan de wereld kan bevatten."

- "Bravo. Ik heb altijd al gedacht dat je klasse had, en misschien ben je het straks met me eens dat je meer tot lachen geneigd bent dan tot het Ware, het Goede, het Schone, nationalisme, humanisme enzovoort, de hele lijst beuzelarijen waarmee je jezelf tevergeefs lastig valt."

Kamaal is zich niet bewust van de traditie van zijn vader en zijn oudere broer:
- "Wij zijn een zeer behoudende familie. Ik ben de eerste die drank proeft."
 
- "Hoge bloeddruk .... Hoge bloeddruk ...," zei Mohammed Iffat verbolgen. "We horen artsen alleen nog maar zeggen op de toon van iemand die zijn slaaf bevelen geeft: "Geen alcohol meer drinken, geen rood vlees meer eten en wees voorzichtig met eieren.""
 Ahmed Abd al-Gawwaad vroeg smalend: "Wat moet een man als ik beginnen, die niets anders dan rood vlees en eieren eet en alleen alcohol drinkt?"
 
Ik vind "Paleis van verlangen" iets minder mooi dan "Tussen twee paleizen".  

   
 
Lees verder in mijn bespreking van het derde deel van de Caïro-trilogie: "De suikersteeg".

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.