Jacques
Tardi is met afstand mijn favoriete striptekenaar. Eigenlijk vind ik
alle strips en graphic novels die ik inmiddels van hem heb gelezen en
bekeken prachtig getekend. Jammer genoeg vallen de teksten vaak zwaar
tegen. Uit "Ik René Tardi ..." blijkt dat Jacques Tardi zelf ook een
schrijver van formaat is. Tot nu toe had ik Jacques Tardi nog niet
ontdekt als groot schrijver.
In
zijn jeugd had Jacques Tardi vaak onenigheid met zijn vader René, hij
verweet hem die stomme oorlog nooit te kunnen vergeten. Zowel vader René
als de grootvader van Jacques hadden als soldaat gevochten in de oorlog
(De Tweede en de Eerste Wereldoorlog) en waren gevangengenomen door de Duitsers en
terechtgekomen in een krijsgevangenenkamp. Eerst hoorde Jacques de
verhalen van zijn grootvader aan en in de jaren 80 hoorde Jacques zijn
vader letterlijk uit over hoe hij de oorlog had beleefd. Eens zou
Jacques de belevenissen van zijn vader aan de wereld bekendmaken.
- Onze geweldige aanvoerders hadden ons opgedragen de vijand op te sporen en te vernietigen. Dat was tenminste duidelijk, zelfs voor de grootste sufferds onder ons! Het was spek voor onze bek! Leve het leger!
-
Waarom zouden ze die stomme klotelanden, bakermat van chaos en
sluimerende conflicten, niet gewoon annexeren: Polen, Tsjechoslowakije,
Hongarije, Roemenië en de Oekraïne? Bulgarije zagen ze over het hoofd.
Het Westen was een ander verhaal. In Groot-Brittannië of Frankrijk
zouden de Duitsers niet snel voet aan de grond krijgen.
- Papa, is een tank duur? Geen idee! En je zegt niet "tank" maar "tenk"!
-
Wij meenden het sterkste leger van de wereld te zijn, maar we kregen
les in rammelkasten uit de Eerste Wereldoorlog. Oud materieel voor een
oud leger van jonge verliezers in spe! Dat begreep ik naderhand! In '35
dachten we nog dat we alle tijd hadden.
- Het garnizoensleven bestond uit corvee, onderricht voor de soldaten, manoeuvres en wachtlopen: in de stad, op het station, langs de bordelen en de patroonfabriek. We hadden het nooit over de oorlog die op komst was. In de kazerne geen politiek! Alleen al het noemen van de krant "l'Humanité" zou zwaar bestraft worden. We hoefden geen mening te hebben, we moesten alleen gehoorzamen. Niet voor niets wordt het Franse leger "De grote zwijger" genoemd.
-
Het al te zelfverzekerde Frankrijk was er niet klaar voor. Van 3
september tot 10 mei 1940 gebeurt er niets. Uiteraard grijpen we dit
respijt van negen maanden niet aan om ons te organiseren. De Duitsers
bewegen niet, wij bewegen niet, wij wachten. Het is de "Schemeroorlog".
En daarna, op de door hen gekozen datum, 10 mei, begint het offensief.
Op de 13e trekken Heinz & co ons land binnen, zoals je een rijpe
camembert aansnijdt, hoewel ze hier en daar op hardnekkig verzet
stuiten. Franse soldaten hebben gevochten en goed gevochten, maar de
opmars van de Wehrmacht is niet te stuiten. 22 juni: Wapenstilstand,
Parijs bezet, Adolf in het Trocadéro.
-
Je moet begrijpen dat een mens het niet langer dan een uur volhoudt in
een potdichte tank, met draaiende motor en bij warm weer. Het stinkt er
naar kokende olie, uitlaatgas en koolmonoxide, en de zich opeenhopende
gassen uit het kanon vergiftigen de lager gezeten bestuurder-mecanicien.
Ventilatieroosters moeten met beleid geopend worden. Is de sector
rustig, dan kan de commandant de deur van de 360 graden draaibare toren
onder het rijden als zitje gebruiken.
- Ikzelf was een onderluitenant van de onderhoudsdienst tegengekomen die ik kende en die me geen enkele goede reden kon geven waarom we bij het verlaten van de trein gescheiden waren. Stomme kloteorganisatie, waardeloze leiding! Frankrijk "mijn" land omdat ik daar stomtoevallig was geboren. Ik walg ervan! Als ik de Marseillaise hoor, krijg ik zin om te kotsen!
- Datzelfde tablet chocolade die als ruilmiddel fungeerde, zal van zak tot zak gaan, van hand tot hand. Hij zal nooit verkocht worden en uiteindelijk misschien gebruikt worden om een Duitse vrouw te "benaderen" in een afgelegen Kommando.
- Het belangrijkste was het brood. "De schijf van vijf". Het brood is heilig, iedereen weet dat ... vooral als je het bijna niet hebt! Ons dagelijks brood had niet de vorm van een hostie maar van een dikke cake van een kilo ... voor vijf KG's! Het was gemaakt van inferieur meel en zag er afstotelijk uit. Het was niet gerezen, klef van binnen en stroperig onderin, maar toch vraten we het op. Het "brot" van de Duitsers was natuurlijk beter gerezen!
-
In de bibliotheek stonden boeken van overal en in alle talen. De
interessante boeken werden stiekem doorgegeven. Je zag ze nooit aan de
oppervlakte komen. Ik heb alleen zouteloze avonturenromans en
wetenschappelijke werken gelezen, niets politieks uiteraard, de censuur
liet weinig door. De KG-bibliothecaris was een onderwijshufter met een
hoge dunk van zichzelf, een beetje zoals sommige verwaande
boekhandelaren die doen of ze de boeken die ze verkopen zelf geschreven
hebben.
-
Als er bij de moffen bloedworst op het menu stond, haastte Gourdin, die
in het kledingmagazijn werkte, zich naar de plee om wat stront aan het
lemmet van zijn Opinel te smeren. Achter de rug van zijn bewaker opende
Gourdin diens tas en daarna de gamel om de bloedworst te voorzien van
een dun laagje stront.
-
Iedereen had luizen, ook de Duitsers. Ze hadden ze samen met de tyfus
meegebracht uit Rusland en wij waren dus ook de klos. Als je tegen een
bewaker over die kleine parasieten begon, ging ie meteen pleite. Erg
handig om lastposten uit de buurt te houden, maar als je ze had kon je
dat beter verzwijgen, want anders zetten ze je apart in een soort cel
annex berghok.
In elke barak werd er aan één stuk door op luizen gejaagd. Die krengen zaten het liefst in het kruis van je broek.
- De Duitsers vonden het wel best. Wanneer een KG rustig zat te knutselen hoefde hij niet meer bewaakt te worden. Verder had je lui die naar artistieke schoonheid streefden. Er verschenen stoomlocomotieven gemaakt van sardineblikjes, zeilschepen gesneden uit planken van munitiekisten, vliegtuigen ... gebouwen ... sculpturen. Schilders en tekenaars legden ons lamentabele bestaan vast, soms met humor. Ik tekende tankgevechten.
- De Yankees kregen de kampkost maar aten er niet van. Ze werden ruim voorzien door het Rode Kruis en ontvingen K-rations en aanvullende rantsoenen. Ze waren schatrijk en niet verslagen. Bovendien was de Conventie van Genève op haar hoede. "Als jij mijn gevangenen slecht behandelt, wee de jouwe ..." Da's algemeen bekend.
Je snapt dat voor ons de situatie iets anders lag. In Frankrijk bevond zich geen enkele moffen-KG en Hitler veegde zijn reet aan Laval, Pétain en Vichy.