maandag 19 mei 2025

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB: Na de oorlog

Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB: Na de oorlog (Frankrijk, 2018): 159 blz: Vertaald door Studio Peter de Raaf
 
Ik, rene tardi, krijgsgevangene Hc03. ex krijgsgevangene
 
Nadat hij is bevrijd is René Tardi teruggekeerd naar Frankrijk. Hij gaat terug naar het kleine dorpje in Zuid-Frankrijk waar hij en zijn vrouw Zette al voor de oorlog woonden. In augustus 1946 wordt hun zoon Jacques (de maker van het boek) geboren. Omdat René vrijwillig in dienst was gegaan zwaait hij na de oorlog niet af, maar wordt hij gelegerd in Duitsland om het Westen te helpen beschermen tegen de Russen.
 
Het verhaal loopt door tot de eerste jaren van Jacques die een hekel heeft aan school en vaak zit te tekenen. Dit derde deel hoort niet op zichzelf gelezen te worden, maar is een geweldige afsluiting van deze trilogie.
 
Jacques Tardi is stilistisch duidelijk beïnvloed door Louis-Ferdinand Céline, wiens "Reis naar het einde van de nacht" hij van prachtige illustraties heeft voorzien. Dat is te zien aan het rauwe taalgebruik en het veelvuldig voorkomen van de drie gedachtepuntjes om spreektaal weer te geven.
 
Ik durf wel te zeggen dat ik de trilogie "René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB" de meest indrukwekkende serie graphic novels of strips vind die ik ooit heb gelezen. Deze drie boeken van Jacques Tardi kunnen wedijveren met die van Tolstoi, Tsjechov en Paustovski om drie van mijn favoriete schrijvers te noemen.
 
Citaten:
- Saint-Marcel-lès-Valence, een dorp met 937 inwoners in de Drôme, zonder veel charme, strekt zich uit aan weerszijden van de weg Valence - Romans-sur-Isère. Hier, aan de voet van de Alpen, pal tussen de fruitbomen, bevinden we ons in het Rhônedal waar de mistral blaast tot je er gek van wordt. Een dorpsplein met zijn cafés, zijn jeu de boules en zijn fontein zul je in Saint-Marcel niet aantreffen ... je verveelt je te pletter! Als je uit de richting van Valence komt, word je begroet door de kruidenierswinkel van moeder Archibald.
 
- Voor een persoon met een hersenpan vol bruine stront die zeker wist dat hij tot het superieure "ras" behoorde, was het "vanzelfsprekend" dat je een communistische partizaan uit Polen of Rusland, een zigeuner of een jood een nekschot gaf. Hij zag het niet als moord. Het slachtoffer was tenslotte geen mens, maar een "Untermensch". En dat idee was genoeg om het laatste restje geweten dat er in die beulskop wellicht nog over was, in slaap te sussen!
 
- Ja, hang maar de lolbroek uit! ... Een tenk! Alleen boeren zeggen tank ... Godverdegodver! Je had al die klojo's in de kazerne moeten zien! Godsamme! ... om te kotsen ... schijtziek werd je ervan! Godverdomse klotebende ... Geen wonder dat ze ons keihard in ons hol naaiden.
 
Op bladzijde 47 en 48 wordt uitgelegd waar de term genocide vandaan komt, te lang om hier te citeren.
 
- Voor het geval dat de Duitse bevolking nog geen lucht heeft gekregen van het bestaan van de concentratiekampen, zijn er speciaal voor hen films gemaakt. Hitchcock had de supervisie over een van die gruwelijke reportages. Hij gaf de cameramannen de opdracht lange shots zonder cuts te maken ... zodat ze later niet konden zeggen dat er met de films geknoeid was om de waarheid te vervalsen ...
 ... maar de Ministeries van Buitenlandse Zaken van Amerika en Engeland besluiten deze documenten niet te vertonen. Dat zou die "brave" Duitsers maar demoraliseren, terwijl we ze juist moeten "aanmoedigen" om hun land weer op te bouwen!
 
- Thuis legt mijn vader me uit hoe je een stoomlocomotief tekent.
1) Eerst legt hij de rails neer en zet hij de wielen erop ...
2) ... dan de loopbrug, de stoomketel en de drijfstangen.
3) ... daarna voegt hij het machinistenhuis en de tender vol water en steenkool eraan toe ...
4) ... en ten slotte de stootblokken, de schoorsteen en de rookvang.
Nu kan de machine gaan rijden!
 Van voor naar achteren zie je twee kleine wielen, drie grote en nog één kleintje, het is dus een 231, een Pacific 231, de mooiste stoomlocomotief van allemaal! Ik sta versteld van deze logica ... voortaan zal ik altijd als ik iets wil uitbeelden - of het nu een koffiemolen, een vleugelpiano of een kat is - eerst proberen te begrijpen hoe het werkt voor ik het ga tekenen.
 
- Op een dag gaan mijn moeder en ik naar de kazerne. Mijn papa krijgt een medaille.
 Hij is niet de enige ... Andere soldaten krijgen ook een medaille. Een generaal of een kolonel, weet ik veel, een officier speldt een stukje blik op de linkerkant van de jas van elke held. Ze hebben veel bekijks, inclusief de fanfare van het regiment en de hele rambam ... en de spahi's met hun lange boernoesen ... zij zijn het mooist! Ik besef vagelijk hoe grotesk deze militaire ceremonie is, maar iedereen lijkt het serieus te nemen. Borst vooruit, plechtig gezicht, politiepet stevig op de schedel gedrukt, gehandschoende handen en blinkende laarzen om door de modder te ploeteren. Veel later zal mijn ouweheer zeggen: "Mijn bescheiden onderscheidingen heb ik maar één keer gedragen (op die dag in Fritzlar?). Ik draag ze nooit meer, zelfs niet aan een lintje in mijn knoopsgat." ... Uiteindelijk heeft hij er sleutelhangers van gemaakt.
 
- Als in januari het nieuwe schooljaar begint, wordt er een nieuwe leerling voorgesteld ... een grote! Hij komt uit Kassel. Op een dag ging hij in een gebombardeerde wijk in een kelder spelen. Dat is gevaarlijk en verboden. Dat bleek ook wel: hij vond een granaat die hij meenam naar huis. In de schuur probeerde hij de granaat door te zagen. "Dat was een heel slecht idee!" vertelt de onderwijzeres. Hij is alle klassen langs geweest om ons te laten zien hoe het dus niet moet. Ook al ben je groot, dat betekent niet dat je minder stom bent.
 
- Mijn vader is soms een paar dagen achter elkaar van huis vanwege tankoefeningen. Hij zegt dat het lastig is om niet expres iets kapot te maken. Maar anderen zijn minder scrupuleus. Zij rijden met hun machines dwars door heggen en vernielen muren, tuinen, schuurtjes en fruitbomen. De moffen hebben tenslotte bij hen thuis ook alles kapotgemaakt!
 
- Achter het huis is er ook een kippenhok. Lili staat erop dat ik elke dag een nog warm ei naar binnen werk. Dat is goed voor mijn gezondheid. Met een naald prikt ze een gaatje in de beide uiteinden van het ei. Het is echt smerig met al die lauwe slijm. Ik moet ervan kokhalzen.
 
- Als ik op een dag uit school kom, laat een grote me een geïllustreerd blad inkijken - twee minuten, meer niet! Ik zie dit voor het eerst. Het is anders dan Tarou, het is veel mooier en helemaal in kleur, met allemaal verschillende vervolgverhalen ... serieuze en grappige. En dit blaadje komt elke donderdag uit. Zo heb ik kapitein Haddock leren kennen!
 De volgende donderdag is mijn grootmoeder zo aardig om het weekblad Kuifje te kopen. En omdat ze het veel beter vindt dan Tarou, Audax, Vigor en  Vulgor, koopt ze het voortaan elke donderdag. De verhalen in het blad hebben ook zo veel tekst ... aan de tekeningen heb ik genoeg! En ook al loopt Kuifje op de maan, kapitein Haddock is veruit mijn favoriet. Hun raket doet me denken aan het zeiltje op de keukentafel, waaraan ik ga zitten om sommige plaatjes na te tekenen.

- Gelukkig kan ik na school met mijn vriend Norbert discussiëren over onze favoriete striphelden. Ik weet nu dat de verhalen die we in onze geïllustreerde bladen lezen, strips heten.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten