Tardi: Ik René Tardi krijgsgevangene in Stalag IIB: Na de oorlog (Frankrijk, 2018): 159 blz: Vertaald door Studio Peter de Raaf
Nadat
hij is bevrijd is René Tardi teruggekeerd naar Frankrijk. Hij gaat
terug naar het kleine dorpje in Zuid-Frankrijk waar hij en zijn vrouw
Zette al voor de oorlog woonden. In augustus 1946 wordt hun zoon Jacques
(de maker van het boek) geboren. Omdat René vrijwillig in dienst was
gegaan zwaait hij na de oorlog niet af, maar wordt hij gelegerd in
Duitsland om het Westen te helpen beschermen tegen de Russen.
Het
verhaal loopt door tot de eerste jaren van Jacques die een hekel heeft
aan school en vaak zit te tekenen. Dit derde deel hoort niet op zichzelf
gelezen te worden, maar is een geweldige afsluiting van deze
trilogie.
Jacques Tardi is stilistisch duidelijk beïnvloed door Louis-Ferdinand Céline, wiens "Reis naar het einde van de nacht" hij van prachtige illustraties heeft voorzien. Dat is te zien aan het rauwe taalgebruik en het veelvuldig voorkomen van de drie gedachtepuntjes om spreektaal weer te geven.
Ik
durf wel te zeggen dat ik de trilogie "René Tardi krijgsgevangene in
Stalag IIB" de meest indrukwekkende serie graphic novels of strips vind
die ik ooit heb gelezen. Deze drie boeken van Jacques Tardi kunnen wedijveren
met die van Tolstoi, Tsjechov en Paustovski om drie van mijn favoriete
schrijvers te noemen.
Citaten:
-
Saint-Marcel-lès-Valence, een dorp met 937 inwoners in de Drôme, zonder
veel charme, strekt zich uit aan weerszijden van de weg Valence -
Romans-sur-Isère. Hier, aan de voet van de Alpen, pal tussen de
fruitbomen, bevinden we ons in het Rhônedal waar de mistral blaast tot
je er gek van wordt. Een dorpsplein met zijn cafés, zijn jeu de boules
en zijn fontein zul je in Saint-Marcel niet aantreffen ... je verveelt
je te pletter! Als je uit de richting van Valence komt, word je begroet
door de kruidenierswinkel van moeder Archibald.
-
Voor een persoon met een hersenpan vol bruine stront die zeker wist dat
hij tot het superieure "ras" behoorde, was het "vanzelfsprekend" dat je
een communistische partizaan uit Polen of Rusland, een zigeuner of een
jood een nekschot gaf. Hij zag het niet als moord. Het slachtoffer was
tenslotte geen mens, maar een "Untermensch". En dat idee was genoeg om
het laatste restje geweten dat er in die beulskop wellicht nog over was,
in slaap te sussen!
- Als ik op een dag uit school kom, laat een grote me een geïllustreerd blad inkijken - twee minuten, meer niet! Ik zie dit voor het eerst. Het is anders dan Tarou, het is veel mooier en helemaal in kleur, met allemaal verschillende vervolgverhalen ... serieuze en grappige. En dit blaadje komt elke donderdag uit. Zo heb ik kapitein Haddock leren kennen!
De volgende donderdag is mijn grootmoeder zo aardig om het weekblad Kuifje te kopen. En omdat ze het veel beter vindt dan Tarou, Audax, Vigor en Vulgor, koopt ze het voortaan elke donderdag. De verhalen in het blad hebben ook zo veel tekst ... aan de tekeningen heb ik genoeg! En ook al loopt Kuifje op de maan, kapitein Haddock is veruit mijn favoriet. Hun raket doet me denken aan het zeiltje op de keukentafel, waaraan ik ga zitten om sommige plaatjes na te tekenen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten