Posts tonen met het label Ontdekkingsreizen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ontdekkingsreizen. Alle posts tonen

dinsdag 27 juli 2021

Michael Asher: Thesiger

Michael Asher: Thesiger (Groot Brittannië, 1994): 523 blz: Uitgeverij Viking
 
Thesiger

Wilfred Thesiger werd geboren in 1910 in Addis Abeba, de hoofdstad van het toenmalige Abessinië, nu Ethiopië. Hij had drie jongere broers. Zijn vader overleed toen Wilfred 9 jaar oud was. Wilfred woonde tussen 1920 en 1930 in Engeland waar hij naar Eton ging en vervolgens naar Oxford waar hij geschiedenis studeerde. Zijn droom was altijd om jager op groot wild te worden.

In 1930 werd hij door Ras Tafari (de latere keizer Haile Selassie) uitgenodigd om zijn kroning bij te wonen. In 1933 maakte hij een ontdekkingsreis in het land van de Danakils. Van 1933 tot 1939 zat hij bij de koloniale dienst in Soedan waar zijn voornaamste bezigheden het schieten van leeuwen (70 stuks) en het maken van tochten per kameel waren.

Tijdens de oorlog diende hij in Soedan, Ethiopië en Syrië. Van 1945 tot 1950 trok hij samen met de bedoeïenen op kamelen door Saoedi Arabië in opdracht van de bestrijding van sprinkhanen. Het boek "Woestijnen van Arabië" dat hij over deze tochten schreef maakte hem wereldberoemd. 

Van 1950 tot 1958 verbleef Thesiger een groot deel van het jaar in de moerassen tussen de Eufraat en de Tigris in Irak. Hier schoot hij idioot veel wilde zwijnen (meer dan 2.000) en hij voerde talloze besnijdenissen uit. Tussendoor verbleef hij ieder jaar 2-3 maanden in Engeland, en hij maakte vanaf 1954 tot 1969 ieder jaar een lange reis met zijn moeder. Zomers was hij vaak te vind in de bergen van Iran en Afghanistan.
 
Na 1958 kon hij Irak niet meer in. Hij bleef talloze reizen maken in de bergen van Marokko, Iran en Afghanistan. Ook bezocht hij langdurig Jemen. Uiteindelijk vestigde hij zich in Kenia waar hij te midden van een aantal Samburu leefde. 

Michael Asher voerde in 1992 en 1993 langdurige gesprekken met Thesiger waaruit hij een groot deel van het materiaal voor deze biografie heeft gehaald.
 
Citaten:
- Later, his father was received by the local Arab Sheikhs and presented with a curved Yemeni dagger of fine workmanship. "It disappeared later," Thesiger recalled, "which was a pity, because I'd have liked to have worn it when I travelled with the Bedu in Arabia."

- In Thesiger's first year at Eton, his self-esteem soared when he and his mother were invited to a private meeting with Ras Tafari, then on an official state visit to Britain. The Regent expressed his sorrow over Wilfred Gilbert's death and told the boy how much he had valued his father counsel. They spoke in French over tea and cakes, and as they got up to leave, Thesiger, who had seen Ras Tafari in Addis Abeba, but had never spoken to him previously, said: "My dearest wish, sir, is that one day I should be able to return to your country." The Regent smiled at him silently for a moment, then replied with unassumed warmth: "One day you shall come as my guest."

- I acquired complete confidence with a rifle - I mean, you can't go on hunting lion if you think you're going to miss the damn thing.

- At Oxford he was haunted by images of the month he had spent in Danakil country: "The slow-flowing muddy river and a crocodile basking on a sandbank," he wrote, "a waterbuck stepping out of the tamarisk jungle on its way down to drink; a kudu bull with magnificent, spiral horns silhouetted on a skyline against fast failing light ... I could feel once more the sun scorching through my shirt; the chill of the early dawn. I could taste the camels' urine in water. I could hear my Somalis singing round the campfire; the roaring of the camels as they were loaded."

- Thesiger was impressed by the legendary Bedouin ability to read tracks. Almost all Bedu knew the tracks of their own camels and those of their neighbours, and some could remember the tracks of every camel they had ever seen. Any Bedouin child could distinguish the track of any wild animal living in the desert, and most could tell with amazing accuracy how long ago the tracks were made.

- Bin Ghabaisha's reaction to Thesiger was more prosaic: "I wanted to go with him because he gave the Bedu rifles and camels and money," he said, "and those were the things I was interested in. Also a lot of people talked about his journeys, and I wanted to become famous among the tribes like the ones who went with him."

- One night Thesiger's host inquired what was in the two large boxes he was carrying. "I said it was medicine," he recalled, "and he asked me if I was a doctor. I said no, but I knew about medicines. He asked me, "Can you circumcise?" I'd never done one, but I'd seen enough done, so I said, yes, I could do that, why? ..."

Deze biografie van Michael Asher over Wilfred Thesiger is erg onderhoudend om te lezen. Wel vind ik het boek wat aan de lange kant. Graag had ik ook wat meer gelezen over hoe Thesiger zijn boeken had geschreven en ook wat meer over zijn relatie met zijn moeder en de vele reizen die zij samen hebben gemaakt. 
 
Het volgende boek dat ik ga lezen is de biografie van Alexander Maitland over Thesiger. Ik ben benieuwd hoe beide boeken zich tot elkaar verhouden.

     

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 4 april 2021

Alan Moorehead: Cooper Creek

Alan Moorehead: Cooper Creek: Het verhaal van de noodlottige expeditie van Burke en Wills naar het gloeiend hete binnenland van Midden-Australië (Australië, 1963): 211 blz: Vertaald door Anneke Meijer-Verkouter (1990): Uitgeverij Hollandia
 

 
Het verhaal van de mislukte expeditie van Robert O' Hara Burke en William John Wills heeft zich in het collectieve geheugen van Australië vastgezet. Zoals dat gaat is het grote publiek meestal veel meer geïnteresseerd in expedities waar tenminste een aantal mensen komen te overlijden dan in die expedities die vlekkeloos verlopen. 
 
Alan Moorehead vertelt in "Cooper Creek" het verhaal van deze expeditie op een zeer onderhoudende manier. Ik vind het in dit geval niet zo heel veel uitmaken, maar de Nederlandse vertaling loopt niet altijd even soepel.
 
In de winter van 1860 gingen Burke en Wills met een  groot en goed uitgerust gezelschap vanuit hun thuisbasis Melbourne op weg naar het noorden. De bedoeling was dat ze Australië van zuid naar noord zouden doorsteken en het onbekende land daartussen verkennen en in kaart brengen.

Voor deze expeditie waren kosten noch moeite gespaard, maar uiteindelijk werd een aantal fatale beslissingen noodlottig voor een aantal deelnemers van de expeditie, waaronder de expeditieleider Burke en zijn tweede man Wills.

"Cooper Creek" is een waardige toevoeging aan de boeken over mislukte expedities.

Citaten:
- Het was nu erg heet - tot 43 graden in de schaduw - maar deze hitte, schreef Wills, was door de droogte van de lucht niet erger dan wat ze in Melbourne te verduren hadden gehad. In een brief aan zijn zuster in Engeland bagatelliseerde hij zijn ervaringen: "Tot nu toe is de reis een makkie geweest." En dat ondanks het feit dat "wij voor water dat jij nooit zou willen proeven, onze lippen aflikken alsof het een glas sherry of champagne betrof".

- Het recept voor het bereiden van de prachtige rosékaketoe luidt blijkbaar als volgt: je kookt hem met een oude schoen en als de schoen mals is, gooi je de kaketoe weg en eet je de schoen op.

- Bij toeval kwamen ze op een inboorlingenpad terecht dat veelbetreden en hard was en dat voerde hen een bos in waar een groep zwarten kortgeleden rond hun kampvuren bataat had opgegraven. Deze bataat, zegt Wills, was zo overvloedig aanwezig dat zij (de zwarten) het zich konden permitteren er een heleboel van achter te laten nadat ze er waarschijnlijk de allerbeste uitgezocht hadden. Wij waren niet zo kieskeurig, maar aten een heleboel bataten die zij niet goed genoeg gevonden hadden op. We vonden ze erg lekker.

- "Toen ik merkte dat de kreek ver naar het noorden afboog, keerde ik terug naar het kamp van de zwarten en toen ik daar voorbij wilde lopen, nodigden ze me uit om te blijven. Dat deed ik dus en ik werd nog gastvrijer ontvangen dan te voren en mocht plaats nemen in een gunyah waar ze me volop vis en nardus gaven en ook een paar lekkere vette ratten. Die waren heerlijk. Ze werden met het vel er nog om gebakken. ..."

- Wills had nu zijn eerdere mening over de zwarten van de Cooper Creek volledig herzien. Hij betitelt die gemene en verachtelijke inboorlingen van een half jaar geleden nu als "mijn vrienden" en begint in zijn dagboek een lijstje aan te leggen van woorden die zij gebruiken.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 31 juli 2014

Fergus Fleming: Barrow's boys