Konstantin Paustovskij: Boek der omzwervingen (Rusland, 1963): 232 blz: Vertaald door Wim Hartog (1984): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (Nr. 103)
Met het "Boek der omzwervingen", het 6e en laatste deel van de prachtige memoires van Konstantin Paustovskij heb ik nu de gehele serie 3 keer gelezen. Ik mag wel zeggen dat Paustovskij één van mijn lievelingsschrijvers is en dat ik van de boeken die ik van hem heb gelezen zijn 6 delen met memoires het hoogst aansla. Iedereen die van lezen houdt en die de citaten die ik heb uitgezocht bij deze 6 delen de moeite waard vindt zou ik willen aanraden om wat van Paustovskij te lezen, het liefst het eerste deel van de memoires "
Verre jaren" of zijn bundel met korte verhalen "
Wilde rozen".
Citaten:
- Vader Pjotr kwam in een oud tussorzijden priestergewaad naar buiten. Klein, met dunne grijze strengeltjes in zijn nek, keek hij mij met zijn waterige oogjes spiedend aan en zei lispelend: "Ik dank u dat u het niet te min vond mij, oude man, te bezoeken. Ons bestaan hier is maar heel karig. Maar zoals men hier zegt: "Al krijg je slechts kaf te eten, Jekimovka kan je toch niet vergeten." Maar profiteer er maar lekker van! De lucht is hier rijk."
- Babel nam het manuscript, hield het vlak voor zijn bijziende ogen en las hardop de eerste zin: "Vindt u overigens niet dat deze zonsondergang de verre bergen als een lamp verlicht?"
... O ja, tussen twee haakjes, er staan drie overbodige woorden in uw eerste zin.
"Welke dan?" vroeg ik. "Zegt u 't maar!"
Babel haalde een potlood te voorschijn en streepte zonder te aarzelen de woorden "overigens", "deze" en "verre" door. Dan las hij de verbeterde zin opnieuw voor: "Vindt u niet dat de zonsondergang de bergen als een lamp verlicht?"
"Is het zo niet beter?"
- Moskou puilde uit van de zwervertjes. Ze werden van straat opgevist, naar koloniehuizen gebracht maar al spoedig daarna doken zij weer op[ in straten en op markten, trokken in hordes op, zaten te kaarten in afgelegen steegjes, sliepen in portieken en lege asfaltketels, stalen, bedelden om sigaretten en zongen bargoense liedjes in de trams, waarbij ze met houten lepels de maat sloegen.
- Zelfs onder het berevel rook ik nog de walgelijke lucht van muizekeutels. Telkens de draad verliezend- deze brak af alsof hij half vergaan was - dacht ik er over na hoe rommelig mijn leven eruit zag en dat je, niet alleen in je kamer maar ook in je leven, af en toe grote schoonmaak moest houden, de boel moest boenen en luchten. 's Winters lukte dat op de een of andere manier echter niet. Alsof de wanorde van mijn bestaan aan mij zat vastgevroren en ik de kracht niet had mij er uit los te rukken.
- Ik heb veel aan Jesenin te danken. Hij heeft mij het karige wijdse land van Rjazan leren zien: de blauwe verten van zijn rivieren, de kale kraalwilgen waar de oktoberbries in waait, de verschrompelde brandnetels, de ritselende buien, de melkkleurige rook boven de dorpen, de natte kalveren met hun verbaasde ogen, de verlaten wegen waarvan niemand weet waarheen ze leiden.
- In één van de cafés sleepten de vissers triomfantelijk de enige inwoner van Le Grau-du-Roi die het geluk had gesmaakt in Rusland te zijn geweest, naar onze tafel.
Het was een kleine, van louter verwarring paars aangelopen oude man, wiens gezicht bedekt was met een angstaanjagende witte stoppelbaard waardoor hij op een oude egel leek; hier kon beslist geen scheermes tegen op!
- Na de Mesjtsjora ben ik anders begonnen te schrijven, eenvoudiger, soberder, ik vermeed bombastische onderwerpen en begreep de macht en poëzie van simpele zielen en schijnbaar onooglijke dingen, als bij voorbeeld de lichte bries die een geur van rook over het weiland voert en de roestige pluimen van dorre zuring wiegt.
- Voor de eerste keer in mijn leven was ik op zoek "naar materiaal" voor een boek. Ik was toen als schrijver nog zo naïef dat ik daar zelfs een beetje trots op was. Maar ik begreep al heel gauw dat je nooit opzettelijk op zoek moet gaan naar materiaal of je als onpartijdig waarnemer moet opstellen maar dat je onderweg en overal waar je komt, gewoon leven moet zonder te proberen alles te onthouden.
Alleen op deze manier blijf je jezelf en werken de indrukken direct op je in, vrij en zonder vooroordeel, zonder dat je je permanent af moet vragen wat er wel en wat er niet bruikbaar is voor een boek en wat wel en wat niet belangrijk is. Het geheugen zal dat naderhand allemaal feilloos selecteren.
- De indruk die bij voorbeeld overblijft van de ruïnes van een stad uit de oudheid, is veel levendiger dan die van een collectie voorwerpen die er verband mee houden en in vitrines uitgestald staan.
De wind die over de resten van antieke basilieken heenwaait, de onvermijdelijke bitterheid van alsem, de ruige warme korstmossen, de domme lijsters die de kleine hagedissen trachten op te pikken, door oude meesters uitgehouwen op vaal geworden marmeren zuilen, het blauwe uitspansel van de lege hemel boven je hoofd, dat alles dompelt je onder in een wereld van verheven poëzie, in een ver verleden dat onverwacht heel dichtbij lijkt te zijn. Wij begrijpen het verleden onder de blote hemel gemakkelijker dan in zalen met blinkende parketvloeren.
- Gorkij las De Kolchide, zoals hij het mij later zei, "eigenhandig" door en maakte slechts één opmerking. Deze had betrekking op een bloem, de geranium. Ik had geschreven dat de geranium een bloem voor een kleinburgerlijke omgeving was, de voornaamste versiering voor de ramen van bekrompen lieden.
Bij deze passage zette Gorkij in de marge dat geen enkele plant of bloem kleinburgerlijk of triviaal kon zijn en dat de geranium juist de lievelingsbloem van de armen in de stad was, de bloem van bedompte souterrains waar ambachtslieden hun behuizing hadden. Onder de gewone mensen bestond van oudsher de overtuiging dat de geranium in werkplaatsen waar slotenmakers, schoenmakers en anderen hun beroep uitoefenden, de muffe lucht zuiverde. Daarom was zij ook zo geliefd.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.