Posts tonen met het label Privé-domein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Privé-domein. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2025

August Willemsen: Vrienden, vreemden, vrouwen

August Willemsen: Vrienden, vreemden, vrouwen (Nederland, 1998): 418 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (nr. 220)
 
 
 
"Vrienden, vreemden, vrouwen" is een in dagboekvorm geschreven boek van de jaren 1956-1964, waarin de schrijver 20-28 jaar oud is. 
 
In het begin studeert August Willemsen piano aan het Conservatorium. Het blijkt niet de juiste studie voor hem te zijn, hij leest veel en wil eigenlijk iets in de literatuur doen.

Een grote rol in het boek spelen zijn vele vriendschappen met vrouwen. Eerst platonisch. Omdat hij 1,95 meter lang is en nogal slungelachtig van voorkomen kan hij zich niet voorstellen dat er vrouwen zijn die op hem vallen. Hij gaat met Marjan voor een reis naar Spanje. Daar flirt zij met iedereen, maar August mag niet aan haar zitten. Dan is er ook nog een zekere Freddie voor wie hij meer dan vriendschapsgevoelens koestert. In Spanje gaat August voor het eerst met een vrouw naar bed.

Ook een terugkerend thema in het leven van August Willemsen is de drank. Deze wordt in grote hoeveelheden geconsumeerd, wat hem ook wat losser en ontvankelijker maakt voor vrouwen. Mede door lezing van het boek "De binnenlanden" van Euclides da Cunha (later prachtig door hem vertaald) besluit August Willemsen om op 25-jarige leeftijd Portugese taal- en letterkunde te gaan studeren. In vergelijking met zijn 2 latere boeken "Braziliaanse brieven" en "De val" is August Willemsen in dit boek nog wat navelstaardiger, vandaar dat ik het het minste van de 3 vind.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zondag 30 maart 2025

Maarten 't Hart: Dienstreizen van een thuisblijver

vrijdag 28 maart 2025

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur: Persoonlijke kroniek 1999 (Nederland, 2000): 262 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 236
 

 
In de aanloop naar het jaar 2000 vroeg de uitgeverij de Arbeiderspers aan een aantal schrijvers uit hun fonds, om een jaar lang een dagboek bij te houden. Rogi Wieg trapte deze serie af in 1997, gevolgd door  Boudewijn Büch in 1998, Maarten 't Hart met "Een deerne in lokkend postuur" in 1999 en Ronald Giphart in 2001. Van de vier boeken uit deze kleine serie, vind ik het boek van Maarten 't Hart veruit het meest lezenswaardig.
 
In "Een deerne in lokkend postuur" blijkt Maarten 't Hart niet zozeer dagboekschrijver, als wel schrijver van stukjes waarin hij herinneringen ophaalt. Zijn onderwerpen zijn veelal dezelfde als die uit "Het roer kan nog zesmaal om" dat ik een paar dagen geleden heb besproken: klassieke muziek, zijn leeswoede, de natuur, maar ook zijn drang om zich als vrouw te verkleden, problemen met boezemfibrillatie en zijn gezondheidsmanie. Gelukkig worden ons zijn problemen met het geloof bespaard.
 
Ik vind "Een deerne in lokkend postuur" een uitermate prettig leesbaar boek, waarin ik veel meer citeerbare passages vond dan in zijn eerdere boek "Het  roer kan nog zesmaal om".
 
Citaten:
- Tussen 1960 en 1975 heb ik hartstochtelijk geliefhebberd in de wijsbegeerte, om vervolgens, net als Nobelprijswinnaar Steven Weinberg (zie het prachtige hoofdstuk "Against Philosophy" in Dreams of a final theory) tot de conclusie te komen dat het voor 99% grote onzin is. Heb ik loisir dan zal ik deze gewaagde stelling ooit nader toelichten.
 
Toen iedereen nog geteisterd werd door rokers:
- Stel je toch voor dat niemand meer rookte, dat je nooit meer die gemene, scherpe geur zou ruiken van een sigaret die wordt opgestoken! Als je in de trein zit, uiteraard niet-roken, en iemand steekt drie coupés verderop toch stiekem een sigaret op dan ruik je dat terstond, en is het alsof je hersenen in brand gezet worden.
 
- 5 mei. Opmerking - Mijn vorige pianoleraar zei af en toe: "Je geeft goed geld uit om in een concertzaal naar superieur pianospel te luisteren, en dat geld verdien je met het luisteren naar het abominabele spel van je leerlingen."
 
- En toen was er ook nog een telefoontje uit Duitsland. Of ik voor een blad waarvan ik de naam alweer vergeten ben voor heel veel Marken een groot artikel wilde schrijven over Lienda Deen Mool. "Lienda Deen Mool," vroeg ik verbaasd aan de zeer aangenaam klinkende Duitse mevrouw aan de andere kant van de lijn, "wer mag das wohl sein?"
 
- Mij dunkt: wat het schrijven nu zo aardig maakt is dat je het in je eigen verwarmingskelder kunt doen en dat de lezer je boek ook op zijn eigen zolderkamer kan lezen. Je hoeft er, nu je je manuscripten per e-mail naar de uitgever kan sturen en je je boeken via Internet kan bestellen, de deur niet meer voor uit.
 
- ... maar ach, het hele leven is een borrel waarvan je niet weet waarom hij gehouden wordt en waarom je ervoor bent uitgenodigd.
 
- 17 juni. Pam - Gisterenavond hoorde ik mijzelf bij opnames voor de Tafel van Pam tot mijn eigen verbazing zeggen: "Ik weet niet of ik een goede schrijver ben, maar ik ben in ieder geval wel beter dan Harry Mulisch." [Hier ben ik het helemaal mee eens]
 
- 30 juni. "Wat moet ik nou noteren in dit dagboek?" riep ik vertwijfeld, "ik maak niets mee." - "Schrijf diepe gedachten op," zei Hanneke. Diepe gedachten? Ik? Ik wantrouw denken. Observeren, experimenteren en de resultaten daarvan wiskundig bewerken, dat is de enige methode om verder te komen. Van denken alleen is nog nooit iemand ook maar één steek wijzer geworden. Of zoals Matthieu Galey naar aanleiding van Claude Mauriac op mei 1981 in zijn dagboek schreef: "Ten onrechte interesseert hij zich voor ideeën, alsof die ook maar van enig belang zouden zijn."

- De Boole-algebra bijvoorbeeld heeft ons leven ingrijpender veranderd dan alle wijsbegeerte van de afgelopen drieduizend jaar. Dankzij de Boole-algebra beschikken wij nu over computers, niet dankzij de wijsbegeerte.
 
- Rudy Kousbroek maakte zich grote zorgen over zijn zieke vis Augustus. Maar behalve over zijn vis zat hij ook in over de vraag of hij na zijn dood nog wel gelezen zou worden. Ik begrijp daar niets van. Mij mogen ze na (of zelfs voor) mijn dood terstond vergeten, maar ik zou het verschrikkelijk vinden als er over honderd jaar niemand meer is die naar de tenoraria uit cantate 85 van Bach of naar Ruhe sanft, mein holdes Leben van Mozart luistert.
 
- 16 juli. Mensje - Gisteren had ik Mensje van Keulen aan de telefoon. Zoals altijd vroegen we naar elkaars laatste literaire vorderingen. Naar wat ik ervan begrijp werkt zij nu als een bezetene aan een roman. Ze vroeg of ik al aan mijn roman werkte over de opstand in Maassluis in de achttiende eeuw. Nee, zei ik, dag- en Bach-boek nemen mij helaas helemaal in beslag. Ze vroeg wat ik in dat dagboek schreef. Ik loog: "Ik haal herinneringen op aan een meisje in Hoog Catherijne dat heel veel indruk op me gemaakt heeft." Waarop zij bits opmerkte: "Als jij wil schrijven over elke vrouw die heel veel indruk op je gemaakt heeft, heb je nog zeshonderd jaar werk voor de boeg."
  
- Kan ik mijn leven samenvatten met het zinnetje: "Hij las en fietste naar bibliotheken", of benader ik de waarheid dichter als ik het omkeer en schrijf: "Hij fietste naar bibliotheken en las"?
 
- Sinds ik schrijf ben ik overigens nog verzotter geraakt op lezen dan vroeger. Nu ik weet hoeveel moeite het kost om een goede, leesbare, aantrekkelijke tekst te vervaardigen, begroet ik elke behoorlijke tekst waar ik zelf niet op gezwoegd heb, met groter genoegen dan voorheen. Al dat geploeter om iets zodanig te verwoorden dat het lijkt alsof het geen moeite heeft gekost, werd godlof urenlang door iemand anders voor mij verricht terwijl ik het in enkele minuten tot mij kan nemen. In wezen is lezen een vorm van luiheid.
 
1999 was ook een jaar waarin Maarten zich vaak als vrouw verkleedde:
- De allermooiste reactie kwam van Bertus toen ik daar vanmorgen melk ging halen. Hij vroeg: "Ben je een paar dagen weggeweest?" Voor ik toen kon opbiechten wat zich echt had afgespeeld, zei hij: "Je had een aardige vrouw om op je huis te passen. Was dat een zus van Hanneke? Ik zag haar steeds voorbijkomen met dat zonnebrilletje op. Ze liep steeds met jouw hondje."
 Hoe is het mogelijk dat ik zelfs Bertus heb kunnen beduvelen?
 
- Formulering - Multatuli aan Mimi in maart 1863: "Schrijf mij ook flink slordig zóó als 't opkomt in je hart. Ik geef er ook niet om of de zinnen rondloopen - gekheid. 't Hart heeft geen grammaire - houd me in godsnaam niet voor een schoolmeester."
 
- 4 november. Naam - Toen ik gisteren het boek van Clement over Bach bestelde, vroeg het boekenwinkelmeisje mij: "Wat is uw naam?" Een kloeke dame die naast mij aan de toonbank stond, begon heel zachtjes te grinniken, fluisterde toen ironisch: "En u maar denken dat u een beroemde schrijver bent. Vergeet het maar, zelfs in de boekwinkels in Leiden kennen ze u niet."
 
- Van kindsbeen af aan heb ik november altijd verreweg de mooiste maand van het jaar gevonden. Goddank geen feestdagen zoals in die vreselijke maand december. Weinig zon, niet van die dagen waarop je weglekt, vroeg donker, geel lamplicht, veel regen, mist en laaghangende wolken - heerlijk binnen zitten en ongestoord boeken lezen. [precies om de redenen die Maarten noemt vind ik november juist de meest deprimerende maand van het jaar]
 
- Eenvoudige ziel die ik ben, en wars van raadsels, houd ik toch het meest van simpele, goed toegankelijke poëzie, liefst voorzien van rijm, al was het alleen maar omdat je rijmende regels veel makkelijker onthoudt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 24 maart 2025

Maarten 't Hart: Het roer kan nog zesmaal om

Maarten 't Hart: Het roer kan nog zesmaal om (Nederland, 1984): 246 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 100
 

 
Van de Nederlandstalige boeken die ik destijds op de middelbare school heb gelezen voor mijn lijst, was "De droomkoningin" van Maarten 't Hart veruit mijn favoriete boek. Ik heb altijd een zwak gehad voor Maarten 't Hart en in de loop der jaren aardig wat boeken van hem gelezen. In mijn herinnering vind ik de drie deeltjes die in de serie Privé-domein zijn verschenen, zijn beste boeken.
 
Iedereen die vaker wat van Maarten 't Hart heeft gelezen, weet dat in al zijn boeken dezelfde onderwerpen terugkeren: zijn worsteling met het geloof, zijn liefde voor de klassieke muziek (Bach, Mozart), het piano- en orgel spelen, de natuur, zijn enorme leeswoede en nog wat andere onderwerpen. 
 
Ik heb "Het roer kan nog zesmaal om" in drie dagen tijd geboeid uitgelezen. Ik merk wel dat ik de stukken over zijn opvoeding, school- en studentenjaren en de natuur beduidend interessanter vind, dan alles wat hij over het geloof heeft te melden. Ik vind van de Nederlandstalige schrijvers die in de serie Privé-domein hebben gepubliceerd, de drie boeken van Maarten 't Hart duidelijk tot de beter geslaagde teksten behoren.
 
Citaten:
- "Als het maar beroerd eindigt," zegt Hotz vaak schamper tegen me, "dan, ja dan is het litertatuur."
 
- Op de derde september fietste ik om half zeven uit Maassluis weg, en drie uur later hoorde ik in de Pieterskerk professor Kuenen vertellen dat men als men studeerde best kon slabakken, als men dat wat men er naast deed, roeien bijvoorbeeld, dan maar goed deed.
 
- Daar Eysberg, juist in die lange, haast niet door te komen zomervakanties, enkele weken verplicht zijn zaak moest sluiten, zocht ik, mede op aanraden van mijn moeder ook naar ander werk. "Je kunt toch niet áltijd lezen," zei ze vaak, en ik was dat wel met haar eens. Als ik op een gewone vakantiedag in de zomer om zes uur opstond, had ik om negen uur mijn eerste boek al uit, en om twaalf uur mijn tweede, en om drie uur mijn derde, en nog voor het avondeten mijn vierde. Voor na de maaltijd had ik dan een flink dik boek bewaard, van rond vierhonderd bladzijden, en daar kon ik dan net tot bedtijd mee toe. Maar ja, vijf boeken op één dag, daar wordt men op den duur toch enigszins suffig van.
 
- Zo vaak al heb ik mij vertwijfeld afgevraagd, als ik, min of meer daartoe geprest, in een ruimte verkeerde waar mensen in vergadering of op een receptie of op een feestje bijeen zijn, "is dit nu echt het hoogst bereikbare?" Als dat niet zo is, waarom lijkt het dan alsof iedereen erop uit is om altijd maar weer bijeenkomsten te organiseren dan wel te bezoeken. En waarom moet iemand die het liefst alleen is steeds weer à contre-coeur deelnemen aan sociaal verkeer? Ik pres al die sociale mensen toch ook niet tot alleen zijn?
 
- ... welk werk men ook doet, men kan het doorgaans gedurende langere tijd achter elkaar doen. Men kan tomaten plukken van 's morgens half vijf tot half negen en ondertussen ook nog aan het bestaan van God twijfelen. Maar schrijven kan men soms, en meestal niet. Daarom doet men allerlei ander werk tussendoor; men hakt hout, men plant grote bonen, men schoffelt in z'n moestuin, en af en toe keert men terug naar de schrijftafel om te merken dat het (nog) niet gaat. Als mijn vader een graf groef, begon hij om negen uur en was hij om twaalf uur klaar. Maar als ik een verhaal schrijf, doe ik in feite tien, twintig andere dingen: ik haal de post, verzet de geit, laad de hond uit, snijd alvast de rode kool fijn voor het avondeten, en zet af en toe, so ganz nebenbei, ook wel eens een zinnetje op papier. Vroeger had ik wel het vermogen om langere tijd achtereen te schrijven, maar zelfs toen schreef ik maar heel soms. Een schrijver is iemand die zelden schrijft. Van geen ander beroep kan, denk ik, gezegd worden dat men er zo weinig tijd van de dag mee bezig is.
 
Maarten 't Hart dacht dat hij om schrijver te kunnen worden journalist moest worden:
- Pas toen ik in aanraking kwam met datgene wat zo gewichtig "letterkunde" heet, kwam ik gaandeweg tot de ontdekking dat schrijvers slechts zelden als journalist begonnen waren. Bordewijk, mijn eerste grote literaire liefde, was advocaat, Theo Thijssen onderwijzer en Harry Mulisch, voor zover ik kon nagaan, helemaal niets. W.F. Hermans was geoloog en Jan Wolkers beeldhouwer. Het bleek volstrekt onnodig om journalist te worden.
 
- Schrijven moet iets houden van het achteloos maken van notities op de achterkant van een gebruikte envelop of van een pretentieloze, hoogstens wat lang uitgevallen brief aan een vriend of vriendin.
 
- Mijn hele leven lang heb ik eronder geleden dat het mensenbestaan is ingericht voor de langslaper. Ik ben een uitgesproken morgenmens, zit het liefst al om vijf uur, monter, vol grappen, tot alle conversatie bereid, aan de ontbijttafel. Mijn hele leven lang heeft men mij verweten dat ik a-sociaal ben, maar dat ben ik niet, alleen valt de periode van de dag waarin ik behoefte heb aan gezelschap, conversatie en sociaal verkeer niet 's avonds, maar 's morgens vroeg.
 
Over zijn diensttijd:
- Geen moment hoefde ik mij het hoofd te breken over enig probleem. Er werd voor ons gedacht, wij waren van elke verantwoordelijkheid ontheven, altijd stond, op vaste tijdstippen, een uitgebreide maaltijd voor ons klaar, en nooit hoefde ik ergens iets voor te betalen, alleen de kapper kostte twintig cent.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 8 augustus 2024

Ryszard Kapuściński: Lapidarium

Ryszard Kapuściński: Lapidarium: Observaties van een wereldreiziger 1980-2000 (Polen, 1980-2000): 196 blz: Vertaald door Gerard Rasch (2003): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein, nr 252
 

 
In "Lapidarium" staan losse aantekeningen die Ryszard Kapuściński tussen 1980 en 2000 heeft gemaakt. Het boek gaat over onder meer: de verschillen tussen rijke en arme landen, wat armoede inhoudt, over de kunst van het schrijven van een reportage, over de invloed van de massamedia. 
 
In het Pools en ook in de Engelse vertaling verschenen 6 delen van "Lapidarium". Gerard Rasch heeft een selectie van het materiaal gemaakt. Eerlijk gezegd ben ik blij dat hij niet alle 6 delen integraal heeft vertaald. Ik vind veel van de opmerkingen in het boek erg theoretisch, ze missen het concrete en het anekdotische dat het overige werk van Ryszard Kapuściński zo aantrekkelijk maakt om te lezen en ze zijn ook erg fragmentarisch. Van de 7 boeken van Ryszard Kapuściński die ik de afgelopen weken heb gelezen vind ik "Lapidarium" duidelijk het minste, maar ook uit dit mindere werk vallen nog genoeg mooie citaten te halen.
 
Citaten:
- Er bestaat geen gevaarlijker combinatie dan wapens, domheid en angst. Dan kun je het ergste verwachten.
 
- Consumptiepatronen verbreiden zich makkelijker dan arbeidspatronen. De voorbeelden van een rijk, verzadigd bestaan worden vandaag de dag door televisie, radio en pers tot in de verste uithoeken bekend. Maar op de tv-schermen en op foto's zien we in de eerste plaats de wereld van de consumptie, niet die van de productie, we zien de resultaten van goed werken, niet het werken zelf. Van daar is het slechts één stap naar de naïeve overtuiging dat je een hoog consumptieniveau kunt bereiken zonder doelmatig te werken en zonder goede organisatie.
 
- Een belangrijk ding voor een politicus: de kaart. Elke president heeft in zijn kamer een kaart hangen. Ik heb dat vele malen gezien. Die kaarten hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal enorm groot, ze vullen de hele wand. Het is logisch dat als een president lang genoeg naar zo'n kaart kijkt, hij tenslotte begint te denken dat hij aan het hoofd van een groot rijk staat. Hij ziet hoe imposant zijn afmetingen zijn, hoe oneindig veel steden, dorpen, bergen en rivieren het heeft. En vanuit de positie van zo'n grote mogendheid spreekt hij anderen, de wereld toe. De mensen verbazen zich: waarom klinkt zijn stem zo luid, waar komt die eigendunk vandaan? Maar als ze een blik op de kaart in zijn kamer konden werpen, zouden ze het meteen begrijpen.

- Hoe hoger het doel dat je jezelf stelt, des te eenzamer je wordt.

- Ik wens je toe dat je je altijd blijft verbazen. Op  de dag waarop je ophoudt je te verbazen - houd je op te denken, en vooral: te voelen.
 
- Ik houd er niet van een taperecorder te gebruiken. Voor mij is noteren tegelijk tekenen, een esthetische ervaring, het geeft mij het gevoel dat ik iets maak: het notitieboek is tegelijkertijd een schetsboek, een beschreven bladzijde een tekening, schilderij.

- Kennis kun je overdragen, ervaringen niet. Elke ervaring bezit een bijkomende existentiële dimensie, waarvoor het woord te arm is, waartegenover het machteloos staat.

- Het is belangrijk dat je het vermogen tot beleven bewaart, dat er dingen zijn die je kunnen verbazen, kunnen schokken. Het is belangrijk dat je niet door die vreselijke ziekte getroffen wordt, de onverschilligheid.

- Ik word nog steeds gefascineerd door nieuwe ontdekkingen. Ik ben een nieuwsgierig mens. Telkens wanneer ik iets nieuws ontdek, probeer ik te begrijpen waaruit het bestaat en hoe het functioneert. Wanneer je getuige bent van een gebeurtenis, denk je: "Dat is enorm belangrijk!" En je noteert alle details. Drie maanden later wordt duidelijk dat de meeste dingen niet zo wezenlijk waren. Alleen de kwaliteit van de waarneming en nog meer de kwaliteit van de beschouwing blijven over. Een keuze is nodig, een beslissing wat werkelijk belangrijk is en wat niet. Het gaat erom zo weinig mogelijk te schrijven, zorgvuldig te kiezen, je moet uitsluiten, snijden, reduceren, weggooien, één op de honderd observaties bewaren. Voor dat proces heb ik geen recept, intuïtie en kennis zijn mijn enige criteria.

- Definities van het vaderland:
 Genet: "Mijn vaderland, dat zijn twee, drie kennissen."
 Camus: "Ja, ik heb een vaderland: de Franse taal."
 Een Toeareg: "Mijn vaderland is daar waar de regen is."

- ... onder extreme omstandigheden zullen de meeste mensen altijd proberen te doen wat normaal is.

- Een week in Londen ter gelegenheid van de uitgave van De voetbaloorlog door Granta-Penguin. Elke reis naar het Westen is nu, in de tijd van de revolutie van de vrijheid in Polen, voor mij een emmer koud water. Wat zijn we ver weg, lichtjaren verwijderd! Voor mij het belangrijkste, het opvallendste verschil: het Westen is vriendelijkheid, het Oosten afsnauwen, altijd wil men de ander met de rug op de grond krijgen, op de knieën.
 Enige uren in Oxford. De beleefdheid, wellevendheid als voornaamste bestanddeel van het klimaat van deze stad, van haar rustige, geconcentreerde bestaan.

- Alles bekijken (passief) - dat is de houding van de moderne mens. Vandaar dat het symbool van onze tijd het toerisme is. Dingen bekijken waarvan je in feite bijna niets weet. Het bekijken vervangt de kennis en het begrip, wordt zelfs hun synoniem. Cultuur is geen vorm van leven meer, ze is gereduceerd tot een gebied dat door de specialisten wordt beheerd, is het domein van professionals geworden, een reservaat.

- In de werkelijkheid waarin we leven en die we denken te kennen, groeit de hele tijd een toekomst die we niet kennen.

- ... in een reportage heb ik beschreven dat het onderwijs in de derde wereld verdwijnt, omdat de kinderen geen geld voor een balpen hebben die vijf cent kost. In Afrika kwam ik voortdurend kinderen tegen die mij niet om brood, water, chocolade of speelgoed smeekten, maar om een balpen, want ze gingen naar school en hadden niets om mee te schrijven.

- De waarde van het vermogen van de driehonderdachtenvijftig rijkste mensen ter wereld is op dit ogenblik gelijk aan de som van de jaarinkomens van de armste vijfenveertig procent van de bewoners van de wereld, dat wil zeggen twee miljard driehonderd miljoen mensen.

- Een balpen, een lamp, een hemd, een paar plastic sandalen voor vijftig cent - dat is alles wat die mensen zich kunnen veroorloven. Arme mensen in Afrika hebben praktisch gezien helemaal geen geld. Ze hebben een lapje grond, waar ze een beetje maïs verbouwen, een beetje maniok. Ze brengen het naar de markt en verkopen het voor vijftig cent. En voor die vijftig cent kunnen ze vervolgens een of ander onmisbaar dingetje kopen dat in China is gemaakt.

- De wereld na de Koude Oorlog is een wereld van diffuse gevaren. Er is geen angst meer voor de atoombom, maar wel angst voor iemand die ons in een donkere straat tegemoetkomt.

- Iemand van de Padvindersradio belde met het verzoek om een interview.
 "Gelooft u in vriendschap?"
 "Ja."
 "Hebt u vrienden?"
 "Ja, veel. Zonder hen zou ik niet kunnen leven, kan ik me het leven niet voorstellen."
 "Wat is het belangrijkste van vriendschap?"
 "Dat je aan vriendschap moet werken. Vriendschap kan vanzelf ontstaan, maar voor het behouden van een vriendschap is een inspanning van twee kanten nodig, cultivering, zorg, moeite. Je hoort iemand wel eens klagen: ik heb geen vrienden. Maar laat hij dan vertellen hoeveel moeite hij zich heeft gegeven om vriendschap op te wekken en vervolgens te onderhouden, koesteren, versterken."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 14 juli 2024

De serie Privé-domein

Een van de meest prestigieuze literaire series in het Nederlandse taalgebied is de serie Privé-domein van uitgeverij de Arbeiderspers. In deze serie zitten autobiografische geschriften: brieven, dagboeken en memoires. 

Ik was benieuwd hoeveel deeltjes Privé-domein ik heb gelezen en wat ik van de serie als geheel vind. Omdat mijn leeslijsten op mijn blog staan, is in combinatie met de zoekfunctie makkelijk na te gaan welke deeltjes ik precies heb gelezen en welke ik daarvan heb uitgelezen en welke ik slechts voor een (klein) gedeelte heb gelezen.

Volgens Wikipedia zijn er 330 deeltjes. Ik kom uit op de volgende lijst:

Vooraf schatte ik dat ik 40 tot 50 deeltjes had gelezen. Het blijkt dat ik 68 deeltjes Privé-domein in zijn geheel heb gelezen en dat ik er 9 gedeeltelijk heb gelezen.

Omdat ik zoveel deeltjes heb gelezen meen ik iets te kunnen zeggen over de serie als geheel. Over de vlaggenschepen van de serie kan ik duidelijk zijn. Wat mij betreft steken de 7 deeltjes van Paustovskij ver boven alle andere deeltjes uit die ik heb gelezen. Alleen al aan Paustovskij ontleent de serie haar bestaansrecht.

Andere schrijvers en boeken waar ik erg enthousiast over ben: Giacomo Casanova, waarvan slechts één deeltje in Privé-domein is uitgegeven, Henry de Montherlant "Spelen met stof", August Willemsen met "De val", Gerbrand Bakker met "Jasper en zijn knecht" en "Knecht, alleen". Het deeltje van Leautaud heb ik ook met plezier gelezen en de drie titels van Maarten 't Hart vond ik ook de moeite waard.

Dat maakt dat ik in totaal over slechts 13 van de 77 titels erg enthousiast ben en dat ik de 3 titels van Maarten 't Hart ook de moeite waard vind. De meeste deeltjes die ik gelezen heb van de serie konden mij niet erg boeien en dan heb ik nog de deeltjes gelezen die mij op voorhand het meeste aanspraken. 

Ik zal vast nog wel eens een deeltje uit de serie lezen of herlezen, maar de meesten laat ik aan mij voorbijgaan.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

 

zaterdag 17 september 2022

Onno Blom: De conversationalist

Onno Blom: De conversationalist: Insulaire gesprekken met gentleman en ex-uitgever Theo Sontrop (Nederland, 2014): 69 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
 

 
"De conversationalist" is het verslag van een aantal gesprekken die Onno Blom heeft gevoerd met Theo Sontrop, die uitgever was bij de Arbeiderspers en voor een groot deel verantwoordelijk voor de beroemde serie Privé-domein.
 
"De conversationalist" is een bescheiden boekje, dat ik op mijn gemak binnen een uur uitlas. Dat alleen al is ook wel eens lekker. Door zijn bescheiden omvang maakt het misschien niet zo veel indruk, maar ook in dit boek is Onno Blom, die de biograaf van Jan Wolkers is, erg onderhoudend. Geen verplichte kost, maar zeker een prettig tussendoortje.
 
Citaten:
Oscar Wilde:
- Ultimately the bond of all companionship is conversation.
 
- Poëzie? Een mussenveertje
in de Grand Canyon
laten vallen en dan op
de echo wachten.
 
- Biesheuvel liet de brief lang liggen voor hij durfde te antwoorden. Hij had ook eigenlijk willen debuteren bij Van Oorschot, vanwege het feit dat zijn held Karel van het Reve er werd uitgegeven, alsmede de door hem diep bewonderde Russische Bibliotheek. Maar Van Oorschot vond de verhalen van Biesheuvel, "het achterneefje van Tsjechov", die Karel van het Reve hem op een presenteerblaadje was komen brengen, "een gereformeerd rommeltje".

- Anja, mijn ex-genootje - ik heb copyright op dat woord - ...

- "De Arbeiderspest", zoals Sontrop De Arbeiderspers noemt én al noemde toen hij er nog werkte, was toen hij daar aantrad "een uitgeverijtje van niks".

- Bijzondere aandacht werd er besteed aan de uitvoering van de fameuze Privé-domeinreeks. In 1965 was de reeks bedacht door Johan Veeninga, de toenmalige, jong gestorven adjunct-directeur van De Arbeiderspers. De naam van de reeks was afgeleid van de Franse uitgever van het Journal particulier van Paul Léautaud, waarvan men delen wilde laten vertalen. Editions du Cap in Monte Carlo noemde zich "Domaine Privé". "Veeninga vond dat er een markt was voor een serie met een "sleutelgatkarakter" en dat die serie een chic jasje moest krijgen"

- Wat pas echt dom is, is pulp uitgeven en er níét mee verdienen.

- De basis van het uitgeven, volgens Sontrop, is de combinatie van de aanwinst van jong, hoogstaand talent, en de zorg voor de backlist.

- Het kan zelfs zo zijn dat de zeperds ineens wél gaan lopen - dat gebeurde bij mij destijds bij Brouwers en het overkwam De Bezige Bij onlangs met de Verzamelde Rommel van Jan Siebelink. Na Knielen op een bed violen gingen ook alle oude, onverkoopbare Siebeltjes ineens lopen. Het is een godswonder.

- "Ik ben een volkomen vreemde studeerkamergek," vertelde hij eens aan Ischa Meijer, "die op een bepaald moment - omdat hij het liefste vers brood at van de beste kwaliteit met smakelijke verse kaas - een vaste werkkring heeft gekozen en die, nu hij eenmaal toch werkt, probeert dat zo goed mogelijk te doen."

- Als Carmiggelt niet op tijd zijn verzameling columns inleverde, dan had ik een gat in mijn begroting van tweeënhalve ton, want de oplage van die bundels was vijftigduizend exemplaren.

   
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

vrijdag 22 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Ilja Leonard Pfeijffer: Quarantaine

Ilja Leonard Pfeijffer: Quarantaine: Dagboek in tijden van besmetting (Nederland, 2020): 224 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 313
 
Quarantaine
 
Ilja Leonard Pfeijffer is een Nederlandse schrijver die in Nederland wereldberoemd is. Ik las eerder een klein stukje uit zijn beroemdste boek "Grand Hotel Europa" en was niet erg enthousiast. Ik heb te weinig uit dat boek gelezen om zijn kwaliteit als verhalenverteller te beoordelen, maar genoeg om vast te stellen dat ik zijn stijl niet zijn sterkste punt vind.

Bij voorbaat twijfelde ik al of ik "Quarantaine" een goed boek zou vinden. "Quarantaine" bestaat uit dagelijkse dagboekaantekeningen over een aaneengesloten periode van 110 dagen: de laatste twee dagen voor de afkondiging van de quarantaine in Italië, de 68 dagen die de quarantaine daar heeft geduurd en de eerste 40 dagen na de quarantaine. Deze stukjes verschenen 6 dagen per week in het NRC Handelsblad, behalve de stukjes die op de zaterdagen geschreven waren omdat op zondag het NRC Handelsblad niet verschijnt.

De 110 stukjes zijn allemaal van ongeveer gelijke lengte, steeds iets meer dan één bladzijde. Ik denk dat ik het gehele boek in anderhalf uur kan lezen. Ik heb de aantekeningen over de eerste 23 dagen gelezen, van maandag 9 maart 2020 tot dinsdag 31 maart 2020.

Gedurende deze periode woonde Ilja Pfeijffer met zijn vriendin Stella in Genua. Hij vertelt van dag tot dag wat hem opvalt. Hoewel ik al lang bewust geen nieuws meer volg, was alles wat ik in die eerste 50 bladzijden las mij al bekend. Pfeijffer heeft voor mij niets nieuws verteld. Daarbij komt dat Pfeijffer niet zo heel interessant schrijft, weinig verrassende dingen vermeldt, en over het algemeen ben ik al vergeten wat hij heeft geschreven vlak na het lezen.

Ik wil dus stoppen met lezen. Ik heb "Quarantaine" geleend uit de bibliotheek. Toch denk ik dat ik dit boek later nog uit ga lezen. De beschreven periode is tamelijk uniek en voor zover ik weet is Pfeijffer de enige die echt een literair dagboek heeft bijgehouden tijdens die periode dat ook nog is uitgegeven. Het is ook een erg dun boekje, ik kan het gemakkelijk binnen een dag lezen. Daar is niet veel tijd mee verloren. Als ik het boek uitlees dan kan ik ook beoordelen of mijn suggestie om te stoppen met lezen, de juiste is geweest. Wordt vervolgd dus.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 12 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Nathalie Sarraute: Kindertijd

Nathalie Sarraute: Kindertijd (Frankrijk, 1983): 226 blz: Vertaald door Jan Versteeg (1985): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 116
 

 
Nathalie Sarraute was net als Mary McCarthy een schrijfster waar ik nog nooit iets over gehoord of gelezen heb. Ook dit boek zat in dat pakket boeken dat ik vanwege een ander boek had gekocht.
 
Nathalie Sarraute haalt in haar boek herinneringen op aan haar jongste kinderjaren. Ze doet dat in een tweegesprek met zichzelf in korte paragraafjes, korte alinea's en korte zinnen waarbij ze vaak gebruik maakt van drie puntjes om een pauze in de gedachtegang weer te geven.
 
Deze manier van schrijven is anders dan ik ooit eerder heb gelezen en ik kon er niet goed aan wennen. Ook vind ik haar herinneringen nogal vaag en weinig specifiek, wat natuurlijk begrijpelijk is als het om je vroegste jeugd gaat, maar dat maakt het moeilijk om te volgen voor mij als lezer.
 
Ik heb "Kindertijd" gelezen tot en met bladzijde 49 en u raadt het al, ik ga stoppen met lezen.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.  
 

maandag 11 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Mary McCarthy: Herinneringen aan mijn roomse jeugd

Mary McCarthy: Herinneringen aan mijn roomse jeugd (Verenigde Staten, 1957): 243 blz: Vertaald door Nini Brunt (1966): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 1
 

 
Voordat ik begon met het lezen van "Herinneringen aan mijn roomse jeugd" was het enige dat ik van de Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy wist, dat zij het eerste deel van de prestigieuze serie Privé-domein had geschreven. Nooit ben ik iemand tegengekomen die haar als schrijfster heeft genoemd en ook heb ik nooit wat over haar gelezen. Een volslagen onbekende dus. Ik zou dit boek ook nooit hebben gekocht, ware het niet dat het bij een pakketje Privé-domeins zat dat ik op marktplaats kocht vanwege een ander boek.
 
Citaten:
- Het klinkt somber, maar in werkelijkheid was het heel vrolijk. Mijn moeders ouders waren in een toestand van voortdurende bezorgdheid dat zij als jonge weduwe zou achterblijven met een troep kinderen om voor te zorgen, maar mijn moeder en vader schenen absoluut onbezorgd. Ze waren erg verliefd op elkaar, dat zegt iedereen en over geld maakte mijn vader zich nooit bezorgd. Hij had een toelage van acht- of negenhonderd dollar in de maand van zijn vader, en mijn moeder honderd van de hare. Toch zaten ze altijd in de schuld, wat de fout van mijn vader was. Hij was een roekeloos extravagante man, die in bed plannen lag te maken voor traktaties en verrassingen. De lezer zal later horen over mijn diamanten ringetje en mijn hermelijnen mofje en bontje. Ik herinner mij ook broches, picknicks in de achtertuin, zoeken naar paaseieren, een opeenvolging van verjaardagstaarten en ijspuddingen, een schitterend mei-mandje dat mijn vader aan de knop van mijn deur hing, een bloeiende hyacint, feestjes met grabbeltonnen en visvijvers, het kleine elektrische komfoor waarop mijn moeder 's middags chocola en thee maakte.

- Als ik terugzie besef ik dat het de godsdienst was die mij redde. Onze lelijke kerk en parochieschool gaven mij de enige esthetische uitweg: door de woorden van de mis en de litanieën en de oude Latijnse hymnen, door de paaslelies langs het altaar, de rozenkransen, de versierde gebedenboeken, de votieflampen, de bidprentjes, in goud gedrukt en versierd met bloemenkransen en de afbeelding van een heilige. Deze kant van het katholicisme, hoewel veel ervan was bedorven en verlaagd door massa-productie was toch voor mij het equivalent van gotische kathedralen, verluchte manuscripten en mysteriespelen.

- ... de doorsnee katholiek ziet geen verband tussen religie en moraal behalve wanneer er sprake is van de moraal van iemand anders, dat wil zeggen van de veronderstelde verderfelijke invloed van boeken, films en denkbeelden op het gedrag van iemand anders.

- Het was een algemeen verspreide mening, niet alleen onder de familie maar ook onder winkeliers, dienstboden, tramconducteurs en andere satellieten van onze kring dat mijn grootvader, een rijk man, grote edelmoedigheid had getoond door een som geld beschikbaar te stellen voor ons onderhoud en ons onder te brengen bij een onaangename familierelatie van middelbare leeftijd in een haveloos huis een paar blokken verwijderd van het zijne.
  
- Wat wij aan verbittering voelden, werd bewaard voor onze feitelijke pleegouders, die zoals wij geloofden, het geld dat voor ons werd gegeven, achterover drukten, daar de levensgewoonten in het huis van onze grootouders - de elektrische kachels, de gashaarden, de plaids, de sjaals die zorgzaam over oude knieën werden gelegd, het witte vlees van kip en het rode rundvlees, het zilver, de witte tafellakens, de meiden en de attente chauffeur - ons ervan overtuigden dat pruimen en rijstpudding, afbladderende verf en verstelde kleren voor deze mensen hors concours waren en daarom onmogelijk door hen voorgeschreven konden zijn. Rijkdom was in onze gedachten equivalent met goedheid en armoede alleen maar een bewijs van een schriele aard.

Ik moet zeggen dat ik "Herinneringen aan mijn roomse jeugd" geboeid heb zitten lezen tot en met bladzijde 53. Ik vind het erg goed geschreven en kan mij voorstellen waarom ze bij de Arbeiderspers juist dit boek hadden uitgekozen als eerste boek voor hun nieuwe serie. Wat ik gelezen heb, nodigt zeker uit tot doorlezen, hoewel het de vraag is of ik dat daadwerkelijk ga doen. Het levensverhaal van een katholieke vrouw die een eeuw geleden is opgegroeid in de Verenigde Staten staat wel erg ver van mij af, hoe goed die vrouw ook kon schrijven.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Stoppen of doorlezen? August Strindberg: De zoon van een dienstbode

August Strindberg: De zoon van een dienstbode (Zweden, 1886): 235 blz: Vertaald door Marguérite E. Törnqvist-Verschuur (1969): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 15
 

 
Een tijdje terug had ik van een vriend twee deeltjes uit de serie Privé-domein gekregen van de Zweedse schrijver August Strindberg (1849-1912), "De zoon van een dienstbode" en het vervolg daarop "Tijd van gisting". Ik had natuurlijk wel eens gehoord dat Strindberg nogal teleurgesteld was in het instituut huwelijk, maar zelf had ik nog nooit iets van hem gelezen. Een geschikt moment om iets te lezen van Strindberg.
 
Citaten:
Uit het interview met de schrijver:
- Verder ben ik van mening dat de uitvoerige levensbeschrijving van een enkel mens betrouwbaarder is en van grotere informatieve waarde dan die van een hele familie.
 
- Op de derde verdieping van dit grote gebouw kwam de zoon van de kruidenier en de dienstbode tot zelfbewustzijn en werd hij zich bewust van het leven en de plichten die dit met zich meebrengt. Zijn eerste gewaarwordingen, die van vrees en honger, zijn steeds in zijn geheugen geëtst gebleven.

- De vader tutoyeerde knechten en meisjes, die allen ontzag voor hem toonden. Hoewel hij aan lager wal geraakt was schaarde hij zich niet onder de ontevredenen, maar verschanste zich achter een godvruchtige berusting: zo wilde God het; en leefde een teruggetrokken leven.
 
- De vader vertoonde zich alleen aan de maaltijden. Somber, vermoeid, streng, ernstig, maar niet hard. Hij leek strenger dan hij was, omdat hij na zijn thuiskomst bijna altijd zonder meer een aantal geschillen te beslechten had, waar hij het fijne nauwelijks van kon weten. Daarbij kwam dat zijn naam altijd gebruikt werd om de kinderen de schrik op het lijf te jagen. "Als papa dat eens wist" stond gelijk met een pak slaag.

- Maar het gezin is op zich zelf geen volmaakte instelling. Voor opvoeden had niemand tijd, daar moest de school voor zorgen, wanneer de dienstmeisjes er genoeg van hadden. Het ouderlijk huis was eigenlijk niet meer dan een eetgelegenheid en een was- en strijkinrichting, en als zodanig nog oneconomisch ook.

- O heerlijke, zedige instelling, o heilige familie, onaantastbare, goddelijke inrichting, die burgers tot waarheid en deugd moet opvoeden! Jij zogenaamd tehuis der deugden, waar onschuldige kinderen gefolterd worden totdat ze hun eerste leugen over hun lippen laten komen, waar wilskracht door heerszucht vergruisd wordt, waar zelfbewustzijn in de kiem wordt gesmoord door klein behuisd egoïsme. O familie, jij bent de bakermat van alle sociale misstanden, jij bent het verzorgingshuis van alle gemakzuchtige vrouwen, de ankersmederij van de broodwinner en de hel der kinderen!

- Er was bij hem thuis niet direct sprake van armoede, maar wel van overbevolking. Kinderdoop, begrafenis, kinderdoop, begrafenis. Een enkele keer twee maal doop zonder begrafenis ertussen.

Ik heb met plezier tot en met bladzijde 50 gelezen. Als ik zijn boek moet geloven was Strindberg bepaald geen vrolijke man. Twintig, tien of zelfs maar vijf jaar geleden zou ik dit boek ongetwijfeld hebben uitgelezen. Nu ben ik enthousiast en blij met dit boek kennisgemaakt te hebben zodat ik iets van zijn schrijfstijl weet, maar ik weet tegelijkertijd ook dat er zoveel andere boeken zijn die ik liever ga lezen of herlezen, dat ik kies voor stoppen
 
Een vriend kwam aanzetten met een beroemde uitspraak van Strindberg: "Mijn eerste vrouw was een heks, maar vergeleken met mijn tweede vrouw was ze een heilige".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 9 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Alfred Birney: Niemand bleef

Alfred Birney: Niemand bleef: Dagboek van Meneer B. (Nederland, 2019): 357 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 303
 
Niemand bleef
 
Alfred Birney (1951) was lange tijd een onbekende schrijver totdat in 2017 zijn roman "De tolk van Java" werd bekroond met de Librisprijs. Blijkbaar heeft uitgeverij de Arbeiderspers, vanwege de grote lof voor dit boek, ertoe besloten om in hun prestigieuze serie Privé-domein, zijn dagboeken van de jaren 2005 tot 2011 uit te geven.

Voor stoppen of doorlezen? heb ik uit "Niemand bleef" de eerste 55 bladzijden gelezen, het jaar 2005 vanaf dinsdag 1 november.
 
Ik heb "Niemand bleef" gekregen van een goede vriend die het boek gedeeltelijk had gelezen en het aan mij heeft gegeven om het te proberen. Zelf zou ik het nooit gekocht hebben. Birney maakt hele korte notities. Hij is nogal gefascineerd door jonge meisjes, type Lolita uit de gelijknamige roman van Vladimir Nabokov. Verschil met Humbert Humbert is dat hij zich wel weet te beheersen.
 
Ik vind de notities van Birney niet zo veel om het lijf hebben en zowel qua inhoud als stilistisch niet erg interessant. Ik geef een paar citaten:
 
- Onlangs verscheen een biografie van Adriaan Morriën [van moet natuurlijk over zijn, Erik], een niet buitengewoon gewaardeerd schrijver maar geen onbelangrijke figuur in literaire kringen. Volgens de biograaf trok Morriën zich tot op hoge leeftijd minstens tweemaal per dag af. Een zure recensent ergert zich aan Morriëns voorkeur voor zeer jonge vriendinnen, veelal meisjes die "de weg kwijt zijn". Hij schrijft dat het niet bijdraagt aan een gevoel voor sympathie voor Morriën. Dat zegt veel over die boekbespreker, die in de middagpauze snel een boekwerk van 600 pagina's doorzapt om er tijdens het avondspitsuur in de trein even iets over neer te kunnen krabbelen, nerveus om zich heen blikkend naar zeer jonge vrouwen die in een overvolle coupé de weg kwijt zijn. Zeer jonge vriendinnen  erop na houden is niets bijzonders voor een schrijver. Dat behoor je te weten als recensent.

- Literaire meesterwerken lees ik in de keuken, pulp op het strand.

- Er waren winters waarin ik de dag niet zag. De nacht is goed voor schrijven, maar je moet om vier uur gaan slapen, zodat je uiterlijk om twaalf uur in de middag opstaat. Alleen dan krijg je voldoende daglicht om de winterperiode redelijk door te komen, dat wil zeggen zonder al te diepe depressies.

- Er is niets fijners dan bij zware regenval in je bed te blijven liggen.

Op zich vind ik de eerste 55 bladzijden van "Niemand bleef" best aardig om te lezen, maar ook niet meer dan dat. "Best aardige" boeken heb ik al veel te veel gelezen, dus dit wordt stoppen!

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 2 november 2021

August Willemsen: De val

August Willemsen: De val (Nederland, 1991): 177 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers: serie Privé-domein (nr. 177)

De Val

 

 

 

 

 

 
 
Op weg naar huis met in een plastic tas 4 flessen wodka komt August Willemsen ten val. Hij wordt opgenomen in een ziekenhuis en kan later revalideren in een verpleegtehuis. Hij beschrijft in dagboekvorm het verblijf in het verpleegtehuis tussen in niets geïnteresseerde mensen die de hele dag nietsdoen, dat wil zeggen: aan een stuk door roken en televisiekijken. August Willemsen is als auteur en lezer een vreemde eend in de bijt.

Verder doet hij in briefvorm verslag van het laatste jaar voor de valpartij, waarin hij na een verblijf in de Jelinekkliniek in toenemende mate moeite heeft om zijn alcoholmisbruik onder controle te houden. Het boek is een eerlijk en nogal ontluisterend verslag van waar alcoholmisbruik toe kan lijden. Deze zelfreflectie heeft wel een prachtig boek opgeleverd, een absoluut hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Zie ook de bespreking van Koen.

Citaten:
- "Gaat u ook mee naar de gezellige avond?"
 "Nee, ik hou niet van gezelligheid."
 
- Ik ben me in toenemende mate ervan bewust hier een eenling, zo niet een zonderling te zijn. Ik ben de enige die zeurt over de eeuwig en alom tegenwoordige popmuziek, over het lawaai van de televisie, over te veel licht in de slaapzaal, over de shagstank in de eetkamer, ik ben de enige die zich geluidloos met zeep, kwast en mes scheert ..., ik ben de enige die boeken en liefst twee kranten leest (zuster D.: "En Er See Han-dels-blad, wat is dat?"), de enige, kortom, die iets doet.
 
- Een niet-drinker begrijpt (dat is bekend) vanaf zeker moment niets van een dronken of drinkend iemand (dat is niet hetzelfde)- ook niet wanneer de een en de ander (dat is minder bekend) dezelfde persoon zijn. Waarvoor ik bang was kan ik nu niet meer precies navoelen, laat staan vertellen. Er waren genoeg concrete aanleidingen om ermee te stoppen: het verzaken van afspraken en andere verplichtingen, het geheugenverlies, het verwaarlozen van relaties en vriendschappen, van mijn huis en mijzelf, het vervreemd raken van dierbaren, het verlies van respect in de ogen van anderen, het lichamelijk ongemak, lichamelijk en geestelijk verval in het algemeen ...
 
- Ik had altijd gedacht dat ik, zéker wanneer ik bij het schrijven even op een dood punt zat, de hulp van een slok nodig had om weer op gang te komen. Dat híélp soms ook wel, dat was het geniepige, maar na die slok kwam een tweede slok en een derde slok en dat werd een fles (ik spreek over sterke drank), en dan las ik de volgende dag dingen waarvan ik tot zeker moment kon denken: dat had ik zónder de drank niet bedacht (wat nooit te controleren is), en waarvan de rest onbruikbaar was.
 
- Het verschil tussen de drinker en de niet-drinker is dat de eerste, wanneer hij niet drinkt, bewust iets niet doet, terwijl de niet-drinker, wanneer hij niet drinkt, níet iets niet doet.

- Wát hele en halve psychologen ook mogen beweren over dat "inzicht in je problemen al de halve genezing is"- ik geloof er geen barst van. Het is hoogstens mooi meegenomen, maar je blijft dezelfde sukkel.

- Zoek niet. Wie het geluk zoekt, zoekt zich een ongeluk.

- Hier is alles leuk wat je wel kunt, thuis hindert alles wat je niet kunt.

- Ik weet ook niet hoe het gaan zal. Ik weet dat ik niet "matig" of "sociaal" kan drinken, maar het vooruitzicht "nooit meer drinken" is behoorlijk demoraliserend.
 
- Een bekende gemeenplaats is dat een ongelukkige jeugd "a writer's goldmine" is. In mijn geval lijkt een ongelukkige ouderdom dat te zijn. Maar dat is eigen schuld.

- Duits jongetje wil niet praten. Wordt 2 jaar, 3 jaar - geen stom woord. Ouders in paniek, neuroloog erbij, psycholoog, psychiater, fonosoof, wat niet al - niets helpt. Vier jaar, geen woord. Vijf jaar, geen woord. Zes jaar. Ze zitten aan tafel, en opeens zegt hij: "Die Suppe ist zu kalt." Op zichzelf een rotopmerking, maar het is te begrijpen dat de ouders elkaar én het kind huilend van geluk in de armen vallen. "Maar Heinzl" (of hoe het mormel mag heten), "je kunt práten!" "Ja natuurlijk kan ik praten, ik ben zes." "Maar waarom héb je dan niet gepraat?"
 "Bis jetzt war alles in Ordnung."

- Met Gerrit kan ik uitstekend opschieten. Hij heeft in Polen gewoond, weet dus alles van drank af, en noemt mij, in intieme kring, "de wodkaspecialist". 
 
Ik ben zelf gedurende een tijd opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. De apathie, het vele roken, de televisie en de radio die de godganse dag aanstaan, het is allemaal heel herkenbaar voor mij vanuit mijn eigen ervaringen. Mijn vader dronk ook zeer veel (weliswaar bier), dus ook dat aspekt van dit boek is zeer herkenbaar. 

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 22 februari 2021

Onno Blom: Memoires van een biograaf

Onno Blom: Memoires van een biograaf: In de voetsporen van Jan Wolkers (Nederland, 2018): 247 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (Nr. 299)
 
Memoires van een biograaf
 
Onno Blom heeft ruim 10 jaar gedaan over het schrijven van een dikke biografie over het leven en werk van beeldhouwer-schilder-schrijver Jan Wolkers. Voor een mooie bespreking van die biografie "Het litteken van de dood" zie het blog van Koen. Tijdens het schrijven van die biografie hield Blom een aantekenboekje bij waarin hij af en toe wat opschreef wat met die biografie te maken had. Van die aantekeningen heeft hij een relatief klein boekje gemaakt dat als 299e deel is verschenen in de serie Privé-domein. Ik vind het een leuk en goed geschreven boekje dat een aardig beeld geeft van de mens Jan Wolkers. Het lijkt mij een uitstekende introductie tot het lezen van de hele biografie, maar dat zal ik wel nooit gaan doen.
 
Zoals gebruikelijk weer een aantal citaten:
- Toch moest ik grinniken, toen ik dacht aan die keer dat Jan, toen ik op het punt stond weer naar huis te vertrekken, ineens door de gang strompelde als Quasimodo. "Wat is dat op mijn rug?!" bulderde hij. "Een gezwel? Nee, het is mijn biograaf."

- In het laatste jaar van zijn leven groeide tussen de letterhamers van zijn Olivetti het spinrag. In het glinsterend web zat een klein, zwart spinnetje verstopt. Wolkers haalde zijn vingers snel weer van de toetsen. "Die mag ik toch niet storen met mijn geschrijf?" Hij liet het spinnetje op zijn hand lopen en zette het buiten in de tuin voorzichtig op de gifsla. "Als een lief koolmeesje het spinnetje ziet lopen," grinnikte Wolkers, "is hij toch nog verloren."

- Aan Annemarie stelde hij gnuivend van genot voor om haar reet te likken: "Veel kussen," besloot hij op 24 mei 1957 een brief aan haar, "op je mond, oren, erin vooral, kut, daar meer gelik over de hele lengte van de spleet, net of ik het sap uit een opengebarsten pruim oplik, je reet, met de prikkelende lucht van mest, net als bij die schapen toen, we lagen nota bene midden in de stront te neuken, in m'n neus."

- Wat weegt het zwaarst? Voor Jan Wolkers is het, bij alle waardering die hij in zijn leven heeft gekregen, frustrerend geweest dat zijn beeldend werk minder aandacht en waardering heeft gekregen dan zijn literaire werk. Hij noemde zich daarom nadrukkelijk "beeldhouwer-schilder-schrijver". In die volgorde.

- Toen de loodgieter bij Wolkers was aangekomen, had er een groot, dieproze doek op de ezel gestaan. "Wat vind je ervan?" had Wolkers trots gevraagd, terwijl hij zijn oog liefdevol liet dwalen over het naakte oppervlak van zijn spetterend roze schilderij. De loodgieter had even geaarzeld, maar zei toen: "Meneer Wolkers, wij Texelaars zijn altijd eerlijk. Het spijt me, maar ik vind het helemaal kut."
 Waarop Wolkers antwoordde: "Dat is mooi dat je dat zegt, hè, ik zie er ook wel een kut in."

- Nadat Wolkers zichzelf naakt op het omslag van Groeten van Rottumerplaat had gezet, liet Reve weten dat hij zich nimmer als "zuurstokpiemel Wolkers" aan het volk zou willen tonen. Terwijl Reve op zijn verjaardagsfeestjes altijd zo vrolijk was rondgegaan met zijn lul op een schaal. Naast de augurkjes, een blaadje sla en een kloddertje mosterd.
 
- Het laatste oordeel was, schreef Wolkers in De walgvogel, "gewoon een supernaturistenkamp". Daarom nam Jan geregeld een vriendinnetje mee. Dat wees hij dan op een huiselijk aspect van het schilderij: "Dat alle vrouwen, of ze nu naar de hel of naar de hemel gingen, op elkaar leken. Dat kwam omdat steeds dezelfde vrouw voor al die standen geposeerd had. En dat was natuurlijk de vrouw van de kunstenaar geweest."
 
- Carel Peeters schreef in Vrij Nederland dat Brandende liefde kennelijk betekende: "ik denk altijd aan van dattum". Waarop Wolkers aankondigde dat zijn volgende roman zo geil zou zijn dat Peeters zijn stijve lul als bladwijzer kon gebruiken.
 
- Tijdens een tochtje met een vriendinnetje door de duinen bij Wassenaar , in 1942, Lien was toen zestien jaar, ontmoette ze Jan Wolkers en maakte een afspraakje met hem. Ze spraken af bij de klok in de Leidse Hout en gingen wat drinken in het theehuis. Jan had een hart van bruine borstplaat voor haar meegenomen, waarop in witte sierletters stond geschreven: "I love you". "Ik zou willen," zegt Lien, "dat ik het hart bewaard had. Maar het was oorlog, dus heb ik het achter elkaar opgegeten." 

- Lien lacht. "Je moet weten: Jan had mooie blauwe ogen en kon goed vertellen met die bijzondere stem. Maar eigenlijk vond ik hem een beetje saai."

- Op de aanvraagkaart voor een gratis pak Rama, een soort margarine, vulde Wolkers in: "1. Ik heb de smaak van Rama vergeleken met die van ... stront gemengd met etter uit de zweren van een 80-jarige grijsaard. 2. Ik heb de smeerbaarheid van Rama vergeleken met die van ... een stuk rails van de Ned. Spoorwegen."

- Toen hij in de zomer van 1971 een week alleen doorbracht op Rottumerplaat rende hij poedelnaakt door de branding, zijn lul lekker vrij  slingerend tussen zijn benen, en fotografeerde hij zichzelf naakt.

- Daarna werd de muziek ineens zacht en zwoel. Karina, eenentwintig jaar jong, liep op hoge hakken en in imitatiebontjas het toneel op. Loom kleedde zij zich uit en ging naakt op een verhoging staan. Vervolgens hulde Wolkers haar naakte lichaam met behulp van leukoplast en dikke dotten watten in een witte wolk. De zaal werd doodstil. "je kon," schreef Wolkers, "een nylon onderbroekje horen vallen."
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 25 december 2020

Konstantin Paustovskij: Boek der omzwervingen

Konstantin Paustovskij: Boek der omzwervingen (Rusland, 1963): 232 blz: Vertaald door Wim Hartog (1984): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (Nr. 103)
 
Boek Der Omzwervingen
 
Met het "Boek der omzwervingen", het 6e en laatste deel van de prachtige memoires van Konstantin Paustovskij heb ik nu de gehele serie 3 keer gelezen. Ik mag wel zeggen dat Paustovskij één van mijn lievelingsschrijvers is en dat ik van de boeken die ik van hem heb gelezen zijn 6 delen met memoires het hoogst aansla. Iedereen die van lezen houdt en die de citaten die ik heb uitgezocht bij deze 6 delen de moeite waard vindt zou ik willen aanraden om wat van Paustovskij te lezen, het liefst het eerste deel van de memoires "Verre jaren" of zijn bundel met korte verhalen "Wilde rozen".
 
Citaten:
- Vader Pjotr kwam in een oud tussorzijden priestergewaad naar buiten. Klein, met dunne grijze strengeltjes in zijn nek, keek hij mij met zijn waterige oogjes spiedend aan en zei lispelend: "Ik dank u dat u het niet te min vond mij, oude man, te bezoeken. Ons bestaan hier is maar heel karig. Maar zoals men hier zegt: "Al krijg je slechts kaf te eten, Jekimovka kan je toch niet vergeten." Maar profiteer er maar lekker van! De lucht is hier rijk."
 
- Babel nam het manuscript, hield het vlak voor zijn bijziende ogen en las hardop de eerste zin: "Vindt u overigens niet dat deze zonsondergang de verre bergen als een lamp verlicht?"
... O ja, tussen twee haakjes, er staan drie overbodige woorden in uw eerste zin. 
 "Welke dan?" vroeg ik. "Zegt u 't maar!"
 Babel haalde een potlood te voorschijn en streepte zonder te aarzelen de woorden "overigens", "deze" en "verre" door. Dan las hij de verbeterde zin opnieuw voor: "Vindt u niet dat de zonsondergang de bergen als een lamp verlicht?"
 "Is het zo niet beter?"
 
- Moskou puilde uit van de zwervertjes. Ze werden van straat opgevist, naar koloniehuizen gebracht maar al spoedig daarna doken zij weer op[ in straten en op markten, trokken in hordes op, zaten te kaarten in afgelegen steegjes, sliepen in portieken en lege asfaltketels, stalen, bedelden om sigaretten en zongen bargoense liedjes in de trams, waarbij ze met houten lepels de maat sloegen.
 
- Zelfs onder het berevel rook ik nog de walgelijke lucht van muizekeutels. Telkens de draad verliezend- deze brak af alsof hij half vergaan was - dacht ik er over na hoe rommelig mijn leven eruit zag en dat je, niet alleen in je kamer maar ook in je leven, af en toe grote schoonmaak moest houden, de boel moest boenen en luchten. 's Winters lukte dat op de een of andere manier echter niet. Alsof de wanorde van mijn bestaan aan mij zat vastgevroren en ik de kracht niet had mij er uit los te rukken.

- Ik heb veel aan Jesenin te danken. Hij heeft mij het karige wijdse land van Rjazan leren zien: de blauwe verten van zijn rivieren, de kale kraalwilgen waar de oktoberbries in waait, de verschrompelde brandnetels, de ritselende buien, de melkkleurige rook boven de dorpen, de natte kalveren met hun verbaasde ogen, de verlaten wegen waarvan niemand weet waarheen ze leiden.

- In één van de cafés sleepten de vissers triomfantelijk de enige inwoner van Le Grau-du-Roi die het geluk had gesmaakt in Rusland te zijn geweest, naar onze tafel.
 Het was een kleine, van louter verwarring paars aangelopen oude man, wiens gezicht bedekt was met een angstaanjagende witte stoppelbaard waardoor hij op een oude egel leek; hier kon beslist geen scheermes tegen op!

- Na de Mesjtsjora ben ik anders begonnen te schrijven, eenvoudiger, soberder, ik vermeed bombastische onderwerpen en begreep de macht en poëzie van simpele zielen en schijnbaar onooglijke dingen, als bij voorbeeld de lichte bries die een geur van rook over het weiland voert en de roestige pluimen van dorre zuring wiegt.

- Voor de eerste keer in mijn leven was ik op zoek "naar materiaal" voor een boek. Ik was toen als schrijver nog zo naïef dat ik daar zelfs een beetje trots op was. Maar ik begreep al heel gauw dat je nooit opzettelijk op zoek moet gaan naar materiaal of je als onpartijdig waarnemer moet opstellen maar dat je onderweg en overal waar je komt, gewoon leven moet zonder te proberen alles te onthouden.
 Alleen op deze manier blijf je jezelf en werken de indrukken direct op je in, vrij en zonder vooroordeel, zonder dat je je permanent af moet vragen wat er wel en wat er niet bruikbaar is voor een boek en wat wel en wat niet belangrijk is. Het geheugen zal dat naderhand allemaal feilloos selecteren.

- De indruk die bij voorbeeld overblijft van de ruïnes van een stad uit de oudheid, is veel levendiger dan die van een collectie voorwerpen die er verband mee houden en in vitrines uitgestald staan.
 De wind die over de resten van antieke basilieken heenwaait, de onvermijdelijke bitterheid van alsem, de ruige warme korstmossen, de domme lijsters die de kleine hagedissen trachten op te pikken, door oude meesters uitgehouwen op vaal geworden marmeren zuilen, het blauwe uitspansel van de lege hemel boven je hoofd, dat alles dompelt je onder in een wereld van verheven poëzie, in een ver verleden dat onverwacht heel dichtbij lijkt te zijn. Wij begrijpen het verleden onder de blote hemel gemakkelijker dan in zalen met blinkende parketvloeren.

- Gorkij las De Kolchide, zoals hij het mij later zei, "eigenhandig" door en maakte slechts één opmerking. Deze had betrekking op een bloem, de geranium. Ik had geschreven dat de geranium een bloem voor een kleinburgerlijke omgeving was, de voornaamste versiering voor de ramen van bekrompen lieden. 
 Bij deze passage zette Gorkij in de marge dat geen enkele plant of bloem kleinburgerlijk of triviaal kon zijn en dat de geranium juist de lievelingsbloem van de armen in de stad was, de bloem van bedompte souterrains waar ambachtslieden hun behuizing hadden. Onder de gewone mensen bestond van oudsher de overtuiging dat de geranium in werkplaatsen waar slotenmakers, schoenmakers en anderen hun beroep uitoefenden, de muffe lucht zuiverde. Daarom was zij ook zo geliefd.

   

Lees verder in "De gouden roos", zijn literaire herinneringen.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.