vrijdag 28 maart 2025

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur: Persoonlijke kroniek 1999 (Nederland, 2000): 262 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 236
 

 
In de aanloop naar het jaar 2000 vroeg de uitgeverij de Arbeiderspers aan een aantal schrijvers uit hun fonds, om een jaar lang een dagboek bij te houden. Rogi Wieg trapte deze serie af in 1997, gevolgd door  Boudewijn Büch in 1998, Maarten 't Hart met "Een deerne in lokkend postuur" in 1999 en Ronald Giphart in 2001. Van de vier boeken uit deze kleine serie, vind ik het boek van Maarten 't Hart veruit het meest lezenswaardig.
 
In "Een deerne in lokkend postuur" blijkt Maarten 't Hart niet zozeer dagboekschrijver, als wel schrijver van stukjes waarin hij herinneringen ophaalt. Zijn onderwerpen zijn veelal dezelfde als die uit "Het roer kan nog zesmaal om" dat ik een paar dagen geleden heb besproken: klassieke muziek, zijn leeswoede, de natuur, maar ook zijn drang om zich als vrouw te verkleden, problemen met boezemfibrillatie en zijn gezondheidsmanie. Gelukkig worden ons zijn problemen met het geloof bespaard.
 
Ik vind "Een deerne in lokkend postuur" een uitermate prettig leesbaar boek, waarin ik veel meer citeerbare passages vond dan in zijn eerdere boek "Het  roer kan nog zesmaal om".
 
Citaten:
- Tussen 1960 en 1975 heb ik hartstochtelijk geliefhebberd in de wijsbegeerte, om vervolgens, net als Nobelprijswinnaar Steven Weinberg (zie het prachtige hoofdstuk "Against Philosophy" in Dreams of a final theory) tot de conclusie te komen dat het voor 99% grote onzin is. Heb ik loisir dan zal ik deze gewaagde stelling ooit nader toelichten.
 
Toen iedereen nog geteisterd werd door rokers:
- Stel je toch voor dat niemand meer rookte, dat je nooit meer die gemene, scherpe geur zou ruiken van een sigaret die wordt opgestoken! Als je in de trein zit, uiteraard niet-roken, en iemand steekt drie coupés verderop toch stiekem een sigaret op dan ruik je dat terstond, en is het alsof je hersenen in brand gezet worden.
 
- 5 mei. Opmerking - Mijn vorige pianoleraar zei af en toe: "Je geeft goed geld uit om in een concertzaal naar superieur pianospel te luisteren, en dat geld verdien je met het luisteren naar het abominabele spel van je leerlingen."
 
- En toen was er ook nog een telefoontje uit Duitsland. Of ik voor een blad waarvan ik de naam alweer vergeten ben voor heel veel Marken een groot artikel wilde schrijven over Lienda Deen Mool. "Lienda Deen Mool," vroeg ik verbaasd aan de zeer aangenaam klinkende Duitse mevrouw aan de andere kant van de lijn, "wer mag das wohl sein?"
 
- Mij dunkt: wat het schrijven nu zo aardig maakt is dat je het in je eigen verwarmingskelder kunt doen en dat de lezer je boek ook op zijn eigen zolderkamer kan lezen. Je hoeft er, nu je je manuscripten per e-mail naar de uitgever kan sturen en je je boeken via Internet kan bestellen, de deur niet meer voor uit.
 
- ... maar ach, het hele leven is een borrel waarvan je niet weet waarom hij gehouden wordt en waarom je ervoor bent uitgenodigd.
 
- 17 juni. Pam - Gisterenavond hoorde ik mijzelf bij opnames voor de Tafel van Pam tot mijn eigen verbazing zeggen: "Ik weet niet of ik een goede schrijver ben, maar ik ben in ieder geval wel beter dan Harry Mulisch." [Hier ben ik het helemaal mee eens]
 
- 30 juni. "Wat moet ik nou noteren in dit dagboek?" riep ik vertwijfeld, "ik maak niets mee." - "Schrijf diepe gedachten op," zei Hanneke. Diepe gedachten? Ik? Ik wantrouw denken. Observeren, experimenteren en de resultaten daarvan wiskundig bewerken, dat is de enige methode om verder te komen. Van denken alleen is nog nooit iemand ook maar één steek wijzer geworden. Of zoals Matthieu Galey naar aanleiding van Claude Mauriac op mei 1981 in zijn dagboek schreef: "Ten onrechte interesseert hij zich voor ideeën, alsof die ook maar van enig belang zouden zijn."

- De Boole-algebra bijvoorbeeld heeft ons leven ingrijpender veranderd dan alle wijsbegeerte van de afgelopen drieduizend jaar. Dankzij de Boole-algebra beschikken wij nu over computers, niet dankzij de wijsbegeerte.
 
- Rudy Kousbroek maakte zich grote zorgen over zijn zieke vis Augustus. Maar behalve over zijn vis zat hij ook in over de vraag of hij na zijn dood nog wel gelezen zou worden. Ik begrijp daar niets van. Mij mogen ze na (of zelfs voor) mijn dood terstond vergeten, maar ik zou het verschrikkelijk vinden als er over honderd jaar niemand meer is die naar de tenoraria uit cantate 85 van Bach of naar Ruhe sanft, mein holdes Leben van Mozart luistert.
 
- 16 juli. Mensje - Gisteren had ik Mensje van Keulen aan de telefoon. Zoals altijd vroegen we naar elkaars laatste literaire vorderingen. Naar wat ik ervan begrijp werkt zij nu als een bezetene aan een roman. Ze vroeg of ik al aan mijn roman werkte over de opstand in Maassluis in de achttiende eeuw. Nee, zei ik, dag- en Bach-boek nemen mij helaas helemaal in beslag. Ze vroeg wat ik in dat dagboek schreef. Ik loog: "Ik haal herinneringen op aan een meisje in Hoog Catherijne dat heel veel indruk op me gemaakt heeft." Waarop zij bits opmerkte: "Als jij wil schrijven over elke vrouw die heel veel indruk op je gemaakt heeft, heb je nog zeshonderd jaar werk voor de boeg."
  
- Kan ik mijn leven samenvatten met het zinnetje: "Hij las en fietste naar bibliotheken", of benader ik de waarheid dichter als ik het omkeer en schrijf: "Hij fietste naar bibliotheken en las"?
 
- Sinds ik schrijf ben ik overigens nog verzotter geraakt op lezen dan vroeger. Nu ik weet hoeveel moeite het kost om een goede, leesbare, aantrekkelijke tekst te vervaardigen, begroet ik elke behoorlijke tekst waar ik zelf niet op gezwoegd heb, met groter genoegen dan voorheen. Al dat geploeter om iets zodanig te verwoorden dat het lijkt alsof het geen moeite heeft gekost, werd godlof urenlang door iemand anders voor mij verricht terwijl ik het in enkele minuten tot mij kan nemen. In wezen is lezen een vorm van luiheid.
 
1999 was ook een jaar waarin Maarten zich vaak als vrouw verkleedde:
- De allermooiste reactie kwam van Bertus toen ik daar vanmorgen melk ging halen. Hij vroeg: "Ben je een paar dagen weggeweest?" Voor ik toen kon opbiechten wat zich echt had afgespeeld, zei hij: "Je had een aardige vrouw om op je huis te passen. Was dat een zus van Hanneke? Ik zag haar steeds voorbijkomen met dat zonnebrilletje op. Ze liep steeds met jouw hondje."
 Hoe is het mogelijk dat ik zelfs Bertus heb kunnen beduvelen?
 
- Formulering - Multatuli aan Mimi in maart 1863: "Schrijf mij ook flink slordig zóó als 't opkomt in je hart. Ik geef er ook niet om of de zinnen rondloopen - gekheid. 't Hart heeft geen grammaire - houd me in godsnaam niet voor een schoolmeester."
 
- 4 november. Naam - Toen ik gisteren het boek van Clement over Bach bestelde, vroeg het boekenwinkelmeisje mij: "Wat is uw naam?" Een kloeke dame die naast mij aan de toonbank stond, begon heel zachtjes te grinniken, fluisterde toen ironisch: "En u maar denken dat u een beroemde schrijver bent. Vergeet het maar, zelfs in de boekwinkels in Leiden kennen ze u niet."
 
- Van kindsbeen af aan heb ik november altijd verreweg de mooiste maand van het jaar gevonden. Goddank geen feestdagen zoals in die vreselijke maand december. Weinig zon, niet van die dagen waarop je weglekt, vroeg donker, geel lamplicht, veel regen, mist en laaghangende wolken - heerlijk binnen zitten en ongestoord boeken lezen. [precies om de redenen die Maarten noemt vind ik november juist de meest deprimerende maand van het jaar]
 
- Eenvoudige ziel die ik ben, en wars van raadsels, houd ik toch het meest van simpele, goed toegankelijke poëzie, liefst voorzien van rijm, al was het alleen maar omdat je rijmende regels veel makkelijker onthoudt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten