Carolijn Visser: Alle dagen vrij: Jeugd in de jaren 70-80 (Nederland, 1984): 164 blz: Uitgeverij Meulenhoff
"Alle
dagen vrij" is een bundeling van de reportages over de jeugdcultuur, in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten en Japan, die
Carolijn Visser tussen 1977 en 1984 schreef voor het NRC Handelsblad en
de Haagse Post. Zoals altijd bij Carolijn zijn de stukken zeer helder
geformuleerd en genuanceerd. Wat wel opvalt is dat Carolijn veel
jongeren sprak die het leven niet zo zagen zitten en wegvluchtten in
alcohol- en drugsgebruik, in lang uitslapen en hele dagen in de kroeg
hangen. Als ik naar de paar jongeren kijk die ik nu ken, dan geloof ik
dat de meeste jongeren tegenwoordig toch een stuk positiever in het
leven staan.
- Professor Goudsblom deed in 1960 een onderzoek naar de denkwereld van jongeren. Ze waren niet alleen precies zo gekleed als hun ouders (de jongens in manchesterbroek, de meisjes in een degelijke jurk), ze dachten ook precies zo. Zelfs hun mening over de Koude Oorlog was gelijk aan die van de ouderen: het communisme was niet meer en niet minder dan het rode gevaar. De westerse manier van leven was, vonden ze zonder uitzondering, de enige juiste.
Een paar jaar later zijn er opeens twee werelden: die van de volwassenen en die van de jeugd. Het kapitalisme wordt ter discussie gesteld, de oorlog in Vietnam afgekeurd. De jongeren hebben hun eigen kleding: spijkerbroeken en T-shirts. Geen rustig weekend in de natuur maar gigantische popconcerten waar druk geëxperimenteerd wordt met hasj en hallucinerende middelen.
-
Overal in het land, in de stad en daarbuiten, in bruine cafés en in
disco's, worden enorme hoeveelheden drank, vooral bier, aan de jongeren
gesleten. Op iedere school die ik bezocht, spraken de leraren met
verbazing over de grote alcoholconsumptie van hun leerlingen. "Ze noemen
zichzelf weekendalcoholisten," zei een leraar van een streekschool in
Middelburg.
-
Aan honderden veertien- tot negentienjarige jongens en meisjes op
verschillende scholen in Amsterdam, Brabant, Limburg en Zeeland stelde
ik in een enquête de vraag: "Wat lijkt jou het aantrekkelijkste van
volwassen zijn?" Tientallen keren was het antwoord: "Daar lijkt mij
helemaal niets aan" en "als het aan mij lag dan werd ik het nooit." Over
de toekomst willen de meesten helemaal niet praten.
-
"Ik ben best gelukkig," zegt Henry, een zeventienjarige elektricien uit
Vlissingen. "Altijd ga ik op stap met mijn brommer en thuis heb ik een
prima installatie en een tv. Ik leef van dag tot dag en dat gaat
uitstekend. Maar laat ik eerlijk zijn, het laat mij koud of ik vandaag
of morgen de pijp uitga, want op dat bedrijf waar ik werk hebben ze me
zo vervangen, en mijn vrienden gaan wel met een ander een pilsje
drinken." Een paar jongens aan dezelfde cafétafel knikken, zo zien zij
hun leven ook wel.
-
Degenen die van plan zijn om te studeren, verheugen zich meer op het
wonen op kamers dan de studie. "Lekker je eigen eten koken, vrienden
ontvangen, thuiskomen wanneer je wilt." [hoe herkenbaar]
- De jongeren weten precies wat hun vader en moeder van hen verwachten. Zonder veel enthousiasme sommen ze het op, het is duidelijk dat zij er niet zo gecharmeerd van zijn: "Dat ik later iets presteer en nu gehoorzaam"; "dat ik over een tijdje met een man trouw die een goede baan heeft"; "dat ik altijd doe wat ze zeggen"; "dat ik veel spaar en mijn mond hou" waren veel voorkomende reacties.
In Hongarije:
- Voor westerse boeken of tijdschriften hebben ze helemaal géén belangstelling. Niemand heeft mij daar ooit naar gevraagd tijdens mijn verblijf in Hongarije. Wel waren er steeds mensen in restaurants en winkels die een bod deden op mijn spijkerbroek, variërend tussen honderd en honderdvijftig gulden.
- In een stadsbus komen Erika en ik op een dag een stel Hongaarse lifters tegen. Zij zijn absoluut niet geïnteresseerd in studieresultaten of een gezin. Ze hebben rugzakken, grote wijde broeken aan, een fles coca-cola en een hoed in de hand. Ze liften heel het "oostblok" rond. Geld om in hotels of jeugdherbergen te slapen hebben ze niet.
De Verenigde Staten:
-
"Het symbool van de jaren zeventig," zegt Eduard, "vind ik de "Pet
Rock". Duizenden mensen kochten zo'n ding, voor een hoop geld. Gewoon
een stukje steen waar je verder niets mee kunt doen. Het ligt in een
doosje, je kunt er naar kijken. Er was zo'n vernuftige reclamecampagne
omheen gebouwd dat het toch aansloeg. Als een volk vatbaar is voor zulk
soort onzin dan weet ik het niet meer."
-
Onlangs is onderzocht in hoeverre de Amerikaanse jeugd "gelukkig" is.
Driekwart van de jongeren vond van wel: "everything in life is fine."
Toch zijn er ieder jaar twee miljoen Amerikaanse minderjarigen onder de
achttien jaar die weglopen van huis. Mishandeling, alcoholisme van de
ouders en incest worden als oorzaak opgegeven. Een grote meerderheid van
de runaways zijn meisjes.
-
Susan: "Het zijn allemaal van die stomme rippers. V, bijvoorbeeld, die
pikte een stapel platen. Met die handel stapte hij een café binnen om
het te verkopen. De eerste figuur die hij aanspreekt is de eigenaar van
de zaak waar hij het net weggehaald had. Meteen erbij. En C. had bij
allerlei mensen gereedschap geleend. Toen er volgende dag iets in de
krant stond over een kraak, wist half Middelburg al wie het gedaan had.
Ik heb zelf één keer zoiets gehad. Bij een juwelier pikte ik een
horloge. Die man ontdekte dat en gaf een beschrijving van de paar
klanten die hij die ochtend gehad had. De politie wist direct dat ik het
had gedaan. God, wat sla je dan een pleefiguur."
- "In deze tijd is geen plaats voor nieuw talent. Het Stedelijk staat vol met de vorige generatie," zegt ze.
Achter haar staat een ladder waarop vanaf de onderste trede staat: lagere school-middelbare school-universiteit-werkloos-dood.
Amsterdamse krakers:
- Frank: "Jij zit veel te veel in het systeem." Pim: "En jij dan? Met je pilsje en je jointje zit je net zo goed in het systeem. En ze geven jou alleen maar een uitkering omdat ze willen dat je je koest houdt." Frank: "Ja, ik ben aangepast. Maar het zou me niks kunnen schelen als ik geen geld meer kreeg. Dan ging ik stelen."
Alle dagen vrij:
- "Mijn winterslaap heb ik nu wel weer achter de rug," zegt Appie in zijn Middelburgse stamcafé De Verkeerde Wereld. "Ja," lacht hij, "ik ben inderdaad een werkloosheidsexpert geworden." Sinds hij in 1977 de mts de rug toekeerde heeft hij van al die jaren het grootste gedeelte niet gewerkt. Nu is hij vijfentwintig en in de statistieken telt hij niet meer als een jeugdwerkloze.
- Appies grootste avontuur van de afgelopen jaren was zijn wereldreis. ... Sindsdien heeft hij het leven in Nederland saai en grijs gevonden. "Als je eenmaal gereisd hebt ben je verslaafd, lijkt het wel." De regels van de Sociale Dienst zijn inmiddels een stuk vereenvoudigd. "Ik hoef alleen nog maar een briefje in te vullen zo nu en dan, en eens op te bellen. Dat kan iemand anders ook voor je doen. Een vriend van mij zit nu met de Sociale Dienst in Afrika."
-
Jan de Jonge gelooft niet in het medicijn tegen werkloosheid dat
jongeren aanbevolen wordt door leraren, ouders, maatschappelijk werkers:
verder leren. "Er is op het moment een soort wedren in het onderwijs
ontstaan. Individueel kan iemand profiteren van meer opleiding, maar
over het geheel lost het niets op. Er blijven bovendien veel banen
bestaan die je in twee dagen kunt leren. Het enige wat je soms moet
weten is dat je niet in slaap moet vallen. ..."