Posts tonen met het label Engelstalige boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Engelstalige boeken. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2026

Gerrit Jan Zwier: Grijpen naar de regenboog

Gerrit Jan Zwier: Grijpen naar de regenboog: Een literaire safari (Nederland, 1985): 101 blz: Uitgeverij de Prom
 
 
 
In "Grijpen naar de regenboog" bespreekt Gerrit Jan Zwier 25 wat oudere reisverhalen van meestal Engelse en een paar Duitse schrijvers. Een aantal van de besproken reisboeken heb ik gelezen, die van Alexander Kinglake, Evelyn Waugh, Norman Douglas, Peter Fleming, Ella Maillart, Graham Greene, Robert Byron, J.R. Ackerley, Eric Newby, Patrick Leigh Fermor en Harold Nicolson. Hoewel dit vrij grote namen zijn binnen het genre, behoort geen van deze boeken tot mijn persoonlijke favorieten.
 
Inhoudelijk vind ik Gerrit Jan Zwier een uitstekende boekbespreker, hij zou het goed doen als blogger. Zijn stijl vind ik een stuk minder. 
 
Citaten:
- De moderne tijd heeft travel door toerisme vervangen, zoals ook "zijde en wol door nylon zijn vervangen, vis door vissticks, koffieroom door poeder en verdienste door publiciteit."
 
- Als veroveraars hadden de Abessiniërs de door hen onderworpen volkeren niets te bieden: "Zij brachten geen nieuwe technieken of kennis met zich mee, geen nieuwe landbouwmethoden, riolering of wegenaanleg, geen kennis van medicijnen en hygiëne, geen betere politieke organisatie ... Ze bouwden niets; ze lieten zich neer in de dorpen van het onderworpen volk, deden niks nuttigs, waren smerig en overheersend, stookten het timmerhout op, aten het voedsel op, maakten de mensen tot slaven en hieven belasting op de handelswaar die van buiten af binnensiepelde."

- "Het vlees moet helemaal niet gepijnigd worden," protesteert Douglas, "men moet het juist koesteren: het menselijk lichaam is in eerste plaats een engine of delights." Hij voegt eraan toe, dat het de Grieken onbekend was dat er zoiets als een antagonisme tussen lichaam en geest bestond, en dat die gedachte "een van de schadelijkste staaltjes van kromdenken is die ooit  uit onze misleide hersenpan is weggelekt."
 
- Byron noemt zichzelf een reiziger die van huis gaat om wat te leren en wat wijzer te worden. Een reiziger is de tegenpool van de specialist; de eerste wil steeds méér weten over steeds meer, de tweede wil steeds méér weten over steeds minder.
 
- Eens gebeurde het dat een jongeling, die nog volop bezig was met de initiatieceremoniën die een volwaardig man van hem moest maken, door een tijgerhaai gegrepen en verslonden werd. Uit bezorgdheid om de onvolwaardige staat waarin het slachtoffer het dodenrijk betrad, betrok diens oudste broer, een dag later, de wacht bij de onheilsplek. Het duurde niet lang of er begon een rugvin om hem heen te cirkelen. En inderdaad, na het doden en opensnijden van de haai bleek dat het om hetzelfde dier ging - in de maag trof de wreker de restanten van zijn broer aan. Vervolgens werden de riten tot een succesvol einde gebracht en iedereen was er nu van overtuigd dat de overledene zijn weg moest kunnen vinden in het labyrint van het dodenrijk.
 
- "Eén van de onaangenaamste eigenschappen van fanatieke moslims," zo schrijft Newby, "is hun vermogen om mensen van een ander geloof het gevoel op te dringen dat ze onrein zijn in hun denken, woorden en daden."
 
- Van een reisverhaal mag toch worden verwacht dat de verteller prominent aanwezig is; niet de reis maar de reiziger is in dit genre immers het belangrijkst.
 
- Sir Harold is zeer koningsgezind, onbeschaamd chauvinistisch ("Ik geloof dat mijn landgenoten in het algemeen eerlijker, vriendelijker, praktischer en inventiever zijn dan mensen van andere landen")

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.