Ryszard Kapuściński: De Keizer: Macht en ondergang van Ras Tafari Haile Selassie I (Polen, 1978): 256 blz: Vertaald door Pszisko Jacobs (1984): Uitgeverij In de knipscheer
Ryszard
Kapuściński sprak voor zijn boek "De Keizer" met talloze mensen die aan
het hof, van de Keizer Haile Selassie van Ethiopië, verbonden waren of
die de Keizer regelmatig spraken. Zo schetst hij een onthutsend beeld
van hoe de Keizer, die niet kon lezen en schrijven, zijn land op een
middeleeuwse manier regeerde. De Keizer zorgde ervoor dat alles en
iedereen van hem, en van hem alléén, afhankelijk was en wist zo 53 jaar
lang aan de macht te blijven, totdat de situatie in het land zo uit de
hand liep dat er een revolutie uitbrak.
- Avonden lang heb ik geluisterd naar mensen die bekend waren geweest met het hof van de Keizer. Eens hadden zij behoord tot de paleisbevolking of hadden zij daar het recht van toegang. Slechts weinigen zijn overgebleven.
- Ik heb hen bezocht wanneer het donker was. Ik moest van auto's verwisselen en ook van vermomming. De Ethiopiërs zijn erg achterdochtig en ze wensten geen geloof te hechten aan de oprechtheid van mijn bedoelingen. Het was namelijk mijn opzet de wereld te hervinden die was weggevaagd door de machinegeweren van de vierde divisie.
- ... Hier zou ik graag één ding duidelijk willen maken. Zijne Hoogvereerde Majesteit had niet de gewoonte om te lezen. Voor hem bestond het geschreven of gedrukte woord niet. Alles moest hem mondeling overgebracht worden.
-
Het was toch een bekend feit dat zijne Majesteit dank zij de
omstandigheid dat hij niet de vaardigheid van het lezen en schrijven had
verworven over een fenomenaal visueel geheugen beschikte.
-
Daar op mijn kamer vertelde ik Teferra dat ik graag het volk van de
Keizer wilde ontmoeten. Teferra toonde zich verbaasd, maar ging ermee
akkoord dat voor mij te regelen. Onze obscure uitstapjes begonnen. Wij
waren als een paar verzamelaars die erop uit waren beelden die tot
vernietiging waren veroordeeld, bijeen te brengen. Van die beelden zou
dan een tentoonstelling over de vroegere kunst van het regeren worden
samengesteld.
- Vergeet niet, mijnheer de journalist, dat de Keizer niet alleen zelf besliste over iedere benoeming, maar dat hij ook vóór die tijd persoonlijk met iedereen in contact kwam. Hij en hij alleen! Hij bepaalde de bezetting van de toppen der hiërarchie, maar ook van de middelbare en lage niveaus. Hij benoemde de postdirecteuren, de schoolhoofden, de hoofdagenten van politie, alle doodgewone ambtenaren, de rentmeesters van de landgoederen, de directeuren van de brouwerijen, ziekenhuizen, hotels. En zoals ik al zei: hij benoemde iedereen persoonlijk. ... Zelfs de onbelangrijkste benoeming behoefde het fiat van de Keizer. Dit deed hij om te doen uitkomen dat de bron van de macht niet de staat noch een andere instelling was, maar alleen en uitsluitend Zijne Eerbiedwaardige Majesteit.
- Omdat de graad van macht in het paleis niet door hiërarchie van de functies werd bepaald maar door het aantal keren dat men toegang had tot Zijne Verheven Majesteit. Zo lag de situatie binnen het paleis nu eenmaal. Men oordeelde: het belangrijkst is hij die het meest over het oor van de Keizer mag beschikken. Het meest en het langst.
-
... Regeren betekent afspraken nakomen, afspraken die berusten op
gevestigde regels. Stel je eens voor, beste vriend, dat Zijne
Uitzonderlijke Majesteit de gewoonte had opeens te verschijnen. Stel je
voor dat de monarch naar het noorden vliegt, waar alles in gereedheid is
gebracht, het protocol opgepoetst, het ceremonieel gerepeteerd, de
provincie glanst als een spiegel, en opeens, in dat vliegtuig, wenkt
Zijne Majesteit naar de piloot en zegt hem: "Beste jongen, keer de
machine, wij vliegen naar het zuiden." En in het zuiden is niets! Daar
is niets in gereedheid gebracht! Het zuiden lummelt maar wat, alles ligt
overhoop, iedereen loopt in vodden, het ziet er zwart van de vliegen.
De gouverneur is naar de hoofdstad, de notabelen slapen, de politie is
naar het platteland getrokken om daar de bewoners te plukken. Hoe
onaangenaam zou Zijne Goedhartige Majesteit zijn getroffen!
- Tegenwoordig verwijten de opstandelingen tegen het keizerlijk gezag hem, Zijne Allereerbiedwaardigste Majesteit, dat hij in elke provincie tenminste één paleis had dat altijd gereedstond om de monarch te ontvangen. Het is waar dat hierin soms iets overdrevens stak, want - het moet hier gezegd - het prachtige midden in de Ogadenwoestijn gebouwde paleis werd jarenlang aangehouden. En al die tijd waren er bedienden en had men er voorraden voedsel, terwijl Onze Onvermoeibare Meester daar maar één keer heeft vertoefd, één dag.
- Ik herinner mij niet één keer dat Zijne Allergenadigste Majesteit iemands benoeming introk en hem met het hoofd tegen de keien drukte omdat-ie corrupt was. Hij dacht altijd: laat hem toch corrupt zijn, zolang hij zich maar loyaal toont!
- Er bestaat een omgekeerde evenredige verhouding tussen de dikte van de dossiers en die van de mensen waarover ze gaan. Hij die strijdt tegen het paleis wordt dunner, vermagert en verkommert, maar hij heeft altijd het dikste dossier. Hij die zich loyaal opstelt aan de zijde van Zijne Majesteit wordt gemakkelijk vet, doordat hij bevoordeeld wordt. En zijn dossier is zo plat als een leeggelopen blaas.
-
Zijne Onvermoeibare Majesteit ging op pad om hier een nieuwe brug te
openen, daar een gebouw, weer ergens anders een vliegveld. Hij schonk al
die objecten zijn naam: de Haile Selassie-brug in Ogaden, het Haile
Selassie-hospitaal in Harara, de Haile Selassie-hal in de hoofdstad.
Alles wat er gebouwd werd, kreeg de naam van de Keizer. Ook plaatste hij
eerste stenen, bezocht hij werken in uitvoering, knipte linten door,
nam deel aan het feestelijk starten van een tractor. En, zoals ik al
zei, overal sprak hij.
-
In ons keizerrijk, waar zo'n dertig miljoen boeren leefden en
nauwelijks honderdduizend soldaten en politieagenten, kreeg de landbouw
één procent van het staatsbudget toegewezen, en het leger en de politie
samen veertig procent.
-
Zijne Verheven Majesteit was gek op zijn leger. Hij nam graag parades
af en hield ervan zijn uniform van keizerlijk maarschalk aan te trekken,
een uniform dat verfraaid werd door rijen kleurrijke ordetekens en
medailles.