Posts tonen met het label Literaire kritiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Literaire kritiek. Alle posts tonen

vrijdag 29 mei 2026

Gerrit Jan Zwier: Een lichte angst

Gerrit Jan Zwier: Een lichte angst: Beschouwingen over reizen en reisboeken (Nederland, 1995): 204 blz: Uitgeverij de Prom
 
 
 
"Een lichte angst" is het derde boek van Gerrit Jan Zwier dat ik de afgelopen week herlas. In "Een lichte angst" staan, als ik goed heb geteld, 63 besprekingen van Nederlandstalige reisboeken, de meeste uit de periode 1985-1995, maar ook enkele "oudjes" die in die periode zijn heruitgegeven. Ik heb veel van de besproken boeken gelezen, maar daarvan hebben alleen de boeken van Lieve Joris en Carolijn Visser en "Diep in Arabië" van Marcel Kurpershoek de lijst met mijn favoriete reisverhalen gehaald.
 
Zoals ik in mijn twee vorige stukjes al heb geschreven vind ik Gerrit Jan Zwier inhoudelijk erg sterk, maar stilistisch beduidend minder. Dat laatste zorgt ervoor dat ik zijn eigen reisverhalen niet ga lezen. 
 
Citaten:
- In Nederland spreekt het vanzelf dat een slechte roman altijd meer aandacht krijgt dan een goed reisboek, heeft Nooteboom eens gezegd.
 
- Brokken memoreert het feit dat veel primatologen vrouwen zijn, maar hij vergeet erbij te vermelden dat die allemaal door de beroemde Leakey naar de jungle werden gestuurd. Deze vorser, die in Kenya de ene voorouder van de mens na de andere ontdekte, was namelijk van oordeel dat vrouwen hun ogen beter de kost geven dan mannen, en dat zij onder moeilijke omstandigheden ook taaier en vasthoudender zijn.
 
- Van Dis verkeert eigenlijk voortdurend in een ongemakkelijke positie. Enerzijds kan de cultuur van de Afrikaners, zoals de Boeren zichzelf noemen, hem gestolen worden ("Drie auto's, een huis met twintig kamers voor drie kinderen en twee vrouwen, een paar kilo vlees naar binnen stouwen en de hele dag over schapen lullen en 's avonds naar de stomste televisie kijken in een huis vol prullen"), maar anderzijds voelt hij zich evenmin een witte Bantoe, die ernaar smacht het zwarte erfgoed te omhelzen.

- Dan realiseert van Dullemen zich opeens, in een prachtig beeld, hoe de Afrikanen over al die blanke toeristen moeten denken: "Als een kudde roze spaarvarkens die je goed moet  schudden omdat er veel geld in zit."
 
- Hoe beziet een Thai een Europeaan of Amerikaan? Als schepsels van een andere planeet, schrijft Hauser, als "forse, harige wezens, met eerlijke, zij het ruwe manieren, veel geld en een grote lul".
 
Over de voormalige Sovjet-Unie:
- "Vroeger kon je alles kopen en mocht je niets zeggen," zegt een vrouw die in een goudwasserij werkt, "nu mag je alles zeggen en kun je niets kopen."
 
Cees Nooteboom in Spanje:
- Tussen de bedrijven door eet hij een hapje in de plaatselijke herberg. Ook daar heeft de tijd stilgestaan: "Laag, donker, zwijnsbouten, zwarte bloedworsten met rijst erin, stukken spek, konijnen, donkere, dikke wijn uit aardewerken kruiken, grote broden uit een andere eeuw."
 
- Snojink, net de veertig voorbij, en geestelijk gevormd in de jaren zestig, voelde zich in Nederland even slecht op zijn gemak als een pissebed in de zon.
 
- Een feministe in Saoedi-Arabië ... dat zou even misplaatst zijn als een ijsbeer op de evenaar, als een alpinist in Friesland, als een haai in een korenveld. Een feministe zou op het Arabisch schiereiland hysterisch worden van woede en frustratie.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 1 juni 2022

Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur

Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur (Nederland, 1991): 633 blz: Uitgeverij het Spectrum (Aula)
 
Klassieken van de Russische literatuur
 
Maarten Tengbergen bespreekt in "Klassieken" in totaal 46 romans, toneelstukken, verhalen en dichtbundels uit de Russische literatuur. Hij behandelt daarbij werken van oa: Poesjkin, Gogol, Toergenjew, Dostojewski, Tolstoj, Tsjechov, Boenin, Babel en Solzjenitsyn. De hele groten uit de Russische literatuur zijn vertegenwoordigd met uitzondering van Paustovskij, Nabokov en Sjalamov.
 
Tengbergen heeft er in dit boek voor gekozen om een relatief klein aantal werken uitgebreid te behandelen ipv een groot aantal vrij kort. Alle besprekingen bestaan uit 2 delen. Eerst geeft Tengbergen een uitgebreide samenvatting van het boek en vervolgens een kritisch essay waarbij hij de inhoud bespreekt en hoe het boek ten tijde van de publicatie in Rusland en daarbuiten is ontvangen. De essays zijn zeer doorwrocht en beslaan meestal zo'n 6 tot 12 bladzijden.  

Ik ben over het algemeen niet zo'n liefhebber van literaire kritieken. Ik lees graag de korte stukjes van collega-bloggers, maar serieuzere literatuurbesprekingen van wat grotere omvang laat ik meestal aan mij voorbijgaan. Uit "Klassieken" heb ik alle essays gelezen en alle samenvattingen overgeslagen. De reden dat ik dit boek heb gelezen is een heel eenvoudige: ik heb de meeste van de besproken werken gelezen en ik vind het leuk om wat meer over de achtergronden van die werken te lezen.
 
"Klassieken" is wat mij betreft een zeer onderhoudend boek. Het bevat veruit de meest interessante literaire kritieken die ik ooit heb gelezen. Het enige minpuntje is dat Tengbergen stilistisch niet zo begaafd is. In literaire werken en vooral in vertalingen zou ik dat een groot probleem vinden, hier stoort mij dat niet zo.
 
Citaten:
Over Oblomow:
- Van Gontsjarows grote komische talent getuigt vooral het meesterlijke portret van Zachár. De vervallen knecht, wiens filosofie luidt: "Wat zou je vandaag stof afnemen als er morgen toch weer een nieuwe laag ligt", is een pendant van Oblomow.

Over Een held van onze tijd:
- De roman is rijk aan trefzekere uitspraken, poëtische observaties, prikkelende generalisaties. "Vrouwen houden alleen van diegenen die ze niet kennen." "Vreugden vergeet men, smarten nooit." "De geschiedenis van één mensenziel, hoe onbetekenend ook, is welhaast nog interessanter en nuttiger dan de geschiedenis van een heel volk." Enzovoort. Van al deze uitspraken in Een held zou een fraaie aforismenbundel samen te stellen zijn.
 
Over Misdaad en straf:
- Toergenew behoorde tot degenen die zich, na een aanvankelijk enthousiast oordeel, afgestoten voelden door het vele zielegewroet in de roman. Hij sprak van "rot neusgepeuter" en "een almaar aanhoudende buikkramp".
 
Over De gebroeders Karamazow:
- Aljosja's geestelijke vader Zosima, een van Dostojewski's in het licht van zijn levensbeschouwing belangrijkste creaties, heeft eveneens onverwachte kanten, die hem aardser, menselijker maken. Hij is geen ongenaakbare majesteitelijke wonderdoener, maar een onooglijk, schriel, krom mannetje, indrukwekkend juist door zijn eenvoud. Noch is hij een geboren heilige. Hij heeft een zondig verleden en is pas later op eigen kracht tot goddelijke wijsheid gekomen.
  
Over Oorlog en vrede:
- Literatuurhistorici hebben in de loop der jaren getracht te definiëren wat Oorlog en vrede nu is: een roman over twee, drie adellijke geslachten tegen een historische achtergrond, afgewisseld door geschiedfilosofische passages die net zo goed weggelaten hadden kunnen worden, of juist een in essentie geschiedfilosofische studie met de romangedeelten als illustratie. Zelf heeft Tolstoj laconiek verklaard: "Oorlog en vrede is dat wat de auteur tot uitdrukking wilde en kon brengen in de vorm waarin het tot uitdrukking is gebracht."
 
- In tegenstelling tot Dostojewski's demonische zondaars, zedige hoeren en heilige idioten zijn Tolstojs helden min of meer "normale" mensen. Iedereen staat daar met zijn eigen specifieke mengsel van goede en slechte eigenschappen. Bijna niemand wordt eenzijdig wit of zwart afgeschilderd, niemand is karikaturaal (alleen Napoleon wordt consequent belachelijk gemaakt). Tolstojs evenwichtige persoonsbeschrijving in Oorlog en vrede, later nog geperfectioneerd in Anna Karenina, is een triomf van de literaire maat, een hoogtepunt van de realistische romankunst.
 
Over Anna Karenina:
- Op de vraag wat nu eigenlijk de moraal van Anna Karenina is, kan men misschien het beste Tolstoj zelf laten antwoorden, die in een brief aan Strachow schreef: "Als ik alles onder woorden zou willen brengen wat ik in deze roman heb willen zeggen, dan zou ik dezelfde roman nóg een keer moeten opschrijven."
 
Over De kersentuin:
- "De lach en de traan", bij Gogol al niet te scheiden, zijn in Tsjechows Kersentuin zo innig verstrengeld dat begrippen als komedie en tragedie hier ontoereikend zijn. Daardoor is De kersentuin zo moeilijk te spelen; de minste verstoring van het evenwicht maakt het stuk tot een platte farce of een loodzwaar zeurstuk.
 
Over Dokter Zhiwago:
- Pasternak doet geen oproep ten strijde te trekken tegen enig politiek systeem, maar geeft zijn lezers een aantal hogere menselijke waarden terug. Voor het eerst na veertig jaar niet aflatende materialistische en atheïstische indoctrinatie sprak er weer iemand hardop over: het eeuwige leven,de tragische liefde, de integriteit van het individu, de autonomie van de kunst, de betekenis van religie.

Over Rode ruiterij:
- Het nieuwe van Babel was dat hij, zoals Ehrenburg het heeft geformuleerd, niet als andere schrijvers ongewoon over gewone dingen schreef of gewoon over ongewone dingen, maar ongewoon over wat ongewoon was.

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Nawoord (17-06-2022):
 
In 2014 en 2015 is bij de Tilburgse uitgeverij Glagoslav een tweedelige herziene editie van "Klassieken van de Russische literatuur" verschenen met als titel "Vijftig hoogtepunten uit de Russische literatuur". Het eerste deel behandelt 30 werken uit de 19e eeuw en het tweede deel 20 werken uit de 20e eeuw. In vergelijking met de eerste editie zijn samenvattingen en besprekingen toegevoegd van de volgende 4 werken: "De Kreutzersonate" van Tolstoj, "Verdriet" van Tsjechow, "De verdediging" van Nabokov en  "Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj" van Slozjenitsyn. Ik heb van deze 4 werken zowel de samenvattingen als de besprekingen gelezen en ik moet zeggen dat de samenvattingen goed geschreven en onderhoudend zijn.
 

zondag 5 december 2021

Jan Siebelink: Conversaties

Jan Siebelink: Conversaties (Nederland, 2011): 283 blz: Uitgeverij de Bezige Bij
 
Conversaties
 
Behalve schrijver is Jan Siebelink jarenlang leraar Nederlands en Frans geweest op middelbare scholen. "Conversaties" is een gecombineerde heruitgave van eerdere boeken van Jan Siebelink (De reptielse geest, 1981) en (De prins van nachtelijk Parijs, 1985) samen met een aantal losse essays die in het weekblad Haagse Post en later HP/De Tijd zijn verschenen. "Conversaties" bevat interviews van Jan Siebelink met en vooral essays over zo'n 20 Franse schrijvers en één Amerikaanse schrijver (James Purdy).
 
Het is te lezen dat Siebelink niet in de eerste plaats criticus is, maar schrijver. Zijn interviews en essays zijn zeer onderhoudend om te lezen. Van de 20 besproken schrijvers heb ik alleen boeken gelezen van Marcel Proust, Edmond en Jules de Goncourt, Andre Gide en Milan Kundera. Vooral de essays over Proust en de broers Goncourt heb ik aandachtig gelezen, maar eigenlijk heb ik alle stukken met plezier gelezen. Ik heb erg veel geciteerd uit "Conversaties".
 
Ik vind "Conversaties" een erg interessant boek, eigenlijk las ik dit met veel meer plezier dan "Knielen op een bed violen" waarmee Siebelink beroemd is geworden. Het boek is één van de beste voorbeelden van literaire kritiek dat ik ken.
 
Citaten:
J.-K. Huysmans:
Dit zegt Esseintes (de hoofdpersoon uit "Tegen de keer" van Huysmans) over de dienstplicht:
- Onder het mom van vrijheid en vooruitgang had de maatschappij weer een ander middel ontdekt om het ellendige lot van de mens nog beroerder te maken: deze rukte iemand los uit zijn vertrouwde omgeving, stak hem in een belachelijk kostuum, gaf hem speciale wapens in de hand en onderwierp hem aan dezelfde geestdodende slavernij waaruit men vroeger de negers had bevrijd.

Marcel Proust:
- Het leven is te kort en Proust is te lang. Soms, 's nachts, bij slapeloosheid, keek ik met een zeker schuldgevoel naar mijn boekenkast. Wars van Proust! Of had dat soms ook te maken met de vermaledijde onthechting die al een rol ging spelen? Ik zag het ook zo sterk bij mijn ouder wordende hond. Tot voor kort, in de auto, blafte hij naar iedere soortgenoot. Nu kijkt hij ze slechts na, vaag geïnteresseerd, en ik zie hem denken: wat koop ik voor al dat geblaf?
 
- In 1886 - Proust, vijftien jaar oud, zit op het Parijse lyceum Condorcet - krijgt de klas een vragenlijst voorgelegd. Bij de vraag: "Wat is het vreselijkste wat je kan overkomen?" antwoordde hij: "Van mamma gescheiden zijn." Als zijn moeder in 1905 op zesenvijftigjarige leeftijd sterft, bekent hij dat zijn leven alle doel heeft verloren.
 Proust is dan vierendertig jaar. Twee maanden verblijft hij in een psychiatrische kliniek.
 Wanneer hij daaruit komt, besluit hij het ouderlijk huis in de rue de Courcelles te verlaten. Vrienden gaan op pad om voor hem een appartement te zoeken: zonder stof, pollen, lawaai. Hij koopt het appartement aan de boulevard Haussmann. Stof, een hels kabaal en bloeiende bomen.
 Waarom? Zijn oom van moederskant heeft daar altijd gewoond en is net gestorven. Proust ging er vaak met zijn moeder dineren. Hij kan niet wonen in een huis dat zij niet heeft gekend.
 
- Dat geromantiseerde essay Contre Sainte-Beuve valt de beroemde methode van de criticus aan die gelooft dat het werk van een schrijver voor alles een afspiegeling is van zijn leven en uit dat leven kan worden verklaard. Proust gelooft dat het schrijven complexer is, dat een roman het product is van een "andere ik" dan degene die wij tonen in het dagelijkse leven. 

James Purdy:
- Er is een tijd geweest dat er mensen waren die zeiden: "Dit is een mooi boek. Ik geef het uit." Nu wordt door anonieme commissies, na diepgaand marktonderzoek, beslist of een boek zal worden uitgegeven.

- Ik ben geen schrijver van commercieel kaliber. Dan heb je het in dit land erg moeilijk. Geen geld hebben of geen geld opleveren is degoutant, is bijna amoreel.

- Als men mij vraagt waarom ik schrijf, antwoord ik: voor mijzelf. Elke dag ga ik opnieuw achter de schrijftafel zitten. Als ik dat niet doe, ben ik ongelukkig. Als ik schrijf, ben ik iets minder ongelukkig. Ik schrijf alleen voor mijzelf.

- Literatuur wordt pas interessant door de verrassende uitwerking van een onderwerp, niet door het onderwerp zelf.

E.M. Cioran:
- God is een ziekte waarvan we dachten dat we genezen waren, omdat in deze tijd niemand er meer aan doodgaat.

- Hoe blasé de mens ook is, hij is het nooit voor complimenten.

- De bronnen van een schrijver zijn zijn schaamtes. Degene die er geen ontdekt in zichzelf of er zich aan onttrekt, is gedoemd tot plagiaat of literaire kritiek.

- Beckett: Elke boodschap verstikt de literatuur.

- Er is ellende die verzacht kan worden. Maar terwijl ik dit zeg, weet ik ook zeker dat onrecht eeuwig deel uitmaakt van het leven.

- Geluk is in de stad zijn, lopen zonder enig doel.

Edmond en Jules de Goncourt:
- Hun historische studies, zoals La femme au XVIIIe siècle, berustten op een heel nieuwe opvatting van de geschiedschrijving. Om een zo levendig en echt mogelijk portret van de vrouw in die periode te schetsen, plozen ze minutieus tijdschriften en correspondenties van die tijd na, op jacht naar de kleine dingen uit het dagelijks bestaan: menukaarten, prijzen van het voedsel, kledingvoorschriften en de kletspraatjes. Alles werd keurig op fiches gezet.

- De Goncourts waren estheten. Kunst was heilig. Ook waren ze sterk antiklerikaal en geloofden ze dat in alle culturen de hoogste klassen altijd ongelovig zijn geweest. Religie is troost voor de armen.
 
Over de Prix de Goncourt (de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk):
- ... bedacht Edmond op eenzame momenten het plan van de Académie, die hun naam moest dragen en de herinnering aan hun gemeenschappelijke bijdrage aan de Franse literatuur moest vereeuwigen door jaarlijks aan een jonge romancier een literaire prijs toe te kennen. ...
 Drie jaar voor zijn dood begon Edmond vaste plannen te maken voor zijn nalatenschap. Het hele fortuin moest worden ondergebracht in de Académie Goncourt, die uit tien auteurs zou bestaan. Behalve het toekennen van de prijs had zij tot taak om de onuitgegeven delen Journal te publiceren en de uit kiesheid weggelaten notities uit de eerste delen weer in te voegen.

Julien Green:
- Wat wel waar is: de roman is een monstrueus genre, zeer hybride, omdat hij eigenlijk alle genres in zich heeft. De roman is documentatie, poëzie, filosofie, theater én verhaal. Maar om het laatste gaat het. In een roman moet iets gebeuren, een roman waarin niets gebeurt, is leeg, verdient niet de naam van roman.

De literaire criticus van de Figaro schetst dit portret van Green:
- Hij is een van die tamelijk gefortuneerde mannen, in de dubbele betekenis van het woord, die hun leven naar eigen inzicht kunnen indelen: enkele welgekozen vrienden, een immense bibliotheek, een redelijke dosis werelds vermaak, de genietingen van muziek en schilderkunst en de gave om het ontastbare moment te savoureren.

Max Jacob:
- Je hebt twee personen nodig om één mens te maken; een die binnen in je leeft en een die zich naar buiten kenbaar maakt zoals de anderen dat willen.

Stéphane Mallarmé:
- Je maakt een gedicht niet met ideeën, maar met woorden.

Roger Vailland:
Uitspraak van Jan Siebelink:
- Het is het lot van krantenartikelen om warm te worden genuttigd en dan te worden vergeten.

Arthur Rimbaud:
- Rimbaud heeft in zijn poëzie en in zijn brieven de christelijke god altijd ontkend. Het is waar, het verhaal gaat dat Isabelle hem vlak voor de dood heeft horen zeggen, toen zij hem het crucifix voorhield: "Ja, ik geloof ..." Een bekering op het nippertje dus, een bekering in extremis. Gedachte die mijzelf altijd buitengewoon heeft aangesproken: een leven lang een aangenaam, maar hoogst zondig leven lijden en je enkele seconden voor je dood bekeren, zodat je de hemel deelachtig wordt.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 19 augustus 2020

Michaël Zeeman: Aan mijn voormalig vaderland

Michaël Zeeman: Aan mijn voormalig vaderland: De beste essays en kritieken (Nederland, 2010): 695 blz: Uitgeverij de Bezige Bij

Aan mijn voormalig vaderlandIk heb "Aan mijn voormalig vaderland" aangeschaft na het lezen van de enthousiaste bespreking van Koen. Ik was benieuwd wat ik van het boek zou vinden. Ik had wel enige twijfels, ik houd over het algemeen niet zo van serieuze literatuurkritiek, ik lees liever zelf de boeken.

Het boek begint met een zeer onderhoudende biografische schets van 34 bladzijden geschreven door Willem Otterspeer. Meest kenmerkende citaat van Michaël Zeeman uit deze inleiding is het volgende: "Ik zou alles, alles van alles willen weten". Dat lijkt mij het recept voor een moeizaam leven.

Michael Zeeman stond blijkbaar hoog aangeschreven als criticus. Deze status kan ik moeilijk beoordelen, voordat ik deze bundel ter hand nam had ik nog nooit wat van hem gelezen.

Over wat ik nu van hem gelezen heb, ben ik niet erg enthousiast. Ik heb slechts 6 artikelen gelezen, de eerste 5 en een stuk over Casanova's memoires. Ik vind zijn stijl erg wijdlopig, hij haalt allerlei schrijvers aan die in mijn ogen niet relevant voor zijn stukken zijn en ik dreig steeds in slaap te vallen als ik zijn teksten lees.

Kortom, de teksten van Michaël Zeeman zijn niet aan mij besteed. Ik heb slechts 35 bladzijden van hem gelezen en dat volstaat voor mij.

  

Biografische schets: ****

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

ps: Mocht er iemand zijn die dit boek graag wil hebben, dan kan hij het gratis bij mij thuis komen ophalen, of toegestuurd krijgen tegen 7,25 euro verzendkosten. Er staan wel tal van kleine potloodstreepjes in de kantlijn bij de eerste 85 bladzijden.

zondag 14 mei 2017

Willem G. Weststeijn: Een jaar lang lezen

Willem G. Weststeijn: Een jaar lang lezen: Verslag van een verslaving (Nederland, 2016): 345 blz: Uitgeverij Lias

Een jaar lang lezenIn "Een jaar lang lezen" bespreekt Weststeijn de boeken die hij gedurende een jaar heeft gelezen. In dat jaar heeft hij in totaal 128 boeken gelezen, waarover hij in 83 korte stukjes van gemiddeld 4 bladzijden lengte verslag doet.

Hij zegt over zijn leeservaringen het volgende: "Ik pretendeer allerminst de wijsheid in pacht te hebben, maar kan misschien, behalve mijn enthousiasme voor het lezen, ook iets overbrengen van de kunst van het lezen. Die kunst is niet aangeboren, maar moet je je geleidelijk verwerven door veel, geduldig en met aandacht te lezen."

Ik heb het boek van Weststeijn in ieder geval met veel plezier gelezen. Wat Weststeijn in zijn boek doet (het achtereenvolgens bespreken van de boeken die hij leest) doe ik in feite op mijn blog ook en met mij vele andere boekloggers. Weststeijn is als schrijver duidelijk superieur aan mij en de meeste andere bloggers. Ik kies voor een aantal citaten waarbij ik vaak de mening van Weststeijn over het lezen weergeef:

- Ergens te moeten wachten zonder dat ik een boek, krant of tijdschrift bij me heb is iets verschrikkelijks- zo zonde van de tijd die je aan lezen zou kunnen besteden. Ik heb dan ook bijna altijd wel een boek bij me en betreur het in hoge mate dat ik niet ook nog de tijd kan gebruiken van de mensen die wachten zonder iets te doen.

- Ik heb wel een voorkeur voor wat over het algemeen voor "echte" literatuur doorgaat, literatuur, die zowel inhoudelijk als wat stijl betreft verrassend is, of op zijn minst de moeite waard.

- Bovendien, wat bij elk boek interessant is, en wat een boek voor een lezer zoveel boeiender maakt dan een film: je ziet wat een schrijver kan en waar hij uitglijdt of tekortschiet. Ook een matig of slecht geschreven boek scherpt je oordeel om vast te kunnen stellen wat goed is en wat niet.

- Zoals zo vaak in een (goede) roman suggereert de eerste zin al heel veel van de rest die zal volgen.

- (uit besproken boek): "The ladies all talk at once, yet all hear everything that is said. If there is any significant difference between the sexes, it may be that a woman can talk as she listens, while a man hears only himself."

- (uit een boek van Dubravka Ugresic): Omdat haar eigen naam, Dubravka, veel te moeilijk is voor het bedienend personeel, gebruikt ze overal maar de standaardnaam Jenny. In Dublin had ze met de jongen van het koffieapparaat een keer een "standaardgesprek", waarin hij vroeg hoe het met haar ging, haar de koffie serveerde en informeerde naar haar verdere plannen die dag. Toen ze daarop antwoordde "Ik ga mezelf straks ophangen", reageerde de jongen met "Heel goed idee, Jenny" en ging door met de volgende klant.

- De bibliotheek van Alexandrië is verbrand, volgens een apocrief verhaal op last van een Arabische veroveraar, die er de noodzaak niet van inzag de boeken te bewaren: als ze in overeenstemming waren met de Koran waren ze niet nodig, als ze tegen de Koran ingingen nog veel minder.

- Hoewel ik van oordeel ben dat een literair werk voor zichzelf moet spreken en informatie over de auteur niet echt nodig is, is het toch altijd goed een boek in zijn context te plaatsen.

- Een van de redenen om in de (grote) stad te wonen is dat er boekwinkels zijn waar je, zodra je daar zin in hebt, even naar toe kunt fietsen.

- Aandacht voor details is een kenmerk van grote literatuur, denk aan de beroemde geur van madeleines bij Proust of de niet minder beroemde grote oren van Anna Karenina's echtgenoot, die haar pas opvallen wanneer ze Vronski heeft ontmoet.

- Literaire kritiek is uniek omdat "men het enorme voorrecht heeft haar te beoefenen in hetzelfde medium dat je aan het beschrijven bent."