Posts tonen met het label Dagboeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dagboeken. Alle posts tonen

vrijdag 28 maart 2025

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur

Maarten 't Hart: Een deerne in lokkend postuur: Persoonlijke kroniek 1999 (Nederland, 2000): 262 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 236
 

 
In de aanloop naar het jaar 2000 vroeg de uitgeverij de Arbeiderspers aan een aantal schrijvers uit hun fonds, om een jaar lang een dagboek bij te houden. Rogi Wieg trapte deze serie af in 1997, gevolgd door  Boudewijn Büch in 1998, Maarten 't Hart met "Een deerne in lokkend postuur" in 1999 en Ronald Giphart in 2001. Van de vier boeken uit deze kleine serie, vind ik het boek van Maarten 't Hart veruit het meest lezenswaardig.
 
In "Een deerne in lokkend postuur" blijkt Maarten 't Hart niet zozeer dagboekschrijver, als wel schrijver van stukjes waarin hij herinneringen ophaalt. Zijn onderwerpen zijn veelal dezelfde als die uit "Het roer kan nog zesmaal om" dat ik een paar dagen geleden heb besproken: klassieke muziek, zijn leeswoede, de natuur, maar ook zijn drang om zich als vrouw te verkleden, problemen met boezemfibrillatie en zijn gezondheidsmanie. Gelukkig worden ons zijn problemen met het geloof bespaard.
 
Ik vind "Een deerne in lokkend postuur" een uitermate prettig leesbaar boek, waarin ik veel meer citeerbare passages vond dan in zijn eerdere boek "Het  roer kan nog zesmaal om".
 
Citaten:
- Tussen 1960 en 1975 heb ik hartstochtelijk geliefhebberd in de wijsbegeerte, om vervolgens, net als Nobelprijswinnaar Steven Weinberg (zie het prachtige hoofdstuk "Against Philosophy" in Dreams of a final theory) tot de conclusie te komen dat het voor 99% grote onzin is. Heb ik loisir dan zal ik deze gewaagde stelling ooit nader toelichten.
 
Toen iedereen nog geteisterd werd door rokers:
- Stel je toch voor dat niemand meer rookte, dat je nooit meer die gemene, scherpe geur zou ruiken van een sigaret die wordt opgestoken! Als je in de trein zit, uiteraard niet-roken, en iemand steekt drie coupés verderop toch stiekem een sigaret op dan ruik je dat terstond, en is het alsof je hersenen in brand gezet worden.
 
- 5 mei. Opmerking - Mijn vorige pianoleraar zei af en toe: "Je geeft goed geld uit om in een concertzaal naar superieur pianospel te luisteren, en dat geld verdien je met het luisteren naar het abominabele spel van je leerlingen."
 
- En toen was er ook nog een telefoontje uit Duitsland. Of ik voor een blad waarvan ik de naam alweer vergeten ben voor heel veel Marken een groot artikel wilde schrijven over Lienda Deen Mool. "Lienda Deen Mool," vroeg ik verbaasd aan de zeer aangenaam klinkende Duitse mevrouw aan de andere kant van de lijn, "wer mag das wohl sein?"
 
- Mij dunkt: wat het schrijven nu zo aardig maakt is dat je het in je eigen verwarmingskelder kunt doen en dat de lezer je boek ook op zijn eigen zolderkamer kan lezen. Je hoeft er, nu je je manuscripten per e-mail naar de uitgever kan sturen en je je boeken via Internet kan bestellen, de deur niet meer voor uit.
 
- ... maar ach, het hele leven is een borrel waarvan je niet weet waarom hij gehouden wordt en waarom je ervoor bent uitgenodigd.
 
- 17 juni. Pam - Gisterenavond hoorde ik mijzelf bij opnames voor de Tafel van Pam tot mijn eigen verbazing zeggen: "Ik weet niet of ik een goede schrijver ben, maar ik ben in ieder geval wel beter dan Harry Mulisch." [Hier ben ik het helemaal mee eens]
 
- 30 juni. "Wat moet ik nou noteren in dit dagboek?" riep ik vertwijfeld, "ik maak niets mee." - "Schrijf diepe gedachten op," zei Hanneke. Diepe gedachten? Ik? Ik wantrouw denken. Observeren, experimenteren en de resultaten daarvan wiskundig bewerken, dat is de enige methode om verder te komen. Van denken alleen is nog nooit iemand ook maar één steek wijzer geworden. Of zoals Matthieu Galey naar aanleiding van Claude Mauriac op mei 1981 in zijn dagboek schreef: "Ten onrechte interesseert hij zich voor ideeën, alsof die ook maar van enig belang zouden zijn."

- De Boole-algebra bijvoorbeeld heeft ons leven ingrijpender veranderd dan alle wijsbegeerte van de afgelopen drieduizend jaar. Dankzij de Boole-algebra beschikken wij nu over computers, niet dankzij de wijsbegeerte.
 
- Rudy Kousbroek maakte zich grote zorgen over zijn zieke vis Augustus. Maar behalve over zijn vis zat hij ook in over de vraag of hij na zijn dood nog wel gelezen zou worden. Ik begrijp daar niets van. Mij mogen ze na (of zelfs voor) mijn dood terstond vergeten, maar ik zou het verschrikkelijk vinden als er over honderd jaar niemand meer is die naar de tenoraria uit cantate 85 van Bach of naar Ruhe sanft, mein holdes Leben van Mozart luistert.
 
- 16 juli. Mensje - Gisteren had ik Mensje van Keulen aan de telefoon. Zoals altijd vroegen we naar elkaars laatste literaire vorderingen. Naar wat ik ervan begrijp werkt zij nu als een bezetene aan een roman. Ze vroeg of ik al aan mijn roman werkte over de opstand in Maassluis in de achttiende eeuw. Nee, zei ik, dag- en Bach-boek nemen mij helaas helemaal in beslag. Ze vroeg wat ik in dat dagboek schreef. Ik loog: "Ik haal herinneringen op aan een meisje in Hoog Catherijne dat heel veel indruk op me gemaakt heeft." Waarop zij bits opmerkte: "Als jij wil schrijven over elke vrouw die heel veel indruk op je gemaakt heeft, heb je nog zeshonderd jaar werk voor de boeg."
  
- Kan ik mijn leven samenvatten met het zinnetje: "Hij las en fietste naar bibliotheken", of benader ik de waarheid dichter als ik het omkeer en schrijf: "Hij fietste naar bibliotheken en las"?
 
- Sinds ik schrijf ben ik overigens nog verzotter geraakt op lezen dan vroeger. Nu ik weet hoeveel moeite het kost om een goede, leesbare, aantrekkelijke tekst te vervaardigen, begroet ik elke behoorlijke tekst waar ik zelf niet op gezwoegd heb, met groter genoegen dan voorheen. Al dat geploeter om iets zodanig te verwoorden dat het lijkt alsof het geen moeite heeft gekost, werd godlof urenlang door iemand anders voor mij verricht terwijl ik het in enkele minuten tot mij kan nemen. In wezen is lezen een vorm van luiheid.
 
1999 was ook een jaar waarin Maarten zich vaak als vrouw verkleedde:
- De allermooiste reactie kwam van Bertus toen ik daar vanmorgen melk ging halen. Hij vroeg: "Ben je een paar dagen weggeweest?" Voor ik toen kon opbiechten wat zich echt had afgespeeld, zei hij: "Je had een aardige vrouw om op je huis te passen. Was dat een zus van Hanneke? Ik zag haar steeds voorbijkomen met dat zonnebrilletje op. Ze liep steeds met jouw hondje."
 Hoe is het mogelijk dat ik zelfs Bertus heb kunnen beduvelen?
 
- Formulering - Multatuli aan Mimi in maart 1863: "Schrijf mij ook flink slordig zóó als 't opkomt in je hart. Ik geef er ook niet om of de zinnen rondloopen - gekheid. 't Hart heeft geen grammaire - houd me in godsnaam niet voor een schoolmeester."
 
- 4 november. Naam - Toen ik gisteren het boek van Clement over Bach bestelde, vroeg het boekenwinkelmeisje mij: "Wat is uw naam?" Een kloeke dame die naast mij aan de toonbank stond, begon heel zachtjes te grinniken, fluisterde toen ironisch: "En u maar denken dat u een beroemde schrijver bent. Vergeet het maar, zelfs in de boekwinkels in Leiden kennen ze u niet."
 
- Van kindsbeen af aan heb ik november altijd verreweg de mooiste maand van het jaar gevonden. Goddank geen feestdagen zoals in die vreselijke maand december. Weinig zon, niet van die dagen waarop je weglekt, vroeg donker, geel lamplicht, veel regen, mist en laaghangende wolken - heerlijk binnen zitten en ongestoord boeken lezen. [precies om de redenen die Maarten noemt vind ik november juist de meest deprimerende maand van het jaar]
 
- Eenvoudige ziel die ik ben, en wars van raadsels, houd ik toch het meest van simpele, goed toegankelijke poëzie, liefst voorzien van rijm, al was het alleen maar omdat je rijmende regels veel makkelijker onthoudt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 1 juli 2024

Claire Tomalin: Samuel Pepys

Claire Tomalin: Samuel Pepys: The Unequalled Self (Groot-Brittannië, 2002): 378 blz: Uitgeverij Alfred A. Knopf
 

 
Samuel Pepys (1633-1703) wordt in Brits marinekringen herdacht als een man die in zijn tijd (ongeveer 1665-1690) een belangrijke functie had bij de marine en verschillende hervormingen heeft doorgevoerd. Maar bij het grote publiek is Pepys vooral bekend als de schrijver van een omvangrijk dagboek dat hij dagelijks heeft bijgehouden van 1 januari 1660 tot 31 mei 1669. 
 
Het dagboek staat bekend om zijn openhartigheid en vertelt ons veel over de werkzaamheden van Pepys, maar ook over zijn huiselijk leven met zijn vrouw Elizabeth en over zijn vele affaires met tal van vrouwen, waar Elizabeth niets van wist.
 
Ik heb ooit een driedelige versie van de dagboeken gekocht in Oxford en de eerste 2 jaren uit het dagboek gelezen. Ook heb ik in het Nederlands een uitgave met fragmenten uit het dagboek gelezen die is verschenen in de serie Privé-domein. 
 
Ik vond de dagboeken niet bijster interessant, maar om meer te weten te komen over het leven van Pepys heb ik het boek van Claire Tomalin gelezen. Deze biografie is natuurlijk vooral gebaseerd op de dagboeken, maar ook op tal van andere bronnen. Ik vind de biografie erg onderhoudend en uitstekend leesbaar. Zeer geschikt als alternatief voor of als complement bij de dagboeken van Pepys!
 
Citaten:
- Pepys was a good scholar, able to read Latin for pleasure all his life; and that very skill may have helped to leave his English free and uncluttered for the Diary, the language of life as opposed to the elaborately constructed formulations of the classroom and study.

Over het verwijderen van zijn niersteen:
- The surgeon got to work. First he inserted a thin silver instrument, the itinerarium, through the penis into the bladder to help position the stone. Then he made the incision, about three inches long and a finger's breadth from the line running between scrotum and anus, and into the neck of the bladder, or just below it. The patient's face was sponged as the incision was made. The stone was sought, found and grasped with pincers; the more speedily it could be got out the better. Once out, the wound was not stitched - it was thought best to let it drain and cicatrize itself - but simply washed and covered with a dressing, or even kept open at first with a small roll of soft cloth known as a tent, dipped in egg white. A plaster of egg yolk, rose vinegar and anointing oils was then applied.

- Hollier could be proud of his work, especially considering the size of Pepys's stone, described as "very great" by his medical colleagues; it was as big as a tennis ball, according to Evelyn, who saw it later.

Over het dagboek:
- It is clear that Pepys made up his mind from the start that each day was to have its entry. He kept to this plan, and when he was not able to write on the day he would catch up, as he often explains he is doing in the text, occasionally expressing his pleasure in the process.
 
- Pepys's Diary is from its first pages doing so many things at once that it can be daunting. It lists places visited and people encountered, without explaining where or who they are. It chronicles contemporary history: Londoners building bonfires to proclaim good riddance to a detested patliament, the ecstatic festivities accompanying the coronation of the restored king. It provides the first full and direct account ever of a man starting uncertainly on a professional career and finding to his own surprise, that work is one of the major pleasures of life. It supplies much of the detail of his working practice, and also of his daily domestic experience. It is full of music, theatre, sermons, paintings, books and scientific devices. It is a tale of ambition and acquisition, and money is one of its obsessive themes: how it is made, how borrowed and lent, how spent, how saved, how hidden. Money in all its forms runs through the pages, as pieces of gold and bags of silver, shiploads of spices and silks, bribes, wages, debts, loans, payments, inheritances, Exchequer tallies (hazelwood sticks on which the amount of every loan to the government was notched) and the first paper promissory notes. When the Diary starts, Pepys has hardly 25 pounds to his name; when it ends less that ten years later he has a fortune of 10,000 pounds.
 
- Sandwich had to explain to Pepys that it was not the salary that made a man rich, but the "opportunities of getting money while he is in the place". He appreciated the point as gold pieces, silver tankards, barrels of oysters and presents for Elizabeth came in.

- "My business is a delight to me," he wrote; and it "has taken me of from all my former delights." Again, "I find that two days' neglect of business doth give me more discontent in mind than ten times the pleasure thereof can repair again, be it what it will."

Een verslag van de pestuitbraak in het dagboek:
- I having stayed in the city till above 7400 died in one week, and of them above 6000 of the plague, and little noise heard day nor night but tolling of bells; till I could walk Lombard Street and not meet twenty persons from one end to the other, and not fifty upon the Exchange; till whole families (ten and twelve together) have been swept away; till my very physican, Dr. Burnet, who undertook to secure me against any infection ... died himself of the plague; till the nights (though much lengthened) are grown too short to conceal the burials of those that died the day before, people thereby constrained to borrow daylight for that service; lastly, till I could find neither meat nor drink safe, the butcheries being everywhere visited, my brewer's house shut up, and my baker with his whole family dead of the plague. Yet, Madam, through God's blessing and the good humours begot in my attendance upon our late Amours [he means the recent wedding] your poor servant is in a perfect state of health.

Naar aanleiding van de oorlog met de Nederlanders:
- Batten, much as he disliked him, sometimes pleased him with his seadog's turn of phrase: ""By God," says he, "I think the Devil shits Dutchmen.""

- While Elizabeth was alive, Pepys entertainments had been the theatre, shopping and making improvements to the house; the Royal Society meetings; walks and excursions on the river; reading and music, whether listening or making it himself: he had written in the Diary on a cheerless day that "music is the thing of the world that I love most, and all the pleasure almost that I can now take," and this remained true for him through good and bad times. There was also dining with friends and inviting them to the house, gossiping and pursuing women.

- Many of Pepys's virtues appear in these notes - his openmindedness, for instance, as he insists of the superiority of the diet of the Turkish navy, almost meatless and rich in water, oil, olives and rice, over the beef-and-beer-obsessed English. We see the genesis of what became the Navy List as he jots down the idea of a list of all captains, to be drawn up: he saw that proper list-making was an essential adjunct to discipline. He was also insistent on the importance of captains keeping proper journals of all voyages, which many simply did not bother to do. He broods on the education of officers ...

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 17 november 2022

René Hesselink & Hans Engberts: Winkeldagboek 2007-2022

René Hesselink & Hans Engberts: Winkeldagboek 2007-2022 (Nederland, 2022): 287 blz: Uitgeverij IJzer
 
Winkeldagboek 2007-2022
 
Het gebeurt mij niet vaak dat ik vrijwel meteen na publicatie een boek koop en lees. Ik krijg iedere vrijdag een e-mail van Hinderickx & Winderickx met daarin de nieuw aangeboden boeken van de week. Afgelopen vrijdag stond er slechts een titel in deze nieuwsbrief, het derde deel van het Winkeldagboek.

Ik kom al zeker 20 jaar regelmatig bij het antiquariaat Hinderickx & Winderickx. Dit antiquariaat is in 1982 opgericht door Hans Engberts en René Hesselink, twee vrienden die Nederlands hebben gestudeerd en samen besloten dat ze liever boekhandelaar wilden worden dan leraar Nederlands. Vanaf het begin hebben beide vrienden een winkeldagboek  bijgehouden.

De twee eerdere delen van het Winkeldagboek heb ik beide met plezier gelezen, waarbij ik het tweede deel wat sterker vond dan het eerste. Ik was dus bij voorbaat benieuwd naar dit derde deel.

"Winkeldagboek 2007-2022" heb ik met veel plezier gelezen. Regelmatig moest ik er hardop om lachen. Omdat Hans in 2011 aan kanker is overleden, zijn de teksten in dit deel voor het overgrote deel van René. Sowieso heb ik de indruk dat René de betere schrijver is van de twee.
 
Het Winkeldagboek is van het begin af aan opgezet als een continue gedachtewisseling tussen Hans en René. Helaas valt dat aspect weg met het overlijden van Hans. Ik als lezer blijf geboeid door de vaak hilarische opmerkingen van René. 
 
Het boek gaat over het wel en wee van een literair antiquariaat. Het verkopen en inkopen van boeken en het contact met de klanten staat centraal. René ergert zich er vaak aan dat zijn winkel steeds meer een internetwinkel is geworden waarbij hij vooral bestellingen aan het verpakken is. Verder natuurlijk veel over de boeken die René in- en verkoopt en over de prijzen daarvan. Ik vind het erg onderhoudend en heb het boek in één dag uitgelezen.

Citaten:
Zaterdag 19 januari 2008:
- De presentator van Cappuccino citeerde mijn stukje waarin ik de veronderstelling uit dat Hans zo excessief is gaan drinken door de publicatie van Wdb1. Ja misschien, zei Hans, en dat kwam door de zenuwen vanwege de te verwachten reacties. Nou, dat was niet mijn theorie! Volgens mij is Hans zich door die publicatie schrijver gaan voelen en schrijvers zijn geen gewone mensen, maar Kunstenaars en voor Kunstenaars is het gewone leven te gewoon en die gewoonheid dient bestreden door alcohol.

Zaterdag 1 maart 2008 - Hans:
- Aan de handel in brieven en manuscripten van levende schrijvers kleeft vaak iets onaangenaams. De verkoop ervan komt voort uit wraak, of in ieder geval verloren loyaliteit, verminderde bewondering.

Zaterdag 12 april 2008:
- Klant komt tien euro brengen. "Ik kom een schuld voldoen, waarvan jij niet eens weet dat die bestaat. Dat komt ik wou laatst van je compagnon een boek kopen, maar hij was niet in goeden doen en kon het pinapparaat niet bedienen en toen zei hij: ach, neem het maar gratis mee."

Vrijdag 17 oktober 2008 - Hans:
- Boeken zijn de mooiste voorwerpen die ik ken, niet alle boeken, maar sommige, met inzicht en liefde vervaardigde, die je het idee geven dat een boek zó moet zijn en niet anders.

Zaterdag 29 augustus 2009 - Hans:
- Ik vraag me af wat er met al die boeken gaat gebeuren als de mensheid en masse op elektronisch lezen overgaat. Naar het oud papier, natuurlijk, maar wat moeten ze er daar weer mee? Ondertussen is ook de krant elektronisch geworden en het kantoor eindelijk papierloos want digitaal. Zullen onze boeken dan eindigen als verpakkingsmateriaal voor e-readers, mobieltjes en dergelijke noodzakelijke apparaten?

Donderdag 3 maart 2011:
- Ondertussen gaat het hier zijn gewone slome gangetje. Beetje inkoop, beetje verkoop, en van het verschil leven we.

Zaterdag 3 december 2011:
- In de jaren erna werden we het niet eens wie de naam Hinderickx & Winderickx heeft bedacht. Paul van Ostaijen, natuurlijk, maar was het Hans of was het René die dat een mooie naam vond voor onze winkel? Ik miste de creativiteit om hem te kunnen bedenken vond Hans en volgens mij ontbeerde Hans elke ambitie om wat dan ook te bedenken.

Zaterdag 20 juli 2013:
- Kijk, zo kan het ook! Een vrouw koopt één elpee uit de buitenbak, wil graag een tasje en vraagt: "Zal ik voor het tasje betalen?" Nee, wie zo vriendelijk is het te vragen, hoeft niet te betalen.

Vrijdag 2 mei 2014:
- "Dag meneer, ik zoek een boek over een Fransman, de naam ben ik vergeten. Iemand heeft het me ooit aangeraden. Ik dacht, misschien weet u wat het is?"

Zaterdag 8 augustus 2015:
- Het gebeurt regelmatig dat een vaste klant ineens verdwijnt. Iemand die wekelijks tussen de boeken komt neuzen en met wie je vaak een praatje maakt, komt ineens niet meer langs. Soms vraag ik me dan na een tijdje af wat er met hem gebeurd zou kunnen zijn, soms denk je pas weer aan hem als hij jaren later ineens weer for old times' sake langskomt.

Vrijdag 23 maart 2017:
- Het gebeurt niet vaak, maar zojuist vroeg een vrouw toch heus of we ook boeken van de Boeketreeks verkochten.

Donderdag 28 december 2017:
- Nu ik al die prachtige boeken heb weten te verwerven moet ik ze weer kwijt zien te raken. Vroeger, tot zo'n tien jaar geleden, was het probleem: Hoe kom ik aan goede boeken! Nu is het probleem: Hoe kom ik ervan áf? We hebben nog nooit zoveel goede boeken in de winkel gehad als nu, en begrijp me goed, het gaat ook helemaal niet slecht, maar gezien het overweldigende aanbod zou het veel drukker moeten zijn.

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 9 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Alfred Birney: Niemand bleef

Alfred Birney: Niemand bleef: Dagboek van Meneer B. (Nederland, 2019): 357 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 303
 
Niemand bleef
 
Alfred Birney (1951) was lange tijd een onbekende schrijver totdat in 2017 zijn roman "De tolk van Java" werd bekroond met de Librisprijs. Blijkbaar heeft uitgeverij de Arbeiderspers, vanwege de grote lof voor dit boek, ertoe besloten om in hun prestigieuze serie Privé-domein, zijn dagboeken van de jaren 2005 tot 2011 uit te geven.

Voor stoppen of doorlezen? heb ik uit "Niemand bleef" de eerste 55 bladzijden gelezen, het jaar 2005 vanaf dinsdag 1 november.
 
Ik heb "Niemand bleef" gekregen van een goede vriend die het boek gedeeltelijk had gelezen en het aan mij heeft gegeven om het te proberen. Zelf zou ik het nooit gekocht hebben. Birney maakt hele korte notities. Hij is nogal gefascineerd door jonge meisjes, type Lolita uit de gelijknamige roman van Vladimir Nabokov. Verschil met Humbert Humbert is dat hij zich wel weet te beheersen.
 
Ik vind de notities van Birney niet zo veel om het lijf hebben en zowel qua inhoud als stilistisch niet erg interessant. Ik geef een paar citaten:
 
- Onlangs verscheen een biografie van Adriaan Morriën [van moet natuurlijk over zijn, Erik], een niet buitengewoon gewaardeerd schrijver maar geen onbelangrijke figuur in literaire kringen. Volgens de biograaf trok Morriën zich tot op hoge leeftijd minstens tweemaal per dag af. Een zure recensent ergert zich aan Morriëns voorkeur voor zeer jonge vriendinnen, veelal meisjes die "de weg kwijt zijn". Hij schrijft dat het niet bijdraagt aan een gevoel voor sympathie voor Morriën. Dat zegt veel over die boekbespreker, die in de middagpauze snel een boekwerk van 600 pagina's doorzapt om er tijdens het avondspitsuur in de trein even iets over neer te kunnen krabbelen, nerveus om zich heen blikkend naar zeer jonge vrouwen die in een overvolle coupé de weg kwijt zijn. Zeer jonge vriendinnen  erop na houden is niets bijzonders voor een schrijver. Dat behoor je te weten als recensent.

- Literaire meesterwerken lees ik in de keuken, pulp op het strand.

- Er waren winters waarin ik de dag niet zag. De nacht is goed voor schrijven, maar je moet om vier uur gaan slapen, zodat je uiterlijk om twaalf uur in de middag opstaat. Alleen dan krijg je voldoende daglicht om de winterperiode redelijk door te komen, dat wil zeggen zonder al te diepe depressies.

- Er is niets fijners dan bij zware regenval in je bed te blijven liggen.

Op zich vind ik de eerste 55 bladzijden van "Niemand bleef" best aardig om te lezen, maar ook niet meer dan dat. "Best aardige" boeken heb ik al veel te veel gelezen, dus dit wordt stoppen!

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 23 mei 2022

Boenin: Verzamelde werken: deel 4

Boenin: Verzamelde werken: deel 4 (Rusland, 1890-1953): 623 blz: Vertaald door Margriet Berg & Marja Wiebes (2002): Uitgeverij van Oorschot: de Russische bibliotheek
 
Russische Bibliotheek  -  Verzamelde werken 4 Brieven
 
Na het lezen van de prachtige drie eerste delen van de verzamelde werken van Ivan Boenin, is het lezen van deel 4 een lichte teleurstelling. Deel 4 bestaat uit de volgende teksten:
- Een selectie van 187 brieven
- "Vervloekte dagen", dagboeken die Boenin schreef in 1918 en 1919 tijdens de Russische revolutie
- Herinneringen aan collega-schrijvers en aan de uitreiking van de Nobelprijs
- "De schaduw van de vogel", een verslag van een reis naar het Midden-Oosten
- Een aantal gedichten
 
De brieven lopen van 1890 tot 1953. Ze zijn vooral interessant voor diegenen die de verhalen van Boenin kennen. Wat citaten:
 
- Dat is de moeilijkheid met brieven: als we op dit moment niet op papier zouden praten, zou je kunnen zien hoe ik praat, en kunnen voelen dat ik dolveel van je houd, met heel mijn hart, dat ik dit zeg omdat je me dierbaar bent.
 
- Jouw papa heeft mij het volgende gezegd (ik geef het in het kort weer, maar zo heeft hij zich letterlijk uitgedrukt). "V.V. past niet bij u - wat verstand, ontwikkeling en opvoeding betreft steekt ze met kop en schouders boven u uit. Ze heeft - dat weet ik - geen achting voor u. En dat kan ook niet. U bent een leegloper, u zwerft maar wat rond, u bent, neem me niet kwalijk, een landloper (sic!), u verkwist andermans geld, u bent een bedelaar ... Werken, zegt u? Als kantoorbediende! Hm!.. Ik verbaas me, ik verbaas me in hoge mate dat u de onbeschaamdheid, de brutaliteit kunt hebben om te denken dat V.V. bij u past" ... En aan het eind: "Zo, ons gesprek is afgelopen. Tot ziens."
 
- "een kunstenaar heeft lof nodig, zoals een strijkstok hars"
 
- Dierbare schrijver,
 op blz. 324 van uw D'Autre Patrie zegt u dat de oude Tolstoj De gebroeders Karamazov als laatste boek op zijn nachtkastje had liggen (son dernier livre de chevet). Waar hebt u dat vandaan? Ik heb hier een dik boekwerk liggen - zijn dagboeken van 1910, de allerlaatste, waarin juist iets staat over deze "Gebroeders" (die in het algemeen met een sjabloonachtige gemaaktheid zijn geschetst, en in het bijzonder waar het hun onderlinge verschillen betreft): "12 oktober 1910. Ik heb Dostojevski's De gebroeders Karamazov zitten lezen. Wat een vervelende, breedsprakige, flauwe grappen. De dialogen zijn onmogelijk en volkomen onnatuurlijk". "18 oktober. Dostojevski gelezen en me verbaasd over zijn slordigheid, gekunsteldheid en gezochtheid."
 
"Vervloekte dagen" is het dagboek uit de jaren 1918 en 1919, dat Boenin bijhield tijdens de Russische revolutie. Het is ongetwijfeld de meest interessante tekst uit dit deel 4.
 
- In de stad zegt men:
 Ze hebben besloten iedereen vanaf zeven jaar zonder uitzondering de keel af te snijden, zodat niemand zich later onze tijd zal herinneren.
 
- Tolstoj zei eens over zichzelf:
 De hele narigheid is dat ik een wat levendigere fantasie heb dan andere mensen ...
 Die narigheid heb ik ook.

- Ik denk vaak aan de verontwaardiging waarmee sommigen mijn zogenaamd door-en-door zwarte schildering van het Russische volk hebben ontvangen. En die dat tot op heden nog doen, maar wie zijn zij? Dezelfden die zijn gevoed en grootgebracht met die literatuur die gedurende honderd jaar letterlijk alle klassen heeft beschimpt, dat wil zeggen de "popes", de "burgerij", de middenstand, de ambtenaren, de politie, de landeigenaren, de rijke boeren, kortom, alles en iedereen met uitzondering van een zeker "volk", zonder paard natuurlijk, en de landlopers.

- "Hulde aan de dwaas die de mensheid een gouden droom brengt ..." Wat vond Gorki het prachtig dit uit te roepen! En de droom gaat er alleen maar over het hoofd van de fabrikant in te slaan, zijn zakken om te keren en een nog grotere schoft te worden dan die fabrikant.

- Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar het is de waarheid: als er geen rampspoeden voor het volk bestonden, zouden duizenden leden van de intelligentsia regelrecht doodongelukkig zijn. Wat viel er dan te vergaderen, te protesteren, waarover moesten ze dan schreeuwen en schrijven? En zonder dat zou het leven geen leven zijn.

- "Men mag niet zonder onderscheid tegen het volk uitvaren!"
 Maar tegen de "Witten" mag dat natuurlijk wel.
 Het volk, de revolutie, wordt alles vergeven, - "dat zijn allemaal slechts excessen".
 Maar aan de Witten, aan wie alles - hun vaderland, hun wiegen en graven, hun vaders en moeders, hun zusters - is ontnomen, die uitgescholden, overweldigd en vermoord zijn, is dat soort "excessen" natuurlijk niet toegestaan.

- Tolstoj heeft gezegd:
 Succes in de literatuur bereik je tegenwoordig alleen door domheid en onbeschaamdheid.
 Hij vergat de hulp van de critici.
 Wie zijn ze, die critici?
 Voor een medisch consult wordt een beroep op artsen gedaan, voor een juridisch consult op juristen, een spoorbrug wordt beoordeeld door ingenieurs, een huis door architecten, maar kunst door iedereen die maar wil, door mensen die vaak van nature helemaal niets met kunst ophebben. En men luistert alleen naar hen. Men hecht geen waarde aan het oordeel van iemand als Tolstoj, aan het oordeel van juist die mensen die vóór alles een geweldige kritische intuïtie bezitten, want het schrijven van ieder woord van Oorlog en vrede houdt tegelijk de strengste afweging en de meest subtiele beoordeling van ieder woord in.

- Wat een schande? De hele stad kleppert op houten sandalen, alle straten zijn overstroomd, de "burgers" slepen van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat met water uit de haven omdat de waterleiding al lang niet meer werkt. En iedereen praat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat alleen nog maar over manieren om aan eten te komen. Wetenschap, kunst, techniek, al het menselijk leven dat enigszins arbeidzaam of creatief is - het is allemaal verdwenen. De magere koeien hebben de vette koeien van de farao opgegeten en zijn niet alleen niet vetter geworden, maar ze creperen zelf ook!

"Herinneringen" bevat stukken over schrijvers als Tolstoj, Tsjechov, Gorki en een paar mij onbekende Russische schrijvers en verder een stuk over de uitreiking van de Nobelprijs. Vooral de stukken over Tolstoj en Tsjechov bevatten een aantal prachtige citaten.

"De schaduw van de vogel" is een verslag van een reis door het Midden-Oosten. Als liefhebber van reisverslagen vind ik het maar matig interessant.

Over de kwaliteit van de gedichten van Boenin kan ik niet oordelen. Ik lees geen Russisch en bovendien heb ik geen affiniteit met en verstand van poëzie.

De vertaling van de werken van Boenin door Margriet Berg en Marja Wiebes vind ik geweldig! Zij zijn er uitstekend in geslaagd om het Russisch om te zetten in uiterst soepel lopend Nederlands.

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 10 september 2020

Konstantin Paustovski: Goudzand

Konstantin Paustovski: Goudzand (Rusland, 1914-1968): 570 blz: Geselecteerd en vertaald door Wim Hartog (2016): Uitgeverij van Oorschot

Goudzand

Na de dood van iedere schrijver die enigszins van belang is geweest wordt nog jarenlang zijn of haar archief doorgespit op zoek naar nog niet uitgegeven teksten die nog van belang kunnen zijn. Het is begrijpelijk dat men profijt probeert te slaan uit de nalatenschap van de overleden schrijver, maar deze zoektocht levert zelden iets op dat werkelijk van belang is. De schrijver heeft waarschijnlijk niet voor niets besloten om deze teksten tijdens zijn of haar leven niet te publiceren.

Wim Hartog, liefhebber van Paustovski van het eerste uur en degene die het belangrijkste werk van Paustovski in het Nederlands heeft vertaald, is jarenlang bezig geweest met het doorspitten van Paustovski's archief, het selecteren van teksten daaruit en die in het Nederlands te vertalen. Het doel van Wim Hartog was om zo als het ware een biografie van Paustovski te schrijven in zijn eigen woorden. Dit vond Wim Hartog van belang aangezien er over Paustovski nog geen echte biografie is verschenen.

"Goudzand" bestaat uit een combinatie van vier verschillende soorten teksten. Er zijn de dagboekfragmenten, meestal in een telegramstijl opgeschreven en eigenlijk de moeite van het lezen niet waard. Dan heb je de brieven naar geliefden en vrienden. Deze zijn uitgebreider van stof en geven een aardig beeld van waar Paustovski op een bepaald moment mee bezig was. Dan heb je de journalistieke stukken over bijvoorbeeld een aantal buitenlandse reizen die Paustovski heeft gemaakt en als laatste een aantal korte verhalen. Voor alle teksten die in "Goudzand" staan, geldt dat ze nog niet eerder in het Nederlands gepubliceerd zijn.

Op het oog lijkt het een welkome aanvulling op het al uitgegeven werk van Paustovski. Ik vind het echter zonde van de tijd en energie die Wim Hartog in het samenstellen en vertalen van de teksten heeft gestoken. Geen enkel stuk tekst in "Goudzand" haalt het niveau van Paustovski's prachtige memoires of zijn bundel met korte verhalen "Wilde rozen".

Citaten:

- De waardevolste bron voor het schrijven - het verhaal van je leven - wordt door de meeste schrijvers angstvallig bewaakt. Je gaat er behoedzaam mee om en verstrooit het beetje bij beetje in je boeken. 

- Vind je het ook zo dom om dichters granaten te laten frezen? Dat lukt toch niet. Dichters gaan niet naar Taganrog maar naar Sebastopol, ze werken niet in fabrieken maar maken gedichten en beminnen blije meisjes.

- Bijna niemand beseft dat de mens (de ongebroken mens) geroepen is om uit het "nietsdoen" scheppingen voort te brengen. Uit grote luiheid zijn de sierlijke schrijfstijl van Oscar Wilde, Jevgeni Onegin en de poëzie van de dronkaard Verlaine geboren.

- Mooie dingen zijn er niet voor bedoeld om in musea te staan en als rariteiten te worden bekeken, met je mond open van verbazing. Ze horen deel uit te maken van je leven. Als je blik er iedere dag weer langs glijdt, laat dat in je ziel gaandeweg een onuitwisbare indruk achter. Ongemerkt groeit dan je ziel. Het zilvergroene, brokaten gobelin, ooit een antimins, dat bij ons boven de divan hangt, heeft op mij zo'n uitwerking.

- Ik hoefde nooit mijzelf voort te slepen naar een van tevoren bepaald doel. Ik liep graag langs wegen waarvan ik niet wist waarheen ze voerden.

- Ik heb altijd gevonden dat een boek als een mens moet zijn: prachtig en lelijk tegelijk, slim en soms stom, eerlijk zowel als leugenachtig. Een boek is immers een menselijk document! Ik hou niet van volmaakte schrijvers zonder gebreken.

- De voorzitter van de zuiveringscommissie zei dat "een lid van de intelligentsia en van de Partij al zijn vrije tijd hoort te besteden aan het bestuderen van de werken van Lenin en niet aan zoiets onzinnigs als het schrijven van romans".

- Hij gaf een heel rake definitie van de huidige sovjetliteratuur. Hij zei dat deze "net als een Griekse stoomboot veel rook en weinig gang maakt".

- Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen je telegrammen te sturen omdat die door vreemden gelezen worden, bijvoorbeeld door de telegrafiste hier, een lompe meid met de bijnaam "tante Motja".

- Maar zodra een verhaal geschreven is, hoor je het nog eens nuchter te bekijken. Als schrijver moet je met strenge hand alles eruit schrappen wat te gedurfd en te intiem is en wat diegenen die hij waardeert en van wie hij houdt, verdriet zou kunnen bezorgen.

- Elk proza heeft zijn eigen ritme, zijn eigen muziek, zijn eigen harmonie, zonder dat je het altijd kunt verklaren. Als je voelt dat een woord het ritme verstoort, kun je er gewoon een ander voor in de plaats zetten en dan "zingt" de zin weer.

- Mijn leven lang heb ik voornamelijk geschreven over hetgeen mijn directe levensindrukken mij ingaven. Of anders gezegd: ik heb niet alleen eigentijdse werken geschreven maar het daarbij ook over mijn eigen tijd gehad.

Rome, 11 oktober 1965 -  Over de straten van Rome racen jochies tussen de auto's door op een ding dat hier de nieuwste trend is: een korte plank met twee rolschaatswieltjes eronder, waar ze met één been op staan en ongelooflijke toeren mee uithalen.

- Na het overlijden van Paustovski werd er nog een brief aangetroffen in de la van zijn schrijftafel. Deze is ongedateerd en kan worden beschouwd als een door hem nagelaten "persoonlijk testament". In zijn voorwoord bij zijn Verzameld werk in negen delen heeft Paustovski geschreven: "Het heeft geen zin van een auteur nadere uitleg van zijn werk te verwachten. Tsjechov zei in dergelijke gevallen altijd: "Leest u mijn boeken maar want daar staat alles al geschreven." Ik wil deze woorden van Tsjechov graag beamen."

Zelfs dit tijdens het leven van Paustovski niet uitgegeven werk is voor mij nog altijd aangenamer en interessanter om te lezen dan 99% van de boeken die in de boekwinkels liggen en 80% van de boeken die ik heb gelezen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 25 juli 2020

Gerbrand Bakker: Jasper en zijn knecht

Gerbrand Bakker: Jasper en zijn knecht (Nederland, 2016): 391 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr 287

Jasper en zijn knecht"Jasper en zijn knecht" is een deeltje uit de prestigieuze serie Privé-domein van uitgeverij de Arbeiderspers  waarin schrijvers over hun leven vertellen. Jasper is de hond van Gerbrand en met zijn knecht bedoelt hij zichzelf. In 2012 heeft Gerbrand een huis met een stuk grond gekocht in de Eifel.

Het boek is geschreven in de dagboekvorm en begint op 3 december 2014 en loopt ruim een jaar door.

Gerbrand is bekend geworden door een paar romans waarvan zijn debuutroman "Boven is het stil" waarschijnlijk de bekendste is. Nu lukt het hem al een hele tijd niet meer om aan een roman te werken en richt hij zich op dit dagboek.

In "Jasper en zijn knecht" wisselt Gerbrand dagboekaantekeningen af met beschouwende stukken over zichzelf. Hij schrijft daarbij over van alles: over de ontvangst van zijn boeken, over zijn vliegangst, over zijn familie, over het schaatsen, over Voskuil een door hem en trouwens ook door mij geliefde schrijver, over zijn depressies, over tuinieren en natuurlijk over Jasper.

Jasper is niet de makkelijkste hond. Hij loopt regelmatig weg en dan duurt het uren voor hij weer terug is. Hij lijkt geen echte band met Gerbrand te krijgen en hij poept en pist vaak waar het hem uitkomt.

Al nadat ik 30 bladzijden van "Jasper en zijn knecht" had gelezen was ik erg enthousiast over het boek en Gerbrand als schrijver. Gerbrand schrijft over de alledaagse dingen en vertelt openhartig over zichzelf, ook over zijn depressies wat mij voor hem inneemt. Ik durf wel te zeggen dat van alle deeltjes Privé-domein die ik tot dusver heb gelezen (ongeveer 40 stuks) "Jasper en zijn knecht" na de 7 deeltjes met de memoires van Konstantin Paustovski, mijn meest favoriete deeltje is.

Andere bloggers lijken mijn mening te delen. Lees ook de enthousiaste stukjes van Alek, Arjen, Jan Anton en Jannie deel 1 en deel 2.

Zoals gebruikelijk geef ik weer de nodige citaten:

- Op lezingen zeg ik desgevraagd (mensen vragen graag naar mijn gevoelens ten opzichte van de film) dat een schrijver nooit kan verliezen. Stel de film is heel goed en een succes in de bioscoop. Schrijver blij, want extra aandacht en wellicht extra verkopen. Stel de film is in de ogen van critici en bioscoopbezoekers mislukt, en geen commercieel succes, dan zal in alle besprekingen geschreven worden dat het boek veel beter is. Schrijver weer blij.

- Ik besefte dat het voor een hoofdrolspeler een bezoeking moet zijn om een eerste versie te zien. Hij ziet niet wat hij ziet, hij ziet vooral alles wat hij níét ziet. Hij denkt aan alle prachtige scènes die gesneuveld zijn, hij voelt al het werk dat er deels voor niets in gestoken is. Hij kan de film domweg niet zien zoals hij is, het zal zelfs pijnlijk zijn. Dat is ongeveer net zoiets als een redacteur op de uitgeverij die zonder jouw medeweten een manuscript gaat zitten bewerken; hoofdstukken eruit, nieuwe hoofdstukken erin, personages elimineren en nieuwe introduceren, plaats van handeling veranderen, en dat je dat pas merkt als je het eerste exemplaar uitgereikt krijgt. Je zou gek worden als schrijver.

- Waarom ik dat doe (een mening hebben), is me nog niet helemaal duidelijk. Sinds ik kotsmisselijk van mezelf werd vanaf het jaar 2007, helemaal als ik de teksten van mijn weblog teruglas, heb ik er voor gekozen geen mening meer te hebben. Nee, zo is het natuurlijk niet, een mening heb je altijd wel, maar die ventileer ik dan - soms vloekend en tierend - aan bijvoorbeeld een etenstafel met vrienden eromheen.

- Een hond is nooit van jou en vanuit het perspectief van de hond is het natuurlijk zo dat ik zijn mens ben. Met een beetje geluk.

- Stoppen met roken doe ik niet. Ik was tevreden met het rookverbod in allerlei openbare gelegenheden en bij mensen thuis. Roken betekent kunnen ontsnappen, op elk door mij gewenst moment.

- Toen ik wat ouder was en nog steeds zo nu en dan op de Deense dog paste, kwam de vader van het gezin op een bepaald moment thuis, mogelijk eerder dan afgesproken. Hij was alleen. Geen vrouw, geen kinderen. Mijn taak zat erop, ik wilde naar huis gaan. "Je mag best nog wat blijven", zei hij. Hij keek me op een bepaalde manier aan. Ik begreep het niet precies, maar genoeg om te vertrekken. Ik had geen zin in die meneer, ik had veel liever zijn logé, die tegen die tijd vast al wel negentien was, en aan wie ik altijd was blijven denken, zeker als ik in dat huis was.

- Gisterochtend twitterde ik dit (ik was er blij mee, nooit heb ik iets te twitteren): "Jasper z'n verjaardagscadeau was een drol in de kamer. Wel een mooie droge; het is een zeer attent en empatisch dier."

- Het binnenkomen op een verjaardag of feest is altijd al vervelend. Gesprekken vallen stil, de nieuw aangekomene moet begroet worden, begroet en bevraagd. Ik zou het liefst het eerste kwartier volkomen met rust gelaten worden. Zitten, koffiedrinken, taart eten, om me heen kijken. En dan maar eens rustig beginnen te communiceren.

- (In mijn brieven) Ik babbelde wat, gewoon over wat er op een dag gebeurd was, van hem kreeg ik brieven die ik geweldig vond, tot ik ontdekte dat het Reve was. Ik kende Reve nauwelijks. Als iemand mij "Meedogenloos Schone Jonge Blonde Meester" noemde, dan geloofde ik dat. Wist ik veel dat hij brieven overschreef uit boeken?

- Ik heb in totaal twaalf neefjes en nichtjes. Dat is wel gezellig. Ik heb zelfs al een achternichtje, wat betekent dat ik oudoom ben. Ooit waren dat stokoude mannen, weduwnaars, met dikke sigaren en een afgezet been, zonderlinge oud-boeren met bevroren waterleidingen. Tegenwoordig zijn het dus vlotte 53-jarige schrijvers met twee huizen, die dure onderbroeken uit Australië laten overvliegen, die geen rijbewijs hebben terwijl ze eigenlijk niet zonder auto kunnen en het liefst een hond die wegloopt, poept en pist waar hij dat niet hoort te doen, een hond met een "rugzakje".

- (Een vraag tijdens een interview) "Welche Zukunftspläne haben Sie?"- "Ich habe kein Zukunftspläne. Die Gegenwart reicht mir."

- Ik denk wel eens dat áls ik al iemand zou moeten en kunnen aanwijzen die mij aan het schrijven heeft gekregen, hij dat was. Jan Bakker Corneliszoon. Hij gaf me het beslissende zetje. Niet een zetje om te beginnen. Een zetje om door te gaan. Beginnen is makkelijk, daar is niets aan feitelijk. Doorgaan is wat telt.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 20 september 2018

Heleen van Royen: Sexdagboek

Heleen van Royen: Sexdagboek (Nederland, 2018): 270 blz: Uitgeverij Lebowski

SexdagboekOm het "Sexdagboek" van Heleen van Royen is heel wat media-aandacht geweest. Heleen van Royen is een van de best verkopende Nederlandse schrijvers en heeft al eerder een boek met selfies van haar blote zelf gepubliceerd. Naar eigen zeggen wilde Heleen met haar nieuwe boek taboedoorbrekend zijn. Volgens haar was er nog niet eerder een boek gepubliceerd waar een gewone vrouw haar seksleven beschrijft. Van mannen zijn we wel wat gewend en ook een aantal (ex-)prostitués hebben hun ervaringen te boek gesteld.

Is het boek nu de moeite van het lezen waard? Zoals gezegd hield Heleen gedurende ruim een jaar vanaf september 2016 tot 31 december 2017 een dagboek bij waarin ze verslag hield van haar seksleven. In het begin van het dagboek is Heleen 51 jaar oud en haar vriend Bart nog net geen 30. Het grootste deel van het dagboek wordt gevuld met hun regelmatige sekspartijtjes. Na een tijdje weet je wel dat Bart zo ongeveer altijd met een stijve rondloopt en dat Heleen het prettig vindt om haar man te pijpen en dat ze glijmiddel en vaak ook een vibrator gebruikt. Een en ander is nogal klinisch en vrij saai opgeschreven.

Gelukkig wordt het boek opgeleukt door wat erotische verhalen en de beschrijvingen van Heleen die haar borsten laat vergroten en Heleen die in Amsterdam een gigolo zoekt en een trio dat Heleen en Bart op het eind van het boek hebben met een escortdame.
Eigenlijk de enige kwaliteit van het boek is dat het vlot leest. Je mist niet veel als je dit boek ongelezen laat! Ik ga in ieder geval geen ander werk van haar lezen. Wel heb ik ooit de verfilming van "De gelukkige huisvrouw" gezien en die was best onderhoudend met een zoals altijd voortreffelijke Carice van Houten in de hoofdrol.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 25 augustus 2018

Nawoord bij Het Geheim dagboek van Hans Warren

Hans Warren hield een dagboek bij vanaf april 1942 tot enkele dagen voor zijn dood in december 2001. Ik heb me de afgelopen tijd intensief beziggehouden met het 23 delen tellende "Geheim dagboek". Ik denk dat jullie wel door hebben dat ik er erg enthousiast over ben. Voor mij is deze serie een van de absolute hoogtepunten uit de Nederlandstalige literatuur.

Hans Warren werd geboren op 20 oktober 1921 in Borssele, een dorpje vlakbij Vlissingen, destijds ongerept, nu staat er een lelijke kerncentrale. Hij had geen gelukkige jeugd, weinig vriendjes en voelde zich niet begrepen door zijn ouders. Rond zijn 15e begon hij te schrijven, als eerste in zijn "Natuurdagboek", na het succes van het "Geheim dagboek" ook uitgegeven in 1996. Hij begon ook al vrij jong met het schrijven van gedichten. Al vroeg besefte hij dat hij van zijn pen wilde leven. Om zich voor te bereiden op een bestaan als criticus las hij gedurende een aantal jaren ontzettend veel en maakte hij uitgebreide aantekeningen bij wat hij las. Toen hij op zijn 30e begon als criticus bij de Provinciale Zeeuwse Courant kende hij het werk van de belangrijkste Nederlandstalige en buitenlandse schrijvers grondig.

Hans Warren is altijd geïnteresseerd geweest in schrijvers die de zelfkant van de maatschappij beschreven: de Sade, Gide, Genet. Hij heeft in latere jaren ook veel werk vertaald: prozawerken van oa. de Sade en Plato (samen met Mario Molegraaf) en gedichten van Kavafis (ook met Mario).

Hoewel Hans Warren homo was, en daar uitgebreid over schreef in zijn dagboeken, is hij in 1952 getrouwd met de Engelse Mabel McLauren. Samen kregen ze drie kinderen: Amanda, Beryl en Gideon. Ondanks allerlei twisten heeft het huwelijk toch 23 jaar standgehouden.

Nadat Hans gescheiden was van Mabel heeft hij een tijdje alleen geleefd, totdat hij in 1978 Mario Molegraaf ontmoette. Voor beiden was het hun grote liefde, ze leefden heel intens en deden bijna alles samen. Ze maakten talloze uitstapjes, waar vooral Mario van genoot, en Mario hielp Hans enorm bij zijn schrijfwerk. De laatste jaren van het leven van Hans waren er steeds meer ruzies tussen Hans en Mario. Hans takelde steeds verder af en Mario was niet berekend op een taak als ziekenverzorger.

Wat staat er zoal in het "Geheim dagboek". Grofweg omvat de belangstelling van Hans Warren vijf terreinen: de natuur, seks, de literatuur, kunst en lekker eten.

De natuur: Al in zijn jeugd wist Hans Warren erg veel over de natuur, met name over vogels. Hij schrijft zijn hele leven over de vogels die hij waarneemt, als een vogeltje zich tegen de ramen van zijn huis bijna dood vliegt, of over zijn duiven. Zijn natuurwaarnemingen vind ik een van de mooiste aspecten van zijn dagboeken.

Seks: Hans Warren was niet bepaald preuts. Gedurende zijn hele leven genoot hij enorm van seksuele contacten, vooral met jongere mannen, veelal van Arabische afkomst (in zijn jaren in Parijs) en natuurlijk met Mario, die 39 jaar jonger was dan hij.

De literatuur: Omdat Hans Warren schrijver van beroep was en ook nog eens criticus ontmoette hij gedurende zijn leven bijna alle Nederlandse schrijvers van enige naam. Hij schrijft ook gewoon op wat hij van hen denkt: zo beschouwt hij Marcel Möring als de nieuwe Lampo (geen compliment in zijn ogen). Hij sloot vriendschap met oa. Mensje van Keulen, Gerrit Komrij en Brigitte Raskin. Hans Warren is een meester in het neersabelen van slechte vertalingen en moeizaam lopende zinnen van collega-schrijvers.

Kunst: Voordat Hans Warren Mario leerde kennen ging hij al graag naar musea en kocht hij regelmatig kunst. Maar pas gedurende de 23 jaar met Mario ging hij echt los. Iedere week werd er een dagtochtje gemaakt, en op ieder dagtochtje werd minstens één uitgebreid bezoek gebracht aan een museum, tentoonstelling of galerie. Hans schreef op wat hij van de belangrijkste kunstwerken vond die hij zag. Hij schreef bij een doek van Claude Monet dat het leek alsof Monet een stel groene kolen had platgedrukt op het doek. Van Mondriaan en Van Gogh schreef hij dat hun werken wat hem betreft rechtstreeks naar de vuilnisbelt mochten. En hij bejubelde schoonmakers die een kunstwerk van Joseph Beuys voor wat viezigheid hadden aangezien en het schoongemaakt hadden. Hans had niets met moderne kunst, als je één museum voor moderne kunst had gezien, dan had je ze allemaal gezien. Verder kochten Hans en Mario enorme hoeveelheden etnografische kunst. De laatste jaren van zijn leven spendeerden ze daar zo'n 50.000 gulden per jaar aan.

Lekker eten: Hans Warren was volgens Mario een uitstekende kok. Hans kende zijn beperkingen, hij kon geen heel ingewikkelde gerechten maken, maar als je de beste ingrediënten koopt, dan is het makkelijk om een heerlijk maal te maken. Ook gingen ze erg graag uit eten. Hans is vaak erg plastisch als hij het over zijn maaltijden heeft. Zo eten ze ooit een broodje smerig bij een tankstation en een maaltijd in een sterrenrestaurant wordt omschreven als een plas braaksel met een paar hondendrollen erin. Ook aan deze etentjes was hij een kapitaal kwijt.

Er zijn natuurlijk nog meer onderwerpen die Hans Warren bespreekt in zijn dagboeken: de relatie met zijn ouders, met Mabel, met zijn kinderen. Verder maakt hij een aantal reizen waarover hij mijns inziens weinig interessants te melden heeft.

Wat zou nou mijn advies zijn aan andere lezers?
Voor een kennismaking zou ik de tweede bloemlezing "Geheim dagboek 1942-2001" nemen. Als je meer wilt weten zou ik gewoon beginnen met deel 1 en verder lezen zolang je er zin in hebt. De delen 5 en 6 zijn volgens mij de absolute hoogtepunten van de hele serie. Als je die gelezen hebt, dan weet je waarom het "Geheim dagboek" zo bekend is geworden.
Het lezen van de gehele serie vergt wel een flinke tijdsinspanning. Ik lees met een snelheid van ongeveer 50 bladzijden per uur, heb er meer dan 2 uur per dag in gelezen en toch nog 50 dagen gedaan over de 5500 bladzijden.

Dit is het laatste stukje van een serie van 30 stukjes over Hans Warren en zijn "Geheim dagboek".

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 24 augustus 2018

Hans Warren: Geheim dagboek (1942-2001)

Hans Warren: Geheim dagboek (1942-2001) (Nederland, 2012): 371 blz: Uitgeverij Prometheus

Geheim dagboekIn 2001 verscheen de bloemlezing "Om het behoud der eenzaamheid" met de hoogtepunten uit veertig jaar "Geheim dagboek" van Hans Warren. Deze bloemlezing was samengesteld door Mario Molegraaf en omvatte ongeveer 300 bladzijden tekst, waarmee een selectie was gemaakt uit ongeveer 2800 bladzijden "Geheim dagboek", delen 1 tot 14.

Nadat het gehele "Geheim dagboek" was verschenen, besloot Mario om een nieuwe selectie te maken, met toevoeging van de hoogtepunten uit de delen 15-22. Mario heeft voor "Geheim dagboek 1942-2001" de eerdere bloemlezing als uitgangspunt genomen, en daar ongeveer 80 bladzijden uit geschrapt. Vervolgens heeft hij zo'n 90 bladzijden toegevoegd uit het "Geheim dagboek", delen 15-22. Deze 90 bladzijden tekst zijn een selectie uit ongeveer 2700 bladzijden.

In het complete "Geheim dagboek" deel 15-22 bestaat naar schatting zo'n 80-90 % van de tekst uit de beschrijving van de talloze dagtochtjes die Hans en Mario samen maakten. Deze teksten heeft Mario wijselijk in zijn geheel geschrapt. Wat overblijft zijn teksten over hun relatie, de wat grotere reizen naar Egypte in het voetspoor van Kavafis, de Verenigde Staten en naar Parijs. Verder wat over televisieoptredens van Hans Warren en dat is het dan.

Alleen de krenten uit de pap dus, terwijl de pap in zijn geheel is weggegooid. Ik vermoed dat verreweg de meeste lezers genoegen zullen nemen met deze verkorte weergave, maar als je echt wilt weten hoe het dagelijkse leven van Hans Warren er uit zag op de gewone momenten, dan zul je toch op zijn minst een stuk van de onverkorte tekst moeten lezen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 23 augustus 2018

Hans Warren: Om het behoud der eenzaamheid

Hans Warren: Om het behoud der eenzaamheid: Hoogtepunten uit veertig jaar Geheim dagboek (Nederland, 2001): 388 blz: Uitgeverij Bert Bakker

Om Het Behoud Der EenzaamheidVlak voor de dood van Hans Warren in 2001, stelde Mario Molegraaf een bloemlezing samen uit de veertien delen "Geheim dagboek" die toen al gepubliceerd waren. In 291 bladzijden geeft "Om het behoud der eenzaamheid" een overzicht van het leven van Hans Warren vanaf 1942 tot aan 1982.

Mario Molegraaf heeft ervoor gekozen om alleen complete aantekeningen van een hele dag op te nemen. Dat betekent dat de opgenomen stukken tekst over het algemeen vrij lang zijn voor een dagboekaantekening. Het betekent ook dat je een doorlopend verhaal krijgt dat erg prettig leest. In dat verhaal natuurlijk vooral (ik zou zeggen bijna uitsluitend) aandacht voor de liefdesavonturen van Hans Warren: met Sybille, Mabel, de Parijse Arabische jongens, Gianni en Mario om de belangrijkste liefdes maar te noemen. Ook is er aandacht voor de hoogte- en dieptepunten van zijn leven: het overlijden van zijn oma, zijn ouders, de geboorte van de kinderen, het huwelijk met en de scheiding van Mabel, de oorlog, de watersnoodramp.

Over het algemeen kun je zeggen dat "Om het behoud der eenzaamheid" een stuk minder afwisselend is dan de originele 14 delen "Geheim dagboek". Het leest erg prettig, maar het is na lezing moeilijk in te zien waarom het "Geheim dagboek" zo bejubeld wordt. Zo is er vrijwel geen aandacht voor de natuur, de liefde voor vogels, het talloze museumbezoek, de lekkere etentjes, het verzamelen van kunst, de terzijdes over tal van schrijvers.

Dan is er nog de kwestie van de vormgeving. In het complete "Geheim dagboek" begint ieder jaar op een rechterbladzijde met het jaartal, gevolgd door een lege linkerbladzijde. Bij "Om het behoud der eenzaamheid" hebben ze deze vormgeving aangehouden, met als gevolg dat er bijna 100 lege of bijna lege bladzijden in het boek staan. Je kunt dat mooi vinden, ik vind het papierverspilling.

Ik kan wel zeggen dat "Om het behoud der eenzaamheid" erg prettig is als kennismaking, maar dat voor een volledig beeld van het leven van Hans Warren je toch echt het gehele "Geheim dagboek" moet lezen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 19 augustus 2018

Hans Warren: Ik ging naar de Noordnol: Natuurdagboek 1936-1942

Hans Warren: Ik ging naar de Noordnol: Natuurdagboek 1936-1942 (Nederland, 1996): 198 blz: Uitgeverij Bert Bakker

Voordat Hans Warren zijn eerste aantekening maakte in het "Geheim dagboek" had hij al vanaf 1936 een natuurdagboek bijgehouden, waarin hij tot 1942 zo'n 3000 bladzijden tekst neerschreef. Begin jaren 90 toen het "Geheim dagboek" een groot succes werd besloot Hans Warren om nog wat met die oude teksten te doen. Volgens hem hadden die teksten hun jeugdige kracht behouden. Hij publiceerde in 1996 deze selectie van een kleine 200 bladzijden.

Voor Hans Warren waren deze teksten vermoedelijk een stuk belangrijker dan voor de gemiddelde lezer van zijn "Geheim dagboek". Dat vermoed ik althans, afgaande op mijn eigen reactie. Ik heb slechts zo'n 80 bladzijden uit het boekje gelezen. Het zijn allemaal natuurwaarnemingen, mensen komen nauwelijks voor in dit dagboek. Als ik alleen maar over de natuur lees verveel ik mij vrij snel. In het "Geheim dagboek" namen de natuurwaarnemingen een klein gedeelte van de totale tekst in, en daar vond ik die tot de meest interessante stukken tekst behoren. Hans Warren schrijft ergens in zijn "Geheim dagboek": "een Griekse vaas is prachtig, een zaal vol Griekse vazen gaat al snel vervelen." Zo vergaat het mij ook bij de natuurwaarnemingen van Hans Warren.

Dit neemt niet weg dat er interessante observaties staan in het boek en dat het geheel soepel leest, zeker in aanmerking genomen dat de schrijver nog geen 20 jaar oud was toen hij dit opschreef. Ik geloof dat ik "Ik ging naar de Noordnol" alleen aan echte vogelliefhebbers kan aanraden, en dan nog met mate.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

vrijdag 17 augustus 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 22 (2001)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 22 (2001) (Nederland, 2002): 340 blz: Uitgeverij Bert Bakker

Het laatste deel van het "Geheim dagboek" staat geheel in het teken van de steeds toenemende aftakeling van Hans Warren, vooral lichamelijk maar ook geestelijk. Er zijn steeds vaker ruzies tussen Hans en Mario. Mario staat voor een haast onmogelijke opdracht om voor een zieke oudere man te zorgen en heeft niemand anders om zich op af te reageren,  zodat hij dat op Hans doet. Het is bewonderenswaardig van Mario, dat hij de scenes waarin hijzelf als een klootzak naar voren komt in de dagboeken, bij publicatie gewoon heeft laten staan. Dat is ongetwijfeld de wens van Hans geweest, maar hoeveel mensen zouden de moed hebben gehad een zo'n onverbloemd portret van zichzelf in druk te laten verschijnen?

- 15 januari 2001 M. is buitengewoon met zichzelf ingenomen, acht zich superieur aan bijna iedereen, en prijst zich dagelijks uitbundig. Ik voel me juist altijd minderwaardig en schuldig.

- 1 maart 2001 Al kreeg ik tot m'n dood huisarrest, het zou me niet deren.

- 26 maart 2001 Gisteravond, toen we bij het naar bed gaan over de Nederlandse poëzie spraken, riep M. me gulhartig en onder mijn zware protest tot de grootste dichter van ons land uit. Hij méént dat. Zoals hij ook de toevoeging "En ik heb er verstand van!" meent.

- 2 april 2001 We zijn gisteravond onverzoend naar bed gegaan. Elk overtuigd van eigen gelijk, maar ik ben de zieke en M. niet. Het maakt bijvoorbeeld een groot verschil of je niet zelf in een auto kunt stappen dan wel je iemands benen er even in moet tillen.

- 5 april 2001 Ik ben me er volkomen van bewust wat ik allemaal aan penibele onbenulligheden opschrijf. Ik geneer me er niet voor te boekstaven dat een geest even jammerlijk verwordt als een lichaam. ... Helaas, dit hoort ook bij het leven. En ik wil alle aspecten tonen, verrukking en verval.

- 13 april 2001 Ik had gisteren niet kunnen poepen en moest vanochtend kort na het opstaan. Een stevige, normale, niet al te grote keutel. Maar kort nadien voel ik dat ik het in m'n broek doe. Het gaat nét goed: de drol is opgevangen in een tissue. Natuurlijk zeg ik er niets over. Na het ontbijt is het weer mis. Ik verlies een massa blubber, met bloed gemengd, m'n slip zit vol, m'n pantalon is op een klein vlekje na schoon gebleven. Hoe alles uit te trekken zonder rampzalige gevolgen? Ik ben ongeveer wanhopig, maar probeer me te redderen. Ik sta in de badkamer m'n onderlijf te wassen als M. komt kijken wat ik toch doe.

- 25 mei 2001 In de allerdiepste ellende.Vannacht ben ik weer gevallen, in het toilet, M. lag net in bed. Ik sloeg met een enorme smak met m'n gezicht op de wc-bril. Het deed afschuwelijk pijn. Daar lag ik op m'n knieën voor de pot, er zat niet anders op dan heel hard om M. te roepen. Het leek uren te duren eer hij me hoorde, hij was al in slaap gevallen. Hij ontstak in een ongekende woede. Werkelijk honderden keren heeft hij me vervloekt en verwenst, ik heb geen zin het allemaal op te schrijven.

- 7 juli 2001 Over een roman: De mooiste uitspraak over ons bestaan is afkomstig van Wouters vader: "Zoon, je moet er altijd voor zorgen dat je leven zo is dat je je voortdurend op de rest ervan verheugt."

- 7 oktober 2001 Ik heb het boek bespreken altijd beschouwd als broodwinning van een niet al te onprettige soort. Nooit heb ik bijvoorbeeld die recensies willen bundelen, krantenwerk hoort niet tussen hardcovers, maar rond de groenten van de volgende dagmarkt. Ik vind mezelf ook helemaal geen goede boekbespreker. Ik heb te weinig kennis en ben te oppervlakkig. Ik vind mezelf wel een goed dagboekschrijver. Ik zeg niet een gróót dagboekschrijver. Zelfs in het onbenullige en larmoyante ben ik, denk ik, herkenbaar. En soms ben ik een goed dichter. En dat is al veel, heel veel.

   

Dit is het laatste deel van mijn blogproject over het "Geheim dagboek". Er volgen nog een bespreking van  "Ik ging naar de Noordnol", het natuurdagboek van Hans Warren uit de jaren 1936-1942 en over "Verre werelden"  een boek van het Zeeuws museum over de kunstverzameling van Hans en Mario. Als allerlaatste wil ik de twee bloemlezingen die van het "Geheim dagboek" zijn verschenen lezen en mijn aantekeningen nalopen per deel om te kijken of ik ergens een prachtig citaat heb gemist. Het was mij een genoegen dit met jullie te delen!

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 21 (1998-2000)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 21 (1998-2000) ( Nederland, 2009): 357 blz: Uitgeverij Bert Bakker

Hoewel Hans er niet veel meer om geeft, worden er nog steeds uitstapjes gemaakt en ook wordt er meer kunst gekocht dan ooit tevoren. Dit deel geeft een ontluisterend beeld van de steeds verdere aftakeling van Hans. Ze zien zelden nog andere mensen.

- 1 april 1998 Het lijkt wel of de mensen steeds mooier gaan zingen, of ligt dat aan de weergave en de ruimere keuze? Het geldt ook voor instrumentalisten en sportlieden, ze worden steeds volmaakter en beter. Helaas geldt het niet voor kunstenaars, die lijken aldoor slechter te worden.

- 19 april 1998 Terwijl ik mijn siësta lag te doen, kwam M. overstuur binnen. Hij had met de motormaaier een egel doodgereden. Ik ben direct komen kijken en we hebben het diertje begraven, er hing wel anderhalve meter darm uit. Het enige wat nog een beetje troostte: het beest moet op slag dood zijn geweest. Hoe ik M. ook verzekerde dat hij er niets aan kon doen, ik zie aan zijn gezicht - terwijl het nu al een uur geleden is - dat hij helemaal van streek is.

- 31 mei 1998 Ik schaam me er niet voor dat m'n aftakeling blijkt uit deze steeds onnozeler wordende aantekeningen. Ik verknoei hele dagen, weken. Ik kan urenlang zomaar wat zitten suffen, tot ik merk dat ik kwijl en in slaap ben gevallen. Niets heb ik te zeggen en ik wil toch alles vasthouden, zolang ik ademhaal.

- 9 juli 1998 Dagboek, houvast, als ik jou niet had, zou ik waarschijnlijk gek worden. Laat me maar in je leuteren, tegenover jou hoef ik geen schijn op te houden. De eentonigheid van mijn leven, de herhaling, het oppervlakkige gezeur. Af en toe eens een vonkje, verder banaliteit, het is verpletterend. Praat ik misschien te weinig met andere mensen? Er gaan weken voorbij dat ik alleen met M. praat. De buren zie ik nooit. Bezoek weren we zoveel mogelijk. Ik hoop dat wie deze aantekeningen persklaar maakt, streng zal zijn. Ben jij het, Mario? Wees ongenadig. En bent u het geachte onbekende: wees nóg ongenadiger. Laat desnoods, die slome stemming even heersen, maar schrap, schrap, schrap.

- 1 augustus 1998 Eigenlijk ben ik heel m'n leven in alles een dilettant gebleven, in de kunst, in de literatuur. Alles oppervlakkig, maar met veel liefde en plezier, en misschien straalt dat er soms een beetje van af.

- 7 november 1998 De liefde bedreven bij het ontwaken. Het gaat nog steeds, maar vrij moeizaam, weinig zaad leek me, en weinig genot. Mijn lichaam wil niet meer. Ik verlies elk moment m'n evenwicht, m'n ogen trillen, mijn anus gaat steeds verder kapot, ik weet het niet schoon te krijgen. Ik verlies drolletjs in m'n slip, plas een beetje in m'n broek. M. is zo'n goeierd en zo'n lieverd, hij moet het moeilijk hebben met een sukkelende oude zeur als ik.

- 7 februari 1999 M. ziet het vertalen van Plato als een van de weinige dingen waarmee hij na mijn dood verder kan. Ik zei hem dat hij overal aan de slag zou kunnen, zeker op een uitgeverij. Dat hij jaren vooruit kon met mijn dagboek. Dat hij als de nood aan de man zou komen altijd iets van de verzameling kon verkopen. Hij zei iets wat me ontroerde: "Denk je dat ik iets zou verkwanselen? Nooit, nooit!" En hij huilde weer hopeloos verder.

- 23 maart 1999 Als automatisch pak ik m'n dagboek. Ik heb weinig te zeggen, maar ik word door M. in de gaten gehouden. Al te vaak krijg ik een verwijt: wat heb je vandaag al gedaan? En ik reciteer: "Geleden, nagedacht, geluierd, geslapen, geteuteld."

- 5 juni 1999 Vanmorgen had M. weer zo'n aanval. De douche werkte niet en daar begon het. De goot lekte over de volle twintig meter en de muren waren beschimmeld en de lambriseringen uitgehold door houtwurm en het huis zakte in en alles was zwart, zwart, zwart. Alles ging hier kapot, en ik deed niets, en godver hier en daar.

- 4 augustus 1999 De enige broek die me nog een beetje past moet naar de stomerij, ik heb hem denk ik wel een jaar gedragen. Vest dito, dat slijt aan randen en mouwen, en stinkt naar een jaar koken. Ik voel me onthand zonder die vertrouwde kleren, maar durf geen nieuwe te kopen. ... Dit rare, verzwegen leed moet veel voorkomen bij oudere mensen. Een kast vol kleren, niets past meer, en je geneert je naar de winkel te gaan wegens je wanstaltigheid. Wat zou ik gelukkig zijn met een paar goed zittende broeken en een behoorlijk vest.

- 30 januari 2000 M. wilde me het koken besparen en hij haalde eten bij een afvalChinees (sorry, dit is écht een verschrijving), maar het smaakte zelfs hem niet.

- 21 maart 2000 Ik werd pas wakker doordat M. het gras maaide. Er volgde een klaaglied, zelfs als ik dood lig, zal hij m'n lijk nog verwijten dat het niet werkt en voor eeuwig vakantie heeft.

- 10 april 2000 In de auto die voor ons stond op de veerpont naar Vlissingen zag ik een merkwaardig staaltje van positieve discriminatie. Het was een grote Citroën, bestuurd door een heer van middelbare leeftijd. Naast hem zijn echtgenote. Op de achterbank twee jonge vrouwen, een jongeman tussen hen in, een neger. Bij het uitstappen bleek ons pas dat er nóg een meisje in de, zeer ruime, kofferruimte was geïnstalleerd. De knapste en de jongste van het gezelschap, maar toch ook al een eindje in de twintig. Bij het aanleggen in Vlissingen zagen we hoe ze weer in de kofferbak werd gepropt, en dat de neger weer op de bank plaatsnam. Toen daagde het pas bij me. Je kunt moeilijk een neger in de kofferruimte opbergen.

- 20 juli 2000 Vanmorgen weer eens in m'n broek gescheten, ik haalde de wc niet. Het liep wondergoed af, ik kon de drol zó uit m'n slip in de closetpot wippen.

Lees verder deel 22

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 16 augustus 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 20 (1996-1998)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 20 (1996-1998) ( Nederland, 2008): 298 blz: Uitgeverij Bert Bakker

De inhoud van dit 20e deel van "Geheim dagboek" kun je voor een groot deel samenvatten met één woord: dagtochtjes. Mario wilt er iedere week een keer op uit, en Hans noemt de plaatsen waar ze langs komen, de musea en tentoonstellingen die ze bezoeken, de kunstwerken die ze zien en kopen en natuurlijk waar en wat ze gegeten hebben. De gezondheid van Hans loopt langzaam achteruit en er wordt steeds meer geruzied. 

- 6 januari 1996 Een afschuwelijke ruzie met M. Ik had de rits van m'n vest kapotgetrokken. Hij is handig in het repareren van zulke dingen, en op een moment dat ik het gunstig achtte vertelde ik het hem, omzichtig, met een complimentje erbij. Had ik het maar niet gedaan! Dat vest was versleten, vond hij. Ik zou er tegenwoordig als een landloper uitzien, zo kon het niet langer. Ik werd een vieze ouwe vent en hij wilde niet met een vieze ouwe vent leven. Het hield maar niet op.

- 11 maart 1996 "Nooit meer naar een restaurant," roept M. de hele dag. Hij heeft zelfs een waarschuwing op de Michelingids geplakt, "Wees wijs, eet thuis" of iets van die strekking. Binnenkort bezwijken we toch weer, zoals een verslaafde of een hoerenloper die kermt "nooit meer".

- 16 mei 1996 Ik weet niet waarom, maar ik houd niet van dat Duitse mooi met een bergachtige rivierbocht en een ruïne.

- 14 juli 1996 Gistermiddag hinderlijk Warren-toerisme, gelukkig merkte ik het tijdig. Wat dames werden uitgeladen aan het hek, ik zag wijzende armen en trok gauw de gordijnen dicht. Het duurde een hele poos voor ze verdwenen waren. 's Avonds vond M. een briefje in de bus. Fans uit Sassenheim, sorry, ze hadden niet willen storen. De Warren-sitetour, photo please, signature please, m'n zuster wordt veertig. Als ik hier al last van heb, hoe moet dat dan voor mensen die werkelijk beroemd zijn?

- 14 augustus 1996 ... eigenlijk is dit een onbewoonbaar verklaarde woning in het laatste stadium. Maar ik houd van dit huis, ik woon er volgend jaar veertig jaar en wil hier sterven. M. moet later maar zien, ik geloof niet dat hij zo aan het krot is gehecht als ik. Maar ik moet me niet bemoeien met zijn plannen voor later. Je hebt iemand al genoeg belemmerd tijdens je leven, laat hij of zij vrij zijn na je dood.

- 10 oktober 1996 Ik raakte van m'n stuk door een onnozel incidentje. M. vond tijdens de fotosessie een mooi klavertjevier en bood me dat aan, een onuitgesproken geluksbrengertje. Ik stak het in een zak van m'n jack. Geruime tijd later greep ik in die zak, voelde iets koels, vochtigs en verfrommelde het genadeloos tussen m'n vingers. Toen ik het frutseltje tevoorschijn haalde, schrok ik: het klavertjevier, een propje geworden. Ik was niet meer bij de sessie, maar rende naar binnen om het arme klavertje in een glas te dompelen. Warempel, het is nog een beetje in z'n fatsoen gekomen. Ik heb het nu uitgespreid en te drogen gelegd.

- 8 december 1996 Een kind wordt geboren, er wordt een geboorteakte opgemaakt. Een sterfgeval, er wordt een overlijdensakte opgemaakt. Die aktes worden in duplo bewaard. Voor de meeste mensen is dit, denk ik, het enige wat van hun bestaan overblijft. De rest gaat verloren, foto's raken hun naam kwijt, herinneringen verdwijnen.

- 22 januari 1997 De volgende stelling trof me gisteren in de NRC: "De schoonheid van een man komt vooral tot uiting in zijn dochters". Ik zou eerder zeggen: "De schoonheid van een vrouw komt vooral tot uiting in haar zonen."

- 24 februari 1997 Ik las dat mensen uit India onze gewoonte om je neus in een zakdoek te snuiten en dan die lap met snot weer in je zak te steken enorm smerig vinden. Ik had er nooit over nagedacht, maar ze hebben gelijk.

-27 september 1997 Leven is kiezen en beperken. Waar de een alles voor over heeft, zijn leven mee vult, wekt bij een ander slechts afkeer. Dansen, ik heb het nooit gedaan, ik kan en wil het niet. Tennis, skiën, golf, alle sporten, ze staan me tegen, de voetbalwaanzin heel in 't bijzonder. Kaartspelen, ik ken er niet één. Op een zeilbootje varen, in kroegen rondhangen, nee, nee. Hoogst zelden ga ik naar de bioscoop, het theater, een opera of muziekuitvoering. En toch vind ik niet dat ik iets tekortkom, ik taal er niet naar. Ik denk dat het komt omdat ik door mooie dingen wordt omringd. Nooit raak ik daarop uitgekeken.

- 4 oktober 1997 Dikke romans zijn in de mode in Nederland. Doorgaans zijn het boeken waaruit je zonder verlies de helft kunt schrappen. Het trieste is dat kritiek en publiek het slikken, alsof eindeloos aangelengde soep hun beter smaakt dan geconcentreerde bouillon.

- 25 oktober 1997 Een anekdote in de krant over hoe Nederlanders tegenwoordig Frans spreken.
"Pouvez-vous Francais?"
"Oui, je pouve."

- 2 november 1997 ... Zojuist krijg ik buikloop. Ik snel naar de wc, denk aan m'n soep, prop vlug tissues in m'n slip, ren naar de keuken. Te laat, de hele kookplaat sist onder het overkooksel. Dan komt M., hij is een specialist in wijsheden als: "Je moet niet weglopen wanneer de soep op staat, dat heb ik je al zo dikwijls gezegd." Weg is het gevoel.

- 22 december 1997 Maar wat geniet ik van onze mooie dingen! Bij het afstoffen sta ik altijd weer verbaasd dat we met bescheiden middelen zulke prachtige dingen kunnen kopen. Daarmee dagelijks omgaan is een voorrecht. We hebben dit jaar f 41.696 aan etnografica en antiek uitgegeven. Zeer wel besteed. Ik vermoed dat we ook een fortuin in restaurants hebben uitgegeven, en dat is lang niet altijd goed besteed geweest.

- 23 december 1997 Meer dan ooit is dit dagboek een houvast, een toeverlaat, een noodzaak. Vermoedelijk krijgt degene die er later iets interessants uit op moet diepen een zware taak. Ben jij het, Mario? Wees streng, scherp, ik zou het ook hebben gedaan, dat weet je. "Waarom dan al dat gezeur opgeschreven?" zul je vragen. "Je had je schaarse tijd toch beter kunnen besteden?" Nee, dat is het juist. Gedichten dienen zich niet aan, ik heb geen ambitie meer om proza te schrijven. Het enige waaraan ik nog behoefte heb, is dit gebabbel. Ik wil niet met andere mensen praten, ik wil alleen met mezelf praten in dit cahier.

Lees verder deel 21

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 14 augustus 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 19 (1993-1995)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 19 (1993-1995) (Nederland, 2007): 379 blz: Uitgeverij Bert Bakker

Opnieuw een deel vol met dagtochtjes naar musea, tentoonstellingen en dure restaurants. De gezondheid van Hans loopt langzaam achteruit. Er wordt in oktober 1994 nog een reis van twee weken door Frankrijk gemaakt. Verder aantekeningen over de natuur, over de relatie van Hans met Mario, over kunstaankopen en over activiteiten in de media.

- 17 januari 1993 "Wie veel reist wordt wijs. Wie wijs is blijft thuis ."

- 25 januari 1993 Als er iets gebeurde, zou ik allereerst deze cahiers uit huis zien te redden. Het klinkt als verraad aan alle mooie dingen die me omringen, maar het is de waarheid.

- 11 februari 1993 Op weg naar Middelburg gebeurde iets deprimerends. Op het fietspad hier reed een invalidenwagen van een ongebruikelijk model. Quasileuk vroeg ik: "Wat is dat voor een buikschuiver?" M. verstond me blijkbaar niet en zei: "Het is Amanda, ik zie haar vrij vaak. Ze is er handig in, ze glipt overal doorheen. Ze heeft twee verschillende karretjes en kan er zo bij Albert Heijn mee naar binnen." Enzovoorts, ik voelde me zwaar gestraft. Dat ik juist ten aanzien van háár zo'n opmerking maakte. Ik zou het kunnen verzwijgen, zelfs aan M. is het ontgaan. Maar ik biecht deze schande op.

- 24 mei 1993 Ik zeur, dus ik ben. De dwang die dit is geworden: zodra ik aan m'n bureau zit, pak ik m'n dagboek en schrijf, ook al heb ik niets te vertellen.

- 31 juli 1993 "Oordeel me niet eer je alles hebt gelezen" zou een motto voor mijn dagboek kunnen zijn. Ik bedacht het zojuist toen ik overwoog welke vervelende taak M. wacht als hij later mijn dagboek uitgeeft. Hij zal op nare en zelfs oneerlijke aantekeningen over zichzelf stuiten.

- 7 oktober 1993 Gistermorgen een brief van Hans Klap. Hij wil samen met Jean van de Velde, een scenarioschrijver, een film of een televisieserie naar mijn Geheim dagboek maken. Een nogal verbijsterend idee, maar ik ben zeker bereid met Klap te praten.

- 14 november 1993 Ik heb een pakje gemaakt van de kopij van de eerste twee delen Plato. Vele malen heb ik geprobeerd mijn naam als vertaler op de tweede plaats te zetten. Wat heb ik eraan gedaan, behalve wat bijschaven? Het is Mario's werk, niet het mijne.

- 5 december 1993 Ik snap M. niet. Op een kwartje stroom moet worden bezuinigd, een paar tientjes kostelijk voedsel weggooien is niet erg. Een schitterende catalogus kopen stuit meestal op verzet van hem, maar zo'n restaurantmaaltijd van zes-, zevenhonderd gulden is geen probleem. Terwijl we thuis de goddelijkste spijzen en dranken hebben.

- 19 januari 1994 Gisteravond een bericht in de NRC: "Klap verfilmt Geheim dagboek van Warren", mét foto. De PZC brengt vanmorgen met grote letters op de voorpagina: "Geheim dagboek van Hans Warren wordt verfilmd". Schrijf, publiceer een boek, en je mag blij zijn als er enige aandacht aan wordt besteed. Maak een film die waarschijnlijk nooit komt, waarover alleen maar gedacht wordt, en je haalt onmiddellijk het nieuws.

- 22 maart 1994 Het werk aan het volgende dagboekdeel. Je herinneringen aan het verleden zijn als stenen, meegevoerd door een lange rivier. Eerst zijn ze hoekig, grillig, geleidelijk slijpt de levensstroom ze glad, zelfs de grote, de zware. Andere vergruizelen, gaan onderweg als zand verloren. Maar het dagboek heeft de brokken bewaard zoals ze losraakten, ze zijn gemeen scherp gebleven. Het is ongezond je verleden zo te betreden. Je bent er niet voor niets van bevrijd, de stenen die je levensrivier meevoerde móesten gladder worden.

- 7 april 1994 Ik voel er niets voor om op radio of televisie over Plato te leuteren, nutteloos. Een goede vertaling maken, dat heeft zin. Vaag kwebbelen heeft geen enkele zin.

- 11 april 1994 Ik wil de nederigste karweitjes verrichten, maar als er wordt gezegd: "De wc moet eens schoongemaakt", of: "De koelkast stinkt", denk ik: doe er zelf wat aan.

- 18 juli 1994 Ik  ben M. zo dankbaar voor zijn werk aan Geheim dagboek XII. Vrijwel alle voorstellen neem ik over, het komt vooral neer op schrappen. Ik besef nu pas hoe onbenullig m'n dagboek meestal is. Ook nu. Al die dikke cahiers vol gebabbel en gebazel. Ik kan eenvoudig niet stoppen. Schrijf ik niet, dan voel ik me onbehaaglijk. Ik schaam me tegenover M. Hij moet dit gesukkel opkrikken en hij wil toch z'n respect voor me behouden. Ik loop op zijn stokken.

- 23 augustus 1994 ... er is weinig zo nuttig om je oog te scherpen dan jouw stukken met die uit musea te vergelijken.

- 10 oktober 1994 "Als niet kan wat moet, dan moet maar wat kan."

- 22 november 1994 We zitten een beetje in angst. Vanavond wordt Joost Zwagerman in Middelburg geïnterviewd door Jessica Durlacher. We zijn zo dom geweest tegen hem te zeggen: als je in de buurt bent, kom gerust langs. Sommige mensen vatten dat letterlijk op.

- 27 december 1994 In een interview met Tom Lanoye staat een aardige opmerking over mij. Hij zegt niet te snappen waarom ik zo word onderschat in Nederland. "Ten onrechte. Het zou me niet verbazen als zijn dagboeken over een aantal jaren internationale klassiekers zijn geworden." Jammer dat zoiets verstopt is in De Zeeland Gazet.

- 19 januari 1995 Heel simpele dingen. Wakker worden uit een verkwikkend middagslaapje. In dit gure weer bij een stralende kachel zitten. Een glas heerlijk koel Bru-water. Een stukje toast met daarop een plakje zelfgemaakt kruidig gehakt. Een vaasje sneeuwklokjes en akonietjes op het bureau. Gewoon thuis zijn.

- 28 april 1995 M. verwijt me een beetje dat ik niet aldoor werk. Ik scherts maar dat ik in een rusthuis hoor te zitten om me alles achterna te laten dragen.

- 25 mei 1995 Het heil van mijn ziel (heb ik die?) interesseert me niet, het heil van mijn lichaam vind ik heel belangrijk.

- 22 juni 1995 Geluk maakt je een beter mens, voor jezelf en voor anderen.

lees verder: deel 20

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 12 augustus 2018

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 18 (1990-1992)

Hans Warren: Geheim dagboek: Deel 18 (1990-1992) (Nederland, 2006): 338 blz: Uitgeverij Bert Bakker

In dit deel weer de nodige bezoeken aan musea, tentoonstellingen en dure restaurants. Hans en Mario sluiten vriendschap met Goedele Goossens, de knappe eigenaresse van restaurant 't Leeuwke in Kappelen. Slechts één grote reis, een tiendaagse reis in oktober 1991 naar New York en Washington. Verder natuurlijk weer ontzettend veel dagtochtjes, het lijkt erop dat Mario minstens eenmaal per week een lange tocht met de auto wil maken. Ook krijgt Hans wat problemen met zijn gezondheid: een slecht gebit, moeilijkheden bij het ontlasten en een dikke buik vanwege een opgezette lever.

- 26 januari 1990 In de zitkamer. Hoe lang is het niet geleden dat ik hier mijn dagboek bijhield. Er is gisteren iets gebeurd wat je toch wel een ramp kunt noemen. De storm, de heftigste in jaren naar het schijnt, heeft ons huis zwaar beschadigd. Van onze bezittingen is niets kapot, maar ik vraag me af of het huis kan worden hersteld.

- 4 mei 1990 Het kasteel van Hoensbroek bleek geen bezoek waard. De vertrekken zijn goed geboend en stofvrij, maar er is niets van belang te zien.

- 10 mei 1990 Een van de voordelen van ruziemaken in de auto is dat je veel scherper met je tong mag zijn, door de veiligheidsriemen kun je elkaar toch niet aanvliegen.

- 15 augustus 1990 ... Al etend deden we zaken. Zo hebben we afgesproken dat we de complete Plato gaan vertalen.

- 23 september 1990 M. had iets nieuws bedacht: in één dag heen en weer naar Parijs.

- 28 oktober 1990 Alle mensen zijn verschillend. Maar ze hebben één ding gemeen: ze willen dat iedereen denkt en doet zoals zij.

- 2 november 1990 Gistermiddag vloog een goudhaantje tegen de deur van de tuinkamer. Het was maar zo'n licht tikje tegen het glas, toch viel het diertje neer. Ik raapte het vogeltje op, z'n toestand leek niet hopeloos. De priegelige teentjes klemden zich om m'n vinger, na een poosje poepte het op m'n hand. Ik liet met een pipet een druppel water op het naaldfijne snaveltje vallen. Het beestje dronk, poepte nog eens. De ademhaling ging normaler, hij fladderde even, keerde nog één moment terug op m'n hand en verdween toen in de tuin. Gered!

- 26 december 1990 Bert biedt me voor mijn zeventigste verjaardag een reis naar New York en Washington aan. Ik voel er niets voor, wat mij betreft kan Amerika worden afgeschaft, maar hij drong aan en M. wil graag.

- 28 februari 1991 We hebben het over de Plato-vertaling gehad. M. moet het voor vijfennegentig procent doen, ik adviseer hoogstens wat, zet puntjes op de i. Het lijkt me trouwens onmogelijk dat ik het verschijnen van het laatste deel, De Wetten, zal beleven.

- 28 mei 1991 Tilly vertelde dat Adriaan van Dis me in zijn programma wil hebben. Geen onaangenaam vooruitzicht, het zou de verkoop van mijn werk geweldig kunnen bevorderen.

- 8 juli 1991 M. zegt vaak: ik geloof niet dat iemand in Nederland zoveel aan eten en drinken uitgeeft als wij. In elk geval worden we steeds veeleisender, van alles bestaat er toch nog weer beter. Een potje honing van het Italiaanse huis Volpaia kost dertig gulden. Maar je hebt nog nooit honing geproefd als je déze niet in je mond had. Zo gaat het ook met boter en olijfolie, met vlees en groenten. Zelfs ganzenlever is er in vele soorten. Heb je eenmaal de beste gehad, dan mondt de mindere niet meer. Het is ook aangenaam koken met zulke ingrediënten, zonder veel moeite zet je de beste gerechten op tafel.

- 12 augustus 1991 Ik zei dat ik het jezelf met maar één gedicht vertegenwoordigen een verkeerde erfenis van Victor van Vriesland vind. Je moet jezelf durven inschatten, ik zou mezelf er drie geven. M. stoof op: "Nee, jij moet er natuurlijk tien hebben." Lieverd, dacht ik, want hij meent het.

- 14 oktober 1991 Het eten in Amerika: het is beter dan de clichés willen, maar je mist verfijning in smaak en presentatie. De porties zijn te groot, het tempo ligt te hoog. Wat een hinderlijke gewoonte om de koffie bij het dessert te geven.

- 1 december 1991 "Vertalen wat er niet staat is de kunst." Hoe wáár is deze boutade.

- 11 december 1991 Hoe moet het als ik er niet meer ben, bijvoorbeeld met dit dagboek? Aan wie dit dan leest: please, polijst de boel een beetje. En gebruik ook eens de lucifer en de vuilniszak.
... Naar aanleiding van een televisiegesprek met Gerard Reve. Ik wachtte op de zin: "Ik heb nergens verstand van, maar overal een mening over." Die kwam niet.

-3 januari 1992 Nooit zal ik onbevangen tegenover geld staan. In mijn jeugd is het er bijna ingestampt: daarover praat je niet, dat is even privé als je schaamdelen. Die toon je, met grote schroom, aan een arts. Je inkomen aan de belastinginspecteur, vernederend. M. lacht erom.

- 13 januari 1992 Willem Frederik Hermans had wel een leuk grapje waar niemand om lachte, over Mozart: "Zijn Nachtmusik was klein, maar z'n dagmuziek was niet veel groter."

- 21 januari 1992 Had ik Gianni maar nooit ontmoet, denk ik vaak. Maar dat geldt voor meer mensen. Gianni bracht me ook veel nieuws, rijkdom, inspiratie. En hij heeft me de geelzucht bezorgd die mijn lever heeft verpest.

- 18 februari 1992 De vraag of het nooit eens benauwend is zo intens samen te leven als met M. heb ik nadrukkelijk met néé beantwoord, maar het is natuurlijk já.

- 3 april 1992 Iedereen zegt dat het goed is gegaan.  ... Adriaan stelde me voor een moeilijke taak toen hij me vroeg "Aubade met lijsters" te lezen. Maar ik kreeg een groot applaus voor mijn "pirix pirix tjuwie tjuwie tjitjuwuwu/ tlie tluu tlie tiriktiping tjulililili".

- 19 juli 1992 Ik ben gisteren en vandaag intensief bezig geweest met Dagboek x: het verwerken van M.'s vele, zo goede aantekeningen, opmerkingen en wijzigingen. Wat knapt het boek daardoor op. Natuurlijk is het dagboek van tegenwoordig niet beter. Wie moet dat allemaal fatsoeneren? Het mág niet zo de wereld in. Een dagboek is bijna als erts. In ruwe vorm is het vervelend, en iemand vervelen is ongeveer het ergste dat je kunt doen.

Lees verder deel 19

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.