Posts tonen met het label Korte verhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Korte verhalen. Alle posts tonen

maandag 8 september 2025

Simon Carmiggelt: Gedundrukt

Simon Carmiggelt: Gedundrukt (Nederland, 1938-1980): 303 blz: Uitgeverij van Oorschot (2013)
 
 
 
Simon Carmiggelt (1913-1987) was tijdens zijn leven één van de populairste schrijvers van Nederland. Ik vermoed dat er in die periode meer boeken van hem zijn verkocht dan van Hermans, Mulisch en Reve bij elkaar. Carmiggelt schreef bijna 40 jaar lang, 6 dagen in de week een kort stukje voor het Parool, de zogenaamde Kronkels. In totaal schreef Carmiggelt ruim 10.000 van die Kronkels, waaruit voor "Gedundrukt" een selectie is gemaakt van 100 van de mooiste stukjes. Tegenwoordig lijkt het werk van Carmiggelt een beetje vergeten. Het is meer dan 25 jaar geleden dat ik een bundel van Carmiggelt las. 
In mijn herinnering heb ik de verhalen van Carmiggelt altijd met veel plezier gelezen, toch gaf ik zijn bundels toen ik ze las een lage waardering. Blijkbaar vond ik zijn verhalen toen nog niet zo bijzonder. Drie jaar geleden las ik de verstripping door Dick Matena van een aantal van zijn Kronkels en was erg enthousiast over zowel de verhalen als de tekeningen.
 
De stukjes van Carmiggelt lezen altijd prettig weg, hebben die lichte toon, waar ik zo van houd bij het lezen, die ik bij mijn eigen stukjes ook nastreef, en zijn vaak humoristisch. Ze spelen zich meestal af in Amsterdam, vaak in of nabij een kroeg. Verder heeft Carmiggelt het vaak over de oorlog en man-vrouw relaties. 
 
Deze hernieuwde kennismaking met het werk van Carmiggelt is mij uitstekend bevallen, wat mij betreft is Carmiggelt één van de grote schrijvers uit het Nederlandse taalgebied.
 
Citaten:
- De man in de trein was met zijn zoontje een week in Brabant geweest. Een goed land, meneer - best van eten en drinken. Dat zei hij niet tegen mij maar tegen een schraal kereltje, dat toevallig naast hem zat.
 
- Op de Zeedijk stond 's morgens een man van een jaar of vijftig op het bruggetje en staarde in het water.
 "Daar gáát weer een doje hond," zei hij. "Die drijven hier veel. Vieze stad. Een móóie stad, hoor. Maar vies. Mooi en vies."
 
- Het was John Barrymore die eens zei: "Een vrouw kan drie dingen maken uit niets: een slaatje, een hoed en ruzie." Het vierde is zonder de geringste twijfel een cocktailparty. Te Rome was ik weer eens in de gelegenheid deze verticale ontspanning te beoefenen.
 
- "We have a queen," sprak ik, om hem tegemoet te komen.
 "Is that so ..." vroeg hij gehinderd, of ik hem lastigviel met lootjes op een rookworst.
 
In een bankgebouw:
- In een mooi leren fauteuiltje ga ik zitten wachten. Kent u nou iemand die wel eens geld laat stáán op een bank? Ik niet. Al mijn vrienden halen altijd alles eraf zodra het gekomen is. Maar waar leven banken dan van? Dat zou ik nu wel eens willen weten. 

- ... Maar 't hielp niet, want de motorduivel buiten behoorde tot de noodlottige groep Amsterdammers die wel weten dat zwijgen goud is, doch zich gaarne met zilver behelpen.
 
- "Aangenaam mefrouw," zei het meisje timide.
 Er viel een stilte. De portier wist zijn door ervaring gelooid pokerface gaaf te bewaren, maar de vestiairejuffrouw hing verlekkerd te kijken, als een pyromaan, die het paleis op de Dam ziet afbranden.
 
- Het café heette Bij Koos, maar werd in de buurt de vuilnisbak genoemd, omdat er uitsluitend op dood spoor geraakte mannen en een paar oude publieke vrouwen kwamen drinken. Als je een glas voor je had, moest je er goed op letten, want zodra je even je hoofd omdraaide, dronk iemand het leeg - dat was een gewoonte van het huis.
 
- Ik was zestien en lid van de Jongeren Vredes Actie, een puur verbond dat door het houden van optochten en het uitdelen van strooibiljetten het militarisme wilde uitroeien, een goed doel, dat niet werd bereikt.
 
- Joodse humor, is, geloof ik, het geheimzinnig vermogen te glimlachen om de vreselijkste dingen.
 
- In de lunchroom at ik een kroketje.
 Het was een vies kroketje, dat smaakte of het in 1912 was toebereid met de uitwerpselen van een miereneter, door iemand die de mensheid niet graag lijden mocht.
 
- Toen ik 's ochtends de gordijnen van de slaapkamer opzijschoof, grijnsde de dag tegen me als een ongeschoren kindermoordenaar.
 
- En het hondje leek mij het gevolg van een liaison tussen een Duitse herder en een tuinslang.
 
- Toen doorschoot hem plotseling een vreselijke drift en met alle zeggingskracht die in zijn lang lichaam huisde begon hij te keffen, venijnig, zoals kleine vrouwtjes grote bootwerkers de huid vol schelden als ze met een borreltje te veel op thuiskomen.
 
- Schoonheid corrumpeert. Ik vertel liever mijn onzin aan een mooie jonge juffrouw dan aan een lelijke ouwe vent. Wie dit verwerpt heeft gelijk maar is toch een leugenaar.
 
Een vrouw vraagt aan de schrijver om een auto te duwen:
- "Kees, deze meneer wil wel even," zei de vrouw.
 "Hij is van de televisie."
 "Ik had liever dat-ie van een garage was," vond Kees, een breedgeschouderd man-dier, waartegen feministen zo bewogen waarschuwen.
 
- "Poeh - ouwe reus," riep hij. Nu pas merkte ik dat hij zeer dronken was. Al vroeg, want de klok wees pas tien voor half een. In een ouderwets proces-verbaal zou zijn typering "een als heer gekleed persoon" luiden. Alleen zijn wangen waren daarmee in strijd, want ze vertoonden de nog net niet tot baard gerezen vorm van ongeschorenheid die Arafat al jaren precies op maat weet te houden.  
 
- Want een beschonkene is, als hij zich niet tussen soortgenoten beweegt, een melaatse die gemeden wordt omdat de gezonden hem vrezen.
 
- We waren Romeo en Julia, zij het op z'n Hollands. Daarom beëindigden we, na twee jaar, niet ons leven maar onze verloving.
 
- Tegenwoordig behoort een minnares tot het gewone levensmiddelenpakket van de modale werknemer, maar in die dagen werd nog vrij algemeen aangenomen dat er een moraal bestond.
 
Een man vertelt over zijn leven:
- " ... Die bezetting heeft eigenlijk ons huwelijk gemáákt. En de hongerwinter aan het slot was het eindexamen. Want honger bracht niet je aardigste karaktereigenschappen naar boven. - Niets menselijks is mij vreemd, is dat geen uitspraak van Jezus?" 
 "Ik ben niet zo bijbelvast," antwoordde ik.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 6 oktober 2024

Carolijn Visser: Oom Brian de pitbullwerper

Carolijn Visser: Oom Brian de pitbullwerper (Nederland, 2009): 271 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
In "Oom Brian de pitbullwerper" zijn korte verhalen gebundeld van Carolijn Visser, die eerder verschenen zijn in de NRC en in andere bladen, maar nooit eerder in boekvorm. De verhalen geven tezamen een aardig beeld van Carolijns reizen en de mensen die ze onderweg heeft ontmoet. Niet het boek van Carolijn om mee te beginnen, maar een must voor iedere liefhebber van haar werk.
 
Citaten:
- In 1981, toen ik in mijn eentje door China trok, sprak ik geen woord Chinees. Ik was als een blinde die op de tast de weg moest vinden. In elke stad was maar één hotel dat buitenlanders mocht toelaten. En dan nog: de receptionist zei altijd dat het vol was, ook al logeerde er geen enkele gast. Ze wilden niet lastiggevallen worden en bovendien waren ze erop ingesteld groepen te ontvangen. Aan alleenreizenden hadden ze een broertje dood. Het kon uren duren voordat er eindelijk iemand voor me uit sjokte naar een kamer die in de meeste gevallen op een gevangeniscel leek. Eén keer trof ik een tot de rand gevulde po aan onder mijn bed. Toen ik een personeelslid daarop wees zei ze: "Daar ga ik niet over."

- Toen ik meer geld kon uitgeven zorgde ik ervoor dat mijn kamer altijd wel een raam had. En, vreemd genoeg, al snel was dat niet genoeg. Dat raam moest een uitzicht hebben, over glooiende velden, een straat, een interessante buurt of over een turkoois gekleurde zee. Steeds meer eisen ging ik stellen. Ik wilde een badkamer bij de hand, een restaurant in de buurt, vriendelijk personeel.

- "Tegenwoordig wonen veel  Australische mannen overdag in de garage," legde mijn echtgenoot uit. Vroeger brachten ze vrijwel al hun vrije tijd in de pub door, maar sinds de politie automobilisten streng op alcohol controleert, kunnen ze daar moeilijk komen, er is niet altijd een pub dicht in de buurt. De garage is een redelijk alternatief. Bezoekende vrienden lopen direct door, ze weten waar ze hun mate kunnen vinden. Tot opluchting van de vrouw des huizes, want die heeft liever geen manvolk over de vloer. De strijd der seksen wordt in Australië nog steeds met veel vuur gestreden.

- Toen ik terugkeerde naar de bokstent heerste daar een merkwaardige stilte. Naast de Kenworth trof ik Wayne op een veldbed met een vrijwel onherkenbaar gezicht en lippen die niet meer wilden sluiten. Michael en vier Aboriginals keken moederlijk op hem neer. "Hij wilde het zelf," pleitten ze zichzelf vrij. "We konden hem niet tegenhouden." "Heb je al je tanden nog?" vroeg ik. Braaf opende Wayne zijn mond. "Die andere kerel was veertig kilo zwaarder en twintig jaar jonger," probeerde hij zijn eer te redden. "Waarom heb je het dan in hemelsnaam gedaan?" wilde ik weten. "Ik kon niet anders," bracht Wayne met moeite uit, blikken werpend naar de mannen om ons heen. Toen begreep ik het. Hij was het verplicht geweest aan zijn stam.

- Sinds zijn laatste mededeling is het gezicht van Da Wei verstard. Als bevroren kijkt hij naar buiten. "Mijn moeder ..." mompelt hij, zoekend naar de juiste Engelse woorden, "mijn moeder was oogarts. Op een dag tijdens de Culturele Revolutie kwam een groep middelbare scholieren naar ons huis. Klasgenoten van mijn zus. Ze namen mijn moeder mee en sloegen haar dood."
 "Wat?" reageer ik geschokt.
 "Ze sloegen haar dood," herhaalt Da Wei toonloos.
 "Klasgenoten van je zus?"
 Hij knikt.
 "En kom je die nog wel eens tegen?"
 Hij knikt weer. "Soms."
 "En wat zeg je dan tegen hen?"
 "Niet veel."

Als Carolijn een keer denkt dat ze haar Chinese gastvrouw tot last is geweest, denkt ze aan de keren dat ze zelf bezoek had:
- En wat te denken van het stel dat een paar weken bij mij op de grond sliep in de tijd dat ik slechts één kamer tot mijn beschikking had? Zodra het licht uitging klonk er een vreselijk gesmak, geslurp en gesabbel op van de matras naast mijn bed. Het leek alsof ze een schaap geroosterd hadden en dat met een hongerig gezelschap aan het verslinden waren. Elke nacht weer! Zelfs als ik luidruchtig langs hen naar de wc stampte, werd het niet rustig.

- Tegenwoordig hebben logés digitale foto- en filmcamera's bij zich, mobiele telefoons, blackberry's, iPods en usb-sticks. Alles moet voortdurend geladen, gedownload en ingelogd worden. Iedereen is steeds zijn codes kwijt, gebruiksaanwijzingen zijn thuis blijven liggen, aansluitingen passen niet. De gastvrouw weet vast de oplossing wel!

- De eerste keer dat ik China bezocht was in 1981, toen vrijwel alle Chinezen nog in blauwe of groene maopakken waren gekleed. Ik sprak geen woord Chinees, ik kon geen enkel karakter lezen en voelde me een blinde die op de tast de weg moest vinden in dat land.
 Elk restaurant was staatseigendom in die tijd, en leek meer op een kantine. Ze waren maar een paar uur per dag geopend en altijd overvol. De enige manier om aan de beurt te komen was om je op te stellen achter een gelukkige die al zat te schranzen. Je ademde in de nek van iemand die rustig zijn noedels met stokjes naar binnen werkte, zijn bier dronk, boerde, of een wind liet. Als je eindelijk kon plaatsnemen was het wiebelige krukje nog warm en moest je eerst wachten tot het slagveld van afgekloven botjes en vette kringen was op geruimd.

- Na zijn opleiding hoopt Faeng voor een internationale ontwikkelingsorganisatie te gaan werken. "En je nicht heeft gezegd dat ze na hun pensionering misschien wel in Laos willen komen wonen," zegt Faeng. "Ja," zeg ik, "dat is het plan." Ik kan mijn ogen niet afhouden van de maanverlichte rivier en zeg: "Dat vind ik nou het mooie van deze geglobaliseerde tijd waarin we leven." Faeng denkt dat ik het internet bedoel, of het mobiele telefoonverkeer, maar ik dacht aan de bijzondere band die zomaar kan groeien tussen twee Amsterdamse vrouwen en een ex-monnik aan de oever van de Mekong.

- De oude, spichtige kokkin lijkt meerdere armen te hebben, als een hindoeïstische godin. In razende vaart heeft ze oranje gekleurde kruidenpasta en garnalen aangebakken. Nu strooit ze noedels in haar grote wok en mikt er een plens donkere saus achteraan, het vuur draait ze op tot verzengende hoogte. Twee eieren vliegen door de lucht, de schalen breken op de rand, de inhoud belandt midden in het gerecht. Taugé, lenteuitjes en drie scheuten van het een of ander volgen. Een assistente staat al klaar met een plastic bord, op de bodem ligt een stuk bananenblad gevlijd. Dan barst een regenbui los, druppels roffelen op het zinken dak. De kokkin hoort niets, ziet niets, is alweer halverwege de volgende bestelling.

- Meer dan twintig jaar hadden we elkaar niet gesproken, maar in nog geen seconde had Google haar voor me opgespoord. Deense Susan. In het midden van de jaren zeventig maakten we een reis van zes maanden door de Verenigde Staten. "Ik moet binnenkort in Amsterdam zijn," mailt ze terug. Op het moment dat ze mijn woonkamer binnenstapt, zijn we weer twintig en on the road. De hele middag zitten we gebogen over een kaart van Amerika. Op Long Island logeerden we bij een tante van Susan, in Connecticut bij een neef. "Jij had overal familie," zeg ik. "En oom Henry dan?" vraagt ze. God ja, oom Henry.

- Ik had eerder overwogen ergens anders te gaan logeren nadat een van de meisjes verteld had over een gewapende overval op de hotelgasten kortgeleden, alleen moest ik dan eerst betalen en ik was weliswaar met honderden dollars op zak naar Puerto Cabezas gekomen, maar daar was vrijwel niets meer van over. Mensen die ik kende uit de tijd dat ik hier woonde hadden mij geld gevraagd voor medicijnen, medische behandelingen, een opleiding, en schooluniformpjes voor hun kinderen. In het Nicaraguaanse stadje was geen pinautomaat.

- Ik ken Kenny uit de tijd dat hij in een krot woonde en in een uitgeholde boomstam de zee op ging om te vissen. Op een dag vond hij een kist cocaïne. Dat komt vaak voor aan deze kust: straatarme Miskito-indianen vissen regelmatig een hoeveelheid drugs op uit zee die ze voor honderd- of tweehonderdduizend dollar aan een handelaar kunnen verkopen. Het bijzonderste van de hele zaak is dat het Miskito's lukt zo'n bedrag in een maand te verbrassen. Weken achter elkaar wordt er gedronken, gefeest en gewinkeld. Daarna gaat iedereen weer vissen met z'n kayuko en water halen bij de put alsof er niets is gebeurd. Maar Kenny heeft een sloep met een motor aan het avontuur overgehouden. En een huis van cement.

- Café Coca Cola is voor mij een vertrouwde huiskamer in den vreemde. Het zijn meest mannen die hier komen, maar als vrouw word ik buitengewoon beleefd bejegend. Het is señora voor, señora na. Hoeden worden gelicht. Als, zoals dat wel eens gaat, de vraag zich opdringt: waarom leeft een mens? kan ik die in Coca Cola moeiteloos beantwoorden: om hier koffie te drinken. Desgewenst kan daarna de tijd gerekt worden tot de soep van de dag gereed is.

- Ze had verteld over de vorige winter, toen een storm het ijs op de Oostzee in stukken had geslagen en de veerpont niet meer uit kon varen. Twee jonge Russische vertegenwoordigers zaten voor onbepaalde tijd op het eiland gevangen. Nadat ze onderdak hadden gevonden en drank hadden ingeslagen kwamen ze in het restaurant informeren of er meisjes op het eiland waren. "Dat soort meisjes komt van het vasteland en is hier alleen in de zomer," had de serveerster geantwoord. "Maar we hebben geld," drongen de mannen aan. "Geld heeft op dit eiland geen enkele waarde," had de serveerster het gesprek besloten.

- Later, bij een biertje naast de aalbesstruiken, hebben we het over het begin, toen hij Ests ging leren in Tartu, de universiteitsstad in het zuiden. "Het lukte mij anders niet informatie te verzamelen voor mijn onderzoek, vrijwel geen enkele Est sprak Engels in die tijd. Het lokaal waar ik les kreeg was onverwarmd, daar was geen geld voor. We zaten met onze jassen aan rond een oliekachel." Met bevriende Estse studenten ging hij soms iets drinken in de bierkelder van Tartu. "Je kon er knoflookbrood en schnitzel bij krijgen, dan had je het wel gehad." Onvoorstelbaar karig was alles in Estland in die tijd, toch zijn het herinneringen van niet meer dan anderhalf decennium terug.

Over Zeeland:
- De moderne tijd tijd dient zich aan met een kracht die sterker lijkt dan het water ooit is geweest.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 17 maart 2024

I.E. Babel: Verhalen

I.E. Babel: Verhalen (Rusland, 1913-1938): 505 blz: Vertaald door Froukje Slofstra (2013): Uitgeverij van Oorschot, serie de Russische bibliotheek
 

 
Ik las de verzamelde verhalen van Isaak Babel eerder in zijn geheel in januari 2017. Toen was ik erg enthousiast, maar schreef ik een wel heel kort stukje. Ze stonden al een tijdje op mijn lijst met te herlezen boeken. Nu ben ik bij het herlezen gestopt bij bladzijde 285. Niet omdat de verhalen niet mooi zijn, maar wel omdat de vele gewelddaden die in de verhalen beschreven worden mij tegen begonnen te staan. 
 
Het verhaal "De sjabbes-nachmoe" vind ik het mooiste verhaal uit het boek. Het verhaal telt slechts 7 bladzijden. De verhalen van Babel zijn trouwens allemaal erg kort. De meeste verhalen zijn slechts 2 of 3 bladzijden en het langste verhaal dat ik nu heb gelezen beslaat slechts 10 bladzijden. Babel schreef geen woord teveel. Ik haal dit boek af van mijn lijst met mijn favoriete boeken, maar ik raad het andere lezers toch van harte aan, als ze tenminste tegen het geweld kunnen. De vertaling door Froukje Slofstra leest erg prettig.
 
Collegablogster Bettina heeft een mooi stuk geschreven over "De rode ruiterij" een serie verhalen die op blz 203 tot 332 van dit volledig werk staan.

Babel heeft niet heel veel gepubliceerd, dit ene deel van de Russische bibliotheek bevat alle verhalen die van hem bekend zijn. Waarschijnlijk is er door de Russische geheime dienst nog wel het een en ander aan verhalen vernietigd na zijn arrestatie.

Wat Bettina schrijft over "De rode ruiterij" geldt zonder meer voor heel deze bundel. De verhalen zijn geschreven door een soldaat in dienst van het Rode leger en in strijd met de Witten (= de niet bolsjewieken). Veel wordt verteld over het geweld dat een oorlog nu eenmaal met zich mee brengt, afgehakte ledematen, kogelwonden, dode paarden, maar ook prachtige natuurbeschrijvingen.
 
Citaten:
- Hoewel ons stadje niet groot is, de inwoners snel geteld zijn en Sjloime het stadje zestig jaar niet had verlaten, had haast niemand kunnen zeggen wie Sjloime was of wat voor man hij was. Gewoon omdat hij was vergeten, zoals je een nutteloos, onopvallend ding vergeet. Zo'n ding was de oude Sjloime. ...

- Er was koude gefilte fisj met mierikswortel (een gerecht waarvoor je het jodendom aan zou nemen) ...

- Mensen die in een bibliotheek werken staan in nauw contact met het boek en het weerspiegelde leven en zijn zelf als het ware een afspiegeling van levende, echte mensen geworden.

- De verslaggever luistert naar de bediende vol verschrikt onbegrip en vraagt zich af hoe je met zo iemand omgaat. Geef je hem een stuiver als je weggaat, dan beledig je hem misschien - het is een kunstenaar. Geef je hem niets, dan kan hij ook beledigd zijn, het is tenslotte een bediende.

- Onder de stoelen glimmen de zwarte laarzen. Het is algemeen bekend dat een werkeloze, die beschikt over vrije tijd en het restant van zijn ontslagvergoeding, 's ochtends vlijtig op zijn laarzen spuugt om zichzelf de illusie van een bezigheid te geven.

- Zijn neusgaten sperden zich open als de blaasbalg van de smid.

- Haar hoge borsten leken twee strakgespannen zakjes vol graan.

Uit het prachtige verhaal de sjabbes-nachmoe:
- Om te beginnen at Hersjele gehakte lever met gesnipperde uitjes, overgoten met geklaarde reuzel. Daarna dronk hij een glaasje uitgelezen wodka (in de wodka dreven sinaasappelschillen). Vervolgens at hij vis, waarbij hij de zachte aardappelen door de geurige bouillon prakte en een half potje rode mierikswortel op de rand van zijn bord goot - de soort mierikswortel die vijf Poolse edellieden met kuiven en kaftans aan het huilen zou brengen.
 Na de vis deed Hersjele de kip alle eer aan en slurpte hij van de hete soep, waar vetoogjes op dreven. De vareniki, zwemmend in gesmolten boter, sprongen in Hersjeles mond als hazen die wegspringen voor de jager. Wat er met de taart gebeurde behoeft geen toelichting - wat kon ermee gebeuren, in aanmerking genomen dat Hersjele soms een jaar lang geen taart onder ogen kreeg ...?

- Er was eens een vrouw, Ksenia heette ze. Dikke boezem, ronde schouders, blauwe ogen. Zo'n vrouw was het. Hadden u en ik er maar zo een!

- De voering van een zware beurs is van tranen genaaid.

- Een man die dorst naar een antwoord moet zich wapenen met geduld.

- Ondertussen zwalkte het ongeluk onder de ramen rond, als een bedelaar in de ochtendschemering.

- Ze droegen zwarte geklede jassen met zijden revers en nieuwe laarzen die piepten als biggetjes in een zak.

- De oude man dronk een wodka uit de emaillen theeketel en at zijn vleesrolletjes, die geurden als gelukkige kinderjaren.

- Naast haar zaten zwangere vrouwen; stapels linnengoed gleden over haar machtige gespreide knieën; de zwangere vrouwen zogen zich vol met kletspraatjes, zoals een koeie-uier zich in het weiland vult met de roze melk van de lente ...

- Zoals elke doorgewinterde en oververmoeide ambtenaar verstaat hij de kunst in de lege minuten van het bestaan zijn hersenactiviteit volledig stil te leggen.

- De avond wikkelde me in de verfrissende vochtigheid van haar schemerige lakens, de avond legde haar moederlijke handpalmen tegen mijn gloeiende voorhoofd.

- "De waarheid kriebelt in ieders neusgaten," zei Soerovkov toen ik klaar was, "alleen: hoe sleep je haar tevoorschijn uit de hoop? Maar hij pikt haar er meteen uit, zoals een kip een maïskorrel."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 29 oktober 2023

A.L.Snijders: De mol en andere dierenzkv's

A.L.Snijders: De mol en andere dierenzkv's (Nederland, 2009): 64 blz: Uitgeverij AFdH
 

 
Bij het schrijven van een boekbespreking gaat het meestal uitsluitend over de inhoud en niet zozeer over de vorm van een boek. Vandaag zal ik het ook over de vorm hebben van "De mol ...".  

Zoals altijd bij A.L. Snijders zijn de 34 zkv's (zeer korte verhalen) in dit boekje zeer aangenaam om te lezen. We lezen over de natuur. Er komen kippen, vossen, uilen, hazen, varkens en zelfs een bunzing voorbij.

Maar "De mol ..." is behalve dat het een boekje is met mooie verhalen, ook prachtig uitgegeven. Mijn exemplaar is een hardcover met daarin 14 prachtige inkttekeningen van Jan M. Verburg. Bovendien zit achterin het boekje een cd waarop alle 34 verhalen van het boek worden voorgelezen door de schrijver met een stem die veel lijkt op die van Hans Dorrestijn. Ik ben niet van de luisterboeken, maar hier heb ik met veel plezier naar geluisterd. De vormgeving van het boekje is ook prachtig.

Kortom, "De mol ..." is een prachtig kleinood voor mijn bibliotheek.
 
Voor de afwisseling citeer ik het stukje "Vos" in zijn geheel:
 
Vos
 
Hoewel ik in de jaren '60 studeerde bij Hellinga, de grootste Reinaert-kenner ooit, had ik nog nooit een vos in het wild gezien. (Omdat ik in de jaren '60 studeerde bij Hellinga, de grootste Reinaert-kenner ooit, had ik nog nooit een vos in het wild gezien.)
 
Nu heb ik in korte tijd twee vossen gezien. De eerste was een vaal scharminkel bij ons in de tuin. Ik stond voor het raam, hij liep kalm voorbij op twee meter afstand. Ik kraaide van opwinding en riep met hoge stem: "Een vos, een vos". Ik wist weliswaar dattie er zijn moest - een paar weken eerder waren er immers drie kippen vermoord en een haan verminkt - maar zien is iets anders dan weten. Enige tijd later zag ik 's morgens vanuit mijn slaapkamerraam aan de bosrand een fraai exemplaar met een grote staart rustig heen & weer lopen, neus langs de grond, op zoek naar muizen. Toen ik even later naar hem toeliep, met de honden (één los, één aan de lijn), zag hij  mij. Hij liep niet weg, hij ging zitten en keek naar ons, de oren gespitst. Bij de afstand die zijn natuur dicteerde, draaide hij zich om en liep langzaam naar de rand van het maïsveld. Daar ging hij achter de eerste rij zitten, duidelijk zichtbaar. Toen pas begreep ik waarom hij een hoofdfiguur in de wereldliteratuur is geworden.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 28 augustus 2023

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 2

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 2 (Rusland, 1885-1886): 570 blz: Vertaald door Tom Eekman & Aai Prins & Anne Stoffel (2005): Uitgeverij Van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
 

 
Hoe vaker ik de verhalen van Tsjechov lees, hoe meer ik besef dat Tsjechov mijn absoluut favoriete schrijver is, in ieder geval de schrijver die ik het liefste lees.
 
Ik heb in 2017 een stukje geschreven over de 5 delen verzameld werken van Tsjechov in zijn geheel. Iets meer dan een jaar geleden heb ik een stukje geschreven over de 30 beste verhalen van Tsjechov, vertaald door Hans Boland. Afgelopen mei heb ik een stukje geschreven over de verzamelde werken: deel 1 en nog een apart stukje over "Drama op de jacht", de enige roman die Tsjechov heeft geschreven, die ook in deel 1 staat. 

Als je de verhalen van Tsjechov wilt lezen, dan zou ik aanraden om te gaan voor de volledige editie van de Russische bibliotheek in 5 delen verzameld werk en dan gewoon beginnen met deel 1. De verhalen in de daarop volgende delen worden steeds beter en zo kun je mooi het schrijverschap van Tsjechov volgen. Maar onafhankelijk van wie de verhalen van Tsjechov vertaald heeft, ze behoren altijd tot het mooiste wat er in het Nederlands aan verhalen is gepubliceerd!
 
Citaten:
Uit het verhaal "Datsjabewoners":
- Bij het zien van de oom en zijn familie schrokken de echtelieden zich een ongeluk. Terwijl oom praatte en hem begroette zag Sasja al een heel tafereel voor zich: zijn vrouw en hij zouden de gasten hun drie kamers afstaan, kussens, beddegoed, de balyk, de sardientjes en de kvassoep zouden in één seconde verorberd worden, de neefjes zouden de bloemen plukken, de inktpot omgooien, lawaai schoppen, en tante zou dagenlang over haar ziekte praten (lintworm en pijn in haar zij) en over het feit dat zij een geboren barones von Fintich was ...

Een jager:
- Wat jagen aangaat kan geen mens aan mij tippen ... En dat ik terugschrik voor jullie boerenbezigheden, dat is niet uit verwendheid, niet uit trots. Weet je, ik heb vanaf mijn vroegste jeugd niets anders gekend dan geweren en honden. Neem je m'n geweer af, dan pak ik een hengel, neem je mijn hengel af, dan jaag ik met mijn handen. En ik heb ook in paarden gehandeld, ik stroopte de markten af als ik geld had, en je weet zelf, als een boer eenmaal een jager of een paardenman is geworden, zeg dan maar dag tegen de ploeg. Als de vrije geest er eenmaal in zit, dan is die er niet meer uit te branden.

- Kamysjev eet en zit zoals gewoonlijk te leuteren:
 "De dood!" zegt hij, de tranen wegvegend die te voorschijn zijn gekomen na een rijkelijk met mosterd besmeerd stuk ham. "Oef! Een klap tegen mijn hoofd en al mijn gewrichten. Dat heb je niet met uw Franse mosterd, al eet je de hele pot leeg."
 "De een houdt van Franse, de ander van Russische ..." verklaart Champougne lankmoedig.
 "Niemand houdt van Franse, alleen de Fransen. En een Fransman eet alles wat je hem voorzet: kikkers, ratten, kakkerlakken ... brr! U vindt bijvoorbeeld die ham niet lekker, omdat die Russisch is, maar geef u gebraden glas en zeg dat het Frans is, en u begint te smikkelen ... Alles wat Russisch is, vindt u vies."

- Wat is dat toch voor duivel in de Rus, denk ik! Zolang je vrij bent en studeert, of zelfs als je werkeloos rondhangt, kun je een glas met hem drinken, hem zelfs op de buik kloppen en met zijn dochter aanpappen, maar zodra je in een ook maar enigszins ondergeschikte verhouding tot hem komt, weet dan je plaats ...

- "Ja ..." vervolgde oom. "Bemin, trouw ... doe domme dingen. Domme dingen zijn veel vitaler en gezonder dan onze inspanningen en jacht op een zinvol leven."

- Sofja Petrovna vertelde later dat er in haar binnenste "een chaos heerste die zich even moeilijk liet ontwarren als een snelle zwerm mussen te tellen is."

- De dromende schilder krijgt de behoefte zijn verwachtingen en dromen met iemand te delen. Hij loopt de trap af naar de keuken, waar in de walmen van de samowar de dikke weduwe en Katja bij de donkere kachel in de weer zijn. Hij gaat naast een grote pot op een bankje zitten en steekt van wal: "Het is goed een kunstenaar te zijn! Ik ga waarheen ik wil; ik doe wat ik wil. Ik hoef niet op kantoor te zitten, het land niet te ploegen ... Ik heb geen baas, geen meerderen ... Ik ben mijn eigen meerdere. En buiten dat ben ik de mensheid van nut!"

- Drank maakt de mens goedmoediger en verzoent hem met de zonde ...

- Op een prachtige ochtend werd collegeassessor Kirill Ivanovitsj Vavilonov begraven na te zijn overleden aan twee heden ten dage in ons vaderland zo wijdverbreide ziekten: een kwaadaardige echtgenote en drankzucht.

- "... Hebt u ergens gestudeerd, mevrouw?"
 "Ja, in Novotsjerkassk, op het Don-instituut."
 "Maar echte colleges hebt u niet gelopen? Dan weet u dus niet wat wetenschap is. Alle wetenschappen die er op de wereld zijn hebben maar één en hetzelfde paspoort, zonder dat paspoort beschouwen ze zich als ondenkbaar: het streven naar waarheid! Elke wetenschap, zelfs iets als farmacognosie, heeft niet het nut als doel, niet het gerief in het leven, maar de waarheid. ..."
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 3 van de verzamelde werken.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 8 juni 2023

A.L. Snijders: Tat Tvam Asi

A.L. Snijders: Tat Tvam Asi (Nederland, 2021): 636 blz: Uitgeverij AFDH
 

 
A.L Snijders behoeft bij de meeste lezers geen introductie meer. Hij is de laatste 10 jaar met zijn zeer korte verhalen (ZKV's) wereldberoemd geworden binnen Nederland. 
 
A.L. Snijders schreef het liefst korte verhaaltjes over kleine voorvallen uit zijn eigen leven. Ontmoetingen met mensen, verhalen over de boerderij in de Achterhoek waar hij woonde, verhalen uit zijn jeugd. Dit alles wisselt hij op een speelse manier af met citaten die hij haalt uit het werk van andere schrijvers en dichters. Hij lijkt een liefde te hebben voor de Chinese poëzie en in "Tat Tvam Asi" citeert hij een aantal keren uit de dagboeken van de Franse schrijver Jules Renard.
 
Als ik de tekenaars/schrijvers van graphic novels Aimée de Jongh en Barbara Stok even buiten beschouwing laat, dan is er geen enkele andere Nederlandstalige schrijver die ik zo graag lees als A.L. Snijders. Als ik ieder jaar één bundel van hem lees, kan ik nog wel een tijdje vooruit.
 
Citaten:
- Ik zeg dat er niets droeviger is dan een boekenkast waarin alle boeken gelezen zijn.

- De oude Grieken hebben tegenwoordig groot gezag, in tegenstelling tot de moderne Grieken, die bij ons in Noord-Europa alleen op hoon kunnen rekenen.

- Wie je werkelijk was, staat geschreven in de levens van anderen.

- Het gedicht waar hij altijd om moet lachen, heeft geen titel, maar dat is niet storend, het lachen lijdt er niet onder.
 Toen er nog geen auto's waren
 en geen brommers, we geen
 radio hadden en geen tv,
 toen waren we ook niet gelukkig.

- Toeval brengt de mensen samen;
 een goede reden haalt ze weer uiteen!

- Dat er in Rotterdam honderdtachtig talen worden gesproken maakt me gelukkig. Dat jonge meisjes bij de betaalautomaat wachten, maakt me nog gelukkiger.

- Ik zou het zonder woorden willen zeggen, maar dat lukt me niet, ik kan niets zonder woorden zeggen.

- Waarom zou iemand die door het lot getroffen is getroost worden door iemand die zwaarder getroffen is?

- Had hij maar een kat of een hond gehad, geheimzinnige dieren die de illusie voeden dat ze van ons afhankelijk zijn, dat wij ze begrijpen, dat ze van ons houden.

- ... ik kom uit een gezin waarin het geloof nooit ter sprake kwam. Zoals we ook nooit spraken over de permafrost in Siberië of over de sjah van Perzië. We praatten over de Kindertotenlieder, want mijn vader ging elke week naar het Concertgebouw.

- Een schrijver van korte verhalen heeft de plicht het leven samen te vatten, te concentreren en een vorm te vinden voor de meest bondige uitdrukking van de essentie, zoals een wiskundige formule; aan de lezer wordt overgelaten dit extract met zijn geestelijk vocht aan te lengen, volgens zijn eigen smaak, kennis, mogelijkheden, zoals het de consument is en niet de producent die de whisky met soda aanlengt en de koffie met melk.

- Kunst ontstaat wanneer iets uit zijn context wordt gehaald en in een andere context wordt neergezet.

- Als ik in Frankrijk ben, begrijp ik alleen wat de Fransman zegt als hij de vertaling er in het Nederlands bij doet.

- We kiezen voor geluk omwille van het geluk zelf, en nooit met het oog op een verder doel; terwijl we voor eer, genot en intellect kiezen omdat we geloven dat we daardoor gelukkig gemaakt zullen worden.

- Gisteren zat ik na een lange wandeling in een stil en onbekend bos op een laag, verwaarloosd bankje. Mijn vrouw zat naast me, wat de situatie aanzienlijk verbeterde.

- Ze begreep het niet, maar vond het mooi. Ik hoefde het gelukkig niet verder uit te leggen.

- De vader van mijn moeder, mijn grootvader, hield van alcoholische dranken. De slijter bezocht hem elke zaterdag met een nieuwe lading. In de gang hing een gedicht:
 Diogenes de wijze
 die woonde in een vat.
 Daaruit kan men bewijzen,
 dat wijsheid schuilt in het nat.

Een kwatrijn van Francois Villon (geboren in 1431):
 Ik ben Francois, wiens naam zo bont is.
 Parijs, dat mijn geboortegrond is, 
 hangt mij straks aan een touw dat rond is,
 zo leert mijn kop hoe zwaar mijn kont is.

- Toevallig hoorde ik in diezelfde tijd dat Napoleon alleen maar kip at, hem opgediend door mensen kleiner dan hij.

Jules Renard die 6 maart 1894 in zijn dagboek schreef:
 Als ik ongelukkig was zou ik anarchist zijn. Maar ik heb niets te klagen. Hoe zou ik tegelijkertijd anarchist en tevreden kunnen zijn?

- Kwetsbare boeken moeten niet met stoffen handschoentjes worden aangeraakt! De kans dat je het papier beschadigt is dan veel groter. Handen wassen volstaat. De tactiele gevoeligheid is met handschoentjes aan een stuk minder.

- Omdat aan mij te zien is dat ik niet graag uit mezelf met vreemden praat, word ik vaak door vreemden aangesproken.

Ik lees wat Jules Renard 22 september 1895 heeft geschreven:
- Alleen het schrijven van kleine dingetjes als kunstenaar, vind ik prettig, maar ik waag me niet aan boeken die nauwkeurigheid vereisen, biografieën en kritieken. Van romans heb ik een afkeer, van poëzie word ik moe.

Ik lees even in het dagboek van Jules Renard, eind 19e eeuw:
- Alles dient te worden uitgesproken: Werken geeft een wat stompzinnig gevoel van voldoening. Luiheid gaat gepaard met een toestand van onbehagen die niet banaal is, en waaraan de geest misschien zijn subtielste vondsten dankt.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

donderdag 29 september 2022

A.L. Snijders: De taal is een hond

A.L. Snijders: De taal is een hond (Nederland, 2008): 283 blz: Uitgeverij Thomas Rap
 

 
Net zoals in de bundel "Ik leef aan de rand van de wereld" die ik kortgeleden van Snijders las, gaat het ook in "De taal is een hond" over alledaagse dingen en gebeurtenissen in het leven van de schrijver. Dit wordt opgeschreven in een trefzekere stijl waarbij regelmatig geciteerd wordt uit het werk van andere schrijvers. De verhalen in dit boek zijn nooit lang, hooguit 5 of 6 bladzijden. Wat mij ook erg bevalt is dat de verhalen vaak worden gevolgd (soms voorafgegaan) door brieven aan een zekere heer Van der Moer, die blijkbaar zijn hoofdredacteur is. De verhalen in "De taal is een hond" zijn geschreven tussen februari 1992 en september 1996.
 
Citaten:
- En ik houd van schrijven, echt lekker ouderwets schrijven, bedoel ik, met een pen op wit papier, aan een kleine tafel voor een raam - en daarbuiten vetbolletjes en pindanetjes voor de rumoerige mezen. Als ik even niet verder kan, kijk ik naar ze, en verwonder me erover dat de kleine pimpelmees het in the struggle for life soms wint van de grote en brutale koolmees. (Voor de volledigheid: glazig staren naar een beeldscherm, weerstandsloze toetsen bevingeren, je gedachten op een floppy, dat is natuurlijk geen schrijven.)
 
- Toen ik op school zat, las ik in boeken. En wat ik gelezen had, zette ik op een papiertje. Een proefwerk. Als de meester vond dat het voldoende was, gaf hij me een voldoende. Toen ik studeerde, las ik in boeken. En wat ik gelezen had, vertelde ik aan een professor. Een tentamen. Als die man vond dat het voldoende was, gat hij me een voldoende. Nu ik leraar ben, lees ik in boeken. En wat ik lees, vertel ik aan mijn leerlingen. Die zetten het op papier. Een proefwerk. Als ik vind dat het voldoende is, geef ik ze een voldoende. Mijn leven bestaat uit boeken en papier. Ik verteer papier in mijn boekmaag, en ik braak kennis uit. Daarvoor ontvang ik geld. Dat is mijn leven.
 
- Horizontale voorgeleiding is een politieterm die leerlingen soms gebruiken om mij te treiteren. Eerst sla je een verdachte plat, daarna draag je hem met zijn tweeën het bureau binnen. Ik weet niet of het vaak voorkomt, ik weet niets van de politie, en ik kan er ook niet achter komen want mijn collega's beschouwen me als een kind, praten sussend tegen me, leggen hun hand op mijn schouder, schudden hun politiehoofden en zeggen vriendelijk: Laat dat nou maar aan ons over, hou jij je nou maar bezig met de d'tjes en de t'tjes. (Ze spreken nooit over taal, alleen over d'tjes en t'tjes.)

- Jaren geleden moest ik van de school een Turks meisje bijspijkeren, zes uur per week. Na een tijdje kende ze enige spellingsregels. Ze wist dat in "moeder heeft boontjes gedop ..." een t moest worden ingevuld, volgens de regels van 't kofschip. 
 Maar ze wist niet wat moeder deed, wat was dat, boontjes doppen?
 
- Ik tel onder mijn vrienden en kennissen natuurlijk veel neerlandici. En ik ben banger voor hen dan voor gewone mensen, want de een weet meer van grammatica dan ik, de ander begrijpt meer van de literatuur, een derde is deskundiger op het terrein van de stijl, terwijl de vierde gespecialiseerd is in metaforen. En tel je ze bij elkaar, dan vormen ze een reus van kennis en smaak die op mij neerkijkt.
 
- In 1990 heb ik een opmerking van Scelsi opgeschreven: "Toelichtingen bij muziek zijn vervelend. Men moet luisteren en na afloop klappen of fluiten."

- Ik hoop natuurlijk dat U mij handhaaft als stukjesschrijver bij Uw krant, want de wekelijkse discipline stimuleert me en het geld kan ik ook goed gebruiken. (Mijn vijf kinderen mogen er één voor één hun rijbewijs van halen.)

- Die ochtend heb ik nu en dan zachtjes in de klas zitten grienen, op een voor mij kenmerkende manier: niemand mocht het zien. Pas veel later heb ik gehoord dat een man best in het openbaar mag huilen, dat het je zelfs siert als je dat kunt, maar voor mij kwam deze culturele koerswijziging te laat, ik verberg mijn verdriet, ik ben een man uit een ander tijdperk.

- Een jongen deed de oefening en maakte vermijdbare fouten. Ik zei: "Het staat toch in de theorie?" Hij zei: "Ik heb eerst de oefening gemaakt en toen de theorie bestudeerd." Ik zei: "Dat doe ik ook altijd, ik denk dat het te maken heeft met de angst voor het woord en ongeduldige liefde voor het handwerk. Eerst de cv-ketel aansluiten, dan het gas erop, dan de lucifer erbij, dan boem, het dak van het huis, en dan het instructieboekje bestuderen. Zo heb ik mijn eerste echtgenote verloren."
 
- In dit pandemonium vertelt mij ook nog iemand dat Karel van het Reve Gods liefde heeft vergeleken met de KGB die iedere ochtend aan je deur klopt om te vertellen dat je die dag niet gearresteerd wordt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 21 september 2022

A.L. Snijders: Ik leef aan de rand van de wereld

A.L. Snijders: Ik leef aan de rand van de wereld (Nederland, 2008): 344 blz: Uitgeverij Thomas Rap
 

 
"Ik leef aan de rand van de wereld" is pas het tweede boek dat ik van A.L. Snijders heb gelezen, en nu al is hij mijn favoriete Nederlandstalige schrijver. Het verheugt mij dat Snijders ongeveer 20 boeken heeft gepubliceerd, dus als ik af en toe een boek van hem lees, dan kan ik nog jaren vooruit. 
 
Net zoals in de bundel "Vijf bijlen" die ik eerder van Snijders las, gaat het ook in "Ik leef aan de rand van de wereld" over alledaagse dingen en gebeurtenissen in het leven van de schrijver. Dit wordt opgeschreven in een trefzekere stijl waarbij regelmatig geciteerd wordt uit het werk van andere schrijvers. De verhalen in dit boek zijn nooit lang, hooguit 5 of 6 bladzijden. Wat mij ook erg bevalt is dat de verhalen vaak worden gevolgd (soms voorafgegaan) door brieven aan een zekere heer Van der Moer, die blijkbaar zijn hoofdredacteur is. De verhalen in "Ik leef aan de rand van de wereld" zijn geschreven tussen september 1990 en januari 1992, toen A.L. Snijders nog vrij onbekend was.
 
Ik vind de onnadrukkelijke verhalen van A.L. Snijders veel onderhoudender en prettiger om te lezen dan het werk van veel bekendere schrijvers zoals Reve, Mulisch of Hermans. Voor een indruk van de inhoud en de stijl van A.L. Snijders lees vooral de citaten!
 
Citaten:
- Ik heb nog nooit parfum voor mijn vrouw gekocht. Eén keer deed ik een poging. Ik stond in de breekbare vrouwenatmosfeer van zo'n winkel met een piepklein flesje in mijn hand. Ik schatte het op f 4,95, maar de winkelier wilde f 95,-. En omdat ik maar een tientje te besteden had, ging het niet door.
 
- Dichten is net als koken
  je pleurt maar wat in de pan
 
  als je koken kan.
 
- Met dat schrijven van mij zit het zo: als ik klaar ben, voel ik me een fontein van euforie. Meestal komt dat door de laatste zin. Ik ben namelijk een laatstezinnenschrijver. Dat is niet bepaald het kenmerk van het ware. Een ware schrijver schrijft niet naar een climax, maar mompelt rustig voor zich uit en houdt dan plotseling op, zodat de lezer, die rustig op de rug van de kameel is meegedommeld, wakker schrikt met het gevoel "zijn we er al?" En ja, we zijn er al, zonder erg. Zo moet je schrijven, volgens mij.
 
- Op de terugweg vertelt mijn oudste dochter, die ooit aan een pedagogische academie haar diploma haalde, over een weifelmoedige en knappe leraar die een moeilijk probleem moest uitleggen, maar daarin na drie kwartier niet slaagde. Bijna niemand begreep er iets van. Tot iemand op het idee kwam het uit te laten leggen door een van de verlichte leerlingen. Hem lukte het in twee minuten. Iedereen was tevreden, ook de leraar - die dus uit het goede hout gesneden bleek.

- Ik doe niet aan sport en spel. Ik speel geen klaverjas, geen scrabble, geen monopoly, ik voetbal niet, ik loop niet hard. Ik doe niet mee in de staatsloterij, ik bezoek de casino's van Knokke en Monaco niet, ik koop geen lootjes van een blinde man in Boedapest. De reden is eenvoudig: al deze handelingen zijn zo zinloos dat ze alleen te verdragen zijn door gezonde, normale mensen. Als je elke dag worstelt met iets groters, namelijk de overweldigende zinloosheid van het leven, dan kun je de kleine zinloosheid niet aan.

- Voltaire (of een andere beroemde man) heeft gezegd dat alle genres goed zijn, behalve het vervelende.

- Tucholsky schrijft: Het meest ontaarde wezen op aarde is de moeder die er trots op is wanneer ze datgene wat haar schoot heeft voortgebracht in slijk en modder ziet omkomen.

- Wat de mensen bedacht hebben, is au fond kinderachtig en vervelend, ik bedoel, als je het vergelijkt met de onverschillige macht van de natuur. 's Morgens bij zonsopgang de dag opsnuiven, dat kun je miljoenen malen doen, het blijft de eerste dag.

- Toen ik dominee Visser hoorde en besloot over hem te schrijven, bedacht ik de laatste zin: De dominee is een brutale knecht van een Baas die niet bestaat.

- Hoe vindt u het woord "carrièrejaren"? Voor iemand die altijd onderwijzer is gebleven en in een oude auto rijdt. Uitdagend - bedoeld als grapje. De jaren tussen mijn jeugd en mijn ouderdom hebben nooit bestaan, het eerste deel was een uitloper van mijn jeugd, het laatste deel de aanloopjaren naar mijn ouderdom.

- Als kind heb ik een depressie verwekkende huilbui gehad toen mijn moeder me vertelde dat vlees (op mijn bord) afkomstig was van doodgemaakte dieren.

- Een van mijn grote idealen is zonder mening te zijn. Dat is helaas niet mogelijk, mijn karakter dwingt mij juist tot het tegendeel: ik heb over werkelijk alles een mening. Daarom rest mij maar één uitweg: zo veel opvattingen en theorieën en meningen dat het er in werkelijkheid geen zijn. Door overvloed naar nul.

- Terwijl ik bijvoorbeeld probeer uit te leggen dat spelling (en vooral de fouten) bijna nooit consequenties heeft voor begrip, verstaanbaarheid, communicatie, maar altijd gebruikt wordt als graadmeter voor de hiërarchische plaats in de maatschappij (gemeenschap, bedrijf, school, gezin).
 
- Mijn vrouw voert een solitaire strijd tegen de verloedering. Ze steelt bijvoorbeeld nooit en ze wil ook absoluut niet dat iemand haar daarvan verdenkt. Toen ze dan ook jaren geleden in een supermarkt door een overijverig chefje werd gesommeerd haar tas open te maken, zei ze tegen hem: "Ik doe 't alleen als u daarna uw excuses maakt als er niets in zit."
 En zo gebeurde het.
 
- Dat is mijn theorie: boven alles de muziek (abstract en onnavertelbaar), vervolgens de beeldende kunst (gedeeltelijk navertelbaar, maar eigenlijk nooit met succes) en ten slotte de schrijverij (volledig navertelbaar, alleen bij de allergrootsten lukt het niet, zie Nescio en Elsschot).
 
Over een boek van Charles Bukowski:
- Het boek voldoet aan twee noodzakelijke eisen, het moet je laten lachen en het moet je laten denken. Het is dus een goed boek.
 
- Ik hoop dat de kinderen zich mij zullen herinneren als "zonder program door het leven".
 
- Ik wil bijvoorbeeld een brief ontvangen van iemand die ontdekt dat ik met het zinsdeel "het water suist in de buizen" een Nijhoff-achtige jaren '30-sfeer probeer na te bootsen. Maar zo'n brief krijg ik niet. Ik weet wel wat er gebeurt, het hoofd van de huishoudelijke dienst van de politieschool, die mijn stukjes in de GOC leest, komt maandag naar me toe en vraagt welk lokaal dat was, dan zal hij er een monteur op afsturen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 10 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Alice Munro: Te veel geluk

Alice Munro: Te veel geluk (Canada, 2009): 409 blz: Vertaald door Fleuke Boyce (2013): Uitgeverij de Geus
 

 
Alice Munro (1931) is een veelgeprezen Canadese schrijfster van korte verhalen. Zij wordt regelmatig de Canadese Tsjechov genoemd. In 2013 won Munro de Nobelprijs voor literatuur.
 
De helaas veel te jong overleden collega-blogger Arjen was een groot fan van het werk van Alice Munro. Arjen was zelden echt enthousiast over wat hij las, dus dat was bijzonder. Als je de link aanklikt kun je 12 zeer enthousiaste besprekingen lezen van evenzovele boeken van Munro.
 
Ik had eerder vier verhalen van Alice Munro gelezen, ik weet niet meer of dat in het  Engels of in het Nederlands was. Een van die verhalen ging over een vrouw die in haar huwelijk stelselmatig werd verkracht. Alle vier de verhalen lieten een naar gevoel bij mij achter en ik heb de bundel weggelegd.
 
Ik dacht het nu nog eens te proberen met een andere bundel. Ik las het eerste verhaal uit "Te veel geluk" tot en met bladzijde 28. Doree, een jonge vrouw, was getrouwd met Lloyd, een moeilijke man van wie ze heel weinig mocht. Samen hadden ze drie jonge kinderen. In de eerste 20 bladzijden komt Lloyd naar voren als een zeer nare man. Nadat ze een keer ruzie hadden en Doree is weggevlucht naar een vriendin vermoordt Lloyd de drie jonge kinderen. Daar ben ik afgehaakt, ik voel weinig behoefte om over alle narigheid te lezen van iemand die zijn kinderen vermoordt.
 
Misschien is Alice Munro een groot schrijfster, maar voor mij is ze dat op basis van de vierenhalve verhalen die ik van haar heb gelezen zeker niet. Stoppen dus, en ik ga waarschijnlijk nooit meer iets van Alice Munro lezen.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 1 juli 2022

Belcampo: Al zijn fantasieën

Belcampo: Al zijn fantasieën (Nederland, 1936-1968 deze editie 1979): 618 blz: Uitgeverij Querido
 
Al zijn fantasieën by Belcampo
 
De eerste keer dat ik van Belcampo hoorde was toen ik door de moeder van een vriend werd meegenomen naar een avond in Tilburg waarop Mirjam Mare verhalen voorlas van Belcampo. Ik weet nog dat zij het verhaal "De driesprong" voorlas. Of zij nog meer verhalen voorlas en welke dat waren weet ik niet meer.
 
Als ik in mijn leeslijsten kijk, dan zie ik dat ik in 1996 de bundel "Bevroren vuurwerk" heb gelezen en in maart 1997 "Al zijn fantasieën". Na ruim 25 jaar herlees ik deze bundel, het mocht wel weer eens.
 
Belcampo heeft een relatief klein oeuvre nagelaten, in totaal nog geen 1.000 bladzijden. Maar het gaat natuurlijk niet in de eerste plaats om de omvang van een oeuvre, maar vooral om de kwaliteit van dat oeuvre. Belcampo was een van de meest originele en fantasierijke schrijvers die de Nederlandstalige literatuur heeft gekend. Sommige van zijn verhalen behoren tot de meest indrukwekkende verhalen uit de Nederlandstalige literatuur die ik heb gelezen. Ik denk hierbij aan verhalen als: "Het verhaal van Oosterhuis", "De dingen de baas" en "De achtbaan".
 
"Al zijn fantasieën" is een verzameling van 7 eerdere bundels: "De verhalen (1936)", "Nieuwe verhalen (1947)", "Sprongen in de branding (1950)", "Liefde's verbijstering (1953)", "Tussen hemel en afgrond (1959)", "Verborgenheden (1964)" en "De ideale dahlia (1968)".
 
Het eerste verhaal uit de eerste bundel "De verhalen", "De driesprong" gaat over een koning die erg veel last heeft van dromen en daarom het dromen in zijn rijk wil verbieden. Er is een verhaal over ademslaven die met de kleur van hun adem schilderijen maken. Een verhaal over een man die zichzelf letterlijk opeet, en een verhaal over een man die zijn dubbelganger ontmoet en met hem afspreekt dat ze een jaar het leven van de ander zullen leiden. Het meest bijzondere verhaal uit "De verhalen" vind ik toch wel "Het plan Kruutntoone" waar een dorpsbewoner in Rijssen een plan bedenkt om toeristen naar Rijssen te lokken dat volledig uit de hand loopt.

In "Nieuwe verhalen" staan wat langere verhalen. "Het laatste getuigenis" over wat er gebeurt met Nederland nadat er teveel geluisterd is naar gekken, "Het grote gebeuren" een soort van laatste oordeel in Rijssen en vooral het prachtige "Het verhaal van Oosterhuis" over een man die in Brits-Indië lange tijd in een afgelegen vallei heeft geleefd.
 
In "Sprongen in de branding" is "De preek van Adam Langenberg" zeer opmerkelijk. Omdat de dominee vaak afwezig is houdt deze man op een dag een preek waarin hij vertelt hoe het leven eruitziet als het achterstevoren geleefd wordt (bladzijden 213 tot 217 behoren tot de meest indrukwekkende uit het boek). Het verhaal "De storm" over een echtpaar dat meevaart met een gekke kapitein. En dan het schitterende "De dingen de baas" over een opstand van de dingen die genoeg hebben van het met zich laten sollen door mensen en die in beweging komen. Ook dat loopt volkomen uit de hand.
 
Een van de mooiste verhalen uit het boek is ook "De achtbaan" uit "Liefde's verbijstering" dat zich afspeelt in de verre toekomst en waarin de hersenchirurgie zo ver is gevorderd dat men bepaalde herinneringen exact kan verwijderen en zelfs kan transplanteren in iemand anders zijn hersenen. Zeer ingenieus en de afloop van het verhaal is ook verrassend.
 
In "De ideale dahlia" staan ook nog 3 prachtige verhalen. "Bloed zonder bodem" waarin de laatste vampiers in Amsterdam worden uitgeroeid. "Een vergeten hoofdstuk" over de vijver van Noach. En als laatste "De surprise" waarin een man een einde aan zijn leven wil maken, in 2015 verfilmd door Mike van Diem (deze film maakte overigens niet veel indruk op mij ***).
 
Al met al is Belcampo een van mijn favoriete schrijvers uit de Nederlandstalige literatuur.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 10 september 2020

Konstantin Paustovski: Goudzand

Konstantin Paustovski: Goudzand (Rusland, 1914-1968): 570 blz: Geselecteerd en vertaald door Wim Hartog (2016): Uitgeverij van Oorschot

Goudzand

Na de dood van iedere schrijver die enigszins van belang is geweest wordt nog jarenlang zijn of haar archief doorgespit op zoek naar nog niet uitgegeven teksten die nog van belang kunnen zijn. Het is begrijpelijk dat men profijt probeert te slaan uit de nalatenschap van de overleden schrijver, maar deze zoektocht levert zelden iets op dat werkelijk van belang is. De schrijver heeft waarschijnlijk niet voor niets besloten om deze teksten tijdens zijn of haar leven niet te publiceren.

Wim Hartog, liefhebber van Paustovski van het eerste uur en degene die het belangrijkste werk van Paustovski in het Nederlands heeft vertaald, is jarenlang bezig geweest met het doorspitten van Paustovski's archief, het selecteren van teksten daaruit en die in het Nederlands te vertalen. Het doel van Wim Hartog was om zo als het ware een biografie van Paustovski te schrijven in zijn eigen woorden. Dit vond Wim Hartog van belang aangezien er over Paustovski nog geen echte biografie is verschenen.

"Goudzand" bestaat uit een combinatie van vier verschillende soorten teksten. Er zijn de dagboekfragmenten, meestal in een telegramstijl opgeschreven en eigenlijk de moeite van het lezen niet waard. Dan heb je de brieven naar geliefden en vrienden. Deze zijn uitgebreider van stof en geven een aardig beeld van waar Paustovski op een bepaald moment mee bezig was. Dan heb je de journalistieke stukken over bijvoorbeeld een aantal buitenlandse reizen die Paustovski heeft gemaakt en als laatste een aantal korte verhalen. Voor alle teksten die in "Goudzand" staan, geldt dat ze nog niet eerder in het Nederlands gepubliceerd zijn.

Op het oog lijkt het een welkome aanvulling op het al uitgegeven werk van Paustovski. Ik vind het echter zonde van de tijd en energie die Wim Hartog in het samenstellen en vertalen van de teksten heeft gestoken. Geen enkel stuk tekst in "Goudzand" haalt het niveau van Paustovski's prachtige memoires of zijn bundel met korte verhalen "Wilde rozen".

Citaten:

- De waardevolste bron voor het schrijven - het verhaal van je leven - wordt door de meeste schrijvers angstvallig bewaakt. Je gaat er behoedzaam mee om en verstrooit het beetje bij beetje in je boeken. 

- Vind je het ook zo dom om dichters granaten te laten frezen? Dat lukt toch niet. Dichters gaan niet naar Taganrog maar naar Sebastopol, ze werken niet in fabrieken maar maken gedichten en beminnen blije meisjes.

- Bijna niemand beseft dat de mens (de ongebroken mens) geroepen is om uit het "nietsdoen" scheppingen voort te brengen. Uit grote luiheid zijn de sierlijke schrijfstijl van Oscar Wilde, Jevgeni Onegin en de poëzie van de dronkaard Verlaine geboren.

- Mooie dingen zijn er niet voor bedoeld om in musea te staan en als rariteiten te worden bekeken, met je mond open van verbazing. Ze horen deel uit te maken van je leven. Als je blik er iedere dag weer langs glijdt, laat dat in je ziel gaandeweg een onuitwisbare indruk achter. Ongemerkt groeit dan je ziel. Het zilvergroene, brokaten gobelin, ooit een antimins, dat bij ons boven de divan hangt, heeft op mij zo'n uitwerking.

- Ik hoefde nooit mijzelf voort te slepen naar een van tevoren bepaald doel. Ik liep graag langs wegen waarvan ik niet wist waarheen ze voerden.

- Ik heb altijd gevonden dat een boek als een mens moet zijn: prachtig en lelijk tegelijk, slim en soms stom, eerlijk zowel als leugenachtig. Een boek is immers een menselijk document! Ik hou niet van volmaakte schrijvers zonder gebreken.

- De voorzitter van de zuiveringscommissie zei dat "een lid van de intelligentsia en van de Partij al zijn vrije tijd hoort te besteden aan het bestuderen van de werken van Lenin en niet aan zoiets onzinnigs als het schrijven van romans".

- Hij gaf een heel rake definitie van de huidige sovjetliteratuur. Hij zei dat deze "net als een Griekse stoomboot veel rook en weinig gang maakt".

- Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen je telegrammen te sturen omdat die door vreemden gelezen worden, bijvoorbeeld door de telegrafiste hier, een lompe meid met de bijnaam "tante Motja".

- Maar zodra een verhaal geschreven is, hoor je het nog eens nuchter te bekijken. Als schrijver moet je met strenge hand alles eruit schrappen wat te gedurfd en te intiem is en wat diegenen die hij waardeert en van wie hij houdt, verdriet zou kunnen bezorgen.

- Elk proza heeft zijn eigen ritme, zijn eigen muziek, zijn eigen harmonie, zonder dat je het altijd kunt verklaren. Als je voelt dat een woord het ritme verstoort, kun je er gewoon een ander voor in de plaats zetten en dan "zingt" de zin weer.

- Mijn leven lang heb ik voornamelijk geschreven over hetgeen mijn directe levensindrukken mij ingaven. Of anders gezegd: ik heb niet alleen eigentijdse werken geschreven maar het daarbij ook over mijn eigen tijd gehad.

Rome, 11 oktober 1965 -  Over de straten van Rome racen jochies tussen de auto's door op een ding dat hier de nieuwste trend is: een korte plank met twee rolschaatswieltjes eronder, waar ze met één been op staan en ongelooflijke toeren mee uithalen.

- Na het overlijden van Paustovski werd er nog een brief aangetroffen in de la van zijn schrijftafel. Deze is ongedateerd en kan worden beschouwd als een door hem nagelaten "persoonlijk testament". In zijn voorwoord bij zijn Verzameld werk in negen delen heeft Paustovski geschreven: "Het heeft geen zin van een auteur nadere uitleg van zijn werk te verwachten. Tsjechov zei in dergelijke gevallen altijd: "Leest u mijn boeken maar want daar staat alles al geschreven." Ik wil deze woorden van Tsjechov graag beamen."

Zelfs dit tijdens het leven van Paustovski niet uitgegeven werk is voor mij nog altijd aangenamer en interessanter om te lezen dan 99% van de boeken die in de boekwinkels liggen en 80% van de boeken die ik heb gelezen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 18 mei 2020

Konstantin Paustovski: Wilde rozen 3

Konstantin Paustovski: Wilde rozen en andere verhalen (Rusland, 1924-1964): 120 blz: Samengesteld en vertaald door Wim Hartog (2020): Uitgeverij van Oorschot

De kleine Russische bibliotheek - Wilde rozen en andere verhalenVerhaal 4: Wilde rozen (1951): 16 blz

Een meisje is op weg naar de benedenloop van de Wolga voor haar werk.

Citaten:
- In de struiken klonk een klakkend geluid, waarna het weer stil werd. Daarna klonk het geluid opnieuw. En opnieuw werd het stil. Het leek alsof hiermee iemand de stilte en het weergavevermogen van de nacht wilde uittesten. Even later ging het klakken over in een lange triller en brak met een korte fluittoon af. Meteen antwoordden tientallen vogelstemmen op deze fluittoon en plotseling steeg uit het dichte kreupelhout nachtegalengezang op.

- Masja maakte zichzelf natuurlijk wijs dat zij alles alleen maar een beetje eng vond. Zij vond het gewoon doodeng. Zij stelde zich voor hoe ze bij het bosrevier zou aankomen en hoe de opzichter - vast zo'n helemaal onder het stof zittende, sombere man met een zwarte jekker waarvan de zakken uitgeboord waren en laarzen waar klonten klei aan kleefden - haar zou zien, met haar grijze ogen (net twee tinnen schoteltjes, vond zij zelf) en haar vlechten en bij zichzelf zou denken: Prachtig hoor! Op zulke meisjes met vlechtjes zaten we nou net te wachten! Die komt hier natuurlijk haar boekenwijsheid even luchten. Maar wij hebben wel andere zorgen aan ons hoofd! Als de verzengende steppewind richting Astrachan toeslaat, dan zul je hier weinig aan je leerboeken hebben, juffie.

- De piloot keek Masja van opzij aan. "Die zit in gedachten heel ergens anders," mompelde hij. Hij wendde zich af maar richtte meteen daarop zijn blik weer op haar. Er was hem een passage te binnen geschoten uit een roman die hij lang geleden gelezen had. Daarin stond dat er op de wereld niets mooiers is dan de ogen van kinderen en van jonge meisjes, 's morgens vroeg als de nacht er nog donker in aanwezig is maar tegelijkertijd het ochtendlicht er al in straalt. Misschien is dat lang niet dom gezegd, dacht de piloot.

- "Bravo!" zei een bekende stem achter Masja's rug. Zij draaide zich om. In de deuropening stond de acteur met over zijn schouders een badhanddoek. Hij was gehuld in een blauwe pyama met bruine omslagen aan de mouwen. "Bravo!" herhaalde hij. "Ik houd van ochtendlijke gesprekken. 's Morgens zijn onze gedachten vaak even zuiver als pasgewassen handen."

- "Neemt u mij niet kwalijk. Ongewild heb ik uw gesprek gehoord en ik wil daar nog een kleinigheid aan toevoegen in de vorm van een onweerlegbare waarheid. Iets waar ik, mogen we rustig zeggen, pas aan het eind van mijn leven achter ben gekomen." "Wat is dat dan voor grote waarheid?" vroeg de piloot. "Je ironie bevalt me niet," citeerde de acteur met de opzettelijk overdreven stem van een slechte declamator en hij lachte luid. "Het is maar een simpele waarheid, namelijk dat elke dag van het leven wel iets goeds brengt. En als u, zoals u zich verwaardigde uit te drukken, de dingen uit uw leven op een rijtje zet, dan moet u daarmee onwillekeurig vooral aan de poëtische en zinvolle inhoud ervan denken. Dat is prachtig! En wonderlijk! Alles rondom ons is vol poëzie. Gaat u daarnaar op zoek. Dat is wat ik, oude man, u meegeef voor alle eeuwigheid. Geen tegenwerpingen, punt uit."

Verhaal 5: De Iljinskikolk (1964): 13 blz

Over een majestueuze plek in de natuur vlakbij een blokhut waar een man al zijn zomers doorbrengt.

Citaten:
- Je kan je leven lang op hetzelfde lapje grond zitten en toch buitengewoon veel hebben gezien. Alles hangt af van je weetgierigheid en de scherpte van je blik.

- Wij houden kennelijk niet van pathetische taal omdat we deze niet weten te hanteren. Wij zijn eerder tot protocollaire droogheid geneigd, uit angst dat ons sentimentaliteit wordt aangewreven. Ondertussen zouden velen, onder wie ook ik, het liever niet over "de velden van Borodino" hebben, maar over "de majestueuze velden van Borodino", zoals men in vroeger tijden zonder valse schaamte over de "majestueuze zon van Austerlitz" sprak.

- Het leven in een windmolen, doordrenkt van de geur van meel en oude kruiden, moest bijzonder prettig zijn geweest. In onze molen bij Voronezj veel meer dan in de molen van Alphonse Daudet. Die van Daudet was namelijk van steen, terwijl de onze van hout was, vol lieve geuren van hars, graan en warkruid, vol luchtstromen van de steppen, licht van de wolken, jubelen van leeuwerikken en tjilpen van een bepaald slag kleine vogeltjes, misschien gorzen of goudhaantjes.

- De schedel was donkerbruin. Een sabelhouw had hem van de kruin tot het voorhoofd doorkliefd. Vermoedelijk lag hij daar al in de aarde sinds de Tataarse invasie. En vermoedelijk had hij nog gehoord hoe de deva riep, hoe de vossen tegen de bloedig ondergaande zon blaften en hoe de wielen van de Scythische karossen langzaam over de steppewegen knarsten.

- Nee, een mens kan echt niet zonder vaderland, zoals hij ook niet zonder hart kan leven.

 

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 17 mei 2020

Konstantin Paustovski: Wilde rozen 2

Konstantin Paustovski: Wilde rozen en andere verhalen (Rusland, 1924-1964): 120 blz: Samengesteld en vertaald door Wim Hartog (2020): Uitgeverij van Oorschot

De kleine Russische bibliotheek - Wilde rozen en andere verhalen

Verhaal 2: Het sterrenbeeld Jachthonden (1936): 42 blz

Ten tijde van de Spaanse burgeroorlog zit een groep astronomen bij elkaar in een Frans observatorium op Spaans grondgebied, terwijl de oorlog langzaam dichterbij komt.

Citaten:
- Van jaar tot jaar nam de gewenning en behoefte aan alleen-zijn toe. De stilte was zo constant aanwezig dat Mérot, als hij bij toeval eens een boek las, dit als lawaaierig ervoer. Niet omdat hij daarbij geluiden hoorde, maar omdat hij ze zich levendig voorstelde. Hoe meer tumult en luide gesprekken er in een boek beschreven werden, des te meer ergerde hem dat.

-  Af en toe vroegen ze hem hoe het eraan toeging in het universum van de mensen waar voor hun alleen maar onprettige dingen te verwachten vielen. Zijn antwoord luidde steevast dat men daar nog altijd stapelgek was. Daarmee wist iedereen voldoende.

- Nysted werd er tweemaal op betrapt dat hij midden op de dag de zoeker van de telescoop gericht had op de rand van de in de verte gelegen bergen. De anderen deden alsof ze het niet hadden opgemerkt want onder astronomen huldigde men de opvatting dat alleen stomkoppen een telescoop misbruikten als tijdverdrijf om de aarde te beschouwen.

- Alles om hun heen stond te beven en gilde in allerlei toonaarden. De vlaggenmast stond onder zo'n spanning dat hij zoemde, de kale tuin floot met een geluid van honderden woedende fluiten, stuk gevallen dakpannen knerpten onder hun voeten, ruiten rinkelden en plaatijzeren dakbedekking lag in korte cadans luid te rammelen.

- Storm brengt de mensen bijeen. De verbeelding wordt aangewakkerd. Zelfs saaie lieden weten gedurende een storm de juiste woorden te vinden om het lichte gevoel van opwinding weer te geven waar de mens door bevangen wordt als buiten, achter de veilige muren, de wind als bezeten te keer gaat.

- De vliegenier kon niet omkijken omdat hij moest letten op de steile rotsen voor hem, maar was zich ervan bewust dat achter zijn rug, zijn weerloze rug, een orkaan op hem joeg als een hazewind op een haas.

- In volle vaart rijden ze voorbij aan middeleeuwse kathedralen op de muren waarvan de zinderende hitte een grijze roetaanslag lijkt achter te laten, voorbij  aan rivieren met schoon, helder water waar vreedzame stieren sloom hun dorst staan te lessen, voorbij aan scholen waar kinderen zingen, voorbij aan paleizen waar in de schemeravond door de dunne linnen gordijnen voor de ramen de schittering van de schilderijen van grote meesters zichtbaar is, voorbij aan tuinen en akkers waar iedere kluit aarde door de stevige knuisten van de bedaarde dorpelingen gewikt en gewogen wordt en zorgvuldig wordt verstrooid. Ze stuiven voorbij parken en voorbij aan fabrieken die door de hete, rondzoevende raderwerken zoemen als bezige bijen en vliegen voort langs een land vol wind, geschater, gezang, hartelijke bejegeningen en galmende geluiden van prachtige ambachten.

- Wanneer zij zich op de terugweg begeven en langs dezelfde steden snellen, blijken die tot puin te zijn geschoten en hangt er een stank van lijken. Ze komen voorbij scholen waar vlak voor de ingang vermoorde kinderen liggen bij wie een klacht nog aan de lippen lijkt te ontsnappen, voorbij radeloze vrouwen die met een verglaasde blik over de wegen hollen, voorbij mensen die met geboeide handen aan de deurknop vastgebonden de kogel hebben gekregen, voorbij door brand ontbladerde tuinen, voorbij geblakerde resten van paleizen en voorbij met zwartsel op witte ommuringen aangebrachte leuzen als "Dood aan allen die dromen van vrijheid en gerechtigheid!", "Dood aan allen die niet aan onze kant staan!".

- Van beneden, vanuit de vallei gezien deden de bewoners van het observatorium hem denken aan lijken die als mechanische poppen doen alsof ze levend zijn en discussiëren, praten, eten en sterren observeren. Vooral Dufour, een lopend uurwerk met een voorname klank, irriteerde hem. De sullige Hervé leek hem een goed mens te zijn, maar het leven in het observatorium had van hem een lege en uitgedroogde mummie gemaakt.

- "Zo zie je maar, Nysted," zei hij met een geforceerde glimlach, "opeens dringt voor het eerst in onze retraite het leven binnen, maar wel in de gedaante van de dood."

- "De persoon die wij probeerden te redden en zo-even hebben begraven, is een Franse dichter. De dichters zijn broeders van de astronomen. De vaste wetten van het universum manifesteren zich inhoudelijk niet alleen in het leven dat ons omringt, maar ook in de dichtkunst." "Dat is evident," mompelde Dufour. "Leest u die brief nou maar voor." "Als dat voor u zo evident zou zijn," antwoordde Nysted, "dan zou u in de huidige tijdruimte niet bezig zijn met het uitrekenen van de omloopbaan van planeet nr. 1212. De doorsnede van deze planeet bedraagt niet meer dan een kilometer. Ik beschouw dit werk even overbodig als het tellen van het aantal stofjes op aarde."

- "Voor mij is het echter zo dat, juist omdat je maar één keer leeft en het leven onnavolgbaar en prachtig is, het mij lichter valt met open vizier het gevaar tegemoet te gaan en voor dat grootste goed te vechten of er voor te sterven dan dat ik mooie woorden op papier zet en met de slechte adem van mijn geweten te kampen heb.
Ik ben er zeker van dat je me zult begrijpen. Ik ben er niet meer om je te kunnen troosten. Ik houd van de aarde omdat jij erop leeft, houd van de lucht omdat deze jouw gezicht beroert, houd van ieder grassprietje waar je blik even op rust, houd van iedere voetafdruk van jou in het vochtige zand en houd van d enachtelijke stilte omdat ik dan jouw ademhaling hoor. Desondanks vlieg ik weg. Met naar alle waarschijnlijkheid de dood ten gevolge.
Vaarwel! Maak de vissersvrouwen deelgenotes van je verdriet indien je daar de kracht toe hebt. Meer medeleven dan bij deze eenvoudige, door het leven getekende vrouwen zul je nergens tegenkomen. Er is daar immers niet één familie die niet zulk verdriet gekend heeft."

Lees verder in het derde deel van mijn bespreking van "Wilde rozen".

 

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 16 mei 2020

Konstantin Paustovski: Wilde rozen 1

Konstantin Paustovski: Wilde rozen en andere verhalen (Rusland, 1924-1964): 120 blz: Samengesteld en vertaald door Wim Hartog (2020): Uitgeverij van Oorschot

De kleine Russische bibliotheek - Wilde rozen en andere verhalen

Ik kreeg een tijdje terug van een vriend dit dunne maar prachtige boekje met daarin 5 verhalen van de Russische schrijver Konstantin Paustovski, vertaald door Wim Hartog. Paustovski is al lang een van mijn favoriete schrijvers. Zijn 7 delen memoires in de serie Privé-Domein las ik voor het eerst in 2000 en voor een tweede keer in 2010.  Een derde lezing, speciaal om de serie te bespreken voor mijn blog staat op het programma.

Voor veel mensen die de boeken van Paustovski hebben gelezen, behoren zijn memoires tot de mooiste boeken die ze ooit gelezen hebben. Het schijnt dat Paustovski behalve in Rusland nergens zo populair is als in Nederland. Dat is mede te danken aan het prachtige Nederlands van zijn vaste vertaler Wim Hartog.

Het verhaal gaat (ik heb niet gecontroleerd of het waar is, maar het is een mooi verhaal) dat Wim Hartog op jonge leeftijd een Duitse vertaling van de memoires van Paustovski las en daar zo van onder de indruk was dat hij zelf Russisch ging studeren om zo de tekst in het Russisch te kunnen lezen en uiteindelijk ook te kunnen vertalen.

"Wilde rozen" bevat 5 verhalen. Omdat ik dit zo'n uitzonderlijk mooi boekje vind wil ik een groot aantal citaten geven om een indruk van de schoonheid van deze vertaling te geven. Ik splits daarom deze bespreking in drieën. In dit stukje citeer ik uit het eerste verhaal "Etiketten voor koloniale waren" en het derde verhaal "Een druilerige dageraad". Morgen citeer ik uit het tweede en langste verhaal "Het sterrenbeeld Jachthonden" en overmorgen citeer ik uit het vierde verhaal "Wilde rozen" en het vijfde verhaal "De Iljinskikolk".

Ik heb alle verhalen twee keer kort achter elkaar gelezen. Bij Aleph heb ik 35 exemplaren van "Wilde rozen" besteld om cadeau te geven aan al mijn vrienden die ook maar enigszins van lezen houden.

Verhaal 1: Etiketten voor koloniale waren (1924): 26 blz

De schrijver ontmoet een onbekende man die graveur is. De man vertelt hem zijn levensverhaal.

Citaten:
-Thuis vroeg ik mijn vader waar Kamtsjatka lag. "Dat is ver weg, voorbij Siberië," antwoordde hij en hij maakte een smakkend geluid met zijn lippen."Je hebt daar heel veel heerlijke vis, ze wegen wel tachtig kilo per stuk en hun kuit is zo rood als aalbessenjam. Zo'n vis zou niet eens in ons winkeltje passen. Dan heb je er ook nog hermelijn. Wat? Heb je daar nog nooit van gehoord? Dat is een dier dat op een kat lijkt. Zijn vacht wordt gebruikt voor de witte kleding van de tsaar."
"Wat zit jij hem nu allemaal wijs te maken?" schreeuwde mijn moeder uit de achterkamer. "Naar Kamtsjatka worden alle paardendieven en arrestanten gestuurd, zoals bijvoorbeeld Jasjka de zigeuner. Wat zit jij me die jongen te verpesten, zeg!"

- Bent u wel eens op een joodse begrafenis geweest? Nee? Elke godsdienst tracht de dood met iets plechtigs en eeuwigs te omringen. Jullie orthodoxen kennen bij voorbeeld een heel plechtige dodenmis. Denkt u maar eens aan de zin: "Treedt nader voor het geven van de laatste kus!" De laatste kus op koude mensenlippen, daarna zullen grafwormen en natte klei de geliefde kussen. Ik houd van begrafenissen ergens op het platteland, op een met weideklaver begroeid kerkhof, waar de zon wazig op de sjofele kazuifel van de priester schijnt en de geur van de roggevelden die van de wierook overstelpt. Bij jullie is de dood omgeven door majestueuze gebeden en door het Requiem van Mozart.
Maar bij ons bestaat dat allemaal niet. Alles is heel simpel. Dood is dood, verrotting en het lijk is aas. Neem nu de ziel van een kleine jood die zijn hele leven een handeltje in kruidenierswaren heeft gehad. Zijn hele leven werd beheerst door de stank van donsbedden, het troosteloze beeld van ongeplaveide straten, een verdorde vrouw, kinderen onder de korsten, jagen op een vijfkopekestuk. Op feestdagen hief hij een klaagzang aan in de donkere synagoge. Met angst en beven las hij eeuwenoude gebeden voor het aangezicht van de onverbiddelijke Jahweh.
Dacht u dat zijn begrafenis ook maar één droeve gedachte zou kunnen wekken? Aan verwelkte bloesems, aan tranen van mooie vrouwen? Alleen de gedachte daaraan is al absurd. Onze begrafenissen zijn haastig, alledaags, een opgewonden gekkenhuis, net een gewoon opstootje, zonder ook maar een spoor van een sacrament.

- Ik moest naar de haven, had geen enkele haast en verheugde me bij de gedachte dat ik langzaam onder de ritselende palmen door de straten zou lopen en pleinen zou oversteken waar lauwe fonteinen ruisten, totdat in de rook uit de schoorstenen van de oceaanstomers en tussen de licht wiegende masten de groene baai met de kokende branding voor mijn ogen op zou doemen.

- De graveur was uitgesproken. Wij liepen de kade op die nog nat was van de nacht. De Elbroes vlamde in een stil roze licht, als wolken boven zee. Hij lag er slaperig bij en ver achter de kade blonk een oceaanstomer met zijn witte bovendekken. Hij kwam uit Trebizonde. Uit de bakkerijen steeg de geur van versgebakken brood op. In de lege koffiehuizen slurpten de eerste stamgasten aan hun Turkse koffie terwijl ze de kralen van het bidsnoer door hun vingers lieten glijden.

Verhaal 3: Een druilerige dageraad (1945): 19 blz

Een man die op doorreis is, moet van een vriend een brief afgeven aan zijn vrouw.

Citaten:
- Het gevoel waar hij door overvallen werd, is natuurlijk heel logisch wanneer iemand onverhoeds in het holst van de nacht terechtkomt in een onbekend huis en andermans leven vol geheimen en raadsels. Dit leven tref je er aan alsof het een boek is dat bij voorbeeld tot bladzijde vijfenzestig gelezen is en open op tafel is blijven liggen. Je werpt een paar maal een blik op die bladzijde en probeert te raden waar het boek over gaat en wat er in staat.

- "Alles wat heel fijn is, glipt bijna altijd voorbij. Begrijpt u?" "Niet echt," antwoordde ze met een frons. "Laat ik proberen het u uit te leggen," zei Koezmin ongemakkelijk. "Ook u is vast wel eens het volgende overkomen. U zit in een trein en plotseling valt uw blik op een open plek in een berkenbos en ziet u in het herfstige zonlicht netten van de kruiswerkspin glanzen. Uw eerste opwelling is uit de rijdende trein te willen springen om op die plek te kunnen blijven. Maar de trein rijdt er aan voorbij. U buigt zich uit het raam en kijkt naar achteren, waar al die bosschages, beemden, ketten en veldwegen wegsnellen. U hoort daarbij een vage galm. U hoort een ondefinieerbaar geluid. De herkomst ervan valt niet te bepalen. Misschien het bos, of de lucht. Of gegons van de telegraaflijnen. Of de nagalm van de rails achter de voortijlende trein. Het geluid flitst in een oogwenk voorbij, maar je herinnert je het je hele leven."

- Van opzij kijkend naar haar rechte rug, zware in een chignon bijeengestoken strengels en pure neiging van haar hals wist hij heel zeker dat hij, als Basjilov er niet was geweest, nergens zou zijn heengereisd maar gewoon tot het eind van zijn ziekteverlof in dit stadje zou blijven en er zijn dagen in stil smachten zou slijten, wetend dat deze lieftallige vrouw, die zich nu aan een melancholieke beschouwing overgaf, zich in zijn nabijheid bevond.

- Op het laatste trapbordes hielden ze even halt. De aanlegplaats en de groene en rode boordlichten van de boot waren al zichtbaar. Hij besefte dat het moment nabij was waarop hij deze vrouw die hij nog nauwelijks had leren kennen vaarwel zou zeggen, en dat hij aan gevoelens die hij voor haar koesterde geen uiting zal weten te geven. Hij wist dat zo zeker, dat zijn hart er door samenkrampte. Hij kon haar zelfs niet zeggen hoe dankbaar hij was dat zij op zijn doorreis hem in haar huis ontvangen had, hem haar stevige kleine hand in de nat geworden handschoen toegestoken had om hem behoedzaam over de gammele trap te geleiden en, steeds weer als een natte tak over een van de leuningen heen stak en zijn gezicht dreigde te bezeren, hem lief gezegd had dat hij moest bukken. Dat had hij dan ook gedwee gedaan.

Lees verder in het tweede deel van mijn bespreking van "Wilde rozen".

 

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.