woensdag 21 september 2022

A.L. Snijders: Ik leef aan de rand van de wereld

A.L. Snijders: Ik leef aan de rand van de wereld (Nederland, 2008): 344 blz: Uitgeverij Thomas Rap
 

 
"Ik leef aan de rand van de wereld" is pas het tweede boek dat ik van A.L. Snijders heb gelezen, en nu al is hij mijn favoriete Nederlandstalige schrijver. Het verheugt mij dat Snijders ongeveer 20 boeken heeft gepubliceerd, dus als ik af en toe een boek van hem lees, dan kan ik nog jaren vooruit. 
 
Net zoals in de bundel "Vijf bijlen" die ik eerder van Snijders las, gaat het ook in "Ik leef aan de rand van de wereld" over alledaagse dingen en gebeurtenissen in het leven van de schrijver. Dit wordt opgeschreven in een trefzekere stijl waarbij regelmatig geciteerd wordt uit het werk van andere schrijvers. De verhalen in dit boek zijn nooit lang, hooguit 5 of 6 bladzijden. Wat mij ook erg bevalt is dat de verhalen vaak worden gevolgd (soms voorafgegaan) door brieven aan een zekere heer Van der Moer, die blijkbaar zijn hoofdredacteur is. De verhalen in "Ik leef aan de rand van de wereld" zijn geschreven tussen september 1990 en januari 1992, toen A.L. Snijders nog vrij onbekend was.
 
Ik vind de onnadrukkelijke verhalen van A.L. Snijders veel onderhoudender en prettiger om te lezen dan het werk van veel bekendere schrijvers zoals Reve, Mulisch of Hermans. Voor een indruk van de inhoud en de stijl van A.L. Snijders lees vooral de citaten!
 
Citaten:
- Ik heb nog nooit parfum voor mijn vrouw gekocht. Eén keer deed ik een poging. Ik stond in de breekbare vrouwenatmosfeer van zo'n winkel met een piepklein flesje in mijn hand. Ik schatte het op f 4,95, maar de winkelier wilde f 95,-. En omdat ik maar een tientje te besteden had, ging het niet door.
 
- Dichten is net als koken
  je pleurt maar wat in de pan
 
  als je koken kan.
 
- Met dat schrijven van mij zit het zo: als ik klaar ben, voel ik me een fontein van euforie. Meestal komt dat door de laatste zin. Ik ben namelijk een laatstezinnenschrijver. Dat is niet bepaald het kenmerk van het ware. Een ware schrijver schrijft niet naar een climax, maar mompelt rustig voor zich uit en houdt dan plotseling op, zodat de lezer, die rustig op de rug van de kameel is meegedommeld, wakker schrikt met het gevoel "zijn we er al?" En ja, we zijn er al, zonder erg. Zo moet je schrijven, volgens mij.
 
- Op de terugweg vertelt mijn oudste dochter, die ooit aan een pedagogische academie haar diploma haalde, over een weifelmoedige en knappe leraar die een moeilijk probleem moest uitleggen, maar daarin na drie kwartier niet slaagde. Bijna niemand begreep er iets van. Tot iemand op het idee kwam het uit te laten leggen door een van de verlichte leerlingen. Hem lukte het in twee minuten. Iedereen was tevreden, ook de leraar - die dus uit het goede hout gesneden bleek.

- Ik doe niet aan sport en spel. Ik speel geen klaverjas, geen scrabble, geen monopoly, ik voetbal niet, ik loop niet hard. Ik doe niet mee in de staatsloterij, ik bezoek de casino's van Knokke en Monaco niet, ik koop geen lootjes van een blinde man in Boedapest. De reden is eenvoudig: al deze handelingen zijn zo zinloos dat ze alleen te verdragen zijn door gezonde, normale mensen. Als je elke dag worstelt met iets groters, namelijk de overweldigende zinloosheid van het leven, dan kun je de kleine zinloosheid niet aan.

- Voltaire (of een andere beroemde man) heeft gezegd dat alle genres goed zijn, behalve het vervelende.

- Tucholsky schrijft: Het meest ontaarde wezen op aarde is de moeder die er trots op is wanneer ze datgene wat haar schoot heeft voortgebracht in slijk en modder ziet omkomen.

- Wat de mensen bedacht hebben, is au fond kinderachtig en vervelend, ik bedoel, als je het vergelijkt met de onverschillige macht van de natuur. 's Morgens bij zonsopgang de dag opsnuiven, dat kun je miljoenen malen doen, het blijft de eerste dag.

- Toen ik dominee Visser hoorde en besloot over hem te schrijven, bedacht ik de laatste zin: De dominee is een brutale knecht van een Baas die niet bestaat.

- Hoe vindt u het woord "carrièrejaren"? Voor iemand die altijd onderwijzer is gebleven en in een oude auto rijdt. Uitdagend - bedoeld als grapje. De jaren tussen mijn jeugd en mijn ouderdom hebben nooit bestaan, het eerste deel was een uitloper van mijn jeugd, het laatste deel de aanloopjaren naar mijn ouderdom.

- Als kind heb ik een depressie verwekkende huilbui gehad toen mijn moeder me vertelde dat vlees (op mijn bord) afkomstig was van doodgemaakte dieren.

- Een van mijn grote idealen is zonder mening te zijn. Dat is helaas niet mogelijk, mijn karakter dwingt mij juist tot het tegendeel: ik heb over werkelijk alles een mening. Daarom rest mij maar één uitweg: zo veel opvattingen en theorieën en meningen dat het er in werkelijkheid geen zijn. Door overvloed naar nul.

- Terwijl ik bijvoorbeeld probeer uit te leggen dat spelling (en vooral de fouten) bijna nooit consequenties heeft voor begrip, verstaanbaarheid, communicatie, maar altijd gebruikt wordt als graadmeter voor de hiërarchische plaats in de maatschappij (gemeenschap, bedrijf, school, gezin).
 
- Mijn vrouw voert een solitaire strijd tegen de verloedering. Ze steelt bijvoorbeeld nooit en ze wil ook absoluut niet dat iemand haar daarvan verdenkt. Toen ze dan ook jaren geleden in een supermarkt door een overijverig chefje werd gesommeerd haar tas open te maken, zei ze tegen hem: "Ik doe 't alleen als u daarna uw excuses maakt als er niets in zit."
 En zo gebeurde het.
 
- Dat is mijn theorie: boven alles de muziek (abstract en onnavertelbaar), vervolgens de beeldende kunst (gedeeltelijk navertelbaar, maar eigenlijk nooit met succes) en ten slotte de schrijverij (volledig navertelbaar, alleen bij de allergrootsten lukt het niet, zie Nescio en Elsschot).
 
Over een boek van Charles Bukowski:
- Het boek voldoet aan twee noodzakelijke eisen, het moet je laten lachen en het moet je laten denken. Het is dus een goed boek.
 
- Ik hoop dat de kinderen zich mij zullen herinneren als "zonder program door het leven".
 
- Ik wil bijvoorbeeld een brief ontvangen van iemand die ontdekt dat ik met het zinsdeel "het water suist in de buizen" een Nijhoff-achtige jaren '30-sfeer probeer na te bootsen. Maar zo'n brief krijg ik niet. Ik weet wel wat er gebeurt, het hoofd van de huishoudelijke dienst van de politieschool, die mijn stukjes in de GOC leest, komt maandag naar me toe en vraagt welk lokaal dat was, dan zal hij er een monteur op afsturen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten