Het koninkrijk van Binn was aan drie kanten omringd door de zee. De zee lag hoger dan het land en het land werd alleen beschermd door reusachtige bomen die het water buiten hielden. Helaas smaakten de wortels van deze bomen bijzonder lekker voor een bepaald soort vogels: de Nizzards. Om de bomen te beschermen tegen de Nizzards had koning Birtram uit de hele wereld de grootste en de slimste katten verzameld om de Nizzards weg te jagen. Overdag bewaakten 500 katten de bomen en 's nachts 500 andere katten.Koning Birtram was ook erg plichtsgetrouw. Hij stond om 5.00 uur 's morgens op en werkte tot 17.00 uur 's middags. Dan was hij vrij, pakte hij zijn stelten en ging samen met zijn page op zijn stelten rondrennen.
Natuurlijk was er een hele nare man die al dat geren op stelten maar niets vond.
Ik citeer de eerste anderhalve bladzijde:
- Naturally, the King never wore his stilts during business hours. When King Birtram worked, he really worked, and his stilts stood forgotten in the tall stilt closet in the castle's front hallway.
There was so much work to be done in the Kingdom of Binn, that King Birtram had to get up every morning at five. Long before the townsfolk and the farmers were awake, the King was splashing away in his bath. It was right there, in fact, that his day's work began. With his left hand he could bathe with his royal bath brush, but his right hand he always had to keep dry for signing the important papers of state.
Ik vind "The King's Stilts" opnieuw een origineel en prachtig getekend kinderboek.


