Frank van Rijn: Pelgrims en pepers: Op de fiets door Azië (Nederland, 1994): 216 blz: Uitgeverij Elmar
"Pelgrims
en pepers" is het vierde boek van Frank van Rijn en het eerste dat door
Elmar is uitgegeven. Alle volgende boeken van Frank van Rijn en ook de
herdrukken van zijn eerste drie boeken zijn door Elmar uitgegeven.
De
reis die in dit boek beschreven wordt duurde van juni 1983 tot juni
1984 en begon in Nederland en liep van Athos in Griekenland (de eerste
bladzijden van het boek) via Turkije, Iran, Pakistan, India, Nepal,
nogmaals India en Sri Lanka naar Indonesië. Frank van Rijn beschrijft
met de nodige humor de belevenissen die hij onderweg heeft meegemaakt.
Zoals elk boek van Frank van Rijn is dit onderhoudend leesvoer,
tenminste als je wat met zijn gevoel voor humor hebt en houdt van
reisverhalen.
Citaten:
- Terwijl we aten ging het gesprek over het weer, een eenvoudig onderwerp dat, hoe vaak er al over gesproken is, toch elke keer weer boeit en dat bovendien goed bruikbaar is als intermezzo en als ouverture voor een nóg interessanter gesprek.
-
In Pakistan rijdt men links. Daar hebben de Britten indertijd voor
gezorgd. Iemand heeft mij eens verteld dat de Pakistaanse regering na de
onafhankelijkheid heeft geprobeerd om rechts verkeer in te voeren,
zoals in Zweden zo'n 20 jaar geleden is gedaan. Het experiment mislukte
want de kamelen konden geen borden lezen en bleven onverstoorbaar links
op de wegen lopen. Daar waren ze aan gewend. De Pakistani hebben er zich
toen bij neergelegd en zo is het linkse verkeer gebleven.
- De man maakte een uitnodigend gebaar: ik kon meerijden. Dat was een probleem. Hoe leg je met één woordje en nog wel een woordje dat er niets mee te maken heeft, uit dat je uit principe geen lift aanvaardt; dat je hier gekomen bent om te fietsen en dat het een heel onbevredigend idee zou zijn als je zou smokkelen en dat je het bovendien héél erg leuk vindt hier te fietsen, ook al moet je alles lopen?
-
Dat een klimexpeditie naar een top van 8848 meter wat meer is dan een
tocht van een groepje enthousiaste bergsporters voorzien van rugzakken
met daarin een pakje boterhammetjes, een appel, een regenpak en een
rolletje touw, wat klimijzers en een hamertje, wist ik, maar van deze
volbeladen karavanen stond ik toch even te kijken. Hier werd een
compleet tentenkamp meegevoerd, alsmede een hoeveelheid kleren waarmee
je een heel warenhuis kunt vullen, een lading voedsel waarmee je een
hele supermarkt kunt vullen en een kampeeruitrusting waarmee je wel drie
buitensportzaken kunt vullen. Waarschijnlijk werden hier meer
medicamenten vervoerd dan zich in de rest van Nepal bevonden.
- Wat is wijsheid? ... Ergens tussen rennen en stilstaan ligt een optimum. Met je een ongeluk jakkeren, een leven lang, van de ene interessante plaats op aarde naar de andere en nergens langer dan vijf minuten blijven, zie je net zo weinig als wanneer je je hele leven binnen een radius van vijf kilometer van je geboorteplaats blijft.
- "Laten we er wat bij drinken", stelde ik voor. Dit voorstel viel in goede aarde en we besloten elk een Thumbs-up te nemen, de Indiase variant van cola.
"Een Thumbs-up voor elk", zei de Brit tegen de jongen, maar hoewel deze wat Engels sprak, deed zich nu toch een probleem voor, omdat de Brit een ander Engels sprak dan de jongen.
"Eén Thumbs-up voor jullie allemaal?" vroeg de jongen.
"Nee, vier Thumbs-up voor ons allemaal", antwoordde de Brit, nog steeds op zijn Brits. Ik kende dit soort spraakverwarringen zo langzamerhand wel en zag aankomen dat we straks tegen heug en meug Thumbs-up zouden moeten drinken. Daarom riep ik de wegsnellende jongen weer terug en voegde er duidelijkheidshalve aan toe: "In totaal vier Thumps-up, niet vier voor elk." Uit de twijfelende blikken van de jongen begrepen we, dat onze intentie, ondanks deze informatie, nog niet geheel duidelijk was.
De Fransman kreeg er genoeg van en bande
alle misverstanden onverbiddelijk uit: "One Thumbs-up" en hij wees op
mij naast hem, "two Thumbs-up" en hij wees op de Canadees tegenover hem,
"three Thumbs-up" en hij wees op de Brit rechts van hem, "four
Thumbs-up" en hij wees op zichzelf. We waren onder de indruk. Dit was
tenminste duidelijke taal maar dat mag je van een leraar verwachten.
Helaas worden echter ook leraren wel eens verkeerd begrepen en even
later werden er door de ijverige jongen tien Thumbs-up gebracht, één
voor mij, twee voor de Canadees, drie voor de Brit en vier voor de
Fransman. Ze moesten in het restaurant ongetwijfeld gedacht hebben dat
alle westerlingen gek zijn.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.