
Jacob
Maarten Arend Biesheuvel is een uniek persoon binnen de Nederlandse
literatuur.
Op zijn 17e is hij van het Gymnasium afgegaan om te gaan
varen op de grote vaart als ketelbinkie. Later heeft hij zijn vrouw Eva ontmoet, zijn studie rechten afgesloten en heeft hij
verschillende malen in een psychiatrische inrichting (of zoals hij zelf
zegt het gekkenhuis) doorgebracht.
Over dit alles schrijft hij (meestal)
korte verhalen waarin hij werkelijke gebeurtenissen uit zijn eigen
leven vermengt met gebeurtenissen uit zijn fantasie. Biesheuvel heeft
erg veel fantasie en hoewel zijn verhalen soms van de hak op de tak
springen zijn ze altijd onderhoudend en vaak erg humoristisch.
Bij een eerdere lezing van het verzameld werk van Maarten Biesheuvel in 2012 was ik erg enthousiast. Ik bombardeerde hem meteen tot de meest interessante Nederlandstalige schrijver die ik kende. Ik ben benieuwd hoe zijn verhalen me nu bij herlezing bevallen.
"In de bovenkooi" is het debuut van Maarten Biesheuvel uit 1972. Sinds de kerst heb ik het op mijn gemak tot me genomen, meestal slechts een of twee verhalen per dag. Ik moet helaas zeggen dat de meeste verhalen me nu wat tegenvallen. Gelukkig zitten er ook een aantal verhalen tussen die tot zijn toppers behoren: "De heer Mellenberg", "Brommer op zee" en "Tankercleaning".
In "De heer Mellenberg" maken wij kennis met een psychiatrische patiënt de heer Mellenberg, die behoorlijk onderlegd is in de fysica en er aardigheid in heeft om het personeel in de maling te nemen. Een staaltje van Mellenbergse logica (of moet ik zeggen Biesheuvelliaanse logica?).
- Op zeker dag hadden we een uitje naar Marken. We gingen met twintig patiënten onder leiding van een paar artsen en verplegend personeel. In de laadbak van de touringcar lagen manden vol met medicijnen en injectienaalden. Tot mijn geluk zat ik naast Mellenberg. De bus zette zich in beweging. Dat dácht ik. Maar Mellenberg zei: "Heb je er wel eens over nagedacht dat onze bus gewoon blijft stilstaan, dat alleen de wielen bewegen en zodoende de aarde onder zich door wentelen? We staan nu met onze neus naar het noorden en met onze wielen draaien wij, het is niet onbetwist zeker, maar voor mij heel aannemelijk, Oegstgeest naar het Zuiden weg. Kijk maar; dáár gaan de paviljoens al."
Op een andere dag legt Mellenberg uit hoe molens wind maken.
"Brommer op zee" is een ander onnavolgbaar verhaal van Biesheuvel. Isaäc, de hoofdpersoon stond al uren op het achterdek. Op een gegeven moment ziet hij iets vreemds: een lichtje dat op het schip af lijkt te komen. Tot zijn verbazing komt er een brommer over het water naar hem toe rijden. "Hoe is het mogelijk dat u op het water rijden kan?" vroeg Isaäc verbaasd. "Dat is een kwestie van oefenen zei de man," ik ben begonnen met een speld plat op het water te leggen. Als je dat heel voorzichtig doet, blijft hij drijven. Op de lange duur nam ik steeds zwaardere voorwerpen. Het was mij natuurlijk om mijn brommer te doen en tenslotte reed ik mijn eerste schamele rondjes op de stadsvijver.
Isaäc en de man praten nog wat na en de man vertrekt weer op zijn brommer.
In "Tankercleaning" moet Maarten een tanker van binnen schoonmaken en van een dunne laag olieresidue ontdoen. In dit verhaal komen mannen uit vele landen voor die Maarten allen in hun eigen taal toespreekt. Deze drie verhalen zijn absolute hoogtepunten in de hele Nederlandstalige literatuur. Verder staan er nog een aantal ook erg goede verhalen in de bundel, over een man die een gieter met een inhoud van achthonderdduizend liter bestelt, over een man die met de fiets en een blok ijs de Sahara oversteekt, over een welp die tijdens een uitje met de padvinders in zijn broek poept.
Ik zei eerder dat zijn verhalen me nu wat tegenvallen. Een bundel van net iets meer dan 200 bladzijden met 3 verhalen van wereldklasse en een aantal erg goede verhalen, dat is gewoon een heel erg goede bundel.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.