Frank van Rijn: Een duizend meter hoge kerstboom: Mexico, Guatemala en Belize (Nederland, 2022): 232 blz: Uitgeverij Elmar
"Een duizend meter hoge kerstboom" beschrijft een fietstocht die Frank van Rijn van december 2015 tot februari 2016 maakte door Centraal-Amerika: Mexico, Guatemala en Belize, waarbij hij vooral geïnteresseerd was in de overblijfselen van de Maya-cultuur.
Voor Franks doen was het een kort tochtje van slechts 3 maanden en nog geen 4.500 km. Met dit boek erbij heb ik alle 17 boeken van Frank van Rijn op mijn blog besproken. Het is leuk om alle stukjes achter elkaar te lezen en dan vooral de citaten die tezamen een uitstekend beeld geven van wat Frank al die jaren heeft gedaan.
Ik vind "Een duizend meter hoge kerstboom" een gemiddeld boek van Frank van Rijn. Zijn boeken zijn in de eerste plaats leuk voor mensen die zelf ook een grote fietstocht hebben gemaakt.
Citaten:
-
Maar eigenlijk onderstreepte die afdaling zijn dreigende schuin omhoog
gestoken onderarm-verhaal, want elke afdaling maakt het gemiddelde
stijgingspercentage van de rest groter, oftewel in klare taal: hoe meer
je daalt op een traject, waarop je een bepaald hoogteverschil moet
overwinnen, hoe zwaarder je daarvoor verderop moet boeten.
-
Een feest moest hier uiteraard groots en vooral met enorm veel megabels
gevierd worden. En natuurlijk gold de gulden regel, die op veel
plaatsen in de wereld geldt: een gezellige sfeer wordt alleen dan
opgeroepen, als de luidsprekers zoveel lawaai produceren dat je beslist
niet meer met elkaar kunt praten. Dat hoefde ook niet, want wat mensen
bij dat soort gelegenheden tegen elkaar zeggen is toch volledig
voorspelbaar en in ieder geval totaal onbelangrijk. Vuurpijlen, rotjes
en ander knalwerk maakten de vreugde compleet.
- Om dergelijke onaangename bezoeken te voorkomen luidde een van mijn ongeschreven regels: "Zet je tent nooit zo dat die vanaf de weg of een zijpad te zien is". En een andere, ook niet onbelangrijke regel: "Zet de tent pas op, als de duisternis reeds grotendeels is gevallen". En dan had ik nog een derde regel, die ik slechts bij hoge uitzondering wilde overtreden: "Rijd nooit in het donker".
Dat natuurlijk in de eerste plaats door het autoverkeer, maar ook in
verband met eventuele wilde dieren, die dan actief worden en niet te
vergeten wilde mensen, die dan ook actief kunnen worden en soms door de
duisternis het verschil tussen het mijn en het dijn niet goed kunnen
onderscheiden.
- ... want dan zou ik in conflict komen met weer een andere regel van mijzelf: "Op fietsreis fiets je alles, behalve als het echt niet anders kan".
-
... Ik hoopte echter dat ik de goede dingen deed. Wat ik me nog wel
goed herinnerde van het vak Veiligheid was dat ik bij een mondelinge
overhoring een nul scoorde. De docent gaf uit luiheid alleen maar nullen
of tienen. Een nul als je zijn enige vraag verkeerd beantwoordde en een
tien als je het goede antwoord gaf. Gewoon één mondelinge vraag per
student per kwartaal. Daarmee was hij snel klaar en had hij geen gedoe
met nakijken van proefwerkjes.
-
Bij de souvenirmarkt keek ik mijn ogen weer uit naar alle aardige
aandenkens, die je er kon kopen: tassen, kleedjes, leren riemen,
fluiten, kleding, wandbordjes en nog veel meer leuke spulletjes die je
bij thuiskomst in een kast opbergt om ze vijfentwintig jaar later bij
een grote opruiming voor het eerst weer tevoorschijn te halen en dan
meteen naar de kringloopwinkel te brengen, zodat anderen er ook plezier
aan kunnen beleven.