Posts tonen met het label Zuid-Afrika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuid-Afrika. Alle posts tonen

zaterdag 23 november 2024

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak: reizen tussen Afrika en China (België, 2013): 318 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Afrika is een beetje een verloren continent. Terwijl overal in de wereld sprake is van een economische groei, worden de landen in Afrika al sinds de jaren 80 jaar na jaar armer.
 
Lieve Joris heeft veel gereisd door Afrika, met name door de republiek Congo (het voormalige Zaïre). In eerste instantie ging ze op zoek naar het land waar haar oudoom als missionaris heeft gewoond. Geleidelijk ging ze houden van het land en zijn bewoners.
 
In "Op de vleugels van de draak" bekijkt Lieve Joris hoe de relatie is tussen de verschillende Afrikaanse landen en China. Terwijl de westerse landen steeds minder zaken lijken te doen in Afrika springen de Chinezen in het gat in de markt dat is ontstaan. Overal in Afrika zorgen de Chinezen voor de infrastructuur, ze kopen op grote schaal grondstoffen en openen winkeltjes.
 
In het begin van het boek is Lieve Joris in Dubai. Daar ontmoet ze een aantal Afrikanen die hier inkopen doen, winkels hebben en vervolgens ook naar China reizen. Lieve Joris besluit om een Afrikaan naar China te volgen en te kijken hoe de relatie is tussen de Afrikanen en de Chinezen.
 
Zoals in al haar boeken is Lieve Joris zeer betrokken bij de mensen die ze ontmoet. Ze logeert bij mensen thuis, sluit vriendschappen en volgt hen overal. Zodoende ontstaat een genuanceerd beeld. Opnieuw een prachtig boek!
 
Citaten:
- De man van de zaagmachine belt weer. Tijdens Alberts laatste bezoek aan Kisangani gaf die hem een diamant mee om in Dubai te verkopen. Met een deel van de opbrengst kocht Albert een elektrische zaag, de rest van het geld bewaarde hij. De man kondigt aan dat een bevriende commerçant op weg is naar Dubai; Albert mag hem het resterende bedrag geven, zodat die het ter plaatse kan besteden.
 "En hoe krijgt hij zijn geld dan terug?"
 "Dat heeft zijn vriend hem net gegeven. Daarom krijgt die straks cash van mij." Alles werkt in Dubai op deze manier, zegt hij, doorgaans komt er geen bank aan te pas. Hawala - ook Sachin en Vishal maken gebruik van dit informele transactiesysteem. Er gaan miljoenen in om, zal ik leren, waaronder veel zwart geld. De Verenigde Staten zijn er beducht voor, want ook Al Qaida doet betalingen via hawala.
 
- In een lift kwam Albert onlangs een Ugandese vrouw tegen die zijn telefoonnummer vroeg en hem het hare wilde geven. Eerst weigerde hij, maar vervolgens gaf hij het toch. Toen ze hem belde, vroeg hij haar naar de winkel van de Duseja's te komen en sprak haar streng toe. "Het leven dat je leidt is niet goed," zei hij, "ik ben een predikant en ..." "Maar dat is geen probleem," riep ze, "ik heb een heleboel klanten die predikant zijn!"
 
- 's Ochtends neem ik de taxi naar het oude centrum van de stad. De chauffeurs komen veelal uit Bangladesh of Pakistan, hun Engels is net goed genoeg om me naar mijn bestemming te brengen. Nu en dan maken we een praatje. "Hoe is het leven hier?" vraag ik aan een Afghaan die nors door de straten stuurt. "Money good, life no good," zegt hij.
 
- ... "Regent het in België ook?" vraagt Anne. Dubai is haar eerste niet-Afrikaanse bestemming, ik heb al eerder ondervonden dat zij niets over het land van haar vroegere kolonisator weet. Verbouwen wij pinda's en avocado's, wonen dorpelingen bij ons in hutten? Dat zijn de vragen die ze me de afgelopen dagen stelde.

- Op het plein voor de Olifantgalerij zit een dikke man op een krukje te praten, een blikje Heineken in de hand. Al onttrekt een zwart petje zijn gezicht deels aan mijn oog, zijn profiel is me bekend, evenals de gebaren waarmee hij zijn betoog kracht bijzet. In enkele passen ben ik bij hem. "Dédé?"
 Hij kijkt me verbaasd aan. "Hoe kom jij hier." En dan: "Jij volgt me tot op de maan!"
 We zijn elkaar jaren geleden ook al eens tegen het lijf gelopen op een terras in Uganda's hoofdstad Kampala. Zijn broer Guy en hun vrouwen Zaytoun en Rashida zijn er ook en plotseling is het alsof ik in deze stad familie heb. De Lusangi's nog wel, die in Congo behalve een busmaatschappij, restaurants en hotels ook palmolieplantages beheren - die tout-terrain zijn, zoals de Congolezen het noemen.
 
- Guangzhou staat bekend om zijn fixatie op verse gerechten; tijdens een etentje met een Chinese kennis kieperde de ober voor mijn ogen een partij springlevende sardientjes in een kom kokende rijstepap.

- In het zuiden van China draait volgens Abu alles om geld en sinds de toestroom van Afrikanen doen bedrijven hun uiterste best hen te lokken. Op de Huanshi Zhongstraat werden eens flyers uitgedeeld voor een beurs in Shantou, 450 kilometer ten oosten van Guangzhou. De bus ernaartoe, het hotel, het eten - alles was gratis. "De autoriteiten van Shantou waren geschokt door het gebrek aan etiquette van de Afrikanen die op het buitenkansje waren afgekomen: ze gristen de gerechten van het buffet en stopten eten in hun tas. Maar de lokale bevolking was verrukt, die dacht dat een bus vol Amerikaanse basketbalspelers was gearriveerd en stond in de rij om hun handtekening te vragen."

- " ... Tot voor kort dachten Afrikanen bij een fabriek aan Duitse gevaartes, waar je een gebouw van drie etages omheen moest bouwen. Die mythe is ontmaskerd: tegenwoordig kan je een fabriek runnen met tien mensen. Een drukkerij, dat zijn drie machines. Voor 5.000 dollar installeer je in je garage een machine om sap te maken, thee in te pakken of mobiele telefoons in elkaar te zetten. "
 
- De Chinezen leggen wegen aan in het Rwandese binnenland. "Onderweg zien ze weleens een hond lopen," vertelt Albert. "Tot voor kort pakten ze die op, stopten hem in hun vrachtwagen, aten hem 's avonds in hun compound op en lieten de botten slingeren. Wij moesten hun uitleggen dat zij zich daardoor de vijandigheid van de bevolking op de hals halen, want een hond in Rwanda is een bewaker. Als je die doodt, vrezen mensen dat zij daarna zelf aan de beurt zijn."
 
- Het is prettig te praten met een Afrikaan die van zoveel inzicht getuigt in wat China voor Afrika kan betekenen en zich tegelijkertijd zo goed bewust is van de valkuilen. "Chinezen vragen mij voortdurend of ik misschien de zoon of de neef van de Rwandese president ben," zegt Albert. "Hoe kan ik anders op mijn jonge leeftijd al zo'n hoge functie hebben? Ik antwoord steevast: "Als ik de zoon of de neef van de Rwandese president was, zou ik niet in China hebben gestudeerd, maar in de Verenigde Staten of in Europa, zoals de kinderen van jullie elite. Dan zou ik nu niet hier zijn, maar daar."" Hij kijkt me aan met dat slimme lachje van hem. "Reken maar dat ze dan hun mond houden."
 
- Een Chinese student kwam eens naar hem toe en zei: "Het spijt me je dit te moeten vragen, maar klopt het dat jullie in Afrika in bomen leven en alleen kleren aantrekken om hiernaartoe te komen?" Zo iemand neemt Franck te grazen. "Jazeker leven wij in bomen," antwoordde hij, "en je weet toch dat China een ambassade heeft in Rwanda? Wel, de Chinese ambassadeur woont drie bomen bij ons vandaan."
 
- Na Xiangtan en Changsha begin ik een idee te krijgen van hoe middelgrote steden in het Chinese binnenland eruitzien. Jinhua is niet anders: brede boulevards met lawaaierig verkeer, karakterloze flats, hotels met grote entrees, supermarkten met schreeuwerige reclames. Hier en daar een stuk braakliggend land waarop grijpkranen gretig het roodbruine zand afgraven, want de bouwwoede gaat onverminderd verder.
 
- Het is aangenaam tegenover Guo Dong te zitten, stapels boeken over Afrikaanse kunst binnen handbereik. De Chinezen hebben alles, zegt hij: geld, luxe, en toch zijn ze niet gelukkig. In Afrika wordt er altijd gelachen, al hebben de mensen niets. "En de lucht is er schoon. God slaapt elke nacht in Uganda, want daar is het paradijs." Die uitdrukking ken ik uit Rwanda - alleen zeggen ze daar dat God elke nacht in Rwanda slaapt.

- "Hebben jullie het later nog over zijn vaders dood gehad?"
 "Nee, nee, hij praat er niet graag over."
 "Het was het eerste waarover hij mij vertelde toen we elkaar ontmoetten."
 "Dat komt omdat jullie treinconversaties voeren?"
 "Hè?"
 "Zo noemde een journalist het ooit. Hij ging conversaties aan met treinpassagiers en werd geen enkele keer afgewezen omdat mensen ervan uitgingen dat ze hem nooit meer zouden zien."
 Dat is wat ik doe: treinconversaties voeren. Alleen duren die soms jarenlang.

- Hij kopieert de afbeelding op mijn stick alsof het een kostbaar cadeau is, waarna ik hem de geheugenkaart van mijn camera geef om de foto's te kopiëren die ik op de Expo van hem maakte. Hij slaat ze op onder de naam Liwu, zoals hij me is gaan noemen.
 "Betekent dat iets?"
 "Ja: Geschenk."
 Vroeg of laat, heb ik gehoord, geeft iemand in China je een naam.
 "Het is een mooie naam," zegt hij, "hou die maar."

- Ik heb aangeboden de boodschappen te betalen en in de supermarkt laadt Eureka kip, olie, tomatensaus, groente en fruit in zijn karretje. "Ho, ho," protesteer ik als hij een pak bloem van vijf kilo uit de rekken haalt, "waarom zoveel? We zijn maar met z'n vieren." Schuldbewust bekent hij van de gelegenheid gebruik te willen maken een voorraadje aan te leggen.

- Op zijn tiende toog hij met zijn vader naar de markt in een dorp verderop en kocht een blik melkpoeder waarmee hij thuis langs de deuren ging. Hij verkocht het poeder per plastic lepeltje: voorzichtig kieperde hij een lepeltje in de handpalm van zijn klanten, die het poeder oplikten en erop zogen alsof het een snoepje was. 10 CFA kostte het. Vaak vonden ze het zo lekker dat ze nog een lepeltje wilden. Zelf at Cheikhna er tussendoor ook een beetje van. Toen het blik leeg was, had hij tweeënhalf keer zoveel geld als hij ervoor betaald had.

- De laatste vijftien jaar vliegt Makam niet meer. "Eén reis zou ik nog willen maken," zegt hij, "terug naar Mali. Een moslim moet begraven worden op de plaats waar hij sterft, en ik wil niet in vreemde aarde liggen. Maar dan zou ik mijn huis moeten verkopen en waar moeten mijn kinderen en kleinkinderen dan wonen?"

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

donderdag 23 juni 2022

J.M. Coetzee: Zomertijd

J.M. Coetzee: Zomertijd (Zuid-Afrika, 2009): 297 blz: Vertaald door Peter Bergsma (2009): Uitgeverij Cossee
 

 
"Zomertijd" is na "Jongensjaren" en "Portret van een jongeman" het afsluitende deel van een autobiografische romantrilogie.
 
In "Zomertijd" wil een zekere Vincent een biografie schrijven over de wereldberoemde schrijver John Coetzee. Hij wil daarbij zijn aandacht vooral richten op de periode dat de schrijver weer in Zuid-Afrika woonde, rond 1971-1977, na een langdurig verblijf in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
 
Om deze biografie te kunnen schrijven wil Vincent een aantal mensen interviewen. De meeste mensen die op de lijst staan zijn inmiddels overleden en uiteindelijk spreekt Vincent slechts 5 mensen. Hij spreekt Martin, een vriend, en verder 4 vrouwen: Margot, een nicht van John, Adriana, een danslerares waar John verliefd op geweest is, en Julia en Sophie met wie hij een verhouding heeft gehad.
 
De vraag is natuurlijk in hoeverre Vincent aan de hand van deze 5 interviews een biografie kan maken. De 5 interviews vormen samen het grootste en belangrijkste deel van het boek, verder staan er nog wat losse aantekeningen in.
 
Als autobiografie stelt "Zomertijd" niet zo veel voor. De 5 personen die Vincent heeft geïnterviewd zien geen van allen waarom Coetzee een bijzonder mens zou zijn. Coetzee komt naar voren als een rustige man, die wel vriendelijk is, maar die moeilijk met andere mensen kan omgaan. Hij heeft eigenlijk geen vrienden en zijn liefdesrelaties stellen ook niet veel voor. Alle 5 vinden ze hem zowel als minnaar, als schrijver en als mens niet zo bijzonder.
 
Behalve wat in de onderstaande citaten vermeld staat kom je niet zoveel over de schrijver John Coetzee te weten. Maar de roman zit ingenieus in elkaar, geeft een heel andere kijk op het genre biografie en ik heb hem met veel plezier gelezen. Wat ik ook leuk vind in dit boek is dat er regelmatig stukjes in het Zuid-Afrikaans in de tekst staan. Voor mij als Nederlandstalige lezer is dat extra leuk omdat het Zuid-Afrikaans veel op het Nederlands lijkt en meestal wel te begrijpen valt. Collega-blogger Koen heeft "Zomertijd" ook besproken, evenals de twee eerdere romans.

Naar aanleiding van deze romantrilogie en het eerder gelezen "In ongenade" zou ik alles wel willen lezen van Coetzee. Dat zal niet gaan gebeuren omdat er nog zoveel meer te lezen valt.
 
Julia:
- Wat merkwaardig was, was dat het in die dagen niet vaak voorkwam dat een blanke man met zijn handen werkte, ongeschoold werk deed. Kafferwerk, werd het over het algemeen genoemd, werk dat je tegen betaling door een ander liet doen. Al hoefde je je niet echt te schamen als mensen je zand zagen scheppen, je viel er wel mee uit de toon, als u begrijpt wat ik bedoel.
 
- U moet me geloven als ik u zeg dat geen haar - geen haar! - op mijn hoofd erover piekerde om te flirten met deze man. Want hij had geen enkele seksuele uitstraling. Het was alsof hij van hoofd tot voeten met een neutraliserende spray was bespoten, een steriliserende spray.
 
- Twee ondoorgrondelijke robots die een ondoorgrondelijke omgang met elkaars lichaam hebben: zo voelde het om met John in bed te liggen.
 
- Vrouwen vielen niet op hem - althans geen vrouwen die goed bij hun hoofd waren. Ze keurden hem, ze snuffelden aan hem, ze probeerden hem misschien zelfs uit. Daarna gingen ze verder.
 
Margot:
- Johns aanwezigheid op de boerderij is een bron van ongemak. Na jarenlang overzee te hebben doorgebracht - zoveel jaren dat werd geconcludeerd dat hij voorgoed was vertrokken - is hij plotseling weer tussen hen opgedoken onder een of andere wolk, een of andere schandvlek. Een van de verhalen die worden gefluisterd is dat hij in een Amerikaanse gevangenis heeft gezeten.
 
- Ze merkt dat hij de schaal vlees doorgeeft zonder er zelf van te nemen.
 "Neem je geen schapenvlees, John?" roept Carol op liefbezorgde toon vanaf het andere eind van de tafel.
 "Vanavond niet, dank je," antwoordt John. "Ek het my vanmiddag dik gevreet."
 "Dus je bent geen vegetariër, je bent geen vegetariër geworden terwijl je overzee was."
 "Geen strikte vegetariër. Dis nie 'n woord waarvan ek hou nie. As 'n mens verkies om nie so veel vleis te eet nie ..."
 "Ja?" zegt Carol. "As 'n mens so verkies, dan ... ?"
 
- Weer John en zijn gedichten! Ze kan het niet helpen, ze proest van het lachen. John die op de veranda van dat treurige huisje gedichten zit te verzinnen! Met een baret op zijn hoofd, ongetwijfeld, en een glas wijn bij zijn elleboog. En de kleine kleurlingenkindertjes die om hem heen drommen en hem lastigvallen met vragen: Wat maak oom? - Nee, oom maak gedigte. Op sy ou ramkiekie maak oom gedigte. Die wêreld is ons woning nie ... Meneer maakt gedichten op zijn oude banjo.
 
- Het is maar een grapje, maar hij wenst het serieus te nemen. "Ik zou niet weten hoe je een bestseller schrijft," zegt hij. "Ik weet niet genoeg van mensen en hun fantasiewereld. Hoe dan ook, ik ben niet voorbestemd voor dat lot."
 "Welk lot?"
 "Het lot van een rijke en succesvolle schrijver."
 "Voor welk lot ben je dan voorbestemd?"
 "Precies voor het huidige. Voor het wonen met een ouder wordende vader in een huis in de blanke buitenwijken met een lekkend dak."
 
Adriana:
- "Strikt genomen ben ik niet de leraar Engels," kwam meneer Coetzee tussenbeide, zich tot Joana richtend. "Ik ben de bijlesleraar Engels. Dat betekent dat ik door de school ben aangenomen om leerlingen te helpen die moeite met Engels hebben. Ik probeer ze door de examens heen te loodsen. Dus ik ben een soort examentrainer. Dat zou een betere beschrijving zijn van wat ik doe, een betere naam voor mij."
 
- Meneer Vincent, voor u is John Coetzee een groot schrijver en een held, dat wil ik wel aannemen, waarom zou u anders hier zijn, waarom zou u anders dit boek schrijven? Voor mij daarentegen - neem me niet kwalijk dat ik dit zeg, maar hij is dood, dus ik kan zijn gevoelens niet kwetsen - voor mij is hij niets. Hij is niets, was niets, alleen maar een ergernis, een blok aan mijn been. Ik zie wel dat u nijdig bent omdat ik hem neerzet als een idioot. Desondanks was hij voor mij echt een idioot.
 
Martin:
- Hij vertelde me eens dat hij zijn roeping had gemist, dat hij bibliothecaris had moeten worden. Daar kan ik wel in meevoelen.
 
- Zou u dat niet tot nadenken moeten stemmen? Zult u niet onvermijdelijk met een verhaal komen dat naar het persoonlijke en intieme neigt ten koste van 's mans feitelijke prestaties als schrijver? Zal het ook maar iets meer voorstellen - vergeef me dat ik het zeg - vrouwengeroddel?
 
Omdat mijn informanten vrouwen zijn?
 
Omdat het niet in de aard van liefdesrelaties ligt dat de geliefden een volledig en weloverwogen beeld van elkaar hebben.
 
Vincent:
- Ik heb hem nooit opgezocht. Ik heb zelfs nooit met hem gecorrespondeerd. Het leek me beter om op geen enkele manier bij hem in het krijt te staan. Dan zou ik vrij zijn om te schrijven wat ik wilde.
 
- Heb je een autorisatie nodig om een boek te schrijven? Aan wie zou ik die moeten vragen? Ik heb geen flauw idee. Maar ik kan u verzekeren dat het een serieus boek wordt, een serieus bedoelde biografie. Ik concentreer me op de jaren vanaf Coetzees terugkeer in Zuid-Afrika in 1971/72 tot zijn eerste algemene erkenning in 1977. Dat lijkt me een belangrijke periode in zijn leven, belangrijk maar veronachtzaamd, een periode waarin hij nog zijn draai probeerde te vinden als schrijver.

- In de publieke opinie bestond het beeld van een kille en hautaine intellectueel, een beeld dat hij nooit heeft proberen te ontzenuwen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij het aanmoedigde.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 20 juni 2022

J.M. Coetzee: Jongensjaren

J.M. Coetzee: Jongensjaren: Scènes uit de provincie (Zuid-Afrika, 1997): 160 blz: Vertaald door Peter Bergsma (1997): Uitgeverij Ambo
 

 
"Jongensjaren" is het eerste deel van een autobiografische romantrilogie waarin de schrijver over zijn jeugd in de provincie in Zuid-Afrika vertelt. Coetzee vertelt in korte zinnen en uiterst korte alinea's zijn verhaal. Het boek telt sowieso weinig bladzijden, de meeste schrijvers hebben 2 of 3 maal zo veel tekst nodig voor een zelfde verhaal, A.F.Th van der Heijden en J.J. Voskuil wel 10 keer zoveel.

John is een aparte jongen die weinig contact met leeftijdgenootjes heeft, maar graag leest, fietst of cricket speelt. Hij vertelt over zijn ervaringen op school, bij de boerderij, bij de scouting, alles met zeer weinig woorden. Ik ben erg onder de indruk van "Jongensjaren". Om een idee van de stijl van het boek te geven zoals gebruikelijk weer een aantal citaten. De meeste van de citaten zijn de complete alinea.
 
Citaten:
- Ze wonen in een nieuwbouwwijk aan de rand van de stad Worcester, tussen de spoorlijn en het Nasionale Pad. De straten van de wijk hebben bomennamen, maar nog geen bomen. Hun adres is Populierlaan 12. Alle huizen in de wijk zijn nieuw en identiek. Ze staan op grote percelen rode klei waar niets wil groeien, gescheiden door hekken van ijzerdraad. In elke achtertuin bevindt zich een vierkant gebouwtje, bestaande uit een kamer en een wc. Hoewel ze geen bediende hebben, noemen ze deze "de bediendenkamer" en de "bedienden-wc". Ze gebruiken de bediendekamer om dingen in op te bergen: kranten, lege flessen, een kapotte stoel, een oude kokosmatras.

- Hij komt uit een abnormale en schandelijke familie, waarin niet alleen geen kinderen worden geslagen maar oudere mensen met hun voornaam worden aangesproken en niemand naar de kerk gaat en er elke dag schoenen worden gedragen.
 
- Eenmaal, tijdens hun eerste maanden in Worcester, was er een jongen door de open voordeur komen slenteren en had hem aangetroffen terwijl hij op zijn rug onder een stoel lag. "Wat doe je daar?" had hij gevraagd. "Nadenken," had hij geantwoord zonder erbij na te denken: "ik denk graag na." Het duurde niet lang of zijn hele klas wist het: de nieuwe jongen was vreemd, hij was niet normaal. Die vergissing heeft hem geleerd dat hij voorzichtiger moet zijn. 

- In haar boze buien geeft ze af op iedere vorm van boekenkennis. Kinderen moesten naar de ambachtsschool worden gestuurd, zegt ze, en daarna aan het werk gezet. Studeren is maar onzin. Leren voor meubelmaker of timmerman, met hout leren werken, dat is het beste.

- De familie, geleid door zijn grootmoeder, is niet blind voor het geheim van Populierlaan 12, namelijk dat het oudste kind op de eerste plaats komt in het huishouden, het tweede kind op de tweede en de man, de echtgenoot, de vader op de laatste.

- Afrikaners durven geen jij te zeggen tegen iemand die ouder is dan zijzelf. Hij drijft de spot met het taalgebruik van zijn vader: "Mammie moet 'n kombers oor Mammie se knieë trek anders word Mammie koud." Hij is maar blij dat hij niet Afrikaans is en het hem bespaard blijft zo te moeten praten, als een gegeselde slaaf.
 
- Op zijn verjaardag krijgt hij, in plaats van een partijtje, tien sjieling om zijn vrienden te trakteren. Hij nodigt zijn drie beste vrienden uit om mee te gaan naar Café Globe; ze gaan aan een tafeltje met een marmeren blad zitten en bestellen een bananasplit of een dame blanche. Hij voelt zich de koning te  rijk dat hij anderen zo kan verwennen, het zou een grandioos succes zou zijn geworden, als het plezier niet vergald was door de haveloze kleurlingenkinderen die door het raam naar ze staan te kijken.

- In plaats van vrienden hebben ze familie. Zijn familieleden van moederskant zijn de enigen die hem min of meer accepteren zoals hij is. Ze accepteren hem - ongemanierd, onaangepast, excentriek - niet alleen omdat ze zonder hem te accepteren niet op bezoek kunnen komen, maar ook omdat zij door hun opvoeding net zo schuw en ongemanierd zijn.

- Maar Ros en Freek interesseren hem pas echt. Hij is vreselijk benieuwd hoe hun leven eruitziet. Dragen ze een hemd en een onderbroek zoals blanken? Hebben ze allebei een bed? Slapen ze naakt of in hun werkkleren of hebben ze een pyjama? Nuttigen ze echte maaltijden, op een stoel aan een tafel met mes en vork?
 
- Hij ziet niet in hoe poëzie in het leven van zijn vader past; hij vermoedt dat deze maar doet alsof. Als zijn moeder vertelt dat ze om aan de spot van haar zusters te ontkomen met haar boek moest wegkruipen op zolder, gelooft hij haar. Maar hij kan zich onmogelijk voorstellen dat zijn vader als jongen gedichten las, hij die nu alleen maar de krant leest.
 
- Hij begrijpt niet waarom zoveel mensen om hem heen een hekel aan Engeland hebben. Engeland is Duinkerken en de Slag om Engeland. Engeland doet zijn plicht en aanvaardt rustig, zonder drukte zijn lot. Engeland is de jongen tijdens de Zeeslag bij Jutland die bij zijn kanons bleef terwijl het dek onder hem brandde. Engeland is sir Lancelot du Lac en Richard Leeuwenhart en Robin Hood met zijn handboog van taxushout en zijn groene lakense pak. Wat kunnen de Afrikaners daartegenover stellen? Dirkie Uys, die zijn paard doodjakkerde. Piet Retief, die voor gek werd gezet door Dingaan. En dan de Voortrekkers die wraak namen door duizenden Zoeloes dood te schieten die geen geweren hadden, en daar nog trots op waren ook.
 
- Teneinde om halfnegen op school te zijn moet hij om halfacht de deur uit: een half uur lopen naar het station, een kwartier met de trein, vijf minuten lopen van het station naar school en een buffer van tien minuten met het oog op vertragingen. Maar omdat hij bang is om te laat te komen, gaat hij al om zeven uur de deur uit en is om acht uur op school. Daar kan hij in het zojuist door de conciërge geopende lokaal in zijn bankje gaan zitten en met zijn hoofd op zijn armen wachten.
 
- Hij is voortdurend ziedend van woede. Die man, noemt hij zijn vader als hij tegen zijn moeder spreekt, te zeer van haat vervuld om hem een naam te geven: waarom moeten we iets met die man te maken hebben? Waarom laat je die man niet naar de gevangenis gaan?
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 20 januari 2019

94: Invictus

Invictus (Verenigde Staten, 2009): 128 minuten: Regisseur Clint Eastwood

Invictus (2009) PosterClint Eastwood is bekend geworden als acteur in de spaghettiwesterns van Sergio Leone. Later is hij zelf ook films gaan regisseren. Hij heeft onder andere "The bridges of Madison Country", "Gran Torino" en "One million dollar baby" op zijn naam staan, alle drie erg goede films. Een van zijn mooiste films is "Invictus" uit 2009.

"Invictus" is een film over de springbokken, het nationale rugbyteam van Zuid-Afrika en ook over Nelson Mandela, die net president van Zuid-Afrika is geworden.

Het is 1994 en het ANC heeft de verkiezingen gewonnen, Nelson Mandela is verkozen tot president en de springbokken hebben net een oefeninterland tegen de Engelsen kansloos verloren. Het nationaal sportcomitee van zwarten besluit unaniem om de naam en het shirt van de springbokken af te schaffen (rugby was in Zuid-Afrika vooral een sport voor de blanke minderheid).

Mandela hoort hiervan en besluit om naam en shirt te handhaven en ziet in rugby een mogelijkheid tot nationale verzoening. Hij nodigt de aanvoerder van het elftal Francois Pienaar (een rol van Matt Damon) uit voor een gesprek en vraagt wat ze kunnen doen zodat de springbokken het wereldkampioenschap kunnen winnen dat in 1995 in Zuid-Afrika wordt gehouden. Gelukkig is Zuid-Afrika als gastland al gekwalificeerd. Volgens de experts zijn de springbokken kansloos.

"Invictus" is enerzijds een prachtige sportfilm over rugby en anderzijds een film over het inspirerende leiderschap van Nelson Mandela (een prachtige rol van Morgan Freeman) in een veranderend Zuid-Afrika. Warm aanbevolen voor iedereen die van een mooie sportfilm houdt en vooral voor de bewonderaars van Mandela.

Op IMDB krijgt "Invictus" van 139.000 mensen een waardering van 7,3.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.