Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen

donderdag 31 oktober 2024

Lieve Joris: De melancholieke revolutie

Lieve Joris: De melancholieke revolutie (België, 1990): 247 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Lieve Joris verbleef van de zomer van 1989 tot de lente van 1990 grotendeels in Hongarije. Het was de tijd van grote omwentelingen in het Oostblok en ook in Hongarije. Er werden voor 1990 voor het eerst in lange tijd, vrije verkiezingen uitgeschreven.
 
De eerste twee boeken van Lieve Joris: "De Golf" en "Terug naar Kongo" waren vooral reisverslagen. In "De melancholieke revolutie" is ze nog een stukje ambitieuzer, ze probeert om de politieke situatie van Hongarije op dat moment te duiden. Lieve Joris voerde vele gesprekken met aanstormende politici. Doordat het boek zo op de Hongaarse politiek is gericht, maakt het voor mij minder universeel en boeiend dan haar twee eerdere boeken. Een knap boek, dat zeker, maar voor mij een van de minder onderhoudende boeken van Lieve Joris.
 
Citaten:
- Tegen vieren is de lange tafel met het hagelwitte damasten tafelkleed veranderd in een indrukwekkend tableau vivant. Tussen de boeken, manuscripten en artikelen staan flesjes, lege koffiekopjes en goudomrande bordjes met resten chocoladetaart; de plastic zak met kersen midden op de tafel is leeg, de asbakken puilen uit van sigarettepeuken en kersepitten. Traag gaat het gezelschap uiteen. Iedereen gooit wat kleingeld op tafel, dat András samenraapt en waarmee hij de rekening betaalt.
 
- Als György en Teréz naar bed zijn, gaan wij - zoals het stedelingen betaamt - op zoek naar een café. Fegyvernek slaapt, de straten zijn ternauwernood verlicht, hier en daar het flauwe schijnsel van een lantaarn, daarachter doemen de huizen als sombere schimmen op. We sluipen langs heggen en vóór me doorboort Mészöly de duisternis met een zaklamp. "Het lijkt wel Afrika," zeg ik.
 Mészöly reageert als door een wesp gestoken. "Jongens, hoor eens wat zij zegt: het lijkt wel Afrika!" Ik heb het al eerder gemerkt: Hongaren maken onder elkaar graag smalende opmerkingen over de toestand van hun land, maar zijn beducht voor kritiek van buitenstaanders. De dagen daarna zal Mészöly mijn opmerking herhaaldelijk terugkaatsen.
 
- "Onze geschiedenis heeft zijn Stendhal of Tolstoj nog niet gevonden," zegt hij bedachtzaam, "maar zelfs Tolstoj had uiteindelijk geen goede vorm gevonden om over politiek te schrijven. Denk maar aan Anna Karenina. De liefdesscènes uit dat boek zullen we nooit vergeten, maar in die tijd werden in Rusland ook belangrijke landhervormingen doorgevoerd; als Tolstoj daarover schrijft, val ik gewoon in slaap van verveling!"
 
- Gergö kijkt me aan met lichte spot in de ogen: "Veertig jaar zijn we afhankelijk geweest van de Russen, we zullen altijd van hen afhankelijk blijven. Misschien zullen we in de toekomst iets meer mogen zeggen, maar zij zullen bepalen hoeveel."

- "Dat is nu Hongarije," zegt Schiffer als we verder rijden.
 "Wij zijn verdeeld," zucht Tamás, "dat is het verschil met de Polen, die hebben een veel sterker gevoel van natie dan wij. Dat komt omdat wij eeuwig belegerd zijn, door Turken, Oostenrijkers, Duitsers, Russen. De ene helft van Hongarije trekt naar het Oosten, de andere naar het Westen. Wij hebben te veel verschillende ambities; als wij bij elkaar zitten, kunnen we het nooit over één zaak eens worden."

- Aan de ontbijttafel leest iedereen de krant. Vroeger hadden ze die in een minuut uit, tegenwoordig komen ze niet mee bijgelezen, klagen ze. Tamás steekt een broodje in de lucht, het is rond en keihard. "Dit broodje," zegt hij met een dramatische stem, "is even oud en moe als ik. In het westen van het land, bij de Oostenrijkse grens, daar eet je brood, hmm, Kaiserbrötchen. Maar hoe oostelijker je reist, hoe armer het land en hoe ouder het brood."

- We eten aan een lange tafel met uitzicht op het dal; in de verte de bossen waar de man jaagt. Als jachtopzichter heeft hij veel contacten met lokale partijfunctionarissen, maar hij is niet meer afhankelijk van hen, zijn meningen worden niet langer door onzuivere motieven bepaald. Zijn ideeën komen tegenwoordig uit de wereld van de jacht.
 "Als je wild hebt geschoten, moet je er nooit meteen naar toe lopen," zegt hij, "steek maar rustig een sigaret op, wacht maar een minuut of vijf. Want een dier in stervensnood kan je in zijn allerlaatste desperate moment nog levensgevaarlijk verwonden. Zo is het met de communisten ook. Ze zullen ons misschien nog een krachtige trap geven. Maar doodgaan zullen ze."

- Koffie wil ik, maar als we op het perron aanschuiven bij een kiosk, is de lucht doordrenkt van goedkope pálinka die de mannen om ons heen vreugdeloos achteroverslaan - als een medicijn. Een tijdje geleden mocht er vóór negen uur geen alcohol worden geschonken, vertelt Gergö, maar toen kochten de arbeiders 's avonds al een voorraadje, dus met dat verbod was het snel afgelopen.

- Ik moet denken aan wat István Eörsi me vertelde. "In 1956 was Kádár de meest gehate man van heel Hongarije," zei hij, "maar niet veel later verkondigde hij: ik geef jullie meer vlees als jullie mijn macht aanvaarden. Toen zeiden de mensen: ach, hij is niet zo slecht, minder slecht dan wij dachten, eigenlijk is hij nogal goed, relatief fantastisch zelfs!"

- Tegen politieke meetings heeft hij geen bezwaar, maar er moet wel goed bij worden gegeten en gedronken.

- Rijk waren zijn ouders niet. Zijn grootmoeder stond net als iedereen uren in de rij en vaak aten ze alleen aardappelen en kool. Op een  dag ging hij met zijn moeder naar een markthal. Daar kwamen ze een kennis tegen, de vrouwelijke minister van gezondheid. Hij imiteert de gespeeld-deftige toon waarop deze aan zijn moeder vroeg: "Zeg eens, mijn lieve, wat jij je kinderen bij het ontbijt geeft, want de mijne willen geen cacao meer drinken." Cacao was een luxe-produkt dat weinig mensen zich konden veroorloven. "Ik geef ze aardappelsoep," zei zijn moeder kortaf. De vrouw reageerde enigszins geshockeerd, maar vervolgde toch op dezelfde flemende toon: "Zijn jullie met de auto gekomen?" "Nee, met de kar." Gekrenkt draaide de vrouw zich om. "Domme gans," fluisterde zijn moeder.

- In het Westen is het verschil tussen wat een schrijver en een bouwvakker weet niet zo fundamenteel. Hier weet een loonarbeider of een boer die in een collectief werkt, niets.

- Zelf is hij niet opgehouden over die dingen na te denken: waarom moeten er bijvoorbeeld drieduizend verschillende soorten lampen zijn? Twee soorten zoals in Hongarije is ook te weinig, beseft hij - maar dertig bijvoorbeeld, dat zou toch moeten volstaan?

- De serveerster heeft twee borden met eten voor ons neergezet. Tijdens het praten stoot ik per ongeluk een glas rode wijn om. János schiet achteruit - te laat, zijn witte hemd zit vol wijnspatten. De serveerster snelt toe om ons een nieuw tafeltje te geven, ik probeer met een natte doek het ergste kwaad te verhelpen. Maar János staat alweer te grijnzen. "Ach, vergeleken met orkaan Hugo is dit een kleinigheid."

- "Je bent de enige buitenlander hier aan tafel," fluistert Köszeg, "het is je gelukt, je zit er middenin."
 "Het is de enige manier," zeg ik.
 "Het helpt dat je een vrouw bent." Hij kijkt me zijdelings aan en lacht in zijn baard.
 "Is dat een compliment?" Hij bedoelt waarschijnlijk: het helpt dat je een jonge vrouw bent. "Eigenlijk is het tragisch," zeg ik, "het betekent dat het me als vijftigjarige niet zou lukken."
 
- "Daklozen," zeg ik tegen Anna als ik thuiskom, "in de hele wereld lijken ze op elkaar."
 
- "Hoe ging het vanavond eigenlijk?" vraag ik.
 "Ach, er werden een paar serieuze vragen gesteld." Hij wuift met de hand. "Maar eerlijk gezegd houd ik niet van serieuze vragen. Militaire kwesties, woningnood, economie, stomvervelend is het." Hij kijkt me van terzijde aan. "Ik hou er meer van als een vrouw mij vraagt wat mijn programma voor de rest van de avond is." Gábor, de onverbeterlijke Gábor. Zelfs nu kan hij het niet laten. Of misschien juist nu niet, nu dit alles hem aan het ontglippen is.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 20 mei 2023

Mark Schalken (initiatiefnemer): De vleesvrije stad in 10 jaar

Mark Schalken (initiatiefnemer): De vleesvrije stad in 10 jaar (Nederland, 2021): 93 blz: Uitgave: Stichting Het Huis van Betekenis i.s.m. Uitgeverij Nachtwind


 
"De vleesvrije stad" is een uiterst origineel boek, een ludieke combinatie van een politiek pamflet en een kunstwerk.
 
De kunstenaar Mark Schalken werd in het voorjaar van 2020 gevraagd om een lezing te houden over een maatschappelijk urgente kwestie. Hij koos voor vleesconsumptie en de dierenindustrie. Vanwege corona ging de lezing niet door. Daarom benaderde Mark Schalken verwante tekenaars en schrijvers. Ze organiseerden een tekenproject met "De vleesvrije stad" als resultaat. Een getekend stappenplan: tien jaren in tien beeldverhalen. Elk verhaal kreeg een eigen thema.
 
Een schrijver, tien kunstenaars, één boek. Van de tien kunstenaars die aan het boek gewerkt hebben had ik alleen van Typex wel eens gehoord. "De vleesvrije stad" bestaat uit tien totaal verschillende korte beeldverhalen van 8 bladzijden lengte met links op de eerste bladzijde informatie over de kunstenaar. Het boek oogt prachtig. De tekenstijlen van de verschillende kunstenaars zijn alle zeer divers. Het sterkst vind ik de tekeningen bij het jaar 2025 van Leyla Ali die afkomstig is uit Azerbeidzjan en het jaar 2028 van Bob Mollema.
 
Ik vind "De vleesvrije stad" een mooi boek over een belangrijk onderwerp, maar ik vrees dat het teveel een preek voor eigen parochie is, er zullen niet zo veel mensen zijn die na lezing van dit boek ineens geen dieren of dierlijke producten meer zullen eten. Wat dat betreft vind ik de boeken van zowel Peter Singer als van Jonathan Safran Foer aanmerkelijk meer overtuigend.
 
         
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 3 november 2022

Stoppen of doorlezen? Li Zhisui: Het privéleven van Mao

Li Zhisui: Het privéleven van Mao onthuld door zijn lijfarts (China, 1994): 662 blz: Vertaald door Jan Braks, Milko van Gool en Lisanne Theunissen (1995): Uitgeverij Balans
 

 
Op mijn lijsten van favoriete boeken staan nog een aantal boeken waar ik nog geen bespreking over heb geschreven. Één daarvan is "Het privéleven van Mao", dat geschreven is door Li Zhisui, de man die de laatste 22 jaar van het leven van Mao (1954-1976) zijn lijfarts is geweest.

Ik heb "Het privéleven van Mao" gelezen in 1995, het jaar dat het boek uitkwam. Veel kan ik mij niet meer herinneren van die lezing, wel dat Mao een seksmaniak was die dagelijks met verschillende jonge vrouwen sliep en op veel van die vrouwen een vervelende geslachtsziekte overbracht. Een aantal van die vrouwen waren er ook nog trots op dat ze die ziekte kregen als bewijs dat ze het bed hadden gedeeld met Mao. 

Iets anders is dat Mao zich nooit waste. Hij liet zich regelmatig (ook door jonge vrouwen) schoonwrijven met warme handdoeken. 

Nu heb ik het woord vooraf, de inleiding en de eerste 70 bladzijden (tot en met hoofdstuk 4) gelezen. Het boek begint met de doodstrijd van Mao en de verwoede pogingen van dokter Zhisui en zijn staf om hem in leven te houden. Mao had veel kwalen, waaronder ALS.
 
De openingszin van het boek spreekt voor zich:
Er is in de geschiedenis geen leider geweest die zo lang zo veel macht had over zo veel mensen als Mao Zedong, en die zijn land daarbij zo veel rampspoed bracht als hij. 
 
Mocht je toevallig fan zijn van Mao, dan zul je daar na het lezen van "Het privéleven van Mao" waarschijnlijk toch wel anders tegen aan kijken. Het boek geeft een ontluisterend beeld van Mao. Ik zal dit boek niet direct aan andere lezers aanraden, het is mij veel te gedetailleerd en ik denk dat een kortere biografie over Mao ook wel volstaat. Niettemin een eye-opener.
 
Ik had me voorgenomen om het boek in zijn geheel te herlezen. Na 70 bladzijden weet ik wel weer wat de teneur van dit boek is en besluit ik te stoppen met lezen.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 24 juni 2017

Robert D. Kaplan: Oostwaarts

Robert D. Kaplan: Oostwaarts: Reizen door de Balkan, het Midden-Oosten en de Kaukasus (Verenigde Staten, 2000): 344 blz: Vertaald door Jan Smit (2001): Uitgeverij het Spectrum: Oorspronkelijk uitgever: Random House

In "Oostwaarts" maakt de Amerikaanse journalist Robert Kaplan een reis vanuit Hongarije naar het oosten: door Roemenië, Bulgarije, Turkije, Syrië, Jordanië, Libanon, Israel, Georgië, Turkmenistan, Azerbadjan en Armenië.

Hij komt in contact met staatshoofden, diplomaten, zakenmensen en intellectuelen en maakt zo een politieke analyse van de landen die hij bezoekt. Zijn verslag is zeker lezenswaardig, maar over het Nederlands van de vertaling ben ik niet zo enthousiast.

Een aantal citaten:

- "Weet je wat het werkelijke voordeel is van McDonald's in Hongarije en andere voormailge socialistische landen? Het zijn de enige zaken waar mensen - vooral vrouwen - een schoon toilet kunnen vinden."

- Hij had erbij kunnen zeggen dat de gang van zijn appartementengebouw donker en smerig was, zoals zo vaak in de voormalige communistische wereld, waar tientallen jaren staatseigendom de mensen alle initiatief hadden ontnomen om hun bezittingen te onderhouden, een mentaliteit die maar langzaam veranderde.

- Veel staten waar ik doorheen zou reizen noemden zich weliswaar democratisch, maar de feitelijke machtsverhoudingen op veel plaatsen toonden aan dat het leger, de veiligheidsdiensten en zakelijke oligarchieën allemaal een belangrijke rol achter de schermen speelden.

- "Die worstelaars zijn allemaal grote, sterke kerels met mobiele telefoons, dure auto's, Versace-pakken en jonge meiden aan hun arm. De vriendinnetjes zien er allemaal hetzelfde uit: mager, met blond haar en een onnozel smoeltje, opgedirkt met veel goud."

- Er zijn twee soorten eetzaken en restaurants in de ex-communistische wereld: moderne zaken met plexiglas, marmer en chroom, met goede whisky's en wijnen en een internationale cuisine van uitstekende salades, vis en andere gezonde gerechten - waar de nouveau riche komt eten - en de tochtige eethuizen met vuile ramen, een zinken toonbank en asvlekken in de tafelkleedjes, waar slecht eten op goedkope borden uit de communistische tijd wordt opgediend. Daar komt dus de rest van de bevolking.

- Hoewel Aleppo in het Midden-Oosten lag, waren er frappante overeenkomsten met steden uit het communistische Oost-Europa: gebroken ramen, wegrottende deuren, afbladderende verf en beleefde, ogenschijnlijk doodvermoeide mensen met warrig haar en versleten, slechtzittende kleren, die stoffige bruine karretjes voortduwden, hoewel er ook een paar nieuwe Toyota's en Mercedessen tussen die duizenden oude, aftandse wagens rondreden.

- Toen ik mijn plunjezak naar mijn kamer had gebracht maakte ik met Eka een wandeling door Batoemi. Bij nadere beschouwing zag ik kinderen op blote voeten, vuilnis in de straten, gebarsten stoeptegels en overal kuilen, maar ook Audi's, BMW's en Mercedessen - een typische post-Sovjeteconomie in Afrikaanse stijl, aangejaagd door corruptie.

- Uitspraak van Stalin: "Papier accepteert alles dat erop geschreven wordt."

- Alleen oorlog is een snellere locomotief dan olie voor veranderingen in de Derde Wereld.

 



dinsdag 4 april 2017

Karl Popper: De open samenleving en haar vijanden

Karl Popper: De open samenleving en haar vijanden (Oostenrijk, 1945): 530 blz: Vertaald door Hessel Daalder & Steven van Luchene (2007): Uitgeverij Lemniscaat: Oorspronkelijk uitgever Routledge & Kegan Paul Ltd.

De open samenleving en haar vijanden / deel I & IIVan "De open samenleving en haar vijanden" heb ik alleen het eerste deel gelezen (tot blz 232), waarin Popper een kritiek geeft op de ideeën van Plato. Van Plato heb ik het verzameld werk in de prachtige vertaling van Hans Warren en Mario Molegraaf. Daarvan heb ik de eerste 9 delen gelezen.

Kort gezegd komt de kritiek van Popper op het volgende neer:
Plato geeft in zijn werk en met name in "De staat" en "De wetten" een soort van blauwdruk van hoe een ideale staat er volgens hem uit dient te zien. In de loop der eeuwen had Plato veel bewonderaars, met name door de toegankelijke manier waarop hij zijn ideeën vorm heeft gegeven. Dat zijn ideale staat een soort voorloper van een totalitaire staat was werd daarbij nauwelijks opgemerkt.
In de tijd dat Popper "De open samenleving en haar vijanden" schreef (1940-1945) vond de Tweede Wereldoorlog, een wereldomvattende strijd tussen democratische en totalitaire staten plaats. Popper vond het van het grootste belang om te wijzen op de vroegste uiting van totalitaire ideeën in deWesterse cultuur en zijn afkeer daarvan uit te spreken.

Ik was de naam Karl Popper al vaak tegengekomen en dat met name een verwijzing naar dit boek, dat een van de meest invloedrijke filosofische boeken uit de 20e eeuw schijnt te zijn. Ik verbaas me daar eerlijk gezegd wel wat over. Van filosofieboeken is bekend dat ze voor de leek nogal moeilijk leesbaar zijn. Dat geldt voor dit boek in extreme mate. Nooit eerder las ik zo'n moeilijk leesbaar boek. Iemand die een college wil geven over onleesbare teksten kan hier tal van voorbeelden vinden.

Ik zeg het niet vaak met zoveel woorden van een boek, maar dit boek kun je beter ongelezen laten. Ga in plaats daarvan een lekker eindje wandelen, klets wat met vrienden of kies voor een wat leesbaarder boek!

   (Voor de leesbaarheid verdient het boek slechts één ster)