Posts tonen met het label Leugenverhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leugenverhalen. Alle posts tonen

donderdag 22 april 2021

Gottfried August Bürger: Avonturen van de Baron von Münchhausen

Gottfried August Bürger: Avonturen van de Baron von Münchhausen (Duitsland, 1788): 105 blz: Vertaald door Jeroen Brouwers (1978): Uitgeverij Kwadraat
 
Wonderbare reizen te land en ter zee,…
 
R.E. Raspe: De wonderbaarlijke avonturen van Baron von Münchhausen (Groot Brittannië, 1785): 170 blz: Vertaald door Godfried Bomans (?) met illustraties van Gustave Doré: Uitgeverij Loeb (1984)
 
De wonderbaarlijke avonturen van Baron van Munchhausen
 
Ik heb de afgelopen dagen op mijn gemak de "Avonturen van de Baron von Münchhausen" herlezen in de soepele vertaling van Jeroen Brouwers. Het is maar een dun boekje met net 100 bladzijden tekst. "Münchhausen" wordt beschouwd als het bekendste leugenverhaal uit de wereldliteratuur.

"Münchhausen" is in eerste instantie geschreven door de naar Engeland uitgeweken Duitser Raspe en een paar jaar later al bewerkt en aangevuld door zijn landgenoot Bürger. Deze editie van Bürger is tegenwoordig veruit het meest bekend.

Münchhausen was een vrolijke avonturier die in zijn vriendenkring zelf zijn avonturen pleegde te vertellen, met de fles onder handbereik. Het zijn nogal ongeloofwaardige avonturen maar hij zegt steeds met nadruk dat ze waargebeurd zijn.

Ik vind het motto aan het begin van de vertaling van Jeroen Brouwers erg mooi:
- Neem dit van mij aan, achtenswaardige heren, het zijn de stompzinnigsten niet, die graag fantaseren.

Hoewel Jeroen Brouwers zogezegd de uitgave van Bürger als uitgangspunt nam en Godfried Bomans de uitgave van Raspe, blijkt bij vergelijking dat ze allebei dezelfde tekst hebben vertaald. Beide vertalingen lezen soepel, hoewel ik de voorkeur geef aan die van Jeroen Brouwers. De uitgave vertaald door Brouwers die ik heb is een verzorgd uitgegeven kleine paperback zonder illustraties. De uitgave van Loeb (Godfried Bomans) is een grote hardcover met stofomslag met daarbij de illustraties van Gustave Doré. Dat lijkt een aantrekkelijkere keuze, maar ik vind de illustraties van Doré niet echt interessant om naar te kijken. Doré was in zijn tijd wereldberoemd, maar nu is men over het algemeen niet meer zo enthousiast over zijn werk en ik dus blijkbaar ook niet.

Ik ken 2 verfilmingen van "Münchhausen", een Duitse film die in 1943 is gemaakt en die ik een waar genot vind om naar te kijken en eentje door Terry Gilliam (van Monthy Python) uit 1988 die weliswaar erg fantasierijk is, maar die ik toch aanzienlijk minder interessant vind.

Enige citaten (uit de vertaling van Brouwers):
- Dit liet ik mij gezegd wezen en reed verder, tot nacht en duisternis mij overvielen. Zo ver het oog reikte geen dorp te zien. Het hele land lag ondergesneeuwd en ik kende heg noch steg. Moe van het rijden steeg ik ten slotte af en bond mijn paard aan wat ik aanzag voor een puntje van een boomtak dat boven de sneeuw uitstak. Voor de zekerheid nam ik mijn pistolen onder mijn arm, ging niet ver daarvandaan in de sneeuw liggen en verzonk in een dusdanig gezonde dut, dat mijn ogen niet eerder opengingen dan op klaarlichte dag. Hoe groot was mijn verbazing toen ik bemerkte dat ik midden in een dorp op het kerkhof lag! Mijn paard was aanvankelijk nergens te zien; toch hoorde ik het even later ergens boven mij hinniken. Toen ik dus omhoog keek, zag ik dat het aan de weerhaan van de kerktoren was gebonden en daaraan naar beneden hing. Onmiddellijk wist ik nu wat er aan de hand was. Het dorp was 's nachts geheel ondergesneeuwd geweest; het weer was opeens omgeslagen, ik was even zoetjes in slaap gedommeld als de sneeuw was beginnen te smelten en langzaam gaan zakken, en wat ik in de duisternis voor een boven de sneeuw uitstekende twijg had gehouden en waar ik mijn paard aan vast had gebonden, bleek het kruis of de weerhaan van de kerktoren te zijn.

- Toen ze nog een normale windhond was, - terloops vermeld ik dat het een teefje was, - zat ze eens  achter een haas aan, die me abnormaal dik toescheen. Ik had te doen met mijn arme vrouwtjeshond, want ze was drachtig en wilde toch nog even snel vooruitkomen als anders. Slechts op zeer grote afstand kon ik haar te paard volgen. Opeens hoorde ik een geblaf als van een hele meute honden, alleen zo zacht en zwak, dat ik niet wist wat ik ervan moest denken. Toen ik naderbij kwam aanschouwde ik een vertederend wondertje. De vrouwtjeshaas had onder het lopen gejongd en ook mijn vrouwtjeshond had nieuw leven gebaard, en deze waarachtig precies evenveel jonge honden als gene jonge hazen. Instinctief hadden de enen de vlucht genomen, terwijl de anderen ze niet alleen hadden nagejaagd, maar ook gevangen. Zo bezat ik aan het eind van de jacht opeens zes hazen en zes honden, hoewel ik toch maar met één van elk was begonnen.

- Een andere keer wilde ik over een moeras springen, dat me aanvankelijk minder breed was voorgekomen dan het bleek te zijn toen ik midden in de sprong was. In de lucht zwevend keerde ik dus weer terug naar waar ik vandaan gekomen was, om een grotere aanloop te nemen. Niettemin sprong ik ook de tweede keer te kort en viel niet ver van de andere oever tot aan mijn nek in het moeras. Hier zou ik ongetwijfeld het leven hebben gelaten als niet de kracht van mijn eigen arm mijzelf aan mijn pruik mitsgaders mijn paard, dat ik stevig tussen de knieën klemde, er weer uit had getrokken.

- Aangezien mijn vader eensdeels zelf een groot deel van zijn vroegere jaren met reizen had doorgebracht, andersdeels menig winteravond verkortte met openhartig en onopgesmukt vertellen van zijn avonturen, waarvan ik u wellicht later nog een paar ten beste zal geven, kan men deze neiging bij mij dus op even goede gronden voor aangeboren als ingegoten houden.

- Hij had de lofrijke gewoonte, niets tegen zijn zin te doen, en de nog lofrijkere, zich door niets van dit principe te laten afleiden.

  
 
Bent u op zoek
naar een mooi boek
Kijk dan bij