Posts tonen met het label Zuid-Amerika. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuid-Amerika. Alle posts tonen

maandag 8 augustus 2022

Steve McCurry: Rio

Steve McCurry: Rio: Pirelli Calendar 2013 (Verenigde Staten, 2012): 34 platen: Uitgeverij Pirelli
 
De Italiaanse bandenfabrikant Pirelli geeft sinds 1964 jaarlijks een kalender uit met vrouwelijk schoon, die niet in de handel verkrijgbaar is, maar uitsluitend wordt toegezonden aan relaties van Pirelli. De serie is tussen 1974 en 1984 onderbroken, maar in 1984 is de draad weer opgepakt en sindsdien is ieder jaar een Pirelli-kalender verschenen.
 
Voor het maken van de Pirelli-kalender wordt ieder jaar een beroemde fotograaf gevraagd, zijn of haar visie op vrouwelijk schoon te geven. Er zijn in het verleden veel wereldberoemde fotografen geweest die hebben gewerkt voor Pirelli. Wat te denken van namen als: Uwe Ommer, Bert Stern, Herb Ritts, Richard Avedon, Peter Lindbergh, Annie Leibovitz en Mario Testino?
 
Ik heb een overzichtswerk met daarin alle foto's van de Pirelli-kalenders van 1964 tot en met 2004. Maar er is maar één kalender die ik in mijn bezit heb, en dat is de editie uit 2013 van Steve McCurry.

De meeste fotografen die voor de Pirelli-kalender hebben gewerkt, hebben naakte of zeer schaars geklede vrouwen gefotografeerd. Steve McCurry heeft geklede vrouwen gefotografeerd tegen de achtergrond van het stedelijk schoon in Rio. De modellen zien er allemaal fantastisch uit en er zitten vele prachtige foto's in het boek. In totaal staan er 34 foto's in "Rio".

Ik denk dat voor Steve McCurry het maken van de foto's voor "Rio" een relatief ontspannen en goed betaald tussendoortje was. Zoals altijd bij hem, mag het resultaat er wezen.

Voor een aantal afbeeldingen uit "Rio", klik hier.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 25 april 2022

Frank van Rijn: De magische vijfduizend metergrens

Frank van Rijn: De magische vijfduizend metergrens: Een avontuurlijke reis door Argentinië, Chili, Bolivia en Peru (Nederland, 2020): 244 blz: Uitgeverij Elmar
 
De magische vijfduizendmetergrens
 
"De magische vijfduizend metergrens" is het nieuwste boek van Frank van Rijn. Het gaat niet over zijn laatste reis, maar over een reis van 8½ maanden en 15.000 kilometer die hij in 2000 maakte door Argentinië, Chili, Bolivia en Peru voornamelijk over de hoogvlakten en de bergpassen van de Andes.

Liefhebbers van de boeken van Frank van Rijn zullen dit nieuwste boek ook wel weer weten te waarderen. Veel beschrijvingen van het afzien, de ontmoetingen met mensen, maar minder over de lokale cultuur, dit alles beschreven met de typische humor van Frank van Rijn.

Frank van Rijn is misschien geen groot schrijver, maar een groot wereldfietser is hij zeker wel en al zijn boeken zijn onderhoudend. Erg leuk om als een tussendoortje te lezen.
 
Citaten:
- "Heb je een lamp?" vroeg Carter, toen we voor de eerste, vrij lange tunnel stonden. 
 "Wel twee," antwoordde ik: "Ik heb ze vanochtend met vooruitziende blik speciaal klaargelegd voor eventuele tunnels."
 "En heb je ze ook meegenomen?"
 "Nee, dat helaas niet. Vergeten! Niet zo slim van mij, om helemaal eerlijk te zijn."
 "Ik heb vanochtend geen enkele lamp klaargelegd," zei Carter, "maar heb er wel meteen een in mijn rugzak gestopt. Met één lamp die je meeneemt, kun je beter een tunnel verlichten, dan met twee klaargelegde lampen, die je thuis laat!"
 "Dat lijkt wel een oosterse wijsheid," merkte ik op. "Die ga ik vanavond opschrijven in mijn dagboek."
 
- "Bordeaux is toch wel het  puikje van de zalm."
 "Absoluut!"
 "En weet je hoe je zo'n Bordeaux nog een stuk lekkerder kunt maken dan hij normaal al is?" vroeg ik.
 "Kan dat dan?" vroeg Jean Pierre verbaasd.
 "Wél wis en waarachtig!"
 "Vertel op," zei Jean Luc.
 "Door het te mengen met cola, 50%. Niet meer want dan wordt het te zoet."
 "Verschrikkelijk!" riep Jean Baptiste huiverend uit. De beide anderen knikten beamend en eveneens vol afgrijzen.
 "Dan is het net een licht mousserende Champagne," vervolgde ik onverstoorbaar.
 "Quel horreur!" riepen de drie Jeans in koor.
 "Hebben jullie het wel eens geprobeerd?" vroeg ik.
 "Nee, alsjeblieft niet!" Weer in koor.
 "Maar hoe weet je dan dat het horreur is? Probeer het eens! Misschien gaat er wel een nieuwe wereld voor je open, als je even door de zoete appel heen bijt."
 
- Als je high bent, kom je met een fiets niet erg high en daarom bleef ik die dag low, mij tevreden stellend met een zwart prikdrankje uit een rood blikje, iets waar piscokenners diep op neerkijken, maar dat mij vaak de energie geeft om hoog te stijgen.
 
- Er wordt wel eens gezegd: "Tegen kou kun je je kleden, tegen warmte niet." Misschien heb ik reptielenbloed, maar bij mij geldt het omgekeerde, zoals nu weer eens bleek: Tegen de échte kou kan ik me niet kleden, tegen de warmte altijd: hemd, T-shirt met korte mouwen, katoenen onderbroek, korte broek, wollen sokken, schoenen en een petje op mijn hoofd. Daarmee kan ik de hoogste temperaturen op aarde aan, mits ik genoeg water drink.
 
- Deze helling zou me normaal niet veel moeite kosten, maar nu was het een lijdensweg, of positiever uitgedrukt, een sportprestatie van de hoogste orde.
 
- Langs de wegen, zowel geasfalteerd als gravel, in de bergen en op vlak terrein, stonden de kruisen dicht gezaaid, met de namen van de verongelukte reizigers er op. Die kruisdichtheid langs de wegen verbaasde mij niet. Bier was goedkoop en het werd flink gedronken. De raad "Glaasje op, laat je rijden" werd over het algemeen niet erg serieus genomen en er werd hard gereden. Door bochten scheuren was stoer, dus je moest ook niet aankomen met "Beter vijf minuten later thuis, dan 50 jaar eerder in het hiernamaals".

    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 31 augustus 2021

Kazuyoshi Nomachi: Pelgrimage

Kazuyoshi Nomachi: Pelgrimage: Fascinerende fotoreportages (Japan, 2005): 504 blz: Vertaald door Chiel van Soelen & Pieter van der Veen (2005): Uitgeverij Veltman
 

 
Kazuyoshi Nomachi (geboren in 1946) is een Japanse reportagefotograaf. Na een reis door de Sahara in 1971 begon hij met het maken van reisreportages.

In "Pelgrimage" heeft Kazuyoshi Nomachi religieuze rituelen gefotografeerd in onder andere de Sahara, India, Tibet, Ethiopië, Saoedi Arabië en de Andes. De foto's worden begeleid door een tekst van ongeveer 50 bladzijden die ik niet heb gelezen.

De foto's in "Pelgrimage" vind ik indrukwekkend. Het zijn allemaal kleurenfoto's, meestal van mensen, portretten, maar ook groepen mensen. Er zijn natuurlijk veel meer boeken gepubliceerd met dit soort foto's, maar in zijn soort vind ik "Pelgrimage" een erg mooi boek.
 
"Pelgrimage" is een boek dat iedere liefhebber van verre reizen zal aanspreken. Het religieuze aspect van de foto's is natuurlijk ook belangrijk, maar het zijn toch vooral prachtige foto's van mensen in verre landen. Heel bijzonder vind ik een aantal foto's van massa's pelgrims in witte jurken rond de Kaäba in de grote moskee in  Mekka.
 
Voor een aantal foto's van Kazuyoshi Nomachi, klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zaterdag 24 maart 2018

Frank van Rijn: Revanche in de Andes

Frank van Rijn: Revanche in de Andes (Nederland, 2001): 258 blz: Uitgeverij Elmar

Revanche in de Andes

"Revanche in de Andes" is de volledig herziene uitgave van "Zuid-Amerika op de fiets", dat oorspronkelijk verschenen is bij uitgeverij Pirola in 1989.

Volgens mij zijn er aardig wat teksten toegevoegd, en ook de nodige kaartjes, waarop je de route die Frank van Rijn gefietst heeft, kunt volgen en eventueel na kunt fietsen. Frank van Rijn maakte zijn tocht in 1985 en fietste achtereenvolgens door de volgende landen: Venezuela, Colombia, Ecuador, Peru, Bolivia, Argentinië, Paraguay en Brazilië, om te eindigen waar hij begonnen was, in Caracas in Venezuela.

Frank van Rijn is ongetwijfeld Nederlands beroemdste wereldfietser, hij heeft een groot aantal boeken geschreven, geeft regelmatig lezingen en is meerdere malen te bewonderen geweest op radio en televisie.

Zelf zegt Frank van Rijn dat iedereen met een beetje uithoudingsvermogen de fietstochten kan maken die hij maakt, maar dat het echte werk achteraf komt, het schrijven van de boeken. Dat lijkt hij voornamelijk te doen om zo zijn volgende reis weer te kunnen betalen. De kosten van zijn reizen lijken mij wel mee te vallen, hij heeft het wel eens over 20-30 gulden per dag. Het goedkoopste land waar hij ooit doorheen is gereisd, was ongetwijfeld Zaïre, daar kon hij slechts 2 artikelen krijgen: water en bananen. Zo heeft hij in een maand tijd in dat land 3 gulden uitgegeven aan zo'n 30 kilo bananen, wat omgerekend op een dubbeltje per dag komt.

Ik denk dat je de boeken van Frank van Rijn het meeste zult waarderen als je zelf ooit een langere fietstocht hebt gemaakt. Dan komt ook zijn preoccupatie met het materiaal bekend voor.

Hieronder een aantal citaten:

- Voor de meeste vrachtwagenchauffeurs zijn er twee categorieën weggebruikers: vrachtwagens en andere. Voor de eerste moet je oppassen; de tweede rijd je, eventueel met wat toeteren, gewoon van het asfalt af. Honden, voetgangers en fietsers zijn voor hen allemaal hetzelfde, ze horen niet op het asfalt, dus rijd je ze eraf en als ze er niet snel genoeg af zijn rijd je erover.

- Het fietsen is slechts een klein onderdeel van het geheel. Het voortdurend zorgen voor voedsel en voor slaapgelegenheid, het oplossen én voorkómen van materiaalpech, het gezond blijven onder de meest verschillende fysieke omstandigheden en het overleven van het verkeer op de zwaar bereden trajecten, dát, en nog vele meer, zijn de problemen die je op zo'n reis het hoofd moet bieden.

- Hier en daar kom ik langs een klein boerderijtje aan de kant van de slingerende weg. .... Bij zulke boerderijtjes en ook in dorpen lopen vaak biggen en varkens vrij rond. Dat zijn mobiele vuilnisbakken. Je ziet hier namelijk nimmer een afval- of papierbak. Het vuil wordt in de straten of aan de kant van de weg gestort en de biggen en varkens zoeken eruit wat ze kunnen gebruiken en het moet wel heel onverteerbaar zijn willen ze het laten liggen. Het lastige is, dat een big het verschil niet ziet tussen een berg rotzooi en een fiets met bagage erop en ik heb daarom nog wel eens onenigheid met deze lopende vuilnisemmers gehad die zich in hun opruimijver met mijn fietstassen gingen bezighouden.

- Wel voel ik dat ik veel slaap te kort gekomen ben. Misschien kan ik dat compenseren met wat klonten rietsuiker. Ik ga niet gebukt onder enige kennis van zaken op biologisch en medisch terrein en dat is soms gemakkelijk, want dan kan je dit soort simpele gedachten hebben, en als je erin gelooft helpt het nog ook!

- Je ziet in Zuid-Amerika op de toeristische plaatsen veel reizigers die gebukt gaan onder een pak op de rug. Die gaan met het openbaar vervoer van de ene toeristenplek naar de andere maar van alles wat er tussen ligt zien ze nauwelijks iets. En juist dat tussenliggende, de gewone dorpjes en nederzettingen, de bergen, de woestijnen, de jungles en het boerenland, zijn het meest de moeite waard. Daar leer je het land echt kennen.

- Ik heb een theorie ontwikkeld die stelt dat het fietsen op asfaltwegen vermoeiender is dan op steenslagwegen, mits die laatsten niet al te slecht zijn. Als je namelijk op asfalt rijdt heb je in je onderbewustzijn het idee dat je "hard moet" waardoor de snelheid relatief hoog zal zijn. Op steenslag daarentegen kun je niet hard rijden omdat anders het materiaal sneuvelt. Je houdt je opzettelijk in waardoor de snelheid wat lager is dan op asfalt. Meestal is die snelheid niet eens zoveel lager, maar de energie die je daarmee bespaart, is vrij groot waardoor je veel minder snel moe wordt.

- Soms denk ik wel eens dat ik dermate veel reservemateriaal bij me heb dat er, juist door het grote gewicht daarvan, zoveel aan mijn fiets breekt. Anderzijds, en hier komt mijn bijgelovige aard ten aanzien van pech aan de fiets weer om de hoek kijken, is het zo dat als je een reserveonderdeel bij je hebt het origineel niet zo snel breekt als wanneer je het reserveonderdeel niet bij je hebt. Het is hetzelfde als met een regenpak dat je meeneemt om regen te voorkomen!

- Ik moet de fiets het politiebureau binnenbrengen en tegen de muur zetten. "Uitpakken," zegt een jong dienstkloppertje in burger die de leiding schijnt te hebben. In zo'n geval begin ik altijd heel listig met de achterste tas, waarin mijn voedsel zit. Die is meestal niet zo fris meer van gesmolten boter die erdoor gelopen is, een opengevallen jampot, kleverige stukken rietsuiker, een half geplette banaan en oud kruimelig brood. Als men dit bij controles openmaakt, wordt de rest meestal voor gezien gehouden.

Ik heb dit boek inmiddels drie keer gelezen, waarvan twee keer in de oorspronkelijke uitgave "Zuid-Amerika op de fiets".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 1 augustus 2014

Edward J. Larson: De proeftuin van de evolutie