Frank van Rijn: De hanen van de koning: Een reis door Thailand, Laos en Cambodja (Nederland, 2016): 271 blz: Uitgeverij Elmar
In
"De hanen van de koning" beschrijft Frank van Rijn een fietstocht van 3
maanden die hij in de winter heeft gemaakt in Zuidoost-Azië, door
Thailand, Laos en Cambodja van november 2012 tot februari 2013.
Twee
dingen vallen onmiddellijk op als ik "De hanen van de koning" lees. In
de eerste plaats ontmoet Frank van Rijn een flink aantal collega
westerse fietsers, veel meer dan tijdens zijn andere fietstochten. De
beschrijvingen van die ontmoetingen behoren tot de hoogtepunten van dit
boek. En verder heeft Frank van Rijn ineens belangstelling voor de
lokale cultuur, weliswaar in de vorm van eeuwenoude tempels, maar toch.
Ik
heb zelf in 1992 een rondreis van een maand door Thailand gemaakt
(met het openbaar vervoer) en ik herken de beschrijvingen van
Frank van Rijn. Ik vind "De hanen van de koning" een van de meer
onderhoudende boeken van Frank van Rijn.
Citaten:
- Daarop leerde hij mij een uiterst belangrijk zinnetje: "Mai sai pik". "Als je dat zegt stoppen ze geen chili in je voedsel. ..."
Na een show met olifanten:
- De show is voorbij en de toeschouwers lopen over het voetpad terug naar de ingang waar zich de souvenirwinkel bevindt. Daar kun je stenen, houten, ijzeren, plastic en van touw gevlochten olifanten kopen in alle maten en soorten. Een marmeren olifant bij mij in de tuin zou een aardig souvenir zijn, maar dan eentje van een meter hoog. Als ik met de auto was, kocht ik er meteen twee, een witte voor aan de rechterkant van het pad en een zwarte voor links. Omdat ik echter op de fiets ben stel ik mij tevreden met een houten exemplaar van twee centimeter. Het hoeft niet altijd groot te zijn.
- Als we even later mijn fiets met vereende krachten omhoog werken, vraagt James: "Wie zou jou op de proef willen stellen?"
"Hogere machten," antwoord ik. "Ik was bijna te licht bevonden."
"Die bagage van jou wordt anders niet te licht bevonden. Wat heb je allemaal bij je? Verzamel je stenen?"
"Nee, maar ik heb nogal wat reserveonderdelen bij me en veel kleren. Veel meer dan jij, want ik ben een koukleum."
"In de tropen heb je toch niet zoveel kleren nodig?"
"Meestal niet, maar soms wel. Ik wil me tegen allerlei soorten ongemak indekken."
"Duizenden kilometers een fors gewicht meezeulen is ook een soort ongemak."
- "Gefeliciteerd," zeg ik en haal mijn horloge uit mijn zak. "Elf uur precies."
"Ja," zegt James. "En we zijn om half acht vertrokken, is het niet?"
"Zoiets, ja." Ik kijk op mijn kilometerteller. "Twee kilometer."
"In drieënhalf uur!" rekent James uit.
"Dus
gemiddeld iets meer dan een halve kilometer per uur," reken ik verder.
"Daarmee verdienen we een vermelding in het Guinness Book of Records."
-
Soms vind ik het jammer dat de romantiek van het reizen er een beetje
af gaat met al die nieuwe voorzieningen. Je hoeft niet meer met kaarsen
te prutsen omdat de elektriciteit bijna nooit meer uitvalt, er komt
water uit de kraan als je er aan draait, de kans dat je door een krakend
bed zakt is sterk afgenomen, de gordijnen vallen niet meer van de rails
als je ze probeert te sluiten, raampjes en deuren gaan open en dicht
zonder uit de sponningen te tuimelen en gedreven hoteleigenaars hebben
voor je het goed en wel in de gaten hebt je kamer volgespoten met het
een of ander, volgens hen onschuldig, chemisch goedje, zodat je beslist
niet meer lastig gevallen wordt door muggen of welk ander kruipend of
zoemend wezen dan ook.
- Alle ingrediënten voor een aangename tocht zijn aanwezig op één na, want de zon zit, zoals elke ochtend in het noorden van Laos, achter een grauw wolkendek verscholen. Hoewel het nog elke dag tussen 10 en 12 uur is opgeknapt, begin ik hartgrondig genoeg te krijgen van die eeuwige nare deprimerende en soms hardnekkige ochtendnevels. Het moet gewoon de hele dag van zonsopkomst tot zonsondergang stralend weer zijn. Dan pas voel ik me in mijn element.
- 's Avonds loop ik over de Loeise nightmarket waar je bij de vele voedselstalletjes je maag voor een paar centen kunt vullen. Zo'n nightmarket is altijd gezellig, maar herhaaldelijk kijk ik met afgrijzen naar lugubere gerechten die de meeste carnivoren doen watertanden: gevilde kikkers, gekookte slangenkoppen, glibberige vissen en inktvissen, slijmerige slakken of wat het ook moge zijn en allerlei ander in de pan nog rondspartelend gedierte dat ik liever in de natuur zie dan op mijn bord. Mijn keuze valt op een paar soorten ongepeperde groenten en een zak in olie gebakken broodjes die ik bestrooi met suiker in plaats van er geroosterde vogelspinnen of gebakken kakkerlakken tussen te doen, wat hier natuurlijk een grote delicatesse is.
- Ik neem mijn intrek in een guesthouse waarbij een bordje staat met "geusthouse". Voor Laotianen, evenals voor vrijwel alle andere Aziaten, is de juiste spelling van het Engels vaak niet eenvoudig. Ik heb op deze reis de volgende onderkomens al gezien: guesthoues, questhouse, guetshouse, guasthoues, gueshous en gesthouse. Er zijn uiteraard nog veel meer varianten en ik probeer natuurlijk de hele verzameling compleet te krijgen.
-
In de dorpjes zie ik, zoals op zoveel plekken in Zuidoost-Azië", kleine
winkeltjes waar minuscule zakjes chips en rolletjes met een paar koekjes
verkocht worden. Ook hangen er vaak plastic zakjes met lokaal
gefabriceerde chips en kroepoekachtige spulletjes aan draadjes vanaf het
plafond. Zo'n zakje chips is, als je er aan begint, in een paar tellen
leeg, maar als je zin hebt in een redelijke portie koop je gewoon de
hele voorraad van de winkel.
-
Tijdens dit sorteren stuit ik op de zak met oude lappen die ik gebruik
om gaten in het zitvlak van mijn broeken, door slijtage op het zadel
ontstaan, te dichten. Dat repareren doe ik door een rondje van
bijvoorbeeld 8 cm in diameter uit zo'n lap te knippen en dat met
bisonkit over het gat in de broek te plakken, net zoals je een lekke
band repareert.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.