Marcel Proust: Op zoek naar de
verloren tijd: Deel 3: De kant van Guermantes (Frankrijk, 1921): 623
blz: Vertaald door Thérèse Cornips (1986): Uitgeverij de Bezige Bij
"De
kant van Guermantes" is het derde deel van de zevendelige romancyclus
"Op zoek naar de verloren tijd" van de Franse schrijver Marcel Proust.
Ruim twee jaar geleden was ik bezig met het herlezen van die cyclus en
toen ben ik afgehaakt na een bladzijde of 30 in dit derde deel.
Ook
nu had ik veel moeite om op te starten met "De kant van Guermantes".
Een kleine 2 maanden geleden las ik op een dag zo'n 30 bladzijden. Ik
legde het boek toen 2 weken weg en las de volgende 30 bladzijden.
Opnieuw legde ik het boek twee weken weg en las weer 30 bladzijden. Pas
bij de vierde poging kwam ik in het boek en las ik het in 2 weken uit.
In
"De kant van Guermantes" dringt de schrijver door in het leven van de
hoge adel met hun salons en gezamenlijke diners. Marcel raakt bevriend
met Robert de Saint Loup die hem een introductie biedt tot de salon van
Mme de Villeparsis. In eerste instantie kijkt Marcel hoog op tegen die
rijke adel, maar al gauw blijkt dat in hun salons net zulke onbenullige
gesprekken worden gevoerd als overal elders. De gesprekken bij die
salons nemen het overgrote deel van "De kant van Guermantes" in beslag.
Opnieuw
geeft Proust blijk van een groot psychologisch inzicht, heeft veel
levenswijsheden voor ons en maakt talloze prachtige vergelijkingen. Op
naar het vierde deel!
-
En de naam Guermantes van toen is ook als zo'n kleine ballon waarin
zuurstof zit opgesloten of een ander gas: als het me lukt hem te laten
knappen, er uit te laten ontsnappen wat hij inhoudt, adem ik de lucht
van het Combray van dat jaar, van die dag, vermengd met de geur van
meidoorn, meewaaiend met de wind van de hoek van het plein, voorbode van
de regen, die de zon beurtelings liet opvliegen, zich liet neervlijen
over het rode wollen vloerkleed van de sacristie en er de glanzende,
haast roze vleeskleur van geranium overheen liet strijken, van een,
temidden van de blijdschap, als het ware wagneriaanse lieflijkheid die
de festiviteit iets zo voornaams deed behouden.
- Want naast alle individuele karakteristieken bestond er indertijd tussen een dandyachtige rijke man uit de bovenlaag van de aristocratie en een dandyachtige rijke man uit de wereld der financiën en groot-industrie nog een markant verschil. Daar waar de laatste zou hebben gemeend zijn deftigheid te onderstrepen door tegenover minderen een afgemeten, hautaine toon aan te slaan, leek de grand seigneur, een en al zachtzinnige glimlach, zijn vertoon van bescheidenheid en geduld, zijn houding van doodgewone schouwburgganger te beschouwen en aan de dag te leggen als eigen aan zijn goede opvoeding.
-
Want als je verliefd bent zou je alle kleine onbekende voorrechten die
je geniet tegen de vrouw die je bemint willen uitbazuinen, zoals in het
dagelijks leven de misdeelden en zeurkousen dat doen.
-
Zodat - als je weet hoe je de krijgsgeschiedenis moet lezen - alles wat
voor de doorsnee lezer maar een verward relaas is, voor jou net zo'n
rationele samenhang krijgt als een schilderij heeft voor de kenner die
weet te kijken naar wat een figuur bij zich draagt, naar wat hij in zijn
hand houdt, terwijl de overdonderde museumbezoeker daas en suf wordt
van een hoop kleuren.
- En aangezien, om te groeien, van alle menselijke gewassen gewoonte het minst een voedingsbodem behoeft en als eerste op de schijnbaar allerkaalste rots tevoorschijn komt, ...
- Hij had haar al lief. Een hang tot dromen, het verlangen om door degene van wie je droomt gelukkig te worden, zorgen dat er niet veel tijd nodig is of je zet al je gelukskansen op die ene die een paar dagen tevoren nog maar een toevallige, onbekende, bijkomstige verschijning was op de planken.
-
"De liefde?" had ze een keer tot antwoord gegeven aan een pretentieuze
dame die haar had gevraagd: "Hoe denkt u over de liefde?" "De liefde?
Die bedrijf ik vaak, maar ik spreek er nooit over."
-
Maar men maakt pas de som op van iemands ondeugden wanneer hij
ternauwernood nog in staat is ze te beoefenen en men naar de omvang van
zijn sociale afstraffing, die zich begint te voltrekken en die het enige
te constateren feit is, de omvang van de begane wandaad meet, bedenkt
en overdrijft.
- Want de hertogin ontving graag bepaalde vooraanstaande mannen, zij het op voorwaarde dat ze vrijgezel waren, iets waaraan ze, zelfs indien getrouwd, wat haar betrof altijd voldeden, want aangezien hun vrouwen, altijd min of meer vulgair, te veel zouden afsteken in een salon waar zich alleen de elegantste schoonheden van Parijs bevonden, werden ze altijd zonder hen uitgenodigd; en om eventuele overgevoeligheden te ondervangen legde de hertog zulke onbestorven weduwnaars uit dat de hertogin nooit vrouwen ontving, geen vrouwengezelschap kon velen, bijna alsof het op doktersvoorschrift was en zoals hij zou hebben gezegd dat ze niet in een kamer kon verblijven waar een luchtje hing, niet te zout kon eten, niet achteruit kon reizen of een korset dragen.
-
Heus, het is iets heel raadselachtigs, de liefde, hernam de hertogin
met een zachtaardige glimlach van vriendelijke beschaafde vrouw, maar
ook met de onwrikbare overtuiging van een wagneriaan die tegen een clubman zegt dat de Walküre niet alleen maar lawaai is.
- Grande dame zijn is de grande dame
spelen, dat wil voor een deel zeggen, eenvoudig doen. Het is een rol
die handenvol geld kost, vooral omdat eenvoud pas aanspreekt onder
voorwaarde dat anderen weten dat je niet eenvoudig zou hoeven zijn, dat
wil zeggen, steenrijk bent.
- En toch, ze hechtte niet aan geld, tenzij misschien om het te kunnen uitgeven zonder zuinig aan te hoeven doen.
-
Pas bij een ziekte besef je dat je niet alleen leeft, maar geketend aan
een wezen van een ander rijk, waarvan afgronden je scheiden, dat jou
niet kent en dat je onmogelijk om begrip voor jezelf kunt vragen: je
lichaam.
-
Op het gebied van de zielsziekten is een arts die niet al te veel onzin
verkoopt een half genezen zieke, zoals een criticus een dichter is die
geen poëzie meer schrijft en een politieman een dief is die niet meer
steelt.
-
Zeer zeker is het verstandiger je leven aan vrouwen te wijden dan aan
postzegels, oude tabaksdozen of zelfs schilderijen en beelden. Alleen
aan deze andere collecties zou je het voorbeeld moeten nemen om voor
afwisseling te zorgen, om niet één vrouw te hebben, maar vele.
- Maar afwezig zijn, een invitatie voor een diner afslaan of onopzettelijke, onbewuste onvermurwbaarheid, helpen in de liefde, zelfs bij de kleinere aangelegenheden vandien, meer dan cosmetica en de mooiste kleren.
- Voor een Guermantes (al was hij dom) betekende intelligent-zijn een scherpe tong hebben, in staat zijn hatelijkheden te zeggen, een ander af te troeven, het betekende ook zijn man te kunnen staan op het gebied van de schilderkunst, de muziek, de architectuur, en Engels te kunnen spreken.
- Als bij een boek, als bij een huis, berust de kwaliteit van een "salon", dacht Mme de Guermantes terecht, op de hoeksteen van de beperking.
- In de liefde doen dankbaarheid en de behoefte om de ander een plezier te doen, vaak meer geven dan hoop en eigenbelang hadden doen beloven.