Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur (Nederland, 1991): 633 blz: Uitgeverij het Spectrum (Aula)
Maarten Tengbergen bespreekt in "Klassieken" in totaal 46 romans, toneelstukken, verhalen en dichtbundels uit de Russische literatuur. Hij behandelt daarbij werken van oa: Poesjkin, Gogol, Toergenjew, Dostojewski, Tolstoj, Tsjechov, Boenin, Babel en Solzjenitsyn. De hele groten uit de Russische literatuur zijn vertegenwoordigd met uitzondering van Paustovskij, Nabokov en Sjalamov.
Tengbergen heeft er in dit boek voor gekozen om een relatief klein aantal werken uitgebreid te behandelen ipv een groot aantal vrij kort. Alle besprekingen bestaan uit 2 delen. Eerst geeft Tengbergen een uitgebreide samenvatting van het boek en vervolgens een kritisch essay waarbij hij de inhoud bespreekt en hoe het boek ten tijde van de publicatie in Rusland en daarbuiten is ontvangen. De essays zijn zeer doorwrocht en beslaan meestal zo'n 6 tot 12 bladzijden.
Ik
ben over het algemeen niet zo'n liefhebber van literaire kritieken. Ik
lees graag de korte stukjes van collega-bloggers, maar serieuzere
literatuurbesprekingen van wat grotere omvang laat ik meestal aan mij
voorbijgaan. Uit "Klassieken" heb ik alle essays gelezen en alle
samenvattingen overgeslagen. De reden dat ik dit boek heb gelezen is een
heel eenvoudige: ik heb de meeste van de besproken werken gelezen en ik
vind het leuk om wat meer over de achtergronden van die werken te
lezen.
"Klassieken"
is wat mij betreft een zeer onderhoudend boek. Het bevat veruit de
meest interessante literaire kritieken die ik ooit heb gelezen. Het
enige minpuntje is dat Tengbergen stilistisch niet zo begaafd is. In
literaire werken en vooral in vertalingen zou ik dat een groot probleem
vinden, hier stoort mij dat niet zo.
Citaten:
Over Oblomow:
-
Van Gontsjarows grote komische talent getuigt vooral het meesterlijke
portret van Zachár. De vervallen knecht, wiens filosofie luidt: "Wat zou
je vandaag stof afnemen als er morgen toch weer een nieuwe laag ligt",
is een pendant van Oblomow.
Over Een held van onze tijd:
-
De roman is rijk aan trefzekere uitspraken, poëtische observaties,
prikkelende generalisaties. "Vrouwen houden alleen van diegenen die ze
niet kennen." "Vreugden vergeet men, smarten nooit." "De geschiedenis
van één mensenziel, hoe onbetekenend ook, is welhaast nog interessanter
en nuttiger dan de geschiedenis van een heel volk." Enzovoort. Van al
deze uitspraken in Een held zou een fraaie aforismenbundel samen te stellen zijn.
Over Misdaad en straf:
- Toergenew behoorde tot degenen die zich, na een aanvankelijk enthousiast oordeel, afgestoten voelden door het vele zielegewroet in de roman. Hij sprak van "rot neusgepeuter" en "een almaar aanhoudende buikkramp".
Over De gebroeders Karamazow:
- Aljosja's geestelijke vader Zosima, een van Dostojewski's in het licht van zijn levensbeschouwing belangrijkste creaties, heeft eveneens onverwachte kanten, die hem aardser, menselijker maken. Hij is geen ongenaakbare majesteitelijke wonderdoener, maar een onooglijk, schriel, krom mannetje, indrukwekkend juist door zijn eenvoud. Noch is hij een geboren heilige. Hij heeft een zondig verleden en is pas later op eigen kracht tot goddelijke wijsheid gekomen.
Over Oorlog en vrede:
- Literatuurhistorici hebben in de loop der jaren getracht te definiëren wat Oorlog en vrede
nu is: een roman over twee, drie adellijke geslachten tegen een
historische achtergrond, afgewisseld door geschiedfilosofische passages
die net zo goed weggelaten hadden kunnen worden, of juist een in
essentie geschiedfilosofische studie met de romangedeelten als
illustratie. Zelf heeft Tolstoj laconiek verklaard: "Oorlog en vrede is dat wat de auteur tot uitdrukking wilde en kon brengen in de vorm waarin het tot uitdrukking is gebracht."
- In tegenstelling tot Dostojewski's demonische zondaars, zedige hoeren en heilige idioten zijn Tolstojs helden min of meer "normale" mensen. Iedereen staat daar met zijn eigen specifieke mengsel van goede en slechte eigenschappen. Bijna niemand wordt eenzijdig wit of zwart afgeschilderd, niemand is karikaturaal (alleen Napoleon wordt consequent belachelijk gemaakt). Tolstojs evenwichtige persoonsbeschrijving in Oorlog en vrede, later nog geperfectioneerd in Anna Karenina, is een triomf van de literaire maat, een hoogtepunt van de realistische romankunst.
Over Anna Karenina:
-
Op de vraag wat nu eigenlijk de moraal van Anna Karenina is, kan men
misschien het beste Tolstoj zelf laten antwoorden, die in een brief aan
Strachow schreef: "Als ik alles onder woorden zou willen brengen wat ik
in deze roman heb willen zeggen, dan zou ik dezelfde roman nóg een keer
moeten opschrijven."
Over De kersentuin:
- "De lach en de traan", bij Gogol al niet te scheiden, zijn in Tsjechows Kersentuin zo innig verstrengeld dat begrippen als komedie en tragedie hier ontoereikend zijn. Daardoor is De kersentuin zo moeilijk te spelen; de minste verstoring van het evenwicht maakt het stuk tot een platte farce of een loodzwaar zeurstuk.
Over Dokter Zhiwago:
-
Pasternak doet geen oproep ten strijde te trekken tegen enig politiek
systeem, maar geeft zijn lezers een aantal hogere menselijke waarden
terug. Voor het eerst na veertig jaar niet aflatende materialistische en
atheïstische indoctrinatie sprak er weer iemand hardop over: het
eeuwige leven,de tragische liefde, de integriteit van het individu, de
autonomie van de kunst, de betekenis van religie.
Over Rode ruiterij:
- Het nieuwe van Babel was dat hij, zoals Ehrenburg het heeft geformuleerd, niet als andere schrijvers ongewoon over gewone dingen schreef of gewoon over ongewone dingen, maar ongewoon over wat ongewoon was.