Posts tonen met het label Familieroman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Familieroman. Alle posts tonen

zaterdag 6 april 2024

Nagieb Mahfoez: De suikersteeg



 
"De suikersteeg" is het derde deel van de Caïro-trilogie van Nagieb Mahfoez. Aan het einde van "Paleis van verlangen" zijn door een epidemie Khaliel, de echtgenoot van Aisja, en hun twee zoons overleden. Aisja en ook haar moeder Amiena komen niet over de klap heen. In "Suikersteeg" ligt de nadruk op de overgebleven kleinkinderen van Ahmed en hun weg door het leven. Het leven van de kleinkinderen wordt iets meer geschetst in vergelijking met dat van de grootvader en zijn kinderen. Niettemin is ook dit deel de moeite van het lezen meer dan waard. Meer dan in de eerste twee delen worden de belevenissen over de familie afgewisseld met korte stukjes over het Egypte van die tijd. "De suikersteeg" loopt ongeveer van 1935 tot 1944.
 
Mahfoez die in 1988 de Nobelprijs voor literatuur won heeft met deze trilogie een indringend beeld geschetst van het leven van een familie in Caïro tussen de beide wereldoorlogen. Alle drie de delen lezen zeer prettig weg en blijven boeien.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik houd van lijvige romans die een hele maatschappij beschrijven aan de hand van één of meer families. Het is in feite een voortzetting van de 19e-eeuwse romantraditie met boeken als "Oorlog en vrede" van Tolstoi. Soortgelijke kolossale romans die een hele maatschappij behandelen zijn onder andere "De geschikte jongen" van Vikram Seth over India in de jaren vijftig en de "Buru-tetralogie" van Pramoedya Anata Toer over Nederlands-Indië aan het begin van de 20e eeuw. Voor al deze romans geldt dat ze zeer fors zijn en dat je er heel wat uren leesplezier aan hebt. 
 
Citaten:
- Er is niets ellendiger dan dat je leeftijd toeneemt terwijl je geld vermindert.
 
- Hoe het ook zij - en verbaas je er niet over dat je dit te horen krijgt van een man die tot de literatoren wordt gerekend - de wetenschap is het fundament van het moderne leven. We moeten de wetenschappen bestuderen en ons laten doordringen van de wetenschappelijke mentaliteit. Wie niets van de wetenschap weet behoort niet tot de twintigste eeuw, ook al is hij een genie.
 
- "De wetenschap is de taal van het verstand. De kunst is de taal van de hele menselijke persoonlijkheid."

- "Waarom gaan meisjes allemaal naar de letterenfaculteit?"
 "Omdat voor hen een baan als lerares het gemakkelijkst te krijgen is."
 "Dat is één reden," zei Hilmi Izzat. "Een andere reden is dat de letterenstudie een vrouwenstudie is. Rouge, manicure, kohl, poëzie, romans ... Het valt allemaal onder dezelfde noemer."
 
- Jasien vroeg aan Ahmed: "Zijn de meisjes op jouw faculteit ook lelijk?"
 Ahmeds hart begon te bonzen. Het gezicht dat in zijn hart gegrift stond verscheen voor zijn ogen. Uiteindelijk antwoordde hij: "Liefde voor de wetenschap blijft niet beperkt tot lelijke meisjes."

- Dit is een vreemd land: in de politiek rent iedereen achter emoties aan, en in de liefde volgt men de nauwgezetheid van een boekhouder.
 
Tijdens de bruiloft van Abd al-Moen'im:
- Er was een klein buffet in de eetkamer klaargezet voor de familie, en een ander op de binnenplaats voor de bebaarde gasten van Abd al-Moen'im. Hij onderscheidde zich niet van hen, want hij had ook zijn baard laten groeien, waarop Khadiega had gezegd: "Religie is mooi, maar waar is die baard voor nodig? Je ziet eruit als Mohammed al-Agami, de couscousverkoper."
 
- "Een vrouw kan een kind de borst geven, een tweede op haar arm wiegen en tegelijkertijd haar man in de gaten houden. ..."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

Nagieb Mahfoez: Paleis van verlangen


 
 
"Paleis van verlangen" is het tweede deel van de Caïro-trilogie van de Egyptische schrijver Naghieb Mahfoez.
 
Inmiddels zijn we 5 jaar verder. Na de dood van Fahmi heeft Ahmed zijn avontuurtjes afgezworen en komt nog wel bij zijn vrienden, maar alleen om te drinken en te kletsen. Ook zijn er intussen 5 kleinkinderen geboren. Ahmed is de vriendelijke opa zoals hij voor zijn eigen kinderen nooit is geweest. Kamaal is 17 en klaar met school en staat voor de vraag wat hij verder moet studeren. Zelf wil hij voor een leraarschap gaan, maar zijn vader is daar geen voorstander van.

In dit deel staan de liefdesavonturen van de overgebleven mannelijke leden van de familie centraal. Ahmed merkt na 5 jaar dat zijn aantrekkingskracht op vrouwen niet meer zo groot is als voorheen. Hij begeert Zannoeba, een luitspeelster van nog geen 30 jaar, maar die schenkt hem alleen haar gunsten in ruil voor veel geld. 

Jasien trouwt voor de tweede keer, maar ook dit huwelijk is geen lang leven beschoren, na een rustige periode zet hij weer de bloemetjes buiten. 

Kamaal tenslotte is verliefd op Ajida, de onbereikbare zus van zijn beste vriend Hoessein, maar die heeft haar liefde al geschonken aan Hassan, een andere vriend van hem die net iets ouder is.

Citaten:
- Wat ons betreft, een vrouw is jong zolang er een man is die haar begeert, en een man is jong zolang hij door een vrouw wordt begeerd.

- Hij haalde diep adem, zodat zijn brede borst zich vulde, en zei geestdriftig: "Mensen als ik nemen geen genoegen met een bedankje. Wat heeft een hongerige eraan als je je afwendt en zegt "Vertrouw op God"? Iemand die honger heeft wil voedsel, lekker, smakelijk voedsel."

- Hoessein richtte zich tot Kamaal en zei op licht geërgerde toon: "De regel die in ons gezin wordt nagevolgd is: werken om de rijkdom te vermeerderen en bevriend raken met invloedrijke personen, zodat je daarna de titel "bey" kunt kopen. Vervolgens moet je je inspanningen verdubbelen, je fortuin vergroten en met een uitgelezen elite bevriend worden, zodat je de titel "pasja" kunt bemachtigen. Uiteindelijk stel je als hoogste doel in het leven in de smaak te vallen bij prinsen en daarmee moet je genoegen nemen, aangezien je de titel "prins" niet met werken of slinksheid kunt verwerven. ..."
 
- Hoessein haalde zijn schouders op en zei: "Moet ik schrijven zodat de mensen kunnen lezen? Waarom schrijven de mensen niet zodat ik kan lezen?"
 "Wie van beide is het beste af?"
 "Je moet me niet vragen wie het beste af is, maar wie het gelukkigst is. Ik beschouw werken als een vloek voor de mensheid, niet omdat ik lui ben, nee, maar omdat werken tijdverspilling is, een gevangenis voor het individu, een belemmering die het leven onmogelijk maakt. Een gelukkig leven is een gelukzalige ledigheid."
 
- Liefde was een last voorzien van twee handvaten die zo geplaatst waren dat twee personen haar moesten dragen.
 
Jasien:
- Mijn Heer, wat zie ik daar? Is dat werkelijk een vrouw? Hoeveel kintaar zou ze wegen? Mijn God zoiets omvangrijks heb ik nog nooit gezien. Hoe word je eigenaar van zo'n landgoed? Ik zweer plechtig dat als een vrouw van die omvang in mijn handen zou vallen, ik haar naakt midden in de kamer zou neerleggen en er zeven rituele omlopen omheen zou maken.
 
Nogmaals Jasien:
- "Als ik zeg dat ik je begeer en dat ik van je houd, twijfel je dan aan mijn oprechtheid? Kijk in mijn ogen. Voel mijn pols."
 "Je bent in staat dat tegen elke vrouw te zeggen die je tegenkomt."
 "Dat komt doordat, zoals het gezegde luidt: "Een hongerlijder van alle soorten eten houdt." Maar dan kan hij nog wel het meest van moeloekhiyya houden ..."
 
- "... Er is geen man die niet meer schandalen achter zijn baard verbergt dan de wereld kan bevatten."

- "Bravo. Ik heb altijd al gedacht dat je klasse had, en misschien ben je het straks met me eens dat je meer tot lachen geneigd bent dan tot het Ware, het Goede, het Schone, nationalisme, humanisme enzovoort, de hele lijst beuzelarijen waarmee je jezelf tevergeefs lastig valt."

Kamaal is zich niet bewust van de traditie van zijn vader en zijn oudere broer:
- "Wij zijn een zeer behoudende familie. Ik ben de eerste die drank proeft."
 
- "Hoge bloeddruk .... Hoge bloeddruk ...," zei Mohammed Iffat verbolgen. "We horen artsen alleen nog maar zeggen op de toon van iemand die zijn slaaf bevelen geeft: "Geen alcohol meer drinken, geen rood vlees meer eten en wees voorzichtig met eieren.""
 Ahmed Abd al-Gawwaad vroeg smalend: "Wat moet een man als ik beginnen, die niets anders dan rood vlees en eieren eet en alleen alcohol drinkt?"
 
Ik vind "Paleis van verlangen" iets minder mooi dan "Tussen twee paleizen".  

   
 
Lees verder in mijn bespreking van het derde deel van de Caïro-trilogie: "De suikersteeg".

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

vrijdag 5 april 2024

Nagieb Mahfoez: Tussen twee paleizen

Nagieb Mahfoez: Tussen twee paleizen (Egypte, 1956): 670 blz: Vertaald door Richard van Leeuwen (1990): Uitgeverij de Geus 
 

 
In "Tussen twee paleizen" wordt een beeld geschetst van een Egyptisch gezin in Caïro in de jaren 1917-1919 tegen de achtergrond van de Engelse aanwezigheid in Egypte.

In deel 1 worden de hoofdpersonen geïntroduceerd. Hoofdpersoon is de welgestelde koopman Achmed Abd al-Gawwaad, hij is streng voor zijn gezin, maar 's avonds in gezelschap van zijn vrienden is hij vriendelijk en ontspannen en jaagt hij de vrouwen en de drank na. Zijn vrouw Amiena is heel onderdanig en doet braaf wat pa zegt. 
 
De oudste zoon Jasien (uit een eerder huwelijk van Ahmed) doet thuis braaf wat pa zegt maar hangt 's avonds de bloemetjes buiten. De middelste zoon Fahmi is heel serieus en wil trouwen met een buurmeisje dat hij stiekem gezien heeft, maar dat mag niet van pa. Jongste zoon Kamaal haalt allerlei kattenkwaad uit als hij op weg is van huis naar school of van school naar huis. Op school en thuis leeft hij als in een gevangenis. Wel is hij heel goed op school. Khadiega, de oudste dochter helpt haar moeder in het huishouden en bespot iedereen, de jongste dochter Aisja, doet niet zoveel maar is heel knap. Beiden moeten ook precies doen wat pa zegt.

Deel 2 opent met de bruiloft van Aisja die uitgehuwelijkt wordt aan de zoon van een goede vriendin van de familie, enigszins tot verdriet van Ahmed die haar liever bij zich hield, maar die echt niet onder het huwelijksaanzoek uit kon. Vervolgens trouwt Khadiega met een oudere broer van de bruidegom van Aisja. Jasien verkracht bijna een dienstbode en voor straf huwelijkt zijn vader hem ook uit om erger te voorkomen.

In het laatste stuk van het boek is de oorlog afgelopen. Tot verdriet van de Egyptenaren hebben de Engelsen de oorlog gewonnen. Er wordt geprotesteerd tegen de aanwezigheid van de Engelsen en voor de onafhankelijkheid. Fahmi brengt pamfletten rond, Kamaal is de grootste vrienden met de soldaten (hij krijgt chocolade van ze!). Ahmed en Jasien interesseert het niet, als ze hun pleziertjes maar kunnen najagen. De vrouwen mogen zich vanzelfsprekend nergens mee bemoeien.

Het boek geeft een fascinerend beeld van een andere maatschappij en is prachtig vertaald. Kenners zeggen dat het Arabisch een muzikale taal is. Dat is terug te vinden in de vertaling die hardop uitgesproken heel goed in het gehoor ligt.

"Tussen twee paleizen" is ongetwijfeld een van de mooiste romans die ik ooit heb gelezen.

Citaten:
- ... Toch kende ze pas werkelijk rust als haar man was thuisgekomen. Ja, alleen al zijn aanwezigheid in huis, slapend of wakend, stond borg voor haar gemoedsrust, of de deuren nu open waren of gesloten, of de lampen nu brandden of waren gedoofd. Toen zij nog maar kort hadden samengeleefd, had ze eens overwogen om er op een beleefde manier bezwaar tegen te maken dat hij iedere avond uitging, maar hij had haar slechts bij haar oren gepakt en had met zijn luide stem op besliste toon gezegd: "Ik ben een man. Ik ben degene die beveelt en die verbiedt, en ik accepteer geen aanmerkingen op mijn gedrag. Jij hebt slechts te gehoorzamen, dus pas op dat je me niet dwingt je terecht te wijzen." Van deze en andere lessen had ze geleerd dat ze alles kon verdragen, zelfs de aanwezigheid van geesten, maar niet dat hij vertoornd op haar was.
 
- Ze herinnerde zich nog hoe geschokt ze was toen ze had beseft dat hij aangeschoten van zijn avondjes thuiskwam. Drank associeerde ze met wreedheid, waanzin, zondigheid en nog ernstiger zaken. Ze werd van walging en afschuw vervuld en leed ondraaglijke pijnen telkens wanneer hij thuiskwam. Met het verstrijken van de dagen en de nachten, ontdekte ze dat hij, wanneer hij 's avonds thuiskwam, zachtaardiger was dan anders. Hij was attenter en minder streng, en converseerde ontspannen. Ze voelde zich met hem op haar gemak en maakte zich geen zorgen meer, ook al vergat ze niet God te smeken hem zijn ongehoorzaamheid te vergeven en zich over hem te ontfermen.
 
- Toch bleef de uitwerking van de avonden niet beperkt tot herinneringen, want tot de genoegens ervan behoorde ook dat zij hem in staat stelden zich op de zachtmoedige manier te gedragen waarnaar zijn gehoorzame, toegewijde echtgenote verlangde, namelijk, dat ze tegenover een beminnelijke man zat die ontspannen met haar converseerde en haar vertelde wat er in hem omging, op een wijze die haar het gevoel gaf dat ze niet slechts zijn slavin was, maar ook zijn levensgezellin.

- Amiena kwam binnen met de grote schaal met voedsel die ze op het kleed neerzette, waarna ze zich terugtrok bij de muur van het vertrek bij een tafeltje waarop een kruik stond, klaar om iedere wenk te gehoorzamen. Midden op het glanzende koperen blad stond een groot wit bord met geprakte bonen, bereid met boterolie en ei. Aan de ene kant lag een stapel warme broden, en aan de andere kant stonden schoteltjes met kaas, gezuurde citroen en paprika, Spaanse peper, zout en zwarte peper. De magen van de jongens rammelden, maar ze bleven roerloos zitten en negeerden al het heerlijks dat voor hen was neergezet, alsof het hen niet interesseerde. Totdat sajid Ahmed een brood pakte, het in tweeën brak en mompelde: "Eet."

- Het was alsof ze in haar omgang met haar kinderen slechts genegenheid en liefde kon verdragen, waarbij ze het aan hun vader, of aan de invloed van zijn persoonlijkheid vanaf een afstand, overliet om oneffenheden te corrigeren en ieders grenzen te stellen.

- Als Jasien door een straat gelopen had, voelde hij zich daarna altijd duizelig, omdat hij zijn ogen zoveel had bewogen, want zijn verlangen om de vrouwen te verslinden die hij tegenkwam was een ongeneeslijke ziekte. Hij bekeek hen aandachtig van voren, en zijn ogen volgden hun billen, waarna hij in verwarring achterbleef, als een getergde stier, totdat hij zichzelf vergat en er niet meer in slaagde zijn bedoelingen te verhullen. In de loop der tijd was dit opgemerkt door Amm Hasanain de kapper, Hagg Darwiesj de bonenverkoper, al-Foeli de melkboer, Bajjoemi de sapverkoper, Aboe Sarie de notenbrander en anderen.

- Sajid Ahmed had geen rijkdom vergaard, niet omdat dat niet in zijn vermogen had gelegen, maar omdat hij zo vrijgevig van aard was dat het enige voordeel dat geld voor hem had was dat hij het kon uitgeven en ervan kon genieten.

- Jasien was niet overtuigd van de onaantastbaarheid van de opvatting dat het ene huwelijk noodzakelijkerwijze aan het andere moest voorafgaan, maar hij kon niet de moed opbrengen om zijn mening uit te spreken. Hij sprak in algemene bewoordingen, waaruit iedereen kon opmaken wat hem beliefde: "Het huwelijk is de lotsbestemming van ieder mens. Wie niet vandaag trouwt, trouwt morgen."
 
- Ahmed verkoos vriendschap boven liefde, omdat hij placht te zeggen: "Vriendschap is duurzaam, hartstocht is vergankelijk." Daarom koos hij zijn minnaressen uit de vrouwen die geen minnaar hadden, of wachtte hij tot een verhouding was verbroken voordat hij zijn kans greep.
 
- Gewoonlijk begon hun avond zelfs met het bespreken van problemen en zorgelijke kwesties, voordat de wijn hen meevoerde naar de wereld die geen zorgen of problemen kent. Maar zodra een beslissing zich in zijn hoofd had vastgezet, week hij er niet meer vanaf, want hij was iemand die om raad vroeg om zijn mening te ondersteunen, niet om ervan afgebracht te worden.
 
- " ... Ik ben niet bezorgd om een van mijn zoons, omdat ik weet dat ze, wat er ook gebeurt, alle drie mannen zijn die het leven aankunnen ... Maar een dochter ... God bescherme ons." Of hij zei met een openhartig gezicht: "Een dochter is werkelijk een probleem. Niets is ons te veel om haar op te voeden, te beschermen en haar eer te verdedigen, maar na dat alles brengen we haar persoonlijk naar een onbekende man zodat die met haar kan doen wat hij wil. ..."

- Slecht nieuws stinkt zo dat je neus ervan verstopt raakt.

   
 
Lees verder in mijn bespreking van het tweede deel van de Caïro-trilogie: "Paleis van verlangen".

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 

dinsdag 2 januari 2024

Junichiro Tanizaki: Stille sneeuwval

Junichiro Tanizaki: Stille sneeuwval: De geschiedenis van de gezusters Makioka (Japan, 1946): 625 blz: Vertaald door Jacques Westerhoven (1994): Uitgeverij Meulenhoff
 
Stille sneeuwval
 
"Stille sneeuwval" is een familiekroniek die het verhaal van de 4 zussen Makioka vertelt. De oudste zus is Tsuruko, 36 jaar oud aan het begin van het boek, getrouwd met Tatsuo en moeder van 6 kinderen. De tweede zus is Sachiko, 34 jaar oud en getrouwd met Tenosuke, moeder van een dochter van 10, Etsuko. De derde zus is Yukiko, 32 jaar oud en ongehuwd. De vierde zus is Taeko, ook wel Koi-San genaamd van 26 jaar oud en ook ongehuwd.

"Stille sneeuwval" speelt zich af in de jaren 1938 tot 1941, maar de politieke situatie in die tijd en de oorlog komen nauwelijks ter sprake.
 
In het begin van het boek is er een poging om de derde zus Yukiko aan de man te helpen, vooral georganiseerd door Sachiko. Dit is een van de vele pogingen die in het verhaal gedaan worden om Yukiko te koppelen. De jongste zus, Taeko trekt zich nergens iets van aan, zij heeft voor een schandaal gezorgd door een relatie aan te gaan met Okubata, ook wel Kei-boy genoemd.

De zussen wonen allen in Osaka, maar aan het begin van het boek verhuist Tsuruko met haar familie naar Tokio omdat haar man daar een betere baan krijgt aangeboden. De traditie vereist dat Yukiko en Taeko bij de oudste zus komen wonen, maar Yukiko woont liever bij Sachiko en Taeko woont op zichzelf.

In "Stille sneeuwval" gebeurt niet zo heel veel. Er komt een overstroming in voor en een storm, maar voor de rest gaat het vooral over de belevenissen van met name de jongste 3 zussen. Ze gaan naar het Kabuki-theater, gaan kijken naar de kersebloesem in Kyoto en gaan uit eten. Een erg leuk hoofdstuk vind ik hoofdstuk 30 uit deel 2 (blz 346-352) waarin een bezoek aan een Sushi-restaurant wordt beschreven.

Ik heb erg genoten van deze derde lezing van "Stille sneeuwval". Het is een realistische roman die  waarheidsgetrouw overkomt. Zonder meer één van de mooiste romans die ik ooit heb gelezen!
  
Citaten:
- Er waren mensen die weigerden te geloven dat de derde van de gezusters Makioka ongetrouwd de leeftijd van negenentwintig kon hebben bereikt en zo de huwbare leeftijd voorbij hebben laten glippen zonder dat daar diepgaande redenen voor bestonden, maar toch waren die redenen er niet. De voornaamste oorzaak was misschien dat noch Tsuruko, de oudste van de vier zusters, noch Sachiko en Yukiko zelf zich de luxueuze levensstijl van hun vaders laatste jaren uit het hoofd hadden kunnen zetten, laat staan het ontzag dat de naam Makioka wekte. Met andere woorden, in hun verlangen een echtgenoot te vinden die waardig was te worden opgenomen in zo'n vooraanstaande oude familie, hadden ze alle huwelijkskandidaten die zich aanvankelijk bij de vleet aandienden te min bevonden, ze zo vaak geweigerd dat ze ten slotte al hun goodwill kwijt waren en er niemand meer met aanzoeken kwam -  en in de tussentijd had het fortuin van de familie een keer genomen.

- Taeko werkte alleen als haar hoofd ernaar stond, want ze beschouwde zich inmiddels als een echte kunstenares, en die hielden er geen regelmatige dagindeling op na.

- Taeko had genoeg gekregen van haar poppen omdat ze vond dat ze nu te groot was om door te blijven gaan met zo'n meisjesachtige liefhebberij. Ze wilde iets doen dat nuttig was en dat haar tegelijkertijd de gelegenheid gaf haar natuurlijke aanleg, haar goede smaak en haar handigheid ten volle te gebruiken, en daarvoor leek haar het ontwerpen en maken van kleren het meest geschikt.

- "Ik heb vol bewondering zitten kijken hoe Koi-san haar sushi eet," zei Itakura.
 "Hoezo?"
 "Met dat ronde mondje is ze net een goudvis die aan een klompje wittebrood sabbelt: hij ziet eruit alsof er niks meer bij kan, maar intussen eet hij maar door."
 "Ik dacht al dat je veel te veel naar mijn mond keek," zei Taeko.
 "Koi-san is een goudvis! Koi-san is een goudvis!" zong Etsuko uitgelaten.
 "Maar weten jullie dat ik deze manier van eten speciaal heb geleerd?"
 "O ja? Van wie?"
 "Van de geisha's die ook bij juffrouw Osaku les nemen. Die vertelden me dat ze steeds uit moeten kijken dat er geen speeksel aan hun lippen komt als ze eenmaal lippenstift hebben opgedaan. Je moet het eten met de stokjes recht in je mond steken zonder dat het je lippen raakt, en daarom oefenen ze met gedroogde tofu zolang ze in de leer zijn. Gedroogde tofu absorbeert geweldig, snap je, dus als je dat in de soep dompelt en dan zo'n soppend brokje in je mond kunt stoppen zonder je lippenstift te beschadigen, dan heb je het kunstje onder de knie."

- Als een echte dochter van de Kansai begreep Sachiko heel goed hoe innig Yukiko van haar geboortegrond hield. Het was maar een doodgewone, niet eens bijzonder fraaie tuin, maar als je erin wandelde en de geur van de pijnbomen opsnoof of naar de Rokko-bergen in de verte keek of naar de heldere lucht boven je, dan voelde je dat er in de hele wereld geen plek bestond waar het beter wonen was dan hier tussen Osaka en Kobe. Wat was Tokio hiermee vergeleken toch een lawaaierige, stoffige, smerige, akelige stad! Geen wonder dat Yukiko zo vaak zei dat in Tokio zelfs de wind anders aanvoelde. Sachiko prees zich werkelijk gelukkig dat ze niet zoals haar twee zusters naar Tokio had hoeven te verhuizen.

Een lang citaat over een sushi-meester:
- De zaak ontleende de naam Yohei aan het feit dat de meester het vak had geleerd in Yobei, een reeds lang ter ziele, maar rond de eeuwwisseling erg bekend sushi-restaurant vlakbij de sumo-arena in Tokio. De sushi van Yohei smaakten echter heel anders dan de sushi van Yobei. Al was de meester in Tokio in de leer geweest en kneedde hij daarom zijn sushi in plaats van ze te persen, hij was een geboren Kobenaar en deed zijn uiterste best zijn produkten een uitgesproken Kansais karakter te geven. Zo gebruikte hij bijvoorbeeld uitsluitend kleurloze azijn in plaats van de gele Tokiose soort, en als sojasaus de stroperige Kansaise vorm die je in Tokio nergens tegenkomt. Ook adviseerde hij zijn klanten om sushi met garnaal, inktvis, of zeeoor niet in de saus te dopen maar met zout te bestrooien. Als vis gebruikte hij alles wat er, bij wijze van spreken vlak voor zijn deur, in de Japanse Binnenzee werd gevangen en hij was van mening dat de vis die niet voor sushi geschikt was nog moest worden geboren. Zijn oude leermeester was dezelfde gedachte toegedaan geweest, dus in dat opzicht vertegenwoordigde hij nog steeds de school van Yobei in Tokio. En vis had hij, in alle maten en soorten: in zijn vitrine lag zeepaling, kogelvis (berucht om zijn giftige ingewanden), roodbaars, geelstaart, oesters, verse zeeëgels, "veranda" (het vette deel tussen de buitenste graten van de schol), ingewanden van schelpdieren, en lappen rood walvisvlees. En wie zei dat sushi alleen met vis kan worden bereid? De meester van Yohei maakte ze met paddestoelen, bamboespruiten en zelfs dadelpruimen. Van tonijn, de vis waarnaar de meeste vraag was, moest hij echter niets hebben, dus die gebruikte hij weinig, en naar populaire combinaties als sushi met dwergelft, sint-jakobsschelpen, omelet en wat dies meer zij zocht je in zijn zaak vergeefs. Hoewel hij zijn vis ook wel grillde, bereikten garnalen en zeeoren, de klant in letterlijk springlevende toestand, en als hij vond dat de smaak van de vis daar beter door tot zijn recht kwam maakte hij de sushi niet met mierikswortel af, maar met tuinkruiden, essepeper of kril.

- Sachiko herinnerde zich wat haar oudste zuster haar vorig jaar tijdens het afscheid op het station in Osaka in het oor had gefluisterd, nee, gezucht: "Het kan me niet meer schelen met wie Yukiko trouwt, al draait het op een scheiding uit. Zolang ze maar trouwt."
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 15 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 6: Delen 16-19

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 16-19: 1092-1357
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Maar toen Rupa Mehra het cadeau van Arun en Meenakshi had opengemaakt, barstte ze in gegriefde tranen uit. Het was een peperduur Japans lakdoosje, dat Meenakshi van iemand had gekregen en een keer, binnen gehoorsafstand van haar schoonmoeder, had omschreven als "spuuglelijk, maar ik kan het vast nog wel eens weggeven."

- Dipankar kwam zijn hut in de tuin uit nadat hij zeker een uur had zitten mediteren. Hij had een besluit genomen over de volgende stap in zijn leven. Het besluit was onherroepelijk, tenzij hij van gedachten veranderde.

- Als Amit met zijn roman worstelde had hij minder oog voor de gevoelens van zijn familie naarmate hij meer oog kreeg voor de gevoelens van zijn personages.

- "Is de auto gekukufisqueerd?"

- Haresh was zich er sterk van bewust dat de familie hem kritisch opnam maar wist niet goed hoe hij daarmee moest omgaan. Dit was geen Tsjechisch sollicitatiegesprek waarin hij het over spijkers met koppen en productienormen kon hebben. Dit vergde enige subtiliteit, en subtiliteit was niet zijn fort.

- "Maak je daar nu maar even niet druk over," zei Savita. "Neem een kop soep."
 Als niets meer helpt, bedacht Lata, is er altijd nog soep.

- Voor ieder feit of denkbeeldig feit dat in druk verscheen waren er tien geruchten, die bleven rondzoemen als wespen om een rottende mango.
 
- "Gelooft u in de kracht van de beperking?" vroeg een academisch gevormde dame gedecideerd.
 "Eh, jawel," zei Amit behoedzaam. Het was nogal een omvangrijke dame.
 "Waarom schijnt uw aanstaande roman - die naar ik begrijp in Bengalen speelt - dan zo dik te zijn? Ruim duizend bladzijden!" riep ze verwijtend uit, alsof hij persoonlijk aansprakelijk was voor de zenuwinstorting van een toekomstig promovendus. 
 "Tja, ik weet niet hoe dat is gekomen," zei Amit. "Ik ben niet zo gedisciplineerd. Maar ik moet ook niets van dikke boeken hebben; hoe beter ze zijn, des te erger het is. Als ze slecht zijn, krijg ik alleen maar ademnood van de moeite die het kost ze een paar minuten op te houden. Maar als ze goed zijn word ik een asociale idioot, weiger mijn kamer uit te komen, snauw en grauw als ik word onderbroken, laat bruiloften en begrafenissen voor wat ze zijn en maak mijn vrienden tot vijand. Ik heb nog steeds littekens van Middlemarch."

- Lata keek naar Savita en dacht: Savita is voor het huwelijk gemaakt. Ze schept er plezier in alles te doen wat nodig is voor een huishouden en een gezin, al die kleine, belangrijke zaken des levens. Ze is alleen rechten gaan studeren omdat Prans gezondheid haar geen keuze liet. Toen viel haar in dat Savita van wie dan ook zou hebben gehouden met wie ze getrouwd was, van iedereen die in de kern een goed mens was, ongeacht hoe lastig, ongeacht hoe anders dan Pran.

- "Hoe dan ook", zei Abdus Salaam, "de vooroordelen van slechte mensen zijn het probleem niet."
 "Ah, en wat is het probleem dan wel?" zei Mahesh Kapoor met een lichte glimlach.
 "Als het alleen slechte mensen waren die vooroordelen koesterden zou dat niet zo'n grote invloed hebben. De meeste mensen zouden hen niet willen imiteren - en daarom zouden zulke vooroordelen niet veel invloed hebben, behalve in uitzonderlijke tijden. De vooroordelen van goede mensen, die zijn juist zo gevaarlijk."

Haresh:
- Het zal je goed doen te horen dat ik geen paan meer eet. Kalpana heeft me laten weten dat jouw familie dat niet aantrekkelijk vindt, en wat ik er zelf ook van vind, ik heb besloten me in dit opzicht aan te passen. Ik hoop dat je onder de indruk bent van al mijn inspanningen om te vermehraïseren. 

- "... Zeg eens, wie van jullie is de oudste?"
 "Ik," zei Imtiaz.
 "Welnee," zei Meenakshi.
 "Ik verzeker u van wel, mevrouw Mehra. Vraag het maar aan mijn vader hier."
 "Hoe moet die dat nu weten?" zei Meenakshi. "Een bijzonder aardige man, van wie ik een beeldig lakdoosje heb gekregen, heeft me eens verteld dat volgens de Japanners de baby die als tweede komt de oudste is, want die bewijst zijn hoffelijkheid en grotere rijpheid door zijn jongere broertje voor te laten gaan."

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 5: Delen 12-15

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 12-15: Blz 762-1091
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- De mensen vertellen een ander altijd wat die wil horen, niet wat ze werkelijk in het belang van die ander achten.

Over een masseur:
- Na nog wat knijpen en stompen zei hij: "Deze sesamolie is heel goed - hij heeft de verwarmende eigenschappen. Ik heb ook rijke klanten - veel marwari's in Calcutta kennen me. Ze zorgen niet voor het lichaam. Maar ik zeg, het lichaam is als de mooiste vooroorlogse auto, waarvan geen onderdelen te krijgen zijn op de markt. Daarom heeft het service en onderhoud nodig van een bekwame technicus, namelijk ..." en hij wees op zichzelf, "Maggu Gopal. En je moet je niet druk maken over onkosten. Zou je je Zwitserse horloge aan de onbekwame horlogeman geven omdat hij goedkoop is? Sommige mensen vragen bedienden, Ramu of Shamu, om massage te doen. Die denken dat het alleen in de olie zit."

- "Politici, begrijpt u, benoemen niet alleen liever middelmatige figuren op belangrijke posten omdat ze daar zelf gunstiger bij af zullen steken of omdat ze beducht zijn voor concurrentie, maar ook, begrijpt u, omdat iemand die op grond van verdienste is benoemd, vindt dat hem dat toekomt, terwijl een middelmatige figuur maar al te goed beseft dat dat niet zo is."
 
- "Volgens mij zou ons land er heel wat beter voorstaan als zij en u het zouden besturen en niet baoji en L.N. Agarwal," zei Veena.
 In plaats van Veena op de vingers te tikken voor die rebellie, zei mevrouw Kapoor alleen: "Ik denk het niet. Twee van die ongeletterde vrouwen ... we zouden niet eens een dossier kunnen lezen."
 "Maar u zou elkaar tenminste meer gunnen. Anders dan die mannen."
 "Welnee," zei haar moeder treurig. "Je weet niet half hoe kleinzielig vrouwen kunnen zijn. Als broers hebben besloten een gezamenlijk huishouden op te splitsen kunnen ze bezittingen ter waarde van lakhs [100.000] aan roepies soms met het grootste gemak binnen een paar minuten verdelen. Terwijl hun vrouwen in de gemeenschappelijke keuken dan zo'n heibel maken over de potten en pannen dat er bijna doden vallen."
 
- Het was aangenaam om geprezen te worden door iemand die van prijzen duidelijk niet zijn gewoonte maakte.

Arun Mehra over Haresh Khanna als huwelijkskandidaat voor Lata:
- Hij liet Rupa Mehra precies weten wat hij van zijn beoogde zwager dacht: een drammerig, ongelikt mannetje met veel te veel eigendunk. Met een laagje grauwe Midlands over de stinkende steegjes van Neel Darvaza. St.-Stephen noch de Londense cultuur had veel vat op hem gekregen. Hij kleedde zich opzichtig, bezat geen beschaafde omgangsvormen en zijn Engels was raar onidiomatisch voor iemand die het had gestudeerd en ook nog eens twee jaar in Engeland had gezeten. Bovendien zag Arun niet in hoe Khanna zich ooit in Aruns eigen kringen (de Calcutta Club, de renbaan van Tollygunge - de elite van Calcutta, zowel de Europese als Indiase) zou kunnen bewegen. Hij was ploegbaas - ploegbaas! - bij die Tsjechische schoenmakers. Zijn moeder kon toch niet werkelijk van mening zijn dat Khanna geschikt huwelijksmateriaal was voor een Mehra van hun klasse en achtergrond - om zo haar dochter mee de afgrond in te sleuren?

- "... Maar naar het schijnt kun je mensen niet met logica uit het hoofd praten wat ze ook nooit met logica is aangepraat."
 
- "... Beste chacha Nehru, had ik wel willen zeggen, dit is India, Hindoestan, Bharat, het land waar de pressiegroep eerder is uitgevonden dan het cijfer nul. Als zelfs het hart al in vieren is gedeeld, hoe kunt u van ons Indiërs dan verwachten dat we ons in minder dan vierhonderd partijen verdelen?"
 
Lees verder in deel 6 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 4: Delen 8-11

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 8-11: Blz 505-761
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Slechts twee families hadden een eigen pomp: die van Rasheed en nog een. De rest van de bevolking, alles bij elkaar een stuk of vierhonderd gezinnen, haalden hun water uit een van de drie putten: de put voor de moslims op een open plek bij een neemboom; de kastenput voor de hindoes op een open plek bij een vijgeboom; en de put voor kasteloze hindoes ofwel onaanraakbaren aan de buitenste rand van het dorp tussen een dicht opeengepakt groepje leemhutten niet ver van een looikuil.

- Haresh stond Rupa Mehra inderdaad aan. Wat haar beviel was zijn levenslust, zijn onafhankelijkheid van zijn familie (al sprak hij met warmte over hen) en zijn goed verzorgde uiterlijk. Veel jongens zagen er tegenwoordig zo slonzig uit. En een beslissende factor in Haresh' voordeel was zijn naam. Een Khanna moest wel een khatri zijn.

- Op het ogenblik bestond het leven van Haresh uit weinig anders dan werk; India was geen Engeland, waar je probleemloos meisjes kon ontmoeten zonder dat er iemand bij was.

- Na een poosje waren ze in Salimpur. Ze hadden met de anderen afgesproken bij een zaak in stoffen en andere artikelen. Maar het was bomvol in de smalle drukke straatjes van Salimpur, vanwege de wekelijkse marktdag. Straatventers, marskramers, alle mogelijke soorten kooplui, slangenbezweerders met hun versufte cobra's, kwakzalvers, blikslagers, fruitverkopers met manden vol mango's en lychees op hun hoofd, suikerbakkers met hun dik met vliegen bedekte barfi's, laddu's en jalebi's, en een groot deel van de inwoners van zowel Salimpur als vele omringende dorpen had zich het centrum van de stad in weten te persen.
 
- De bus was zo aftands dat hij het om de paar minuten begaf. Hij was van een pottenbakker die nogal opzienbarend van beroep was veranderd; zo opzienbarend zelfs dat zijn plaatselijke kastebroeders hem niet meer wilden kennen, tot ze zijn bus onontbeerlijk vonden om naar het station te kunnen. De pottenbakker bestuurde en onderhield hem, voederde en drenkte hem, stelde de oorzaak van zijn geproest en schijndoodsrochel vast en loodste zijn karkas met zachte hand over de weg. Uit de motor stegen grijsblauwe rookwolken op, uit het oliereservoir lekte ruwe olie, telkens als hij remde verzengde de stank van brandend rubber de lucht en om de twee uur had hij wel een lege of lekke band. De weg, die voornamelijk uit halfsteens gelegde bakstenen bestond, was een en al kuil, en de wielen hadden niet de flauwste herinnering meer aan hun schokdempers. Rasheed had om de haverklap het gevoel dat hij gecastreerd dreigde te worden, en zijn knieën stootten steeds tegen de man voor hem, wiens stoel geen rugleuning meer had.
 
Lees verder in deel 5 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 14 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 3: Delen 4-7

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 4-7: Blz 199-504
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Kedarnath merkte dat Haresh op het punt stond woedend uit te vallen. Hij voelde dat Haresh een bruusk en zeer onbevreesd man was, maar onbevreesdheid leek hem onpraktisch wanneer er wel degelijk iets te vrezen viel.

- Sunil herinnerde zich die keer dat hij en nog een stel vrienden Haresh - ergerlijk zelfverzekerd als altijd - hadden uitgedaagd om van een afstand het merk te noemen van alle vijftig auto's die vanwege een of andere officiële ontvangst voor het universiteitsgebouw geparkeerd stonden. Haresh had zich niet éénmaal vergist. Gezien zijn nagenoeg onfeilbare geheugen voor voorwerpen was het vreemd dat hij met maar een matig gemiddelde voor zijn doctoraal Engels was geslaagd en zijn scriptie voor poëzie had ontsierd met tal van onjuiste citaten.

- "... O, maar jullie kennen elkaar nog niet," zei Sunil nu in het Hindi. "Haresh Khanna ... Pran Kapoor. Jullie hebben allebei Engelse letterkunde gestudeerd, en ik ben nog nooit iemand tegengekomen die daar meer van weet dan de een of minder van weet dan de ander."

Over Bhaskar, de 9-jarige jongen met veel aanleg voor wiskunde:
- Toen Haresh een uur later terugkwam kreeg hij het gevoel dat hij een indringer was. Ze zaten inmiddels samen aan de eettafel, waarop onder andere enkele musammi's lagen, een paar musammischillen, een groot aantal tandenstokers in verschillende configuraties, een omgekeerde asbak, een paar in wonderlijk gekronkelde lussen aan elkaar gelegde stroken krantenpapier en een paarse vlieger. De rest van het tafelblad was bedekt met in geel krijt neergeschreven vergelijkingen.

- Rechter Chatterji was geen methodisch man, maar zijn vijf kinderen had hij keurig om en om mannelijk en vrouwelijk geproduceerd: Amit, Meenakshi (die met Arun Mehra was getrouwd), Dipankar, Kakoli en Tapan. Geen van hen had een baan, maar allen hadden wel een bezigheid. Amit schreef gedichten, Meenakshi speelde canasta, Dipankar zocht naar de Zin van het Leven, Kakoli hield de telefoon aan het werk en Tapan, met zijn dertien jaar een stuk jonger dan de rest, zat op de prestigieuze kostschool Jheel.

Over Cuddles, de hond van de Chatterji's:
- "Waar is Cuddles?" vroeg Amit halverwege de trap.
 "O," antwoordde Dipankar vaag. "dat weet ik niet."
 "Hij zou weleens iemand kunnen bijten."
 "Ja," beaamde Dipankar, niet al te verontrust bij die gedachte.
 Cuddles was geen gastvrije hond. De Chatterji's hadden hem nu ruim tien jaar, en in die tijd had hij zijn tanden gezet in Biswas babu, een paar kinderen (vriendjes en vriendinnetjes van school die kwamen spelen), een aantal juristen (die bij rechter Chatterji thuis kwamen vergaderen in diens tijd bij de balie), een zakenman, een arts die op huisbezoek kwam, en de gebruikelijk melange van postbodes en elektriciens.

Een Engelsman, Jock Mackay, over de Indiërs:
- "Ja. Maar een aardig volk, hoor: ze slijmen, roddelen, snoeven, weten alles beter, vinden zichzelf geweldig, hebben lak aan de wet, kruipen voor autoriteit, rijden als gekken en rochelen maar raak ... Ik had ooit nog wel meer puntjes op mijn klachtenlijstje staan, maar die ben ik vergeten."
 
- "Echt, Ma," ging Kakoli verder, "als je Tagore leest is het net of je met de schoolslag door de stroop moet zwemmen."
 
- Arun Mehra genoot van uitleggen - zich laten uitleggen beviel hem heel wat minder. Hij wekte graag de indruk alles te weten wat de moeite waard was, en het was hem nagenoeg gelukt dat zelf ook te geloven.
 
- "Studeren geeft een goede discipline," zei Rupa Mehra. "Je hebt er inzet voor nodig. Je vader zei altijd dat het niet uitmaakt wat je studeert. Zolang je het maar intensief doet, sterkt het de geest."
 
Over gedichten die Amit zo belabberd vond dat hij ze heeft verbrand:
 
- "Het waren verfoeilijke gedichten," zei Amit ter rechtvaardiging. "Beschamend slecht. IJdel, onoprecht."

 "Gedichten die ik niet verduur
 Werp ik ten offer aan het vuur,"

zei Kuku.

 "Van apekool tot hyperbool
 ik spoel ze weg door het riool,"

vulde Amit aan.
 "Heb je ook Chatterji's die geen spotrijmpjes maken?" vroeg Lata onverklaarbaar geërgerd. Waren ze dan nooit eens serieus? Hoe konden ze over zulke hartverscheurende zaken grapjes maken?
 "Jawel, ma en baba," zei Kuku. "Want die hebben Amit niet als oudste broer gehad. En Dipankar is er iets minder goed in dan de rest. Ons komt het aanwaaien, net zoals je een raga zingt als je die maar vaak genoeg gehoord hebt. Iedereen verbaast zich erover, maar het verbaast ons juist dat Dipankar het niet kan. Of maar één keer in de vier weken of zo, als hij zijn poëtische maandstonde heeft ..."
 
 "Uit de oude of de nieuwe doos -
 ze rijmen altijd grandioos,"
 
kirde Kakoli. die ze met zo'n verbijsterende frequentie uitbraakte dat ze Kakoliversjes waren gaan heten, al was Amit de aanstichter.
 
Lees verder in deel 4 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 2: Delen 1-3

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 1-3: Blz 1-198
 
De geschikte jongen by Vikram Seth

Twee lange citaten:
 
Een beschrijving van de bruiloft van Pran en Savita:
- Toen de kransen eenmaal waren uitgewisseld, schonk niemand verder veel aandacht aan de eigenlijke huwelijksrituelen. Die zouden nog bijna een uur lang doorgaan terwijl de gasten kwetterend over de gazons van Prem Nivas ronddrentelden. Ze lachten, ze drukten elkaar de hand of brachten hun handen samen tegen hun voorhoofd; ze versmolten tot groepjes, de mannen hier, de vrouwen daar; ze warmden zich bij de met houtskool gevulde stenen oventjes die strategisch in de tuin stonden opgesteld, terwijl hun gebabbel zich verdichtte tot opstijgende wolkjes; ze bewonderden de veelkleurige lichtjes; ze lachten gehoorzaam als de fotograaf in het Engels mompelde "Even zo blijven staan, alstublieft!"; ze snoven diep de geur van bloemen, parfum en gekruide gerechten op; ze wisselden geboortes, sterfgevallen, politieke nieuwtjes en schandalen uit onder het bontgekleurde baldakijn achter in de tuin waaronder op lange tafels eten stond uitgestald; met volgeladen borden vielen ze vermoeid neer op stoelen om onvermoeibaar toe te tasten. Bedienden, sommigen in witte livrei, anderen in kaki, brachten vruchtensap, thee, koffie en hapjes rond aan de gasten die in de tuin stonden: samosa's, kachauri's, laddu's, gulab-jamuns, barfi's, gajak en ijs werden geconsumeerd en aangevuld, samen met puri's en zes soorten groente. Vrienden die elkaar in maanden niet hadden gezien vielen elkaar onder luide kreten in de armen, verwanten die elkaar alleen op bruiloften en begrafenissen zagen omhelsden elkaar wenend en wisselden de laatste nieuwtjes over achterachterneven uit. Lata's tante uit Kanpur, ontzet over de huidskleur van de bruidegom, had het met een tante uit Lucknow over "de zwarte kleinkinderen van Rupa" alsof die er al waren. Ze maakten geweldige ophef over Aparna, ongetwijfeld het laatste blanke kleinkind van Rupa, en prezen haar nog toen ze pistache-ijs op haar lichtgele truitje van kasjmier morste. De onbehouwen dorpskinderen uit Rudhia renden schreeuwend rond alsof ze pitthu speelden op hun boerenerf. En de klaaglijke feestmuziek van de shahnai was weliswaar verstomd, maar de vrolijke stemmen rezen ten hemel in een uitgelaten getater dat de niet ter zake doende zang van de rituelen overstemde.
 
Een beschrijving van een rit door Brahmpur:
- De tonga had maar net genoeg ruimte om vooruit te komen tussen de ossewagens, riksja's, fietsers en de dichte drommen voetgangers op de weg en het trottoir, dat ze deelden met kappers die in de open lucht hun werk deden, waarzeggers, wiebelige theekraampjes, groentestalletjes, apentemmers, ooruitspuiters, zakkenrollers, loslopende koeien, een enkele slaperige, in verschoten kaki ronddrentelende politieagent, van zweet druipende mannen die onvoorstelbaar zware ladingen koperen of ijzeren stangen, glas of oud papier op hun rug vervoerden en er op de een of andere manier in slaagden met hun waarschuwingskreten - "Uit de weg! Uit de weg!" - de herrie te overstemmen, koperslagerijtjes en stoffenzaakjes (waarvan de eigenaars aarzelende klanten roepend en gebarend naar binnen trachtten te lokken), de smalle gebeeldhouwde stenen ingang van de Engelstalige Tinny Tots School die uitkwam op de binnenplaats voor de verbouwde haveli van een aan lager wal geraakte vorst, en bedelaars - jong en oud, agressief of gelaten, leproos, verminkt of blind - die bij het vallen van de avond stilletjes de Nabiganj bezetten en aan de politie probeerden te ontkomen terwijl ze de rijen voor de bioscopen afwerkten. Er krasten kraaien, in vodden gehulde kleine loopjongens renden af en aan (eentje hield, tussen de menigte door zigzaggend, een goedkoop blikken dienblad met zes vuile glaasjes thee in de lucht), aapjes sprongen kwetterend rond in het ritselende lover van een grote pipalboom en trachtten om onoplettende klanten te beroven wanneer ze wegliepen van het goedbewaakte fruitstalletje, vrouwen schuifelden met of zonder bijbehorende man rond in anonieme boerka's of kleurige sari's, bij een chaat-kraampje hingen een paar studenten die elkaar van nog geen halve meter afstand toescheeuwden, uit gewoonte of om zich verstaanbaar te maken, schurftige, bijterige honden werden weggetrapt, graatmagere , mauwende katten kregen stenen naar hun kop en overal streken vliegen neer: op stinkende hopen rottend afval, op de onbedekte lekkernijen van de snoepkraam, waar in enorme ronde pannen verrukkelijke jalebi's lagen te sissen in de ghee, op de gezichten van de in sari geklede - maar niet op die van de in boerka gehulde - vrouwen, en rond de neusgaten van het paard dat met zijn door oogkleppen afgeschermde hoofd schudde terwijl het zich door Oud-Brahmpur een weg naar de Barsaat Mahal probeerde te banen.
 
Ik geef nog een aantal kortere citaten plus een langer citaat ter afsluiting:

- "Wie was die Cad met wie je stond te praten?" vroeg ze nieuwsgierig aan Lata.
 Dat was minder erg dan het klonk. De studenten van Brahmpur bedoelden er niet mee dat de man in kwestie een cad, een schoft, was, maar gebruikten het woord - afgeleid van Cadbury Chocolate - als jargon voor knappe jongens.

- Met Ma valt niet redelijk te praten, ze zet gewoon de waterlanderskraan open.

- De traag bewegende rug van de ayah ergerde Meenakshi om de een of andere reden en ze dacht: We moeten de T.B. echt vervangen. Ze is volkomen nodeloos seniel. T.B. was de afkorting die Arun en zij voor de ayah gebruikten en Meenakshi lachte van plezier toen ze terugdacht aan die keer aan het ontbijt dat Arun van het cryptogram in de Statesman had opgekeken om te zeggen: "Zeg, werk die tandeloze bes eens de kamer uit. Zo smaakt mijn omelet me niet." Sindsdien was Miriam altijd de T.B. gebleven. Het leven met  Arun zat vol met zulke heerlijke onverwachte momenten dacht Meenakshi. Kon het maar altijd zo zijn.

- Maan was dol op Bhaskar en mocht hem graag rekensommen toewerpen, zoals je een afgerichte zeehond een bal toewerpt.

- Toen mijn vriendin Priya op de bruiloft van Pran kwam zag de tuin er zo mooi uit dat ze zei: "Ik heb het gevoel alsof ik uit een kooi ben gelaten." Zij heeft niet eens een daktuin, het arme kind. En ze mag nog bijna nooit het huis uit ook. "Met de draagstoel erin, op de lijkbaar eruit", zo vergaat het de schoondochters daar in huis.

Malati noemt een jongen die belangstelling voor Lata heeft een "Arm gekookt aardappeltje".

- ... en lachte toen naar Nowrojee, die wegdook in zijn stoel als een musje dat schuilt voor een orkaan.

- "En wat was dat andere verhaal dat je me zou vertellen, over Akbar en Birbal?" vroeg Lata.
 "Akbar en Birbal?" vroeg Kabir.
 "Niet vandaag - bij het concert."
 "O" zei Kabir. "Heb ik dat gezegd? Maar daar zijn zoveel verhalen over. Over welk had ik het dan? Ik bedoel, in wat voor verband zei ik het dan?"
 Hoe is het mogelijk dat hij zich die opmerkingen van hem die ik nog zo goed weet zelf niet herinnert? dacht Lata.
 "Volgens mij kwam het omdat mijn vriendinnen en ik je aan kwetterende papegaaien deden denken."
 "O. ja." Het gezicht van Kabir lichtte op bij de herinnering. "Het verhaal gaat als volgt. Akbar verveelde zich, dus vroeg hij zijn hovelingen hem eens iets echt verbazingwekkends te vertellen - maar dan niet iets wat ze van horen zeggen hadden, maar wat ze zelf hadden meegemaakt. Het verbazingwekkendste verhaal van allemaal zou een prijs krijgen. Zijn hovelingen en raadsheren kwamen aandragen met een keur van verbazingwekkende feiten - de gebruikelijke. De een vertelde dat hij een olifant doodsbang had zien trompetteren bij de aanblik van een mier. De ander dat hij een schip  door de lucht had zien vliegen. Weer een ander dat hij een sjeik had ontmoet die begraven schatten in de grond kon zien liggen. De volgende dat hij een buffel met drie koppen had gezien. Enzovoort, enzovoort. Toen Birbal aan de beurt was, zweeg hij. Ten slotte gaf hij toe dat hij die dag op weg naar het hof iets ongebruikelijks had gezien: een stuk of vijftig vrouwen die bij elkaar zaten onder een boom, zonder een woord te zeggen. Iedereen was het er meteen over eens dat de prijs aan Birbal toekwam." Kabir gooide schaterend zijn hoofd in zijn nek.
 
Lees verder in deel 3 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 13 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 1: Inleiding

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
"De geschikte jongen" is een Tolstojaanse familiekroniek die zich afspeelt in India in de jaren 1951 en 1952, een paar jaar na de onafhankelijkheid. De roman is Tolstojaans in omvang en ook Tolstojaans in de manier waarop de personages worden beschreven en waardoor een hele samenleving tot leven komt.

Het boek opent met mevrouw Rupa Mehra die op de bruiloft van haar oudste dochter Savita tegen haar jongste dochter Lata zegt: "Ook jij gaat trouwen met een jongen die ik heb uitgezocht". 
 
In "De geschikte jongen" worden de verwikkelingen van 4 families beschreven die onderling met elkaar verbonden zijn. Je hebt de familie Mehra. Moeder Rupa is haar man Raghubir verloren en heeft 2 zoons: Arun en Varun en 2 dochters: Savita en Lata (de eerste hoofdpersoon). 
 
Dan heb je nog drie andere families: de familie Kapoor, bestaande uit minister van financiën Mahesh en zijn vrouw en hun kinderen Veena, Pran en Maan (de tweede hoofdpersoon), de familie Chatterji, met de vader die rechter is en de kinderen Amit, Meenakshi, Dipankar, Kakoli en Tapan en tenslotte de familie Khan (een moslimfamilie) met een vader die grootgrondbezitter is en zijn dochter Zainab en zijn tweelingzonen Imtiaz en Firoz. Het klinkt erg onoverzichtelijk, maar gelukkig staan voorin het boek de stambomen van deze 4 families. 
 
De andere personages zijn of rechtstreeks of zijdelings met Lata of Maan verbonden. In het boek zit veel couleur locale (er komen veel Indiase termen in voor en achterin het boek staat een uitgebreide woordenlijst), het heeft een lichte toon die mij uitermate goed bevalt, bevat veel humor en het leest erg makkelijk weg. Een criticus beschuldigde Vikram Seth van "crowdpleasing". Het was bedoeld als kritiek, maar in feite is het een groot compliment, het betekent dat Vikram Seth toegankelijk schrijft voor een groot publiek. 

Ik heb "De geschikte jongen" twee keer  eerder in zijn geheel gelezen. De eerste keer in het Engels in 1999 en de tweede keer in 2008 net nadat het boek in Nederland was verschenen. Vorig jaar heb ik de eerste 200 bladzijden herlezen voor een voorlopige bespreking

"De geschikte jongen" is één van mijn absoluut favoriete romans (met de ook al zeer lijvige romans "Anna Karenina", "Oorlog en vrede" en "Op zoek naar de verloren tijd"). Ik vind ook dat het boek geweldig is vertaald in het Nederlands. 
 
Het vertelplezier spat van de bladzijden af en het boek is een genoegen om te lezen. Bij de BBC hebben ze een televisieserie gemaakt naar het boek. Die zal ik vast ook nog wel een keer bekijken en bespreken. 
 
Vikram Seth heeft nog meer mooie boeken geschreven: het reisverhaal "From Heaven Lake", de roman in verzen "De Golden Gate" en de romans "Verwante stemmen" en "Twee levens", maar wat mij betreft is "De geschikte jongen" zijn absolute meesterwerk. 
 
De komende dagen publiceer ik nog vijf stukjes met citaten uit het boek zodat jullie zelf een oordeel kunnen vellen over de schrijfstijl van Vikram Seth. 

Lees verder in deel 2 van deze bespreking.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.