vrijdag 15 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 4: Delen 8-11

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 8-11: Blz 505-761
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Slechts twee families hadden een eigen pomp: die van Rasheed en nog een. De rest van de bevolking, alles bij elkaar een stuk of vierhonderd gezinnen, haalden hun water uit een van de drie putten: de put voor de moslims op een open plek bij een neemboom; de kastenput voor de hindoes op een open plek bij een vijgeboom; en de put voor kasteloze hindoes ofwel onaanraakbaren aan de buitenste rand van het dorp tussen een dicht opeengepakt groepje leemhutten niet ver van een looikuil.

- Haresh stond Rupa Mehra inderdaad aan. Wat haar beviel was zijn levenslust, zijn onafhankelijkheid van zijn familie (al sprak hij met warmte over hen) en zijn goed verzorgde uiterlijk. Veel jongens zagen er tegenwoordig zo slonzig uit. En een beslissende factor in Haresh' voordeel was zijn naam. Een Khanna moest wel een khatri zijn.

- Op het ogenblik bestond het leven van Haresh uit weinig anders dan werk; India was geen Engeland, waar je probleemloos meisjes kon ontmoeten zonder dat er iemand bij was.

- Na een poosje waren ze in Salimpur. Ze hadden met de anderen afgesproken bij een zaak in stoffen en andere artikelen. Maar het was bomvol in de smalle drukke straatjes van Salimpur, vanwege de wekelijkse marktdag. Straatventers, marskramers, alle mogelijke soorten kooplui, slangenbezweerders met hun versufte cobra's, kwakzalvers, blikslagers, fruitverkopers met manden vol mango's en lychees op hun hoofd, suikerbakkers met hun dik met vliegen bedekte barfi's, laddu's en jalebi's, en een groot deel van de inwoners van zowel Salimpur als vele omringende dorpen had zich het centrum van de stad in weten te persen.
 
- De bus was zo aftands dat hij het om de paar minuten begaf. Hij was van een pottenbakker die nogal opzienbarend van beroep was veranderd; zo opzienbarend zelfs dat zijn plaatselijke kastebroeders hem niet meer wilden kennen, tot ze zijn bus onontbeerlijk vonden om naar het station te kunnen. De pottenbakker bestuurde en onderhield hem, voederde en drenkte hem, stelde de oorzaak van zijn geproest en schijndoodsrochel vast en loodste zijn karkas met zachte hand over de weg. Uit de motor stegen grijsblauwe rookwolken op, uit het oliereservoir lekte ruwe olie, telkens als hij remde verzengde de stank van brandend rubber de lucht en om de twee uur had hij wel een lege of lekke band. De weg, die voornamelijk uit halfsteens gelegde bakstenen bestond, was een en al kuil, en de wielen hadden niet de flauwste herinnering meer aan hun schokdempers. Rasheed had om de haverklap het gevoel dat hij gecastreerd dreigde te worden, en zijn knieën stootten steeds tegen de man voor hem, wiens stoel geen rugleuning meer had.
 
Lees verder in deel 5 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten