Posts tonen met het label Hongarije. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hongarije. Alle posts tonen

donderdag 19 juni 2025

Joakim Eskildsen: The Roma Journeys

Joakim Eskildsen: The Roma Journeys (Denemarken, 2007): 416 blz: Uitgeverij Steidl
 
 
 
De Deense fotograaf Joakim Eskildsen bezocht tussen 2000 en 2006, samen met zijn partner Cia Rinne, die de teksten schreef voor dit boek, in 7 landen een aantal gemeenschappen van Roma. In "The Roma Journeys" komen achtereenvolgens aan bod: reizen naar Hongarije, India, Griekenland, Roemenië, Frankrijk, Rusland en Finland. Bij ieder land heeft Cia Rinne een tekst geschreven waarin voornamelijk ingegaan wordt op de geschiedenis van de Roma in het land. Ik vind de teksten erg pittig om te lezen en niet veel van belang toevoegen. Vervolgens komen een aantal panoramafoto's in zwart-wit, die steeds over de volle twee bladzijden zijn afgedrukt en dan een aantal kleurenfoto's. In totaal staan in het boek ongeveer 240 foto's.
 
De Roma vormen een bevolkingsgroep waar we niet veel van af weten en die over het algemeen niet zo geliefd zijn bij de rest van de bevolking. Ze komen oorspronkelijk uit India van waaruit ze naar het westen zijn vertrokken. Veel Roma leven in armoede en ze hebben een enorme muzikale traditie.

"The Roma Journeys" is een fantastisch fotoboek. De panoramafoto's in zwart-wit vallen op door hun geweldige composities en de kleurenfoto's door hun prachtige kleuren. Tezamen geven zij een indringend beeld van een weinig bekende bevolkingsgroep. 
 
Ik heb meer boeken over de Roma gezien. Vaak zie je daarbij op de foto's allerlei viezigheid en rommel op straat. Gelukkig valt dat in "The Roma Journeys" erg mee. Het is een fotoboek met vooral ook erg mooie foto's. Ik vind het één van de meest indrukwekkende fotoboeken die ik ken!
 
Voor een aantal foto's uit "The Roma Journeys", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 8 december 2024

Christine Turnauer: The Dignity of the Gypsies

Christine Turnauer: The Dignity of the Gypsies (Oostenrijk, 2017): 264 blz: Uitgeverij Hatje Cantz
 

 
De Oostenrijkse fotografe Christine Turnauer werd door een vriend gevraagd om een fotoserie van de Roma te maken. Christine Turnauer was al heel lang gefascineerd door deze bevolkingsgroep, die enerzijds in armoedige omstandigheden leeft en anderzijds het leven uitbundig viert.
 
Voor de foto's in "The Dignity of the Gypsies" begon Christine Turnauer haar reis in Gujarat, in het noordwesten van India. Vervolgens reisde ze door naar Oost-Europa, Roemenië, Hongarije, Bulgarije, Montenegro en Kosovo.
 
De meeste foto's in "The Dignity of the Gypsies" zijn prachtige portretfoto's, waarbij vaak een stukje van de omgeving is meegenomen. Net zoals in haar eerdere boek "Presence" zijn de foto's fantastisch mooi afgedrukt en is het boek als geheel één van de mooiste fotoboeken die ik ken.

Voor een aantal foto's uit "The Dignity of the Gypsies", klik hier.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

woensdag 20 november 2024

Lieve Joris: Mijn Afrikaanse telefooncel

Lieve Joris: Mijn Afrikaanse telefooncel (België, 2010): 158 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
"Mijn Afrikaanse telefooncel" is alweer het twaalfde boek van Lieve Joris dat ik heb herlezen en besproken. Het is een dun boekje, het telt 11 verhalen uit de periode van 1982 tot 1998, die allen gaan over gebieden waar Lieve Joris het meest mee heeft, natuurlijk Afrika en verder ook het Midden-Oosten en Oost-Europa. Het mooiste verhaal van het boek, vind ik dat over haar bezoek aan Ryszard Kapuściński in Polen. Binnen het oeuvre van Lieve Joris is "Mijn Afrikaanse telefooncel" een tussendoortje, wel prima te lezen natuurlijk.
 
Citaten:
- Langs de hoofdstraat van Kokry, tegenover de markt en ingeklemd tussen twee winkeltjes, lag Bina's telefooncel: een lemen raamloos vertrek met een ijzeren deur waarboven een pas geverfd bord hing. Cabine téléphonique Lieve. Bina lachte om mijn verbazing. Ik was naar Markala gekomen om hem te troosten toen hij terneergeslagen was, ik was met hem naar de hoofdstad gereisd toen hij zijn eerste aanbetaling ging doen - Rose en hij hadden besloten dat de telefooncel mijn naam zou dragen.
 
- "Natuurlijk heeft hij gelijk, maar is dit soms een normaal land? Als ik in Oeganda woonde, zou ik graag belasting betalen, want daar zijn de wegen geasfalteerd, daar weet je waar je geld naartoe gaat. Je zou een Oegandese ambtenaar trouwens niet durven om te kopen, want misschien werkt hij wel voor de staatsveiligheidsdienst en president Museveni is geen doetje. Maar de Congolese douane wordt nog steeds niet betaald, dus als ik met honderd vaten benzine uit Kenia kom, registreert de douane er tien en maken we een deal over de rest van de invoerrechten, volgens het adagium van Mobutu: Koyiba ndambo, kotika ndambo. Steel een deel, laat een deel." Salumu lachte schamper. "Zolang de staat niets voor mij doet, doe ik alles zigzag. Als handelaar komt dat me goed uit, maar voor het land is het natuurlijk slecht."

- Voorzichtig liep ik naast hen door de duisternis, vloekend op mijn zaklamp, die al aardig aan het afrikaniseren was: ze deed het alleen nog als ik er flink op sloeg.

- Salumu keek hen peinzend na. Vissers waren net zulke sloebers als diamantdelvers, zei hij: altijd arm en altijd dronken. Zij werkten, maar een ander ging er met het geld vandoor. "Het zijn baantjes voor bedriegers. Ik lieg tegen de jongen die diamanten voor me zoekt, de Libanees die mijn diamanten opkoopt liegt tegen mij, en wordt op zijn beurt bedrogen door de Belg in Antwerpen aan wie hij zijn diamanten verkoopt."

- Tegen de avond naderden we Bunia. Plotseling keek Tshekende verrast uit zijn raam. Er rolde een wiel voorbij, met alles erop en eraan. God is goed, dacht hij een fractie van een seconde, een wiel, dat is precies wat ik nodig heb, daar is hier al maanden een schrijnend gebrek aan. Het volgende moment kwamen we met een schok tot stilstand. Het was ons eigen linkervoorwiel dat de straat op was gerold. Mijn hoofd suisde van verbazing. Ik begreep niet hoe zoiets mogelijk was, maar niemand keek ervan op. Sommige passagiers stapten uit en liepen naar voren om de schade op te nemen.

- De volgende dagen loop ik soms door het kleine Bombay dat Rashids landgenoten in Dar es Salaam geschapen hebben. Er hangt een doordringende geur van kruiden, Zaïrese popmuziek schettert dwars door de zangerige Indiase liedjes heen. De Indiërs hebben er hun eigen moskeeën, ziekenhuizen en restaurants, zoals in veel Afrikaanse steden. Ze behoren tot een bevolkingsgroep die door het hele continent opgejaagd wordt. Het gaat hun te goed, ze wekken jaloezie op. Amin verdreef hen uit Oeganda, Mobutu kortwiekte hen in Zaïre. Maar hun veerkracht is legendarisch: ze gaan niet weg, verhuizen hoogstens van het ene land naar het andere. Vaak beginnen ze na enige tijd op dezelfde plaats opnieuw.

- De eigenaar van Hôtel de la Poste liet me de dakkamer zonder veel enthousiasme zien. Een bed en een stoel stonden er, meer niet. Het waaide er vervaarlijk, zei hij, wijzend naar de glazen deur die door een windstoot aan diggelen was gegaan. Maar ik stond al weg te dromen voor het raam, dat een grandioos uitzicht bood op de rivier de Senegal. Het terras keek uit over de daken van Saint-Louis en in de verte glinsterde de Atlantische Oceaan.
 Diezelfde dag nog sleepte het hotelpersoneel een bureau naar boven. De Libanese winkelier om de hoek leende me een ijskast, vrienden gaven me een gasstel, van een Mauritiaans tapijt en kussens maakte ik een zithoek, een vriendin bracht me een stel kleurrijke panen waarmee ik mijn meubeltjes bedekte. Ik liet een poster inlijsten van de Malinese zanger Boubacar Traoré, over wie ik aan het schrijven was, en hing die aan de kale muur. Mijn kamer was klaar.

- Het hele centrum van Warschau is vol oude vrouwen, gewapend met boodschappentassen. "Dat is het echte einde van de oorlog," zegt Kapuściński. De meesten hebben geen enkel familielid meer. Ze zijn hier na de oorlog neergestreken en gaan niet weg. "Dit is een land van weduwen, want Poolse mannen sterven doorgaans rond hun vijfenvijftigste aan een hartaanval." Altijd als hij bij de dokter komt zit de wachtkamer vol vrouwen, zij zorgen beter voor zichzelf.

- Zelf woont hij met zijn vrouw in een flat aan de rand van de stad. Tijdens de staat van beleg zag hij de oude mensen in zijn buurt opleven. Ze kregen een nieuwe functie: zij waren de enigen die tijd hadden om in de rij te staan. Tegen betaling deden ze boodschappen voor de hele buurt. Zij wisten waar en wanneer er vlees zou aankomen, waar je lampen kon krijgen, een tv of wasmachine. "Zij zijn vóór deze regering," zegt hij, "want die heeft hun leven weer zin gegeven."

- "... Laatst vroegen ze op de radio aan een jong meisje waarom ze een kind wilde. "Omdat dat het enige is dat ik kan krijgen," zei ze"

- Op een avond gaan we naar een restaurant. Het is pas zes uur, maar de ober komt vertellen dat ze gaan sluiten. Problemen met de elektriciteit. Op weg naar de auto maak ik er een opmerking over. Hoe kan zoiets gebeuren? Ineens valt hij uit, gekweld. Die westerlingen altijd met hun stomme vragen! Waarom zijn er niet genoeg taxi's, waarom komen de treinen niet op tijd, waarom is er geen toiletpapier? Voor alles moet hij zich verontschuldigen.

- Eén keer bleef Kapuściński drie jaar achter elkaar in Afrika. "Weet je wat mijn vader zei toen ik terugkwam?" Hij kijkt me van terzijde aan. ""Warm daar, hè?" Verder niets, geen woord."

- Nu en dan vraagt Kapuściński naar zijn eigen boeken. Van sommige heeft hij zelf geen enkel exemplaar meer. Maar hij vindt er geen. "Een goed boek zie je hier nooit in de etalage liggen," zegt hij, "mensen horen er alleen maar over, een boekhandelaar reserveert het voor zijn beste klanten." toen zijn eerste boek in 1962 uitkwam was hij doodongelukkig, want het lag in stapels op de toonbank.

- In een winkel zijn we getuige van een felle discussie. Een klant vraagt of er vulpennen zijn. De winkelierster valt uit. Ooit waren er vulpennen, zegt ze. Zodra mensen hoorden dat ze aangekomen waren, stonden ze vanaf vijf uur 's ochtends in de rij. Sommigen kochten er vijf, anderen tien. In één ochtend waren alle pennen op. Sindsdien komt iedereen om vulpennen vragen. "Ik bestel ze nooit meer," zegt de vrouw, "want ze sturen er altijd te weinig. Ik krijg er alleen maar gedonder mee."

- "... Een volk kan niet eeuwig vechten," zegt hij, "het moet nu en dan op adem kunnen komen. Dit is een tijd van rust, een tijd om je huis op te knappen, een gezin te stichten, te discussiëren, koffie te drinken in een café." Een flauwe glimlach glijdt over zijn lippen als hij eraan toevoegt: "Een tijd om vulpennen te kopen."

- Szabolcs is al met zijn tweedehandskleren naar het familiecentrum getrokken dat hij hier heeft opgezet. "Voor de Hongaarse intellectueel zijn er twee wegen," zei hij vanochtend met een bitter lachje, "de ene is de alcohol, de andere loopt dood."
 
- Hij sympathiseert met een van de nieuwe oppositiepartijen in de hoofdstad, vertrouwt hij me toe. Zijn vader is een fanatieke communist, van hem heeft hij geleerd hoe het niet moet. "Als we tegenwoordig met elkaar praten, is het alsof er twee tv-stations tegelijk aanstaan."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 31 oktober 2024

Lieve Joris: De melancholieke revolutie

Lieve Joris: De melancholieke revolutie (België, 1990): 247 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Lieve Joris verbleef van de zomer van 1989 tot de lente van 1990 grotendeels in Hongarije. Het was de tijd van grote omwentelingen in het Oostblok en ook in Hongarije. Er werden voor 1990 voor het eerst in lange tijd, vrije verkiezingen uitgeschreven.
 
De eerste twee boeken van Lieve Joris: "De Golf" en "Terug naar Kongo" waren vooral reisverslagen. In "De melancholieke revolutie" is ze nog een stukje ambitieuzer, ze probeert om de politieke situatie van Hongarije op dat moment te duiden. Lieve Joris voerde vele gesprekken met aanstormende politici. Doordat het boek zo op de Hongaarse politiek is gericht, maakt het voor mij minder universeel en boeiend dan haar twee eerdere boeken. Een knap boek, dat zeker, maar voor mij een van de minder onderhoudende boeken van Lieve Joris.
 
Citaten:
- Tegen vieren is de lange tafel met het hagelwitte damasten tafelkleed veranderd in een indrukwekkend tableau vivant. Tussen de boeken, manuscripten en artikelen staan flesjes, lege koffiekopjes en goudomrande bordjes met resten chocoladetaart; de plastic zak met kersen midden op de tafel is leeg, de asbakken puilen uit van sigarettepeuken en kersepitten. Traag gaat het gezelschap uiteen. Iedereen gooit wat kleingeld op tafel, dat András samenraapt en waarmee hij de rekening betaalt.
 
- Als György en Teréz naar bed zijn, gaan wij - zoals het stedelingen betaamt - op zoek naar een café. Fegyvernek slaapt, de straten zijn ternauwernood verlicht, hier en daar het flauwe schijnsel van een lantaarn, daarachter doemen de huizen als sombere schimmen op. We sluipen langs heggen en vóór me doorboort Mészöly de duisternis met een zaklamp. "Het lijkt wel Afrika," zeg ik.
 Mészöly reageert als door een wesp gestoken. "Jongens, hoor eens wat zij zegt: het lijkt wel Afrika!" Ik heb het al eerder gemerkt: Hongaren maken onder elkaar graag smalende opmerkingen over de toestand van hun land, maar zijn beducht voor kritiek van buitenstaanders. De dagen daarna zal Mészöly mijn opmerking herhaaldelijk terugkaatsen.
 
- "Onze geschiedenis heeft zijn Stendhal of Tolstoj nog niet gevonden," zegt hij bedachtzaam, "maar zelfs Tolstoj had uiteindelijk geen goede vorm gevonden om over politiek te schrijven. Denk maar aan Anna Karenina. De liefdesscènes uit dat boek zullen we nooit vergeten, maar in die tijd werden in Rusland ook belangrijke landhervormingen doorgevoerd; als Tolstoj daarover schrijft, val ik gewoon in slaap van verveling!"
 
- Gergö kijkt me aan met lichte spot in de ogen: "Veertig jaar zijn we afhankelijk geweest van de Russen, we zullen altijd van hen afhankelijk blijven. Misschien zullen we in de toekomst iets meer mogen zeggen, maar zij zullen bepalen hoeveel."

- "Dat is nu Hongarije," zegt Schiffer als we verder rijden.
 "Wij zijn verdeeld," zucht Tamás, "dat is het verschil met de Polen, die hebben een veel sterker gevoel van natie dan wij. Dat komt omdat wij eeuwig belegerd zijn, door Turken, Oostenrijkers, Duitsers, Russen. De ene helft van Hongarije trekt naar het Oosten, de andere naar het Westen. Wij hebben te veel verschillende ambities; als wij bij elkaar zitten, kunnen we het nooit over één zaak eens worden."

- Aan de ontbijttafel leest iedereen de krant. Vroeger hadden ze die in een minuut uit, tegenwoordig komen ze niet mee bijgelezen, klagen ze. Tamás steekt een broodje in de lucht, het is rond en keihard. "Dit broodje," zegt hij met een dramatische stem, "is even oud en moe als ik. In het westen van het land, bij de Oostenrijkse grens, daar eet je brood, hmm, Kaiserbrötchen. Maar hoe oostelijker je reist, hoe armer het land en hoe ouder het brood."

- We eten aan een lange tafel met uitzicht op het dal; in de verte de bossen waar de man jaagt. Als jachtopzichter heeft hij veel contacten met lokale partijfunctionarissen, maar hij is niet meer afhankelijk van hen, zijn meningen worden niet langer door onzuivere motieven bepaald. Zijn ideeën komen tegenwoordig uit de wereld van de jacht.
 "Als je wild hebt geschoten, moet je er nooit meteen naar toe lopen," zegt hij, "steek maar rustig een sigaret op, wacht maar een minuut of vijf. Want een dier in stervensnood kan je in zijn allerlaatste desperate moment nog levensgevaarlijk verwonden. Zo is het met de communisten ook. Ze zullen ons misschien nog een krachtige trap geven. Maar doodgaan zullen ze."

- Koffie wil ik, maar als we op het perron aanschuiven bij een kiosk, is de lucht doordrenkt van goedkope pálinka die de mannen om ons heen vreugdeloos achteroverslaan - als een medicijn. Een tijdje geleden mocht er vóór negen uur geen alcohol worden geschonken, vertelt Gergö, maar toen kochten de arbeiders 's avonds al een voorraadje, dus met dat verbod was het snel afgelopen.

- Ik moet denken aan wat István Eörsi me vertelde. "In 1956 was Kádár de meest gehate man van heel Hongarije," zei hij, "maar niet veel later verkondigde hij: ik geef jullie meer vlees als jullie mijn macht aanvaarden. Toen zeiden de mensen: ach, hij is niet zo slecht, minder slecht dan wij dachten, eigenlijk is hij nogal goed, relatief fantastisch zelfs!"

- Tegen politieke meetings heeft hij geen bezwaar, maar er moet wel goed bij worden gegeten en gedronken.

- Rijk waren zijn ouders niet. Zijn grootmoeder stond net als iedereen uren in de rij en vaak aten ze alleen aardappelen en kool. Op een  dag ging hij met zijn moeder naar een markthal. Daar kwamen ze een kennis tegen, de vrouwelijke minister van gezondheid. Hij imiteert de gespeeld-deftige toon waarop deze aan zijn moeder vroeg: "Zeg eens, mijn lieve, wat jij je kinderen bij het ontbijt geeft, want de mijne willen geen cacao meer drinken." Cacao was een luxe-produkt dat weinig mensen zich konden veroorloven. "Ik geef ze aardappelsoep," zei zijn moeder kortaf. De vrouw reageerde enigszins geshockeerd, maar vervolgde toch op dezelfde flemende toon: "Zijn jullie met de auto gekomen?" "Nee, met de kar." Gekrenkt draaide de vrouw zich om. "Domme gans," fluisterde zijn moeder.

- In het Westen is het verschil tussen wat een schrijver en een bouwvakker weet niet zo fundamenteel. Hier weet een loonarbeider of een boer die in een collectief werkt, niets.

- Zelf is hij niet opgehouden over die dingen na te denken: waarom moeten er bijvoorbeeld drieduizend verschillende soorten lampen zijn? Twee soorten zoals in Hongarije is ook te weinig, beseft hij - maar dertig bijvoorbeeld, dat zou toch moeten volstaan?

- De serveerster heeft twee borden met eten voor ons neergezet. Tijdens het praten stoot ik per ongeluk een glas rode wijn om. János schiet achteruit - te laat, zijn witte hemd zit vol wijnspatten. De serveerster snelt toe om ons een nieuw tafeltje te geven, ik probeer met een natte doek het ergste kwaad te verhelpen. Maar János staat alweer te grijnzen. "Ach, vergeleken met orkaan Hugo is dit een kleinigheid."

- "Je bent de enige buitenlander hier aan tafel," fluistert Köszeg, "het is je gelukt, je zit er middenin."
 "Het is de enige manier," zeg ik.
 "Het helpt dat je een vrouw bent." Hij kijkt me zijdelings aan en lacht in zijn baard.
 "Is dat een compliment?" Hij bedoelt waarschijnlijk: het helpt dat je een jonge vrouw bent. "Eigenlijk is het tragisch," zeg ik, "het betekent dat het me als vijftigjarige niet zou lukken."
 
- "Daklozen," zeg ik tegen Anna als ik thuiskom, "in de hele wereld lijken ze op elkaar."
 
- "Hoe ging het vanavond eigenlijk?" vraag ik.
 "Ach, er werden een paar serieuze vragen gesteld." Hij wuift met de hand. "Maar eerlijk gezegd houd ik niet van serieuze vragen. Militaire kwesties, woningnood, economie, stomvervelend is het." Hij kijkt me van terzijde aan. "Ik hou er meer van als een vrouw mij vraagt wat mijn programma voor de rest van de avond is." Gábor, de onverbeterlijke Gábor. Zelfs nu kan hij het niet laten. Of misschien juist nu niet, nu dit alles hem aan het ontglippen is.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 15 augustus 2024

Carolijn Visser: Alle dagen vrij

Carolijn Visser: Alle dagen vrij: Jeugd in de jaren 70-80 (Nederland, 1984): 164 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
"Alle dagen vrij" is een bundeling van de reportages over de jeugdcultuur, in Nederland, maar ook in de Verenigde Staten en Japan, die Carolijn Visser tussen 1977 en 1984 schreef voor het NRC Handelsblad en de Haagse Post. Zoals altijd bij Carolijn zijn de stukken zeer helder geformuleerd en genuanceerd. Wat wel opvalt is dat Carolijn veel jongeren sprak die het leven niet zo zagen zitten en wegvluchtten in alcohol- en drugsgebruik, in lang uitslapen en hele dagen in de kroeg hangen. Als ik naar de paar jongeren kijk die ik nu ken, dan geloof ik dat de meeste jongeren tegenwoordig toch een stuk positiever in het leven staan.
 
Citaten:
- Professor Goudsblom deed in 1960 een onderzoek naar de denkwereld van jongeren. Ze waren niet alleen precies zo gekleed als hun ouders (de jongens in manchesterbroek, de meisjes in een degelijke jurk), ze dachten ook precies zo. Zelfs hun mening over de Koude Oorlog was gelijk aan die van de ouderen: het communisme was niet meer en niet minder dan het rode gevaar. De westerse manier van leven was, vonden ze zonder uitzondering, de enige juiste.
 Een paar jaar later zijn er opeens twee werelden: die van de volwassenen en die van de jeugd. Het kapitalisme wordt ter discussie gesteld, de oorlog in Vietnam afgekeurd. De jongeren hebben hun eigen kleding: spijkerbroeken en T-shirts. Geen rustig weekend in de natuur maar gigantische popconcerten waar druk geëxperimenteerd wordt met hasj en hallucinerende middelen.
 
- Overal in het land, in de stad en daarbuiten, in bruine cafés en in disco's, worden enorme hoeveelheden drank, vooral bier, aan de jongeren gesleten. Op iedere school die ik bezocht, spraken de leraren met verbazing over de grote alcoholconsumptie van hun leerlingen. "Ze noemen zichzelf weekendalcoholisten," zei een leraar van een streekschool in Middelburg.

- Aan honderden veertien- tot negentienjarige jongens en meisjes op verschillende scholen in Amsterdam, Brabant, Limburg en Zeeland stelde ik in een enquête de vraag: "Wat lijkt jou het aantrekkelijkste van volwassen zijn?" Tientallen keren was het antwoord: "Daar lijkt mij helemaal niets aan" en "als het aan mij lag dan werd ik het nooit." Over de toekomst willen de meesten helemaal niet praten.

- "Ik ben best gelukkig," zegt Henry, een zeventienjarige elektricien uit Vlissingen. "Altijd ga ik op stap met mijn brommer en thuis heb ik een prima installatie en een tv. Ik leef van dag tot dag en dat gaat uitstekend. Maar laat ik eerlijk zijn, het laat mij koud of ik vandaag of morgen de pijp uitga, want op dat bedrijf waar ik werk hebben ze me zo vervangen, en mijn vrienden gaan wel met een ander een pilsje drinken." Een paar jongens aan dezelfde cafétafel knikken,  zo zien zij hun leven ook wel.

- Degenen die van plan zijn om te studeren, verheugen zich meer op het wonen op kamers dan de studie. "Lekker je eigen eten koken, vrienden ontvangen, thuiskomen wanneer je wilt." [hoe herkenbaar]

- De jongeren weten precies wat hun vader en moeder van hen verwachten. Zonder veel enthousiasme sommen ze het op, het is duidelijk dat zij er niet zo gecharmeerd van zijn: "Dat ik later iets presteer en nu gehoorzaam"; "dat ik over een tijdje met een man trouw die een goede baan heeft"; "dat ik altijd doe wat ze zeggen"; "dat ik veel spaar en mijn mond hou" waren veel voorkomende reacties.

In Hongarije:
- Voor westerse boeken of tijdschriften hebben ze helemaal géén belangstelling. Niemand heeft mij daar ooit naar gevraagd tijdens mijn verblijf in Hongarije. Wel waren er steeds mensen in restaurants en winkels die een bod deden op mijn spijkerbroek, variërend tussen honderd en honderdvijftig gulden.

- In een stadsbus komen Erika en ik op een dag een stel Hongaarse lifters tegen. Zij zijn absoluut niet geïnteresseerd in studieresultaten of een gezin. Ze hebben rugzakken, grote wijde broeken aan, een fles coca-cola en een hoed in de hand. Ze liften heel het "oostblok" rond. Geld om in hotels of jeugdherbergen te slapen hebben ze niet.
 
De Verenigde Staten:
- "Het symbool van de jaren zeventig," zegt Eduard, "vind ik de "Pet Rock". Duizenden mensen kochten zo'n ding, voor een hoop geld. Gewoon een stukje steen waar je verder niets mee kunt doen. Het ligt in een doosje, je kunt er naar kijken. Er was zo'n vernuftige reclamecampagne omheen gebouwd dat het toch aansloeg. Als een volk vatbaar is voor zulk soort onzin dan weet ik het niet meer."

- Onlangs is onderzocht in hoeverre de Amerikaanse jeugd "gelukkig" is. Driekwart van de jongeren vond van wel: "everything in life is fine." Toch zijn er ieder jaar twee miljoen Amerikaanse minderjarigen onder de achttien jaar die weglopen van huis. Mishandeling, alcoholisme van de ouders en incest worden als oorzaak opgegeven. Een grote meerderheid van de runaways zijn meisjes.

Verslaafden in Zeeland:
- Susan: "Het zijn allemaal van die stomme rippers. V, bijvoorbeeld, die pikte een stapel platen. Met die handel stapte hij een café binnen om het te verkopen. De eerste figuur die hij aanspreekt is de eigenaar van de zaak waar hij het net weggehaald had. Meteen erbij. En C. had bij allerlei mensen gereedschap geleend. Toen er volgende dag iets in de krant stond over een kraak, wist half Middelburg al wie het gedaan had. Ik heb zelf één keer zoiets gehad. Bij een juwelier pikte ik een horloge. Die man ontdekte dat en gaf een beschrijving van de paar klanten die hij die ochtend gehad had. De politie wist direct dat ik het had gedaan. God, wat sla je dan een pleefiguur."
 
- "In deze tijd is geen plaats voor nieuw talent. Het Stedelijk staat vol met de vorige generatie," zegt ze.
 Achter haar staat een ladder waarop vanaf de onderste trede staat: lagere school-middelbare school-universiteit-werkloos-dood.

Amsterdamse krakers:
- Frank: "Jij zit veel te veel in het systeem." Pim: "En jij dan? Met je pilsje en je jointje zit je net zo goed in het systeem. En ze geven jou alleen maar een uitkering omdat ze willen dat je je koest houdt." Frank: "Ja, ik ben aangepast. Maar het zou me niks kunnen schelen als ik geen geld meer kreeg. Dan ging ik stelen."

Alle dagen vrij:
- "Mijn winterslaap heb ik nu wel weer achter de rug," zegt Appie in zijn Middelburgse stamcafé De Verkeerde Wereld. "Ja," lacht hij, "ik ben inderdaad een werkloosheidsexpert geworden." Sinds hij in 1977 de mts de rug toekeerde heeft hij van al die jaren het grootste gedeelte niet gewerkt. Nu is hij vijfentwintig en in de statistieken telt hij niet meer als een jeugdwerkloze.

- Appies grootste avontuur van de afgelopen jaren was zijn wereldreis. ... Sindsdien heeft hij het leven in Nederland saai en grijs gevonden. "Als je eenmaal gereisd hebt ben je verslaafd, lijkt het wel." De regels van de Sociale Dienst zijn inmiddels een stuk vereenvoudigd. "Ik hoef alleen nog maar een briefje in te vullen zo nu en dan, en eens op te bellen. Dat kan iemand anders ook voor je doen. Een vriend van mij zit nu met de Sociale Dienst in Afrika."

- Appie neemt een slokje van zijn Duvel. "Er zijn veel mensen die tegen mij zeggen dat ik een mooi leven heb. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Ik vind de Nederlandse samenleving soms net een Afrikaanse stam waarvan de meeste stamleden op jacht gaan en hutten bouwen. Apart zit dan een stelletje met een hek eromheen, die mogen niks doen. Zo nu en dan krijgen ze een bord eten voorgeschoteld. Dat zijn wij."
 
- Jan de Jonge gelooft niet in het medicijn tegen werkloosheid dat jongeren aanbevolen wordt door leraren, ouders, maatschappelijk werkers: verder leren. "Er is op het moment een soort wedren in het onderwijs ontstaan. Individueel kan iemand profiteren van meer opleiding, maar over het geheel lost het niets op. Er blijven bovendien veel banen bestaan die je in twee dagen kunt leren. Het enige wat je soms moet weten is dat je niet in slaap moet vallen. ..."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 13 september 2017

Sándor Márai: Land, land

Sándor Márai: Land, land (Hongarije, 1972): 345 blz: Vertaald door Mari Alföldy (2002): Uitgeverij Wereldbibliotheek

Land, land! ...Van Sándor Márai had ik eerder het indrukwekkende "Gloed" gelezen, over een oudere man die terugblikt op zijn vriendschap met zijn beste vriend, die er uiteindelijk vandoor ging met zijn vrouw.

Het eerste deel van "Land, land" is puur beschrijvend, gaat over het Hongarije van net na de Tweede Wereldoorlog en behoort tot het mooiste wat ik ooit heb gelezen.

Na deel 1 stapt Márai over van puur beschrijvend naar een meer beschouwende toon en vond ik het een stuk minder interessant worden.

Márai schrijft over zijn vrienden, van wie velen de oorlog niet overleefden en ook uitgebreid over een aantal Hongaarse schrijvers waar ik nog nooit van heb gehoord. Uiteindelijk vlucht Márai in 1948 naar de Verenigde Staten, omdat hij in Hongarije niet alleen niet meer kan schrijven, maar vooral ook omdat hij niet meer kan zwijgen, als hij als schrijver niets schrijft is dat ook verdacht.

Weer een aantal citaten:

- Het communistische machtssysteem vreesde niemand méér dan communisten die in het Westen hadden gezien dat er misschien wel andere vormen van maatschappelijke ontwikkeling waren dan het communisme, die sneller resultaat brachten.

- Af en toe dacht ik aan de verzuchting van de oude Freud, die in een van zijn laatste boeken zei: "De communisten hebben de mensen het privébezit ontnomen, omdat bezit volgens hen de mensen tot agressie aanzet, maar de bolsjewistische maatschappij bleef ook zonder privébezit agressief."

- Om ideeën uit te wisselen zijn woorden nodig: zonder woorden kan er niets uitgewisseld worden en voelt men alleen een tinteling in het bewustzijn, alsof er een mier over je huid kruipt.

- In Hongarije bekommerde niemand zich om de vraag waar een schrijver van leefde. Die onverschilligheid was institutioneel. Een schrijver die zich een huis bijeengepend had, was in Hongarije een even grote zeldzaamheid als een bedelende fransiscaner monnik die in het geheim op de beurs blijkt te speculeren en zelfs grote winsten maakt.

- Naar de landheer met 500 hectare grond werd niet alleen angstig opgekeken door de landarbeiders en dagloners, die voor hun efemere leven afhankelijk waren van de welwillendheid van de landeigenaar, de rentmeester of de opzichter, maar ook door de plaatselijke dorpsbestuurder, die ervan droomde dat de rentmeester van de landeigenaar zou zorgen dat zijn kind - dat oliedom kon zijn of geniaal, maar altijd in een broek met gaten liep en droog brood at - op de middelbare school van de nabijgelegen provinciestad werd aangenomen en vrijgesteld werd van de betaling van schoolgeld.

- De boeren, de zwarthandelaren en de parasieten van de partij werden dikker en rijker, alle anderen verloren bloed. De intellectuelen, de arbeiders, de ouderen van de burgerklasse teerden uit en verschrompelden met de dag, als door atrofie.

- Wetten en overheidsbesluiten met een echte geldigheid waren er niet meer; wetten bestaan alleen waar ze ook bescherming betekenen en niet alleen een aanval.

- Elk maatschappelijk stelsel, zo ook het zogenaamde socialisme, heeft de Koopman nodig om te kunnen functioneren: het is de grootste vergissing van het oosterse socialisme om een kruistocht af te kondigen tegen de "handelaar die alleen op winst uit is", en de onafhankelijke tussenhandelaar uit te schakelen en te vervangen door staatsemployés, die bureaucratisch en lui zijn, dikwijls corrupt en altijd langzaam en incompetent.

- Toynbee (groot geschiedschrijver) schreef op tachtigjarige leeftijd nog een boek en zei in de inleiding dat er op grond van de bestudering van de geschiedenis geen conclusies over de toekomst getrokken konden worden, aangezien het niet zeker was dat de mensen onder dezelfde omstandigheden in de toekomst hetzelfde zouden doen als in het verleden.

- Chateaubriand: "Zonder privébezit is geen vrijheid mogelijk."

- Als ik in Hongarije zou blijven, zouden mijn boeken voor een schijntje van de hand gedaan worden. Als ik het land zou verlaten, zou de magazijnvoorraad van mijn boeken in de papiermolen tot pulp worden vermalen. Dat stelde ik me voor. In werkelijkheid gebeurde er iets anders: ik ging weg uit het land, maar mijn boeken werden niet naar de papiermolen gestuurd, maar mijn oeuvre werd op advies van een communistisch financieel genie eerst naar de kelder gebracht, en later voor harde valuta verkocht in de Hongaarse boekhandels in het Westen.